Dansen in het donker – door René Appel

Geen thriller, wel een échte Appel

Recent kwam mijn 23ste roman uit: Dansen in het donker. Geen thriller, wel een échte Appel, zoals ik graag mag onderstrepen. Als schrijver moet je het immers ook hebben van je naamsbekendheid en dan kun je beter Appel dan De Jong of De Vries heten.

Waarom geen thriller? Simpelweg omdat ik – als lezer en als schrijver – enigszins was uitgekeken op dat type boeken. Bij het schrijven wilde ik niet meer gebonden zijn aan de eisen die het misdaadgenre stelt: bij voorkeur moet er een verrassende wending in het verhaal zitten, de plot moet keurig worden afgewikkeld, aan het eind moet duidelijk zijn hoe een en ander in elkaar steekt, enzovoorts. Vrijheid wilde ik, vrijheid bij het denken over verhaallijnen, vrijheid bij het schrijven.

Literaire romans kunnen óók spannend zijn

Een en ander betekent natuurlijk niet dat zo’n verhaal niet spannend is. Dat is het namelijk wel degelijk (dus inderdaad een ‘échte Appel’), net zoals veel literaire romans ook spannend kunnen zijn, wat ik in mijn boekje Spannende verhalen schrijven al heb laten zien. Maar een afgeronde intrige, waarin alles keurig is afgewikkeld, nee, dat niet. Zo resteert er voor de lezer nog wel het een en ander om over na te denken.

De titel had ik al in het begin van het schrijfproces. Het is ook de titel van een van de bekendste cd’s van Bruce Springsteen: Dancing in the dark, en inderdaad Bruce Springsteen speelt ook een rol in het verhaal (uiteraard niet als personage, maar zijn muziek). Het schrijven zelf is ook te zien als ‘dansen in het donker’: je schrijft, je probeert, je maakt allerlei figuren, je volgt het ritme van de taal, woorden worden noten, maar niemand ziet het, het blijft allemaal verborgen, in het duister, in het donker. Je weet zelf niet waar het allemaal op uit zal draaien, maar ondertussen dans je toch door in de hoop dat je aan het eind tevreden kunt zijn.

Dat ene kernachtige zinnetje

In een vorig blog schreef ik over dat ene, belangrijke kernachtige zinnetje in een boek. Iemand vroeg me of ik in Dansen in het donker ook zo’n zinnetje kon aanwijzen. Ik heb het volgende gekozen, over Inge, de hoofdpersoon van het boek. Ze denkt na over haar in het slop geraakte huwelijk: ‘Ze waren elkaars vanzelfsprekendheid geworden.’

Dat is raak, volgens mij.

Over René Appel

René Appel publiceerde 24 misdaadromans, drie verhalenbundels en twee jeugdboeken. Zijn laatste verhalenbundel is ‘Joyride en andere spannende verhalen’ (2016). Oktober 2018 verschijnt ‘Dansen in het donker’, bestel het boek hier. Een ‘gewone’ roman, dus geen thriller, maar wel een echte Appel.

René Appel is lid van de Adviesraad van de Schrijversacademie.

Een pasvorm voor het leven – door Kathy Mathys

In mijn werkkamer hangt een citaat van schrijfster Annie Dillard aan de muur:

‘How we spend our days
is, of course, how we
spend our lives.’

Het is een citaat dat me zodanig fascineert dat ik nu bezig ben aan een roman waarin het hoofdpersonage zich afvraagt of deze uitspraak klopt. Zijn het de kleine uren, de gewoonten en rituelen die ons leven vormgeven en bepalen? Of zijn het toch meer de grote gebeurtenissen, de ingrijpende beslissingen, de rampen die ons overkomen?

Wie zoals ik (en het hoofdpersonage van mijn roman in wording) geïnteresseerd is in mensenlevens – de vorm, de zwaartepunten – komt onvermijdelijk uit bij het autobiografische genre. Momenteel ben ik veel memoirs aan het lezen en boeken over het schrijven van autobiografie. Een van de beste is ‘Memoires schrijven’ van Mary Karr. In Amerika is zij een van de beroemdste docenten autobiografisch schrijven. Haar memoir ‘The Liar’s Club’ is een klassieker. Het is een ingrijpend, eindeloos intens boek over haar kinderjaren in Oost Texas.

In ‘Memoires schrijven’ zet Karr helder uiteen wat de uitdagingen zijn voor schrijvers die het eigen leven onder de loep willen nemen. Je kan maar beter twijfel toelaten in je verhaal, vindt ze. Niet te stellig doen, dus. Immers, hoe weet je nou zeker of die ene herinnering aan sleetje rijden op je tiende wel klopt?

Karr geeft tips over hoe je vanuit het nu kan terugblikken op je jongere zelf. Ze laat aan de hand van voorbeelden zien op welke manier je je leven gestalte kan geven in een tekst.

Door de quote in mijn werkkamer nam ik er Annie Dillards autobiografie ‘An American Childhood’ nog eens bij.  Erg leuk aan dit boek is de combinatie van het kleine leven (het huis, de tuin, de bezoekjes bij oma en opa) met het panoramische. Ze vertelt niet alleen over de vreemde jurken van oma maar ook over de veranderende tijdgeest in de Verenigde Staten van de jaren 1950.

Je kan op eindeloos veel manieren je verhaal vertellen. Je kan wachten tot de gebeurtenissen verteerd zijn of je kan juist op het moment zelf alles vastleggen (als in een dagboek). Je kan kiezen voor een vloeiend verhaal in langere hoofdstukken of een meer gefragmenteerde vertelling. Sommigen schrijven om het leven te begrijpen, anderen om duivels uit te drijven of om het leven een stapje voor te zijn, zoals Elke Geurts in ‘Ik nog wel van jou’:

‘Ik hoop altijd dat de dingen in het echt niet gebeuren, en het leven juist een stapje voor te zijn door het alvast op te schrijven.’

Geurts schrijft zozeer niet om het leven te analyseren, maar om haar huwelijk een nieuwe impuls te geven. Haar man wil ermee stoppen, zij niet: ‘… zo zal ik het vuurtje van man weer doen opvlammen met mijn woorden’.

En hoe is het bij jou? Met welke inzet schrijf jij je verhaal?

Over Kathy Mathys

Kathy Mathys is schrijfster en literair journalist voor De Standaard. In 2015 verscheen haar boek ‘Smaak. Een bitterzoete verkenning’. In februari 2018 verscheen haar eerste roman ‘Verdwaaltijd’.

www.kathymathys.nl

Onschuld – door Anna van Praag

Te onbekend

Ik herinner me nog goed hoe ik, nu ruim vijftien jaar geleden, mijn eerste boek publiceerde. Vol zelfvertrouwen liep ik de dag erna de boekhandel bij mij in de straat binnen. Waar was mijn boek, toch niet al uitverkocht? ‘Ik heb een boek geschreven,’ zei ik stoer tegen de boekverkoper. Hij checkte een en ander in de computer. ‘Wie? Dat hebben wij niet ingekocht, te onbekend.’

Op dat moment ben ik mijn onschuld verloren

Mijn derde boek kwam uit. ‘Een grote krant gaat een recensie plaatsen,’ meldde de uitgever, want een recensent had het boek opgevraagd. Ik had al wel eerder recensies gehad, maar niet bijster veel. Op de dag van publicatie stond ik al vroeg bij de krantenwinkel in de rij, krant in mijn hand. Of zou ik er alvast een paar meenemen? Terwijl ik stond te wachten screende ik de recensie – en de grond zakte onder mijn voeten vandaan. Snikkend fietste ik naar huis – met slechts één krant.
Later kwam ik de recensente tegen op een feestje. ‘Op dat moment ben ik mijn onschuld verloren,’ zei ik tegen haar. Ze glimlachte. ‘Dan heb ik het goed gedaan,’ zei ze.

”Sorry Anna, maar we moeten ruimte maken”

Ik schreef en ik schreef, bij een andere uitgever inmiddels en mijn oeuvre groeide. Ik kreeg lezingen door het hele land, en de royalties begonnen ergens op te lijken. Ik glansde: mijn werk zou voor altijd bewaard blijven, zelfs na mijn dood zou ik voortleven. Tot die dag dat ik die doembrief kreeg – de eerste van vele, zoals later zou blijken: ‘Sorry Anna, maar we moeten ruimte maken. Aangezien dit betreffende boek amper meer verkoopt gooien wij de rest van de voorraad door de papierversnipperaar.’ Hoezo voor altijd? Van de twintig boeken die ik inmiddels heb geschreven, zijn er misschien nog zes of zeven te krijgen. De rest is op, of ja, versnipperd.

Was dit het wel waard?

Het is 2018 en ik publiceer Hoe groot is de liefde, ik heb er drie jaar over gedaan. Het voelt als mijn beste boek en ik ben opgewonden wanneer een kwaliteitskrant een groot interview met mij wil houden. ‘Wat je schrijft is niet wie je bent, hou afstand.’ Hoe vaak heb ik dat niet aan mijn schrijfstudenten voorgehouden. En toch. Het interview duurt drieënhalf uur en ik geef meer prijs dan ik van tevoren van plan was. Op de dag dat het in de krant staat voel ik me verschrikkelijk in mijn blootje. Was dit het wel waard?

Het antwoord is natuurlijk: ja. Het is het waard. Alles. Schrijven is, zoals een wijze oude schrijfster mij ooit eens zei ‘een worsteling en een genade.’ Voor de roem hoef je het niet te doen, voor je ego is het af en toe zelfs slecht. Maar voor je ziel is het als een zomerbuitje in augustus. Ik maak een buiging en breek een lans voor alle dappere schrijvers onder ons. Kijk ons nou stug doorgaan!

O ja, en die boekwinkel in mijn oude straat? Bij het verschijnen van Hoe groot is de liefde was het de eerste die uitverkocht raakte en razendsnel moest bijbestellen…

Over Anna van Praag

Anna van Praag heeft zeventien kinder- en jeugdboeken geschreven, die zijn uitgebracht bij diverse uitgeverijen. Ook is ze Schoolschrijver op taalzwakte scholen. Als journaliste schrijft ze human interest verhalen voor LINDA en Het Parool. In Het Parool had ze ook een column.  Al meer dan tien jaar heeft Anna van Praag ook een blog op haar eigen site, dat duizenden bezoekers per dag trekt.

Ook les van Anna van Praag?Dat kan! Anna geeft meerdere opleidingen voor de Schrijversacademie!

Die ene zin – door René Appel

Een veelbetekenend zinnetje…

In Everything I never told you van de Amerikaanse schrijfster Celeste Ng (die achternaam schijn je te moeten uitspreken als ‘ing’) vertelt Marilyn over haar relatie met James Lee. Marilyns moeder was daar absoluut niet blij mee, want ze ziet James als ‘minderwaardig’. Ze zegt dat weliswaar niet zo, maar ze hoopt dat haar dochter een andere man vindt om mee te trouwen, want James heeft een Chinese achtergrond en volgens haar (dus) weinig perspectieven. Op de huwelijksdag heeft Marilyn een zeer onaangename conversatie met haar moeder. Het hoofdstuk waarin dat gesprek wordt beschreven, eindigt met een zinnetje dat bijna als een mokerslag aankomt: ‘That was the last time Marilyn saw her mother.’ En dan gaat in een volgend hoofdstuk het verhaal verder. Zo’n enkel, simpel, veelbetekenend zinnetje zegt meteen veel over Marilyn en haar moeder.

Het zegt alles wat het zeggen moet

Nog een voorbeeld van zo’n eenvoudig zinnetje, dat niet alleen inhoudelijk een belangrijke functie heeft, maar dat tegelijkertijd het ritme van het verhaal bepaalt. Dat laatste is ook heel goed te demonstreren aan het verhaal ‘Stationschef Fallmerayer’ uit de bundel De buste van de keizer en andere verhalen van de schrijver Joseph Roth (nee, geen familie van Philip), die vooral bekend is van de prachtige roman Radetsky Mars.

In het betreffende  verhaal gaat het om de onwaarschijnlijke liefde tussen een stationschef en een gravin, wier man – waarschijnlijk – is gestorven aan het Oostelijk front van de Eerste Wereldoorlog. De gravin wil een kind van haar geliefde. In het voor hem typerende proza schrijft Roth dan onder meer het volgende. ‘Onbezonnen, lichtzinnig en geestdriftig als ze was, zag ze in haar geliefde, wiens mateloze liefde haar mooie, natuurlijke onbezonnenheid nog maar pas had gewekt, niettemin een toonbeeld van verstandige, beheerste superioriteit. En niets leek haar belangrijker dan een kind op de wereld te zetten waarin haar eigen voortreffelijke kwaliteiten verenigd zouden worden met de onovertrefbare kwaliteiten van haar geliefde man.’
Einde alinea. En dan, na die weelderige, beeldende zinnen begint de nieuwe alinea met dat ene kale zinnetje, dat zonder opsmuk alles zegt wat het moet zeggen: ‘Ze werd zwanger.’

Over René Appel

René Appel (1945) publiceerde 24 misdaadromans, drie verhalenbundels en twee jeugdboeken. Zijn laatste verhalenbundel is ‘Joyride en andere spannende verhalen’ (2016). Oktober 2018 verschijnt ‘Dansen in het donker’, een ‘gewone’ roman, dus geen thriller, maar wel een echte Appel.

René Appel is lid van de Adviesraad van de Schrijversacademie.

 

Je veux de l’amour – met dit verhaal behaalde Tineke van Woudenberg een plek in de top 3

De top 3 is gekozen!

Deze week maken we de top 3 van onze zomerse schrijfwedstrijd bekend! Op maandag, woensdag en vrijdag publiceren we steeds 1 verhaal op onze site.

Let wel op… dit doen we in willekeurige volgorde.

Iedereen uit de top 3 wint een mooie prijs. Nadat alle verhalen gepubliceerd zijn, zullen we onthullen wie is geëindigd op nummer 1 en een plekje wint in de gloednieuwe klas Autobiografisch schrijven!

Vandaag het verhaal van Tineke van Woudenberg. Gefeliciteerd!


Je veux de l’amour

Ik babbel met de gast die mij een glas aanbiedt
tot ik genoeg heb voor een volgende stap
ik babbel met het meisje dat er tof uitziet
ik sloof me uit, een compliment, een grap
maar ik wil geen grap meneer
ik wil geen grap
je veux de l’amour
(Raymond van het Groenewoud)

Wat nou vakantieliefde. Ik wil gewoon liefde, Altijd en overal!

Er zijn mensen die er het hele jaar naar uitkijken. Vakantie. Ze zetten er geld voor opzij, ze zijn eindeloos bezig met het uitzoeken van de accommodatie, de reis, de geschikte periode. Die paar weken van het jaar moet alles gebeuren. Dan moet het mooi weer zijn. Dan moet er lekker eten zijn. Dan moet die potentiële vakantieliefde ook op die plek aanwezig zijn. En beschikbaar ook, natuurlijk. Zoveel eisen. Alles moet perfect zijn.
Maar er gaat altijd wel iets mis. Het beloofde uitzicht uit het appartement is er niet. Het vliegtuig is vertraagd. De bagage is kwijt. Het is te koud, te heet, te nat, te droog. En die mogelijke lover is toch minder mogelijk. Of minder lover.

Een klasgenootje van vroeger, laten we haar Monique noemen, kwam elk jaar in september naar school met verhalen over de vakantieliefde van dat jaar, van die zomer. Wekenlang bleef ze dan mijmeren over die mooie jongen. Ze speurde de school af naar jongens die op hem leken, maar niemand van onze school kwam in de buurt van haar vakantiegod.

Ik wou dat ook wel, een vakantieliefde. Elke zomer hoopte ik dat het zou gebeuren. Maar ik kwam hem nooit tegen.

Misschien was onze manier van vakantie vieren er niet echt geschikt voor. Monique stond vier weken op dezelfde camping in Frankrijk aan een meer met een surfstrandje. Wij verbleven in een eenzaam huisje of trokken rond van hotel naar hotel.

Misschien zag ik er niet goed genoeg uit. Monique was van zichzelf al lichtbruin en stond dan glimmend van de zonnebrandolie fier en topless op haar surfplank. Ik was bleek of anders roodverbrand. Ik kon niet fier staan, al helemaal niet op een surfplank.

Misschien wist ik ook gewoon niet hoe dat moest, contact leggen, iemand aanspreken. Monique was er kampioen in. En als ze het even niet wist kon ze ook nog wel haar broertje of zusje inzetten om een boodschap over te brengen. Ik vond het al moeilijk genoeg om met mensen te praten die ik al wel kende. En mijn broer zei al helemaal niets, tegen niemand.

Dus het werd nooit wat, die vakantieliefde.

Ik droom er niet meer van.

Tegenwoordig gaat alles vanzelf. Overal waar ik kom word ik aanbeden. Elke dag. In elk gezelschap. Niet alleen thuis. Ook op kantoor. Zelfs de kaasboer ontvangt me met heel veel liefde en aandacht. Elke week!

Dat is wat ik nodig heb. En dat is wat ik krijg. Ik hoef niet een heel jaar lang te wachten op vier weken vakantieliefde. Ik krijg het nu. Altijd. Overal.

Hete bliksem – met dit verhaal behaalde Elisabeth Weers een plek in de top 3

De top 3 is gekozen!

Deze week maken we de top 3 van onze zomerse schrijfwedstrijd bekend! Op maandag, woensdag en vrijdag publiceren we steeds 1 verhaal op onze site.

Let wel op… dit doen we in willekeurige volgorde.

Iedereen uit de top 3 wint een mooie prijs. Nadat alle verhalen gepubliceerd zijn, zullen we onthullen wie is geëindigd op nummer 1 en een plekje wint in de gloednieuwe klas Autobiografisch schrijven!

Vandaag het verhaal van Elisabeth Weers. Gefeliciteerd!


Hete bliksem

Haar mond is een stukje geopend, ze snurkt zachtjes. Haar adem ruikt naar zoete appeltjes, ondanks de pizza met extra knoflook die we vandaag gegeten hebben. Ik leun op een elleboog en kan mijn ogen niet van haar afhouden. De drukkende warmte heeft een laagje zweet dat glanst als parelmoer over haar lichaam gelegd. Ik luister naar het gerommel van onweer in de verte; het lijkt dichterbij te komen. Het kan behoorlijk spoken hier tussen de bergen aan het Lago Maggiore. Bliksemflitsen volgen elkaar steeds sneller op en zetten ons tentje in een flikkerend groen licht. De geur van ozon prikt in mijn neusgaten. Iris mompelt iets, maar slaapt door. Ze ligt op haar rug op het luchtbed, de witblonde haren als een aureool om haar hoofd. Bij iedere ademhaling zie ik de welving van haar borsten rijzen en dalen. De tepels prikken door de soepele stof van het zijden hemdje dat ze draagt. Ik weet dat ze baalt van het bescheiden formaat van haar borsten, maar ik vind ze prachtig. Precies goed eigenlijk: ze passen bij de rest van haar elfachtige uiterlijk. Sexy Tinkerbell in menselijk formaat. Mijn hand glijdt als vanzelf naar beneden mijn slipje in. Ritmisch draaien mijn vingers rondjes over het thermostaatknopje tussen mijn benen. Ik voer het tempo en de druk op en haal steeds sneller adem. Vlak voordat ik klaarkom verlicht een bliksemschicht ons tentje alsof er een schijnwerper op wordt gericht. Ik ben verliefd op haar. Het besef slaat in, gevolgd door de rollende donder die mijn gekreun overstemt.
Iris schiet overeind. ‘Wat was dat?’
‘Rustig maar, het onweert.’
Ze gaat weer liggen, maar ik zie dat ze trilt.
‘Ben jij bang?’ Ze kijkt me met grote ogen aan.
‘Nee.’ Niet voor het onweer.
Ze schuift wat dichter naar me toe en pakt mijn hand, waarvan de middelste vingers nog vochtig zijn. Ze krimpt in elkaar bij iedere donderslag. Hand in hand liggen we te wachten tot het natuurgeweld voorbij is. Ik voel me gelukkig en verdrietig tegelijk en denk aan alles wat niet zo mag zijn.

‘Hé schat, jij lijkt ver weg.’
Ik schrik op uit mijn herinneringen wanneer mijn man de keuken binnenkomt.
‘Ik stond na te denken over het avondeten’, lieg ik.
‘En, wat wordt het?’ vraagt hij gretig.
‘Stamppot met zoete appeltjes’, improviseer ik vlug.
Hij komt achter me staan, duwt me met zijn heupen tegen het aanrecht en zoent me in mijn nek.
‘Mmm lekker, hete bliksem’ fluistert hij.

Kou en regenbui – met dit verhaal behaalde Eefje Vugts een plek in de top 3

De top 3 is gekozen!

Deze week maken we de top 3 van onze zomerse schrijfwedstrijd bekend! Op maandag, woensdag en vrijdag zullen we steeds 1 verhaal publiceren op onze site.

Let wel op… dit doen we in willekeurige volgorde.

Iedereen uit de top 3 wint een mooie prijs. Nadat alle verhalen gepubliceerd zijn, zullen we onthullen wie is geëindigd op nummer 1 en een plekje wint in de gloednieuwe klas Autobiografisch schrijven!

Vandaag het verhaal van Eefje Vugts. Gefeliciteerd!


Kou en regenbui

Mijn norm van liefde en verlangen is door hem gesteld. Ik was pas veertien, ik hoorde met heel andere dingen bezig te zijn.

Ik ontmoette hem in de wasmachineruimte van de camping, de enige plek die warm en droog was. Hij was ouder, een stuk ouder, een man met een huis, een baan en een behoorlijk inkomen. Hij was volkomen misplaatst op een camping in de Ardennen. Hij was lang, hij had donker haar en hij was knap. Dat zagen al die andere vrouwen ook wel. Hij zag het niet, hij zag mij. We vonden elkaar, iedere keer in het hokje met de wasmachines.
De eerste keer overviel hij me met woorden van verlangen. Hij wist dat het niet kon, dat hij deze gevoelens niet voor me mocht voelen, maar hij kon zich niet langer bedwingen. Het was overweldigend. Ik voelde de grote gevoelens in mijn ontluikende lijf. Hij moest en hij zou toegeven aan zijn verlangen. Mijn meisjeslijf was nog niet helemaal af. Hij liet me weten hoe hij hunkerde en ik wilde het ook. Dacht ik. Hij heeft me fysiek geen pijn gedaan maar ik heb gehuild toen het voorbij was. Hij was weg en ik bleef, met een hart aan diggelen.
Ik kon er met niemand over praten, ze zouden me laten opsluiten. Ik wist dat het niet mogelijk was, natuurlijk wist ik dat. Deze man had een vuur in me ontstoken waar mijn lichaam nog niet aan toe was geweest. Ik huilde tot ik weer naar school moest.
Ik ging nog vijf jaar met mijn ouders naar dezelfde camping. En ieder jaar was hij er. Lang, knap en nog altijd misplaats. Het laatste jaar had ik hem één keer meegenomen naar mijn tent. De angst om betrapt te worden, verpestte het plezier. In het hokje konden we ongegeneerd samenzijn.
Zes zomers heeft hij me betoverd. Zijn woorden werden mijn verwachtingen van anderen. Ik zocht zijn hartstocht in alle mannen die ik later kuste. Ik nam mannen mee in mijn bed, hopend op dezelfde vastberadenheid.

Ik vond hem. Hij was niet zo lang, ook niet zo donker maar wel net zo misplaatst. Hij lijmde mijn hart, polijstte het en liet het fonkelen. Ik schonk hem drie kinderen en toen hij vroeg waar we die zomer op vakantie zouden gaan, wist ik maar één plek te bedenken. Zodra de tent stond, ging ik naar het wasmachinehokje met klamme handpalmen. Hij stond er nog, tussen de thrillers. De kaft was vergeeld, maar ik herkende hem direct. Hij was er. Ik trok de stoel naar ons hoekje. Het voelde als vreemdgaan. De spanning bouwde zich op in mijn kruis. Ik hijgde. Op bladzijde vijf kwam hij ten tonele. Ik sloot mijn ogen en zuchtte diep. Met zijn lange gestalte, knappe gezicht en nobele voorkomen; mijn Mr Darcy.