Het hoe van een schrijfgroep (2) Het voorstelrondje

over het reilen en zeilen van een schrijfgroep[1]

Hoe gaat dat er nou aan toe in zo’n schrijfgroep met het voorstelrondje? Deze vraag krijg ik als schrijfdocent vaak. Het gaat meestal net als in elke andere groep waar iedereen voor het eerst bij elkaar zit. Maar wat de vraagstellers willen weten is of er aspirantschrijvers zijn die al in het rondje reppen over hun ultieme schrijfdroom: het uitgeven van een boek. Of heerst er bescheidenheid?

Inmiddels heb ik alle uitersten meegemaakt. Conclusie: je maakt geen vrienden als je meteen al met je manuscript wappert. Laat staan als je meldt dat er al uitgeverijen of boekenmakelaars interesse hebben. Reuzebenieuwd spied ik de groep rond als een dergelijk verhaal klinkt. De geur van koffie en stroopwafels hangt even stil boven de hoofden. De ene helft tuurt naar buiten (subtekst: ‘jaja, dat zal wel’), de andere helft oogt jaloers en zal zich – in ieder geval – gedurende deze bijeenkomst licht tot matig geblokkeerd voelen door hoe goed die ene groepsgenoot blijkbaar al schrijft.

Voor de rondjedeelnemers zit de spanning in het langzaam maar onafwendbaar aan de beurt komen. Razendsnel nadenken wat je wel en niet zegt. En hoe je het zegt. Je hebt immers maar één kans voor een eerste indruk.

Voor de docent ligt het grote gevaar van ‘uitlopen’ op de loer. Voortdurend denk ik: hoe breedsprakig is deze persoon (schrijvers blijken vaker vertellers dan schrijvers) en hoe breek ik diens verhaal respectvol af. Natuurlijk geef ik vooraf richtlijnen mee: graag je naam en kort je dagelijkse bezigheden. Die twee items gaan vaak nog goed. Het derde punt was jarenlang: wat wil je met je schrijven. Wás. Want er waren veel cursisten die in de aanloop naar de toekomst helemaal los gingen op een compleet overzicht van dagboeken, schoolkranten en locale suffertjes waarin zij ooit schreven.
Hoe leuk dit past, present and future storytelling ook is – de groep ging zelfs dóórvragen – het duurt te lang. Ik voel me leeg nog voor ik met doceren kan beginnen.

De Schrijversacademie biedt een even eenvoudige als geniale oplossing voor beide partijen. Rondjes met gekke hobbies, sleutelbosgeheimen, sterrenbeelden en namen van huisdieren? Dat niet. Het voorstelrondje gaat natuurlijk… schriftelijk. En met andere dan de geijkte onderwerpen.
Onopvallend, speels en o zo creatief scheppen de eerste live schrijfoefeningen een helder beeld van het schrijvende personage. Jammer dat ik hier niet kan verklappen hoe dat er nou precies aan toe gaat. Waarschijnlijk kun je je er wel iets bij voorstellen.

Wordt vervolgd met Het hoe van een schrijfgroep (3) De schrijfopdracht
[1] Vrij naar Jan brokken: Het hoe

over het schrijven van romans, verhalen en non-fictie

Over de auteur:

Dé Hogeweg is docent creatief schrijven en redacteur in Den Haag en omstreken. Bij Uitgeverij U2Pi/JouwBoek is zij hoofdredacteur. Zij geeft les bij de Schrijversacademie. Naast het geven van cursussen en workshops schrijft ze columns, korte verhalen en artikelen voor internetsites en bladen. Zij schrijft over alles wat op haar pad komt. In de zomer gaat het vaak over de Tour de France, in de winter over schaatsen. Regelmatig levert zij bijdragen aan de sites Het is Koers (wielrennen) en Bluesmagazine (concertverslagen).

‘Het mooiste van schrijven is van níets íets maken’

In het jaar 2000 verscheen haar verhalenbundel Strandstoelendans.

De succesvolste oefeningen uit haar cursussen en workshops gaf zij in 2011 uit in het boek Oefeningen in creatief schrijven – voor beginners, gevorderden en schrijfdocenten.

Boekentips van schrijfdocent Jacqueline de Jong

Ik ben een beroepslezer. Wanneer ik schrijvers en studenten begeleid of als uitgever boeken selecteer, dan lees ik met een zakelijk oog. Maar lezen doe je natuurlijk niet alleen met het hoofd, maar ook met het hart. De kracht van een goed verhaal is dat het prikkelt, ontroert of verrast.

Tot in mijn tenen

Lezen kan ook een fysieke ervaring zijn, merkte ik bij Een klein leven van Hanya Yanagihara. Deze vuistdikke roman volgt de levens van vier studievrienden. Centraal staat Jude, een briljante, maar gekwelde geest. Judes tragiek is dat hij niet van zichzelf kan houden door wat er zich in zijn jeugd heeft afgespeeld. Als kind is hij ernstig misbruikt, iets waar hij niet over kan en wil praten. In plaats daarvan snijdt hij zichzelf:

‘Soms omdat ik me heel rot voel of me schaam en er behoefte aan heb om wat ik voel fysieke vorm te geven. En soms omdat ik te veel dingen voel en er behoefte aan heb om helemaal niets te voelen. Soms ook omdat ik me gelukkig voel en mezelf eraan moet herinneren dat dat niet goed is.’

Een schokkend, knap geschreven boek. De passages over Judes pijn, zijn demonen en zijn zelfhaat waren zo overweldigend dat ik ze alleen staand kon lezen. Alsof ik mezelf ervan moest overtuigen dat alles in mijn lichaam het nog deed en intact was.

De schrijver en zijn redacteur

Toen het boek in Amerika uitkwam, noemde een recensent het ‘slachtofferporno’. Yanagihara’s redacteur sprong daarop in de bres voor zijn auteur. Want behalve coach, criticus, sparringpartner én vertrouweling vervult een redacteur ook de rol van ambassadeur.

Hoewel er tientallen boeken bestaan over de kunst van het schrijven, gaan er maar weinig in op de samenwerking tussen auteur en redacteur. Wie dat wel doet, is Betsy Lerner in The Forest for the Trees. An editor’s advice to writers. Lerner kent het klappen van de zweep. Als redacteur en literair agent begeleidde ze talloze auteurs. Bovendien is ze zelf schrijver. Ze weet hoe tobberig en eenzaam de weg van idee naar boek kan zijn. Maar, zo luidt haar belangrijkste advies, je hoeft het niet alleen te doen:

‘The editor, like a good dance partner who neither leads nor follows but anticipates and trusts, can help the writer find her way back into the work, can cajole another revision, contemplate the deeper themes or supply the seemless transition, the telling detail.’

Lerners toon is grappig en eerlijk als ze ook de minder leuke kanten van het schrijven, uitgeven en redigeren belicht. Een must-read voor wie zijn weg probeert te vinden in uitgeefland.

De pruimen uit jouw koelkast

Wie de film Paterson van Jim Jarmusch heeft gezien, heeft vast genoten van de sympathieke buschauffeur die in zijn vrije tijd gedichten schrijft. Zijn poëzie gaat over de schoonheid van het alledaagse: een doosje lucifers, het bier in je glas, de eerste lentedag. Patersons lievelingsdichter is William Carlos Williams (1883-1963) en als zijn vriendin daarom vraagt, draagt hij nog maar eens diens beroemdste gedicht voor:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Door de film kreeg ik zin in poëzie en zo herlas ik Koffers zeelucht van Hagar Peeters (Bezige Bij, 2003). Een bundel vol mooie, speelse gedichten. Neem deze strofe uit ‘Kanttekeningen van de muze’:

‘Leg niet je hand op mijn hand als ik een pen vasthoud. / Zelfs als ik geen pen vasthoud omklem ik er een. / Het is de lucht tussen mijn vingers die ik koester. / Soms streel ik er de wereld mee.’

Luisteren naar schrijvers

Behalve een lezer ben ik ook een luisteraar. Ik mag graag naar podcasts luisteren, vooral als ze over boeken en schrijvers gaan. De New York Times Book Review en The Guardian Books Podcast houden me gezelschap als ik een saai halfuurtje op mijn roeimachine doorbreng. En wanneer ik ’s nachts wakker lig, is daar gelukkig de Fiction-podcast van het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker.

Voor die podcast nodigt redacteur Deborah Treisman elke maand een schrijver uit om zijn of haar favoriete verhaal voor te lezen en te bespreken. Zo hoor je wat Karl Ove Knausgard bewondert in V.S. Naipaul en waarom David Sedaris van Miranda July houdt.

Niet alleen leuk, maar ook bijzonder leerzaam voor (aankomende) schrijvers én redacteuren. Want wat voor schrijven opgaat, geldt ook voor redigeren: het begint met goed lezen. En luisteren.

Over de auteur

Jacqueline de Jong is redacteur, tekstschrijver en uitgever van dwarsligger®, de serie boekjes in handtas- en broekzakformaat. Ze doceert Creatief Schrijven en Redactie aan de Schrijversacademie. Voor het blad Schrijven verzorgt ze een serie artikelen over het vak van redacteur.

Het volgende startmoment voor de losse specialisatie Redactie met Jacqueline is 1 april 2017 (geen grap) in Amsterdam om 13:30. Schrijf je nu in en ontvang een jaar lang het Schrijven Magazine cadeau!

 

Die ene schrijftip die alle andere overbodig maakt

‘Hoe doe je dat nou, zo’n boek schrijven?’

Het was druk in de Utrechtse boekhandel. Het overgrote deel van de gasten was niet voor mij gekomen, maar voor de veel grotere schrijver die naast me op het podium zat en over zijn bestseller had verteld. De vraag werd gesteld door iemand die geen zin had om in de rij hongerige wolven te staan die zich voor de grotere schrijver had gevormd.

‘Je zult dan wel heel gedisciplineerd zijn,’ stelde ze, nog voor ik antwoord kon geven.

Nou, dat is het niet. Ook ik verschans me liever voor een slechte televisieserie. Ook ik spreek liever af met vrienden, dan dat ik me afzonder en gedwongen het blauwe licht van mijn laptop opzuig. Ook ik dwaal tijdens het schrijven aan een cruciale scene af en beland na vijf minuten op een duistere internetpagina vol foto’s van volwassen geworden kindsterretjes.
Toch lukt het me, dat schrijven van die boeken. En dat heb ik grotendeels te danken aan één zin. Een mantra dat me telkens weer terugbrengt naar wat ik eigenlijk wil doen.

Ik lees graag schrijversinterviews. Het interview dat John Wray in 2004 voor The Paris Review voerde met Haruki Murakami staat voor mij op eenzame hoogte. Het spel dat schrijversinterviews zo spannend maakt wordt hier op hoog niveau gespeeld: Wray probeert tevergeefs het mysterie dat Murakami heet te ontrafelen en de schrijver antwoordt op de prachtige, droogkomische en ongrijpbare toon die zijn romans karakteriseren.

Uit dat interview der interviews destilleerde ik de schrijftip die alle andere overbodig maakt. Het zijn maar vier worden. Het zijn niet eens echt bijzondere woorden, tot ze zich in je hoofd nestelen en zolang op dat ene plekje tollen dat ze niet meer uit te wissen zijn. Een spreuk die op het eerste gezicht bedrieglijk simpel is, maar hoe vaker je ‘m door je hoofd laat rollen aan waarheid wint. Een advies dat zo summier lijkt dat ik het bijna niet durf te delen.

Schrijf wat je weet.

Haruki Murakami zegt het zo: ‘als je iets uitlegt, moet je gul zijn. Als je denkt het is zo wel goed, want ik weet het, dan ben je arrogant. Kies voor simpele woorden, voor goede metaforen en treffende allegorieën. Dat is wat ik doe. Ik leg alles heel voorzichtig en helder uit.’
Kortom, schrijf wat je weet.

En zoals het een echt mantra betaamd, zijn deze vier woorden op eindeloos veel manieren uit leggen dan wel toe te passen. Daar gaat ie.

-Schrijf wat je weet gaat over thematiek. Durf dicht bij jezelf te beginnen. Kies voor de verhalen die je hebt meegemaakt, of kies in ieder geval voor die verhalen die je zo sterk raken dat het voelt alsof je ze zelf hebt meegemaakt.
Dat betekent niet dat je niet verder kunt komen dan je bezoek aan de kapper. Want, als je onderweg naar de kapper dagdroomde over radioactieve honden die de wereld dreigen over te nemen, dan behoort ook dat tot je materiaal.

-Schrijf wat je weet is een goede test. Als je, in een poging je verhaal spanning te geven iets onuitgelegd moet laten, dan is er iets mis. De magie van een verhaal is wat overblijft als alles is uitgelegd. Schrijf dus vooral alles op dat je weet en bekijk vervolgens of je tekst nog overeind staat.

-Schrijf wat je weet op het moment dat je vastzit. Worstel niet langer met die ene scene die maar niet wil lukken, maar werk even aan dat stuk waarvan je wel voldoende weet.

-Schrijf wat je weet is niet alleen een opdracht, het is ook een ontnuchterende constatering. Je bént je materiaal. Alles dat je nodig hebt om te kunnen schrijven heb je al.
Maar dat betekent ook dat als je je wilt laten meenemen door de wereld van fictie en je wenst je verhaal in de toekomst te plaatsen of in India of als je wilt schrijven vanuit het perspectief van een cavia, je zult het nog altijd met jezelf moeten doen. Een glamoureuze setting of bijzonder intrigerend hoofdpersonage maken nog geen verhaal. Het gaat om wat jij ermee doet.

-Schrijf wat je weet is ook: weet wat je schrijft. Houd een post-it naast je tekst en schrijf daarop de kern van je verhaal. Bij het herlezen van je tekst verwittig je jezelf nog eens van die kern en bekijk je of je bent geslaagd. Zo voorkom je dat je teksten gaan meanderen, met je weglopen.

Er is nog iets te leren uit het voor mij legendarische interview met Murakami. Bij iedere vraag die Wray inzet om het geheim van de Japanse auteur te ontrafelen wordt keer op keer duidelijk dat zijn missie gedoemd is te mislukken. Er is geen recept of choreografie voor het perfecte Murakami-boek, zijn proza is nauw verweven met wie hij is. Met zijn levensloop, maar ook met zijn diepste angsten en verlangens, met alles dat de meeste mensen onuitgesproken laten. Omdat, inderdaad, Murakami schrijft wat hij weet.

Over de auteur:

Maurits de Bruijn is schrijver en publicist. Zijn essays en korte verhalen werden gepubliceerd in De Volkskrant en Das Magazin. In 2012 verscheen zijn debuutroman Broer, die door pers en publiek lovend werd ontvangen. In 2016 verscheen De achterkant van de zon en op dit moment werkt Maurits aan zijn derde roman.

Op 15 april start een opleiding met Maurits in Amsterdam! Meer weten? Mail info@schrijversacademie.nl

foto credits: Quintalle Nix

Weg – Jowi Schmitz (winactie!)

‘Het leven geeft geen cadeautjes.’

Robin schoot zijn sigaret in het gras naast de vangrail. Hij had ringen om al zijn vingers.
‘Als je iets wilt, moet je het zelf doen. Zo simpel is het. Bang zijn is geen optie. Punt.’
‘Wel,’ zei Anna. Robin stak een nieuwe sigaret aan met een aansteker waar een naakte vrouw op stond. Hij had er drie van.

‘Welwat?’ ‘Cadeautjes. Het leven geeft ze wel.’

Ze zouden gaan. Binnenkort. Ze zaten nu nog hier, in die vangrail, in de nachtlucht, maar dit was het laatste stukje Nederland van haar leven. De wereld kwam al bijna binnen. ‘Binnenkort steken we onze duim op,’ zei Robin, de rook
kwam met zijn woorden zijn mond uit.

‘We liften naar Frankrijk, dan door naar Spanje, vanaf daar wordt het makkelijk.’

‘Waarom?’ ‘Daar is het warm.’
Anna was veertien, Robin al zeventien. Hij had een blauwe stuiterbal die hij overal liet stuiteren. Hij kon er ook trucjes mee. Die stuiterbal hoorde bij hem, woonde in de zak van zijn legerjas. Robin raakte bijna nooit iemand aan. Maar haar hand pakte hij vast. Om haar schouder sloeg hij soms een arm. Anna had haar lange haren in dezelfde kleur geverfd als die van Robin. Hij had zwarte vegen van makeup
bij zijn ogen. Zijn ogen waren groen. Hij rookte. Een pakje sigaretten per dag als hij de kans kreeg.
Anna rookte niet en van make-up gingen haar ogen prikken. Dichterbij kon ze niet komen. Robin behoorde tot de eerstegraads gevallen. Robins vader had Robins moeder doodgeslagen. Met een hamer. Een aanval van gekte, een plotse psychose wellicht veroorzaakt door
een onverwerkte rotjeugd. Dat stond tenminste in de krant, Robin zelf zei er bijna nooit iets over.
Er bleek geen enkel familielid te zijn dat Robin in huis wilde nemen. Zo kwam hij twee jaar geleden in Huize Landvoorzand. Op kosten van de staat. Zijn familie had misschien geen interesse in Robin, Anna’s moeder gaf hem in ieder geval een plek om te wonen. Verder had Robin een heel legertje welzijnswerkers en bezorgde onderwijzers om zich heen.

‘Waarom wil je eigenlijk weg, jij krijgt liefde van iedereen,’
zei Anna, een beetje jaloers.

‘Dat is geen liefde, dat is medelijden. Medelijden is eenvorm van mishandeling,’ zei Robin. Of eigenlijk zei hij: ‘Ffff (inhalering) Medelijden, pffff (rook uit zijn mond) is een vorm van ffff, mishandeling, pfffff.’

Anna wist niet of ze het daarmee eens was, zij hield er stiekem wel van als iemand medelijden met haar had. Niet dat iemand dat ooit had. Of ja, zijzelf. Als ze eerlijk was vond ze Robin ook zielig. Dat je vader je moeder vermoordt en dat daarna niemand je wil. Als je dán nog niet zielig bent.

Meer lezen? 

Vul je gegevens hieronder in en je kunt direct het hele eerste hoofdstuk downloaden.

Kan jij niet wachten om aan het volgende hoofdstuk van Weg te beginnen? Doe dan mee aan de winactie en vertel ons waarom jij het boek wilt winnen.


Schrijftips die je op weg helpen voor Write Now! 2017

Schrijf, herschrijf, herhaal

Schrijftips die je op weg helpen voor Write Now! 2017

Het is avond en het wordt later en later. Het witte licht van het onbeschreven Word-document reflecteert confronterend op je gezicht. De cursor knippert ongeduldig en je vingers hangen boven het toetsenbord. Gefrustreerd loop je nog maar een keer weg van het beeldscherm in de hoop terug te keren met een lumineus idee; die tekst voor Write Now! moet er komen.

Herkenbaar? Het is niet makkelijk om een verhaal te beginnen, laat staan om het af te maken. Gelukkig heeft Write Now! een aantal gouden schrijftips verzameld om je te helpen een begin te maken, om door te zetten en om te herschrijven.

Het bedenken van een openingszin is misschien wel de moeilijkste stap in het schrijfproces. Uitstelgedrag ligt op de loer, weet ook An De Gruyter: ‘Whatever, ik doe het straks wel.’ Haar stappenplan biedt uitkomst: klaag tegen vrienden, gooi met verfrommelde proppen papier. Zucht vaak, diep en luid. Even bij de pakken neerzitten mag, maar pak daarna het tikken weer op.

Het is niet erg om rotzooi te schrijven, aldus Hanneke Hendrix. Je moet je niet van de wijs laten brengen. Sla Gekrenkt en hongerig er maar op na, Das Magazin bracht voor hun twintigste editie de verhalen bijeen die schrijvers als Connie Palmen, Adriaan van Dis en Astrid Roemer in hun jonge jaren schreven, en die hun nu het schaamrood op de kaken bezorgen. Schrijven gaat om kilometers maken, alleen zo ontwikkel je je talent.

Voel je je al wat zekerder?

Terecht! Want na uren, dagen of weken ploeteren bereik je het moment dat je een verhaal, gedicht, scenario of songtekst op papier hebt staan waar je trots op bent, en kriebelen je vingers om in te sturen. Tóch is het belangrijk om de tekst even te laten rusten en hem daarna weer met een frisse blik te bekijken. Je haalt er altijd nog wat spelfouten uit, waarschuwt Ellen Deckwitz. Lize Spit adviseert om je verhaal hardop voor te lezen. Als je tenen een beetje krommen bij die ene passage is het verstandig om dat gedeelte alsnog door te strepen. Dat is niet altijd makkelijk, maar soms is schrijven schrappen en moet je een stuk opofferen voor het grotere geheel.

Dus schrijf. Herschijf. Herhaal.

Net zo lang tot je tevreden bent, en stuur dan in. Heb zelfvertrouwen. Ontmoet mensen die het net zo spannend vinden als jij, leer van de kenners tijdens de schrijfworkshops en weet: ook jij maakt kans op een plekje op dat podium. Want zoals ook Maartje Wortel schrijft over Write Now!: ‘Het is de beste aanmoediging voor schrijvers die je je kunt bedenken.’

Write Now! is dé schrijfwedstrijd voor jongeren van 15 t/m 24 jaar in het Nederlands taalgebied. De vorm van inzending is vrij: verhaal, gedicht, column, toneeltekst, filmscenario, songtekst – alle soorten tekst zijn toegestaan! Stuur een tekst in vóór 1 april via het inschrijfformulier.

KLEI – debutant en oud student F.E. van Venetië

Je zou het kunnen proberen: leven zonder iets te willen. Geen verlangen naar geld, een mooi huis, een interessante carrière, euforisch geluk, vlammende liefde of andere lusten die je in de problemen kunnen brengen en het leven nodeloos ingewikkeld maken. Zouden we niet allemaal een knopje willen bezitten waarmee we dit instinct af en toe of zelfs voor altijd uit kunnen zetten? Een leven waarin je alleen moet zorgen voor het minimaal noodzakelijke om je dagen door te komen. Kortom, een leven met zo min mogelijk gedoe. En dat prima vinden.

En dat prima goed genoeg is.

In één van mijn verhalen heeft Max, die slechts een lichaamslengte van één meter en negenenveertig centimeter bereikte, gekozen voor een ambitieloos bestaan. Hij is gestopt met zijn studie en heeft het bijbehorende sociale leven ingeruild voor een eenvoudig solistisch bestaan. Het is zijn wens dat hier nooit iets aan veranderen zal. Niet dat hij per se enorm faalde in zijn studie maar vanzelf ging het ook niet bepaald. En andere mensen: wat moet je daar mee? Vriendschap. Seks. Houden van. Dat gaat allemaal een keer zeer doen. Dus waarom zou je er überhaupt aan beginnen? Max besluit dat ook niet meer te doen. Hij lijkt het knopje gevonden te hebben waarmee hij de -o zo- menselijke maar het leven ook zo ingewikkeld makende verlangens en driften uit kan zetten. Hij waant zich onaanraakbaar. Maar hoe groot blijkt deze desillusie wanneer hij op een dag als gevolg van een overstroming in zijn woning kennismaakt met zijn bovenbuurman. Deze ontmoeting maakt gevoelens bij hem los die hem uit zijn bunker dreigen te lokken. De vraag is of hij hier tegen opgewassen is. Wat zal hij doen?

Het is misschien een vreemde keuze van Max. Maar die ambities: waarom zou je? Nou?

Dus ik heb een boek geschreven.

Ben gedebuteerd met KLEI. Het is een bundel met vier korte verhalen. Max is het hoofdpersonage het van eerste verhaal. Het boek is in eigen beheer uitgegeven. Niet eerder heb ik iets gedaan dat me meer vrees aanjoeg dan dit. De verhalen liggen op straat, voor eenieder te lezen. Ik verstuurde een aantal persberichten en voor ik het wist stond het in drie kranten, werd ik tweemaal geïnterviewd waarvan één keer live op de radio en staat het bij diverse boekhandels in schappen. Allemaal regionaal weliswaar. Maar juist daarom is het zo griezelig, want hier kennen ze me. Als moeder, als collega, als dochter, als buurvrouw, als echtgenote. Maar niet als schrijver van verhalen.

Zijn de verhalen autobiografisch? Natuurlijk werd deze vraag gesteld tijdens de twee interviews. Daarop beantwoorde ik: nee, ze zijn volledig uit de duim gezogen. En zo is het ook.

Al hoewel, en dat heb ik nog niet verteld: er huist heus wel een stukje Max in mij. Ook ik heb ooit geprobeerd om, toen net als bij Max de lat hoog lag, alle ambities te laten varen. Wie geen verwachtingen heeft hoeft er ook geen moeite voor te doen.

Maar dat hield ik niet lang vol. Inmiddels heb ik een vol leven waarin mijn gezin de hoofdrol speelt. Ik kan niet anders dan dit leven ook helemaal zijn. Een deuk in één van mijn liefsten is een deuk in mij. Ik hoop maar dat ik er iets mooi van maak.

En dan is daar KLEI, mijn bundel dat de wereld in geslingerd werd. Toch overweeg ik soms om dit avontuur alsnog per ongeluk expres te saboteren. Net als Fred in Groentesoep met vermicelli.

Jawel, het is heel bloot allemaal.

Maar ook kicken.

Over de auteur:

F.E. van Venetië (1978) is een oud-student van de Schrijversacademie. Ze volgde de specialisatie Romans en Korte Verhalen bij Carla de Jong in Den Haag. Onlangs debuteerde ze met KLEI. Dit is een bundel met vier korte verhalen. KLEI is gepubliceerd via Brave New Books. Het boek is verkrijgbaar of te bestellen bij vrijwel alle boekhandels (ISBN: 9789402157369)

Meer weten of op de hoogte blijven? Kijk dan op: www.facebook.com/FEvanVenetie