Taxi voor de heer Roozeboom – Mascha Gesthuizen

Vol spanning wacht ik op het antwoord van mijn uitgever. De titel van mijn boek staat op het punt om geboren te worden. Wat goed om te zeggen, trouwens:

‘Mijn Uitgever.’

Ik zie mezelf nog zitten in de stoel van de therapeut. Uitkijkend op al die boeken achter hem, keurig recht in de schappen. Een belezen man. Daarin herkenden we elkaar. Omdat ik me schrijvend gemakkelijker uit, hielden we er naast onze gesprekken een hele correspondentie op na. Op een dag vroeg hij wat ik wilde en ik zei:

‘Een boek schrijven.’

Zonder omhaal antwoordde hij:

‘Moet je doen. Dat kun je.’ Ik was totaal verbouwereerd.

Het zaadje was geplant. Maar als het moest, moest het goed. Niet halsoverkop.

Dat kan ik niet, halsoverkop. Ik ben meer van gedegen voorbereiden.

Dus sprak ik met mezelf af: Het boek dat ik schrijf, wordt uitgegeven. De lat moet vooral niet laag.

Iets van uitleg of onderricht leek cruciaal. Als je ‘Schrijfopleiding’ invoert bij Google, krijg je 30.700 resultaten. De toevoeging ‘Arnhem’ reduceert dat gelukkig tot 815 resultaten. Daartussen was de Schrijversacademie  snel gevonden. Zes dagen later begon de opleiding in Velp.

Eenmaal gestart met het schrijven van mijn boek, vlogen de woorden mijn vingers uit als een nooit uitgeput rakende snelkookpan die eindelijk zijn stoom mag afblazen. Het werd tijd werk te maken van een uitgever.

Meestal is het niet in een keer raak. De literair agent die ik sprak op de studiedag van de Schrijversacademie en had weten te interesseren voor mijn verhaal, haakte na het lezen van een stuk van mijn manuscript af, omdat het ‘zijn type boek’ niet was. Het grotere agentenbureau waar hij me naar doorverwees, volstond met een door een stagiair geschreven afwijzing ‘het past niet in ons fonds en zoals voor ons te doen gebruikelijk lichten we dit niet toe.’ Ik had na deze debacles geen idee hoe verder.

Gelukkig kwam de taxi van Marcel Roozeboom op tijd. Op een Uitgeversdag in Baarn had ik hem juist mijn hand toegestoken en met meer bibbers dan bravoure mijn naam gezegd. De taxichauffeur riep nog een keer luid de ruimte in niet te wachten. De heer Roozeboom stapte op de taxichauffeur af en ik had het nakijken.

‘Daar gaat mijn boekpitch,’ dacht ik. Ik werd me bewust van mijn zweterige oksels en slappe knieën en draaide me om, klaar om af te druipen.

Nog eenmaal keek ik over mijn schouder. Breed lachend kwam hij mijn kant weer op.

‘Zo, waar waren we? Je had je net voorgesteld. Mascha.’ Wat volgde was een van hot naar her gesprek dat alle regels van een goede boekpitch schond. Aan het eind grabbelde hij in de zak van zijn colbert en overhandigde me het felbegeerde visitekaartje. Warmte golfde door me heen. Dit was het begin!

De volgende dag mailde ik, zoals afgesproken, mijn boekvoorstel, met, natuurlijk, een haakje naar de taxi.

De titel van mijn boek staat op het punt geboren te worden. En zoals afgesproken, volgt mijn boek later dit jaar.

Over de auteur

Mascha Gesthuizen (48) werd geboren in een klein dorp aan de Waal. Terwijl ze langs de oever fietste op weg naar school, verzon zij al verhalen.

Mascha werkte tot 2014 als huisarts in haar eigen praktijk in de Achterhoek. Daarna startte zij met een opleiding aan de Schrijversacademie. Regelmatig trekt zij met haar honden het bos in om met een scherpe verhaallijn of een bijzonder plot thuis weer achter haar computer te kruipen en haar teksten uit haar vingers te laten glijden.

Thans werkt zij aan haar debuutroman die door Futuro Uitgevers uitgebracht zal worden.

Het doorslaggevende belang van de eerste stap – een schrijftip van De Boekenfluisteraar

Een schrijftip van De Boekenfluisteraar

De oeroude wijsheid Bezint eer ge begint is natuurlijk een open deur van jewelste. Desondanks merk ik vaak dat onervaren schrijvers het doorslaggevende belang van de eerste stap onderschatten. En die eerste stap is niet: vandaag beginnen met schrijven. De eerste stap is het formuleren van je boekconcept: zorgvuldig bedenken wat je wilt gaan schrijven en hoe je dat gaat doen. Met name voor schrijvers van nonfictie is het een absolute aanrader om vooraf al grondig na te denken over de conceptuele uitgangspunten en mogelijkheden van hun verhaal.

Dat is niet eenvoudig. Onder meer houdt het enige concurrentie-analyse in, en het bestuderen van voorbeelden. Een goed boekconcept brengt mogelijkheden in kaart, waaruit je de juiste keuzes kunt maken voordat je begint met schrijven. Je wilt je verhaal op de best mogelijke manier vertellen, en vaak is er meer mogelijk dan je in eerste instantie had bedacht.

Ook bij publicatie is een sterk onderliggend concept van belang. Een uitgever of literair agent ziet het direct als een boekconcept niet goed overwogen is. Dat geldt ook omgekeerd: een manuscript waar in de conceptfase wél goed over is nagedacht trekt meteen de aandacht in positieve zin.

Hoe je een goed boekconcept maakt is niet even snel uit te leggen. Voor uitgebreider advies daarover verwijs ik je graag naar mijn boek Succes met je boek!  Maar een belangrijke tip kan ik je hier wel vast geven: blijf altijd focussen op de essentie. Ook dat lijkt heel vanzelfsprekend, maar is nog knap lastig om in de praktijk te brengen. Focus in de conceptfase van je boek (en ook in het latere schrijfproces) dwingt je tot het maken van keuzes.

Door gebrek aan focus in de conceptfase blijven noodzakelijke keuzes en alternatieve mogelijkheden buiten beeld. Bij het schrijven of redigeren van je tekst komt er dan later onvermijdelijk een moment waarop zich dat wreekt. En achteraf nog conceptueel moeten bijsturen kan een langdurig en pijnlijk proces zijn. Het kan bijvoorbeeld blijken dat een betoog op meerdere gedachten hinkt of dat hoofd- en bijzaken door elkaar lopen. Of dat verwachtingen of kennisniveau van lezers niet goed zijn ingeschat, wat bij hen verwarring en irritatie oproept. Toon en stijl kunnen niet voldoende aansluiten bij het onderwerp of bij de doelgroep. Er zijn talloze manieren waarop een (nonfictie-)schrijver de mist in kan gaan, en veel daarvan kun je voorkomen met een goed doordacht boekconcept.

Een weloverwogen boekconcept daarentegen heeft louter voordelen. Je formuleert doelen, brengt valkuilen en mogelijkheden in kaart en identificeert belangrijke keuzes voor het latere schrijfproces. Het brengt logica en helderheid in je plannen en maakt dat je die sneller en efficiënter kunt uitvoeren. Bij het schrijven zorgt het ervoor dat je door de bomen het bos blijft zien. Ik wil maar zeggen: hoe meer je bezint eer je begint, des te beter zal het resultaat zijn. Succes met je boek!

Over de auteur:

Na een lange loopbaan als redacteur en uitgever richtte Maarten Carbo in 2012 De Boekenfluisteraar op. In dat jaar verscheen ook zijn boek Succes met je boek! vol met tips en trucs voor schrijvers, waarvan onlangs de derde druk uitkwam. Sindsdien is het team uitgebreid met schrijfster Danielle Hermans en journalist Hans Bouman. Vanuit hun gecombineerde ervaring en deskundigheid bieden zij hulp bij alle soorten problemen die je kunt tegenkomen bij het opzetten, schrijven en publiceren van je boek.

Wil je een keer speeddaten met Maarten? Kom naar de studiedag op 17 maart 2018 in Utrecht!

 

Het beste verjaardagscadeau ooit – Anne Ruhl

‘Wat gaan we doen? Waar gaan we heen?’ Vol verwachting kijk ik naar mijn man die geheimzinnig glimlacht terwijl hij de route intoetst. Voor mijn verjaardag krijg ik vandaag een verrassing. Ik zie mezelf al 7 gangen koken onder toeziend oog van een bekende chef of in een luchtballon boven Nederland zweven, maar bij alles wat ik raad zegt hij steevast nee. Tussen neus en lippen door had hij gezegd dat ik misschien wel een paar verhaaltjes mee moet nemen. Wat kan ik daarmee? Dat dient vast als afleiding.

We parkeren voor de deur van een bedrijvencomplex. Met zweethanden en klotsende oksels sta ik voor het gebouw met verschillende borden op de gevel. Is het dan misschien…? Ik durf het niet eens te denken. Het zal toch niet De Boer illustraties zijn?

‘Naar welk nummer moeten we? Die misschien?’ Ik tik op hét naambordje en kijk mijn man stralend aan terwijl hij knikt.
Ik wil naar binnen rennen, maar beheers me zoals mevrouw Stip zou doen. Keurig stel ik mezelf voor en geef ik mijn helden een hand.

Ik krijg een illustratie cadeau van Leontine en Michel de Boer deboerillustraties / uitgeverij buddybooks.nl. Ik ben een superfan van hun werk. Vooral van het boek Edje Eipetje, bol.com/nl/p/prins-eduardus-edje-eipetje/9200000045801960/ dat ik echt fantastisch vind.

‘Kijk, dit is mooi getekend, en zie je die haai? En deze bladzijde kun je ook zo draaien. Leuk hè, leuk hè, leuk hè? Oh, en dit is echt grappig.’

‘Zo, wat ben je druk zeg.’

‘Zucht… ooit wil ik ook zo’n mooi boek schrijven.’

Mijn originele man heeft contact gezocht met Leontine en Michel om te vragen of zij een tekening van mevrouw Stip willen maken.

Een tekening is fantastisch, veel beter dan 7 gangen koken of vliegen, maar het allermooiste is dat mijn verhaal nu echt wordt. Mevrouw Stip, Roeltje en Frederik krijgen een gezicht en een huis. En ik krijg die prachtige illustratie boven mijn bureau. Dit is mijn grote droom, uiteraard het liefst samen met mijn verhalen in een kinderboek.

Leontine laat haar illustraties op de computer zien. Ik kijk verliefd naar het beeldscherm. Tegen Leontine ratel ik als Roeltje over mijn personages en Michel leest ondertussen mijn verhaaltjes door.

‘Mevrouw Stip is heel keurig. Ze is overdreven netjes. En haar zus is een chaoot en een kluns,’ ondertitel ik, ‘Had ik al gezegd dat mevrouw Stip heel keurig is? Ze doet schoonmaakuitvindingen.’

Michel zegt af en toe dat hij de verhalen heel goed vindt en vraagt me of ik al een uitgever op het oog heb. Daar lach ik even om en ga weer verder over de raadselachtige Max die zich als redder opwerpt, maar is hij wel te vertrouwen?

Blij stap ik weer in de auto. Ik hou nóg een beetje meer van mijn man.

‘Hiep, hiep, hiep… ik trakteer vandaag op tompoezen, want ik heb iets te vieren.’ Met twee dozen vol gebak ren ik de bibliotheek in. Tegen mijn medestudenten schep ik op over mijn cadeau. Het is alweer de laatste les van de kinderboekenspecialisatie van de Schrijversacademie. Samen met onze juf Jowi Schmitz maken we een pact; wij gaan kinderboeken schrijven en de wereld veroveren. Niets zal ons van dat doel af kunnen houden. We noemen onszelf in het geheim ‘De Tompoezen’ en we eten nog een gebakje om dat te verzegelen.

 

 

 

 

 

Een paar dagen later krijg ik de mail die alles op z’n kop zet.

‘Vind je het leuk als we je manuscript uitgeven?’

Dat vraagteken hoeft er echt niet achter.

In mijn stippenoutfit zit ik op de bank te wachten tot mijn man thuis komt.
‘Je moet even in de koelkast kijken.’

‘Alweer tompoezen? Ben ik iets verg…?’

Ik lees de mail van Buddy Books op plechtige toon voor. Samen doen we een dansje in de keuken. Mevrouw Stip zou zich een hoedje sc

hamen. 

Over de auteur:

Anne Ruhl woont in Nieuw-Vennep met haar man en Italiaans windhondje. Als ontspanning leert ze Scandinavische talen. Op vakantie neemt ze uit ieder land een bijzondere theedoek mee die ze vervolgens nooit gebruikt, maar wel ophangt om mooi te zijn. In het najaar van 2015 startte ze met de Schrijversacademie om naast haar werk als leerkracht haar talenten verder te ontwikkelen. Op dit moment is ze druk bezig met het schrijven van haar eerste boek. Mevrouw Stip en Roeltje zal in mei 2018 uitkomen bij Buddy Books.

Je verhaal is af. Hoe nu verder? – Kathy Mathys

‘Je zal wel opgelucht zijn.’ Dat zijn de woorden die ik het vaakst te horen krijgt, wanneer ik vertel dat mijn tweede boek af is. Over minder dan drie weken zal ik het eerste exemplaar thuis ontvangen en begin februari ligt Verdwaaltijd in de winkel. Opluchting? Niet echt. Onwennigheid, nervositeit, dat wel. Het zijn nooit schrijvers die spreken van opluchting. Die stellen me andere vragen: of het nog gaat met de zenuwen. Of ik al met iets nieuws ben begonnen.

Ik mail naar een collega die in dezelfde fase zit als ik. Haar nieuwe roman verschijnt ook over enkele weken. Ik vraag haar hoe ze omgaat met de stress en de onzekerheid omtrent de ontvangst. Ze antwoordt dat ze een stresspiek verwacht over enkele weken, dat ze weet dat enkel een nieuw project diezelfde stress op afstand kan houden. Toch lukt het haar niet om een naadloze overgang te maken tussen twee boeken. Nochtans heeft ze meer dan voldoende vertelstof.

Ook ik heb ideeën zat. Ik ben zelfs al aan een nieuwe roman begonnen, ergens in de maand november. Ik was het gepriegel op de vierkante centimeter – onvermijdelijk aan het eind van het schrijfproces – beu en wilde een groter gebaar maken. J.M. Coetzee schreef eens in een stuk voor de Guardian dat je beter pas aan een nieuw project begint wanneer iets volledig af is. Daar valt uiteraard iets voor te zeggen. Zo vermijd je dat je aan het eind met vijf halve verhalen zit. Toch dreigt er een ander gevaar: dat van het zwarte gat na afronding.

Voor de Vlaamse krant De Standaard interview ik al jaren Angelsaksische auteurs. Ik vraag hen dikwijls naar hun schrijfproces. Lydia Davis, schrijfster van korte verhalen, vertelde me over haar map met aanzetten, flarden, zinnen. Zij zal nooit zonder verhaalstof vallen. Lauren Groff, schrijfster van de roman Furie en fortuin werkt het liefst aan twee boeken tegelijk. Als het ene boek haar te zwaar valt (technisch of emotioneel), dan loopt ze naar de andere kant van haar studio, waar de tijdlijn van haar tweede boek in wording aan de muur hangt.

De meeste auteurs slagen er niet in om simultaan aan twee romans te werken. Een roman combineren met een non-fictieboek of met enkele korte verhalen, dat lukt velen wel. Ik heb nog maar een keer een schrijver ontmoet die niet één idee had voor een volgend boek. Dat was Hanya Yanagihara, schrijfster van Een klein leven. Ze vond dit helemaal niet erg. Meer nog, het leek alsof ze opgelucht was: het schrijfproces van Een klein leven was slopend geweest. De anderen die ik sprak hadden een of meerdere ideeën op de plank liggen. Gelukkig maar.

Ik denk dat het slim is om tijdens het schrijfproces van het ene verhaal alvast flarden en invallen te noteren voor een volgend. Het best bewaar je die voor het moment waarop je boek/verhaal bijna in de eindfase zit.

En vind je niet meteen een nieuw idee? Zoek dan naar inspiratie in Room to Write van Bonni Goldberg of The Pocket Muse van Monica Wood. Of ga opruimen. Ben ik ook aan het doen. Altijd een goed idee aan het eind van een lange reis. Je huis zal er netter uitzien en opruimen is vaak een eerste stap in de richting van de schrijftafel. Immers, ook schrijven is een vorm van ordenen, opruimen, rangschikken.

Over Verdwaaltijd! Kathy Mathys is schrijfster en literair journaliste.

 

Aanhalingstekens – René Appel

We gebruiken leestekens om een tekst leesbaarder te maken. Hoewel spaties strikt genomen geen leestekens zijn, hebben ze ook die functie. In het Latijn en het Grieks werd aanvankelijk gebruikgemaakt van het zogenaamde continuschrift, waarbij alle woorden in een lange reeks in hoofdletters achter elkaar werden geschreven. Teksten werden destijds meestal opgeschreven om ze later hardop voor te kunnen dragen voor publiek. De opgeschreven tekst diende voornamelijk als geheugensteun en het was dan ook niet belangrijk dat de tekst snel gelezen kon worden. Pas toen die leesfunctie belangrijk werd, deed de spatie zijn intrede.

Aanhalingstekens, met name in dialogen, staan ook in dienst van de leesbaarheid. Ze zorgen ervoor dat de lezer weet wie wat zegt, wanneer iemands bijdrage aan een gesprek is afgelopen en wanneer een ander begint. Handig gereedschap dus, waarvan je zou vermoeden dat elke schrijver het hanteert. Maar dat is niet zo.

Een recent voorbeeld vond ik in de roman ‘Gesprekken met vreemden’ van Sally Rooney (vertaald door Gerda Baardman). Rooney gebruikt alleen aanhalingstekens als ze – buiten een dialoog – iets citeert of wanneer een woord of frase min of meer ironisch is bedoeld zoals respectievelijk in:

  • In het toegezegde bericht beschreef hij een bepaald beeld als ‘prachtig’.
  • Ik vroeg me af of ze nog van elkaar ‘hielden’.

Maar de dialogen zien er als volgt uit:

  • Hij glimlachte en zei: dat zal ik maar niet doen. Hij streelde me met zijn vingertoppen zoals hij zijn hond aaide. Ik boende ruw over mijn gezicht.

Je bent echt heel knap, zei ik.

Toen lachte hij.

Is dat alles? vroeg hij. Ik dacht dat je je aangetrokken voelde tot mijn persoonlijkheid.

Heb je die dan?

Zonder aanhalingstekens, maken dialogen vaak een zeer eentonige indruk, zoals in de volgende passage:

  • Frances schrijft, zei Evelyn.

Min of meer, zei ik.

Dat moet je niet zeggen, zei Melissa. Ze is dichter.

Is ze goed? vroeg Valerie.

Ze had al die tijd niet naar me gekeken.

Ze is goed, zei Melissa.

Ach ja, zei Valerie. Volgens mij zit er niet veel toekomst in de poëzie.

Dat voortdurende herhalen van ‘zei’ stoort me, maar ja, als je om wat voor reden geen aanhalingstekens wilt gebruiken, ben je als schrijver daar misschien toe veroordeeld (en ik als lezer ook). Een volgend bezwaar betreft de onduidelijkheid. Neem de volgende passage.

  • Dat was een mooie voorstelling, zei ze. Ik heb je lang niet zo kwaad gezien.

Kutzooi, zei ik.

Wind je niet op.

Ze vlijde haar warme hoofdje tegen mijn hals.

Spreekt de ‘ik’ met ‘Wind je niet op’ nu zichzelf toe of is het een opmerking van ‘ze’,  de gesprekspartner?

Ik begrijp het niet. Waarom zou je het jezelf als schrijver en je publiek moeilijk maken als dat niet hoeft en je aanhalingstekens kunt gebruiken om dingen duidelijk te maken en om voor variatie te zorgen. Een gewaagde vergelijking: misschien is het net zoiets als met stokjes eten. Waarom zou je dat doen als ook lepel, mes en vork ter beschikking staan? Zijn aanhalingstekens het bestek van de schrijver (en de lezer)?

Over de auteur:

René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie. René Appels eerste misdaadroman werd gepubliceerd in 1987, Handicap. Daarna verschenen nog veel andere romans en korte verhalen. Vele malen werd een boek van hem genomineerd voor de Gouden strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek, en twee keer werd een boek bekroond: De derde persoon in 1991 en Zinloos geweld in 2001. Schone handen werd in 2015 succesvol verfilmd met in de hoofdrollen Thekla Reuten en Jeroen van Koningsbrugge. René Appel is ook de auteur van Spannende verhalen schrijven, over de wijze waarop schrijvers spanning kunnen aanbrengen in hun verhaal. Onlangs verscheen van hem Joyride en andere spannende verhalen 

 

Verzin een ideale lezer – Een schrijftip van De Boekenfluisteraar

Is het niet een wonder dat een reeks woorden op een wit vel papier in je hoofd een verhaal wordt? Thomas Mann werd door zijn kinderen Der Zauberer genoemd, de tovenaar, en schrijven is inderdaad een soort toverkracht. Het is een directe route naar het brein van je lezers: jouw woorden veranderen in hun hoofden in beelden. Dat betekent ook dat schrijven niet vrijblijvend is. Wie schrijft wil bij lezers iets bereiken – in de eerste plaats dat die dóórlezen. Dan moet je je verhaal wel zo opschrijven dat jouw lezers het ook willen volgen. Om lezers te boeien moet je verhaal letterlijk betoverend zijn!

Dit spreekt, als je erover nadenkt, vanzelf.

Toch kom ik weleens schrijvers tegen die hier nog van opkijken. Die hebben iets geschreven dat ze zélf graag willen lezen en zijn verbaasd als ik dat niet goed genoeg vind. Maar de schrijver valt niet samen met de lezer. Het is een beginnersfout om te denken dat je verhaal goed genoeg is als je er zelf door geboeid bent. Je moet je lezers boeien.

Maar hoe weet je wanneer dat lukt?

Mag je jezelf niet beschouwen als de ideale lezer van je eigen tekst? Ik vind van niet, want met schrijven voor jezelf leg je de lat te laag. Moeilijker (maar uiteindelijk veel bevredigender) is het om je verplaatsen in een ander, en proberen te voorzien hoe die jouw woorden zal opvatten.

Dat roept de vraag op wie dat zijn, jouw lezers. Wie wil je betoveren met je verhaal? Hoe spreek je die lezers het beste aan? Wat zijn hun verwachtingen, welke andere verhalen spelen in hun hoofd mee, waarom zouden zij jouw verhaal ook graag willen lezen? Een uitgever of literair agent die jouw manuscript onder ogen krijgt vraagt zich deze dingen ook af en de antwoorden erop wegen mee in hun beoordeling.

Schrijvers weten intuïtief meestal wel tot wie zij zich richten, wie zij willen aanspreken met hun verhaal. Maar om die lezers ook werkelijk aan te spreken, dat is nou net de kunst. Een schrijver beschikt over talloze mogelijkheden, en welke daarvan kun je het beste inzetten om jóuw lezers betoveren? Op elke bladzijde die je schrijft sta je voor tientallen beslismomenten die hierover gaan, in woordkeus, interpunctie, lengte van zinnen en alinea’s, en nog veel meer.

Een goede methode om al die keuzes en beslissingen makkelijker te maken, is door jezelf één ideale lezer in te beelden. Dat kan een vriend of vriendin zijn, een kind, een collega, de buurvrouw, die ene strenge leraar van vroeger, je opa of oma. Als het maar iemand is in wie je je goed kunt inleven, en ook iemand die vatbaar is voor het soort verhaal dat je wilt vertellen. Een managementboek heeft een andere ideale lezer dan een kookboek, een kinderboek of een thriller. Schrijvend voor die interne ideale lezer ga je vanzelf aanvoelen wat voor die lezer ‘werkt’ – of juist niet. Hoe je die lezer aanspreekt, wat die lezer kan boeien, maar ook waar die lezer van gaat gapen. Jouw eigen ideale lezer gaat met je méédenken: ook dat is een vorm van schrijfmagie. Probeer het eens!

Over de auteur:

Na een lange loopbaan als redacteur en uitgever richtte Maarten Carbo in 2012 De Boekenfluisteraar op. In dat jaar verscheen ook zijn boek Succes met je boek! vol met tips en trucs voor schrijvers, waarvan onlangs de derde druk uitkwam. Sindsdien is het team uitgebreid met schrijfster Danielle Hermans en journalist Hans Bouman. Vanuit hun gecombineerde ervaring en deskundigheid bieden zij hulp bij alle soorten problemen die je kunt tegenkomen bij het opzetten, schrijven en publiceren van je boek.

Wil je een keer speeddaten met Maarten? Kom naar de studiedag op 19 maart 2018 in Utrecht!

 

En de winnaar is… Nicole Ramsaran

En de winnaar is…

Wat een feest! Open ik mijn Facebook app en sta ik, Nicole Ramsaran schrijfster in hart en nieren, als winnaar getagd op de pagina van de Schrijversacademie. Samen met Anne Ruhl – mijn voormalig studiegenoot op de basisopleiding en inmiddels mijn goede vriendin – mag ik naar de studiedag “Aan de slag als auteur”. Als reden waarom ik wilde winnen had ik aangegeven dat Anne in januari debuteert bij Buddy Books met haar kinderboek Stip en Roeltje, De Charmante oplichter. Wanneer je debuteert kun je wel wat extra tips gebruiken dacht ik zo.

Mijn eigen debuut zal nog even duren, want de thriller waar ik mee bezig ben ligt nog in de week. Af en toe uitspoelen en uitwringen en dan staat er straks een dodelijk, fris verhaal. Tot die tijd kun je me vinden op mijn schrijversblog onder de naam Soferet (Hebreeuws voor schrijfster). Ook heb ik de eer om sinds oktober voor het online magazine Books and Bubbles maandelijks een recensie te schrijven. Langzaam maar zeker krijgt mijn schrijfdroom steeds meer vorm. Met als stevige basis de opleiding van de Schrijversacademie.

Onmogelijke keuze

Naast de interviews met Sun Li, debutante met De Zoetzure smaak van dromen, en René Appel, een van de beste thrillerschrijvers die Nederland rijk is, is er een breed aanbod aan masterclasses.

  • Hoe pitch ik mijn verhaal? Door Ruth Bergmans
  • Wat kan een literair agent voor je doen? Door Willem Bisseling
  • Wat is de rol van een uitgever? Door Sander Kol
  • Wat wil een boekhandel? Door Grietje Braaksma
  • Hoe pitch ik mijn scenario? Door Hieke Jans
  • Wat verwacht een kinderboekenuitgever? Door Thille Dop
  • Redactie voor auteurs. Door Harminke Medendorp

Gezien er maar een beperkt aantal uren in een dag passen was er ruimte voor twee van de masterclasses. Een bijna onmogelijke keuze, want ze zijn allemaal interessant en van goede kwaliteit. Uiteindelijk zijn we aangeschoven bij Ruth Bergmans en Grietje Braaksma.

Sun Li De zoetzure smaak van dromen

Na een gezellig ontvangst, met thee en cakejes bij de Tolhuistuin te Amsterdam, schoven we direct aan bij het interview met debutante Sun Li. De zoetzure smaak van dromen vertelt haar persoonlijke verhaal. Een gezin dat uit Hong Kong emigreert naar een dorpje in Friesland en een Chinees restaurant begint. De wrijving tussen de Nederlandse cultuur en het leven op school en haar Chinese opvoeding thuis.

Ik heb met elke vezel in mijn lichaam genoten. Wat een fantastisch lieve dame is Sun Li. Na het grappige en soms heel persoonlijke interview mochten wij haar vragen stellen, die zij vol humor en goede tips beantwoordde. Uiteraard heb ik direct het boek bij haar gekocht en die staat nu vol trots, gesigneerd, in mijn kast.

Hoe pitch ik mijn verhaal?

Na het interview en een snelle theepauze spoedden we ons naar onze eerste masterclass. Er kan veel gezegd worden over pitchen en Ruth sleepte ons er snel en vakkundig doorheen. In het kort: Wat is je drive om dit verhaal te schrijven? Vertel met passie, maar hou het compact. Gebruik voorbeelden uit je verhaal en maak het beeldend. Heel verrassend is dat je bij een pitch het einde van je verhaal gewoon mag verklappen, omdat de uitgever niet je uiteindelijke lezer is. Na deze eyeopener mocht degene die durfde zijn of haar boek pitchen en gaf Ruth nog tips mee.

Wat wil een boekhandel?

En toen was de beurt aan Grietje, boekhandelaarster in hart en nieren. Bij Grietje vind je geen boeken top 10, maar een levendige winkel met boeken van zowel de gevestigde auteurs alsook de wat onbekendere. Na een verwachtingen-rondje stak ze van wal. Boeken, e-books, marges, reisboeken, zelf/uitgeven versus uitgever en de indeling van een winkel vlogen ons om de oren. Het is dat we een pauze-seintje kregen van Caroline, anders hadden we er tot diep in de nacht nog gezeten. Grietje is bevlogen en gepassioneerd en een unieke boekhandelaarster.

René Appel – gevestigd thrillerauteur

René Appel nam ons mee in de geschiedenis van de Nederlandse thrillers. In literaire kringen werd de thriller van beschouwd als het achterlijke neefje. Inmiddels kunnen we wel stellen dat, onder andere door zijn verhalen, dit niet meer het geval is en thrillers een volwaardige plek in de literatuur innemen. René schrijft graag over gewone mensen in ongewone omstandigheden volgens het concept van kwaad tot erger. Mocht je denken dat thrillerschrijvers een steekje los of psychopathische trekjes hebben, laat ik je dan meteen van deze illusie verlossen. René Appel is als je favoriete oom die, vol verve, op een feestje een van zijn anekdotes vertelt.

Paneldiscussie

Onder leiding van Manon Duintjer volgde de paneldiscussie met Grietje Braaksma,

Sander Knol en Janine Langenberg (in de plaats van Willem Bisseling). Met deze drie personen waren de boekhandelaren, de uitgevers en de agentschappen vertegenwoordigd. Discussies volgden over covers, boeken die er niet zijn maar waar wel behoefte aan is, waarom een schrijver zo weinig aan een boek verdient en of je wel of niet eerst moet gaan bloggen voor je een boek uitgeeft. Een gezonde strijd tussen de drie disciplines, die elkaar goed aanvulden, was de uitsmijter van de dag.

Vol hoofd, vol hart.

En zo vol als de dag ook zat, zo snel was hij weer voorbij. Ti een hapje en een drankje hebben we onze indrukken met elkaar gedeeld en de dag afgesloten. Met een hoofd vol ideeën en een hart vol inspiratie keerden we weer huiswaarts.

Heb je het gemist? Niet getreurd. Op 17 maart 2018 is de volgende studiedag, dit keer te Utrecht. Zie ik jullie daar?

Groetjes,

Nicole Ramsaran (Soferet)

 

 

In bijna alles zit een verhaal – Sandra Kreeberg

Crime scene

In bijna alles zit een verhaal. Zo overkomt het me dagelijks dat ik een situatie zie (of er zelf middenin zit ) die erom vraagt om opgetekend te worden.

Het helpt natuurlijk wel mee als je in het gelukkige bezit bent van grappige gezinsleden…

Zo zaten mijn dochter en ik op een regenachtige maandagavond in het plaatselijke stadskantoor. Mijn dochter zit op een school die de leerlingen frequent verplicht om allerlei buitenlandse reizen te maken. Komend jaar staat Amerika op het programma en zodoende had zij een paspoort nodig. De dame van de receptie gaf ons een volgnummer en nog voor wij het briefje in ontvangst konden nemen ging de zoemer om aan te geven dat de volgende wachtende aan de beurt is.

We namen plaats tegenover een zuinig kijkende baliedame en mijn dochter verkondigde dat ze een paspoort kwam aanvragen.

Daarop werd ze aan een soort kruisverhoor onderworpen. Hoe heet je? Wanneer ben je geboren? Wie is je vader? Wie is je moeder? Dochter gaf antwoord en met gevaarlijk lange nagels werden al haar antwoorden in het systeem genoteerd. Daarna moest het toestemmingsformulier van de vader worden overhandigd met zijn reisdocument, een pasfoto van dochter zelf. En ook ik moest bewijzen dat ik echt de moeder van mijn dochter ben. Tot slot wilde het systeem haar vingerafdrukken hebben. Daar trok dochter de grens. Dat is schending van privacy dacht ze en ze overwoog om haar vingerafdruk te weigeren. Maar de baliejuffrouw keek zo streng dat ze dat protest toch maar achterwege liet. Voorzichtig aarzelend plaatste ze haar vingers op het rode apparaat tot de juffrouw zei dat ze haar vingers weg mocht halen.

Na betaling van 51 euro en 45 cent konden we vertrekken.

Buiten schoot dochter uit haar slof. ..,,Nou! Nu zitten mijn vingerafdrukken voorgoed in het systeem. Nu kan ik mijn vieze zaakjes wel op mijn buik schrijven!” gierde ze. Ik, gespeeld geschrokken, ,,Hoezo? Wat voor vieze zaakjes??? Ja, dat is geheim verkondigde ze.

(Mijn dochter is een zeer verstandige, blonde griet van bijna zeventien jaar oud. Ze studeert hard voor haar gymnasium diploma, werkt regelmatig nieuwe kassameisjes in bij Albert Heijn, heeft toneelambities  en is zeer kritisch over ons opvoedbeleid ten aanzien van haar broertje.)

,,Ja”, ging ze door, jij denkt waarschijnlijk dat ik ’s nachts in mijn bed lig te slapen? Dat is een misvatting. Ik ben bezig met mijn vieze zaakjes, maar dat kan nu niet meer. Of ze kunnen bij justitie nu eindelijk de informatie die ze hebben over allerlei onopgeloste duistere praktijken eindelijk linken aan mijn vingerafdrukken. Misschien word ik vannacht wel gearresteerd door een peloton ME-ers”, knipoogde ze naar me. Ik viel intussen bijna van mijn fiets van het lachen. ,,Jij kijkt te veel Crime Scene Investigations!”, proestte ik. ,,We zullen zien. Eerst maar eens kijken wat er vannacht gebeurt”, antwoordde ze droog, terwijl ze haar fiets in de schuur parkeerde.

,,Je kunt natuurlijk ook van nu af aan handschoenen dragen bij het uitvoeren van je vieze zaakjes”, opperde ik en ik kroop meteen achter mijn computer om bovenstaand verhaal op te schrijven.

Zojuist hoorde ik op de radio dat is gevraagd aan premier Rutte om die vingerafdrukken weer uit het paspoort te halen. Dit omdat controles niet haalbaar zijn in verband met de dure apparatuur die daarvoor nodig is. Voor mijn dochter is het helaas te laat. Haar vingerafdrukken zitten vanaf nu in het justitieel apparaat. Maar die van mij nog niet. Ik kan mijn snode plannen gelukkig nog gewoon ten uitvoer brengen…..

Over de auteur:

Hoi, ik heet Sandra en ik ben in het bezit van een zeer levendige fantasie (dat werkt vaak in mijn voordeel, maar soms ook in mijn nadeel). Ik schrijf al verhalen sinds ik een pen kan vasthouden. Schrijven is voor mij een manier om vanuit een ander perspectief naar een gebeurtenis te kijken. Van mezelf ben ik nogal zwaar op de hand. Het schrijven helpt me de humor van een situatie in te zien in plaats van te gaan piekeren en rumineren. Nieuwsgierigheid, proberen en leren moet je mijns inziens altijd blijven prikkelen. Daarom ben ik vol enthousiasme begonnen aan een opleiding aan de schrijversacademie. Sinds begin 2015 ben ik werkzaam als freelance tekstschrijver en verslaggever voor de krant. Ik ben getrouwd en moeder van een zoon (11) en een dochter (16). Daarnaast voed ik een geleidehond op voor het KNGF.

Een rieten pet als dak – René Appel

Veel werkwoorden moeten een ‘levend’ (of ‘menselijk’) onderwerp bij zich hebben. Je kunt niet zeggen: ‘De kruk twijfelde’ of ‘De kraan vergiste zich’. Schrijvers hoeven zich van dat soort regels niets aan te trekken. De eerste, ‘ongrammaticale’ zin wordt bijvoorbeeld al veel acceptabeler als je hem in een verhaal zou uitbreiden tot: De kruk twijfelde en wist eigenlijk niet goed of hij een kruk of een stoel wilde zijn (denk aan de stoelen/krukken met een opstaand randje bij hoge receptie- of statafels).

Zo kom je in het domein van het metaforisch taalgebruik. Een auteur die op een prachtige manier deze stijlfiguur kon hanteren, was de Duitser Siegfried Lenz (1926-2014). Hij is in Nederland misschien minder bekend dan zijn generatiegenoten Günter Grass en Heinrich Böll, maar zeker zo goed en wat mij betreft zelfs beter, vooral zijn Duitse les, een absolute aanrader.

De volgende voorbeelden komen uit De overloper, zijn tweede roman, die pas na zijn dood werd ontdekt en in 2016 voor het eerst werd uitgegeven:

  • Schijnheilig schoof de rivier zijn water naar de zee (…) (Omdat de rivier zich niets aantrekt van het feit dat soldaten elkaar afmaken rond en in die rivier, RA).
  • Voorzichtig liepen ze naar een met riet gedekt gebouw toe – een gebouw dat zijn rieten pet ver over zijn voorhoofd had getrokken, alsof het niets met de wereld te maken wilde hebben (…).

De laatste roman van Tommy Wieringa, De heilige Rita, bevat ook een aantal mooie metaforen waarin aan niet-menselijke eenheden menselijke eigenschappen of handelingen worden toegeschreven, zoals in de volgende voorbeelden:

  • In de achtertuinen van de douaniershuizen kwijnen de maïsstengels en wacht de boerenkool de eerste nachtvorst af.
  • Het gebouw helt een beetje voorover, moe van alle gedane arbeid.
  • Het pennetje vloog over het papier, het vond alles even interessant.

Zowel Lenz als Wieringa is spaarzaam met dit soort metaforisch taalgebruik, want voor je het weet wordt het een maniertje dat leidt tot te uitbundige metaforen. Dan zet je je fiets niet meer in een rek, maar aanvaard je de uitnodiging van het rek om je fiets tussen zijn stalen tanden te plaatsen.

Over de auteur:

René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie. René Appels eerste misdaadroman werd gepubliceerd in 1987, Handicap. Daarna verschenen nog veel andere romans en korte verhalen. Vele malen werd een boek van hem genomineerd voor de Gouden strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek, en twee keer werd een boek bekroond: De derde persoon in 1991 en Zinloos geweld in 2001. Schone handen werd in 2015 succesvol verfilmd met in de hoofdrollen Thekla Reuten en Jeroen van Koningsbrugge. René Appel is ook de auteur van Spannende verhalen schrijven, over de wijze waarop schrijvers spanning kunnen aanbrengen in hun verhaal. Onlangs verscheen van hem Joyride en andere spannende verhalen 

Inspiratie overal – Nicolyn Dijkstra

“Wat vind je van mijn preiplanten? Die heb ik als kleine griffeltjes in de grond gezet en moet je nou eens kijken!” Ik kijk mijn vader enthousiast aan en vergeet helemaal om zijn zelfgekweekte groente te bewonderen. ‘Als kleine griffeltjes’, wat een prachtige beeldspraak! Houten schoolbanken, Ot en Sien, leren schrijven op een lei. Ik ben even in een andere eeuw.

Vlak na een vakantie sta ik altijd het best in contact met mijn gevoel. Als ik midden in mijn werk zit dan draai ik maar door, als een hamster in een tredmolen. Maar in de loop van een vakantie zie ik altijd heel helder wat ik belangrijk vind. Dat is het moment dat ik vooruitkijk, nadenk over waar ik sta en hoe ik verder wil.

Ik werk al bijna twintig jaar in het communicatievak, in allerlei disciplines. De laatste tijd bekroop me steeds vaker het gevoel dat ik veel van mijn tijd besteed aan de dingen die ik nou eenmaal door de jarenlange ervaring goed kan. Maar dat zijn niet per sé de dingen waar ik de meeste energie van krijg. Daarom ben ik twee maanden geleden begonnen aan de Schrijversacademie. Schrijven doe ik al langer en vind ik geweldig om te doen. Maar ik miste een lijn, kaders. Ik wil er meer mee, maar waar begin je dan? Min of meer toevallig kwam ik deze opleiding tegen en ik wist het meteen: heerlijk, ik ga nieuwe dingen leren!

De kip met kuikentjes die zich zo lekker veilig voelt in de stal van de lievelingspony van mijn dochter inspireert tot een column over mijn eigen kinderen. De vakantie van mijn vrienden naar Nevada resulteert in een blog over hun deelname aan het Burning Man Festival. Met stof op vreemde plaatsen, een beker aan hun riem en een open mind dansten ze een week lang door Black Rock City, de tijdelijke woongemeenschap die jaarlijks ontstaat in de woestijn. Een bezoek aan de schoenmaker die zijn winkel gaat sluiten, leidt tot een artikel over duurzaamheid. “Mensen laten hun schoenen niet meer maken”, verzuchtte hij, “voor een paar tientjes kopen ze liever nieuwe.” Onze wereld gaat zo ten onder aan overconsumptie, met uitputting van grondstoffen en luchtvervuiling aan de ene en een afvalprobleem aan de andere kant. Mijn paardrij-instructrice die vertelt dat ze vroeger rijles had van ene meneer Helden, die met een grote megafoon vanuit de kantine instructies naar zijn leerlingen brulde. Als je het niet goed deed, dan balkte hij: “Je hebt toch geen blubber in je laarzen?” Doodsbang was ze voor hem.

Al deze thema’s bieden haakjes voor een mooi verhaal en dagelijks raak ik meerdere keren geïnspireerd. De kaders die ik zoek, ga ik zeker vinden in deze opleiding. En voor een gebrek aan inspiratie hoef ik niet bang te zijn, die is duidelijk overal. Wat rest is een vraag aan mezelf: Over groente is natuurlijk veel te zeggen, maar wat wil ik nou eigenlijk het liefst vertellen?

Over de auteur

Nicolyn Dijkstra woont met man Robin, zoon Ruben (12) en dochter Jules (10) in Den Haag. Ze is eigenaar van HAAG communicatie & talen van waaruit ze communicatieopdrachten uitvoert voor diverse bedrijven. Ze spreekt vloeiend Spaans, Duits en Engels en brengt het liefst zo veel mogelijk tijd in Spanje door. Ze kookt graag voor vrienden en houdt van paardrijden, skiën, boeken lezen én schrijven. Ze begon in 2017 aan een opleiding aan de Schrijversacademie.