Met de tram – Trudy Admiraal

Het lag al een tijdje op de plank, het prentenboekverhaal dat ik schreef als eindopdracht van de specialisatie Kinderboeken. Over een bijdehand jongetje in de Amsterdamse tram; een roadmovie (want daar hou ik zelf zo van) voor kleintjes. Mijn docent uit die tijd, Jowi Schmitz, vond het verhaal zó leuk dat ze het stiekem naar een uitgever stuurde. Ik ben er zelfs op gesprek geweest maar het lukte de uitgever niet een illustrator te vinden die tijd / inspiratie had.

Ondertussen was ik druk met boeken schrijven in opdracht (non fictie) en andere schrijfopdrachten, ik ben zzp’er. Vorig jaar heb ik een eigen boek uitgegeven: Heen & Weer, interviews met mensen die een historisch veerpontje hebben gekocht, samen met fotograaf Martijn Gijsbertsen gemaakt. Daar heb ik een eigen uitgeverij voor opgericht: Editie does. (Lang verhaal, bestaande uitgeverijen vonden het een prachtig project maar wilden het alleen uitgeven als wij het gingen betalen…)

Afgelopen voorjaar had ik zin in een nieuw project. En toen dacht ik aan dat kinderboekverhaal. Ik kende Brian Gunther nog van vroeger, hij is professioneel cartoonist en striptekenaar. Zijn stijl spreekt kinderen enorm aan. Hij vond het een leuk verhaal, we maakten samen een storyboard en Brian bracht de zomer door achter zijn tekentafel.

Het is hartstikke leuk om zelf een boek te produceren, je moet aan duizend dingen tegelijk denken, ik ben er zoet mee!

Want als het boek er dan is, begint het eigenlijk pas goed. Als uitgever moet ik er ook voor zorgen dat het wordt gekocht. Voor dit boek heb ik me aangesloten bij de Vrije Uitgevers, een cluster van kleine uitgeverijen, zodat ik nu een goedkopere aansluiting heb bij het Centraal Boekhuis. Het boek is op tijd gedrukt, het is leverbaar via de boekhandel en mijn webshop zodat elk kind het nog van Sinterklaas kan krijgen.

Ik heb samen met Esther (vriendin die ik leerde kennen op de Schrijversacademie!) vrijwel elke boekhandel in de wijde omtrek benaderd, de conducteurs van Lijn 13 gaan flyertjes uitdelen, ik zit sinds kort op facebook en heb een leuke boekpresentatie kunnen organiseren bij Hotel Buiten, de nieuwste hotspot aan de Sloterplas in Amsterdam, uiterst kindvriendelijk. Kom gezellig langs zaterdag 25 november van 12 tot 13 uur!

Natuurlijk heb ik ook persberichten gestuurd naar verschillende bladen en dat is aardig opgepikt. Deze week staan er interviews met mij in Stadsblad De Echo en de Westerpost (lokale bladen in Amsterdam) en zaterdag vind je me in de bijlage Vrij van de Telegraaf! Ook voor het decembernummer van MUG Magazine ben ik geïnterviewd, erg leuk en spannend om eens aan de andere kant van de tafel te zitten!

Trudy Admiraal

Over het boek: ‘Met de tram!’

Met de tram! wordt uitgegeven door Uitgeverij Editie does die is aangesloten bij De Vrije Uitgevers.  Het boek is binnenkort verkrijgbaar via de boekhandel en de webshop van de uitgeverij.

De vaste boekenprijs bedraagt 12 euro.

Harde kaft, 28 pagina’s FC, liggend formaat 28×21 cm. ISBN: ISBN  978-90-825744-1-8.

 

De shortlist is bekend! Het Meisje en de Oude Jan – A. Molenaar

Vier studenten maken nog kans om de winnaar te worden van onze schrijfwedstrijd. Deze week publiceren we elke dag een van de verhalen, en vrijdag maken we de winnaar bekend.

De opdracht was: schrijf een verhaal dat je ooit als kind bedacht maar nooit opschreef. Trek het naar de volwassen wereld, zonder kinderhandschrift en typefouten, maar zoek hetzelfde gevoel. Voeg er zoveel inzichten, spanning en fantasy aan toe als je wilt.

De shortlist:

  • Het Meisje en de Oude Jan – A. Molenaar
  • Verdwijnen – C. Straat
  • De Oversteek – L. Waller
  • Heprep in de klok – M. Kranenburg

Het meisje en de Oude Jan

Het is tijd om naar muziekles te gaan. Ik heb geen zin. Buiten is het grijs en koud, het wordt al donker. De Oude Jan, scheve kerk aan het eind van de gracht, slaat vier maal. Het diep brommende geluid trilt door het huis.

Ja, ik weet het, ik moet naar muziekles. Ik heb geen zin. Geen zin in de juf met haar strenge lange vlechten en gezicht als een uil. Ze kijkt boos en haar ogen priemen. Maar het moet, zeggen papa en mama.

Oké, daar ga ik. Dag warm kussen en lievelingsboek. Dag zusje spelend met lego in de hoek. Ik moet naar muziekles. Is het niet stom? Over de donkere grachten, langs de Oude Jan. Ik ben een beetje bang.

Hallo fiets, rijd mij snel en schijnt je lamp wel fel? Tas met blokfluit en notenboek hang ik aan je stuur. De gang is warm en licht, ik rijd het donker in. Gracht met straatstenen, mijn wielen rollen over jou heen. Licht valt uit hoge ramen. Achter ramen thee, warmte en lachende mensen. Doorfietsen, straks ben ik te laat.

Oude Jan, scheve toren, je komt steeds dichterbij. Nu rijd ik jouw schaduw in. Mijn voeten trappen op de pedalen, stenen flitsen onder me door. De blokfluit tikt steeds tegen mijn knie. Koplamp hangt scheef en flikkert licht over stoeprand.

Oude Jan, laat me erdoor, straks val jij om en lig ik onder jou. Je bent zo groot en zwaar en zwart. Ik wil niet dood.

Rechtop sta ik op mijn fiets en trap zo hard ik kan. Het is doodstil op de gracht. Waarom zijn de lantaarns niet aan? Het water glimt donkerblauw. Indigo. Monsters rusten op de bodem. Ik hoor ze zuchten.

Laat me gaan, hijg ik.

Rimpel in wateroppervlak. De Oude Jan doemt op. Ik kijk niet op. De toren leunt over me heen, de stenen knarsen. De wind loeit door de poorten en duwt mij terug. Ik zit gevangen tussen toren en straat.

Tiktiktik, blokfluit tegen mijn knie. Als ik bij de volgende brug ben zal ik veilig zijn voor jouw vallende stenen. Weg van monsters. Donkere vogelheksen zoeven uit de kerk en ze krassen hard en schel. Ze zullen me vangen en vermorzelen. Ze scheren langs mijn hoofd.

Flikker, flikker, licht, de koplamp.

Daar iets verder licht uit een huis! Een vrouw doet net haar deur open.

Kom op kom op, vlucht voor stenen, vogelheksen en watermonsters.

Ik ben er bijna, bijna veilig.

Mijn hart bonkt en gepiep komt uit mijn borstkas. Een auto achter me, een golf van licht. Daar is de brug, met

Lantaarns springen aan. Door een tunnel van licht fiets ik naar de muziekschool. In de verte klinkt de stem van een huilend meisje.

Ik heb het gehaald, het is gelukt.

Fiets tegen een lantaarnpaal. Het gebouw straalt als een gouden kerstbal.

Ik huppel naar het geluid van piano en binnen galmen mijn voetstappen door de grote hal. Daar is het lokaal en juf. Haar vlechten zijn goudgeel met rode linten en haar gezicht een lachende volle maan.

Achter mijn tafeltje, blokfluit klaar voor een noot. Niet dood.

Hoe doe je dat eigenlijk, schrijven? – Anne Ruhl

Hoe doe je dat eigenlijk, schrijven?

Ik heb ondervonden hoe het niet werkt.

SOG (schrijf ontwijkend gedrag)

Blinkend en streeploos schoon. Iedere keer wanneer ik tijd vrij maakte om te schrijven, werd mijn huis ineens heel schoon. De stofzuiger ging aan, alle keukenkastjes moesten beter ingedeeld worden en de badkamer kalkvrij maken leek van levensbelang. Na een tijdje zwoegen stond er nog geen letter op papier. De huishouddiva die zich had ontpopt, was mijn grootste schrijfvijand. Dit kon zo niet langer. In mei 2017 wilde ik mijn kinderboek met 30.000 woorden af hebben. Het leven van mevrouw Stip speelde zich af in mijn hoofd, maar kwam op deze manier nooit op papier. Van een schoon huis werd ik niet blij. De belevenissen van Stip en Roeltje stapelden zich op en iedere dag dat ik die niet opschreef werd ik gefrustreerder. Er waren drastischere maatregelen nodig.

Daar kwamen een strak schema, een I.L. (ideale lezer) met zweep en een woordentellend-programma op internet bij kijken.

Hoe ik wel los ging met de verhalen:

Strak schema

Mijn nieuwe indeling hield in dat ik op maandag- en dinsdagavond moest schrijven. Na mijn werk, tussen het koken en de hond uitlaten door. Op vrijdag een hele dag schrijven en op zaterdag en zondag een dagdeel. De stofzuiger mocht alleen maar komen kijken als je de vloer echt niet meer kon zien en de hond -het arme beest- moest zijn plasje ophouden.

I.L.

Tijdens de kinderboekenspecialisatie die ik volgde bij Jowi Schmitz mochten we allemaal werken aan ons eigen verhaal. Stephen King geeft als tip om je ideale lezer voor je te zien als je schrijft. Als ik een verhaaltje af had, stuurde ik een geprinte versie op aan Nicole, mijn fantastische I.L. Zij was heel erg enthousiast en overtuigd dat het goede verhalen waren en ze kwam met leuke aanpassingen en met verbeteringen.

Vorderingen bijhouden

Met mijn nieuw bedachte schema had ik het plan om elke week zeker twee hoofdstukken te schrijven en op Pacemaker had ik mijn doel om 30.000 woorden af te hebben in mei ingevoerd. Ik ging hard aan het werk met mevrouw Stip en Roeltje. Iedere keer als ik een gebeurtenis bedacht, schreef ik dat op een klein gekleurd papiertje en plakte ik het boven m’n bureau. Het uitwerken ervan deed ik tijdens mijn ma-di-vr-za-zo-regime.

Gek genoeg kwamen er steeds meer mensen in mijn verhalen bij. Of ik wilde of niet, ze drongen zich op. Ik was gestart met keurige mevrouw Stip en haar chaotische zus Roeltje. Maar al snel kwam Frederik erbij, de zoon van mevrouw Stip. Niet als baby, gewoon meteen een jongetje van zeven. Dat kan als je schrijft. Een moeilijke oma en een veel te charmante man erbij, klaar.

Het begin van het eind

Een van de opdrachten was dat je tien verschillende eindes aan je verhaal moest bedenken en ik heb daar vier versies van uitgewerkt. Het beste eind had ik dus al geschreven voordat de rest van het boek klaar was. Ik had wel losse verhalen, maar nog geen grote lijn. Doordat het einde klaar was, kon ik met meer focus aan de ontbrekende stukken werken. Er moest wel spanning komen, mensen moeten je boek wel uit willen lezen. Ik bedacht dat er aan het eind een grote schoonmaakwedstrijd plaatsvindt. En er moest een man in komen met foute bedoelingen. Het hele boek werkt mevrouw Stip aan haar uitvindingen voor de wedstrijd en als ze zeker weet dat ze gaat winnen, loopt alles in de soep. Zonder nog te veel te verklappen.

mijn vorderingen in februari

 

 

 

 

Over de auteur:

Anne Ruhl woont in Haarlem met haar man en Italiaans windhondje. Als ontspanning leert ze Scandinavische talen. Op vakantie neemt ze uit ieder land een bijzondere theedoek mee die ze vervolgens nooit gebruikt, maar wel ophangt om mooi te zijn. In het najaar van 2015 startte ze met de Schrijversacademie om naast haar werk als leerkracht haar talenten verder te ontwikkelen. Op dit moment is ze druk bezig met het schrijven van haar eerste boek. Mevrouw Stip en Roeltje zal in januari 2018 uitkomen bij Buddy Books.

 

Werken met sexy mannen – Jowi Schmitz

Wil je schrijver worden? Bereid je dan voor, want lezen wordt er werken van. Lezen wordt grazen naar mooie zinnen, wordt met een vergrootlas de opbouw bestuderen. Dat gaat vanzelf. Als ik lees ben ik net zo’n boemeltrein; maak ik net een beetje vaart sta ik alweer op de rem. Pak ik mijn schrift erbij, ga ik zinnen overschrijven.

Het is ook bunkeren: en eigenlijk is dat bijna ongepast, als je erover nadenkt: ik lees alles van één auteur. Achter elkaar. Op dit moment is dat Marian Keyes en die heeft nogal wat boeken op haar naam staan. Waar zij de afgelopen vijfentwintig jaar aan zwoegde, daar raas ik in luttele weken doorheen. Of nou ja, ik boemel er doorheen dus, maar toch. Gecondenseerde tijd.

Werk-lezen.

Marian Keyes wordt wel de grondlegger van de chicklit genoemd, maar wat ze vooral heel erg goed kan is verhaalstructuur. Ik lees het verhaal, noteer na afloop ‘de beats’. Ik noteer in krabbels wat er gebeurt per hoofdstuk (bijvoorbeeld ‘Misty, het mooie meisje’ of ‘Die leren broek die door vijf sexy mannen werd gedeeld’) en hou daarna mijn velletje tegen het licht. Om te kijken hoe ze het precies gedaan heeft. Ik haat het opschrijven van die beats, het voelt als huiswerk. Maar ik ben altijd blij met wat ik leer. Want als structuur een vlechtwerkje is, dan is Keyes topstyliste.

Bijkomend voordeel; chicklit is gemaakt om spannend te zijn, dus af en toe glij ik heerlijk mee in haar wereld vol vrouwen die met moeilijke zaken bezig zijn, maar dikwijls worden afgeleid door heerlijke sexy mannen. ‘Ben je nou alweer aan het lezen,’ zegt mijn vriend, als hij bij thuiskomst twee hongerige kindjes naast mijn bed ontdekt en mij erin, hoofd in een boek.

‘Ik wèrk,’ zeg ik dan beledigd.

Over de auteur:

Jowi Schmitz, docent aan de Schrijversacademie, schrijft voor volwassenen en kinderen. Ze debuteerde in 2005 met Leopold, een roman over een man die kip wordt. Daarna verschenen er non-fictie boeken, nog een roman, diverse kinderboeken en allerlei andersoortige teksten. Ze schreef ook voor de kinderpagina van NRC Handelsblad, en ze heeft al jaren een weblog jowischmitz.nl

In november 2016 verscheen Weg bij uitgeverij Hoogland en Van Klaveren. Weg gaat over een meisje dat wegloopt naar Barcelona om de vrijheid te veroveren.Het werd door de Volkskrant verkozen tot één van de beste YA romans van 2016, en is genomineerd voor de Dioraphte literatour prijs.

Een kijkje in de keuken van de Schrijversacademie – Femmie van Rooijen

We krijgen vaak de vraag van nieuwsgierige studenten hoe het er aan toe gaat in de keuken van de Schrijversacademie.  Daarom wordt het tijd voor een blog vanuit onze ‘Schrijversacademie-keuken’.

Bij de Schrijversacademie werken is enorm divers. Het ene moment ben je bezig met het informeren van nieuwe studenten en het andere moment zijn we bezig met het inplannen van nieuwe klassen of het schrijven van een nieuwsbrief. We zitten op kantoor met drie mensen, Caroline (de manager), Tijmen en ik, beide studiecoach en multifunctioneel inzetbaar. Met z’n drieën zorgen we voor het reilen en zeilen van de Schrijversacademie.

Het voorgerecht

Als we ’s morgens beginnen hebben we altijd volle mailboxen. Uiteraard komen er dagelijks tientallen mailtjes binnen van toekomstige studenten die informatie aanvragen over onze opleidingen. Wat kunnen ze verwachten van de opleiding? Wie zijn de docenten? En is er nog plek in de locatie van hun voorkeur. Daarnaast krijgen we natuurlijk veel mailtjes van studenten die wij, als studiecoach, begeleiden. Om 9:00 uur zorgen we er voor dat we telefonisch bereikbaar zijn en de eerste mails al weer verstuurd hebben.

Gedurende de hele dag beantwoorden we mailtjes en telefoontjes van alle studenten en toekomstige-studenten. En stiekem is misschien het telefonische contact wat we hebben het allerleukste. We proberen altijd even de tijd te nemen voor mensen die ons bellen. Je merkt dat als je de tijd neemt voor een gesprek de (toekomstige) studenten prachtige verhalen met ons delen. Van grootouders die graag een kinderboek willen schrijven voor hun kleinkinderen tot full-time werkende studenten die naast hun baan heel graag hun familieverhaal willen opschrijven of eindelijk een begin willen maken aan hun eigen roman. Prachtige verhalen. Zo merk je dat elke (toekomstige) student eigenlijk een eigen boek is waar we heel soms een achterflap of zelfs een hoofdstuk van mogen lezen.

Het hoofdgerecht

Naast het contact dat we hebben met de studenten gebeurt er natuurlijk ook heel veel achter de schermen. Je kunt hierbij denken aan het ontwikkelen van lesmateriaal en het verzorgen van de boekenpakketten. Gelukkig werken we samen met ruim 20 enorm gemotiveerde docenten. Al onze docenten hebben zelf boeken uitgegeven of hebben expertise op het gebied van redactie of scenario’s schrijven. Onze docenten ontwikkelen in opdracht van ons het studiemateriaal en bedenken de huiswerkopdrachten die gemaakt moeten worden. Wij zorgen er dan weer op onze beurt voor dat de modulewijzers op tijd gedrukt zijn en de juiste boeken naar de studenten gestuurd worden.

Daarnaast zijn wij natuurlijk ook verantwoordelijk voor alles wat rondom de studie geregeld moet worden. Hierbij kun je denken aan het inplannen van nieuwe klassen, het reserveren van leslocaties en het bedenken van schrijfwedstrijden. Wij zorgen er natuurlijk ook voor dat zoveel mogelijk mensen de Schrijversacademie leren kennen door onze marketing campagnes. Zo staan we bijvoorbeeld regelmatig in Schrijven Magazine en heeft onze docent Jowi in elke editie een vaste column.

Zelf houd ik me veel bezig met de marketing- en salesactiviteiten. Ik zorg er samen met Caroline voor dat al onze Facebook- en Instagramvolgers op de hoogte zijn van onze activiteiten en dat er door het hele land heen proeflessen aangeboden worden.

Het toetje

De slagroom op de taart of de dame blanche met warme chocolade. Kortom, het leukste onderdeel van het werken bij de Schrijversacademie. Persoonlijk vind ik het contact dat wij hebben met (toekomstige) studenten en docenten het allerleukste. Zo zijn de docentenuitjes ontzettend gezellig (meer lezen over deze uitjes? Lees dan de blog van onze docent Jowi) en beleef ik enorm veel plezier aan het begeleiden van de proeflessen. Tijdens de proeflessen zie ik de toekomstige studenten ‘in het wild’ en kan ik eindelijk zien welke gezichten er horen bij de verhalen die ik heb gelezen.

De allerleukste dag is voor mij toch wel de studiedag. Onze studiedag wordt vier keer per jaar georganiseerd en is altijd weer een feestje. Tijdens deze studiedag komen er zo’n 80-100 studenten naar Amsterdam of Utrecht om gezamenlijk workshops en interviews bij te wonen. Het is ontzettend leuk om bekende gezichten van de proeflessen na een aantal maanden weer terug te zien  en te horen hoe ze de opleiding ervaren. De studiedag is altijd heel erg druk, maar wel heel leuk. We eindigen de dag altijd feestelijk met een gezamenlijke borrel en  kunnen nog dagenlang nagenieten van alle positieve energie die we hebben gekregen van alle studenten.

Kortom, werken bij de Schrijversacademie is voor mij een echt feestmaal! Wil je ons team versterken? http://bit.ly/2uoY4Yv

 

Femmie van Rooijen (1991) heeft tijdens haar studie Communicatie gewerkt als studieadviseur bij een onderwijsinstelling. Nu geeft ze toekomstige studenten advies over het volgen van een opleiding bij de Schrijversacademie. Daarnaast houdt ze zich bezig met de vormgeving, het begeleiden van studenten en de (online-) marketing van de Schrijversacademie

De kunst van het schrijven- Anne Ruhl

Basismodule

Eindelijk zou ik de kunst van het schrijven perfectioneren. Daar ging ik dan, in mijn flamingo tas de boeken, de reader en een glimmend schrift. Bij een nieuw avontuur hoort natuurlijk ook een nieuwe tas. De eerste dag van school was ontzettend spannend. In Den Haag zouden we les krijgen in het torenkamertje van de boekwinkel. Het idee alleen al klonk zo romantisch. Ik gunde mezelf deze opleiding. Een hele zaterdagmiddag alleen maar leuke dingen doen. Met een chai tea latte en een vriendin uit Den Haag die me de weg wees, kwam ik terecht in mijn schrijfgroep.

Voorstellen

Ik wilde gaan werken op de redactie van een uitgever in schoolboeken, vertelde ik tijdens het voorstelrondje. Zo kon ik mooi mijn ervaring in het onderwijs combineren met het schrijven van lessen. Na tien jaar voor de klas leek me dat een leuke uitdaging en goed te combineren met het werken als juf.

Andere ambities?

Alle creatieve schrijfoefeningen die volgden vond ik erg leuk, maar dat was uiteindelijk niet wat ik wilde gaan doen. Ik zou van de lessen in de basismodules gaan genieten, maar mijn echte focus lag toch op de specialisatie. Andere mensen kwamen met plannen voor een roman of ze hadden zelfs al een kant en klaar manuscript klaarliggen. Zit ik hier wel echt om die reden? Of wil ik, behalve schoolmethodes schrijven, toch ook niet stiekem de volgende Annie M.G. Schmidt worden? Dat heb ik mezelf meer dan eens afgevraagd, maar de gedachte om zelf een boek te schrijven en daarmee langs uitgevers te gaan klonk me zo griezelig in de oren dat ik het maar snel wegdrukte.

De omslag

Tijdens de lessen gebeurde het. We moesten wekelijks een verhaal schrijven en elkaar feedback geven. Sommige mensen konden ook van hun feedback een prachtig en samenhangend geheel maken. Ik niet. Om de week martelde ik mezelf door een paar uur achter de computer te gaan zitten en als een strenge juf mocht ik van mezelf niet eerder weg voordat het klaar was. Ik ben geen geboren redacteur. Ik vond het helemaal niet leuk om de teksten van anderen te beoordelen, ik kon niet bedenken wat er anders kon en hoe het beter kon. Starend naar mijn beeldscherm perste ik er wat feedback uit. Een marteling dus. Waar ik wel blij van werd, was zelf verhalen schrijven. Mijn creativiteit werd aangeboord en ik ging naast de verplichte opdrachten ook aan de slag met andere verhalen.

Mevrouw Stip

Mevrouw Stip werd geboren. Ik schreef puur voor mijn eigen plezier over de overdreven keurige mevrouw Stip en haar chaotische zus Roeltje. Ik kon niet meer stoppen. Het gaf me energie en niet geheel onbelangrijk, ik vond het echt leuk om zelf te schrijven.

Laat het los

Ik heb er maanden over gedaan om de gedachte van de redactiespecialisatie los te laten en me te bezinnen op wat ik dan wel wilde gaan doen. Net voor de laatste les was ik eruit. Ik wilde de kant van kinderboeken op. De schrijfdocent was erg verbaasd omdat ik tijdens de lessen nooit kinderverhalen inleverde. Maar dat heb ik tijdens de specialisatie ruimschoots ingehaald.

Over de auteur:

Anne Ruhl woont in Haarlem met haar man en Italiaans windhondje. Als ontspanning leert ze Scandinavische talen. Op vakantie neemt ze uit ieder land een bijzondere theedoek mee die ze vervolgens nooit gebruikt, maar wel ophangt om mooi te zijn. In het najaar van 2015 startte ze met de Schrijversacademie om naast haar werk als leerkracht haar talenten verder te ontwikkelen. Op dit moment is ze druk bezig met het schrijven van haar eerste boek. Mevrouw Stip en Roeltje zal in januari 2018 uitkomen bij Buddy Books.

 

 

Docenten op een boot – Jowi Schmitz

Waar docenten van de Schrijversacademie het over hebben als je ze in een boot stopt

Zoals dat hoort op een boot werd mijn tas nat en hadden we inkijk in iemands kledij, maar daar ging het niet over. Steeds bogen we om beurten naar voren voor een wijn of een sapje, of een hapje, want daar had Caroline, oftewel mevrouw Schrijversacademie, toch maar mooi voor gezorgd.

Een dag uit het leven van een docent aan de Schrijversacademie.

We gingen vergaderen en toen varen. Het was vol in dat docentenbootje, al die ZZP-ers met allerlei wortels en achtergronden, we hadden bij elkaar een behoorlijke boekenkast vol geschreven. De gesprekken gingen over nieuwe workshops, humor leek ons wel wat, net als dialogen schrijven, en over hoe het zo gekomen was, dat schrijverschap.

Ik vertelde over het verleggen van verlangens, en dat ik dat iedereen aan kan raden, net zo lang, wellicht, tot het past. Omdat je altijd al sporter wilde zijn, maar allebei je knieën knapten. Omdat je zo heel graag wilde kunnen zingen, maar alle kraaien steeds in lachen uitbarstten. Omdat ik toen bij schrijven uitkwam en de grenzeloosheid ontmoette. Steeds verder leren, steeds nieuwe werelden die je met je eigen handen mag bouwen en vormgeven.

Waar was ik anders uitgekomen?

Bij botenbouwen misschien. Of werktuigbouwkunde. Of toch met een bochtje weer bij schrijven. Want voor schrijven heb je geen knieën nodig en je kunt doen alsof je het beste zong van allemaal, vroeger al, altijd al, alsof de kracht van je keel de kraaien wegblies en je samen met hoeheetdie operazanger ook alweer, vooraan op het podium van ‘Nederland heeft toptalent’ deed belanden.

Ik nam nog wat wijn, mijn tas dreef kalmpjes voorbij en de inkijk kwam en ging als de golven.

En zo extreem als het destijds voelde om alles te laten vallen en me op die pen te werpen, zo rustig leek die verandering nu, van hieruit gezien, het water overgezwommen.  ‘Misschien dat ik daar een workshop over kan geven,’ mompelde ik tegen Tijmen aka meneer Schrijversacademie. ‘Over het verleggen van verlangens.’ Dat moest ik uitleggen van hem en opeens was het geen uitleg meer maar een opdracht, schrijf er maar een verhaal over, zei ik juffig.

Zo dreven we met ons bootje door de grachten van Leiden, allemaal deel van een verhaal dat nog volop bezig is.

 Over de auteur:

Jowi Schmitz is schrijfster en docent aan de Schrijversacademie. Haar boek Weg is genomineerd voor de Dioraphte Literatour Prijs. http://literatour.nu/prijs

Verder heeft ze aangeboren discipline, twee kinderen (wat dus enorm handig is) en heel veel toekomstdromen, die allemaal iets met schrijven te maken hebben. Ze woont op een boot bovenop de Piet Heintunnel en de lente maakt dat ieder jaar weer de moeite waard.

Weg – Jowi Schmitz (winactie!)

‘Het leven geeft geen cadeautjes.’

Robin schoot zijn sigaret in het gras naast de vangrail. Hij had ringen om al zijn vingers.
‘Als je iets wilt, moet je het zelf doen. Zo simpel is het. Bang zijn is geen optie. Punt.’
‘Wel,’ zei Anna. Robin stak een nieuwe sigaret aan met een aansteker waar een naakte vrouw op stond. Hij had er drie van.

‘Welwat?’ ‘Cadeautjes. Het leven geeft ze wel.’

Ze zouden gaan. Binnenkort. Ze zaten nu nog hier, in die vangrail, in de nachtlucht, maar dit was het laatste stukje Nederland van haar leven. De wereld kwam al bijna binnen. ‘Binnenkort steken we onze duim op,’ zei Robin, de rook
kwam met zijn woorden zijn mond uit.

‘We liften naar Frankrijk, dan door naar Spanje, vanaf daar wordt het makkelijk.’

‘Waarom?’ ‘Daar is het warm.’
Anna was veertien, Robin al zeventien. Hij had een blauwe stuiterbal die hij overal liet stuiteren. Hij kon er ook trucjes mee. Die stuiterbal hoorde bij hem, woonde in de zak van zijn legerjas. Robin raakte bijna nooit iemand aan. Maar haar hand pakte hij vast. Om haar schouder sloeg hij soms een arm. Anna had haar lange haren in dezelfde kleur geverfd als die van Robin. Hij had zwarte vegen van makeup
bij zijn ogen. Zijn ogen waren groen. Hij rookte. Een pakje sigaretten per dag als hij de kans kreeg.
Anna rookte niet en van make-up gingen haar ogen prikken. Dichterbij kon ze niet komen. Robin behoorde tot de eerstegraads gevallen. Robins vader had Robins moeder doodgeslagen. Met een hamer. Een aanval van gekte, een plotse psychose wellicht veroorzaakt door
een onverwerkte rotjeugd. Dat stond tenminste in de krant, Robin zelf zei er bijna nooit iets over.
Er bleek geen enkel familielid te zijn dat Robin in huis wilde nemen. Zo kwam hij twee jaar geleden in Huize Landvoorzand. Op kosten van de staat. Zijn familie had misschien geen interesse in Robin, Anna’s moeder gaf hem in ieder geval een plek om te wonen. Verder had Robin een heel legertje welzijnswerkers en bezorgde onderwijzers om zich heen.

‘Waarom wil je eigenlijk weg, jij krijgt liefde van iedereen,’
zei Anna, een beetje jaloers.

‘Dat is geen liefde, dat is medelijden. Medelijden is eenvorm van mishandeling,’ zei Robin. Of eigenlijk zei hij: ‘Ffff (inhalering) Medelijden, pffff (rook uit zijn mond) is een vorm van ffff, mishandeling, pfffff.’

Anna wist niet of ze het daarmee eens was, zij hield er stiekem wel van als iemand medelijden met haar had. Niet dat iemand dat ooit had. Of ja, zijzelf. Als ze eerlijk was vond ze Robin ook zielig. Dat je vader je moeder vermoordt en dat daarna niemand je wil. Als je dán nog niet zielig bent.

Meer lezen? 

Vul je gegevens hieronder in en je kunt direct het hele eerste hoofdstuk downloaden.

Kan jij niet wachten om aan het volgende hoofdstuk van Weg te beginnen? Doe dan mee aan de winactie en vertel ons waarom jij het boek wilt winnen.


Weg van weg – Jowi Schmitz

Er is een moment dat mijn personage Anna in het bos ligt. Het is nacht, ze is helemaal alleen en ze denkt: ik weet niet hoe dit moet. Die gedachte gaat over meer dan het bos, het gaat over weggelopen zijn. Ze kijkt voor het eerst vooruit, in plaats van achteruit.

Ik herinner me dat moment van Anna, al was de situatie totaal anders. Ik was vijftien, ook net weggelopen en woonde in een kraakpand. Iemand vroeg me. ‘Maak jij even koffie?’ En ik was zó stoer aan het zijn dat ik al bij het koffieapparaat stond voordat ik me realiseerde: ik heb nog nooit koffie gezet. Ik weet niet hoe dit moet. Ik kon nog geen eitje bakken.

Dat je niet voor jezelf kunt zorgen, op een heel fundamenteel niveau, is eerst beangstigend en daarna enorm bevrijdend. Als je er even over nadenkt tenminste en dat deed ik toen nogal veel. Net zolang nadenken tot het leven weer werkbaar werd. Lukte dat niet, dan verkleinde ik de tijd: ik weet niet hoe het volgende week moet, maar misschien wel hoe het vandaag moet. Nee? Dan deze ochtend. Ook niet? Dit uur. Deze tien minuten, deze minuten. Je eindigt altijd bij: ademhalen.

Dat was op zichzelf al een ontdekking, voor dat vijftienjarige meisje dat ik was.

Van het weglopen ben ik gegroeid, de seconden werden weer minuten, uren, ik kan soms al maanden aan, als ik lesgeef leg ik zelfs een heel jaar vast.

Maar nu Weg is verschenen ben ik opeens weer terug in dat bos.

Want mijn vakbroeders mogen het dan een mooi boek vinden – ik krijg heerlijke mailtjes met als titel: Weg van Weg – maar gaat dit boek een groter publiek vinden? Gaat het zelf op pad? Kan het wel voor zichzelf zorgen?

Ik probeer mijn boek te helpen; ik schrijf erover, vraag of iedereen een online recensie wil schrijven, op bol.com bijvoorbeeld. Ik probeer niet al te zenuwachtig te worden als die recensies daadwerkelijk verschijnen.

Redt Weg het een jaar? Een half jaar? Een maand? Hoe hard ik er ook naast ren: het verhaal moet uiteindelijk zichzelf verkopen.

Hup Weg! Ik ga hier wel even zitten. Adem in. Adem uit.

Wil je een gesigneerd exemplaar van Weg?

Mail dan: jowi@schrijversacademie.nl

cover-weg

Over de auteur:

Jowi Schmitz schrijft voor volwassenen en kinderen. Ze debuteerde in 2005 met Leopold, een roman over een man die kip wordt. Daarna verschenen er non-fictie boeken, nog een roman, diverse kinderboeken en allerlei andersoortige teksten.
In 2012 werd haar jeugddebuut Ik heet Olivia en daar kan ik ook niks aan doen bekroond met de Vlag en Wimpel, de Duitse vertaling kreeg het jaar erop de Duitse Luchs-prijs.
Voor het ontwikkelen van het scenario voor de gelijknamige film, in samenwerking met producent BosBros en regisseur Anne de Clerq, kreeg ze onlangs subsidie van het Filmfonds.
In 2015-2016 verschenen De schat op school; Stan en de negen rovers (Kluitman, 7+). Een boek over solidariteit in de metaalsector Samen. Over solidariteit in de metaal (in opdracht van MN Pensioenfonds en de FNV-metaal). Het Jubileumboek van de VandenEnde Foundation en het boek over kunstenaar Robert Duyf, Een vreemde vogel.
Haar beste boek tot nu toe, verscheen in november 2016. Weg gaat over een meisje dat wegloopt naar Barcelona om de vrijheid te veroveren.

Schrijven tijdens het piepen – schrijfproces van Jowi Schmitz

Schrijven tijdens het piepen – Over een invalles bij Schrijfproces

Ik was ‘invaljuf’, omdat Nadette de verjaardag van haar dochter vierde. Invallen kan prima; zeker bij aanvang van een nieuwe module. De inhoud van de les ligt immers vast, de accenten kon ik zelf leggen. Dus kregen mijn zes studentes wat ze van Nadette gewend waren, met een vleugje Jowi.

We kwamen samen in de bieb van Haarlem, zo’n half oud, half nieuw gebouw. Het nieuwe deel was net zo hoekig als de boeken die er werden uitgeleend. Het oude deel vol krakende trappen en de geur van koffie omdat er beneden een koffiebar zit. De koffie en thee werden naar boven gebracht, naar het oude zaaltje waar wij neerstreken, waar de schilderijen van bibliotheekhoeders aan muren hingen.

‘Ze zorgen altijd heel goed voor ons,’ zei één van de studentes.

We sprongen erin, in de les, in het onderzoeken van stapelgedichten, van manieren om het schrijfproces op gang te brengen en vooral toch ook het zoeken naar vormen van vertrouwen. Wat heb je aan elkaar als spiegels, wat durf je te laten zien, hoe lelijk durf je in je teksten te zijn, hoe grenzeloos?

Tegen het einde kwamen we echt op stoom.

Een oefening waarbij je begint met de kaart van Manhattan die Becky Cooper (http://thepossibilitypractice.com/mapping-manhattan-do-you-have-a-love-hate-relationship-with-new-york-city/mapping_manhattan_02/) aan mensen voorlegde; vul hem maar in, zei ze. Vul jouw eigen kaart hier maar in. Ze kreeg kaarten vol verloren spullen – handschoenen vooral, maar ook maagdelijkheid – een kaart met alle groene plekken op dat eiland van staal en glas, een kaart waar de dierentuin opstond: ‘ontmoette Lulu de Gorilla.’

Onze oefening: maak je eigen kaart. Bewandel het tuinpad van je jeugd, van je eigen straat, van het gebouw waar je werkt. Kies maar. Kies een herinnering en schrijf erover alsof hij nu gebeurt.

Er werden wenkbrauwen gefronst, er werd naar het plafond gestaard, de hinderlijke piep van een vermoeide beamer leek twee keer zo hard, opeens. Klonk daar van de overkant vermoeid gekreun? Als dit een schrijfproces was, dan was het een stom schrijfproces, zo las ik op verschillende gezichten.

De voorleesronde bestond uitsluitend uit veelbelovende verhalen.

‘Nooit gedacht dat het wat zou opleveren’, zei mijn overbuurvrouw.

‘Schrijven is ook: uitproberen,’ doceerde ik. ‘Ontdek je plekje. Schrijf thuis, in een piepende bieb, schrijf terwijl je je ongemakkelijk voelt, of juist heel veilig.’

‘Dat schrijf ik even op,’ zei iemand anders. En ze schreef het op.

bibliotheek-haarlem-schrijversacademie

Over de auteur

Jowi Schmitz – schrijver/blogger/docent aan de Schrijversacademie- houdt van de kracht van het verhaal. De vorm is afhankelijk van de inhoud. Dus schrijft ze kinderboeken, boeken voor volwassenen, blogs. Haar boek Ik heet Olivia en daar kan ik ook niks aan doen kreeg vijf sterren in de Volkskrant en de Vlag en Wimpel. Te vroeg geboren. Dagboek over mijn zoon won de Inktslaaf Literatuurprijs.

Het schrijven als een voortdurende zoektocht, voortkomend uit een brandende behoefte het leven te omvatten, te bevatten, te vatten dan toch – en dat er altijd iets te wensen overblijft.