Aan de slag als auteur – Willie Lek

Als zélfs de weergoden goed gezind zijn, moet het vandaag een geweldige dag worden, mijmer ik in de trein, terwijl in de lome ochtendmist koeien en kalveren voorbij razen en grazen.

In Utrecht loop ik richting de Dom, makkelijk zat, die torent overal boven uit. Mariaplaats 14, daar moet ik zijn. Ik had het adres thuis gegoogeld, maar in het echt geloof ik mijn ogen niet. Komt het door de stadse stilte in dit vroege uur of gewoon door de kleur van de herfst, dat ik een beetje beduusd ben? Is het in dít het pand waar ik vandaag luister, leer en vragen kan stellen? Wauh.

Natuurlijk, een pand met cachet garandeert niet dat ik ook werkelijk iets opsteek. Dat de koffie van goede kwaliteit is, de spritsen naar roomboter smaken, de stapel vegetarische broodjes zijn weerga niet kent, de kroonluchters sprankelen, de fauteuils uit Engelse bibliotheken zijn gehaald, de boekenkasten tot een immens hoog plafond rijken: dat wil, nogmaals, allemaal niets zeggen over de inhoud van deze dag.
Totdat ik luisterde naar de aanstekelijke zinnen van Roos Schlikker, met een ondertoon die er niet om loog.

Er was een interview met Jaap Robben. Ooit kocht ik een van zijn eerste bundels, Zullen we een bos beginnen’, toen hij in 2008, tussen gordijnen in een Amsterdamse huiskamer, optrad. Een recensent van de Volkskrant schreef destijds: ‘Nieuwkomer Jaap Robben stelt van die prikkelende vragen die kinderlijk concreet en filosofisch tegelijk zijn. (…) Deze jonge dichter belooft wel wat, maar is er nog niet.’ Nu is hij een gevierd schrijver, zijn innemendheid is gebleven.
Ik volgde twee masterclasses. Hieke Jans, scenarioschrijfster, boeide een uur lang. GTST, zomaar een soap? Het woord ‘research’ werd met hoofdletters uitgesproken.
Remco Volkers vertelde in zachte, bedekte termen hoe we ons product kunnen ‘pitchen’.
‘Kun je een pitch bedenken voor het verhaal van Roodkapje?’

‘Hoe een ruikertje bloemen leidde tot een moordzaak’, misschien?
Ten slotte een paneldiscussie: een uitgever, een boekinkoper, de literair agent. Niet zoveel nieuws onder de kroonluchters: ga naar een boekenwinkel, koop weinig van de boekentoptien, schrijf secuur, lees breed, luister naar je uitgever en maak netwerken. Wel leuk om Grote Namen in het echt te zien. Terug in de trein zag ik weer de koetjes en kalfjes. Gelukkig maar, want er kon niets meer bij in mijn verzadigde hoofd.

Over de Auteur:

Willie Lek is student aan de Schrijversacademie en start in oktober met de eerste module. Het schrijven zit in ’t bloed, haar moeder heeft haar de liefde voor taal meegegeven. Ze groeide op, was de jongste van acht kinderen, in een druk gezin. Natuurlijk kwam ze daar niet makkelijk aan het woord, dan was schrijven dé manier om te zeggen wat ze duidelijk wilde maken. Zo is het gekomen, door moeder en de ‘Benjamin’ zijn.

Nu, járen, járen later is schrijven, naast hobby, ook een manier om haar gedachten vorm te geven. Het is niet de eerste cursus die zij volgt, zij reisde een jaar naar Amsterdam en een schrijfweek op Terschelling leverde haar eerste (autobiografische) boek op, “Druppelsgewijs”, hoe het leven in een klein dorp, in de jaren ’50 druppelsgewijs veranderde.

Waarom nu naar de Schrijversacademie?

‘Omdat schrijven een voortdurend proces is, en ik behoefte heb aan collega’s, nieuwe inzichten, nieuwe ideeën. Gezocht in het woud van aanbieders, de Schrijversacademie leek (lijkt!) het best bij mij te passen.’


Om professioneel aan de slag te kunnen met schrijven organiseren we vier keer per jaar een studiedag met masterclasses van mensen uit de schrijverswereld. Wil je ook een keer naar de studiedag komen? Klik dan hier.

Benieuwd naar de foto’s?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boekentips van schrijfdocent Jacqueline de Jong

Ik ben een beroepslezer. Wanneer ik schrijvers en studenten begeleid of als uitgever boeken selecteer, dan lees ik met een zakelijk oog. Maar lezen doe je natuurlijk niet alleen met het hoofd, maar ook met het hart. De kracht van een goed verhaal is dat het prikkelt, ontroert of verrast.

Tot in mijn tenen

Lezen kan ook een fysieke ervaring zijn, merkte ik bij Een klein leven van Hanya Yanagihara. Deze vuistdikke roman volgt de levens van vier studievrienden. Centraal staat Jude, een briljante, maar gekwelde geest. Judes tragiek is dat hij niet van zichzelf kan houden door wat er zich in zijn jeugd heeft afgespeeld. Als kind is hij ernstig misbruikt, iets waar hij niet over kan en wil praten. In plaats daarvan snijdt hij zichzelf:

‘Soms omdat ik me heel rot voel of me schaam en er behoefte aan heb om wat ik voel fysieke vorm te geven. En soms omdat ik te veel dingen voel en er behoefte aan heb om helemaal niets te voelen. Soms ook omdat ik me gelukkig voel en mezelf eraan moet herinneren dat dat niet goed is.’

Een schokkend, knap geschreven boek. De passages over Judes pijn, zijn demonen en zijn zelfhaat waren zo overweldigend dat ik ze alleen staand kon lezen. Alsof ik mezelf ervan moest overtuigen dat alles in mijn lichaam het nog deed en intact was.

De schrijver en zijn redacteur

Toen het boek in Amerika uitkwam, noemde een recensent het ‘slachtofferporno’. Yanagihara’s redacteur sprong daarop in de bres voor zijn auteur. Want behalve coach, criticus, sparringpartner én vertrouweling vervult een redacteur ook de rol van ambassadeur.

Hoewel er tientallen boeken bestaan over de kunst van het schrijven, gaan er maar weinig in op de samenwerking tussen auteur en redacteur. Wie dat wel doet, is Betsy Lerner in The Forest for the Trees. An editor’s advice to writers. Lerner kent het klappen van de zweep. Als redacteur en literair agent begeleidde ze talloze auteurs. Bovendien is ze zelf schrijver. Ze weet hoe tobberig en eenzaam de weg van idee naar boek kan zijn. Maar, zo luidt haar belangrijkste advies, je hoeft het niet alleen te doen:

‘The editor, like a good dance partner who neither leads nor follows but anticipates and trusts, can help the writer find her way back into the work, can cajole another revision, contemplate the deeper themes or supply the seemless transition, the telling detail.’

Lerners toon is grappig en eerlijk als ze ook de minder leuke kanten van het schrijven, uitgeven en redigeren belicht. Een must-read voor wie zijn weg probeert te vinden in uitgeefland.

De pruimen uit jouw koelkast

Wie de film Paterson van Jim Jarmusch heeft gezien, heeft vast genoten van de sympathieke buschauffeur die in zijn vrije tijd gedichten schrijft. Zijn poëzie gaat over de schoonheid van het alledaagse: een doosje lucifers, het bier in je glas, de eerste lentedag. Patersons lievelingsdichter is William Carlos Williams (1883-1963) en als zijn vriendin daarom vraagt, draagt hij nog maar eens diens beroemdste gedicht voor:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Door de film kreeg ik zin in poëzie en zo herlas ik Koffers zeelucht van Hagar Peeters (Bezige Bij, 2003). Een bundel vol mooie, speelse gedichten. Neem deze strofe uit ‘Kanttekeningen van de muze’:

‘Leg niet je hand op mijn hand als ik een pen vasthoud. / Zelfs als ik geen pen vasthoud omklem ik er een. / Het is de lucht tussen mijn vingers die ik koester. / Soms streel ik er de wereld mee.’

Luisteren naar schrijvers

Behalve een lezer ben ik ook een luisteraar. Ik mag graag naar podcasts luisteren, vooral als ze over boeken en schrijvers gaan. De New York Times Book Review en The Guardian Books Podcast houden me gezelschap als ik een saai halfuurtje op mijn roeimachine doorbreng. En wanneer ik ’s nachts wakker lig, is daar gelukkig de Fiction-podcast van het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker.

Voor die podcast nodigt redacteur Deborah Treisman elke maand een schrijver uit om zijn of haar favoriete verhaal voor te lezen en te bespreken. Zo hoor je wat Karl Ove Knausgard bewondert in V.S. Naipaul en waarom David Sedaris van Miranda July houdt.

Niet alleen leuk, maar ook bijzonder leerzaam voor (aankomende) schrijvers én redacteuren. Want wat voor schrijven opgaat, geldt ook voor redigeren: het begint met goed lezen. En luisteren.

Over de auteur

Jacqueline de Jong is redacteur, tekstschrijver en uitgever van dwarsligger®, de serie boekjes in handtas- en broekzakformaat. Ze doceert Creatief Schrijven en Redactie aan de Schrijversacademie. Voor het blad Schrijven verzorgt ze een serie artikelen over het vak van redacteur.

Het volgende startmoment voor de losse specialisatie Redactie met Jacqueline is 1 april 2017 (geen grap) in Amsterdam om 13:30. Schrijf je nu in en ontvang een jaar lang het Schrijven Magazine cadeau!