Weg van weg – Jowi Schmitz

Er is een moment dat mijn personage Anna in het bos ligt. Het is nacht, ze is helemaal alleen en ze denkt: ik weet niet hoe dit moet. Die gedachte gaat over meer dan het bos, het gaat over weggelopen zijn. Ze kijkt voor het eerst vooruit, in plaats van achteruit.

Ik herinner me dat moment van Anna, al was de situatie totaal anders. Ik was vijftien, ook net weggelopen en woonde in een kraakpand. Iemand vroeg me. ‘Maak jij even koffie?’ En ik was zó stoer aan het zijn dat ik al bij het koffieapparaat stond voordat ik me realiseerde: ik heb nog nooit koffie gezet. Ik weet niet hoe dit moet. Ik kon nog geen eitje bakken.

Dat je niet voor jezelf kunt zorgen, op een heel fundamenteel niveau, is eerst beangstigend en daarna enorm bevrijdend. Als je er even over nadenkt tenminste en dat deed ik toen nogal veel. Net zolang nadenken tot het leven weer werkbaar werd. Lukte dat niet, dan verkleinde ik de tijd: ik weet niet hoe het volgende week moet, maar misschien wel hoe het vandaag moet. Nee? Dan deze ochtend. Ook niet? Dit uur. Deze tien minuten, deze minuten. Je eindigt altijd bij: ademhalen.

Dat was op zichzelf al een ontdekking, voor dat vijftienjarige meisje dat ik was.

Van het weglopen ben ik gegroeid, de seconden werden weer minuten, uren, ik kan soms al maanden aan, als ik lesgeef leg ik zelfs een heel jaar vast.

Maar nu Weg is verschenen ben ik opeens weer terug in dat bos.

Want mijn vakbroeders mogen het dan een mooi boek vinden – ik krijg heerlijke mailtjes met als titel: Weg van Weg – maar gaat dit boek een groter publiek vinden? Gaat het zelf op pad? Kan het wel voor zichzelf zorgen?

Ik probeer mijn boek te helpen; ik schrijf erover, vraag of iedereen een online recensie wil schrijven, op bol.com bijvoorbeeld. Ik probeer niet al te zenuwachtig te worden als die recensies daadwerkelijk verschijnen.

Redt Weg het een jaar? Een half jaar? Een maand? Hoe hard ik er ook naast ren: het verhaal moet uiteindelijk zichzelf verkopen.

Hup Weg! Ik ga hier wel even zitten. Adem in. Adem uit.

Wil je een gesigneerd exemplaar van Weg?

Mail dan: jowi@schrijversacademie.nl

cover-weg

Over de auteur:

Jowi Schmitz schrijft voor volwassenen en kinderen. Ze debuteerde in 2005 met Leopold, een roman over een man die kip wordt. Daarna verschenen er non-fictie boeken, nog een roman, diverse kinderboeken en allerlei andersoortige teksten.
In 2012 werd haar jeugddebuut Ik heet Olivia en daar kan ik ook niks aan doen bekroond met de Vlag en Wimpel, de Duitse vertaling kreeg het jaar erop de Duitse Luchs-prijs.
Voor het ontwikkelen van het scenario voor de gelijknamige film, in samenwerking met producent BosBros en regisseur Anne de Clerq, kreeg ze onlangs subsidie van het Filmfonds.
In 2015-2016 verschenen De schat op school; Stan en de negen rovers (Kluitman, 7+). Een boek over solidariteit in de metaalsector Samen. Over solidariteit in de metaal (in opdracht van MN Pensioenfonds en de FNV-metaal). Het Jubileumboek van de VandenEnde Foundation en het boek over kunstenaar Robert Duyf, Een vreemde vogel.
Haar beste boek tot nu toe, verscheen in november 2016. Weg gaat over een meisje dat wegloopt naar Barcelona om de vrijheid te veroveren.

Crime passionel – Stefan Popa

Ik heb mijn eerste groep bijna afgemaakt. Natuurlijk niet letterlijk en zo wel, dan was het een crime passionel. Nee hoor. Of nou ja: wel hoor, van dat laatste dan, maar dat eerste is simpelweg omslachtig geformuleerd. Eigenlijk houden we niet van omslachtige formuleringen. We moeten scherp zijn.

Meestentijds zijn we dat gelukkig ook. Mijn studenten leven nog en dat niet alleen, ze leven voor het schrijven. Stuk voor stuk zijn zij betere schrijvers geworden in het halfjaar dat we samenkomen in het Literatuurhuis in Utrecht. Ik vind dat fascinerend om mee te maken. Hun voortgang is in eerste instantie aan de studenten zelf te danken. Ik ben wat dat betreft onschuldig. Schrijven leer je namelijk door veel te schrijven. En dat deden ze, dat doen ze en dat zullen ze hopelijk nog lang blijven doen.

Je moet niet willen schrijven, je moet schrijven, elke dag weer.

Zo doe ik dat ook al jaren. Inmiddels is mijn derde roman een week of wat jong en kan ik terugkijken op mijn schrijfproces. De verovering van Vlaanderen is beter dan A27 en A27 was beter dan Verdwenen grenzen. Ik zie dat ik scherper, origineler ben geworden. Gelukkig maar. Maar om te zeggen dat ik tevreden ben? Dat nooit. Heel veel langer wil ik er echter niet over nadenken. Daar houd ik niet van. Ik ben iemand die altijd maar door wilt, soms (lees: vaak) ten koste van het geluk dat een moment stilstaan kan opleveren. Ik hoef niet per se gelukkig te zijn. Ik wil schrijven, scheppen, doen. Het punt dat ik probeer te maken: ik houd van komma’s. Blijven schrijven, doorgaan.

De studenten uit mijn eerste groep zijn ook nooit tevreden met hun verhalen. Dat hoort zo. Wie het perfecte verhaal heeft geschreven, hoeft nooit meer aan een nieuw verhaal te beginnen. En dat is zelfs het perfecte verhaal niet waard. Sorry, lezers, daar is schrijven veel te leuk voor.

Dus schrijf, kameraden, schrijf en streef naar bijna-perfectie.

Dan doe ik met jullie mee.

Over de auteur:

Stefan Popa is auteur van Verdwenen grenzen, A27 en De verovering van Vlaanderen. Daarnaast is hij freelance journalist / kopijschrijver en echt een super leuke schrijfdocent. Twitter: @SCPopa

 

stefan-popa-schrijversacademie

Verval – Manna Mulder

verval

De laatste tijd valt mij op dat allerlei mensen die ik vanuit mijn jeugd ken, maar niet tot mijn persoonlijke vriendenkring behoren, ineens sterk verouderen. Het betreft leeftijdgenoten of net iets ouder. Het is als een afgevallen herfstblad dat je mee naar huis neemt omdat het zo mooi gekleurd is; na een paar dagen is het verschrompeld en verdroogd. Als je het oppakt, breekt het. Eigenlijk verkort een weergave van een periode in het leven tussen pakweg vijfveertig en zeventig jaar.  Precies die periode waarin ik nu zit. Een periode van verval.

Alles gaat zakken,  kraken, hangen.

Bij de een meer dan bij een ander. Afhankelijk van genen, omgeving en gebeurtenissen in ieders persoonlijk leven. En toch, los daarvan, ontkomt niemand er aan. En dat zie ik. Zoals bij een kennis die ik onlangs ontmoette. Ooit een prachtige, goedverzorgde vrouw.  Ik had haar lang niet gezien en de aanblik van haar verschijning deed mijn ogen pijn en boezemde mij bijna angst in. Hoe krampachtig zij vasthield aan haar natuurlijke ooit jonge, frisse  uiterlijk. Goddank zonder Botox, maar wel met een immens (kunst?) gebit dat zo breed was dat bijna haar mond niet meer sloot. Het haar was volledig dood-geverfd. Het hing als rechte stugge draden langs haar hoofd, het brokkelde bijna af als je er naar keek. Een griezelige verschijning, waar doorheen ik nog maar net de bijzondere vrouw kon zien die zij ooit was.

Sinds kort eet ik wel eens in een soort buurtrestaurant dat gerund wordt door allerlei vrouwen uit de mij omliggende straten. Onder andere als vrijwilligster in de bediening. Het is aandoenlijk om te zien. Je ziet ze helemaal opgefleurd in hun rol als serveerster (met een keurig schortje voor), wat misschien heel oneerbiedig klinkt. Ze spelen een soort van ‘restaurantje’, nu hun taak als psychologe, lerares, advocate enz. er vanwege de pensioengerechtigde leeftijd op zit. En ze glimmen.

Ze zijn lief.

Het zijn oude-re meisjes. Ze koken heerlijk en voor een klein bedrag kun je daarvan meegenieten. De mee-eter, een raar woord dat in deze context een heel andere betekenis heeft dan in de tijd dat zij/wij de adolescente leeftijd deelden, geniet ook. Er ontstaat een sfeer van vroeger, herkenbaar. Het is de vooravond van het elkaar gaan ontvallen. Evenals bij de wel veel intiemere vriendschappen van veertig, soms wel vijftig jaar al. Alle decorum verandert. Kwalen worden besproken, en in vrouwengezelschap is ook het een en ander al gepasseerd; de belevenissen van kleine naar grote kinderen, van menstruatieklachten via overgangsklachten  met opvliegers en nachtelijk zweten, naar haarkleuring, haaruitval, snor-en baardgroei en versleten gewrichten van knieën, polsen, handen en heupen. Sommigen proberen nog volop deze fase te bestrijden met zang en dans, wandelen met vriendinnengroepen (waarbij de stemhoogte door de groepssamenstelling soms wel met een halve octaaf stijgt).  Soms ook leesclubjes of toneel passe partouts.

Ik onttrek me aan het meeste, ben teveel op mezelf. Geraakt of van nature. Ik hou niet van al die feestelijkheden, het geeft me meestal een ongemakkelijk gevoel. Tegelijk mis ik daardoor soms essentiële zaken in de omgang en neem ik het niet altijd even nauw, zoals bijvoorbeeld met uiterlijkheden. Het maakt me slordig.

En zo zit ik nu, wachtend in de garage op mijn auto die straks weer met zijn ‘winterjas’  naar mij toe komt. Zoals ik destijds wachtte op de kinderen totdat ze uit school kwamen. Jaar, na jaar, na jaar. En ineens bedenk ik me doordat té veel alleen zijn, dat ik mijn flosdraadjes en vieze papieren zakdoekje in de deursteun naast me heb laten liggen. Terwijl ik me had voorgenomen het weg te gooien om de reparateur er niet op te vergasten. Een bewijs dat een bepaalde teloorgang zich al van mij meester gemaakt heeft.

Over de auteur:

Manna heet ik, geboren midden jaren vijftig in deze hoofdstad uit een journalist als vader en een verpleegster als moeder. Inmiddels wees. Zelf moeder van een behoorlijk gezin, echtgenote. Ex-leerkracht. Reeds anderhalf jaar blije student aan deze opleiding bij de Schrijversacademie, met gelukkig nog een aantal modules in het verschiet! Schrijven geeft mij rust.

Geen kind meer – Esther Boek

Al van jongs af aan was ik met woorden bezig.

Alles wat ik in mijn hoofd had en niet kon ordenen schreef ik op. Veel meisjes van mijn leeftijd schreven dagboeken vol. Gaven dit gebonden papier zelfs namen en vertrouwden op die manier hun woorden toe aan ‘Lieve Eva’, ‘Lieve Anna’ of gewoon ‘Lief dagboek’ voor degene met minder fantasie of meer realistisch vermogen. Ook ik heb pogingen ondernomen maar had niet de lust, of de discipline, om dit langer dan een dag of drie vol te houden. Daarom werden mijn hersenspinsels gedichten.

Uitgeven, daar dacht ik niet aan. Ik typte ze op een blanco vel papier, met gaatjes in de zijkant, en deed ze vervolgens in een speciaal voor dit doel uitgekozen multomap. Als ik een foutje maakte moest het hele werk opnieuw. Want gewoon op een knopje drukken waardoor elke verkeerde letter verdwijnt in het eeuwige niets, dat had je niet met een typemachine. En als de inkt halverwege op was, waardoor de letters vager werden, was het niet nieuwe inkt en opnieuw printen. Nee, dan moest ik van voor af aan beginnen. Toch werkte dit ook en zo ontstond mijn eigen gedichtenbundel. Gewoon de voorloper van uitgeven in eigen beheer met maar één exemplaar als uitgave.

Wel heb ik eenmalig een poging gewaagd om een gedicht leesbaar voor het grote publiek te krijgen.

In de vijfde klas, de huidige groep zeven, moesten we als opstel een gedicht schrijven. Het leverde mij een tien op en veel lof van de meester. Dus trok ik de stoute schoenen aan en stuurde mijn woorden op rijm op naar de kinderpagina van het plaatselijke parochieblaadje. Vol trots las ik in de eerstvolgende uitgave mijn gedicht, maar allengs maakte deze trots plaats voor verontwaardiging toen ik het daaronder geschreven commentaar las: ‘Dat dit gedicht door de elfjarige Esther zelf geschreven is geloven we niet, maar we vonden het zo mooi dat we het toch hebben geplaatst’.

Ik besloot verder te schrijven aan de vulling van mijn multomap maar hield mijn werk weer helemaal voor mezelf.

Ik werd ouder en paarden en vriendinnen werden belangrijker in mijn leven. Schrijven verdween op de achtergrond maar de woorden bleven. Nu vooral geschreven door anderen en ik verslond menig boek. Wel was ik de schrik op elke sinterklaasavond, want als ik jouw lootje getrokken had kreeg je geen rijmpje bij je surprise maar een epistel.De jaren gingen in elkaar over en de woorden groeiden met mijn leeftijd mee. Het zelf schrijven verdween naar een plekje in mijn hoofd en werd iets waar ik ooit nog wat mee wilde doen. Zelf een boek uitgeven was nog steeds niet iets dat echt op mijn bucket list stond. Maar wat ik er dan wel mee wilde moest nog door mij uitgevonden worden.

En toen kwam het jaar 2013

Inmiddels was ik allang dat elfjarige meisje uit het parochieblaadje niet meer en waren twee van mijn drie kinderen die leeftijd inmiddels ook al ruimschoots ontstegen. De dagen van mijn leven regen zich aaneen als een redelijk volmaakt snoer. Sommige kralen waren prachtig terwijl andere best lelijk waren en die, als ik had mogen kiezen, ook geen onderdeel van mijn ketting zouden zijn geweest. Maar ik was niet ontevreden met het exemplaar. Tot het moment dat mijn levensketting brak. De kralen vielen op de grond. De eerste twee weken liet ik ze liggen. Was niet in staat ze op te rapen. Daarna vond ik weer wat kracht en besloot opnieuw te gaan rijgen. Ik moest zoeken, op de moeilijkste plekken, naar mijn verloren kralen. Er zat niets anders op dan te gaan rijgen met wat ik teruggevonden had. Sommige kralen vond ik echter nooit meer. Ook kwamen er in de loop der tijd exemplaren bij die ik voorheen niet gezien had, waar ik aan voorbij gelopen was. Mijn levensketting kreeg een nieuwe vorm, werd nooit meer dezelfde ketting. Daar kon ik om rouwen of daar kon ik mee dealen. Ik koos voor een vorm van die twee. Ik liet de zwarte kralen niet liggen maar ging doelbewust op zoek naar gekleurde exemplaren.

Om tijdens het rijgen van mijn nieuwe levensketting verankert te blijven, greep ik terug op wat ik als kind al deed. Ik schreef mijn gedachtes, gevoelens en gebeurtenissen op. Zo was ik in staat om elke kraal die ik vond op de juiste plek te rijgen. In de weken, maanden, jaren daarna, werd mijn rijgen zwaar op de proef gesteld. Soms moest ik andere kralen zoeken. Maar even zo vaak moest ik kralen van mijn ketting halen en opnieuw gaan rijgen. De aantekeningen werden toch eindelijk dat dagboek. Al was ik nog steeds zo’n realist om dat schriftje geen naam te geven. Het dagboek werd een boek. Een wraakboek, vol boze woorden en haatdragende zinnen. Ik las het boek en ik herkende mijn geschiedenis. Maar mezelf vond ik er niet in terug. Ik las over een vrouw die aan het overleven was, haar gezin koste was kost overeind wilde houden, gerechtigheid probeerde te krijgen. Maar die ook, in die strijd, zichzelf dreigde te verliezen. Dat wilde ik niet. Dat gunde ik ook de daders van de gebroken ketting niet. Ik besloot het wraakboek te gaan herschrijven. Om uiteindelijk een boek te schrijven over onrecht, schuld en schaamte. Maar bovenal een boek over de liefde van een moeder voor haar zoon.

Ik schreef me in bij de Schrijversacademie waar ik in september 2014 begon aan mijn basismodules. Daan Remmerts de Vries werd mijn leermeester. Nadat hij me de fijne kneepjes van het schrijversvak had bijgebracht ging ik me specialiseren bij Carla de Jong. Mijn wraakboek kreeg steeds meer vorm en werd langzaam maar zeker minder boze woorden en meer een psychologische thriller. Op advies van Carla ging ik met haar mee naar Amsterdam. Uiteindelijk werd mijn manuscript aangeboden bij een uitgeverij van Singel uitgeverijen. Het werk waar ik zo trots op was, en waarbij ik voor de volle honderd procent achter de vorm stond, werd niet geheel goedgekeurd door de betreffende redacteur. Hij vond het niet literair genoeg voor een roman en niet slachtoffer genoeg voor een non-fictieboek omdat ik niet alleen mijn verhaal had belicht, maar ook de kant van degene die mijn ketting gebroken hadden. De vorm die het manuscript nu had zou voor geen enkele redacteur aantrekkelijk zijn om uit te geven, was zelfs een opmerking in mijn leesrapport. Maar beide voorgestelde vormen wilde ik juist niet schrijven. Dus stond ik voor een groot dilemma. Besloot ik de vorm te veranderen om mijn werk uitgegeven te krijgen, iets wat inmiddels wel hoog op mijn bucket list stond, of bleef ik trouw aan mezelf en dat waarin ik geloofde?

Ik besloot het laatste en stuurde mijn manuscript op naar een paar andere uitgeverijen. Tot mijn grote verbazing kreeg ik van drie redacteuren terug dat zij interesse hadden in mijn manuscript. Uiteindelijk ging ik op gesprek bij de uitgeverij die bij het bezoek aan hun website voor mij al heel goed voelde, De Crime Compagnie. Hun ontvangst was als een warm bad en hun enthousiasme over dat wat uit mijn hersenpan ontsproten was, werkte aanstekelijk en voelde als een enorme eer. Al tijdens dat gesprek besloten we samen in zee te gaan en zal 1 maart 2017 mijn debuut Geen kind meer in de boekhandel liggen.

Maar waar gaat Geen kind meer nu eigenlijk over?

Wat is het verhaal achter mijn ketting?
Het is voorjaarsvakantie als de 19-jarige Max door een grote politiemacht van zijn bed wordt gelicht. Hij wordt verdacht van verkrachting van een tienermeisje, Charlotte. Anna, zijn moeder gelooft in de onschuld van haar zoon en strijdt als een tijger aan zijn zijde voor gerechtigheid. Dat dit een zware opgave is wordt nog duidelijker als ook een tweede meisje, Destiny, met een aangifte van verkrachting tegen Max komt.

Anna wordt geconfronteerd met leugens, geweld en corruptie en moet alle zeilen bijzetten om zichzelf, maar bovenal haar gezin, op de been te houden, terwijl zij ondertussen haar kind dreigt te verliezen.

In het boek volgen we de levens van Max, Anna’s andere twee kinderen en haar man. Maar ook volgen we de levens van Charlotte en Destiny, hun vrienden en vriendinnen en de gezinnen waartoe ze behoren. Wat bewoog deze meisjes om aangifte te doen? Dit verhaal beslaat het schemergebied van de adolescentie, waarin het verwarrend kan zijn wat mag en wat niet. Zijn tieners kinderen of zijn het volwassenen? En wanneer realiseren ze zich de gevolgen van wat ze doen?

Ik ben Anna, Max is mijn zoon. Hij werd veroordeeld tot anderhalf jaar cel om een jaar later, in hoger beroep, vrijgesproken te worden. De verkrachtingen hebben nooit plaatsgevonden. Ze bestonden slechts in meisjeshoofden, geroepen uit teleurstelling, om onder verantwoording uit te komen, om aandacht te genereren. Maar eenmaal uitgesproken tegen ouders, was er geen weg meer terug. Konden ze niet anders dan blijven volharden in hun leugens, die al snel een waarheid werden waar zijzelf in gingen geloven?

Leugens met misdadige gevolgen voor mijn gezin.

Hoewel dit een verhaal is over groot onrecht, gaat het hier niet louter over onmacht, verdriet en woede. Het gaat vooral over de kracht van onvoorwaardelijke liefde. Een boek over de strijd om gerechtigheid.

Bekijk op facebook, ook is mijn boek al te bestellen bij alle boekhandels. Onder andere bij de bruna en ako.

Ondanks dat Geen kind meer een boek is dat ik nooit had willen schrijven ben ik trots en dankbaar dat het toch een publicatie zal worden.

Over de auteur

Ik ben Esther Boek, geboren in 1967 in het Brabantse land en uiteindelijk de liefde achternagegaan in de Betuwe. Schrijven is voor mij communiceren, verbinden, troosten, ordenen. Het lezen van boeken geeft me een inkijkje in werelden waar ik nooit zal komen, laat me dingen beleven die ik nooit heb beleefd. Ik kan me dan ook geen leven zonder woorden voorstellen. Taal maakt ons als mens uniek en onderscheidt ons van alles wat leeft. Taal kan barrières opwerpen maar ook muren neerhalen. Taal is een kracht, kan een wapen zijn maar ook een heelmeester. Ik hoop dat dat mijn geschreven woorden mensen herkenning zal geven, troost, ontspanning en een korte vlucht uit het jachtige leven.

esther-boek

Voorbij – Manna Mulder

Voorbij was het, wat ik ook geprobeerd had.

Ik had op mijn hoofd gestaan, op handen en voeten gelopen, van een halve liter in de zenuwen van de observatie per ongeluk 5 liter gemaakt, alles was genoteerd, vastgelegd voor de eeuwigheid. En hoe ik mijn best gedaan had, hoog en laag gesprongen, gewend en gekeerd, gelaveerd, hand in eigen boezem gestoken, tevergeefs.

Ik bereidde me al vanaf zeven uur ’s ochtends voor, bracht het digibord in stelling, het had allemaal niet mogen baten. In eerste instantie werd ik beoordeeld door ene mevrouw van der Staay, de naam zegt eigenlijk al genoeg. Zij kwam uit de buurt van Bodegraven. Een stijf uitziende jonge vrouw, in de heer en de leer. Zij kon ‘op het eerste gezicht niets bijzonders opmerken…’, maar met een klein lampje kon ze na lang zoeken blijkbaar toch van alles vinden, zo las ik in haar verslag. Ze vulde dialogen in die niet de mijne geweest waren, ze legde mij dingen in de mond, interpreteerde vrij en toen was het gedaan. Alles had ze zwart op wit, inclusief weerkerende spelfouten, keurig vastgelegd in een rapportage. De zaak leek beklonken.

Maar ik kreeg toch nog een kans.

Men vond het toch ook wel erg karig, in 4 werkdagen een heel verbetertraject met een voldoende doorlopen te moeten hebben. Dus daarna kwam mevrouw Mooy, een echte Amsterdamse. Daar kon ik als autochtoon wel goed mee uit de voeten. Maar het kwaad was al geschied. Ach, eigenlijk al bij voorbaat. Alles stond immers vast, net als bij velen van mijn collega’s. En er was ook inmiddels teveel geschiedenis ontstaan: Amsterdammers, over het algemeen recht voor zijn raap, dat valt niet altijd even goed. Niet iedereen die in Amsterdam woont en werkt spreekt ook ‘Amsterdams’, laten we maar zeggen. Al doet men het vaak wel zo voorkomen.

Maar goed.

Een van de mooiste zinnen uit de rapportage vond ik wel: ’mevrouw zit met één bil op tafel.’ Welke leerkracht zit niet af en toe even met één bil op tafel, met twéé soms wel. En tegen een meerwaarde van dertig procent salaris functioneren zij nog steeds naar behoren. Trouwens, wat te denken van: ‘mevrouw corrigeert over de leerlingen heen’, wat duidde op een zacht vinger geknip om de (educatief) televisiekijkende kinderen niet te storen. Wie doet dat niet? Ik schat 99,9%. Je gaat toch niet door het beeld van dertig leerlingen heen lopen om tegen die ene ‘wipper’ te zeggen: ‘Ga eens goed zitten, anders val je om!’ Waardoor iedereen vervolgens raakt afgeleid. Maar had ik het wel zo gedaan, door de groep lopen, was dát een min geworden. Het maakte niet uit wát ik deed, hóe ik het deed. Kansloos bij de start. En niemand is perfect, ook ik niet. Maar er zijn redenen om mijn bedenkingen te hebben, gezien de inkrimping van het totale lerarenbestand uiteindelijk.

Herscholen

De zaak werd netjes afgehandeld en volgens de regels mocht ik mij herscholen, omscholen en ik ging op zoek alsof ik in een snoepwinkel kiezen mocht. Ik kreeg een vast bedrag dat paste bij mijn aantal gewerkte jaren. Via allerlei cursusaanbod en op zoek naar journalistieke mogelijkheden om mijn wens dan toch misschien nog op de valreep in vervulling te laten gaan, kwam ik bij toeval op de site van de Schrijversacademie. Mijn leven kreeg weer perspectief, helemaal toen ik de daad bij het woord mocht gaan voegen. Ik zette mijn gehele budget in. Startdatum zou 3 maart 2015 worden. Ik was ingedeeld bij de Basiscursus bij Daan Remmerts de Vries.

Op de dag van de Februaristaking overleed mijn moeder, niet in het harnas, wel dement, maar toch nog immer mijn moeder. De vrouw die me liefdevol had grootgebracht. De verstandige, belezen, wijze vrouw van wie ik de voorgaande jaren al beetje bij beetje afscheid genomen had. De moeder van wie ik zoveel hield en die langzaam aan mijn kind geworden was. Ze had me altijd met raad en daad bij gestaan. Was altijd modern van geest geweest, trots en sterk.

Er was naast verdriet ook opluchting

Het leven was voor haar eigenlijk mensonterend geworden.

Nu moesten we de dag gaan bespreken dat we afscheid van haar lichaam zouden gaan nemen. Ik dacht maar steeds aan die ene dag, 3 maart. De cursus zou om zes uur ’s avonds beginnen. Misschien kon het nog. Maar er waren te veel dooien die dag, blijkbaar. En gezien haar wens, Driehuis, waren we afhankelijk van de open gaatjes in de agenda en zo konden we om drie uur in de middag daar terecht, op drie-drie. Het leven is niet te plannen, de dood evenmin.

Gelukkig kon ik twee weken later starten bij Maaike Gerritsen. Het werd een bijzondere module. Met veel openhartigheid, tranen soms, het diepste van je ziel laten zien. We werden ondergedompeld in elkaars ziele roerselen. Het schiep een band.

En ondanks alle verlies, alle pijn, was deze opleiding een baken geworden in een rusteloos leven. Het werd een periode van herijking. Verrijking. Een periode die zoveel gaf en invulde wat ik heel lang gemist had, waar ik heel lang naar verlangd had, een leven van schrijven, overpeinzen, scheppen, schaven en herschrijven. Een nieuw begin, geboren uit een voorbije tijd.

Over de auteur:

Manna heet ik, geboren midden jaren vijftig in deze hoofdstad uit een journalist als vader en een verpleegster als moeder. Inmiddels wees. Zelf moeder van een behoorlijk gezin, echtgenote. Ex-leerkracht. Reeds anderhalf jaar blije student aan deze opleiding bij de Schrijversacademie, met gelukkig nog een aantal modules in het verschiet! Schrijven geeft mij rust.

blogfoto-schrijversacademie-oktober-2016

De droom van elke debutant – Josha Zwaan

Ik hoor het mijn uitgever nog zeggen: “Als we er 8000 verkopen heb je het ontzettend goed gedaan.’ We spraken met elkaar over het verschijnen van mijn debuut: Parnassia, een roman over de strijd om de Joodse onderduikkinderen na 1945.

Eind oktober 2010 lag het in de boekhandels. De publiciteit rondom het boek was gering. Ik was een onbekende debutante, niet interessant voor interviews of recensies in de grote bladen. Wel hingen er door heel Amsterdam posters van de cover op de reclamezuilen. Met mijn dochter van 16 trok ik door Amsterdam om er zo veel mogelijk te spotten en te fotograferen. Trots!

Publiciteit is belangrijk maar uiteindelijk hebben de lezers de macht. Wie Parnassia las was onder de indruk en tipte zijn of haar omgeving. Parnassia werd bij verjaardagen het favoriete cadeau. In januari volgde er een tweede druk. Na de vijfde druk in mei besloot mijn uitgever een midprice uitgave te maken. Die zomer stond het maanden lang in de CPNB top 60. In 2011 werd het boek vertaald in het Duits. Steeds vaker trof ik in mijn mailbox of gewoon bij de post brieven van mensen die mij bedankten voor het boek en hun verhaal vertelden. Na een jaar begonnen er aanvragen voor lezingen te komen. Eerst af en toe, in de loop van de jaren tientallen. Het succes van Parnassia gaf mij de moed om volledig voor het schrijven te kiezen. Er volgden nog twee romans en een non-fictie boek. Ook die romans kennen een aantal herdrukken, maar inmiddels weet ik dat ik “De schrijfster van Parnassia” ben. Soms is dat jammer, mijn andere werk verdient en krijgt ook veel aandacht, maar inmiddels zie ik mijn debuut als de bodem onder mijn schrijverschap.

De droom van elke debutant

Parnassia is nooit een hype geweest, als een dieseltreintje heeft het zijn weg gevonden onder de lezers. Deze week wordt de 21ste druk gevierd met een prachtige gebonden uitgave.

Ovjosha-schrijversacademieer de Auteur :

Het is heerlijk om alleen maar bezig te zijn met schrijven, me te omringen met mensen die willen schrijven. Ik geef les aan de Schrijversacademie, ik coach individueel een aantal schrijvers, ik schrijf artikelen, ik werk mee aan projecten waarbij een boek geschreven moet worden en ik geef lezingen.

Ivo van der Steen – student aan de Schrijversacademie over zijn eerste boek

September 2010

Het was de oudste zoon van Jeroen en Jessica aan wie ik een belofte maakte. Raphael was namelijk boos en opstandig omdat hij niet mee op reis mocht naar Afghanistan. Hij wilde natuurlijk ook kunnen  zien, ruiken en voelen waar zijn vader de laatste dagen van zijn leven had doorgebracht.

Staand in het trappengat naar de eerste verdieping uit hij zijn frustraties tot mij vanaf de vierde trede. Ik vertel het dapper van hem te vinden dat hij mee op reis durft te gaan. Maar tegelijkertijd benadruk ik zijn prille leeftijd van 9-jaar. Men moest achttien jaar oud zijn om deel te mogen nemen aan de Nabestaande reis welke door Defensie in het geheim werd voorbereid. Ik beloofde hem om tijdens de reis een zo compleet mogelijk verslag bij te houden, en foto’s zal maken van legervoertuigen. Raphael had hier uiteindelijk vrede mee.

Bij thuiskomst had ik buiten de vele foto’s om, korte verslagen en aantekeningen. Op deze wijze kon ik het natuurlijk niet overhandigen aan een negenjarig kind. Daarom ben ik het voor hem, en zijn broertje Benjamin, op papier gaan uitschrijven, in de vorm van een persoonlijke brief. Tijdens het opschrijven van de eerste zin veranderde ik van gedachten en besloot om te vertellen vanaf het moment waarop ik dat ene telefoontje van Jessica kreeg, die ene zondag op 18 april. Benjamin was 11-maanden oud toen Jeroen op een bermbom reed. Hij zal zijn vader moeten leren kennen door de verhalen uit zijn omgeving.

Na ongeveer 2,5 jaar stond mijn verhaal op verschillende kladblokken. Ik heb er bewust voor gekozen om eerst alles met pen op papier uit te schrijven. Zo kon ik tijdens het opschrijven van een woord over de volgende zin nadenken. Bij het gelijk gebruikmaken van een moederbord zal de zoektocht van waar precies de juiste letter zit, mijn creatieve brein niet ten goede komen. Een andere optie was misschien geweest om eerst een cursus blind leren typen te volgen.

September 2013

Op de maandag eet ik standaard bij mijn ouders thuis, zo ook mijn broer en zijn gezin. Een gezonde start van de week zeg maar. Vanuit deze hoek kwam dan ook de vraag :

“Iv, moet hier geen kaft omheen ?”

Enthousiast verliet mijn vader de eettafel en nam met de i-pad plaats op de bank. Met de i-pad op  schoot zei hij : “let op ! “

Om vertraging in zijn optreden en handelen te voorkomen, riepen we, deze keer ongevraagd, in koor hoe precies zijn i-pad aan moet.

Zo bracht mijn vader mij in contact met de Schrijversacademie. Ik kreeg de uitdaging, of misschien beter gezegd, de opdracht om mij ter plekke in te schrijven. En zo geschiedde, ik schreef me in voor scenarioschrijver .

De eerste les

Paar weken later liep ik door een enorme hal van een grachtenpand, ergens op de Herengracht. Reuze benieuwd in wat voor een wereld ik was binnengestapt, maar vooral ook, wat voor type medemens zal ik gaan ontmoeten. Na het openen van de 2e deur kwam ik oog in oog te staan met een brok aan bruisende energie, die zich zelf voorstelde als Caroline. Ik werd vriendelijk welkom geheten, kreeg de keuze om te gaan zitten, hoewel, mocht ik liever blijven staan dan was dat natuurlijk ook goed. Verder kreeg ik te horen dat er nog enkele studenten onderweg waren, ook zaten er al een paar aan de grote tafel. Ondertussen wees ze naar de kapstok, en voegde toe dat ik mijn jas ook over de stoel bij de tafel kon hangen. Op die zelfde tafel staat tevens ook thee en koffie klaar. En, niet geheel onbelangrijk, een koekblik. Ik mocht gelijk al een koekje pakken.

Ik wachtte geduldig het moment af waarop ze toch echt een keer opnieuw naar lucht moest happen, en greep mijn kans op het juiste moment. Snel stelde ik mij voor, en liet haar weten even te willen gaan zitten. Met of zonder koek. Een spontaner ontvangst had ik mij niet durven wensen, ik was blij verrast.

Tijdens de eerste les viel het mij op hoe persoonlijk het contact onderling wordt. Ik bedoel, je kent elkaar niet en vervolgens krijg je een opdracht om met je team een verhaal van niet langer dan vijf minuten te verzinnen. Een verhaal dat gaat over een vriendschap tussen een theelepeltje, een Antilliaan en een vaas dat in het museum staat. Het leuke hieraan is dat je wordt uitgedaagd om in een keer vol met je fantasie aan de slag te gaan en het vervolgens uit je pen te laten vloeien zodat andere het kunnen lezen en je persoonlijk van feedback voorzien.

Godfather

Persoonlijk ben niet echt het type mens dat eens rustig gaat zitten om een boek te lezen. Namen van bekende schrijvers kunnen voor mij net zo goed je buren thuis zijn. Zo heb ik in het verleden op een bijeenkomst, verzorgt door De Schrijversacademie, een man bij binnenkomst de hand geschud in de veronderstelling dat hij een student was uit een andere klas. Later werd ik opnieuw aan hem voorgesteld als de Godfather van het schrijven van Bekende thrillers.

Maar ook als er onderling tijdens de pauze op school over een bepaald persoon of boek werd gesproken, dan was voor mij het moment aangebroken om voor een ieder koffie in te schenken. Zodoende deed ik iets nuttigs, en leerde ik ondertussen een hoop bij over een bepaald onderwerp. En dat scheelde mij dan weer lezen.

Vroeger was ik altijd buiten met mijn voetbal, ook als het regende. Want als je door de regen naar school kan, dan kan je natuurlijk ook in de regen buitenspelen. De boekverslagen die ik door de jaren heen op school heb moeten inleveren waren een kopie van de flaptekst, maar dan op creatieve wijze eigen gemaakt.

Tijdens de eerste periode kreeg ik les van Jowi. Op haar advies, en dat van mijn klasgenootjes heb ik gekozen voor Romans & Korte verhalen. Zo maakte ik kennis met Kathy en haar groep. Tussen ons huiswerk door zat ik achter de computer mijn verhaal verder uit te werken. De kennis welke ik op school had opgedaan paste ik toe tijdens het schrijfproces.

In de les bij Jowi heb ik Trudy Admiraal leren kennen. Zij heeft mijn teksten voor de eerste keer geredigeerd. Tot op de dag van vandaag heb ik nog steeds goed contact met haar. Samen met nog twee oud klasgenootjes was ze naar mijn boekpresentatie gekomen. Dit heb ik enorm gewaardeerd.

Op vrijdag 7 oktober was het dan zo ver

De dag was aangebroken waarop ik het eerste exemplaar aan de Jessica en de kinderen kon overhandigen. Een bijzonder moment, dat ook de media niet was ontgaan. Zo stond op donderdag 6 oktober om 10:00 een journalist van de Telegraaf op de stoep. Een kwartiertje later de fotograaf over de vloer. Om half twaalf verlieten ze mijn huis. Vervolgens werd ik gebeld door t.v programma WNL, wakker Nederland. En zo zat ik om 15:00 aan de koffie met een journalist met camera. Toen zij om half vijf weer vertrok had ik nog een half uur om me gereed te maken voor een interview van SBS 6. Hart van Nederland kwam filmopnames maken bij de begraafplaats van Purmerend, en later ook thuis bij het gezin van Jeroen. Toen ik later die avond thuis op de bank neerplofte had ik wel even zoiets van : “Best druk dagje geweest…”

Maar buiten alle gekte om. Het is nooit mijn intentie geweest om een boek te gaan schrijven. De persoonlijke brief heeft een kaft gekregen. Met toestemming van de familie.

Maar het blijft een verhaal dat eigenlijk nooit verteld had hoeven te worden…..

Over de Auteur

Ivo van der Steen brengt een boek uit over het leven van zijn beste vriend en het grote gemis bij de thuisblijvers. Bestel het boek hier volg de facebook pagina.

attachment-1

Klik hieronder om het verhaal van Ivo te delen via Facebook, Twitter, etc…

Win een specialisatie! – Schrijfwedstrijd exclusief voor onze studenten – Deze wedstrijd is reeds geweest

breaking-news-schrijversacademie

Win een specialisatie! – Schrijfwedstrijd exclusief voor onze studenten

Weet je nog, je allereerste inleveropdracht? Over zintuiglijk schrijven, toen je woorden niet meer las, maar je ze ging proeven, horen, voelen, ruiken? Exclusief voor onze studenten organiseren we een schrijfwedstrijd terugwijzend naar die oefening. Het thema: Proeven.

Schrijf een verhaal, gedicht of reportage van maximaal 500 woorden waarin proeven een bepalende rol speelt. In de verdere invulling ben je helemaal vrij. Deadline is 1 december 2016, de winnaar wordt eind december bekend gemaakt. Mail je verhaal naar schrijfwedstrijd@schrijversacademie.nl en vergeet niet de voorwaarden hieronder even door te nemen.

De hoofdprijs: een extra specialisatie naar keuze!

De shortlist van 6 schrijvers zal gepubliceerd worden op de blogpagina van www.schrijversacademie.nl

Voorwaarden

Ingezonden verhalen dienen te voldoen aan onderstaande wedstrijdreglementen. Is dit niet het geval dan wordt het desbetreffende verhaal uitgesloten van deelname.

-Het verhaal mag niet eerder zijn gepubliceerd bij een uitgeverij en moet contractueel vrij zijn voor uitgave. Alle rechten moeten de auteur toebehoren.

-Het verhaal moet onder je eigen naam ingezonden worden. Bij het winnen van de wedstrijd kan er wel gesproken worden over het publiceren van het verhaal onder een pseudoniem.

-Elke deelnemer mag slechts één verhaal insturen.

-Het verhaal moet gestuurd worden naar schrijfwedstrijd@schrijversacademie.nl.

-Elke deelnemer moet zich aan de opgegeven deadline houden. Verhalen die later dan de uiterste inzenddatum zijn ontvangen, zijn uitgesloten van deelname.

-Verhalen dienen aan het genoemde aantal woorden te voldoen.

-Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd.

Criteria verhalen

  • Bij elke schrijfwedstrijd staat vermeld wat het thema is. Dit thema dient een bepalende rol te spelen in het verhaal.
  • Lever je verhaal in een .doc- of .docx-bestand in.
  • Het document dient de titel van het verhaal te dragen.
  • In het document mogen geen naam- en adresgegevens staan en in de eigenschappen van het bestand mag ook geen naam staan. (Dit zodat het verhaal wel anoniem wordt gelezen tijdens de beoordelingsfase)
  • Er mag geen gebruik gemaakt worden van illustraties en/of gekleurde tekst.

 

Amnesty schrijfmarathon

Waar beter schrijvers te vinden dan bij de Schrijversacademie?

10 December is het zo ver, Amnesty’s schrijfmarathon komt er weer aan. Op deze dag van de rechten van de mens klimmen wereldwijd mensen massaal in de pen. Om aan te dringen op het naleven van de mensenrechten schrijven we brieven naar autoriteiten. Ook worden er brieven naar gevangenen geschreven om hen een hart onder de riem te steken. Het schrijven van deze brieven heeft effect! Zo is Albert Woodfox, voor wie we vorig jaar schreven, na 43 jaar eenzame opsluiting eindelijk vrijgelaten.

Vorig jaar was de 10 december een groot succes, dit jaar willen we op nog meer locaties in Nederland de inkt laten stromen! Vind jij het leuk om te schrijven…? Dan nodigen we je graag uit deel te nemen. Meedoen is heel simpel en kan op verschillende manieren;

Op verschillende locaties door heel Nederland wordt een schrijfmarathon georganiseerd, hierbij kun je je aansluiten.

In het Amnesty huis in Amsterdam wordt er zelf 24 uur lang geschreven. Kom langs om een uurtje mee te schrijven of kom met een team en schrijf de hele 24 uur (of in estafette vorm en los elkaar af) We zorgen voor eten en drinken en een nachtprogramma.

Je kunt ook gratis ons materiaal bestellen en zelf thuis of met een groep brieven schrijven op een andere locatie.

Heb je nog  vragen? We horen het graag!

Geef je op via onze site: www.schrijfmarathon.nl of neem contact met ons op: schrijfmarathon@amnesty.nl (020)7733500.

https://www.youtube.com/watch?v=87Av5MNq6Sg&f

Schrijven tijdens het piepen – schrijfproces van Jowi Schmitz

Schrijven tijdens het piepen – Over een invalles bij Schrijfproces

Ik was ‘invaljuf’, omdat Nadette de verjaardag van haar dochter vierde. Invallen kan prima; zeker bij aanvang van een nieuwe module. De inhoud van de les ligt immers vast, de accenten kon ik zelf leggen. Dus kregen mijn zes studentes wat ze van Nadette gewend waren, met een vleugje Jowi.

We kwamen samen in de bieb van Haarlem, zo’n half oud, half nieuw gebouw. Het nieuwe deel was net zo hoekig als de boeken die er werden uitgeleend. Het oude deel vol krakende trappen en de geur van koffie omdat er beneden een koffiebar zit. De koffie en thee werden naar boven gebracht, naar het oude zaaltje waar wij neerstreken, waar de schilderijen van bibliotheekhoeders aan muren hingen.

‘Ze zorgen altijd heel goed voor ons,’ zei één van de studentes.

We sprongen erin, in de les, in het onderzoeken van stapelgedichten, van manieren om het schrijfproces op gang te brengen en vooral toch ook het zoeken naar vormen van vertrouwen. Wat heb je aan elkaar als spiegels, wat durf je te laten zien, hoe lelijk durf je in je teksten te zijn, hoe grenzeloos?

Tegen het einde kwamen we echt op stoom.

Een oefening waarbij je begint met de kaart van Manhattan die Becky Cooper (http://thepossibilitypractice.com/mapping-manhattan-do-you-have-a-love-hate-relationship-with-new-york-city/mapping_manhattan_02/) aan mensen voorlegde; vul hem maar in, zei ze. Vul jouw eigen kaart hier maar in. Ze kreeg kaarten vol verloren spullen – handschoenen vooral, maar ook maagdelijkheid – een kaart met alle groene plekken op dat eiland van staal en glas, een kaart waar de dierentuin opstond: ‘ontmoette Lulu de Gorilla.’

Onze oefening: maak je eigen kaart. Bewandel het tuinpad van je jeugd, van je eigen straat, van het gebouw waar je werkt. Kies maar. Kies een herinnering en schrijf erover alsof hij nu gebeurt.

Er werden wenkbrauwen gefronst, er werd naar het plafond gestaard, de hinderlijke piep van een vermoeide beamer leek twee keer zo hard, opeens. Klonk daar van de overkant vermoeid gekreun? Als dit een schrijfproces was, dan was het een stom schrijfproces, zo las ik op verschillende gezichten.

De voorleesronde bestond uitsluitend uit veelbelovende verhalen.

‘Nooit gedacht dat het wat zou opleveren’, zei mijn overbuurvrouw.

‘Schrijven is ook: uitproberen,’ doceerde ik. ‘Ontdek je plekje. Schrijf thuis, in een piepende bieb, schrijf terwijl je je ongemakkelijk voelt, of juist heel veilig.’

‘Dat schrijf ik even op,’ zei iemand anders. En ze schreef het op.

bibliotheek-haarlem-schrijversacademie

Over de auteur

Jowi Schmitz – schrijver/blogger/docent aan de Schrijversacademie- houdt van de kracht van het verhaal. De vorm is afhankelijk van de inhoud. Dus schrijft ze kinderboeken, boeken voor volwassenen, blogs. Haar boek Ik heet Olivia en daar kan ik ook niks aan doen kreeg vijf sterren in de Volkskrant en de Vlag en Wimpel. Te vroeg geboren. Dagboek over mijn zoon won de Inktslaaf Literatuurprijs.

Het schrijven als een voortdurende zoektocht, voortkomend uit een brandende behoefte het leven te omvatten, te bevatten, te vatten dan toch – en dat er altijd iets te wensen overblijft.

De regels van een thriller (boek schrijven) – Rudy Dek

Moet je een moordenaar zijn om van een thriller te kunnen genieten? Of het slachtoffer gekend hebben? Heeft een thriller alleen je belangstelling als je van de politie bent of er ooit mee in aanraking bent geweest? Moet je een patholoog-anatoom zijn om de thrillers van Tess Gerritsen te kunnen waarderen? En moet je voor een thriller van Jo Nesbø in Noorwegen wonen? En ten slotte, moet je de Vierdaagse hebben gelopen of er alles vanaf weten om een Vierdaagsethriller te kunnen lezen?

Zeg nou zelf.

Alle thrillers zijn in wezen hetzelfde, maar dan anders. Dat zit zo. Elke thriller vertelt over een probleem en een oplossing. Het probleem is aangrijpend en de oplossing inventief. Het probleem zorgt voor onrust in het boek, met de oplossing keert de vrede weer. De oplossing mag dan ook niet later dan op de allerlaatste bladzijde worden verteld. Als de lezer daar te horen krijgt dat het verhaal verdergaat in deel II, is de thriller zelf om zeep geholpen. Dus, er moet een oplossing komen en hoe nijdiger het probleem, des te hoger de verwachtingen. Geloofwaardigheid is in dezen een kwetsbaar kind.

Het probleem is meestal een moord –

en dat is jammer. Er zijn namelijk nog veel meer interessante, aangrijpende problemen. Gelukkig maar. Zo is er nog diefstal, ontvoering, verkrachting, fraude, chantage, oplichting. Afwisseling houdt het genre in leven.

Afwisseling zit hem ook in dat wat het boek wel of niet vertelt. Soms wordt het probleem zo beschreven dat het bloed van de bladzijden druipt. Gruwel over gruwel. Dat kan een mooi probleem opleveren. Ook mooi, misschien zelfs iets mooier, is het als het probleem met slechts een paar woorden is neergezet en de lezer de omvang ervan alleen ervaart via de onthutste personages. Op die manier kan het allerkleinste vergrijp een gruweldaad worden.

Terug naar de oplossing. Deze is hoe dan ook onvoorspelbaar voorspelbaar. Anders gezegd, tijdens het lezen komen er allerlei opvallende en onopvallende zaken voorbij, zaken die een van de personages onderweg naar de laatste bladzijde aan elkaar rijgt en net voordat het boek sluit als oplossing aanbiedt. Als de schrijver al die tijd, of het nu honderd of zeshonderd bladzijden zijn, de lezer keurig langs al die zaken naar dat moment leidt, bouwt hij spanning op, als een enorme, wankele toren, een toren die uiteindelijk om gaat.

Een thriller schrijven is een enorme toren bouwen, hoger en hoger, steeds instabieler – om die uiteindelijk in een zinderende ontknoping om te laten gaan. Steeds weer, elke keer anders.

Over de Auteur

Rudy Dek, docent aan de Schrijversacademie,  schrijft dit jaar zijn negende Vierdaagsethriller: Oorlogspad. 

Interesse in de opleiding thrillers schrijven aan de Schrijversacademie? Neem dan contact op via info@schrijversacademie.nl

rudydek-199x300

Kijk! – Lies Aris

‘Kijken is anders dan consumeren’, schal ik de collegezaal in.  Ik voel mijn woorden afketsen tegen enkele tientallen kruinen van gebogen hoofden. Hun vingers vliegen getraind en razendsnel over de blauwig oplichtende screens van hun smartphones, verborgen in schoten of achter boekenstapels. Vandaag ben ik vastberaden om deze vrijdagmorgenstudenten, met hun nat gedouchte haren en wazige blikken wakker te schudden. Ze te inspireren! Hun legendarische juf te worden. Diegene die hen het licht deed zien. Wiens woorden ze tientallen jaren later nog quoten, op allerhande gelegenheden waarin zij verhalen over het moment dat hun leven echt zin kreeg. Toen ze Het Licht zagen. Ik wil gewoon potdomme een profeet zijn, daar in dat zweterige klaslokaal tussen de mandarijnschillen, de vergeelde gordijnen en het whiteboard.

‘PPPPRRRRRRFFFFFFT’

Een reutelend geluid ontsnapt iemand’s derrière. Een scheet? Durven studenten tegenwoordig luide scheten te laten in de les? Ik kan het bijna niet geloven….

Niemand van de gebogen hoofden kijkt verstoord op. Scheten is klaarblijkelijk het nieuwe gapen.

Terwijl ik daar zo sta te oreren, bedenk ik me plots een geniale uitvinding voor Het Nieuwe Onderwijs voor de selfie generatie. Ik weet dat bescheidenheid een deugd is, maar ik ben er nu van overtuigd dat mijn idee een winner is. Let op: we maken een soort digitale poort bij de ingang van collegezalen die alle functies van smartphones en tablets uitschakelt, maar wel toegang biedt tot één kanaal: College NOW, heet dat dan.  De docent heeft toegang tot dit kanaal en kan via het scherm extra informatie zenden over de les, induttende studenten wakker piepen, en beelden of links live als een soort ‘VJ professor’ mixen met het live college.

Dan start ik de film. Film intermezzos werken uitstekend in colleges aan jonge studenten. Beeld en geluid geven wat extra spice aan die ongemakkelijke situatie van het ‘moeten’ luisteren naar een analoog iemand. Ik ben een analogue girl in a digital world, maar zij zijn digital students in an analogue situation namelijk….

Bovendien kan iedereen nog ongegeneerder zijn Insta checken omdat het licht uit is.

We kijken naar De Kijk van Kessels, een documentaire over reclameman Erik Kessels die er een bizarre hobby op nahoudt: familiefotoalbums redden van de ondergang in een papierverdelger. Duizenden fotoboeken kocht hij overal op rommelmarkten en een enorme loods is van bodem tot nok toe gevuld met kisten vol albums. Ik geef vandaag een workshop over verhalen maken en wil een Boodschap overbrengen. Over dat een verhaal maken begint bij heel erg goed

kijken.

Kessels laat een reeks foto’s zien uit een familiealbum van tweelingzusjes. Eerst zie je de schattige zusjes in allerlei leeftijdsformaten. Dan zijn ze groot. Er verschijnt een meneer die altijd tussen hen in staat. Het Vriendje van de één. Dan heeft de meneer op de foto’s een legeruniform aan. Dan volgen vele foto’s van alleen nog maar één tweelingzus. Op elke foto laat het meisje duidelijk ruimte voor haar niet meer aanwezige zus. In mijn hoofd vechten verschillende verhaallijnen hun weg naar de top. Die zus was dus verloofd en volgde haar man naar het front alwaar zij beiden sneuvelden in een verschrikkelijke luchtaanval van de tegenpartij. Die zus en haar man emigreerden naar Australië. Die zus stierf van liefdesverdriet nadat zij vernam dat haar verloofde met een plaatselijke schone in het oorlogsland een kindje had gemaakt.

Zo gaat dat nou. Met verhalen verzinnen. Je moet toch eerst om je heen kijken. Als was het maar gewoon in je eigen hoofd. Zonder foto’s. Gravend in de verzameling verhaalllijnen die je zelf al bewandelde of die je in je omgeving zag.

Ooit, lang geleden, fietste ik dagelijks twaalf kilometer heen en twaalf langere kilometers terug op een grijs geasfalteerd weggetje langs een bibberig slotensysteem van Boskoop naar Gouda. Van huis naar school. Met zo’n dikke schooltas achter op de snelbinders. Het regende óf het waaide. Meestal allebei tegelijk. Visueel bood die weg van school naar huis nooit zo gek veel spannends. En totdat ik Het Onzichtbare Licht van Evert Hartman las, fietste ik vrijwel altijd met de ogen halfdicht en de verbeten tanden op elkaar door die polders. De helderziende hoofdpersoon uit Het Onzichtbare Licht zag allemaal enge dingen, zoals een hand met een dolk die uit een sloot omhoog stak. Vanaf dat moment zag ook ik Het licht. Van ‘van alles overal’ zien. En overal verhalen in ontdekken. De veelbetekenende voetsporen in het grind van een oprijlaantje, de wuivende knotwilgen die codetaal spraken in de lucht, de oude boer die altijd verdacht naar mij grijnsde.

De geschiedenisleraar Jaap Smit, met zijn jihadibaard avant-la-lettre, zijn eeuwig te korte pantalons en zijn ridicule fietsstijl, die mij altijd met grote snelheid voorbijreed en dan met nasale stem zei “Dat wordt weer een briefje halen mevrouw Aris”. Verhaallijnen vochten elke ochtend op de heenweg en elke avond op de terugweg om de aandacht.

In de klas vraag ik de studenten hun telefoons helemaal onderin hun tas te verstoppen. Ik vraag ze er veel andere dingen op te gooien. Zelf geef ik het goede voorbeeld door de inhoud van mijn tas om te kieperen (grote berg tampons, boekjes, pennen, lippenstiften, raceautootjes, een muts, een deoroller, de camera en nog wat ondefinieerbaar papierwerk). Dan. Bevrijd van de blauwe aantrekkingskracht, pak ik mijn prop papier. ‘We gaan het Grote-Verhaallijn-spel doen, jonges! Wie de prop krijgt verzint een zin. Iedere vanger bouwt mee aan het verhaal.’

Waar halen ze het vandaan? Ze kijken om zich heen. Kijken. Met echte ogen in andere echte ogen. Ze vangen, ruiken, horen, proeven, snuffelen en spreken met tonen. En het verhaal ontstaat.

 

Over de auteur

Lies Aris – Schrijver/ kunstenaar/ docent aan de Schrijversacademie – is gebiologeerd door “Het Verhaal” achter de dingen en werkt vanuit haar bureau Storyshop. Ze schrijft korte verhalen en maakt vanuit Storyshop verhalen op maat: als copywriter voor merken, als subsidiewerver voor organisaties, als ghostwriter voor speeches of als artistiek programmamaker.

Lies Aris staand