Schrijven is speuren – Vijf tips voor deskresearch – door Marian Rijk

Overweeg je het schrijven van een historische roman? Is het hoog tijd om die bijzondere familiegeschiedenis op papier te zetten? Of wil je het levensverhaal van een intrigerend persoon uit een ver verleden optekenen? Lees dan even verder…

Om een waarheidsgetrouw verhaal te schrijven is grondig onderzoek naar familierelaties, leefomstandigheden en de mores van toen noodzakelijk. Speuren dus. En dat kan voor een deel vanachter je bureau.

Deskresearch bereid je voor op – en biedt een aangename wisselwerking met – fieldresearch: het op stap gaan om betrokkenen te interviewen, locaties op te snuiven en fysieke archieven door te spitten.

Het voordeel van deskresearch is dat het ook kan als het donker is en regent. Gewoon in je oude trainingsbroek met een pak boerderijdrop en een liter thee bij de hand aan de slag. Wifi is wel noodzakelijk.

Bij deze vijf instaptips voor online speurwerk:

  1. Bezoek online archieven. Het startpunt voor genealogisch onderzoek is wiewaswie.nl. Vandaaruit word je soms doorgesluisd naar regionale of stadsarchieven. Het loont ook zeker om direct naar deze lokale archieven te gaan om bijvoorbeeld adresboeken en beeldmateriaal door te struinen (bijv. stadsarchief.rotterdam.nl of geldersarchief.nl).
  2. Online krantenarchieven, zoals Delpher, bieden een enorme rits Nederlands kranten- en tijdschriftenarchief waarin je kunt zoeken op trefwoorden en kunt filteren op jaartal. Ook archieven.nl (klik op kranten) en specifieke regionale krantenarchieven (bijv. Krantenbank Zeeland, Schiedamsche Courant) kunnen interessante informatie opleveren. Kijk naast artikelen ook naar advertenties, familieberichten en ingezonden brieven die de tijdgeest vaak treffend weergeven.
  3. Om meer te begrijpen en te leren over de historische context, over een bepaalde locatie, beroep, uitvinding of maatschappelijke ontwikkeling zijn boeken natuurlijk belangrijke bronnen. Bijvoorbeeld romans die zich afspelen in een bepaalde tijd of op een bepaalde plek, maar ook encyclopedieën, jubileumboeken, persoonlijke memoires, etc. Kijk voor oude en bijzondere uitgaven op boekwinkeltjes.nl. Zoek op trefwoorden of titels in openbare boeken op Google books of de DBNL (Digitale bibliotheek Nederlandse letteren).
  4. Kijk naar de bronnen achter de bronnen. Websites zoals Wikipedia en historiek.net zijn laagdrempelig en bieden hartstikke interessante informatie, maar wees altijd kritisch. Kijk of er een bronnenlijst bij het artikel staat en onderzoek die bronnen zelf ook. Zo creëer je eigen inzichten om toe te passen in je verhaal.
  5. Op openbeelden.nl worden historische audiovisuele collecties getoond: bewegend beeld en geluid dus! Er staan vele polygoonjournaals en documentaires op die je vast zullen inspireren.

Interessante informatie ontdekt? Vergeet dan niet om de bronvermelding te noteren, zodat je de bron altijd terug kunt vinden en straks – als je boek vorm krijgt – netjes in je verantwoording kunt vermelden. Succes!

Marian Rijk is docent op de Schrijversacademie en auteur van Vergeten goud, het levensverhaal van drievoudige olympisch zwemkampioene Rie Mastenbroek. Ze publiceerde eerder de waargebeurde verhalen Polderpioniers en Eeuw in versnelling.

(c) Ruud Pos

Vergeten goud door Marian Rijk

Hoe te beginnen – door Jowi Schmitz

Stel, je hebt net een handjevol zinnen geproduceerd en zit daar naar te kijken. Opeens hoor je een stem. Of beter; een geluid. Gekreun om precies te zijn.

Tegelijk met het gekreun bedenk je: dit is niet goed genoeg. Hier win ik geen Librisprijs mee. Ik kom zelfs niet in aanmerking voor die plastic medaille van het feestje van mijn dochter laatst.

Dan is je innerlijke strenge meester (of juf) aan het woord.

Wat te doen (tip 1)? Koop Ducttape. Hou het voor zijn mond, dwing hem nog één keer streng naar je te kijken. Laat hem dan deze zin zeggen: Je mag alles schrijven. Kromme zinnen, schele zinnen, leugens, alles. Schrijven is bouwen in het geheim en jij bepaalt wanneer je dat geheim deelt. Dat is nu nog niet. Dus mag alles. Gesnopen?

Je knikt naar de meester, hij knikt naar jou, en dan plak je snel die tape op zijn mond.

Zo. Nu is het stil.

Maar dan.

Je zit in de woonkamer, er wandelt een poes, een baby, een stofwolkje, voorbij. Voor je het weet hol je er achteraan.

Dus je bouwt een stof-, poes- en babydichte kamer. Ben je een paar weken zoet mee.

De kamer is af. Jij erin. Laptop voor je neus. Oude bureaustoel. Er is zelfs licht, dat via een vies dakraampje op je scherm valt. Vies! Doekje erbij, poetsen, zo. Klaar. Het wordt avond, je bent moe, je gaat al bijna schrijven, je drinkt wijn, je valt in slaap.

De volgende dag staat er nog steeds een cursor in een leeg scherm naar te knipperen.

Wat te doen (tip 2)? Hef beide handen. Bekijk je vingers. Druk ze dan alle tien tegelijk op het toetsenbord.

Ab t;NHSSSSSSSSSSSSSSSSSS

Zo.

Nu staat er in ieder geval iets en je innerlijke meester zit met dichtgeplakte mond naar het dakraam te staren, dus de weg is vrij.

Maar dan vraag je je af of je niet beter in de bibliotheek kunt schrijven. Of in een café. Of op een berg in een ver land. Nee.

Corona.

Blijf waar je bent. We gaan het ermee doen.

Dus terug naar je toetsenbord.

Wat te doen? (tip 3) Stel een vraag aan jezelf. Schrijf hem op.

Bijvoorbeeld: zou het me lukken om nu tien minuten achter elkaar door te schrijven zonder te stoppen?

Je pakt je wekker. (Naar beneden, zoeken in de keuken, wekker weg. Terug naar boven, zoeken op je telefoon. Timer of stopwatch? Timer. Tien minuten, klaar, af.) Je schrijft tien minuten, waarvan negen minuten lang: ik weet het niet, ik haat dit, waarom doe ik dit eigenlijk, help help help. Je gluurt naar je innerlijke strenge meester, maar die doet net een dutje, gelukkig.

De wekker gaat, de tijd is om.

Wat te doen (tip 4)? Kijk naar je handen. Klap. Voor jezelf. Want je bent begonnen. Dit is alles wat je elke dag nodig hebt. Voldoende ducttape. Een dakraam. Tien vingers. Eventueel een pen of een computer. En mij natuurlijk. Voor als je het even niet meer weet.

 


Over Jowi Schmitz

Foto door: Kika Booy

Jowi Schmitz is schrijfster en docent bij de Schrijversacademie. Daar geeft ze les in schrijftechnieken. Ook verzorgt ze de specialisaties Romans en korte verhalen, Kinderboeken en Young Adult schrijven. Wil jij les van Jowi? Er start een Kinderboekenklas én een Young-adultklas in Amsterdam op 3 oktober 2020!