De grootste plaag voor een tekstschrijver – door Leonore Pulleman

Wil je een tekstschrijver goed plagen? Vraag deze persoon dan om zijn of haar eigen webtekst te schrijven … Want zo vlotjes als je schrijft over een ander, zo moeizaam blijkt dat te gaan als het over jezelf gaat. Je ploetert in je eentje door, natuurlijk ben je te trots om een andere schrijver in te schakelen. Want hé, het is wel je vak!

Waarom is het zo’n plaag? Omdat je te veel weet over jezelf. En dat wil je graag allemaal in die paar pagina’s proppen. Want volledigheid staat wel voorop. Normaal verzamel je de informatie voor een tekst via het stellen van prikkelende vragen aan de opdrachtgever. Je vraagt door en door en zo ontstaat de inhoud voor de tekst. Nou, probeer maar eens dóór te vragen aan jezelf. Voor je het weet heb je ruzie in je hoofd.

En dan wil je er ook nog storykracht in brengen. Daarom besloot ik de opleiding Storytelling van de Schrijversacademie te volgen. Na enige twijfel, ik zeg het eerlijk. Want … had ik al niet genoeg over storytelling gelezen? En al niet genoeg voorbeelden bekeken? En zocht ik eigenlijk ook niet té veel spannends achter een eenvoudige theorie? Nou ik kan je nu vertellen: ik had ongelijk met mijn bedenkingen. Je kunt er nog zo veel over lezen, maar alleen door er echt mee te oefenen, krijg je de techniek in de vingers.

Met docent Manon Duintjer gingen we aan de slag. Met een man of tien, in een statig pand in hartje Amsterdam. Het begon met een zelfonderzoek, naar wie je bent en wat je wilt uitdragen. Na de uitleg over de storytellingprincipes ga je aan de slag om je verhaal helder te krijgen. Je verzamelt materiaal, krijgt input over schrijfstijl, perspectief en show don’t tell. Je leert narratieve elementen toe te voegen, speelt met personages, conflict, structuur en plot.

En het belangrijkste is: je schrijft en herschrijft. En de constante stroom feedback van docent en medestudenten legt elke keer feilloos de zwakke (en sterke) plekken bloot, waar je weer mee verder kunt. In het zicht van je definitieve tekst leer je dan nog hoe je deze promoot via een contentkalender. Je blogt erover en formuleert social-mediateksten.

Mijn resultaat? Op onze nieuwe website – die begin 2019 online komt – vertellen mijn tekstpartner en ik wat we doen via uitspraken van bestaande klanten. In de vorm van bij elke 3 casussen schetsen we de hele story. Met veel ups en een enkele tegenslag, wat de inhoud heel persoonlijk maakt. Dat is veel spannender dan zo’n zendergerichte opscheptekst wat je allemaal wel niet kunt, die je vaak ziet.

Eigenlijk heb ik de webtekst dus niet alleen geschreven. De opleiding ‘Storytelling’ aan de Schrijversacademie heeft me in het proces begeleid. Met goede theorie, een príma docent, maar vooral ook dankzij de eerlijke, meedenkende medestudenten. En dan denk je bij een kritische noot af en toe wel: “Grmblblbl”, maar uiteindelijk maakt het je teksten steeds een stukje beter. En zelf commentaar geven op andermans teksten is óók leuk en bijzonder inspirerend.

Heb ik de spanning genoeg opgebouwd? Sorry, ik moet die nog wat langer rekken … Ik zou je nu graag verwijzen naar onze website tekstpartners.nl, maar we zijn er nog druk mee bezig. Kom begin volgend jaar gerust eens onze verhalen lezen. Bij mij gaan ze over tekstschrijven, (eind)redactie en bloggen als ghostwriter. Mijn partner Pieter vertelt over bedrijfsjournalistiek en communicatieadvies. Samen voeren we grotere en bredere opdrachten uit. Jouw feedback op onze webtekst is uiteraard heel welkom. Want … samen komen we verder!

Leonore Pulleman (nu nog www.pullemancommunicatie.nl, binnenkort: www.tekstpartners.nl.)

De sandwichformule – Door René Appel

Er zijn verschillende manieren om een verhaal te vertellen. Als schrijver kies je de (grammaticale) tijd, het perspectief, je ‘bouwt’ iets, je bouwt een roman met fragmenten, beschrijvingen, flashbacks, eventueel zogenaamde flashforwards, enzovoorts. Het begrip sandwichformule slaat op een speciale manier van vertellen, namelijk die waarbij het eigenlijke verhaal ingeklemd is tussen een ouverture en een afsluiting. Ik zal drie voorbeelden geven van drie prachtige romans die volgens dit principe zijn gebouwd.

Het verhaal in het café

De eerste is Biecht van een moordenaar van Joseph Roth (wie nog nooit iets van hem heeft gelezen, moet dat snel gaan doen). De ‘ik’ gaat naar een Russisch café-restaurant in zijn woonplaats Parijs, waar in de jaren dertig van de vorige eeuw veel Russische emigranten en bannelingen komen. Daar ontmoet hij een man, ene Semjon Semjonovitsj Goloebtsjik. Het is middernacht, de kastelein doet de deur op slot, en Goloebtsjik begint aan een verhaal. Hij zegt zelf dat het een simpel verhaal is dat hij beknopt wil vertellen, maar de laatste zinnen van de ouverture luiden: ‘Hij begon. En het verhaal was beknopt noch banaal. Daarom heb ik besloten het hier op te schrijven.’ Dan volgt ‘de biecht van een moordenaar’ van Goloebtsjik, meer dan 160 bladzijden. Als de verteller bij het ochtendgloren de straat is opgegaan, begint de afsluiting met ‘Ik bleef alleen met de kastelein achter. “Wat een verhalen hoor je bij u,” zei ik.’ Na nog zo’n vier bladzijden eindigt het boek met: ‘Nog diezelfde dag verliet ik mijn kamer in de Rue des Quatre Vents. Goloebtsjik heb ik nooit meer gezien, ook geen van de mannen die zijn verhalen hebben gehoord.’

Een donkere nacht

Het tweede voorbeeld is De nacht in Lissabon van Erich Maria Remarque. Ik citeer de achterflap van dit indrukwekkende boek. ‘Een donkere nacht in 1942. Een man staat in Lissabon in de haven op de kade en staart naar een Amerikaans schip. De man is Hitler-Duitsland ontvlucht en heeft geen visum en geen geld. Plots biedt een onbekende hem twee tickets aan voor de boot naar Amerika. Onder slecht één voorwaarde: dat hij deze nacht naar zijn verhaal zal luisteren.’ Weer een verhaal dat ’s nachts verteld wordt, deze keer niet in één café-restaurant maar in een aantal cafés en nachtclubs, met ook weer veel spanning. Want waarom wil de man zo nodig zijn verhaal vertellen aan iemand die hij niet kent? Wat zit hierachter?

Een uitnodiging bij hem thuis

Ten slotte een Nederlandstalige roman volgens de sandwichformule, namelijk Lijmen van Willem Elsschot, vaak in één adem genoemd met Het been dat als een vervolg is te beschouwen. Lijmen begint (alweer) in  een café, waar de ‘ik’ een oude (vaag) bekende ontmoet: Laarmans. Die nodigt de ‘ik’ de volgende dag uit bij hem thuis en daar vertelt hij het verhaal van zijn financiële manipulaties met ‘Het Wereldtijdschrift’, die de ‘ik’ weerzinwekkend vindt. Laarmans legt een hand op zijn knie, maar… ‘Ik sidderde onder zijn aanraking, sprong overeind, stiet hem met alle geweld van mij af en vluchtte de trap af en het huis uit.’

Bij een sandwich gaat het vooral om het beleg

Goed beschouwd is er in Lijmen nauwelijks meer sprake van een afsluiting, maar met enige tolerantie is het begrip ‘sandwichformule’ toch van toepassing. In alle drie gevallen is het ‘brood’ (dus ouverture en afsluiting) aan de dunne tot zeer dunne kant, maar dat is geen probleem. Bij een sandwich gaat het immers vooral om het beleg, het verhaal dat ertussenin geklemd zit, en dat is in alle drie gevallen voortreffelijk.

Over René Appel

René Appel publiceerde 24 misdaadromans, drie verhalenbundels en twee jeugdboeken. Zijn laatste verhalenbundel is ‘Joyride en andere spannende verhalen’ (2016). Oktober 2018 verschijnt ‘Dansen in het donker’, bestel het boek hier. Een ‘gewone’ roman, dus geen thriller, maar wel een echte Appel.

René Appel is lid van de Adviesraad van de Schrijversacademie.

Leven met je rug naar de toekomst – door Annemarie Smits

Dit was het perfecte boek om te bespreken. Wat een thema!

Toen ik na een lange, saaie kantoordag wat verveeld op de bank lag te scrollen door mijn facebook-account, viel mijn oog op een oproep van de Schrijversacademie die mensen zocht voor de nieuwe boekenclub. Ik zat meteen rechtop en klikte direct op ‘hier aanmelden’. In mijn hoofd hoorde ik mijn vriend alweer roepen: ‘Focus, Annemarie, eerst even nadenken en dan pas doen’, maar dat saaie advies wuifde ik snel weg. Dit was te leuk!

Het duurde even, maar toen kreeg ik bericht dat ik was toegelaten tot de club en dat het nieuwe boek van Josha Zwaan als eerste besproken zou worden. Toevallig had ik dat boek al gelezen via een andere oproep van de Schrijversacademie dat er een aantal proefdrukken beschikbaar waren om te lezen, maar dat kon de pret niet drukken. Dit was het perfecte boek om met anderen te bespreken. Wat een thema! Leven met je rug naar de toekomst. Van dit boek word je niet vrolijk, maar het blijft wel heel lang hangen. Ik ben blij dat ik zelf in een andere tijd leef én anders in elkaar zit.

Oktober werd dé maand van onze boekenclub

Even later kreeg ik het boek – gratis! – thuisgestuurd. Ook werd me uitgelegd hoe de boekenclub werkt en dat deze uit dertien mensen bestaat. Omdat dit de allereerste keer was dat er een boekenclub werd georganiseerd, gingen we van start met een leesperiode van een maand. Oktober werd dé maand van onze boekenclub. In het voorstel-topic konden we ons aan elkaar voorstellen. Met dertien leden zijn dat best veel introducties, maar al snel bleek dat niet iedereen de hele maand zou gaan afmaken.

Het boek Saturnusplein 3 bestaat uit vier delen. Iedere week werd een volgend deel besproken en stelde onze coördinator Sanne een aantal vragen waar we allemaal in het weekend op konden reageren.

Over dit boek is genoeg te zeggen

Voor mij voelde het wat geforceerd om het boek in delen te bespreken. Vooral misschien met dit boek, waar het pas echt los gaat in deel drie. De eerste twee weekenden waren daarom nog een beetje voor spek en bonen. En spoilers weggeven mocht niet, dat was soms best even op mijn tong bijten. Als ik het boek niet al had gelezen (net als een paar anderen trouwens), zou ik het waarschijnlijk in een paar dagen hebben uitgelezen. Want om nou steeds weer te stoppen na een deel en een week later opnieuw tijd te maken om verder te lezen …

Origineel en inspirerend vond ik het dat Sanne elke week een aantal vragen lanceerde in het discussie-topic. Na het verstrijken van een deadline stroomden de mailtjes met nieuwe vragen en de eerste reacties binnen en logde ik snel in om de vragen te beantwoorden. Bij de eerste ronde was het nog een beetje inkomen, maar de vragen werden steeds beter en de discussie kwam steeds verder op gang. Boeiend om te lezen hoe de andere vrouwen dit boek hebben ervaren en hoe ze tegen de hoofdpersoon en haar gedrag aankeken. Over dit boek is genoeg te zeggen.

Nu rest het schrijven van een recensie

En nu is het uit. En hebben we onze meningen gevormd. Het laatste wat we nog doen is een recensie schrijven die we kunnen uploaden in het recensie-topic. Hier kunnen we de evaluaties van elkaar reviewen en aanscherpen. De Schrijversacademie zal een deel van deze recensies publiceren via sociale media en de recensies worden geplaatst op Hebban en bol.com.

Ik kijk terug op een mooie maand waarin we met elkaar een bijzonder boek hebben besproken. Een van de dames merkte, na het lezen van mijn (concept)recensie, op dat de vier discussiefases erg nuttig en leuk zijn gebleken, nu zo achteraf bezien. Dat we er in de loop van de maand met elkaar ingegroeid zijn, wat leidde tot steeds meer diepgang in de discussies. Houd je van lezen en deel je graag je leeservaring met anderen, meld je dan zeker aan voor de volgende boekenclub. Maar niet allemaal tegelijk, want ik hoop dat er ook voor mij nog een plekje overblijft!

Over Annemarie Smits

Annemarie Smits volgt bij de Schrijversacademie de opleiding tot redacteur. Ze werd geselecteerd voor de eerste boekenclub van de Schrijversacademie waarbij een groep van 13 studenten de uitdaging aanging om het nieuwste boek van Josha Zwaan te lezen en uitvoerig te bespreken.

Dansen in het donker – door René Appel

Geen thriller, wel een échte Appel

Recent kwam mijn 23ste roman uit: Dansen in het donker. Geen thriller, wel een échte Appel, zoals ik graag mag onderstrepen. Als schrijver moet je het immers ook hebben van je naamsbekendheid en dan kun je beter Appel dan De Jong of De Vries heten.

Waarom geen thriller? Simpelweg omdat ik – als lezer en als schrijver – enigszins was uitgekeken op dat type boeken. Bij het schrijven wilde ik niet meer gebonden zijn aan de eisen die het misdaadgenre stelt: bij voorkeur moet er een verrassende wending in het verhaal zitten, de plot moet keurig worden afgewikkeld, aan het eind moet duidelijk zijn hoe een en ander in elkaar steekt, enzovoorts. Vrijheid wilde ik, vrijheid bij het denken over verhaallijnen, vrijheid bij het schrijven.

Literaire romans kunnen óók spannend zijn

Een en ander betekent natuurlijk niet dat zo’n verhaal niet spannend is. Dat is het namelijk wel degelijk (dus inderdaad een ‘échte Appel’), net zoals veel literaire romans ook spannend kunnen zijn, wat ik in mijn boekje Spannende verhalen schrijven al heb laten zien. Maar een afgeronde intrige, waarin alles keurig is afgewikkeld, nee, dat niet. Zo resteert er voor de lezer nog wel het een en ander om over na te denken.

De titel had ik al in het begin van het schrijfproces. Het is ook de titel van een van de bekendste cd’s van Bruce Springsteen: Dancing in the dark, en inderdaad Bruce Springsteen speelt ook een rol in het verhaal (uiteraard niet als personage, maar zijn muziek). Het schrijven zelf is ook te zien als ‘dansen in het donker’: je schrijft, je probeert, je maakt allerlei figuren, je volgt het ritme van de taal, woorden worden noten, maar niemand ziet het, het blijft allemaal verborgen, in het duister, in het donker. Je weet zelf niet waar het allemaal op uit zal draaien, maar ondertussen dans je toch door in de hoop dat je aan het eind tevreden kunt zijn.

Dat ene kernachtige zinnetje

In een vorig blog schreef ik over dat ene, belangrijke kernachtige zinnetje in een boek. Iemand vroeg me of ik in Dansen in het donker ook zo’n zinnetje kon aanwijzen. Ik heb het volgende gekozen, over Inge, de hoofdpersoon van het boek. Ze denkt na over haar in het slop geraakte huwelijk: ‘Ze waren elkaars vanzelfsprekendheid geworden.’

Dat is raak, volgens mij.

Over René Appel

René Appel publiceerde 24 misdaadromans, drie verhalenbundels en twee jeugdboeken. Zijn laatste verhalenbundel is ‘Joyride en andere spannende verhalen’ (2016). Oktober 2018 verschijnt ‘Dansen in het donker’, bestel het boek hier. Een ‘gewone’ roman, dus geen thriller, maar wel een echte Appel.

René Appel is lid van de Adviesraad van de Schrijversacademie.

Een pasvorm voor het leven – door Kathy Mathys

In mijn werkkamer hangt een citaat van schrijfster Annie Dillard aan de muur:

‘How we spend our days
is, of course, how we
spend our lives.’

Het is een citaat dat me zodanig fascineert dat ik nu bezig ben aan een roman waarin het hoofdpersonage zich afvraagt of deze uitspraak klopt. Zijn het de kleine uren, de gewoonten en rituelen die ons leven vormgeven en bepalen? Of zijn het toch meer de grote gebeurtenissen, de ingrijpende beslissingen, de rampen die ons overkomen?

Wie zoals ik (en het hoofdpersonage van mijn roman in wording) geïnteresseerd is in mensenlevens – de vorm, de zwaartepunten – komt onvermijdelijk uit bij het autobiografische genre. Momenteel ben ik veel memoirs aan het lezen en boeken over het schrijven van autobiografie. Een van de beste is ‘Memoires schrijven’ van Mary Karr. In Amerika is zij een van de beroemdste docenten autobiografisch schrijven. Haar memoir ‘The Liar’s Club’ is een klassieker. Het is een ingrijpend, eindeloos intens boek over haar kinderjaren in Oost Texas.

In ‘Memoires schrijven’ zet Karr helder uiteen wat de uitdagingen zijn voor schrijvers die het eigen leven onder de loep willen nemen. Je kan maar beter twijfel toelaten in je verhaal, vindt ze. Niet te stellig doen, dus. Immers, hoe weet je nou zeker of die ene herinnering aan sleetje rijden op je tiende wel klopt?

Karr geeft tips over hoe je vanuit het nu kan terugblikken op je jongere zelf. Ze laat aan de hand van voorbeelden zien op welke manier je je leven gestalte kan geven in een tekst.

Door de quote in mijn werkkamer nam ik er Annie Dillards autobiografie ‘An American Childhood’ nog eens bij.  Erg leuk aan dit boek is de combinatie van het kleine leven (het huis, de tuin, de bezoekjes bij oma en opa) met het panoramische. Ze vertelt niet alleen over de vreemde jurken van oma maar ook over de veranderende tijdgeest in de Verenigde Staten van de jaren 1950.

Je kan op eindeloos veel manieren je verhaal vertellen. Je kan wachten tot de gebeurtenissen verteerd zijn of je kan juist op het moment zelf alles vastleggen (als in een dagboek). Je kan kiezen voor een vloeiend verhaal in langere hoofdstukken of een meer gefragmenteerde vertelling. Sommigen schrijven om het leven te begrijpen, anderen om duivels uit te drijven of om het leven een stapje voor te zijn, zoals Elke Geurts in ‘Ik nog wel van jou’:

‘Ik hoop altijd dat de dingen in het echt niet gebeuren, en het leven juist een stapje voor te zijn door het alvast op te schrijven.’

Geurts schrijft zozeer niet om het leven te analyseren, maar om haar huwelijk een nieuwe impuls te geven. Haar man wil ermee stoppen, zij niet: ‘… zo zal ik het vuurtje van man weer doen opvlammen met mijn woorden’.

En hoe is het bij jou? Met welke inzet schrijf jij je verhaal?

Over Kathy Mathys

Kathy Mathys is schrijfster en literair journalist voor De Standaard. In 2015 verscheen haar boek ‘Smaak. Een bitterzoete verkenning’. In februari 2018 verscheen haar eerste roman ‘Verdwaaltijd’.

www.kathymathys.nl

Schaamrood – René Appel

Ik boog me over het manuscript van mijn nieuwe boek Dansen in het donker, dat net was teruggekomen van de bureauredacteur, voorzien van haar aantekeningen. Toen ik het doorlas, kleurden mijn wangen. Van schaamte. Zelf heb ik in de loop van mijn schrijfloopbaan al aardig wat werk van anderen gecorrigeerd en geredigeerd, maar nu had ik zelf iets ingeleverd waar toch weer aardig wat kleine, stomme foutjes in zaten.

Ik zal wat voorbeelden geven. Zo schreef ik over een personage dat er ‘kleine spuugbelletjes in zijn mondhoeken’ zaten. Terecht had de bureauredacteur ‘kleine’ doorgestreept. Belletjes zijn immers al klein. Ik liet mijn personage Finn ‘hulpeloos uit zijn ogen kijken’. Dat ‘uit zijn ogen’ moest natuurlijk weg. Waaruit zou hij anders kunnen kijken?

In mijn tekst was ‘een afspraak gecanceld’. Waarom zo’n Engels leenwoord? Een afspraak kan toch ook worden geannuleerd. Veel beter. Ergens in het manuscript stond: ‘…het enige dat ze nog weet…’ Tsja, na ‘enige’ is – net als na ‘iets’- niet ‘dat’, maar ‘wat’ het correcte betrekkelijk voornaamwoord. In een laatste voorbeeld gaat het niet per se over ‘goed’ vs. ‘fout’. Een personage bedenkt op een gegeven moment: ‘Ze hebben hem kennelijk op staan wachten.’ Het gaat hier om het werkwoord ‘opwachten’. In min of meer formele taal, dus in een roman als het gaat om de beschrijving van een situatie, zou je dat werkwoord niet moeten splitsen en zou ‘Ze hebben hem kennelijk staan opwachten’ beter zijn geweest. Dat wist ik, maar toch schreef ik ‘op staan wachten’.

Ik geef toe, het waren kleine dingen, de meeste lezers zouden er niet over vallen, maar toch geneerde ik me. Die gêne werd minder toen ik enkele andere commentaren van de bureauredacteur zag. In dialogen verving ze bijv. ‘je kan’ door ‘je kunt’, terwijl dat laatste erg schrijftaalachtig is, daar waar ik juist in dialogen spreektaal wil gebruiken waar dat kan. Nog een voorbeeld. Mijn hoofdpersoon Inge moest een maaltijd zonder vlees bereiden, en dus sprak ze haar ‘vegetarische fantasie’ aan. De bureauredacteur had als commentaar: ‘Een fantasie kan niet vegetarisch zijn.’ Inderdaad, daar had ze gelijk in, maar we hebben het ook over een ‘hulpeloos gebaar’, terwijl een gebaar op zichzelf ook niet hulpeloos kan zijn.

Eindstand schrijver – bureauredacteur 1-1? Een andere conclusie: je ziet de fouten van een ander beter dan die van jezelf.

Over de auteur

René Appel (1945) publiceerde 24 misdaadromans, drie verhalenbundels en twee jeugdboeken. Zijn laatste verhalenbundel is ‘Joyride en andere spannende verhalen’ (2016). Oktober 2018 verschijnt ‘Dansen in het donker’, een ‘gewone’ roman, dus geen thriller, maar wel een echte Appel.

René Appel is lid van de Adviesraad van de Schrijversacademie.

 

Het uitgeefproces (4) door Anne Ruhl

Vind je het leuk als we je manuscript uitgeven?

Heel even denk ik dat ik het gemaakt heb na het lezen van deze mail. Anne Ruhl, kinderboekenschrijfster. De bestsellers vliegen me in gedachten om de oren. Nu kan ik chocola gaan eten op de bank. De rest gaat vanzelf.
Heel even.
Ik schud mijn hoofd en raak lichtelijk in paniek. Vóór 1 augustus moet ik wel 30.000 woorden hebben en moeten alle verhalen kloppen. Ik leg de repen Tony Chocolonely maar even in de koelkast. Ik beloof mezelf na elk hoofdstuk een stukje.

De dappere zoon Frederik gaat appels plukken in het hoofdstuk waar hij ontdekt wie de grote oplichter is. Oeps, daar gaat het mis. In maart hangen er helemaal geen appels aan de bomen. Ik ga alle hoofdstukken door om de data naar oktober te veranderen.

De chaotische zus Roeltje wordt bedreigd. Het arme schaap leent geld van de verkeerde man. Dat komt haar duur te staan. Ze moet het bedrag binnen een maand terugbetalen. Ik print mijn hele manuscript. Aan het eind van het boek is het ook het einde van de maand. Komt dat even mooi uit. Het lijkt bijna niet zelf bedacht. Het bedrag van Roeltjes schuld verdubbelt dagelijks. Op mijn rekenmachine typ ik met een klein beetje leedvermaak haar groeiende schuld in. Arme Roeltje.

1 augustus: vol trots stuur ik de verbeterde versie op

De redacteur gaat met haar rode pen door mijn werk en ik hoop dat ze niet zoveel inkt nodig heeft. Onbevreesd open ik het mailtje met aanpassingen. Ik staar ernaar. Ik scrol. Ik knipper met mijn ogen om niet te gaan huilen. Zoveel! Mijn toch-wel-bijna-perfecte-boek is niet zo perfect als ik dacht. Er zijn veel verbeteringen aangebracht en ai, ook spelfouten uitgehaald.

Ik ren naar de koelkast. Waar is Tony als je hem nodig hebt?

De bestsellers verdwijnen uit mijn hoofd, maken plaats voor lelijke krantenkoppen. Vreselijke recensies. Of nog erger. Niks. Niemand die mijn boek wil lezen, niemand die het koopt. Ik slik. Gooi de lege verpakking weg en verman me.

Feedback is een cadeautje

Ik open mijn laptop weer. Nu niet meer met de intentie om hem over het balkon te gooien. Feedback is een cadeautje lees ik op een van de websites waar ik heen vlucht om maar niet naar de rode strepen te hoeven kijken.

Feedback is een cadeautje. Dat wordt mijn nieuwe motto.
Feedback is een cadeautje, mijn boek wordt er alleen maar mooier door.
Feedback is een cadeautje, mijn boek en mijn karakter worden er mooier van.

Ik kijk mijn angst recht in de ogen aan en lees trillend de rode letters nog eens.
Feedback is een cadeautje, echoot het in mijn hoofd. Ineens zijn de woorden in de kantlijn niet meer zo scherp en kan ik me in sommige opmerkingen wel vinden.
Ik pas aan en herschrijf. Als ik later de verhalen teruglees zijn ze veel mooier. De tekst is vloeiender en het geheel klopt.

Ik stuur mijn manuscript weer terug naar de uitgever.
Mijn koelkast vul ik met watermeloen en aardbeien. Vitamines zijn een cadeautje en strenge redacteuren ook.

Over de auteur

Anne Ruhl woont in Nieuw-Vennep met haar man en Italiaans windhondje. Als ontspanning leert ze Scandinavische talen. Op vakantie neemt ze uit ieder land een bijzondere theedoek mee die ze vervolgens nooit gebruikt, maar wel ophangt om mooi te zijn. In het najaar van 2015 startte ze met de Schrijversacademie om naast haar werk als leerkracht haar talenten verder te ontwikkelen. Haar debuut ‘Mevrouw Stip en Roeltje, de charmante oplichter’ zal in september 2018 uitkomen bij Buddy Books.

 

De laatste zin (van een alinea) – door René Appel

Afgezien van passages die bewust duister, mysterieus of ronduit onbegrijpelijk zijn, willen schrijvers het liefst begrepen worden. Ze willen iets overdragen op de lezer, en dat is terecht, want daarom schrijven ze. Maar soms willen ze dat te graag, zijn ze te bang dat lezers hun bedoelingen niet vatten en dan laten ze zich verleiden tot een nadere verklaring of een uitleg, en dat is vaak te veel. Zo’n concluderende zin staat vaak aan het eind van een alinea waarin het een en ander is beschreven.  ‘Ja, hè, hè,’ zal menig lezer zeggen, ‘dat had ik al lang begrepen.’ De lezer voelt zich miskend of te laag ingeschat.

Goed Volk

Ik zal een voorbeeld geven uit de recente korte autobiografische roman Goed volk van Teun van de Keuken (tv-maker, columnist en schrijver). Hoofdpersoon in dit zeer leesbare boek is het jongetje Teun, dat opgroeit eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Zijn vader is een bekende filmer en fotograaf en zijn moeder werkt ook in de filmwereld. De ouders zijn ‘progressief’, links, tegenwoordig zouden we hen politiek-correct noemen. Omdat zijn ouders niet elitair willen zijn (ze willen opkomen voor de verschoppelingen op deze wereld) gaat Teun naar een ‘gewone’ basisschool, dat wil zeggen een school met kinderen uit lager sociaal milieu in de buurt van de Amsterdamse Jordaan, een ‘volksschool’.

En dan komt die laatste zin

Teun schaamt zich voor zijn ouders; ze zijn te artistiekerig en hebben meningen (die ze graag verkondigen) die de ouders van zijn medeleerlingen bepaald niet delen. Hij wil ook liever geen klasgenoten mee naar zijn huis nemen. Maar nadat hij dat een aantal keren heeft geweigerd, wil hij toch een keer met die klasgenoten zijn verjaardag bij hem thuis vieren. En zowaar, het gaat goed. Zijn vader zegt geen gekke dingen, zijn moeder heeft geen te korte rok aangetrokken, de versnaperingen zijn zelfs oké (terwijl zijn ouders normaal het liefst macrobiotisch voedsel serveren) en ze doen leuke spelletjes. Maar dan gebeurt het. De vader brengt de kinderen in zijn grote Volvo naar huis. Hij vertelt zelfs een grap waar iedereen om moet lachen en dan gaan de andere jongens moppen vertellen, racistische moppen. De vader zet de auto aan de kant en gaat woedend tegen de jongens tekeer.

En dan komt die laatste zin: ‘De verjaardag was vergald.’ Hier zou ik nog het een en ander over kunnen zeggen, maar mijn laatste zin laat ik weg. De lezer heeft het al begrepen.

Over de auteur:

René Appel publiceerde 24 misdaadromans, drie verhalenbundels en twee jeugdboeken. Zijn laatste verhalenbundel is ‘Joyride en andere spannende verhalen’ (2016). Oktober 2018 verschijnt ‘Dansen in het donker’, een ‘gewone’ roman, dus geen thriller, maar wel een echte Appel.

René Appel is lid van de Adviesraad van de Schrijversacademie.

Bewust Bekwaam Bloggen – door Petra Berger

Bewust Bekwaam Bloggen

BBB is in de sportschool een afkorting voor Buik Billen Benen. Daar wil ik het nu niet over hebben wél over Bewust Bekwaam Bloggen. Dat is namelijk wat ik probeer te doen. Ik zit achter mijn laptop en naast mij ligt mijn getuigschrift van de opleiding Columns en blogs schrijven. Ik ben dus heel bewust van mijn bekwaamheid, alleen die blog nog…

Perfecte blog

Die blog lukt niet. Uren zit ik al achter mijn laptop en er komt niets, geen woord, geen letter, helemaal niets. Mijn bewust bekwaamheid is doorgeslagen in faalangst. Vanaf nu ben ik immers geen student meer maar een blogger met een officieel getuigschrift. Mijn blogs moeten vanaf nu perfect zijn. Helemaal nu ik dit schrijf voor de website van de Schrijversacademie, dan moet het méér dan perfect zijn. Dan lezen namelijk niet alleen mijn docent en mijn veilige studiegroepje deze blog maar álle docenten en medestudenten. Iedereen met verstand van schrijven kan dit straks lezen én kan feedback geven. Als ik daar aan denk explodeert mijn faalangst en val ik terug in de bewust onbekwame leerfase.

Die eerste pakkende zin

Als je bewust onbekwaam bent weet je niet hoe je het moet aanpakken. Nog langer naar mijn laptop staren heeft weinig zin. Ik moet deze angst aanpakken en begin met schrijfoefeningen. Ik wandel een stukje en noteer alle woorden en zinnen die ik hoor. Ik ruik, voel en snuffel aan alles en ga weer achter mijn laptop zitten. Vol goede moed begin ik aan die eerste pakkende zin. Ik begin steeds opnieuw want ik vind niets goed genoeg. Mijn onmacht neemt toe en ik besluit op te geven. Ik mail straks dat er geen blog komt en stuur mijn getuigschrift terug. Ik ben de slechtste student ooit en schrijf nooit meer een blog.

Feedback geven

Maar nooit meer bloggen is wel heel drastisch en zelfs een beetje hysterisch. Ik blog namelijk wekelijks voor het tijdschrift Vriendin en dan zal deze blog voor de Schrijversacademie niet lukken. Dat is te gek voor woorden. Ik moet mijn plezier in het schrijven weer voelen en vooral stoppen met denken. Niet denken aan al die docenten en medestudenten en misschien moet ik daar ook helemaal niet zo tegenop zien. Want die docenten en studenten hebben wél geleerd hoe ze feedback moeten geven en dat kan ik niet van iedere lezer op social media zeggen.

Ik schrijf wat ik schrijf

Die perfecte blog moet ik ook uit mijn hoofd zetten want niet iedereen zal mijn blogs perfect vinden. Je hebt nu eenmaal te maken met verschillende lezers en iedereen heeft zijn eigen smaak. Net zoals iedereen schrijver zijn eigen stijl heeft. Ik heb die stijl ontdekt bij de basismodule en die hoort bij mij. Ik schrijf wat ik schrijf want ik ben wie ik ben. Je vindt het goed of niet goed en je leest het of je leest het niet. Het is natuurlijk wel fijn als mijn blogs gelezen worden en feedback ontvang ik ook graag. Heel graag zelfs! Want ik ben nooit uitgeleerd.

Maar eerst ga ik naar een andere school, de sportschool, om daar mijn BBB oefeningen te doen.

Over de Auteur

Petra is student aan de Schrijversacademie en haar blogs zijn iedere week online te lezen bij het tijdschrift Vriendin. Daarnaast maakt ze regelmatiguitstapjes naar de kranten zoals Metro en NRC. 

 

 

 

Van gruwelijke nachtmerrie naar prachtig boek – door Silvie Kamphuis

Het is bijna een jaar geleden dat mijn blik viel op een oproep op Facebook van Nikki Lee Janssen. Ze schreef dat haar naaktfoto’s en -video’s waren gestolen door een hacker. Deze onbekende probeerde haar te chanteren, om vervolgens zijn dreigementen kracht bij te zetten door alvast een pikant filmpje op Dumpert en Facebook te publiceren. Haar leven stond op zijn kop, maar Nikki wilde allesbehalve een slachtoffer zijn. Ze bond de strijd aan tegen de hacker, Dumpert, die haar privé-filmpje zomaar online had gezet, de politie, die haar maar niet serieus leek te nemen en ze wilde een boek schrijven. Een handboek voor iedereen die te maken krijgt met online shaming en kan leren van haar afschuwelijke ervaring. Zelf was ze alles behalve een schrijver, dus ze zocht iemand die haar verhaal kon verwoorden.

In de klappers las ik de e-mails van de hacker, de afschuwelijke commentaren van de reaguurders op Dumpert, de brieven van advocaten en de verbaasde reacties van vrienden en familie die haar naakt waren tegengekomen op internet.

Ik stuurde haar een bericht dat ik haar graag wilde helpen met links naar mijn blog antisleur en mijn portfolio en tot mijn grote blijdschap was ze meteen enthousiast. Ik voelde me enorm vereerd,  want er hadden tientallen schrijvers op haar oproep gereageerd. We spraken af in een restaurant in Zaandam en het wederzijdse vertrouwen was er meteen. Ik kreeg alvast twee klappers met informatie en een paar dagen later bevestigden we onze afspraken formeel. Ik ging meteen aan de slag. In de klappers las ik de e-mails van de hacker, de afschuwelijke commentaren van de reaguurders op Dumpert, de brieven van advocaten en de verbaasde reacties van vrienden en familie die haar naakt waren tegengekomen op internet. In mijn hoofd vormden zich de contouren van het verhaal en ik bereidde me voor op een serie interviews via Skype.

Ontelbaar veel vragen heb ik Nikki gesteld en zelfs de onmogelijke vraag ‘Mag ik de foto’s zien?’ bleek niet te gek.

Nikki bleek enorm openhartig en enthousiast, wat voor mij als schrijver een enorme luxe was. Iedere dag dook ik in haar belevingswereld, wat telkens weer nieuwe vragen opriep:

Hoe heb je je vriend Joost leren kennen?
Wat was de eerste keer dat je pikante foto’s naar hem stuurde?
Hoe voelde je je daarbij?
Waarom was het belangrijk voor jullie relatie?
Hoe is je relatie met je ouders?
Hoe reageerden ze toen ze erachter kwamen?
Beschrijf je eerste werkdag na de hack en de publicatie op Dumpert?

Ontelbaar veel vragen heb ik Nikki gesteld en zelfs de onmogelijke vraag ‘Mag ik de foto’s zien?’ bleek niet te gek. Ik wilde de momenten beschrijven dat ze de foto’s maakte en hoe kon ik dat doen zonder te weten wat er op die foto’s stond? Nikki deelde alles zonder terughoudendheid en dat vertrouwen heeft ervoor gezorgd dat ik heel dicht op de huid van Nikki heb kunnen schrijven. Veel ‘show’ en weinig ‘tell’. Mensen vertellen me dat het verhaal spannend en meeslepend is en dat je het niet weg kan leggen. Als je het leest, ben je Nikki en dat was precies de bedoeling.

Ik zag waar het verhaal beter kon worden, ware het fictie geweest, maar ik moest mijn fantasie koest houden.

Ik gebruikte het manuscript ‘Niet van iedereen’ ook voor mijn lessen bij mijn specialisatie Romans & korte verhalen aan De Schrijversacademie en kwam daarbij ook vaak een beetje in de knoop. Het was geen fictie, het was waargebeurd, dus ik was gebonden aan de werkelijkheid. Voor de spanning in het verhaal was het bijvoorbeeld misschien goed geweest als het gevecht tegen online shaming voor grote relatieproblemen had gezorgd, maar zo was het niet. Om clichés te voorkomen was het misschien goed geweest als de directeur van Dumpert geheel onverwacht een keurig nette vrouw in een mantelpakje was en om het verhaal rond te maken was het misschien goed geweest dat aan het einde van het verhaal de hacker werd gepakt. Maar dat is allemaal niet gebeurd, dus soms was dat frustrerend als schrijver. Ik zag waar het verhaal beter kon worden, ware het fictie geweest, maar ik moest mijn fantasie koest houden. Mijn mede-schrijvers bij De Schrijversacademie en docent Jowi Schmitz hebben me enorm geholpen om ook binnen deze beperkingen een sterk verhaal neer te zetten en daarnaast me ervan overtuigd dat ik naast mijn werk als biograaf en ghostwriter ook fictie moet schrijven.

Ik mocht samen met Nikki, Gertie Vos, vormgever en fotograaf en Uitgeverij Palmslag van een gruwelijke nachtmerrie een prachtig boek maken. Ik ken maar weinig dingen die meer positieve energie geven en ik hoop dat ik in de toekomst nog heel veel bijzondere verhalen voor mensen op papier mag zetten.

‘Niet van iedereen’ is nu te koop bij Uitgeverij Palmslag.