Alle twijfels gladgestreken – door student Karin de Roos

Er is wat mij betreft één ding erger dan buikgriep: strijken. Toch beweeg ik vanmorgen moedig mijn twintigjarige – vrijwel ongebruikte – strijkbout heen en weer over een middeleeuwse linnen onderjurk. Het slotakkoord in mijn queeste om alle items te bemachtigen voor de booktrailer van Dubio. Over een kleine week zijn de opnames. Negentig seconden film, drie locaties, twee modellen, één voice over; make up, licht, kostuums… oh ja, en een klein budget en een fantastische filmmaker. Zo’n trailer blijkt een project op zich.

Sinds enkele dagen ligt Dubio bij de drukker. Nauwelijks bekomen van de redactionele eindsprint, dwingen onderjurk en strijkbout me opnieuw onvermoede talenten aan te boren. Terwijl de stoom rond mijn handen kringelt, zet ik alle gebeurtenissen op een rijtje: hoe ik zwoegde op een eerste leeswaardig concept, hoe ik in Q een fantastische uitgever vond en alles wat daarna volgde. Mijn conclusie: de publicatie van een boek is een gelaagd proces, net als de jaarringen van een boom. Laagje voor laagje worstel je je als auteur richting je einddoel: een lezer waarvan je hoopt dat die plezier beleeft aan jouw pennenvrucht. Ik mijmer verder: schrijven is samsara, een joelrad, een trein die voortdurend doordendert. En ik dender met een gelukzalige grijns om mijn lippen mee. Vier jaar van idee tot publicatie. Straks is Dubio een feit: een finish en startschot ineen. Als Dubio de lezer immers niet bereikt, kan het allemaal vergeefse  moeite zijn geweest.

Een boek schrijven is één ding: bij de marketing voel ik me écht een goedwillende amateur. Welke kanalen hebben effect en welke niet? Search engine optimization, Facebook ads, Twitter of toch liever de ouderwetse posters, boekenleggers en flyers? Dat laatste voelt vertrouwd, maar is het nog van deze tijd? Hoort het, net als het ouderwetse boek, niet tot het ‘dode-bomen-tijdperk’? Mijn huis ligt er in ieder geval mee bezaaid. Ondertussen stuurt de pr-medewerker van Q persberichten de wereld in, werkt manlief mijn site bij, stroomt mijn agenda vol met interviews en lezingen en spant mijn vriendenkring en familie zich in om mijn flyers en posters op drukbezochte plekken te krijgen.

Een zweetdruppeltje koerst onverbiddelijk van mijn kruin richting mijn neus. Die boektrailer moet ik ook aan de man brengen, bedenk ik me, net als mijn boek. Ik zucht en hang de onderjurk aan een beugeltje. Goedkeurend bekijk ik het resultaat: met alle kreukels heb ik ook mijn laatste twijfels weggestreken. Misschien schiet ik met hagel, misschien doe ik maar wat, maar het spoor laat zich nu niet meer verleggen. Nu geen twijfels meer, Dubio mag uiteindelijk voor zichzelf spreken. Binnenkort weten of – en wat – werkte. Laat je me weten hoe jij Dubio vond?

Over de auteur: 

Karin de Roos is auteur van de historische roman Dubio, die heden en verleden vervlecht en zich gedeeltelijk afspeelt tegen het decor van de Slag bij Vlaardingen (1018). Dubio verschijnt 4 april 2018 bij uitgeverij Q.

Karin studeerde sociale, historische en kunstwetenschappen, publiceerde twee non-fictieboeken bij uitgeverij Forte en werkt al ruim tien jaar als freelanceschrijfster voor uiteenlopende opdrachtgevers. Sinds maart 2017 studeert zij aan de Schrijversacademie. Dubio is haar romandebuut en is vanaf 4 april overal verkrijgbaar in Nederland en Vlaanderen.

Meer informatie of het eerste hoofdstuk lezen? Klik hier of de facebookpagina

Karel konijn en de bosmuzikanten – door Lotte Janssen

Van student naar kinderboekenauteur

De kop is eraf. Twee jaar na het voltooien van de opleiding aan de Schrijversacademie richting kinderboeken, is het moment eindelijk daar dat kinderen door heel Nederland zich kunnen amuseren met een door mij geschreven verhaal.

In opdracht van het gastouderbureau Via Viela schreef ik ‘Karel konijn en de bosmuzikanten’. Tijdens de Nationale voorleesdagen 2018 konden ruim 6.000 kinderen verspreid over 55 vestigingen luisteren naar het avontuur van de dieren.

Talentvolle bosdieren

Karel konijn, een muziekliefhebber, hangt zoals elke morgen zijn trommel om zijn nek. Nét voordat hij start hoort hij een geluid. Hij gaat opzoek en komt bij Siep de spin die in zijn web sambaballen heen en weer schudt. Het onverklaarbare geluid herhaald zich een aantal keren, waardoor er steeds meer dieren met muziekinstrumenten zich voegen achter Karel konijn.

Uiteindelijk komt de groep bij de snurkende Vinnie vos. Het idee om muziek te maken voor Vinnie vos lijkt in het begin niet zo verstandig, maar dan blijkt dat Vinnie vos zich als dirigent graag aansluit bij het gezelschap en zij de grootste lol beleven.

De achterliggende gedachten hierbij is dat iedereen individueel ergens goed in kan zijn en plezier aan kan beleven, maar dat je dit ook gezamenlijk kan bereiken. In dit verhaal is iedereen verschillend, groot of klein, dik of dun, maar ze hebben allemaal een talent en zijn met een open blik nieuwsgierig naar de ander. De grootste vijand, in dit geval Vinnie vos, blijkt van toegevoegde waarde te zijn om een talent en het plezier naar een hoger niveau te tillen.

Kinderen met een open blik de wereld in sturen. Ze vermaken, inzichten influisteren, laten leren en ervaren door het luisteren naar of lezen van een verhaal: Dat is wat ik als schrijver in de toekomst nog veel vaker hoop te mogen doen.

Het verhaal is enkel (gratis) digitaal te verkrijgen. Klik hier om het te lezen. 

Over de auteur:

Lotte Janssen (1989)  begeleidt als logopedist kinderen met diverse taal- en spraakproblemen. Haar passie ligt echter van jongs af aan in het schrijven. In 2016 voltooide zij de opleiding aan de Schrijversacademie gericht op kinderboeken, een jaar later vloeide een manuscript voor een roman uit haar vingers tijdens deelname aan de Meesterproef binnen Querido uitgeverij. Haar droom om alleen nog maar bezig te kunnen zijn met haar passie -en een kinderboekenreeks uit te brengen- jaagt zij nog altijd achterna.Inmiddels is zij actief in het schrijven van blogs en interviews en een van de oprichtsters van Shut Up & Write bijeenkomsten in Nijmegen. Dit is een fris, energiek en creatief platform voor iedereen met schrijfambities. Bij Shut Up & Write kom je bijeen om een uur lang te schrijven in stilte. Waar je aan werkt bepaal je zelf. Meer informatie over Shut up & Write staat hier.

Een brief die spréékt – door Karin de Roos

“Maar… wat denk je hier dan nog te gaan leren?” vraagt een van mijn medestudenten verbaasd. We zitten met zijn twaalven om een lange tafel op de zesde verdieping van de Bibliotheek Rotterdam. Ik heb hier jaren gewerkt, maar toch heb ik me kleurenblind gezocht naar de zaal voor de eerste bijeenkomst van de specialisatie romans en korte verhalen (RKV). Tien minuten te laat schuif ik met het schaamrood op mijn kaken aan. Tijdens het voorstelrondje vertel ik dat ik midden in het redactieproces van mijn roman Dubio zit, die in april 2018 bij uitgeverij Q verschijnt. Ik begrijp de vraag van mijn medestudent, maar zie het probleem niet. “Schrijven houdt nooit op en je kan jezelf altijd verbeteren,” reageer ik. “Ik heb tijdens de basis veel geleerd en verwacht dat ook van RKV.”

Mijn gedachten dwalen af naar afgelopen zomer.

Een uitgeverij toonde interesse in Dubio, maar wel onder één voorwaarde: het moest een zuiver historische roman worden. Blijdschap en teleurstelling vochten om voorrang. Dit voelde niet als een ‘darling’ die ik moest ‘killen’, maar als een regelrechte amputatie. Juist die vervlechting van heden en verleden was wat Dubio in mijn ogen bijzonder maakte.

De dag erna werkte ik aan een opdracht voor de Schrijversacademie: de liefdesbrief. Ik besloot mijn sleutelpersonage Germaine aan het woord te laten. Ik sloot mijn ogen en beeldde me in dat ik haar was, op het punt om een brief te schrijven aan haar geliefde Bernulf. Nog steeds met gesloten ogen tastte ik de ruimte af waar Germaine zich bevond. Ik verwachtte aarde onder mijn blote voeten, een veer tussen mijn vingers en een inktpot voor mijn neus. Ik wilde een historische scène schrijven om mijn kersverse uitgever tegemoet te komen. Tot mijn verbazing voelde ik echter koud zeil onder mijn voeten en bevond ik me in een kale witte ruimte in een kliniek. Dit werd een scène in 2018! Ik besloot het te laten gebeuren en binnen afzienbare tijd schreef ik een hartverscheurende liefdesbrief van Germaine in de kliniek aan haar geliefde Bernulf in Flardinga. Met een hedendaagse blik was het een brief van iemand die alle grip op de werkelijkheid is verloren. Maar wie zich heeft laten meeslepen door de gebeurtenissen in het Flardinga van 1018, zou de wanhoop achter deze brief voelen en samen met Germaine niets liever willen dat brieven (en mensen) inderdaad terug kunnen in de tijd.

Ik heb de brief twintig keer teruggelezen en nauwelijks een letter veranderd. Wat heeft dit te betekenen, vroeg ik me af. Welke boodschap heb ik mezelf hiermee geschreven? Is dit een afscheidsbrief en heb ik dit nodig om het hedendaagse deel van Dubio los te laten? Of is dit een regelrecht NEE tegen de op handen zijnde amputatie? Ik kwam er niet uit en besloot de brief voor zichzelf te laten spreken. Ik mailde hem aan de historische uitgever met de vraag of dit voldoende overtuigde om mijn oorspronkelijke verhaallijn intact te laten. Daarna mailde ik uitgeverij Q met het zelfde dilemma. Ik had nog steeds twee ijzers in het vuur: Bart had al een deel van mijn manuscript gelezen en was tot nu toe positief. Een lang verhaal kort: het werd Q. Bart vond de verwevenheid juist prikkelend en wilde met me verder.

Ik keer terug naar de Bibliotheek Rotterdam. Hoezo zou ik niks meer te leren hebben bij de Schrijversacademie, denk ik. Die liefdesbrief sprak uiteindelijk boekdelen. Het werd een sleutelscène in Dubio en is de basis onder de trailer. Zo kan dat gaan. Wie schrijft, die blijft, komt en overwint.

Over de auteur: 

Karin de Roos is auteur van de historische roman Dubio, die heden en verleden vervlecht en zich gedeeltelijk afspeelt tegen het decor van de Slag bij Vlaardingen (1018). Dubio verschijnt 4 april 2018 bij uitgeverij Q.

Karin studeerde sociale, historische en kunstwetenschappen, publiceerde twee non-fictieboeken bij uitgeverij Forte en werkt al ruim tien jaar als freelanceschrijfster voor uiteenlopende opdrachtgevers. Sinds maart 2017 studeert zij aan de Schrijversacademie. Dubio is haar romandebuut en is vanaf 4 april overal verkrijgbaar in Nederland en Vlaanderen.

Meer informatie of het eerste hoofdstuk lezen? Klik hier of de facebookpagina

Van aspirant naar debutant (3) door Alice Fokkelman

‘Maak kennis met een literair agent’. Het was een van de workshops tijdens de schrijfdag van de Schrijversacademie. Leuk om te weten wat zo iemand doet, toch? Na de workshop sprak ik de agent en ze vroeg me of ik schrijf. 

Het resultaat hiervan is dat mijn thriller-debuut in april in de winkel ligt. Hoe leuk is dat? ‘En hoe doe IK dat’, denk je wellicht. Ik neem je graag mee op mijn reis van aspirant naar debutant!

Hier deel drie van mijn blog reeks. Met sneak preview!

De datum komt langzamerhand steeds dichterbij; 14 april is de lancering van mijn debuut, bij Boekhandel Stevens in Hoofddorp. Tot die tijd zitten de uitgever, mijn literair agent en ik nog steeds niet stil. Lees hier wat er allemaal bij komt kijken voor het manuscript een boek is, en in de winkel ligt.

Aan boord van vlucht KL602 van Los Angeles naar Amsterdam was bijna het hele vliegtuig donker. De meeste passagiers sliepen, sommigen keken een film en boven maar één stoel brandde een lampje. Boven mijn stoel. Ik herlas, voor de zoveelste keer, mijn manuscript. Ik had de laatste versie gemaild gekregen van de uitgeverij, printte het uit bij de lokale printservice in Los Angeles en las het nogmaals met een rode pen in mijn hand.

Want het is echt zo; als je zo’n 55.000 woorden hebt geschreven en je denkt ze allemaal te kennen, zie je bijna niet meer wat er echt staat. Dat er een woord verkeerd in een zin staat. Dat alle appjes cursief worden weergegeven, maar die ene niet.
Gelukkig lezen redacteurs mee. Vele ogen zien meer. Maar ken je die testjes waar iets verkeerd in een zin staat geschreven waar iedereen overheen leest? Er gaat dus veel tijd zitten in het corrigeren. Het moet gewoon goed zijn. Onlangs las ik een heel goed boek maar halverwege waren namen verwisseld. Ik snap nu beter hoe zoiets erdoor kan glippen, maar het is toch iets dat je niet voor je eigen boek wenst…

Intussen werkten de redacteurs ook aan het omslag: aan de tekst achterop over de inhoud van het verhaal. Aan mijn bio. Er kwam een regel op de voorkant: Wat als de pestkop van vroeger weer naast je komt wonen? Het ziet er allemaal fantastisch uit!

En nu de promotie; ik ben benieuwd waar jullie Ik ken je nog gaan tegenkomen… De eerste 21 pagina’s staan bijvoorbeeld al als sneak preview op Hebban.nl, de grootste boekensite en lezers community van Nederland. Ik vind het leuk als jullie ook dingen ‘liken’ en delen op social media!

Ik ga 9 maart naar het boekenbal en 14 april mijn boek lanceren. Gaan jullie het lezen? Dan houd ik jullie op de hoogte hoe het verder gaat. Want ik ben ook al bezig met mijn volgende boek…


Over de auteur:

Alice Fokkelman studeerde Engels en Nederlands aan de lerarenopleiding. In 2003 begon ze met het schrijven van korte verhalen, die lovende recensies ontvingen. Rond april 2018 komt haar thriller debuut uit bij Xander uitgevers. Alice combineert het schrijven met een baan als Corporate Communicatie Manager.

Het meisje met de zwavelstokjes – met dit verhaal won Janine Geerling de 1e prijs!

Eindelijk kunnen we het verhaal laten lezen van Janine Geerling. Ze won voor de tweede keer onze jaarlijkse schrijfwedstrijd die we in samenwerking met Schrijven Online organiseren en bewijst daarmee nog eens hoe talentvol ze is!

De jury was het unaniem eens over haar inzending:

Een meisje staart naar de kaars die ze op tafel heeft gezet voor het kerstdiner en, terwijl iedereen erop los kakelt en de Kerstklassiekers deel I op repeat op hoog volume ook nog door alles heen schallen, verbeeldt zij zich hoe de vlam ervandoor gaat en alles om zich heen verbrandt. Maar uiteindelijk dooft de kaars in een keer uit en oma vraagt of ze nog erwtjes wil.
Een kort verhaal dat letterlijk als een nachtkaars uitgaat en toch een grote indruk maakt: met weinig woorden wordt de nachtmerrie van het familiekerstdiner beschreven, met de aanstellerige tante, de zorgzame oude oma, de obsceniteiten spuiende oom, de opgedirkte tante, de knorrige vader, de moeder die het kind nog even tafelmanieren wil bijbrengen…

Het is een bijzonder sfeervol en beeldend geschreven verhaal over een klein meisje dat zich vereenzelvigt met het reinigende vuur, maar geconfronteerd wordt met de machteloosheid van die ene kaars, die net als zijzelf niet tegen de banaliteit van dat hele gezelschap op kan.


Het meisje met de zwavelstokjes

Vuur liegt niet. Het reageert, het kan niet anders.
Ze staart naar de vlam voor haar. Een lichaampje van licht dat flakkert en kronkelt, ontsnappen wil.
Geen wonder.
Gespetter, gelach, gesmak, geslurp, lippen die zich om glazen en lepels vouwen, schalen die worden doorgegeven, woorden die gemorst, angsten die weggespoeld, verlangens die worden fijngesneden. Waarheden die kleven.
   ‘Deck the halls with boughs of holly, fa la la la la, la la la la’
   En dat. Kerstklassiekers Volume 1. Op repeat.
  ‘‘Tis the season to be jolly, fa la la la la, la –‘
   De ingedroogde, met levervlekken bedekte handen van oma Dorith zetten een schaal stomende stoofpeertjes op tafel. De doperwten in de schaal ernaast lijken  op ontplofte groene puistjes.
   ‘See the blazing yule before us -‘
   De vlam kromt ver naar achteren in een poging iets fataals te ontduiken.
Ze had de kaars een uur geleden zelf nog op tafel gezet. ‘Doe ook eens wat,’ had haar vader gezegd. Traag had ze de bordeauxrode dinerkaarsen uit de verpakking gehaald, een voor een met lucifers aangestoken, ondersteboven gehouden, enkele druppels laten bloeden, en in de zilveren kandelaars geplaatst.
Haar moeder schuift iets op haar bord.
Kalkoen.
‘FOUT! EEN NAVEL!’ De tafel schudt onder de dreunende vuistslag en  onmiskenbare (kapotgerookte, hijgende, in gepiep eindigende) lach van oom Gerard. Zijn moppen gaan negen van de tien keer over borsten. Tieten. Meloenen. Prammen. Memmen. Toeters. Harries. Joekels. Ze is blij dat hij niet naast haar zit, met zijn kraterhuid, uienoksels en naar ontbinding ruikende adem.
De vlam buigt zich iets naar haar toe, alsof hij luistert, haar gedachten horen kan. Ze blaast zijn kant op, net hard genoeg om hem knetterend ineen te doen krimpen. Als hij niet had vastgezeten aan de lont zou hij er vandoor gaan. Dan zou hij met twee hete beentjes over de eettafel sprinten – schroeiplekken achterlatend in het witte tafelkleed – en rakelings langs het getoupeerde haar van tante Belinda springen – nee, wacht, niet rakelings erlangs, erín, IN het haar van tante Belinda, de hele platinablonde mikmak in de fik stekend, en daarna, met een gillende tante Belinda op de achtergrond, zou hij zwarte sporen schaatsen over het laminaat om vervolgens de kerstboom, de gordijnen, de boekenkast in te duiken. Hij zou zichzelf klonen totdat er niks over was van de hele godvergeten deck the halls en falala. Alles roet. Alles smeulend. Alles niks.
‘Luus, lieverd,’ de vlindermouw van haar moeders jurk aait over haar kruin en wappert kippenvel over haar armen, ‘ellebogen van tafel.’ Haar moeder giet cranberrysaus over de kalkoen, en loopt naar het volgende bord. Saus op kalkoen, kalkoen, kalkoen.
Iemand zet de muziek harder. ‘HEEDLESS OF THE WIND AND WEATHER, FA LA LA LA LA, LA LA LA LAAAAAAH.’
   Ze laat haar armen van tafel zakken, en zucht.
De kaars dooft.
Volledig. In één keer. Zonder tegenspartelen. Zonder enig geluid. Over. Uit. Het lontje gloeit niet eens, er kringelt alleen wat rook omhoog.
Oma Dorith schuift een schaal haar kant op. ‘Erwtjes erbij?’