Boekentips van Kathy Mathys

‘Is the time coming when I can endure to read my own writing in print without blushing – shivering and wishing to take cover?’ schreef Virginia Woolf in ‘A Writer’s Diary‘ dat ik afgelopen zomer las. Woolf is niet de enige die ervan gruwde om haar eigen woorden te herlezen. Schaamte, angst, ergernis: het zijn slechts enkele van de emoties die schrijvers overvallen wanneer ze hun werk in gedrukte vorm zien staan. Het boek van Woolf vergezelde mij op vakantie naar Frankrijk, ik heb het nog steeds niet uit, af en toe lees ik een stukje. Wat ik eruit haal? Steun. Troost. Zelfs de grote Woolf heeft dagen waarop ze maar niet stil kan blijven zitten op haar stoel. Zelfs zij is jaloers op collega’s die meer aandacht krijgen. Inspiratie, ook  die vind ik bij Woolf. Ze adviseert de aankomende schrijver om altijd te schrijven, zelfs wanneer hij niet met een concreet product bezig is. Het is een goede oefening om een dagboek bij te houden, vindt ze.

Woolf heeft het ook over wat wandelen voor haar schrijfproces betekent. De plot van haar verhalen ontstaat tijdens haar voettochten. Haar geest is vrijer, soepeler wanneer ook haar lichaam in beweging is.

Ik kan maar niet genoeg krijgen van boeken over het schrijfproces van anderen. Daarom las ik onlangs ook de biografie van John Williams. Misschien heb je zijn boek ‘Stoner‘ wel gelezen. Het werd een bestseller in Nederland en Vlaanderen. Tijdens zijn leven had Williams weinig succes. Hij deed vreselijk veel moeite om belangstelling te wekken bij uitgevers. Die vonden zijn werk niet commercieel genoeg. In ‘John Williams: De man die de perfecte roman schreef‘ van Charles J. Shields komen we niet heel dicht bij Williams. Net als de literatuurprofessor uit ‘Stoner’ blijft hij enigszins een vreemde. Toch schetst de biograaf een levendig beeld van de wereld waarin Williams leefde. De auteur van ‘Stoner’ combineerde zijn schrijverschap met lesgeven, hij doceerde aan de universiteit van Denver.

We komen te weten  dat Williams een echte planner was. Hij dacht zijn boeken volledig uit voor hij ze begon te schrijven. Hij was ook een fervent voorstander van research. Voor zijn roman ‘Augustus’ trok hij maandenlang naar het Middellandse Zeegebied. Hij wou er de geur van de aarde opsnuiven, dat zou hem helpen bij zijn roman over de beroemde Romeinse keizer.

Experimenten waren niet aan John Williams besteed. In een interview uit 1964 zei hij wat hem wel interesseerde: ‘Ik schrijf over menselijke ervaringen om ze te kunnen begrijpen en mezelf daarmee tot enige eerlijkheid te dwingen.’

Williams schreef niet autobiografisch, al gebruikte hij uiteraard elementen uit zijn leven, vooral in ‘Stoner’. Hij wilde een mens neerzetten, ingewikkelde verhaallijnen lagen hem niet. Dit zei hij daarover: ‘Neem een willekeurige man, (…) bestudeer hem zorgvuldig… Neem hem als uitgangspunt, breng hem met enige verbeelding en genegenheid op smaak – en je hebt een roman.’

Zo simpel kan het zijn. Of niet. Ontdek het tijdens je wandelingen of al schrijvend in je dagboek.

Over de auteur

Kathy Mathys is schrijfster en literair journalist voor De Standaard, en docent aan de Schrijversacademie. In 2015 verscheen haar boek ‘Smaak. Een bitterzoete verkenning‘. In februari verschijnt haar eerste roman ‘Verdwaaltijd’.

Van Aspirant naar Debutant (2) door Alice Fokkelman

In april ligt mijn thriller-debuut in de winkel. Hoe leuk is dat?
‘En hoe doe IK dat’, denk je wellicht. In een serie blogs neem ik je graag mee op mijn reis van aspirant naar debutant! Dit is het vervolg op mijn eerste blog.

‘Alice, goed bericht! We hebben je proposal uitgestuurd en meerdere uitgeverijen hebben je manuscript opgevraagd.’ Het stond er echt… Ik had al een paar keer mijn mail gecontroleerd voor nieuws van mijn literair agent en dit was het resultaat. Geweldig!
Het proposal bevatte de synopsis van het verhaal, korte beschrijvingen van de personages en van alle hoofdstukken. En een kleine bio over mijzelf, ‘de auteur’.
Het manuscript was een eerste versie, dat vermeldden we erbij.

Het grote wachten begon. Eerst kwamen de afwijzingen. Een uitgever vond het verhaal te heftig. Een ander vond het wel potentie hebben, maar niet in deze versie. Een latere versie mocht ik alsnog sturen, indien ik wilde. Gelukkig ontving ik ook uitnodigingen van uitgevers om kennis te maken.
Met de redactrice van Xander uitgevers had ik de beste klik, vond ik. Zij had mijn verhaal weergegeven in een verslag en ik zag dat ze het helemaal ‘begreep’. We praatten tijdens de kennismaking over de inhoud van het verhaal en wat het nog beter zou maken. Met haar wilde ik het boek afmaken, dat voelde ik. Maar was dat wederzijds? Opnieuw moest ik wachten, nu of haar uitgeverij een aanbod zou doen.

Dat deden ze. Nadat mijn agent en de uitgever klaar waren met onderhandelen over een paar details, tekenden we een contract, met bubbels erbij! Alle partijen blij met elkaar.

Ik liep weg van de ondertekening en stapte direct, nog gemotiveerder dan ik al was, weer achter mijn bureau om van mijn verhaal de beste versie te maken. Ik blijf mijn best doen om ieder hoofdstuk, iedere zin, ieder woord op zijn allerbest weer te geven. Het verhaal is ‘af’ maar ‘There is always room for improvement’! Ik lees alles keer op keer kritisch door en kijk wat beter kan, of het volledig is of misschien te volledig. Ik heb zelfs een nieuw, spannender eind bedacht, nu pas!

Bij de uitgever zitten ze ook niet stil. De cover van het boek is al af en de aanbiedingstekst voor de folder van de uitgever is ook geschreven. In die folder komen alle boeken te staan die volgend seizoen uitkomen. Met de redactrice van de uitgeverij heb ik een planning gemaakt; wanneer ik mijn laatste versie van het manuscript inlever, wanneer zij leest, wanneer zij feedback zal geven, wanneer mijn laatste versie wordt verwacht. Die wordt dan nog gecheckt op feiten en grammatica en dergelijke, voor de proefdruk volgt.

De cover is geweldig! Die heeft het team van de uitgever gemaakt en als mogelijke cover aan mij gepresenteerd. Ik hoefde niet eens de alternatieven te zien, want hij is beter dan ik ooit zelf had kunnen bedenken. Als ik het boek zelf zo zou zien liggen in de boekhandel, zou ik het zeker oppakken!
Ook hebben we een nieuwe titel aan het boek gegeven. De titel die ik zelf had bedacht; ‘Ongewenst gedrag’ vond de uitgeverij meer iets voor een HR-handleiding dan voor een thriller, en ik geef ze groot gelijk. De nieuwe (nog geheime) titel prikkelt, is persoonlijker en maakt nieuwsgierig…

Zijn jullie ook al nieuwsgierig?

Ik houd jullie op de hoogte!

Over de auteur:

Alice Fokkelman studeerde Engels en Nederlands aan de lerarenopleiding. In 2003 begon ze met het schrijven van korte verhalen, die lovende recensies ontvingen. Rond april 2018 komt haar thriller debuut uit bij Xander uitgevers.
Alice combineert het schrijven met een baan als Corporate Communicatie Manager.

De kleine cliffhanger – René Appel

Er hangt een man… nee, deze keer is het een vrouw aan de rand van een klif. Krampachtig houdt ze vast aan de scherpe rand van de rots, niet bij machte zich naar boven te werken. Valt ze in de diepte van het ravijn of zal ze nog worden gered? Volgende scène op een andere plaats, met andere mensen. De lezer wordt in het ongewisse gelaten over het lot van de vrouw. Een typische cliffhanger, een spanningverhogend element dat lezers ertoe aanzet om door te lezen. Ze willen immers weten wat het lot van de vrouw is.

Dit is een voorbeeld van wat ik een grote cliffhanger noem, omdat de scène van het grootste belang is voor de verdere ontwikkeling van het verhaal. Er zijn echter ook kleine cliffhangers te onderscheiden, die niet direct het effect hebben van hun grote broer, maar wel spanningsverhogend werken. Ik zal twee voorbeelden geven uit de eerste roman van Elizabeth Strout, Amy and Isabelle, over de problematische relatie tussen Isabelle en haar zestienjarige dochter Amy (Lees van Elizabeth Strout overigens vooral het geweldige Olive Kitteridge, waar ook een tv-serie van is gemaakt met in de hoofdrol Frances McDormand, vooral bekend als de politievrouw uit Fargo).

Amy krijgt een telefoontje van haar vriendin Stacy, dat half en half wordt afgeluisterd door haar moeder. Op een gegeven moment zegt Amy: ‘Nee, ik heb het haar nog niet verteld.’ En dat is het. De lezer vermoedt dat ‘haar’ slaat op Isabelle, maar wat ‘het’ is, blijft vooralsnog een raadsel, dat enkele pagina’s later trouwens wordt opgelost (Stacy, ook 16 jaar) is zwanger.

Iets verderop in het boek staat de volgende passage als Amy een vlek ziet op een raam. ‘Maar voor Amy was de vlek een herinnering, een soort pijnlijke vriend, want in Amy’s herinnering was hij afgelopen winter verschenen, in januari, de avond voor ze mr. Robertson ontmoette.’ Hierna volgt een regel wit, en de volgende alinea begint met ‘Ze had het niet leuk gevonden om naar school te gaan…’ De lezer vermoedt dat er met die mr. Robertson iets aan de hand is, maar de schrijver wacht enkele pagina’s voor ze aan die nieuwsgierigheid tegemoet komt.

Zomaar twee voorbeelden van kleine cliffhangers, een stukje ‘gereedschap’ waar elke schrijver baat bij kan hebben.

Heb jij een brandende vraag voor René Appel? 25 november kan je hem stellen op de studiedag van de Schrijversacademie. Klik hier voor meer info over de studiedag.

Over de auteur:

René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie. René Appels eerste misdaadroman werd

gepubliceerd in 1987, Handicap. Daarna verschenen nog veel andere romans en korte verhalen. Vele malen werd een boek van hem genomineerd voor de Gouden strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek, en twee keer werd een boek bekroond: De derde persoon in 1991 en Zinloos geweld in 2001. Schone handen werd in 2015 succesvol verfilmd met in de hoofdrollen Thekla Reuten en Jeroen van Koningsbrugge. René Appel is ook de auteur van Spannende verhalen schrijven, over de wijze waarop schrijvers spanning kunnen aanbrengen in hun verhaal. Onlangs verscheen van hem Joyride en andere spannende verhalen 

 

 

Hoe doe je dat eigenlijk, schrijven? – Anne Ruhl

Hoe doe je dat eigenlijk, schrijven?

Ik heb ondervonden hoe het niet werkt.

SOG (schrijf ontwijkend gedrag)

Blinkend en streeploos schoon. Iedere keer wanneer ik tijd vrij maakte om te schrijven, werd mijn huis ineens heel schoon. De stofzuiger ging aan, alle keukenkastjes moesten beter ingedeeld worden en de badkamer kalkvrij maken leek van levensbelang. Na een tijdje zwoegen stond er nog geen letter op papier. De huishouddiva die zich had ontpopt, was mijn grootste schrijfvijand. Dit kon zo niet langer. In mei 2017 wilde ik mijn kinderboek met 30.000 woorden af hebben. Het leven van mevrouw Stip speelde zich af in mijn hoofd, maar kwam op deze manier nooit op papier. Van een schoon huis werd ik niet blij. De belevenissen van Stip en Roeltje stapelden zich op en iedere dag dat ik die niet opschreef werd ik gefrustreerder. Er waren drastischere maatregelen nodig.

Daar kwamen een strak schema, een I.L. (ideale lezer) met zweep en een woordentellend-programma op internet bij kijken.

Hoe ik wel los ging met de verhalen:

Strak schema

Mijn nieuwe indeling hield in dat ik op maandag- en dinsdagavond moest schrijven. Na mijn werk, tussen het koken en de hond uitlaten door. Op vrijdag een hele dag schrijven en op zaterdag en zondag een dagdeel. De stofzuiger mocht alleen maar komen kijken als je de vloer echt niet meer kon zien en de hond -het arme beest- moest zijn plasje ophouden.

I.L.

Tijdens de kinderboekenspecialisatie die ik volgde bij Jowi Schmitz mochten we allemaal werken aan ons eigen verhaal. Stephen King geeft als tip om je ideale lezer voor je te zien als je schrijft. Als ik een verhaaltje af had, stuurde ik een geprinte versie op aan Nicole, mijn fantastische I.L. Zij was heel erg enthousiast en overtuigd dat het goede verhalen waren en ze kwam met leuke aanpassingen en met verbeteringen.

Vorderingen bijhouden

Met mijn nieuw bedachte schema had ik het plan om elke week zeker twee hoofdstukken te schrijven en op Pacemaker had ik mijn doel om 30.000 woorden af te hebben in mei ingevoerd. Ik ging hard aan het werk met mevrouw Stip en Roeltje. Iedere keer als ik een gebeurtenis bedacht, schreef ik dat op een klein gekleurd papiertje en plakte ik het boven m’n bureau. Het uitwerken ervan deed ik tijdens mijn ma-di-vr-za-zo-regime.

Gek genoeg kwamen er steeds meer mensen in mijn verhalen bij. Of ik wilde of niet, ze drongen zich op. Ik was gestart met keurige mevrouw Stip en haar chaotische zus Roeltje. Maar al snel kwam Frederik erbij, de zoon van mevrouw Stip. Niet als baby, gewoon meteen een jongetje van zeven. Dat kan als je schrijft. Een moeilijke oma en een veel te charmante man erbij, klaar.

Het begin van het eind

Een van de opdrachten was dat je tien verschillende eindes aan je verhaal moest bedenken en ik heb daar vier versies van uitgewerkt. Het beste eind had ik dus al geschreven voordat de rest van het boek klaar was. Ik had wel losse verhalen, maar nog geen grote lijn. Doordat het einde klaar was, kon ik met meer focus aan de ontbrekende stukken werken. Er moest wel spanning komen, mensen moeten je boek wel uit willen lezen. Ik bedacht dat er aan het eind een grote schoonmaakwedstrijd plaatsvindt. En er moest een man in komen met foute bedoelingen. Het hele boek werkt mevrouw Stip aan haar uitvindingen voor de wedstrijd en als ze zeker weet dat ze gaat winnen, loopt alles in de soep. Zonder nog te veel te verklappen.

mijn vorderingen in februari

 

 

 

 

Over de auteur:

Anne Ruhl woont in Haarlem met haar man en Italiaans windhondje. Als ontspanning leert ze Scandinavische talen. Op vakantie neemt ze uit ieder land een bijzondere theedoek mee die ze vervolgens nooit gebruikt, maar wel ophangt om mooi te zijn. In het najaar van 2015 startte ze met de Schrijversacademie om naast haar werk als leerkracht haar talenten verder te ontwikkelen. Op dit moment is ze druk bezig met het schrijven van haar eerste boek. Mevrouw Stip en Roeltje zal in januari 2018 uitkomen bij Buddy Books.

 

Gewoon doen – Kamal Bergman

Gewoon doen.

Ik heb net op de knop publiceren gedrukt. Zwetende handen. Nog een laatste keer kijken. Is alles nu goed? Mijn boek, “Koppijn”, verhuist digitaal van het dashboard van Brave New Books naar www.bol.com. In feite hangt mijn boek in de digitale supermarkt van Albert Heijn. Als men op mijn boek zou klikken dan verschijnt deze in het winkelwagentje en als u dan ook nog betaalt fabriceert de drukker de omslag en inhoud van mijn boek. Zij sturen deze op en u ontvangt mijn kindje. Een mooi proces. Maar daar kom je niet zomaar.

Op zesentwintigjarige leeftijd verhuisde ik van uit het mooie Twente naar Amsterdam. Ik had een kamer overgenomen via een vriendin. Een kleine kamer. Mijn buurman, een beeldschone jonge Franse man. Aan de overkant een Surinaamse jongen en daarnaast de zus van diegene waar ik de kamer van overnam.

Aan het werk in de Watergraafsmeer, in een nieuwe kamer met een fles wijn naast me, een sigaret opgestoken en Rory Gallagher die zijn fijnste gitaarwerk van zijn leven door mijn boxen knalde.  Een heerlijk begin. Wist ik veel! Ik werkte aan een boek dat later Dramatica Destructivica ging heten. Een belachelijke naam natuurlijk. Ik gaf het boek uit via www.boekscout.nl. Dramatica zat vol met fouten, clichés en andere eigenaardigheden. (lees alleen de titel al) Toch heb ik er veel van geleerd.

Een maand of twee later werkte ik alweer aan mijn tweede boek “Koppijn”. Op een gegeven moment stopte ik. Ik was redelijk ver, maar mijn aandacht ging meer naar mijn toenmalige werk dan naar het boek. Ook mijn muzikale leven veranderde na de dood van mijn drummer. Ik werkte dus niet aan het boek.

Ergens in 2014 na de dood van een collega en vriend begon het weer te kriebelen. Ik schreef een kort verhaal over hem. Het moest eruit. Deze man had mij veel geleerd over taal, grammatica en spelling. Daarna ging ik verder. Nog een column en een blog. Ik pakte “Koppijn” weer op. Ik schreef er in een tuinhuisje een einde aan. Daarna liet ik het lezen door mijn moeder. Ze corrigeerde het de eerste keer. En nu doorpakken, dacht ik toen. En dat heb ik gedaan.

Op mijn 36e mocht ik beginnen aan de Schrijversacademie. De academie heeft veel voor mij betekend. De academie betekent nog steeds veel voor me. Via modules en opdrachten en de feedback van medestudenten leerde ik naar mijn eigen werk kijken. De literatuur die ik las van schrijvers over schrijvers bracht zowel verwarring en verbazing als hoop. Iedereen doet het anders en er zijn vele wegen die naar een boek leiden. Ik schreef en herschreef. Uiteindelijk heb ik via Carla de Jong redacteur Janine van der Kooij leren kennen. En toen ging het sneller.

Ik werd gefileerd. Leren 3.0, zou ik later tegen Janine zeggen. Met wat mails en manuscripten over en weer leerde ik dat ik nog meer moest herstellen, verplaatsen en corrigeren. Maar wat een leerproces. Niet normaal. Na de hulp en diensten van Janine heb ik het boek nog een keer na laten kijken door een vriend. Of ik bang ben voor recensies en feedback? Nee! Schrijven is leren tot aan je dood.

En nu, wacht ik totdat hij op www.bol.com verschijnt en ik kan klikken op de naam “Koppijn” en dat het boek dan in het winkelwagentje verschijnt.

Over de auteur:

Kamal Bergman is een Nederlandse schrijver van columns, blogs en korte verhalen, en hij is student aan de Schrijversacademie. Hij woont en werkt in Amsterdam. Naast schrijven is hij muzikant bij de band Soundpress en werkt hij in het sociaal domein. Op dit moment werkt hij aan een nieuw boek over twee totaal verschillende homoseksuele jongens, die gevangen zitten in oude tradities, geloofsovertuigingen en familiaire omstandigheden.

Boekenliefde – Bibi de Kraa

Boekenliefde

Tijdens mijn dertigerscrisis wist ik niet goed wat ik wilde. Kinderyogajuf,  juf basisonderwijs of voedingsconsulent, verschillende opleidingen passeerden de revue.
Eén ding wist ik wél zeker, ooit zou ik mijn eigen kinderboek schrijven.

Op een dag zag ik een advertentie van de Schrijversacademie. Mijn stoffige schrijfgeest moest nodig uit de fles komen. Vol enthousiasme voegde ik de daad bij het woord en startte begin dit jaar met de opleiding.

Dagelijks lees ik een boek op mijn e-reader. De liefde van het lezen heb ik van mijn moeder meegekregen. Ik lees verschillende boeken van romans tot thrillers, ook een kinderboek op zijn tijd blijft leuk.

Toen ik klein was ging ik al met mijn moeder mee naar de bibliotheek. Later mocht ik ook zelf. Ik verslond boeken en had de meeste boeken uit de collectie al gelezen. Hierdoor kon ik best al goed lezen, dus moest ik op school op de gang zitten tijdens de leesles. Ik mocht mijn eigen boeken van mijn eigen niveau lezen zodat ik mij niet verveelde tijdens de les.

Ik las onder andere boeken van Annie M.G. Schmidt, Anke de Vries, Paul van Loon, Cok Grashoff (Floortje Bellefleur), Ann M. Martin (de Babysittersclub) en alle boeken waarvan de achterkant mij beviel.

Op mijn verjaardag kreeg ik van iedereen boeken. Vooral mijn oma was daar erg fanatiek in. Meestal waren dit spannende boeken van R.L. Stine (Kippenvel), Enid Blyton (De Vijf) en Carolyn Keene (Nancy Drew). Genoeg om te lezen.

In mijn pubertijd kreeg ik de behoefte om boeken te kópen. De bibliotheek vond ik ineens maar vies. Vaak kwam ik thuis met boeken met daarin vreemde vlekken, scheuren, ezelsoren en soms zelfs haren. Voortaan wilde ik mijn eigen boeken. Die roken lekker wanneer ik er doorheen bladerde. Mijn moeder deed nog wel eens een poging en nam boeken voor mij mee uit de bibliotheek, maar ik raakte ze niet meer aan tenzij er niets anders meer te lezen was.

Op een dag wilde mijn moeder, het stereotype digibeet en vaste bibliotheek bezoeker, een e-reader. Ik zette mijn weerzin opzij en gaf haar op Moederdag een e-reader cadeau.

Er zat zelfs een lampje op. Ze was zo blij als een kind.

Op vakantie nam zij de e-reader mee terwijl ik met twaalf boeken in mijn handbagage sjouwde. Ze werd zelfs lid van Facebook en meldde zich aan voor onder andere de pagina Thrillerlovers.

Ook al probeerde ze mij te overtuigen, ik kocht nog steeds mijn boeken en wilde in geen geval een e-reader. Totdat mijn moeder mij een e-reader cadeau gaf.

Eerst was ik beledigd en vond het zonde van haar geld. Het eerste half jaar deed ik er niets mee en kocht nog steeds mijn boeken in de winkel.

Langzaam raakte ik overtuigd van de gemakken van een e-reader. Minder sjouwen en er konden meer boeken mee op vakantie.

Nu, tijdens mijn dagelijkse treinreizen, zijn mijn e-reader en ik onafscheidelijk.

Samen met het Schrijven magazine en mijn gloednieuwe boeken van de Schrijversacademie is mijn e-reader ook nog eens een ideale dekmantel. Medereizigers denken dat ik lees, terwijl ik ondertussen inspiratie opdoe voor mijn huiswerk van de Schrijversacademie. Want personages en verhalen zijn er genoeg in de trein.

Ondanks de hechte band met mijn e-reader blijft mijn liefde voor een nieuw boek groter en puilt mijn boekenkast uit. Mijn bibliotheekboekenfobie heeft mij er niet van kunnen weerhouden te starten met de opleiding. Want door mijn enthousiaste en gemotiveerde docent , maakt het mij niet uit dat de plenaire bijeenkomsten plaatsvinden in de bibliotheek.

Boekentip:

B.A. Paris – Achter gesloten deuren (Literaire Thriller)
Het verhaal is van het begin tot het einde spannend en houdt de lezer geboeid. Dit is de eerste thriller van deze auteur, verschenen in oktober 2016.

Op 20 juni 2017 verscheen de tweede thriller van B.A. Paris – Gebroken.

 

 

 

 

 

 

Deadline gehaald! Een roman in zes weken – Godfried van der Heijden

Sinds mijn afstuderen in 1993 aan de Academie voor journalistiek in Tilburg werk ik als freelance tekstschrijver/journalist. Eén van de belangrijkste dingen die ik geleerd heb tijdens mijn studie en in mijn werk is dat deadlines heilig zijn. Dus toen ik de opleiding Romans en korte verhalen schrijven aan de Schrijversacademie volgde, had ik altijd alle opdrachten op tijd klaar. Bravo!

Aan de slag

Alleen, ik had één opdracht niet goed gelezen. In mijn hoofd had zich daarom het idee vastgezet dat studenten vóór het eind van de opleiding ook een roman of een aantal korte verhalen af moesten hebben. Aan de slag dus.

Ik zag het als een gelukje dat de laatste module van mijn opleiding een pauze kende van twee maanden vanwege de zomervakantie. In die periode is het voor freelancers meestal rustig en omdat onze dochter tijdens haar zes weken schoolvakantie regelmatig naar de buitenschoolse opvang zou gaan, had ik tijd om te schrijven.

Duizend woorden

Zo geschiedde. Zes weken lang elke dag minimaal duizend woorden schrijven en je zit al op ruim 40.000 woorden. Dat is een flinke novelle of een korte roman. Duizend woorden is overigens geen willekeurig getal. In zijn onvolprezen boek Over leven en schrijven, adviseert Stephen King het beginnende schrijvers. Zelf schrijft hij iedere dag tweeduizend woorden.

Beginzin

Oké. Je wilt een roman schrijven in zes weken tijd. Wat is dan de beginzin? Makkelijk. Eind juni 2015 luidde opdracht 5 van Specialisatiemodule 1 van de Schrijversacademie: beantwoordt vijf vragen. Al wandelend en douchend voor de beste inspiratie verzon ik in een paar uur tijd de antwoorden:

  1. Werktitel? En zie niet om. 2. Hoe lang? 50.000 woorden. 3. Wat onderzoek je? De teloorgang van een man die het allemaal goed bedoelt. 4. De eerste zin? Even leek het of Maarten een hartaanval zou krijgen, maar in plaats daarvan kotste hij de laatste restjes van een frikadel speciaal XXL in de wc van het aftandse studentenhuis dat hij met vier vrienden huurde. 5. Climax? Spoiler, dus helaas.

Plattegrond

Ik besloot van die willekeurige antwoorden een verhaal te maken. Hoefde ik daar niet meer over na te denken. Tijdens de opleiding gaf schrijfdocente Kathy Mathys haar studenten de opdracht een plattegrond te maken van de omgeving waar je als kind opgroeide. Na tien minuten had ik een summier overzicht met in steekwoorden wat anekdotes. Als ik dat overzicht zou combineren met de eerder genoemde antwoorden was ik al zo goed als klaar!

Prachtige reis

Op zaterdag, de eerste dag van de vakantie, schreef ik de eerste duizend woorden. Het begin van een prachtige reis in mijn hoofd. Elke dag begon met schrijven en als ik mijn quotum of meer had behaald, ging ik wandelen of in de tuin zitten om na te denken over het vervolg. Ik leefde wekenlang in een parallel universum dat bijna net zo werkelijk was als mijn echte leven. Na 42 dagen zei ik tegen mijn vrouw: ‘Ik geloof dat mijn boek af is’. Deadline gehaald! Tijdens de eerste bijeenkomst na de vakantie hoorde ik dat de opdracht feitelijk luidde: maak een ruwe opzet van je roman, of schrijf enkele hoofdstukken. Tja. Gelukkig had ik het niet goed gelezen. Anders was mijn debuutroman En zie niet om afgelopen juni niet als ebook verschenen bij onafhankelijke uitgeverij The Black Sheep Indie. Nieuwsgierig? Het is voor € 3,49 te downloaden via https://theblacksheepindie.com/ebook/en-zie-niet-om.

 

 

Docenten op een boot – Jowi Schmitz

Waar docenten van de Schrijversacademie het over hebben als je ze in een boot stopt

Zoals dat hoort op een boot werd mijn tas nat en hadden we inkijk in iemands kledij, maar daar ging het niet over. Steeds bogen we om beurten naar voren voor een wijn of een sapje, of een hapje, want daar had Caroline, oftewel mevrouw Schrijversacademie, toch maar mooi voor gezorgd.

Een dag uit het leven van een docent aan de Schrijversacademie.

We gingen vergaderen en toen varen. Het was vol in dat docentenbootje, al die ZZP-ers met allerlei wortels en achtergronden, we hadden bij elkaar een behoorlijke boekenkast vol geschreven. De gesprekken gingen over nieuwe workshops, humor leek ons wel wat, net als dialogen schrijven, en over hoe het zo gekomen was, dat schrijverschap.

Ik vertelde over het verleggen van verlangens, en dat ik dat iedereen aan kan raden, net zo lang, wellicht, tot het past. Omdat je altijd al sporter wilde zijn, maar allebei je knieën knapten. Omdat je zo heel graag wilde kunnen zingen, maar alle kraaien steeds in lachen uitbarstten. Omdat ik toen bij schrijven uitkwam en de grenzeloosheid ontmoette. Steeds verder leren, steeds nieuwe werelden die je met je eigen handen mag bouwen en vormgeven.

Waar was ik anders uitgekomen?

Bij botenbouwen misschien. Of werktuigbouwkunde. Of toch met een bochtje weer bij schrijven. Want voor schrijven heb je geen knieën nodig en je kunt doen alsof je het beste zong van allemaal, vroeger al, altijd al, alsof de kracht van je keel de kraaien wegblies en je samen met hoeheetdie operazanger ook alweer, vooraan op het podium van ‘Nederland heeft toptalent’ deed belanden.

Ik nam nog wat wijn, mijn tas dreef kalmpjes voorbij en de inkijk kwam en ging als de golven.

En zo extreem als het destijds voelde om alles te laten vallen en me op die pen te werpen, zo rustig leek die verandering nu, van hieruit gezien, het water overgezwommen.  ‘Misschien dat ik daar een workshop over kan geven,’ mompelde ik tegen Tijmen aka meneer Schrijversacademie. ‘Over het verleggen van verlangens.’ Dat moest ik uitleggen van hem en opeens was het geen uitleg meer maar een opdracht, schrijf er maar een verhaal over, zei ik juffig.

Zo dreven we met ons bootje door de grachten van Leiden, allemaal deel van een verhaal dat nog volop bezig is.

 Over de auteur:

Jowi Schmitz is schrijfster en docent aan de Schrijversacademie. Haar boek Weg is genomineerd voor de Dioraphte Literatour Prijs. http://literatour.nu/prijs

Verder heeft ze aangeboren discipline, twee kinderen (wat dus enorm handig is) en heel veel toekomstdromen, die allemaal iets met schrijven te maken hebben. Ze woont op een boot bovenop de Piet Heintunnel en de lente maakt dat ieder jaar weer de moeite waard.

Hoe schrijf je een roman? – Stefan Popa

Het is de vraag der vragen: hoe schrijf ik een roman? Anders dan dat jij dat zult doen. Dat is een van de antwoorden. Door te gaan zitten en pagina na pagina te schrijven is een ander antwoord. Zo simpel is het, terwijl het tegelijkertijd duizendmaal complexer is.

Hoe schrijf ik een roman? Deze vraag stel ik mijzelf altijd wanneer ik aan een nieuwe verhaal begin. In de vraag huist een fantastisch avontuur. Ik ben kortgeleden begonnen met het geven van de specialisatiemodule romans en korte verhalen. Voor het eerst in Arnhem – groetjes aan mijn Rijnstedelingen! – en vorige week startte ik ook in Rotterdam. We zitten daar in de bibliotheek, een fijne wereld vol verhalen, met prullenbakken waar de ideeën op elkaar stinken: een sinaasappelschil en een wegwerpscheermes bovenop afdroogpapieren met verdachte kleurtjes. Inspiratie is overal, en als je het niet hebt, dan maak je het maar.

Samen ontdekken we hoe zo’n vonkje inspiratie kan uitgroeien tot een heus boek. En wat gebeurt er daarna vragen sommigen mij? Ik heb een paar dagen terug mijn overzichten van mijn oude uitgeverij ontvangen. Een roman verkopen is haast moeilijker dan een roman schrijven. Er zijn twee misvattingen over schrijven:

  1. Schrijven is romantisch;
  2. Schrijven maakt rijk.

Nee, schrijven is hard werken en het enige (en mooiste) wat je ermee verdient, is een wereld waarin alles kan en mag. Klap een laptop open of pak een notitieblok erbij en ervaar de ultieme vrijheid. Daar doen we het allemaal voor.

Hoe schrijf ik een roman?
Allemaal hebben we aan het einde van de specialisatie een ander antwoord op dezelfde vraag. Ik weet alleen dat ik er nog één wil schrijven, telkens weer.

Over de auteur:

Stefan Popa geeft sinds najaar 2016 les en heeft drie romans geschreven: Verdwenen grenzen, A27 en De verovering van Vlaanderen. Volg ‘m op twitter en zo.

Wil je ook les krijgen van Stefan? Neem contact op via 088 1630 088

 

 

Boekentips van Kathy Mathys

Laatst interviewde ik Michael Chabon voor De Standaard in het Ambassade Hotel (op de Herengracht te Amsterdam). Het schrijvershotel, zo staat de plek bekend onder journalisten en auteurs. In het hoogseizoen kan je er zomaar tegen Jonathan Safran Foer en Bill Bryson aanlopen in de lobby, zoveel interviews worden er georganiseerd.

Tijdens ons gesprek (waaruit dit artikel ontstond) ging het over autobiografieën en memoirs. Michael Chabon (de schrijver van ‘Maangloed’, onlangs nog lovend besproken in DWDD) vond het ergerlijk dat de bestsellerlijsten vol staan met autobiografische titels, ten nadele van de fictie. Ik kan me helemaal vinden in zijn observatie dat wat verzonnen is niet minder waar hoeft te zijn dan het waargebeurde.

Chabon irriteerde zich ook aan de structuur van het gros van de memoires. Ze presenteren het leven, zo vond hij, als een verhaal met een al te duidelijke plot, met overzichtelijke hoofdstukken. In het echt, zo stelde de schrijver terecht, is het leven veel chaotischer.

Nochtans zijn er tegenwoordig tal van memoires die de chaos toelaten, die de klassieke spanningsboog van de roman niet kopiëren. Ik denk dan aan ‘De uitweer‘ (Ambo/Anthos), van Amy Liptrott waarin de schrijfster opgroeit op de Orkney-eilanden, ten noorden van Schotland. Ze trekt weg naar Londen, geraakt verslaafd aan drank en keert terug naar de eilanden. Dat klinkt overzichtelijk en toch is dit een wild boek. Lipton verrast door ook van het eiland een personage te maken. En aan het slot zijn er nog heel wat losse eindjes.

Nog gedurfder qua vorm is het boek ‘Hourglass. Time, Memory, Marriage‘ (Alfred A. Knopf) van Dani Shapiro. De structuur van deze autobiografie ontglipt me nog steeds enigszins. Het boek gaat over een lang huwelijk en over het schrijversleven. De echtgenoot van de schrijfster is journalist en scenarioschrijver. De twee werken zich te pletter, grote investeringen zijn uitgesloten. Er is altijd net genoeg voor de dag van vandaag en morgen, niet voor overmorgen. Wat een grillige, meanderende memoir is dit! Verplichte kost voor wie wil schrijven over het eigen leven. Shapiro laat zien dat er zoveel mogelijkheden zijn qua vorm en opzet.

Overigens kwam ik bij Shapiro terecht omdat ze in de Verenigde Staten een stevige reputatie heeft als docent creatief schrijven en omdat ze een boek uitbracht over schrijven. Ook dat laatste wil ik hier van harte aanraden. ‘Still Writing. The Perils and Pleasures of a Creative Life‘ (Grove Press)  kan je enigszins vergelijken met de boeken van Natalie Goldberg of Julia Cameron. Het biedt een mengvorm van autobiografie en tips voor het schrijversleven. Er staan prachtige essays in over je ritme vinden – ze heeft een hekel aan het woord discipline –, over het oncontroleerbare van het schrijfproces, over het geluid van de typemachine van haar moeder (die verwoed schreef en nooit een uitgever vond), over haar geliefde docent, schrijfster Grace Paley.

Verfrissend zijn ook de essays over zogenaamde schrijversdogma’s als ‘Schrijf over wat je al kent.’ Shapiro nuanceert, voegt een en ander toe. Haar toon is bemoedigend, nooit betuttelend.

En laten we eindigen met het onderwerp waarmee we begonnen, het waarheidsgehalte in romans en een autobiografieën. Dit citaat vond ik bij Shapiro:

Fiction can be even more exposing than memoir – a map to the inner world, the subconscious internal workings, the obsessions and fears and secret joys of the writer.’

Over de auteur:

Kathy Mathys is schrijfster en literair journalist voor De Standaard, en docent aan de Schrijversacademie. In 2015 verscheen haar boek ‘Smaak. Een bitterzoete verkenning‘. Volgend jaar verschijnt haar tweede boek, een roman.