Vier boekentips: Kathy Mathys

Omdat ik over Angelsaksische literatuur schrijf voor de literaire bijlage van de Vlaamse krant De Standaard zijn de meeste boeken die ik lees boeken waarover ik ook een artikel schrijf. Die kan je hier lezen.

Tijdens de vakantie lees ik gewoon voor mijn plezier. Thrillers, non-fictie, literatuur, poëzie, boeken over schrijven: ze kunnen me allemaal bekoren. Tijdens de kerstvakantie schreef ik in het Normandische huis van mijn schoonouders aan mijn roman. Dat gebeurde ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds was het tijd om te lezen.

Boekentips

Eerst las ik Weg (Hoogland & van Klaveren) van onze docent Jowi Schmitz. Young adult, staat er op de kaft maar dat hield mij niet tegen. Indringend verhaal over een meisje dat wegrent uit eigen leven. Spannend, zowel qua verhaal als op zinsniveau. Wie de blog van Jowi volgt, weet dat ze een eigenzinnige stijl heeft, een eigen blik. Hier komt het meisje aan op de Ramblas in Barcelona:

Ze hoorde getjilp, daar stonden de meeste mensen. Het was angstig getjilp, alsof een heleboel vogeltjes tegelijk bijna werden geroosterd. Maar de mensen bij de kraam keken niet naar de vogeltjes. Ze keken naar de plastic bakken op de grond. Er zaten hamsters en konijnen in. Extra pluizige konijnen.

Daarna las ik Winter-IJsland (Querido) van Laura Broekhuysen, literaire non-fictie over Broekhuysens gezinsleven in een verlaten IJslandse fjord. Veel natuur, observaties op de millimeter, weergaloze stijl. In  IJsland ziet april er zo uit:

Het strand is bezaaid met ijsbollen, water en sneeuw die al rollend in de wind bevroren zijn. Onder onze voeten kraakt het wier als plastic zakken. Misschien dat mijn dochter later bij het horen van een plastic zak aan bevroren wier zal denken, bij het breken van glas aan het hollen over de bevroren kustlijn.

Zwijgen (Polis) van Ingrid Vander Veken was het eerste boek dat ik dit jaar las. Op 1 januari was het binnen enkele uren uit. Het is autobiografisch getint proza over de ouders van de schrijfster, hun oorlogsverleden. Ik hield van de sobere, fijnzinnige taal en van het perspectief. Doordat de schrijfster in de jij-vorm schrijft, neemt ze enige afstand van zichzelf. Goede keuze, vond ik. Mooie aforismen ook, zoals deze:

Soms is het geheugen meer dan een verzamelbak van het verleden. Soms is het een glazen bol waarin je de toekomst ziet.

Julia Camerons The Sound of Paper (Penguin Books) las ik in stukjes. Misschien kennen jullie The Artist’s Way, het beroemdste boek  van de Amerikaanse. The Sound of paper is vergelijkbaar. Cameron heeft het over aandacht voor de kleine details, over toevalstreffers, over de innerlijke criticus. Ze laat zien hoe je, ondanks een druk schema, toch tijd kan vinden om te schrijven. Dit vond ik een mooie tip:

When ego is siphoned off creativity, when creativity becomes one more thing we do, like the laundry, then it takes far less time to do it.

Met andere woorden: doe maar gewoon over schrijven, maak er geen te groot spektakel van, wacht niet tot de muze zich aandient. Ook in de wachtkamer van de tandarts kan je schrijven, op de trein, aan de rand van het voetbalveld, terwijl je je zoon of dochter aanmoedigt.

Nog een ding over de foto. Daarop is de cover van Zwijgen niet te zien. Het boek ligt inmiddels namelijk bij mijn moeder. Zij wil het ook graag lezen.

Over de auteur:

Kathy Mathys is schrijfster, literair journaliste en schrijfdocente. Voor de Belgische krant De Standaard schrijft zij over Engelstalige literatuur, voor Bouillon Magazine over eten. Zij zat in de jury van de AKO Literatuurprijs, de Gouden Uil en de ANV Debutantenprijs. Aan de Hogeschool Amsterdam volgde zij de opleiding tot docent creatief schrijven. Haar eerste boek ‘Smaak. Een bitterzoete verkenning’ (De Bezige Bij) verscheen in 2015. Momenteel werkt zij aan een roman die in 2018 zal verschijnen.

 

 

Slecht nieuws is goed nieuws

Schrijvers geven lezers soms een extra leven. Ik heb het zelf meegemaakt. Ik was 12, had de laatste bladzijde gelezen en alles was omgedraaid. Opeens was het ongeloofwaardig geworden dat ik mijzelf was en niet de hoofdpersoon. Stiekem stond ik in de schuur tegen een tak ‘Lumos!’ te roepen. Na een paar keer zwiepen drong het tot mij door dat ik fictie had gelezen. Ik bleef onttoverd achter.

Tot zoveel inleving zijn mensen dus in staat, en dat zou je niet zeggen als je de krant openslaat. Lezen moeten we stimuleren, zou je denken, ter vergroting van het inlevingsvermogen. Maar juist wanneer het om nieuws gaat, is minder empathie beter.

De media schrijven namelijk ook een verhaal waar we ons in kunnen verliezen. Storende onderdelen worden door de redactie gefilterd, de overgebleven nieuwswaarde meten ze breed uit. Telkens met dezelfde welluidende de koppen: ‘Wereld staat in brand’.

Tijdens het lezen van goed geschreven rampspoed vergeten we onszelf, in de kern is de NOS-app hierin hetzelfde als een goed boek. Er is alleen een cruciaal verschil: waar romanschrijvers hun verhaal als leugen presenteren, vertellen journalisten hun wereld als werkelijkheid. En daarom biedt een reality check, zoals ik in de schuur beleefde, geen uitkomst. Nieuws is al reality. En dan ook nog eens eentje die gericht is op onttovering.

En juist in die shockmatige onttovering huist verzwegen geluk. We hadden die slachtoffers kunnen zijn, wat een shock, want we hebben het zo goed! We hebben het zo goed. Slecht nieuws is hier slecht, omdat de eigen situatie zo goed is. Slecht nieuws is goed nieuws. Maar die laatste toevoeging lees je natuurlijk niet in het nieuws, die moet je jezelf vertellen. Alleen wie zichzelf te veel inleeft, verblijft in de shock en gaat zijn eigen geluk ongeloofwaardig vinden. Op die manier wordt de onheil van het nieuws tot enige echte realiteit verheven. Deze arme mensen zijn dreuzels in een toverwereld waar ze geen vat op hebben.

Dat zoveel mensen geschokt zijn door slecht nieuws stelt me gerust. Maar ons inlevingsvermogen baart me zorgen. En ik wil zeker niet beweren dat de media een soort toverwereld scheppen, maar ze tonen ook weer niet de enige werkelijkheid. Lezers die dat vergeten kunnen onterecht menen in de fik te staan. Misschien helpt het als ze zichzelf even blussen in de schuur.

Over de auteur:

Tijmen de Kok (1988) heeft naast zijn studie wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden bij verschillende bedrijven gewerkt als studieadviseur. Nu is hij bij de Schrijversacademie studieadviseur en studiecoach, en sinds kort student aan de Schrijversacademie. Verder schrijft hij af en toe een blog!

 

De rappe desintegratie van de familie Sunshine  – winnaar van de schrijfwedstrijd Barbiepop

Gisteren was de uitreiking van de schrijfwedstrijd die de Schrijversacademie in samenwerking met schrijvenonline​ heeft georganiseerd. Iris Groenhout heeft de eerste prijs gewonnen! De tweede prijs ging naar Jakim Kravanja en de derde prijs naar Gino Dekeyser.
Nét niet op de shortlist maar wel een eervolle vermelding op de vierde plek: Marie Visser met haar gedicht: Instagirl.

Gefeliciteerd Iris!

De rappe desintegratie van de familie Sunshine

Op elke trede telde ik tot vijf, des te langer duurde het voor ik bij de slaapkamer van Marloes was. We gingen, samen met ons andere buurmeisje Désiree, met de barbies spelen. Mijn poppen hield ik achter mijn rug.  

Het was de dag na pakjesavond en ik had zeker geweten dat ik eindelijk een Barbie zou krijgen. Jarenlang had ze op mijn lijstje gestaan en jarenlang had mijn moeder dat genegeerd. Barbie was verwerpelijk speelgoed, vond ze. Het was zoiets als The A-team kijken of The Loveboat, of chips eten en frisdrank drinken. Allemaal verwerpelijke dingen. Dingen die wij niet deden. Maar kortgeleden had ze me opgewonden toegefluisterd: ‘Jij wordt heel blij als de sint komt.’   

‘Hoi.’  

Marloes en Desiree keken niet op toen ik binnenkwam. Ze hadden al hun barbies en kleertjes al in het midden van de kamer gelegd en stonden op het punt om te gaan verdelen. Behalve de oude verzameling zag ik ook een paar nieuwe. Blijkbaar had een van hen een Ken gekregen. Aan Ken hadden we, vanwege zijn korte haar, allemaal een hekel. Maar hij was een noodzakelijk kwaad omdat we wisten dat Barbie soms wilde zoenen. ‘Ik vraag wel een Ken voor Sinterklaas’, had Désiree zichzelf opgeofferd. En daar lag hij nu in zijn beige corduroybroek. Verder zag ik nog twee nieuwe Skippers, een Midge en een nepbarbie, maar wel met extra lang haar.  

‘Heb jij er nou ook één?’ vroeg Marloes.  

Ik knikte.  

‘Laat zien dan.’ 

Om tijd te rekken bewoog ik zo langzaam mogelijk mijn armen achter mijn rug vandaan. Ik kneep mijn ogen dicht en strekte mijn handen met de poppen voor me uit. Toen ik mijn ogen opende zag ik hun gezicht vol verbazing en afgrijzen.  

Ik herkende dat gevoel van de avond ervoor. Na een voortslepend gedicht vol rijmende moraal, mocht ik eindelijk het pakje openmaken. Het gewicht en de afmeting waren onmiskenbaar. Mijn moeder gaf me een bemoedigende knipoog. Met trillende vingers begon ik het papier los te peuteren om het vervolgens ongeduldig weg te scheuren. Gretig trok ik de doos tevoorschijn. Maar toen ik hem omdraaide slaakte ik een kreet. Het was geen Barbie, geen Skipper, zelfs geen Ken. Het was een moeder, een vader en een kindje. Ze waren donkerbruin, met zwart kroeshaar. De familie Sunshine. 

‘Waar komen díe vandaan?’ Marloes bekeek ze alsof ze twijfelde of ze wel legaal waren.    

‘Wat moeten we hier nou mee?’ Desiree, zelf gezegend met lang blond barbiehaar, plukte aan de kroeskoppen. 

Marloes zuchtte diep. 

‘Geef mij die bruine Ken dan maar.’  

‘Hij heet geen Ken, hij heet meneer Sunshine.’ Instinctief wilde ik ze beschermen. 

‘Nu heet ie bruine Ken. Hij gaat uit met Barbie.’ 

‘Maar mevrouw Sunshine dan?’  

‘Hier!’, Marloes wierp een paar zilveren lieslaarzen in mijn richting. ‘Ze gaat zingen in een club. Ze moet geld verdienen nu ze gaan scheiden.’ 

Vertwijfeld keek ik naar baby Sunshine.  

‘Geef maar’, zei Désiree ruimhartig. ‘Die is zo schattig, ik adopteer hem wel.’ 

De smaak van een ander leven – Yvette Strookappe

We hebben onlangs een schrijfwedstrijd gehad exclusief voor onze studenten met als hoofdprijs een specialisatie naar keuze. 3 verhalen zijn gekozen en de winnaar maken we binnenkort bekend! We publiceren de komende weken de 3 verhalen op onze website.

De jury, bestaande uit Manon Duintjer, Kathy Mathys en Tijmen de Kok, hebben hun keuze gemaakt! De 3 namen die in aanmerking komen voor de hoofdprijs zijn:

Ernestine Kossmann
Simone Carree
Yvette Strookappe

De smaak van een ander leven

Ze leefde haar leven aan de rand van dat van hen. Er was geen glimlach van herkenning, geen hand die groetend omhoog ging en haar naam weerklonk alleen in haar eigen hoofd. Wel was er een mengeling van afkeer, medelijden en complete verstandsverbijstering.

Ze had geleerd om hen gade te slaan zonder geconfronteerd te worden met hun opvattingen. Daarvoor hoefde ze zich niet te verstoppen achter een van de bomen of af te wachten in het steegje verderop. Zolang ze op gepaste afstand bleef verdroegen ze haar aanwezigheid alsof ze daadwerkelijk niet bestond. Ze lachten, roddelden en keuvelden, of lazen een boek op een van de afgelegen bankjes terwijl de kinderen zich vermaakten op de speeltoestellen.

Iedere week, op dezelfde dag en hetzelfde tijdstip, was er een man van middelbare leeftijd met zijn zoon. De jongen was alleen nog maar bekend met de illusie van puur geluk die hij achter elkaar beleefde op de glijbaan. De vader verdeelde zijn aandacht tussen hem en zijn horloge. Zijn rechtervoet wipte op en neer. Ongeduld, stress, een combinatie van de twee of misschien was het wel gewoon een nietszeggende tic. Maar wat als er wel wat speelde in zijn leven en die terugkerende beweging een noodzaak was geworden? Een baas die ongeduldig op hem wachtte, een ex-vrouw die iedere minuut van de voogdijregeling op papier noteerde. Of werd hij nerveus van het wegtikken van de tijd en realiseerde hij zich dat het grootste deel van zijn leven er al op zat. Waarschijnlijk geen van allen, dacht ze even later. Maar fantaseren over hun leven was alles wat ze had. Bij hen waren er zo ontzettend veel scenario’s mogelijk en dit was een van de weinige manieren om er zelf deel van uit te maken. In gedachten liep ze met de man mee naar zijn baas of ex-vrouw en hield ze de hand van zijn zoontje vast.

Maar in werkelijkheid wachtte ze nu met smart tot het uur erop zat. Toen de vader zijn zoon riep voelde ze haar maag verlangend samentrekken. De jongen kwam aangerend, greep de eerste boterham vast en at hem al babbelend op. Maar ze wist dat de vader er altijd twee bij zich had. Twee boterhammen en een pakje appelsap. De appelsap ging op. De tweede boterham werd geweigerd. En weggegooid.

Nog geen minuut nadat ze vertrokken waren viste ze de boterham uit de prullenbak en het zakje dat eromheen zat. Dit was het moment waarop ze haar gretigheid afremde. Het was zoveel meer dan alleen een boterham. De boter keurig gesmeerd langs de broodkorst. Een plak kaas met een lachend gezichtje erbovenop.

Vanaf de eerste tot en met de laatste hap hield ze haar ogen gesloten en zag ze een vrouw in een verwarmde keuken staan. Een moeder die met precisie de boter verdeelde en de kaas in het midden erop legde. Een moeder die het eten met zorgzame handen inpakte en met een gulle glimlach aan haar overhandigde.

 

 

 

Umami – Simone Carree

De jury, bestaande uit Manon Duintjer, Kathy Mathys en Tijmen de Kok, hebben hun keuze gemaakt! 3 verhalen zijn gekozen en de uiteindelijke winnaar maken we 19 januari bekend. De 3 namen die in aanmerking komen voor de hoofdprijs zijn:

Ernestine Kossmann
Simone Carree
Yvette Strookappe

Deze namen staan nu nog op alfabetische volgorde en dit is verhaal 2! We houden het nog even spannend!

Umami

Vanuit het felle zonlicht stapte hij het huisje binnen. Zijn ogen moesten wennen aan het schemerduister. Langzaam ontwaarde hij de contouren van een deur en een grote open schouw in de hoek van de kamer. Een paar kooltjes gloeiden oranje op vanaf het rooster door de tochtvlaag van zijn binnenkomst. Dunne repen vlees hingen hoog in de schoorsteenmantel te drogen. Hmmm… biltong! Zijn mond waterde bij de gedachte aan het pittige smaakopwekkende zoetzilt. Hij plukte een reep uit de haard en stopte hem in zijn mond. Onmiddellijk mengde het taaie droge vlees zich met zijn speeksel tot een smaak waarvan hij zich ter plekke herinnerde dat het umami heette, de vijfde smaak. Traag bewoog hij zich naar de deur.

Al kauwend stootte hij z’n hoofd toen hij door het oude eikenhouten kozijn het eenvoudige boerenkeukentje binnenstapte.  Hij greep naar de pijnlijke plek en bekeek daarna zijn handpalm. Die was schoon. Op het stenen aanrecht lag een berg rouw vlees. De ijzerachtige geur van bloed vulde zijn neus en versterkte de bijna zoete smaak van het vlees in zijn mond. Een blikken teil lag vol nog ongespoelde darmen, de uiteinden keurig dichtgeknoopt om te voorkomen dat de stront het vlees zou besmetten. Buiten aan de waslijn had hij aan houten knijpers een schapenvacht en enkele konijnenvellen zien wapperen in de harde wind van de Tramontana. Sommige al opgedroogd tot stijve windvanen. Hier werd gestroopt, dacht hij.

Hij deed een stap verder de keuken in om het jagersmes dat op het betegelde aanrecht lag beter te kunnen bekijken. Uit zijn zak haalde hij een loep, een zip-lock zakje en een pincet. Hij boog zich voorover, hoorbaar sneller ademend. ‘Godallemachtig!’, fluisterde hij schor.
Met z’n pincet plukte hij voorzichtig twee haren van het mes en borg ze op in het plastic zakje. Hij keek de kleine ruimte rond. De wanden hingen vol met pannen, bevestigd aan een houtje-touwtje. Uit het leemstucwerk staken enkele takken waaraan worsten en hammen te drogen hingen.  Zijn aandacht werd getrokken door iets roods. Hij liep er naar toe. Een blonde vlecht. Met een rode strik vastgeknoopt  aan een roestige spijker. Ze had niet de moeite genomen de haren los te snijden van de scalp.

Zijn maag kromp ineen en krampte haar inhoud omhoog. In een golf van bittere gal leegde inspecteur Gomez de Avellaneda zijn maag op de keukenvloer. Kokhalzend en met tranen in zijn ogen realiseerde hij zich dat mensenvlees inderdaad zoeter smaakt dan rund.

Nog één glas – Ernestine Kossmann

De jury, bestaande uit Manon Duintjer, Kathy Mathys en Tijmen de Kok, hebben hun keuze gemaakt! 3 verhalen zijn gekozen en de uiteindelijke winnaar maken we 19 januari bekend. De 3 namen die in aanmerking komen voor de hoofdprijs zijn:

Ernestine Kossmann
Simone Carree
Yvette Strookappe

Deze namen staan nu nog op alfabetische volgorde en elke week publiceer ik 1 van de verhalen. We houden het nog even spannend!

Nog één glas

Je hebt mensen die in alles altijd beter zijn dan jij. MIjn broer is zo iemand. Kent meer gedichten uit zijn hoofd, spreekt meer vreemde talen, fietst harder, speelt beter piano, weet overal de weg, kookt lekkerder.

Ik had hem gevraagd mee te gaan naar de workshop ‘Wijn proeven’ die ik ergens gewonnen had. Daar zat een competitie-elementje in. Ik had zo graag eens iets gevonden waar ik beter in was.

Daar zaten we, met halve glaasjes wijn voor ons en een notitieblok. Dat gezwabber, dat was het probleem nog niet. Ik kon zien of de wijn helder was of niet, en lichtgeel en groenig kon ik ook nog wel onderscheiden. Zelfs ‘hangt wat meer aan het glas’ kreeg ik zonder al te veel gene uit m’n mond, ik had het idee dat ik het wel begreep. En hij knikte. We vonden hetzelfde, hij zag niet iets anders dan ik en dat was al heel wat. Hij zag altijd meer dan ik, gelijkspel was voor mij pure winst.

Bij het ruiken ging het mis. Ik rook wijn. Omdat ik ook wel begreep dat dat niet helemaal de bedoeling was, beweerde ik dat ik ‘fruit’ geroken had. Hij rook ‘pasgemaaid gras in combinatie met verse abrikozen’. En toen moest het echte proeven nog beginnen. Ik proefde wijn. Lekkere wijn. En ik suggereerde ‘een regenbuitje in de lente’. Hij knikte nadenkend. Ja, dat begreep hij wel, dat zat er wel in. Maar toch ook doperwtjesgroen. En een randje peer met karamel.

Bij het derde glas probeerde ik het nog maar half, terwijl hij met zijn ogen half gesloten en zijn hoofd scheef poezie schreef. Kampvuur aan zee. Opstuivende kalkgronden. Geraniums langs een bergbeek. Toen hij ook nog wist te vertellen uit welk gebied welke wijn kwam, en welke druif er gebruikt werd, toen gaf ik het helemaal op. Gewoon, hopla, naar binnen met die wijnen. Ze smaakten prima. Naar lekkere wijn.

Hij had de smaak te pakken, en ik kon met hem geen wijn meer drinken zonder dat hij in lyrische bewoordingen beschreef wat hij proefde.

Wat hij ook beter blijkt te kunnen dan ik, is ziek zijn. Ik doe aan halve griepjes, nu en dan eens een paar dagen misselijk of zo, een pijnlijke nierbekkenontsteking als absoluut hoogtepunt. Hij heeft dat allemaal zo’n beetje overgeslagen, hij gaat meteen voor het echte werk, met operaties en chemo’s en bestralingen. Ik zit regelmatig aan zijn bed, afwisselend in het ziekenhuis en thuis, vooral thuis nu, nu de medische wereld geen nieuw register meer open kan trekken.

Zijn vrouw en ik drinken wijn.

“Mag ik een slok?” vraagt hij en hij reikt naar mijn glas. “Het kan met mijn medicatie.”
Ik geef hem mijn glas, hij drinkt, ik krijg mijn glas terug.

“Zo jammer,” zegt hij, “nu ik rustig wijn mag drinken, nu smaakt het nergens meer naar. Vertel jij me wat je proeft?”

Lentebloesem, lieg ik, zeekraal, grapefruitbittertjes met amandelen. Vooral zilte tranen. Maar dat zeg ik niet.