Inspiratie overal – Nicolyn Dijkstra

“Wat vind je van mijn preiplanten? Die heb ik als kleine griffeltjes in de grond gezet en moet je nou eens kijken!” Ik kijk mijn vader enthousiast aan en vergeet helemaal om zijn zelfgekweekte groente te bewonderen. ‘Als kleine griffeltjes’, wat een prachtige beeldspraak! Houten schoolbanken, Ot en Sien, leren schrijven op een lei. Ik ben even in een andere eeuw.

Vlak na een vakantie sta ik altijd het best in contact met mijn gevoel. Als ik midden in mijn werk zit dan draai ik maar door, als een hamster in een tredmolen. Maar in de loop van een vakantie zie ik altijd heel helder wat ik belangrijk vind. Dat is het moment dat ik vooruitkijk, nadenk over waar ik sta en hoe ik verder wil.

Ik werk al bijna twintig jaar in het communicatievak, in allerlei disciplines. De laatste tijd bekroop me steeds vaker het gevoel dat ik veel van mijn tijd besteed aan de dingen die ik nou eenmaal door de jarenlange ervaring goed kan. Maar dat zijn niet per sé de dingen waar ik de meeste energie van krijg. Daarom ben ik twee maanden geleden begonnen aan de Schrijversacademie. Schrijven doe ik al langer en vind ik geweldig om te doen. Maar ik miste een lijn, kaders. Ik wil er meer mee, maar waar begin je dan? Min of meer toevallig kwam ik deze opleiding tegen en ik wist het meteen: heerlijk, ik ga nieuwe dingen leren!

De kip met kuikentjes die zich zo lekker veilig voelt in de stal van de lievelingspony van mijn dochter inspireert tot een column over mijn eigen kinderen. De vakantie van mijn vrienden naar Nevada resulteert in een blog over hun deelname aan het Burning Man Festival. Met stof op vreemde plaatsen, een beker aan hun riem en een open mind dansten ze een week lang door Black Rock City, de tijdelijke woongemeenschap die jaarlijks ontstaat in de woestijn. Een bezoek aan de schoenmaker die zijn winkel gaat sluiten, leidt tot een artikel over duurzaamheid. “Mensen laten hun schoenen niet meer maken”, verzuchtte hij, “voor een paar tientjes kopen ze liever nieuwe.” Onze wereld gaat zo ten onder aan overconsumptie, met uitputting van grondstoffen en luchtvervuiling aan de ene en een afvalprobleem aan de andere kant. Mijn paardrij-instructrice die vertelt dat ze vroeger rijles had van ene meneer Helden, die met een grote megafoon vanuit de kantine instructies naar zijn leerlingen brulde. Als je het niet goed deed, dan balkte hij: “Je hebt toch geen blubber in je laarzen?” Doodsbang was ze voor hem.

Al deze thema’s bieden haakjes voor een mooi verhaal en dagelijks raak ik meerdere keren geïnspireerd. De kaders die ik zoek, ga ik zeker vinden in deze opleiding. En voor een gebrek aan inspiratie hoef ik niet bang te zijn, die is duidelijk overal. Wat rest is een vraag aan mezelf: Over groente is natuurlijk veel te zeggen, maar wat wil ik nou eigenlijk het liefst vertellen?

Over de auteur

Nicolyn Dijkstra woont met man Robin, zoon Ruben (12) en dochter Jules (10) in Den Haag. Ze is eigenaar van HAAG communicatie & talen van waaruit ze communicatieopdrachten uitvoert voor diverse bedrijven. Ze spreekt vloeiend Spaans, Duits en Engels en brengt het liefst zo veel mogelijk tijd in Spanje door. Ze kookt graag voor vrienden en houdt van paardrijden, skiën, boeken lezen én schrijven. Ze begon in 2017 aan een opleiding aan de Schrijversacademie.

 

Titels – René Appel

De Titel

Soms heb je hem meteen, de titel voor een boek of voor een verhaal, maar een andere keer is het zoeken, brainstormen met anderen, de tekst nog een lezen, verschillende ‘kandidaat-titels’ opschrijven en dan is het eindresultaat soms nog onbevredigend. Vroeger was het makkelijk. Toen heetten romans over het algemeen naar hun hoofdpersoon. Denk bijvoorbeeld aan Ferdinand Huyck van Jacob van Lennep of Julia van Rhijnvis Feith. Een enkele keer maken tegenwoordig auteurs nog wel eens gebruik van die mogelijkheid, zoals Annie van Kees van Kooten en Joe Speedboat (een bijnaam natuurlijk) van Tommy Wieringa.

Hoofdpersoon

Een andere mogelijkheid is het ‘omschrijven’ van een van de hoofdpersoon: De asielzoeker van Arnon Grunberg, De bastaard van Manon Uphoff of zelfs met twee hoofdpersonen De dokter en het lichte meisje van Simon Vestdijk. Een belangrijke emotie, die als het ware het hele boek kleurt, kan ook als titel worden gebruikt, zoals Troost van Ronald Giphart, Brandende liefde van Jan Wolkers of Oud en eenzaam van Gerard Reve. De situatie waarin een (deel van het) verhaal zich afspeelt komt soms terug in de titel, bijvoorbeeld in W.F. Hermans’ Onder professoren, Kees van Beijnums Het verboden pad of Adriaan van Dis’ Indische duinen.

Het is natuurlijk volstrekt subjectief, maar sommige titels zijn ronduit mooi (vind ik tenminste), zoals Onder het plaveisel het moeras of Asbestemmingen, beide van A.F.Th. van der Heijden. Die laatste is natuurlijk zo fraai omdat een lezer de neiging heeft om hem in eerste instantie te lezen als: Asbest-emmingen, en niet als As-bestemmingen.

Samenstelling

Betrekkelijk recent zijn de nieuwe samenstellingen, in feite neologismen, die als titel dienen, bijvoorbeeld Schaduwkind (P

.F. Thomése), Sneeuwbeeld (Thomas van Aalten) en Lekhoofd (Haro Kraak). Vaak zijn dat termen die in het verhaal al een keer worden gebruikt, en dan bij wijze van spreken promoveren tot titel. Ook hedendaags zijn zogenaamde teksttitels, soms hele zinnen, zoals Renate Dorresteins Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor of Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend van Arjen Lubach. Maar hoezo hedendaags? kan iemand tegenwerpen. Van Louis Couperus verscheen immers in 1906 al Van oude menschen, de dingen die voorbij gaan. En om dit stukje rond te maken: hij schreef ook een beroemd boek met de naam van de hoofdpersoon als titel, Eline Vere.

Heb jij een brandende vraag voor René Appel? 25 november kan je hem stellen op de studiedag van de Schrijversacademie. Klik hier voor meer info over de studiedag. Bel 0881630088

Over de auteur:

René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie. René Appels eerste misdaadroman werd

gepubliceerd in 1987, Handicap. Daarna verschenen nog veel andere romans en korte verhalen. Vele malen werd een boek van hem genomineerd voor de Gouden strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek, en twee keer werd een boek bekroond: De derde persoon in 1991 en Zinloos geweld in 2001. Schone handen werd in 2015 succesvol verfilmd met in de hoofdrollen Thekla Reuten en Jeroen van Koningsbrugge. René Appel is ook de auteur van Spannende verhalen schrijven, over de wijze waarop schrijvers spanning kunnen aanbrengen in hun verhaal. Onlangs verscheen van hem Joyride en andere spannende verhalen 

 

Boekentips van Kathy Mathys

‘Is the time coming when I can endure to read my own writing in print without blushing – shivering and wishing to take cover?’ schreef Virginia Woolf in ‘A Writer’s Diary‘ dat ik afgelopen zomer las. Woolf is niet de enige die ervan gruwde om haar eigen woorden te herlezen. Schaamte, angst, ergernis: het zijn slechts enkele van de emoties die schrijvers overvallen wanneer ze hun werk in gedrukte vorm zien staan. Het boek van Woolf vergezelde mij op vakantie naar Frankrijk, ik heb het nog steeds niet uit, af en toe lees ik een stukje. Wat ik eruit haal? Steun. Troost. Zelfs de grote Woolf heeft dagen waarop ze maar niet stil kan blijven zitten op haar stoel. Zelfs zij is jaloers op collega’s die meer aandacht krijgen. Inspiratie, ook  die vind ik bij Woolf. Ze adviseert de aankomende schrijver om altijd te schrijven, zelfs wanneer hij niet met een concreet product bezig is. Het is een goede oefening om een dagboek bij te houden, vindt ze.

Woolf heeft het ook over wat wandelen voor haar schrijfproces betekent. De plot van haar verhalen ontstaat tijdens haar voettochten. Haar geest is vrijer, soepeler wanneer ook haar lichaam in beweging is.

Ik kan maar niet genoeg krijgen van boeken over het schrijfproces van anderen. Daarom las ik onlangs ook de biografie van John Williams. Misschien heb je zijn boek ‘Stoner‘ wel gelezen. Het werd een bestseller in Nederland en Vlaanderen. Tijdens zijn leven had Williams weinig succes. Hij deed vreselijk veel moeite om belangstelling te wekken bij uitgevers. Die vonden zijn werk niet commercieel genoeg. In ‘John Williams: De man die de perfecte roman schreef‘ van Charles J. Shields komen we niet heel dicht bij Williams. Net als de literatuurprofessor uit ‘Stoner’ blijft hij enigszins een vreemde. Toch schetst de biograaf een levendig beeld van de wereld waarin Williams leefde. De auteur van ‘Stoner’ combineerde zijn schrijverschap met lesgeven, hij doceerde aan de universiteit van Denver.

We komen te weten  dat Williams een echte planner was. Hij dacht zijn boeken volledig uit voor hij ze begon te schrijven. Hij was ook een fervent voorstander van research. Voor zijn roman ‘Augustus’ trok hij maandenlang naar het Middellandse Zeegebied. Hij wou er de geur van de aarde opsnuiven, dat zou hem helpen bij zijn roman over de beroemde Romeinse keizer.

Experimenten waren niet aan John Williams besteed. In een interview uit 1964 zei hij wat hem wel interesseerde: ‘Ik schrijf over menselijke ervaringen om ze te kunnen begrijpen en mezelf daarmee tot enige eerlijkheid te dwingen.’

Williams schreef niet autobiografisch, al gebruikte hij uiteraard elementen uit zijn leven, vooral in ‘Stoner’. Hij wilde een mens neerzetten, ingewikkelde verhaallijnen lagen hem niet. Dit zei hij daarover: ‘Neem een willekeurige man, (…) bestudeer hem zorgvuldig… Neem hem als uitgangspunt, breng hem met enige verbeelding en genegenheid op smaak – en je hebt een roman.’

Zo simpel kan het zijn. Of niet. Ontdek het tijdens je wandelingen of al schrijvend in je dagboek.

Over de auteur

Kathy Mathys is schrijfster en literair journalist voor De Standaard, en docent aan de Schrijversacademie. In 2015 verscheen haar boek ‘Smaak. Een bitterzoete verkenning‘. In februari verschijnt haar eerste roman ‘Verdwaaltijd’.

Van Aspirant naar Debutant (2) door Alice Fokkelman

In april ligt mijn thriller-debuut in de winkel. Hoe leuk is dat?
‘En hoe doe IK dat’, denk je wellicht. In een serie blogs neem ik je graag mee op mijn reis van aspirant naar debutant! Dit is het vervolg op mijn eerste blog.

‘Alice, goed bericht! We hebben je proposal uitgestuurd en meerdere uitgeverijen hebben je manuscript opgevraagd.’ Het stond er echt… Ik had al een paar keer mijn mail gecontroleerd voor nieuws van mijn literair agent en dit was het resultaat. Geweldig!
Het proposal bevatte de synopsis van het verhaal, korte beschrijvingen van de personages en van alle hoofdstukken. En een kleine bio over mijzelf, ‘de auteur’.
Het manuscript was een eerste versie, dat vermeldden we erbij.

Het grote wachten begon. Eerst kwamen de afwijzingen. Een uitgever vond het verhaal te heftig. Een ander vond het wel potentie hebben, maar niet in deze versie. Een latere versie mocht ik alsnog sturen, indien ik wilde. Gelukkig ontving ik ook uitnodigingen van uitgevers om kennis te maken.
Met de redactrice van Xander uitgevers had ik de beste klik, vond ik. Zij had mijn verhaal weergegeven in een verslag en ik zag dat ze het helemaal ‘begreep’. We praatten tijdens de kennismaking over de inhoud van het verhaal en wat het nog beter zou maken. Met haar wilde ik het boek afmaken, dat voelde ik. Maar was dat wederzijds? Opnieuw moest ik wachten, nu of haar uitgeverij een aanbod zou doen.

Dat deden ze. Nadat mijn agent en de uitgever klaar waren met onderhandelen over een paar details, tekenden we een contract, met bubbels erbij! Alle partijen blij met elkaar.

Ik liep weg van de ondertekening en stapte direct, nog gemotiveerder dan ik al was, weer achter mijn bureau om van mijn verhaal de beste versie te maken. Ik blijf mijn best doen om ieder hoofdstuk, iedere zin, ieder woord op zijn allerbest weer te geven. Het verhaal is ‘af’ maar ‘There is always room for improvement’! Ik lees alles keer op keer kritisch door en kijk wat beter kan, of het volledig is of misschien te volledig. Ik heb zelfs een nieuw, spannender eind bedacht, nu pas!

Bij de uitgever zitten ze ook niet stil. De cover van het boek is al af en de aanbiedingstekst voor de folder van de uitgever is ook geschreven. In die folder komen alle boeken te staan die volgend seizoen uitkomen. Met de redactrice van de uitgeverij heb ik een planning gemaakt; wanneer ik mijn laatste versie van het manuscript inlever, wanneer zij leest, wanneer zij feedback zal geven, wanneer mijn laatste versie wordt verwacht. Die wordt dan nog gecheckt op feiten en grammatica en dergelijke, voor de proefdruk volgt.

De cover is geweldig! Die heeft het team van de uitgever gemaakt en als mogelijke cover aan mij gepresenteerd. Ik hoefde niet eens de alternatieven te zien, want hij is beter dan ik ooit zelf had kunnen bedenken. Als ik het boek zelf zo zou zien liggen in de boekhandel, zou ik het zeker oppakken!
Ook hebben we een nieuwe titel aan het boek gegeven. De titel die ik zelf had bedacht; ‘Ongewenst gedrag’ vond de uitgeverij meer iets voor een HR-handleiding dan voor een thriller, en ik geef ze groot gelijk. De nieuwe (nog geheime) titel prikkelt, is persoonlijker en maakt nieuwsgierig…

Zijn jullie ook al nieuwsgierig?

Ik houd jullie op de hoogte!

Over de auteur:

Alice Fokkelman studeerde Engels en Nederlands aan de lerarenopleiding. In 2003 begon ze met het schrijven van korte verhalen, die lovende recensies ontvingen. Rond april 2018 komt haar thriller debuut uit bij Xander uitgevers.
Alice combineert het schrijven met een baan als Corporate Communicatie Manager.

De kleine cliffhanger – René Appel

Er hangt een man… nee, deze keer is het een vrouw aan de rand van een klif. Krampachtig houdt ze vast aan de scherpe rand van de rots, niet bij machte zich naar boven te werken. Valt ze in de diepte van het ravijn of zal ze nog worden gered? Volgende scène op een andere plaats, met andere mensen. De lezer wordt in het ongewisse gelaten over het lot van de vrouw. Een typische cliffhanger, een spanningverhogend element dat lezers ertoe aanzet om door te lezen. Ze willen immers weten wat het lot van de vrouw is.

Dit is een voorbeeld van wat ik een grote cliffhanger noem, omdat de scène van het grootste belang is voor de verdere ontwikkeling van het verhaal. Er zijn echter ook kleine cliffhangers te onderscheiden, die niet direct het effect hebben van hun grote broer, maar wel spanningsverhogend werken. Ik zal twee voorbeelden geven uit de eerste roman van Elizabeth Strout, Amy and Isabelle, over de problematische relatie tussen Isabelle en haar zestienjarige dochter Amy (Lees van Elizabeth Strout overigens vooral het geweldige Olive Kitteridge, waar ook een tv-serie van is gemaakt met in de hoofdrol Frances McDormand, vooral bekend als de politievrouw uit Fargo).

Amy krijgt een telefoontje van haar vriendin Stacy, dat half en half wordt afgeluisterd door haar moeder. Op een gegeven moment zegt Amy: ‘Nee, ik heb het haar nog niet verteld.’ En dat is het. De lezer vermoedt dat ‘haar’ slaat op Isabelle, maar wat ‘het’ is, blijft vooralsnog een raadsel, dat enkele pagina’s later trouwens wordt opgelost (Stacy, ook 16 jaar) is zwanger.

Iets verderop in het boek staat de volgende passage als Amy een vlek ziet op een raam. ‘Maar voor Amy was de vlek een herinnering, een soort pijnlijke vriend, want in Amy’s herinnering was hij afgelopen winter verschenen, in januari, de avond voor ze mr. Robertson ontmoette.’ Hierna volgt een regel wit, en de volgende alinea begint met ‘Ze had het niet leuk gevonden om naar school te gaan…’ De lezer vermoedt dat er met die mr. Robertson iets aan de hand is, maar de schrijver wacht enkele pagina’s voor ze aan die nieuwsgierigheid tegemoet komt.

Zomaar twee voorbeelden van kleine cliffhangers, een stukje ‘gereedschap’ waar elke schrijver baat bij kan hebben.

Heb jij een brandende vraag voor René Appel? 25 november kan je hem stellen op de studiedag van de Schrijversacademie. Klik hier voor meer info over de studiedag.

Over de auteur:

René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie. René Appels eerste misdaadroman werd

gepubliceerd in 1987, Handicap. Daarna verschenen nog veel andere romans en korte verhalen. Vele malen werd een boek van hem genomineerd voor de Gouden strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek, en twee keer werd een boek bekroond: De derde persoon in 1991 en Zinloos geweld in 2001. Schone handen werd in 2015 succesvol verfilmd met in de hoofdrollen Thekla Reuten en Jeroen van Koningsbrugge. René Appel is ook de auteur van Spannende verhalen schrijven, over de wijze waarop schrijvers spanning kunnen aanbrengen in hun verhaal. Onlangs verscheen van hem Joyride en andere spannende verhalen 

 

 

Vakantiepret in het Oostblok – Manna Mulder

Vlak voor de zomervakantie beëindigde Manna Mulder de module Romans en korte verhalen bij Emile Hollman (Boek: Zilver en Antraciet). Op een terras bij Bäckerei Emill Reimann in Dresden wordt zij aan hem herinnerd.

Vakantiepret in het Oostblok

Na een hoop gehakketak waren we er uit:  Paardrijden in Tsjechië .

Op naar de Oostblok, waar ‘mama vroeger graag naar toe ging.’  Odé, de oudste dochter, en de tweeling Enzo, en Jodé, respectievelijk zoon en dochter, en Rudi het hondje. Vader hield het voor gezien na dertig jaar vakantie, auto in-en uitpakken. Vader ging lekker thuis vakantie vieren, en werken.

Na het passeren van de Tsjechische grens trokken alle denkbare wolken samen en stortte zich leeg boven het land. Wij reden stug door, op weg naar de eerste halteplek, het buitenverblijf van mijn vriendin sinds éénenveertig jaar. Wij hadden elkaar lang niet gezien. Onderweg ontvingen wij een sms dat haar wc het begeven had, we konden onze boodschap achterlaten in een Tsjechische Dixie, op het centrale dorpsplein, maar wel vóór 19 uur.

Te laat.

Bij haar aangekomen werd ons verblijf opgevrolijkt door naast een niet werkende wc ook een niet werkende kraan en verlichting via stekkerblok naar stekkerblok. De tand des tijds had niet alleen aan ons geknaagd maar ook aan het huisje. Desalniettemin was het verblijf fijn. Het uitzicht op het stuwmeer prachtig, en de lucht trok in de volgende dagen open.

De volgende stop was de paardenboerderij, een tóp plek van een Nederlands echtpaar dat negen jaar geleden hun eigen ‘Ik vertrek’ in de praktijk bracht. Een prachtige hoeve in Bohemen waar de kinderen hun hart ophaalden door de ene dag op Winny en de volgende dag op Sjonnie te rijden.

Zij stond in de bak ofwel in een zomers topje, of in een Unce upon a time in the west-kostuum. Niet als verkleedpartij, puur praktisch. Hij verzorgde vol liefde de ontbijtjes. De kinderen reden dat het aard had. Altijd met zijn drieën en soms met nog een onbekende erbij. Als kleine kinderen genoten ze van hun eigen ponykamp. Ze mochten zelfs de bossen in en zo zag ik ze in de verte verdwijnen, als cowboys, in een trage tred tussen de bomen door. Voor de laatste week had ik een mooi sanatorium ontdekt in Zuid Polen. En in tegenstelling tot mijn verwachting dat het oud zou zijn, was het spiksplinter nieuw.

Niet eens af zelfs.

We meldden ons bij de receptie en werden opgevangen door een alleen Pools sprekende receptioniste van een jaar of vijftig in hotpants, zwaar opgemaakt en met een te strak bloesje aan. Met handen en voeten verkregen wij de benodigde informatie.

Omdat wij met zijn vieren waren, hadden we twee kamers en moesten een verdeling aanbrengen wie met moeder op de kamer moest slapen. Na tossen werd het Enzo. Met een lang gezicht nam hij zijn intrek. Daarna daalden wij af naar de kelder om tot etenstijd van het zwemparadijs in het hotel gebruik te maken. Een langgerekt zwembad met zachte opgekrulde plastic tafelkleedbekleding en een zwarte vetrand langs de waterspiegel. Een bubbelbad dat de hele badruimte verlichtte samen met het licht dat door de glazen parterrevloer van het hotel scheen.

We badderden wat.

Om halfzes betraden wij het eetwalhalla. Tientallen mensen, overwegend boven de zeventig en Russisch, Pools of Duits, liepen af en aan langs het buffet en schepten hun borden torenhoog op.  Het was hilarisch. Wij aten niet alleen met onze mond, maar ook met onze ogen. Ik waande me in een Fellini-film.

Een gevoel van ‘oude tijden herleven’ overviel mij. En rust gaf het. Mijn kinderen dachten daar heel anders over. En na ons vertrek en een bezoek aan nog een Pools, vervallen, hotel hadden zij het wel gezien. We kortten de vakantie in en met ‘gierende banden’, zoals Odé het noemde, scheurden wij westwaarts, het Westblok in, op naar Dresden.

En daar zit ik dan, An der Frauenplatz, wachtend op mijn shoppende kinderen aan een kopje koffie.  Gadegeslagen door een strenge mus, naast de opdruk opmijn kopje, Emile Hollman. Lees ik het goed?Ik kijk nogmaals…Emill Reimann.

Over de auteur:

Manna heet ik, geboren midden jaren vijftig in deze hoofdstad uit een journalist als vader en een verpleegster als moeder. Inmiddels wees. Zelf moeder van een behoorlijk gezin, echtgenote. Ex-leerkracht. Reeds anderhalf jaar blije student aan deze opleiding bij de Schrijversacademie, met gelukkig nog een aantal modules in het verschiet! Schrijven geeft mij rust.

blogfoto-schrijversacademie-oktober-2016

Hoe doe je dat eigenlijk, schrijven? – Anne Ruhl

Hoe doe je dat eigenlijk, schrijven?

Ik heb ondervonden hoe het niet werkt.

SOG (schrijf ontwijkend gedrag)

Blinkend en streeploos schoon. Iedere keer wanneer ik tijd vrij maakte om te schrijven, werd mijn huis ineens heel schoon. De stofzuiger ging aan, alle keukenkastjes moesten beter ingedeeld worden en de badkamer kalkvrij maken leek van levensbelang. Na een tijdje zwoegen stond er nog geen letter op papier. De huishouddiva die zich had ontpopt, was mijn grootste schrijfvijand. Dit kon zo niet langer. In mei 2017 wilde ik mijn kinderboek met 30.000 woorden af hebben. Het leven van mevrouw Stip speelde zich af in mijn hoofd, maar kwam op deze manier nooit op papier. Van een schoon huis werd ik niet blij. De belevenissen van Stip en Roeltje stapelden zich op en iedere dag dat ik die niet opschreef werd ik gefrustreerder. Er waren drastischere maatregelen nodig.

Daar kwamen een strak schema, een I.L. (ideale lezer) met zweep en een woordentellend-programma op internet bij kijken.

Hoe ik wel los ging met de verhalen:

Strak schema

Mijn nieuwe indeling hield in dat ik op maandag- en dinsdagavond moest schrijven. Na mijn werk, tussen het koken en de hond uitlaten door. Op vrijdag een hele dag schrijven en op zaterdag en zondag een dagdeel. De stofzuiger mocht alleen maar komen kijken als je de vloer echt niet meer kon zien en de hond -het arme beest- moest zijn plasje ophouden.

I.L.

Tijdens de kinderboekenspecialisatie die ik volgde bij Jowi Schmitz mochten we allemaal werken aan ons eigen verhaal. Stephen King geeft als tip om je ideale lezer voor je te zien als je schrijft. Als ik een verhaaltje af had, stuurde ik een geprinte versie op aan Nicole, mijn fantastische I.L. Zij was heel erg enthousiast en overtuigd dat het goede verhalen waren en ze kwam met leuke aanpassingen en met verbeteringen.

Vorderingen bijhouden

Met mijn nieuw bedachte schema had ik het plan om elke week zeker twee hoofdstukken te schrijven en op Pacemaker had ik mijn doel om 30.000 woorden af te hebben in mei ingevoerd. Ik ging hard aan het werk met mevrouw Stip en Roeltje. Iedere keer als ik een gebeurtenis bedacht, schreef ik dat op een klein gekleurd papiertje en plakte ik het boven m’n bureau. Het uitwerken ervan deed ik tijdens mijn ma-di-vr-za-zo-regime.

Gek genoeg kwamen er steeds meer mensen in mijn verhalen bij. Of ik wilde of niet, ze drongen zich op. Ik was gestart met keurige mevrouw Stip en haar chaotische zus Roeltje. Maar al snel kwam Frederik erbij, de zoon van mevrouw Stip. Niet als baby, gewoon meteen een jongetje van zeven. Dat kan als je schrijft. Een moeilijke oma en een veel te charmante man erbij, klaar.

Het begin van het eind

Een van de opdrachten was dat je tien verschillende eindes aan je verhaal moest bedenken en ik heb daar vier versies van uitgewerkt. Het beste eind had ik dus al geschreven voordat de rest van het boek klaar was. Ik had wel losse verhalen, maar nog geen grote lijn. Doordat het einde klaar was, kon ik met meer focus aan de ontbrekende stukken werken. Er moest wel spanning komen, mensen moeten je boek wel uit willen lezen. Ik bedacht dat er aan het eind een grote schoonmaakwedstrijd plaatsvindt. En er moest een man in komen met foute bedoelingen. Het hele boek werkt mevrouw Stip aan haar uitvindingen voor de wedstrijd en als ze zeker weet dat ze gaat winnen, loopt alles in de soep. Zonder nog te veel te verklappen.

mijn vorderingen in februari

 

 

 

 

Over de auteur:

Anne Ruhl woont in Haarlem met haar man en Italiaans windhondje. Als ontspanning leert ze Scandinavische talen. Op vakantie neemt ze uit ieder land een bijzondere theedoek mee die ze vervolgens nooit gebruikt, maar wel ophangt om mooi te zijn. In het najaar van 2015 startte ze met de Schrijversacademie om naast haar werk als leerkracht haar talenten verder te ontwikkelen. Op dit moment is ze druk bezig met het schrijven van haar eerste boek. Mevrouw Stip en Roeltje zal in januari 2018 uitkomen bij Buddy Books.

 

Aan de slag als auteur – Willie Lek

Als zélfs de weergoden goed gezind zijn, moet het vandaag een geweldige dag worden, mijmer ik in de trein, terwijl in de lome ochtendmist koeien en kalveren voorbij razen en grazen.

In Utrecht loop ik richting de Dom, makkelijk zat, die torent overal boven uit. Mariaplaats 14, daar moet ik zijn. Ik had het adres thuis gegoogeld, maar in het echt geloof ik mijn ogen niet. Komt het door de stadse stilte in dit vroege uur of gewoon door de kleur van de herfst, dat ik een beetje beduusd ben? Is het in dít het pand waar ik vandaag luister, leer en vragen kan stellen? Wauh.

Natuurlijk, een pand met cachet garandeert niet dat ik ook werkelijk iets opsteek. Dat de koffie van goede kwaliteit is, de spritsen naar roomboter smaken, de stapel vegetarische broodjes zijn weerga niet kent, de kroonluchters sprankelen, de fauteuils uit Engelse bibliotheken zijn gehaald, de boekenkasten tot een immens hoog plafond rijken: dat wil, nogmaals, allemaal niets zeggen over de inhoud van deze dag.
Totdat ik luisterde naar de aanstekelijke zinnen van Roos Schlikker, met een ondertoon die er niet om loog.

Er was een interview met Jaap Robben. Ooit kocht ik een van zijn eerste bundels, Zullen we een bos beginnen’, toen hij in 2008, tussen gordijnen in een Amsterdamse huiskamer, optrad. Een recensent van de Volkskrant schreef destijds: ‘Nieuwkomer Jaap Robben stelt van die prikkelende vragen die kinderlijk concreet en filosofisch tegelijk zijn. (…) Deze jonge dichter belooft wel wat, maar is er nog niet.’ Nu is hij een gevierd schrijver, zijn innemendheid is gebleven.
Ik volgde twee masterclasses. Hieke Jans, scenarioschrijfster, boeide een uur lang. GTST, zomaar een soap? Het woord ‘research’ werd met hoofdletters uitgesproken.
Remco Volkers vertelde in zachte, bedekte termen hoe we ons product kunnen ‘pitchen’.
‘Kun je een pitch bedenken voor het verhaal van Roodkapje?’

‘Hoe een ruikertje bloemen leidde tot een moordzaak’, misschien?
Ten slotte een paneldiscussie: een uitgever, een boekinkoper, de literair agent. Niet zoveel nieuws onder de kroonluchters: ga naar een boekenwinkel, koop weinig van de boekentoptien, schrijf secuur, lees breed, luister naar je uitgever en maak netwerken. Wel leuk om Grote Namen in het echt te zien. Terug in de trein zag ik weer de koetjes en kalfjes. Gelukkig maar, want er kon niets meer bij in mijn verzadigde hoofd.

Over de Auteur:

Willie Lek is student aan de Schrijversacademie en start in oktober met de eerste module. Het schrijven zit in ’t bloed, haar moeder heeft haar de liefde voor taal meegegeven. Ze groeide op, was de jongste van acht kinderen, in een druk gezin. Natuurlijk kwam ze daar niet makkelijk aan het woord, dan was schrijven dé manier om te zeggen wat ze duidelijk wilde maken. Zo is het gekomen, door moeder en de ‘Benjamin’ zijn.

Nu, járen, járen later is schrijven, naast hobby, ook een manier om haar gedachten vorm te geven. Het is niet de eerste cursus die zij volgt, zij reisde een jaar naar Amsterdam en een schrijfweek op Terschelling leverde haar eerste (autobiografische) boek op, “Druppelsgewijs”, hoe het leven in een klein dorp, in de jaren ’50 druppelsgewijs veranderde.

Waarom nu naar de Schrijversacademie?

‘Omdat schrijven een voortdurend proces is, en ik behoefte heb aan collega’s, nieuwe inzichten, nieuwe ideeën. Gezocht in het woud van aanbieders, de Schrijversacademie leek (lijkt!) het best bij mij te passen.’


Om professioneel aan de slag te kunnen met schrijven organiseren we vier keer per jaar een studiedag met masterclasses van mensen uit de schrijverswereld. Wil je ook een keer naar de studiedag komen? Klik dan hier.

Benieuwd naar de foto’s?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van Aspirant naar Debutant – Alice Fokkelman

In april ligt mijn thriller-debuut in de winkel. Hoe leuk is dat? ‘En hoe doe IK dat’, denk je wellicht. Ik neem je graag mee op mijn reis van aspirant naar debutant!

Schrijfdag

‘Maak kennis met een literair agent’. Het was een van de workshops tijdens de schrijfdag van de schrijversacademie. Leuk om te weten wat zo iemand doet, toch? Na de workshop sprak ik de agent en ze vroeg me of ik schrijf.
‘Ik schreef’ was mijn eerlijke antwoord. Jaren daarvoor was ik, naar aanleiding van een serie prijswinnende korte verhalen, benaderd door een uitgever voor het schrijven van een roman maar het ‘echte’ leven met mijn baan en gezin slokte me op. Het enige dat ik nog schreef waren artikelen voor mijn werk en boodschappenlijstjes thuis.

‘Heb je wel een idee voor een roman?’ vroeg de agent. Ik vertelde haar dat ik eigenlijk al mijn halve leven met een idee rondloop, gebaseerd op mijn eigen leven. Want; schrijven doe ik het liefst over iets dat dicht bij me staat, dat wordt vaak ‘de innerlijke noodzaak’ genoemd: het verhaal moet verteld.

De Literair Agent

De agent was benieuwd. Ik stuurde haar die week nog een synopsis en eerste hoofdstuk. Beide schreef ik de avond na de schrijfdag. Mijn man vroeg me wat ik aan het doen was. ‘Oh, ik schrijf een boek’ was mijn antwoord, waarop hij verbaasd uitriep dat hij niet wist dat ik weer aan het schrijven was. ‘Ja eh… ik geloof het wel’ , zei ik dus maar, en typte verder. Ik stuurde het op en wachtte af. Heel kort, want ik kreeg meteen een reactie. Of ik langs wilde komen. Dat was het begin van het schrijfproces dat geleid heeft tot een manuscript en binnenkort een boek zal zijn, dat rond april 2018 in de winkel ligt.

Iedere zes weken stuurde ik wat ik geschreven had naar mijn agent en vervolgens ging ik langs en bespraken we de ontwikkelingen. Die deadlines waren op mijn eigen verzoek. Ik vind het prettig om enigszins onder druk te werken, anders is het ’s avonds al snel; ‘Hallo Netflix…’

Mijn agent had een heel goed beeld bij mijn verhaal en haar op- en aanmerkingen hebben het verhaal zeker verbeterd. Daarnaast vond ik het ook gewoon leuk om met iemand over de personages, die verder alleen in mijn hoofd leefden, te kunnen praten.

Ging het dus allemaal alleen maar als een zonnetje? Nee…
Ik was gewend korte verhalen te schrijven, zo rond de 1500 woorden. Eén verhaallijn. Daarbij is de kunst zoveel mogelijk te zeggen in weinig woorden. Schrappen dus. Bij deze roman moest ik me richten op zo’n 50.000 woorden, verschillende verhaallijnen, flashbacks… Ik vond het lastig. Hoe houd ik overzicht? Hoe krijg ik alles bij elkaar?
Ik werkte met uitgewerkte karakterschetsen voor al mijn personages. Ik interviewde ze zelfs om ze beter te leren kennen. Dat staat niet allemaal in het verhaal, maar het sijpelt er wel in door.
Zo kreeg ieder personage een eigen stem. Hoe ik ze een dak boven hun hoofd gaf bij een uitgever lees je in mijn volgende blog!

Over de auteur

Alice Fokkelman studeerde Engels en Nederlands aan de lerarenopleiding. In 2003 begon ze met het schrijven van korte verhalen, die lovende recensies ontvingen. Rond april 2018 komt haar thriller debuut uit bij Xander uitgevers. Alice combineert het schrijven met een baan als Corporate Communicatie Manager.

 

 

 

 

 

 

Ultiem geluk : schrijfdocent Peter van Beek

Ik ben verslaafd aan autorijden in mijn klassieke Volvo P121, ook wel Amazon genoemd. De Volvo uit 1968 is inmiddels een dame van bijna vijftig jaar oud. Ze oogt echter nog altijd strak.  Dat vraagt technisch en cosmetisch onderhoud. Gelukkig helpt de reiAfbeeldingsresultaat voor Volvo P 121 donkerblauwskostenvergoeding van de Schrijversacademie om de auto in goede staat op de weg te houden. Ik rijd voor de Schrijversacademie immers het hele land door.

De Amazon staat regelmatig te pronken in de Kerkstraat in Den Haag, in een parkeergarage op Zeeburg in Amsterdam of op de parkeerplaats van het Dominikanerklooster in Zwolle. Ook Groningen, Rotterdam en Utrecht  bezoek ik regelmatig om les te geven. Soms heb ik een ochtendsessie in Utrecht en rijd ik daarna door naar Groningen. Dat zijn de mooiste dagen van mijn leven. Op zo’n dag toer ik een gelukzalige 500 km.

Alles bij elkaar tuf ik meer dan 10.000 km per jaar voor de Schrijversacademie. Ik doe dat graag, want ik vind niets aantrekkelijker dan in mijn Volvo rijden, behalve uiteraard het lesgeven aan de studenten van de Schrijversacademie. Dat is nog boeiender.  Ik ben een gezegend mens:  de Schrijversacademie zorgt ervoor dat mijn verslaving aan autorijden op peil blijft én vraagt mij overal in het land les te geven. Die combinatie is voor mij het ultieme geluk.

Over de Auteur

Schrijfdocent Peter van Beek (1958) heeft een ruime onderwijservaring in het voortgezet en hoger beroepsonderwijs. Daarnaast schreef hij vele interviews met auteurs en human-interest-artikelen voor de dag- en weekbladen. Voor de interviews maakte hij zelf de fotoportretten.

Peter van Beek heeft drie thrillers geschreven: Drift, Moordeiland en Zondvloed. In mei 2018 verschijnt zijn nieuwste boek: Slagzee.