Storytelling – Een fantastisch middel

‘Ik hoefde mijn kinderen niet te straffen. Ik had een fantastisch middel: het verhaal,’ zei Jan Terlouw onlangs in een interview in het NRC. Terlouw vertelde zijn kinderen verhalen om hen te leren nadenken over morele kwesties en om hen te laten zien hoe belangrijk het is om de drijfveren van iemand te kennen.

Ook bij de opleiding Storytelling gebruiken we verhalen om mensen iets duidelijk te maken, maar dan op een zakelijk vlak, bijvoorbeeld om jezelf als ZZPer op de kaart te zetten, of om het belang van een verandering binnen je bedrijf kracht bij te zetten of om je werknemers met hun neuzen dezelfde kant op te laten wijzen. Eerlijkheid staat daarbij hoog in het vaandel. Voordat je daadwerkelijk gaat schrijven, zal je eerst inzicht moeten krijgen in je eigen drijfveren. Dat betekent met de billen bloot en dat is niet altijd makkelijk. Weerstand, uitstelgedrag, blokkades: het hoort er allemaal bij.

Als je de hobbel eenmaal genomen hebt, is ‘the sky the limit’.

Zo schreef een van mijn studenten in een motiveringsspeech voor haar medewerkers hoe zij zelf het enthousiasme in haar werk was kwijtgeraakt en hoe ze dat vervolgens had teruggevonden, een andere student schreef een thriller over het wateronderzoek dat haar bedrijf deed. En weer een ander combineerde haar eigen familiegeschiedenis met die van de buitenplaats waarvoor zij werkte en maakte daar een boekje van.

Terlouw heeft gelijk: verhalen zijn een fantastisch middel niet alleen om de drijfveren van anderen te leren kennen, maar ook die van jezelf. Want als je die kent, kan je een waarachtig verhaal creëren waarmee je mensen raakt en overtuigt.

Wil jij ook ontdekken hoe een je overtuigend verhaal dat blijft hangen kunt structureren voor elke behoefte van je bedrijf, en meteen beginnen met het toepassen van de theorie in de praktijk? klik hier De volgende startdatum van deze opleiding is in Utrecht: zaterdag 30 september 2017 met Manon Duintjer

Over de auteur:

Manon Duintjer (1969) was uitgever van de Rainbow Pockets, stelde als freelance redacteur verschillende verhalenbundels samen, waaronder Zij denkt dus zij bestaat en schreef voor het tijdschrift BOEK. In 2011 debuteerde zij met de roman De S-machine, en in 2016 bracht zij samen met Marlies Visser het filosofiespel Nomizo uit. Momenteel geeft zij les aan de Schrijversacademie en werkt zij aan haar tweede roman.

 

 

Kvinneteikbesleuk – René Appel

Kvinneteikbesleuk – Nee, dit is geen woord uit het Lets of uit het Quecha. Zo’n woord moet je ook niet alleen lezen, maar luidop laten klinken. Dan hoor je meteen dat het een directe, min of meer fonetische weergave is  van de volgende Nederlandse zin: Ik vind het eigenlijk best leuk. ‘Kvinneteikbesleuk’ is pure spreektaal zoals schrijvers die over het algemeen nooit in hun dialogen zullen gebruiken.*)

Hoe ver kunnen schrijvers gaan met het weergeven van spreektaalkenmerken (waarbij ik meteen benadruk dat die tegelijk vaak karakteristiek zijn voor non-standaard Nederlands)? In het tv-programma ‘De pennen zijn geslepen’ (waarin enkele bekende Nederlanders een thriller moesten schrijven) zei cursusleider Paul Sebes dat de taal in dialogen geen kenmerken van spreektaal mochten bevatten. Dat is natuurlijk onzin. De taal in dialogen mag niet gelijk zijn aan spreektaal, maar moet wel op spreektaal lijken. Anders krijgt de lezer keurige boekenzinnen voorgeschoteld in keurige schrijftaal. ‘Maar zo praten mensen helemaal niet’ denken lezers dan.

Hoe doet een schrijver dat en om welke spreektaalkenmerken gaat het? In het artikel ‘Algemeen Plat Nederlands’ (Schrijven Magazine, oktober 2011) ben ik hier al eens op ingegaan. Het betreft kenmerken op verschillende linguïstische niveaus: klanken (‘nou’ in plaats van ‘nu’), vervoegingen (‘hij heb’ voor ‘hij heeft’), woordkeuze (‘bek’ en niet ‘mond’).

Als het gaat om spreektaal dan zijn er ook heel andere zaken in het geding. Ik werd daar vooral met mijn neus op gedrukt door de analyses die ik heb gemaakt van het taalgebruik van zgn. Bekende Nederlanders voor het radioprogramma De Taalstaat in de rubriek TNA (elke zaterdag van 11.00 tot 13.00 uur op Radio 1). Enkele zaken die me zijn opgevallen:

  • Relatief nieuwe combinaties als ‘helemaal goed’, ‘een soort van’, ‘zeg maar’ (maar ook het bekende ‘ik bedoel’) worden vaak gebruikt, door sommige mensen heel vaak.
  • Hetzelfde geldt voor losse woorden als ‘eigenlijk’, ‘gewoon’ en ‘natuurlijk’, die qua betekenis in feite niets bijdragen aan de inhoud van de zin; het zijn zogenaamde stopwoorden, loze opvullers. Er zijn mensen die in vrijwel elke zin minstens één keer ‘gewoon’ gebruiken.
  • Heel veel mensen beginnen hun zinnen met ‘Nou,…’, ‘Nou ja,…’ ‘Kijk…’, ‘Ja, kijk…’, ‘Kijk ’s…’, ‘Ja, nee…’ of zelfs ‘Ja, nee, ja…’.

Het is niet aan te raden om als schrijver je dialogen te doorspekken met deze spreektaalkenmerken. Het is van belang om er spaarzaam gebruik van te maken. Wanneer wel en wanneer niet is niet eenvoudig te zeggen. Zelfs als geroutineerd schrijver en taalanalyst moet ik zeggen: kvinneteikbeswelmoelek.

*) Zie ook het boek van Jan Kuitenbrouwer Eik bes leuk (Thomas Rap, 2014), dat natuurlijk Eikbesleuk had moeten heten.

Over de auteur:

René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie. René Appels eerste misdaadroman werd gepubliceerd in 1987, Handicap. Daarna verschenen nog veel andere romans en korte verhalen. Vele malen werd een boek van hem genomineerd voor de Gouden strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek, en twee keer werd een boek bekroond: De derde persoon in 1991 en Zinloos geweld in 2001. Schone handen werd in 2015 succesvol verfilmd met in de hoofdrollen Thekla Reuten en Jeroen van Koningsbrugge. René Appel is ook de auteur van Spannende verhalen schrijven, over de wijze waarop schrijvers spanning kunnen aanbrengen in hun verhaal. Onlangs verscheen van hem Joyride en andere spannende verhalen

Gezien worden – Ginny Krijgsman

Mijn eerste skype gesprek ooit. Ik houd niet van skypen, ik houd ook niet van mobiele gesprekken met beeld. Lange tijd naar een klein schermpje kijken, maakt me onrustig. Liever spreek ik iemand face to face, samen persoonlijk in dezelfde ruimte; zodat ik de nuance kan zien, de kleine bewegingen in houding, opslag van de ogen, de beweging van de handen of de mond kan registreren en interpreteren.

Maar skypen met Tania is anders. Niet alleen heb ik alle vertrouwen in haar expertise, belangrijk misschien nog is dat ik mij op mijn gemak voel bij haar. Zij begeleidt mij de komende tijd bij mijn project: de geschiedenis van mijn vader op schrift stellen. Dit is iets wat ik niet meer kan laten liggen. Doordat ik mij niet bewust ben van mijn eigen geschiedenis, heb ik mijn hele leven bij wijze van spreken de ene na de andere ‘film gemaakt’, Hierin bedeelde ik mij een bescheiden rol. Een bijrol of zelfs een figurantenrol was al goed. Ik was zelfs blij wanneer ik achter de coulissen een plaats had.

Bijna waar ik zijn moet

Mijn dromen bleven dromen. Af en toe ondernam ik een gewaagde poging, die al gauw door mijn innerlijke saboteur werd afgesneden. Zo ging ik ooit Nederlands studeren. Ik wilde namelijk schrijver worden. Op de opleiding kreeg ik last van paniekaanvallen. Misschien niet de meest logische keuze, maar na twee jaar watertrappelen daar, gaf ik me op voor de selectie bij de Maastrichtse Toneelacademie. Iets nieuws ondernemen, geeft nieuwe kansen en energie. Ik werd tot mijn grote verbazing, gezien de moeilijkheidsgraad, aangenomen. In plaats van blij verrast te zijn, schoot ik in de stress. Nu moest ik van Nijmegen naar Maastricht verhuizen.

Het lot speelde in die tijd een grote rol in mijn leven. Mijn leven was magisch, dus lette ik goed op tekens. Door de selectie heenkomen was een teken zo bedacht ik mij. Ik probeerde steeds iets nieuws in de hoop daar te komen waar ik zijn wilde. Geen duidelijk plan. Waarschijnlijk uit zelfbescherming om een hernieuwde teleurstelling te vermijden. Maar ach ik had het wel geprobeerd, ik was er bijna. Jaren later fietste ik door de straten van Den Haag met ‘ik ben bijna waar ik zijn moet, en mocht ik het niet halen, dan was ik toch dichtbij’, dat door de oortjes galmde.

Gezien of niet gezien

Nu zie ik Tania op mijn scherm verschijnen. Dat van mij rechtsonder blijft zwart. ‘je kunt je camera aanzetten door op het icoontje linksonder te klikken’, zegt ze. Het icoontje zie ik niet. ‘Is de camera misschien afgeplakt’, oppert Tania. Haar stem klinkt vriendelijk. Ik verwijder de vele post-its rondom mijn scherm, maar helaas nog steeds geen beeld. Dan blijkt dat ik helemaal geen camera heb. Ik heb een oud geval. Jammer, juist nu ik mijn angst voor het praten via een beeldscherm wilde doorbreken blijk ik geen camera te hebben. Poeh, ook wel fijn eigenlijk. Ik vind het ook erg spannend. Mijn wangen voelen warm aan. Gezien worden of niet gezien worden daar gaat het om. ‘zet jij jouw camera dan ook maar uit’, zeg ik. Maar Tania heeft er geen probleem mee om gezien te worden door mij en laat de camera aan.

Ik wil gezien worden en tegelijkertijd als ik gezien word of kan worden bevries ik. Als een haas die gespot wordt tijdens zijn tocht over het veld. Hij staat bewegingsloos als een tableau vivant, zijn oren plat langs zijn rug, zijn poten bevroren. Wordt het niet eens de hoogste tijd om te zijn waar ik wil zijn? Ik heb het gehad met dat ‘ik ben bijna waar ik zijn wil’. Om ergens te komen moet ik net als haas, die naar de andere kant wil met het gevaar gezien te worden, besluiten om over het open veld te lopen. Is het zo erg om gezien te worden?. Ik geniet van het kijken naar haas en vind het jammer dat hij zo bang voor me is. Zou hij blijer door het veld huppelen als hij zou weten dat ik hem te goeder trouw bekijk. Blij dat hij is waar hij is en niet in zijn bevroren moment denkt ‘ik ben bijna waar ik zijn moet’.

Ik ben bijna waar ik zijn moet, en met schrijf coaching van Tania Heimans ga ik er ook komen ook denk ik nu vastberaden. Bij het volgende skypegesprek ben ik in bezit van een webcam.

Over de auteur

Oud student Ginny Krijgsman (coach, trainer & pedagoog) besluit na het afronden van haar opleiding ‘Familieverhalen en biografieën schrijvenbij de schrijversacademie, op zoek te gaan naar haar wortels en schrijft zich in voor individuele schrijfbegeleiding. Tania Heimans begeleidt Ginny bij het onderzoek naar haar vaders KNIL geschiedenis. “Iedereen heeft een verhaal wat eruit moet en dit is de mijne”.

Ze schrijft onder andere columns over wat ze tegenkomt op haar zoektocht in haar onderzoeksproces, of over pedagogische zaken, zoals de interactie docent-leerling, een waarde(n)volle communicatie met leerlingen, hun ouders en docenten. Belangrijk voor haar in het onderwijs is de aandacht voor jongeren vanuit de verbinding van het hart.

 

Het hoe van een schrijfgroep (3) De schrijfopdracht

over het reilen en zeilen van een schrijfgroep[1]

Hoe gaat het er nou aan toe in zo’n schrijfgroep met een schrijfopdracht die je op commando moet schrijven? Deze vraag krijg ik als schrijfdocent vaak. Het gaat meestal net als in elke andere situatie waarin je het eerste wat in je opkomt moet doen/roepen/antwoorden/schilderen. Maar wat de vraagstellers eigenlijk willen weten is of het ter plekke schrijven moeilijker of makkelijker is dan het thuis schrijven van een verhaal.

Er zijn veel mensen die in hun welverdiende zomervakantie – ver weg of dichtbij – nadenken wat ze nog eens zullen doen in hun leven als ze weer thuis zijn. Ben jij zo’n mens? Denk je dat je zeker iets wilt gaan doen met je schrijven, maar zie je op tegen het zomaar uit het niets moeten schrijven tijdens de bijeenkomsten met de groep? Nergens voor nodig! Natuurlijk is het gangbare beeld dat we hebben bij schrijvers dat ze in hun eentje op/in een zolderkamer/studio/tuinhuisje/Chateau St. Gerlach (A.F.Th. van der Heijden) hun meesterwerken zitten te schrijven.

Toegegeven: het is wat relaxter ‘scheppen’ als je er tijd, ruimte en stilte voor hebt.

Als je een schrijfopleiding volgt, heb je die tijd, ruimte en stilte dan ook in de 6-8 weken waarin je thuis aan je schrijfopdrachten werkt.
Als je volgende reis er eentje met de Schrijversacademie is, zul je de voordelen van het voor de vuist weg schrijven ontdekken.

In de bijeenkomsten vinden er verschillende vormen van live schrijven plaats. Het is niet zo dat je de ruimte binnenkomt en moet aanvallen op een leeg vel papier zonder enige bewegwijzering. In je vakantie ga je ook niet in het wilde weg ergens heen, want wie weet moet je dan eerst uren een verlaten industriegebied doorkruisen voordat je bij dat mooie panoramapunt komt. Al die actiemomenten worden ingeleid en begeleid. De docent is het kompas naar jouw true north.

Een paar praktische voorbeelden van hoe het er aan toegaat in de lessen:

  • free writing (vrij schrijven) is net als vrij zwemmen: het zwembad (pen en papier) en het water (je gedachten) zijn er, daarin ga je zwemmen (schrijven). Om in de stemming te komen is er meestal een warming up (je rek- en strekoefeningen voor het sporten). Dat kan een (door de docent geleide) fantasie-oefening zijn, gevolgd door kleine associatie-oefeningen. In de groep denk je een tijdje in stilte aan bijvoorbeeld vakantie, maakt vervolgens een lijstje met woorden die voor jou met vakantie te maken hebben en kiest er daar 1, 2 of 3 uit om mee verder te schrijven. Free writing duurt meestal 10 minuten en je schrijft aan één stuk door zonder je pen op te tillen. Behalve voor het volgende woord dan.
    Deze teksten zijn voor jezelf, je hoeft ze niet voor te lezen aan de groep, dus je koudwatervrees kun je hierbij thuis laten.
    Ga je nog op vakantie, dan kun je dit associëren alvast uitproberen zonder pen in een zwembad, zee of oceaan: op je rug drijven en je fantasie de vrije loop laten. Zo simpel is het.
  • vervolg op free writing: uit je tekst kies je één of meer zinnen die je aanspreken als je je tekst nog eens overleest. Daar schrijf je mee

    verder. Je vertelt verder over die bijzondere Portugese vakantieliefde of over de overheersende smaak van verse koriander in die knaloranje tajine in Marrakech. Deze tekst lees je voor aan de groep.

  • gericht schrijven: met behulp van docent, onderwerp, stijl en/of materiaal (zie foto geurpotjes) kom je eerst in de juiste schrijfstemming, je denkt dóór op dat bepaalde onderwerp en vervolgens schrijf je een tekst.

Dit spontaan schrijven in de les wordt ook wel ‘minimaxen’ genoemd. Je schrijft in een minimale tijd een tekst die het maximale voor die tijd is.Veel studenten waren na een paar keer minimaxen laaiend enthousiast: ‘Het is wat het is en meer kun je niet doen!’ Zij vonden het een openbaring zo ontspannen erop los te kunnen en mogen schrijven.

Wil jij ontdekken of jij ook een fan bent van minimaxen, kom dan bij mij een proefles volgen op zaterdag 26 augustus in de Centrale Bibliotheek van Den Haaghttp://bit.ly/2dQXEUI

Wordt vervolgd met Het hoe van een schrijfgroep (4) Het voorlezen

[1] Vrij naar Jan Brokken: Het hoe

over het schrijven van romans, verhalen en non-fictie

Over de auteur:

Dé Hogeweg is docent creatief schrijven en redacteur in Den Haag en omstreken. Bij Uitgeverij U2Pi/JouwBoek is zij hoofdredacteur. Zij geeft les bij de Schrijversacademie. Naast het geven van cursussen en workshops schrijft ze columns, korte verhalen en artikelen voor internetsites en bladen. Zij schrijft over alles wat op haar pad komt. In de zomer gaat het vaak over de Tour de France, in de winter over schaatsen. Regelmatig levert zij bijdragen aan de sites Het is Koers (wielrennen) en Bluesmagazine (concertverslagen).

 

‘Het mooiste van schrijven is van níets íets maken’

In het jaar 2000 verscheen haar verhalenbundel Strandstoelendans.De succesvolste oefeningen uit haar cursussen en workshops gaf zij in 2011 uit in het boek Oefeningen in creatief schrijven – voor beginners, gevorderden en schrijfdocenten.

 

 

Werken met sexy mannen – Jowi Schmitz

Wil je schrijver worden? Bereid je dan voor, want lezen wordt er werken van. Lezen wordt grazen naar mooie zinnen, wordt met een vergrootlas de opbouw bestuderen. Dat gaat vanzelf. Als ik lees ben ik net zo’n boemeltrein; maak ik net een beetje vaart sta ik alweer op de rem. Pak ik mijn schrift erbij, ga ik zinnen overschrijven.

Het is ook bunkeren: en eigenlijk is dat bijna ongepast, als je erover nadenkt: ik lees alles van één auteur. Achter elkaar. Op dit moment is dat Marian Keyes en die heeft nogal wat boeken op haar naam staan. Waar zij de afgelopen vijfentwintig jaar aan zwoegde, daar raas ik in luttele weken doorheen. Of nou ja, ik boemel er doorheen dus, maar toch. Gecondenseerde tijd.

Werk-lezen.

Marian Keyes wordt wel de grondlegger van de chicklit genoemd, maar wat ze vooral heel erg goed kan is verhaalstructuur. Ik lees het verhaal, noteer na afloop ‘de beats’. Ik noteer in krabbels wat er gebeurt per hoofdstuk (bijvoorbeeld ‘Misty, het mooie meisje’ of ‘Die leren broek die door vijf sexy mannen werd gedeeld’) en hou daarna mijn velletje tegen het licht. Om te kijken hoe ze het precies gedaan heeft. Ik haat het opschrijven van die beats, het voelt als huiswerk. Maar ik ben altijd blij met wat ik leer. Want als structuur een vlechtwerkje is, dan is Keyes topstyliste.

Bijkomend voordeel; chicklit is gemaakt om spannend te zijn, dus af en toe glij ik heerlijk mee in haar wereld vol vrouwen die met moeilijke zaken bezig zijn, maar dikwijls worden afgeleid door heerlijke sexy mannen. ‘Ben je nou alweer aan het lezen,’ zegt mijn vriend, als hij bij thuiskomst twee hongerige kindjes naast mijn bed ontdekt en mij erin, hoofd in een boek.

‘Ik wèrk,’ zeg ik dan beledigd.

Over de auteur:

Jowi Schmitz, docent aan de Schrijversacademie, schrijft voor volwassenen en kinderen. Ze debuteerde in 2005 met Leopold, een roman over een man die kip wordt. Daarna verschenen er non-fictie boeken, nog een roman, diverse kinderboeken en allerlei andersoortige teksten. Ze schreef ook voor de kinderpagina van NRC Handelsblad, en ze heeft al jaren een weblog jowischmitz.nl

In november 2016 verscheen Weg bij uitgeverij Hoogland en Van Klaveren. Weg gaat over een meisje dat wegloopt naar Barcelona om de vrijheid te veroveren.Het werd door de Volkskrant verkozen tot één van de beste YA romans van 2016, en is genomineerd voor de Dioraphte literatour prijs.

Een kijkje in de keuken van de Schrijversacademie – Femmie van Rooijen

We krijgen vaak de vraag van nieuwsgierige studenten hoe het er aan toe gaat in de keuken van de Schrijversacademie.  Daarom wordt het tijd voor een blog vanuit onze ‘Schrijversacademie-keuken’.

Bij de Schrijversacademie werken is enorm divers. Het ene moment ben je bezig met het informeren van nieuwe studenten en het andere moment zijn we bezig met het inplannen van nieuwe klassen of het schrijven van een nieuwsbrief. We zitten op kantoor met drie mensen, Caroline (de manager), Tijmen en ik, beide studiecoach en multifunctioneel inzetbaar. Met z’n drieën zorgen we voor het reilen en zeilen van de Schrijversacademie.

Het voorgerecht

Als we ’s morgens beginnen hebben we altijd volle mailboxen. Uiteraard komen er dagelijks tientallen mailtjes binnen van toekomstige studenten die informatie aanvragen over onze opleidingen. Wat kunnen ze verwachten van de opleiding? Wie zijn de docenten? En is er nog plek in de locatie van hun voorkeur. Daarnaast krijgen we natuurlijk veel mailtjes van studenten die wij, als studiecoach, begeleiden. Om 9:00 uur zorgen we er voor dat we telefonisch bereikbaar zijn en de eerste mails al weer verstuurd hebben.

Gedurende de hele dag beantwoorden we mailtjes en telefoontjes van alle studenten en toekomstige-studenten. En stiekem is misschien het telefonische contact wat we hebben het allerleukste. We proberen altijd even de tijd te nemen voor mensen die ons bellen. Je merkt dat als je de tijd neemt voor een gesprek de (toekomstige) studenten prachtige verhalen met ons delen. Van grootouders die graag een kinderboek willen schrijven voor hun kleinkinderen tot full-time werkende studenten die naast hun baan heel graag hun familieverhaal willen opschrijven of eindelijk een begin willen maken aan hun eigen roman. Prachtige verhalen. Zo merk je dat elke (toekomstige) student eigenlijk een eigen boek is waar we heel soms een achterflap of zelfs een hoofdstuk van mogen lezen.

Het hoofdgerecht

Naast het contact dat we hebben met de studenten gebeurt er natuurlijk ook heel veel achter de schermen. Je kunt hierbij denken aan het ontwikkelen van lesmateriaal en het verzorgen van de boekenpakketten. Gelukkig werken we samen met ruim 20 enorm gemotiveerde docenten. Al onze docenten hebben zelf boeken uitgegeven of hebben expertise op het gebied van redactie of scenario’s schrijven. Onze docenten ontwikkelen in opdracht van ons het studiemateriaal en bedenken de huiswerkopdrachten die gemaakt moeten worden. Wij zorgen er dan weer op onze beurt voor dat de modulewijzers op tijd gedrukt zijn en de juiste boeken naar de studenten gestuurd worden.

Daarnaast zijn wij natuurlijk ook verantwoordelijk voor alles wat rondom de studie geregeld moet worden. Hierbij kun je denken aan het inplannen van nieuwe klassen, het reserveren van leslocaties en het bedenken van schrijfwedstrijden. Wij zorgen er natuurlijk ook voor dat zoveel mogelijk mensen de Schrijversacademie leren kennen door onze marketing campagnes. Zo staan we bijvoorbeeld regelmatig in Schrijven Magazine en heeft onze docent Jowi in elke editie een vaste column.

Zelf houd ik me veel bezig met de marketing- en salesactiviteiten. Ik zorg er samen met Caroline voor dat al onze Facebook- en Instagramvolgers op de hoogte zijn van onze activiteiten en dat er door het hele land heen proeflessen aangeboden worden.

Het toetje

De slagroom op de taart of de dame blanche met warme chocolade. Kortom, het leukste onderdeel van het werken bij de Schrijversacademie. Persoonlijk vind ik het contact dat wij hebben met (toekomstige) studenten en docenten het allerleukste. Zo zijn de docentenuitjes ontzettend gezellig (meer lezen over deze uitjes? Lees dan de blog van onze docent Jowi) en beleef ik enorm veel plezier aan het begeleiden van de proeflessen. Tijdens de proeflessen zie ik de toekomstige studenten ‘in het wild’ en kan ik eindelijk zien welke gezichten er horen bij de verhalen die ik heb gelezen.

De allerleukste dag is voor mij toch wel de studiedag. Onze studiedag wordt vier keer per jaar georganiseerd en is altijd weer een feestje. Tijdens deze studiedag komen er zo’n 80-100 studenten naar Amsterdam of Utrecht om gezamenlijk workshops en interviews bij te wonen. Het is ontzettend leuk om bekende gezichten van de proeflessen na een aantal maanden weer terug te zien  en te horen hoe ze de opleiding ervaren. De studiedag is altijd heel erg druk, maar wel heel leuk. We eindigen de dag altijd feestelijk met een gezamenlijke borrel en  kunnen nog dagenlang nagenieten van alle positieve energie die we hebben gekregen van alle studenten.

Kortom, werken bij de Schrijversacademie is voor mij een echt feestmaal! Wil je ons team versterken? http://bit.ly/2uoY4Yv

 

Femmie van Rooijen (1991) heeft tijdens haar studie Communicatie gewerkt als studieadviseur bij een onderwijsinstelling. Nu geeft ze toekomstige studenten advies over het volgen van een opleiding bij de Schrijversacademie. Daarnaast houdt ze zich bezig met de vormgeving, het begeleiden van studenten en de (online-) marketing van de Schrijversacademie