De Titanic blijft drijven en Hetty blijft schrijven (8) door Hetty Kleinloog

Ik heb een irritante karaktertrek. Voor mijn omgeving lastig om mee om te gaan, maar ik ben ermee geboren en ik ben bang dat er niet veel meer aan te doen is. Ik zou ervoor in therapie kunnen gaan of misschien dat een barre survivaltocht in Noorwegen nog wat doet, maar ik vrees dat mijn afwijking behoorlijk hardnekkig is.
Wat is nou die eigenschap? Laat ik er maar mee voor de dag komen: ik ben een aartsoptimist.
Als ik naar de Titanic kijk denk ik dat hij dit keer best wel eens zou kunnen blijven drijven. Tegen het eind van een Shakespeare drama ga ik ervan uit dat het podium dit keer niet bezaaid zal liggen met lijken. Ik loop nooit met een paraplu.

Morsen met de tijd

Dankzij ditzelfde optimisme ben ik aan het schrijven van Volle bloei begonnen. Debuteren op je 6oe, waarom niet? Ik zit vol plannen en ideeën, heb verhalen te vertellen en ik geloof dat er altijd een toekomst is, waarin dromen verwezenlijkt kunnen worden.

“Als je 18 bent wil je niet dood, als je 92 ben ook niet,” zei mijn vader en hij verheugde zich op de volgende dag.
Veel boeken over ouderen gaan over het leven dat achter hen ligt. In retrospectief gaan ze terug naar hun kindertijd en aan het eind van het boek wordt de balans van hun leven opgemaakt.
Ik had de behoefte om een boek te schrijven over ouderen die zich richten op het leven dat vóór hen ligt. Hoe minder tijd er rest, hoe waardevoller.  Hoe schaarser de jaren, hoe groter het belang er iets mee te doen.  Wij kunnen niet meer morsen met de tijd.
Volle bloei gaat over vrouwen die verdriet kennen, schuldgevoel, verlies, en die met het hele pakket aan levenservaring met elkaar de toekomst tegemoet treden.
Zo ben ik ook. Eind deze maand word ik 60 en dat vind ik helemaal niet erg. Ik verheug me op het ouder worden en merk nu heel af en toe – oké héél af en toe – dat ik wat wijzer ben. Sommige dingen hoeven niet meer, andere dingen mogen nu juist wel. Stiekem verheug ik me op ietsepietsie decorumverlies als ik 90 ben.  Schaamteloos met de rokken omhoog op tafel dansen… Heerlijk!

De roman als levenselixer

Natuurlijk weet ik heus wel dat ik stijver zal worden, strammer, dat kwalen en kraaienpoten me niet bespaard zullen blijven. Ik weet dat het bestaan soms lijden is en ik ken het verdriet van verlies. Het leven is niet alleen maar leuk, maar wel mooi. Of nee: het leven is niet makkelijk, maar wel leuk. Beter nog is de spreuk die ik ooit op een kaart las: Het leven heeft geen zin, maar ik wel.
Met Volle bloei heb ik een pep-pil willen schrijven, die dat laat zien. De roman als levenselixer.  Een roman over vriendschap en ouder worden, een roman over toekomst en kansen.

Met het oog op morgen

Er is een onverwoestbare vrouw die voor mij een voorbeeld van veerkracht en positiviteit is.  Die vorig jaar nog vrijwilligerswerk ging doen, elke dag naar ‘Met het oog op morgen’ luistert, de politiek op de voet volgt en weet hoe de drummer van Bluf heet.
Als mijn optimisme irritant is, moeten jullie bij haar zijn, als jullie mij geestig vinden ook.  Het is namelijk mijn moeder, in augustus 95 jaar.

Over Hetty Kleinloog

Foto door: Hadewych Veys

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONM, Lotte, Spangas, Malaika, Tita Tovenaar, GTST, De Spa en Kameleon. Daarnaast schrijft Hetty liedteksten voor diverse muziektheatervoorstellingen en heeft ze plots en dialogen geschreven voor Jan, Jans & de kinderen. Volle bloei is haar romandebuut.

Benieuwd naar de boektrailer? Bekijk hem hier!

 

De badkamer (of nou ja, doucheruimte) – door Caroline Nieuwenburg

Weer zo’n lullige straal

Nee he… Niet weer zo’n lullige straal. Ondanks de toch best indrukwekkende douchekraan en -kop van het veelbelovende merk Grohe, is de teleurstelling groot als het water stroomt. Of nou ja stroomt, sijpelt. Ook nu kom ik weer bedrogen uit over mijn vooraf geromantiseerde badkamerritueel in een hotel. Eén ding is wel fijn. Ik krijg de douche in ieder geval wél aan. Hoe vaak ik niet vanuit de badkamer om hulp heb geroepen om die godvergeten kraan open of dicht te zetten. Of –  ook irritant – hulp heb moeten vragen om de kop naar beneden te krijgen. Ik wíl niet vanaf een halve meter boven me het onderweg afgekoelde water op mijn lijf voelen. Ik wil, direct vanaf de kop, heet water op mijn huid, bijna net iets te heet.

Overigens is deze badkamer (of nou ja doucheruimte want er is geen bad) dusdanig klein dat het douchegordijn aan mijn benen gaat plakken. Dat is nog erger; én een dunne straal én een gordijn dat je half “aanrandt”. Waarom zo’n vies gordijn trouwens? Waarom geen douchewand? Liefst gewoon een muurtje mooi, strak betegeld. Of desnoods een wand van plexiglas. Gordijnen zijn er alleen voor pure noodgevallen (help, het plexiglas is gebroken, we hangen gauw even een gordijntje op).

Maar hoe komt het toch dat ik altijd het badkamerritueel in een hotel romantiseer? Of ben ik gewoon een kritische gast? Of misschien een verwende gast? Feit is dat voor mij het woord hotel associeert met de woorden riante badkamer. Niet dat ik die thuis heb trouwens. En misschien is dat het? Dat ik me buitenshuis verheug op een badkamer waarbij het water met kracht naar beneden stort. Om fris de vakantiedag te starten of om juist de indrukken van een cursusdag van me af te spoelen en me minimaal een uur daar in die riante ruimte terugtrek. Want thuis lukt me dat gewoonweg niet.

Zeep = zeep

Nu heeft dat met kracht uit de kraan komen van het water ook een heel praktische reden. Want nu ik hier onder die miezerige straal sta, ben ik zó blij dat ik thuis mijn haar nog heb gewassen. Want met deze “straal” is het met mijn bos geen doen. Het wordt een grote kluwen touw met niet uitgespoelde shampoo. Daar wil je niet nog drie dagen mee rondlopen. Over shampoo gesproken. Waarom altijd zo’n bepaalde geur in die shampoo- en bodywashflessen aan de douchewand? Mag daar a-u-b iets van Rituals in of desnoods de ‘smell a like’ van de HEMA? En waarom zo’n combi product? Handig als je je eigen spullen bent vergeten of uit gemakzucht niets hebt meegenomen? (Want er hangt vast wel zo’n combi-fles aan de muur en jammer dan van die geur want zeep = zeep).

Terwijl ik nog steeds onder die dunne straal sta, veel langer dan nodig, want ja met slap water douchen, duurt het natuurlijk gewoon even, zie ik een opstaande rand. Ik weet gelijk dat ik daarvoor moet uitkijken. Maar als ik daarna onder de douche vandaan kom, gebeurt het toch. Vloekend til ik mijn voet op en ga op één been bijna onderuit op de kletsnatte vloer. Die opstaande rand heeft dus geen enkel nut. En oh ja, ook leuk; het water is onder de badkamerdeur doorgesijpeld, zo de kamer in. Gelukkig zuigt het tapijt het dan wel weer moeiteloos op.

Waar is de stapel wenshanddoeken?

En als je dan onder de douche vandaan komt he, pak je zo’n heerlijke hotelhanddoek toch? Daar kan ik me ook zo op verheugen. Van die fris gewassen, heerlijk ruikende zachte, grote witte handdoeken. Ik schrik dan ook bij het zien van twee karige handdoeken. Eén kleine en één nog iets kleinere grijs gewassen handdoeken die waarschijnlijk ooit hagelwit waren. Of misschien waren ze juist trendy Olifantgrijs? Maar door het vele bleken nu muisgrijs geworden?

Waar is de flinke stapel wenshanddoeken die ik ongegeneerd op de grond kan gooien? Ook al hangt er zo’n belerend bordje met denk aan het milieu blablabla in minstens vijf talen. Maar eerlijk is eerlijk, met die twee karige handdoeken, vond dit hotelmanagement dat ze het niet konden maken om hier ook zo’n waarschuwingsbewustzijnsbord te hangen. En de kleinste handdoek gooi ik daarom demonstratief op de grond. Heb ik in ieder geval wel droge voeten als ik nog in de badkamer (uh pardon doucheruimte) sta en spring ik straks wel over het nat geworden stukje tapijt. Vanavond, na cursusdag 2 sla ik het indrukken-van-me-af-spoel-ritueel maar over en stap morgenochtend gewoon weer onder de douche om de dag fris te beginnen. Voor mij geen teleurstelling of verrassing meer. Ik ken deze badkamergeheimen al. En wie weet word ik straks verrast. Ligt er ineens een grote stapel fris gewassen, heerlijk ruikende zachte, grote witte handdoeken voor me klaar. Mét het belerende milieubewustzijnsbordje. Dat mag. Dan wel. Alleen in het Nederlands is voldoende hoor.

Over Caroline Nieuwenburg

Caroline Nieuwenburg werkt als communicatiemedewerker bij de Rabobank en begint binnenkort met de opleiding Creatief Zakelijk Compleet aan de Schrijversacademie. 

Schrijfbootcamp – door Daan Kusen

Donderdag 17 mei was het zover: de Schrijfretraite in Helvoirt. Ik had me er maanden geleden voor ingeschreven en nu was het eindelijk zover. Vier dagen lang schrijven in gezelschap van andere schrijvers, met een docent van de Schrijversacademie aanwezig voor vragen, commentaar en natuurlijk om cursus te geven.

Die donderdagochtend stapte ik om een uur of elf uit de taxi. De zon scheen, het was zelfs enigszins warm. Nu was het wachten tot iedereen gearriveerd was. Langzaam sijpelde iedereen binnen, tot we uiteindelijk met zijn negenen waren. Negen mensen, ieder met zijn eigen ding waar hij/zij mee bezig was: bloggen, fantasy, science fiction, een kinderboek, noem maar op.

Waarom schrijf ik eigenlijk?

Toen we begonnen was de eerste vraag wat iemand dreef om te schrijven. Wat is je vlam? Een goede vraag, want ja – waarom schrijf ik eigenlijk? Deels omdat ik nooit anders gedaan heb. Al sinds ik leerde typen schreef ik verhaaltjes en gedichtjes – en dat is nooit opgehouden. Geëvolueerd, veranderd – maar nooit gestopt. Maar dat is niet echt een reden. Waarom schrijf ik? Omdat het eruit moet. Sommigen doen dat via muziek of schilderen. Voor mij is dit de manier die het fijnste is.

Hoewel het weer op twee van de vier dagen wat somber, was het wel een ontzettend geweldige bootcamp. Want dat klinkt wat minder zweverig dan retraite, was al snel de algemene conclusie. En gewerkt hebben we zeker! ’s Ochtends begon je met een free writing opdracht en na het ontbijt kreeg je van tien tot één cursus, allemaal onder leiding van Hetty Kleinloog, met vaak een opdracht waaraan je na de lunch tijd had om te werken. De opdrachten die je meekreeg waren echt super en hebben mij vaak nog meer op weg geholpen. Er waren opdrachten gesitueerd rond personages, waarbij je vragenlijsten moest invullen over je personages (wat zijn hun hobby’s, ambities, goede en slechte karaktereigenschappen, etc.) om ze zo beter te leren kennen.

Ik weet nu wel veel beter waar ik heen wil, en vooral hoe!

We hebben ook een paar geweldige groepsopdrachten gedaan, zoals een dialoog schrijven waarbij je om de beurt een zin moest toevoegen om zo het gesprek te vorderen. Of obstakels verzinnen voor andermans protagonisten, zodat je daardoor meer ideeën kreeg voor je eigen hoofdperso(o)n(en). En ’s avonds was er na het eten elke dag een uurtje om aan elkaar voor te lezen wat we die dag hebben geschreven. Als je dat wilde. Ook was er tijd om een op een met de docent te spreken over waar je mee bezig bent, waar je vastliep, en of je überhaupt op de goede weg zit.

En natuurlijk was er naast het schrijven ook ruimschoots de tijd om te kletsen, samen te dineren, om tips en ervaringen uit te wisselen en om te lachen. Het schrijven in een groep en van elkaar horen waar ze mee bezig zijn is ontzettend motiverend geweest. Hoewel ik niet de van tevoren geplande meters heb gemaakt, weet ik nu wel veel beter waar ik heen wil, en vooral hoe!

De vrijheid van structuur (6) door Hetty Kleinloog

Elke reis begint met een bestemming. Althans, zo geldt het voor mij. Niet voor neef Toon en Murakami.
Neef Toon laadt eens in de twee maanden zijn koffer in de auto en begint te rijden. Zijn voorruit achterna. Hij heeft geen idee wat zijn bestemming is, hij ziet wel. Tot zijn verrassing treft hij zichzelf na verloop van tijd aan in een lavendelveld in Zuid-Frankrijk of op een plein in Wenen. Dan keert hij terug, naar vrouw en kind, waarmee zijn thuis dus eigenlijk keer op keer zijn einddoel blijkt te zijn. Neef Toon reist in grote en kleine cirkels, als een pen in een Spirograph tekenwiel.

Murakami

Murakami begint zijn romans met een eerste woord en schrijft dan verder. Hij heeft geen idee hoe de tweede zin, het derde hoofdstuk, laat staan het einde van zijn boek zal zijn.  Zijn Kafka op het strand staat in mijn top tien. Ogenschijnlijke structuurloosheid fascineert me,  en dat, terwijl ik zelf zo totaal anders werk. Met wat psychologie van de koude grond kan die aantrekkingskracht verklaard worden door een onbestemd verlangen naar vertrekken en niet weerkeren, naar dolen en verrast worden, kortom: naar het ultieme Swiebertje gevoel. Maar terwijl ik dit schrijf besef ik dat ook Swiebertje tenslotte altijd bij Saartje in de keuken thee zat te drinken.

Op bezoek bij tante Jannie

Ik werk planmatig, op het neurotische af. Voor ik aan het echte schrijven begin, ben ik maanden bezig met het uitzetten van structuur en het ontwikkelen van de personages. Aan mijn cursisten leg ik uit dat schrijven te vergelijken is met het plannen van een reis. Als je weet dat je eindpunt Rome is, kun je  onderweg zijpaden inslaan, op bezoek bij tante Jannie in Sint-Job-in-‘t-Goor, je horloge laten maken in Zwitserland, op ongezadelde wilde paarden op Hongaarse poesta’s galopperen, je kunt van alles doen, want je weet waar de eindbestemming ligt en dat je daar zal komen. Zonder doel in mijn verhaal voel ik me als een door Zeus vervloekte Griekse halfgod,  gedoemd om eeuwig op de aardbol rond te dolen.

‘Structuur geeft me vrijheid’, zeg ik, en zo is het ook.  Dankzij een uitgewerkt plan kan ik afdwalen, beekjes bewonderen, vogels volgen en er toch op vertrouwen dat ik uiteindelijk in Rome en niet in Tokyo terechtkom.

Halve verhalen

Bij elke schrijfcursus die ik geef, wemelt het ergens in de atmosfeer van zwevende halve verhalen. De andere helften staan op papier.  Getob, gesteun, gepieker: ‘Hoe nu verder?’ ‘ Ik begon zo lekker’.  ‘Ik zit vast.’
Mijn antwoord is altijd hetzelfde: bedenk eerst het einde, anders blijven de halve verhalen tweelingzielen, die hun wederhelft nooit zullen vinden.
Blijf niet hangen bij tante Jannie in Sint-Job-in-‘t-Goor., maar stel je voor hoe je een geluksmuntje werpt in de Trevi fontein.
Stuur je me een kaartje uit Rome?

Over Hetty Kleinloog

Foto door: Hadewych Veys

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONM, Lotte, Spangas, Malaika, Tita Tovenaar, GTST, De Spa en Kameleon. Daarnaast schrijft Hetty liedteksten voor diverse muziektheatervoorstellingen en heeft ze plots en dialogen geschreven voor Jan, Jans & de kinderen. Volle bloei is haar romandebuut.

 

 

Ieder mens een verhaal (5) – Hetty Kleinloog

Over ieder mens valt een dik boek te schrijven. Dat denk ik niet, dat is een feit. Denk ik.

Soms speel ik een spelletje met mezelf. Zoals kinderen op vakantie rode auto’s tellen, zoek ik mensen zonder verhaal.

Griekse berg en Vinex wijk

Die schapenhoeder in de droge Griekse bergen, die van grasloos veld naar grasloos veld sjokt, die als jonge jongen zijn eerste kudde hoedt en als oude kromme man op een steen over het droge landschap tuurt, zijn laatste verloren schaap binnenhaalt en sterft… Hij maakte niets mee, hij leefde slechts het gezelschap van zijn hond en zijn trage gedachten. Valt daar een verhaal over te vertellen?  Ik ben al begonnen.

En dat meisje dan, verloofd met 16 – getrouwd met 18 jaar, krijgt twee kinderen, een zoon en een dochter, een keizersdroom. Zij gaat in de Vinex wijk wonen aan de rand van het dorp waar haar ouders en grootouders ook geboren zijn. Heeft zij een verhaal? Luister naar haar dromen, naar de liefde voor het bijzondere gewone, naar haar ervaring met trouw.
Het spelletje met mezelf lukt dus nooit. Er bestaat geen mens zonder verhaal.

De schrijfretraite

Dit overweeg ik opnieuw als ik donderdag de groep verse cursisten rondkijk, die zich hebben aangemeld voor een schrijfretraite.  De jongste is negentien, de oudste in de zeventig. Twee mannen en zeven vrouwen. Ze komen uit alle delen van het land. Het lijken me prettige mensen en hun ogen twinkelen van schrijflust.

‘Wat is je vlam?’ begin ik. ‘Waarom wil je schrijven? Wat drijft je?’
Die vraag zet aan tot vertellen. De een wil de geschiedenis van de vlucht van haar Indonesische ouders vertellen. Haar verhaal begint in de buik van haar moeder, op een krakkemikkig bootje in de oceaan, alles achtergelaten, op zoek naar veiligheid.  De ander wil een blog over zichzelf schrijven. ‘ Ken je mij’, zegt ze. ‘Die zin fascineert en inspireert me. Ken ik mezelf? Wat is in een blog het wankel evenwicht tussen publiek en openbaar?’  Een man maakt zich druk om misstanden in de jeugdzorg.  Met ingehouden drift vertelt hij over zijn verontwaardiging. De oudste dame blijkt met een eindeloze fantasie een fantasyroman te schrijven over een andere wereld.  Een jong meisje zet met kwetsbare kracht haar ervaringen in de geestelijke gezondheidszorg om in fictie. Zo kan ik doorgaan. Ze ontroeren me meteen, stuk voor stuk, in hun passie en hun honger om dromen, denken en daden vorm te geven op papier.

In vier dagen wordt er geschreven, gelachen, worden er meters gemaakt, leren mensen elkaar kennen en waarderen, wordt er geluisterd en feedback gegeven.  Met een laptop vol woorden en een hoofd vol ideeën keert ieder weer naar huis.
Het spelletje met mezelf is gelukkig weer niet gelukt.
Ieder mens heeft een verhaal.
Ieder mens is uniek.

Over Hetty Kleinloog

Foto door: Hadewych Veys

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONM, Lotte, Spangas, Malaika, Tita Tovenaar, GTST, De Spa en Kameleon. Daarnaast schrijft Hetty liedteksten voor diverse muziektheatervoorstellingen en heeft ze plots en dialogen geschreven voor Jan, Jans & de kinderen. Volle bloei is haar romandebuut.

 

 

Opnieuw beginnen – door Olga Majeau

Ik ben opnieuw begonnen

Met voldoende vertrouwen en een paar gezonde zenuwen in mijn lijf had ik op de send-knop gedrukt. Het eerste deel van het manuscript van mijn tweede boek lag nu bij m’n redacteur.

Regel één van haar antwoord luidde als volgt: ‘Ik ben, om met de deur in huis te vallen, helemaal niet blij met de vertelvorm.’ Ik trok mijn wenkbrauwen op, scande snel de verdere regels en las de laatste zin twee keer, drie keer, vier keer: ‘Ik zou toch zeker kijken of je met het verhaal niet een heel andere kant op moet.’

Andere kant op moet? Een HEEL andere kant op moet zelfs? Ik slikte en keek door het raam. Het was gedaan met mijn schrijverschap. Ik, die anderen leer hoe je dat doet, een verhaal schrijven, had blijkbaar onvoldoende reflectievermogen om mijn eigen teksten op kwaliteit te kunnen beoordelen. In gedachten liep ik met gebogen hoofd, een koffertje met daarin schrift, pen en laptop in de ene, en een dik touw in de andere hand, naar een boom aan de grauwe einder.

Tweederde van mijn manuscript kon de prullenbak in. Maanden werk naar de gallemiezen. Maar … het verhaal had toch potentie? Ik had op basis van mijn vorige boek, een familiegeschiedenis, en een uitgebreide synopsis toch weer een contract gekregen?

De knop moest om

De knop moest om. En snel ook. Ik moest doen wat ik mijn cursisten ook voorhoud: als jij vindt dat dit  verhaal verteld moet worden, ga er dan voor, ook als je afwijzingen krijgt, maar luister naar wat iemand met kennis van zaken je te vertellen heeft. Loslaten, herpakken, en je zult er een vorm voor vinden.

Diezelfde week zaten we om de tafel, mijn redacteur, mijn agent en ik. ‘Er mist een laag, en dat ben jij, de onderzoekende verteller die het thema over geheugen en verloren herinnering van allerlei kanten beschouwt. Neem jezelf mee in het verhaal.’

Dát was het dus, precies dat, wat ik mijn cursisten van de specialisatie  Familieverhalen en biografieën vaak probeer duidelijk te maken. O, opluchting, het lag dus niet zozeer aan mijn schrijven, als wel aan het feit dat ik een non-fictieverhaal in een romanvorm wilde gieten. Ik moest niet in het hoofd van een personage gaan zitten, maar ik moest er zélf in, als verteller met een ik-perspectief. Zo zou de urgentie van dit verhaal veel beter naar voren gaan komen.

Waarom heb ik zoiets wel snel scherp bij de verhalen van anderen, maar niet bij mezelf?

Ineens zag ik terplekke de nieuwe verhaalvorm ontstaan. Naarmate onze brainstorm vorderde, begonnen we alle drie enthousiaster te worden. We gingen er steeds harder van  praten, en toen ik naar buiten liep, had ik weer moed. Ik zou opnieuw beginnen en daar had ik nog zin in ook. Mijn manuscript haalde ik uit de prullenbak. Nu beschouw ik het als een uitgebreid vooronderzoek dat nodig bleek om te komen tot een publicabel boek.

Binnenkort mag ik weer aan de slag met een nieuwe groep Familieverhalen. Niets leuker dan mijn eigen schrijfervaringen, juist ook de minder florissante, met mijn cursisten te kunnen delen. Schrijven is vaak een lang, eenzaam en kwetsbaar proces, dat weten zij als geen ander. En als ze het nog niet weten, dan komen ze er vroeger of later wel achter.

Schrijven is waar ik gelukkig van word. Schrijven gaat soms van een leien dakje. Schrijven is soms ook opnieuw beginnen.

Ik ben opnieuw begonnen.

Over Olga Majeau

Olga Majeau (1969) Olga is docent aan de HKU en de Schrijversacademie. Ze is getrouwd en heeft 3 dochters. Olga debuteerde in maart 2015 bij Querido met de familiegeschiedenis Een schitterend isolement.

Een schitterend isolement vertelt over haar zoektocht naar het lot van haar Hongaarse overgrootvader. Alles kwam samen tijdens het maakproces van dat boek: haar al lang bestaande passie voor schrijven, de beteugeling van een permanente onrust, maar vooral ook het betekenis geven aan flarden informatie, observaties en ontdekkingen uit haar research. Een schitterend isolement wordt vertaald in het Duits en Hongaars en uitgegeven door BTB Verlag. Momenteel werkt ze aan haar tweede boek.

‘Stilstaan en kijken, betekenis geven en opnieuw kijken. Daar begint het vertellen van een verhaal voor mij. Ineens komen er nieuwe perspectieven, nieuwe werkelijkheden, nieuwe horizonnen tevoorschijn. Als ik die laag te pakken krijg, en ik merk dat ik mezelf kan verrassen, is mijn hele dag goed.’

De houdbaarheid van eeuwige roem (4) door Hetty Kleinloog

Vondel heeft een park, PC Hooft een straat , Erasmus een brug en ik een stofzuiger.
Je hoort mij niet klagen, ieder z’n plek, ik weet het. Wacht maar tot ik dood ben, luidt de geestige titel van een autobiografie van Annie MG Schmidt, en zo voelt het wel een beetje. Of niet. Hoe belangrijk is succes en eeuwige roem nou eigenlijk echt?

Toen ik in 2001 schrijfauditie deed voor de soap Onderweg naar Morgen en het erop leek dat ik aangenomen zou worden, was ik helemaal hieperdepieper. Voor televisie schrijven!  Tv, dat was een andere wereld, als je dat toch eens kon bereiken!
Ik werd aangenomen en al na drie maanden had het schrijven voor televisie zijn magische glans verloren en was het gewoon een leuke baan.
Inmiddels heb ik al voor veel televisieseries geschreven, zat ik negen jaar in de kerngroep van prijzenwinnend Spangas, heb ik onlangs met Dick van de Heuvel een ‘eigen’ serie, Kameleon, geschreven.  In de ogen van anderen zie ik soms dat dit bijzonder is. Zelf voel ik dat niet meer.  Anderen zien je als succesvol. Voor mezelf blijf ik onveranderlijk de aanmodderende, perfectionistische, het-kan-beter ik.

In de spiegel zie ik geen cv.

Dat is geen valse bescheidenheid en ik ben ook niet blasé. Ik ben erachter gekomen dat geluk om succes gewoon niet zo duurzaam is.  Een uur jubelen, een paar dagen blij zijn en na een week is het gevoel nauwelijks nog op te roepen.  Soms probeer ik  euforie te reanimeren door drie keer een mail met een compliment te herlezen.  De vierde keer voel je je als een kind die een wandelende tak in een potje niet in leven weet te houden.Dat is niet erg, behalve als een wandelende tak alles is wat je hebt

Als ik schrijf voel ik me happy, zelfs als ik wanhopig worstel. Op mijn website schreef ik jaren geleden:  “Dialogen, strips, liedjes, speeches, kattenbelletjes, brieven… Elke keer weer vinden woorden mij als ik ze zoek. Ik weeg, proef, voel en pieker. En dan staat er een tekst die weergeeft wat ik bedoel. Het schrijfproces brengt mij elke keer weer een diep gevoel van geluk en verbazing.”

Dat ervaar ik nog steeds zo. Het is duurzamer dan applaus en elk moment van de dag oproepbaar

Wat ik als oudblonde schijfster van bijna 60 adviseer aan wie het mij vraagt (is nog nooit gebeurd, dus ik dring het bij deze op):

Schrijf niet omdat je denkt dat ‘iets het goed zal doen’.  Ook niet om ‘iemand’ te zijn.  Als een goedkope batterij loop je in een mum van tijd leeg als je door complimenten bent opgeladen.  Schrijf omdat het moet. Van jezelf en van niemand anders. En omdat je het jezelf gunt.

Ik heb geen park, straat of brug en die zal ik naar alle waarschijnlijkheid ook niet krijgen. Ik heb plezier in het schrijven en het vermogen om van mensen te houden. En, natuurlijk heb ik een stofzuiger die naar mij genoemd is: de Hetty.

Over Hetty Kleinloog

Foto door: Hadewych Veys

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONM, Lotte, Spangas, Malaika, Tita Tovenaar, GTST, De Spa en Kameleon. Daarnaast schrijft Hetty liedteksten voor diverse muziektheatervoorstellingen en heeft ze plots en dialogen geschreven voor Jan, Jans & de kinderen. Volle bloei is haar romandebuut.

 

 

Deel dit niet (3) door Hetty Kleinloog

Die spoort niet

Soms blijf ik haken bij een woord of zin. Ik denk dat een schrijver dat eerder heeft dan een normaal mens. Wij schrijvers vormen beelden bij flarden tekst die als windvlagen zonder begin of eind langswaaien. Een paar opgevangen woorden op de markt of in de tram zetten ons aan tot piekeren of fantaseren.

Hetty en Rosetty

Ik had dat ooit bij ‘die spoort niet’.  Ik zag twee evenwijdige rails naar een onveranderlijk eindpunt. Wie wil in godsnaam wél sporen, peinsde ik.  Nooit afwijken, nooit van pad veranderen, altijd heen en weer tussen twee doelen, wie kiest daarvoor en sterker nog: wie veroordeelt of beschimpt een niet-sporend medemens?  Woeste oceanen bevaren, ronddolen in een woestijn, wilde hengsten de sporen geven, alles beter dan monotoon ‘sporen’ van kopstation tot kopstation.

Liefde deel je niet

Gisteren overkwam me weer zoiets. Ik bleef haken bij het woord ‘delen’.
Een bed deel je met je geliefde. Dat betekent dat je beiden de helft van het bed in beslag neemt.
Verdriet deel je en dan wordt het wat minder erg. ‘Gedeelde smart is halve smart.’
Bij de liefde delen is het al iets anders. Als je de liefde deelt krijg je niet allebei de helft, maar het dubbele.  Ik heb er ooit een liedje over geschreven, dat op muziek is gezet door Rosetty, de lievelingscomponiste van Andre Hazes:
Klik hier voor het liedje Liefde deel je niet (even naar beneden scrollen).

 

Zorgen delen, angsten delen,
kommer en verdriet,
Maar de liefde, maar de liefde,
liefde deel je niet.
Bedden delen, leven delen,
wanhoop, keer op keer.
Smart en leed, dat kun je delen,
liefde wordt juist meer.

 

Het voelt raar om mensen te vragen om mijn posts te delen.  Alsof er dan een half, kwart, een achtste aan informatie overblijft.
Maar goed, in de tijd dat ik hier nu zinloos over filosofeer had ik mijn blogs ook de wereld in kunnen gooien.

En kunnen vragen of mensen dat nieuws willen… Vermenigvuldigen.

Over Hetty Kleinloog

Foto door: Hadewych Veys

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONM, Lotte, Spangas, Malaika, Tita Tovenaar, GTST, De Spa en Kameleon. Daarnaast schrijft Hetty liedteksten voor diverse muziektheatervoorstellingen en heeft ze plots en dialogen geschreven voor Jan, Jans & de kinderen. Volle bloei is haar romandebuut.

 

 

Verboden woorden – Door René Appel

Er zijn woorden die je volgens mij als schrijver in een boek voor volwassen lezers nooit moet gebruiken. Hieronder volgen enkele zinnen waarin de betreffende woorden voorkomen. Voor het gemak zijn ze gecursiveerd:

  • Met grote stappen beende hij de kamer uit. (Je gebruikt toch ook niet ‘handen’ voor het werkwoord ‘pakken’?)
  • Ze plofte neer op de bank. (Hoezo ploffen? Misschien mag het in een boek voor meisjes van 12-15 jaar, maar elders niet.)
  • Langer dan een uur zaten ze gezellig te kletsen. (Waarschijnlijk op die bank waarop ze eerst waren neergeploft; de combinatie ‘gezellig’ en ‘kletsen’ bezorgt mij überhaupt koude rillingen.)
  • Hij smeet zijn kleren op de grond. (Hoezo smijten als je ook kunt gooien?).

Waarom zijn deze woorden verboden, waarom mogen ze niet? Daar is uiteraard geen objectieve reden voor. Ik vind ze simpelweg lelijk, niet-passend in literatuur en daarom storen ze mij als lezer. Ik weet het, als je bijvoorbeeld al twee keer achter elkaar het woord ‘lopen’ hebt gebruikt, is het verleidelijk om als er weer een personage zich op zijn voeten in een bepaalde richting voortbeweegt, ‘lopen’ te vermijden en te kiezen voor ‘benen’. Maar lelijk blijft het.

Wat ik ook lelijk vind (minstens zo subjectief) is het gebruik van zeer versleten uitdrukkingen. Als taalpolitie-agent verbied ik dus zinnen als:

  • Hij probeerde zijn beste beentje voor te zetten.
  • Ze was echt een huisje-boompje-beestje-vrouw.
  • Gelukkig kende gezelligheid geen tijd en we bestelden nog zo’n goudgele jongen met een witte kraag.

Proost!

Over René Appel

foto: Merlijn Doomernik

René Appel (1945) is auteur van misdaadromans en geldt als de godfather van de Nederlandstalige psychologische thriller. Vorig najaar vierde hij zijn 25 jarig jubileum als auteur en in die tijd heeft hij even zoveel boeken geschreven.

Onlangs verscheen van zijn hand De advocaat. René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie.

‘In mijn boeken moet het allemaal helemaal misgaan, het gaat van kwaad tot erger. Of zeg maar gerust: ergst, want er moet altijd minimaal één personage het loodje leggen.’

Neem mij en wel nu! (2) door Hetty Kleinloog

Een Eskimo kind dat fantastisch kan hoelahoepen

Alles is groen en wordt vast nog veel groener met al die regen. Ik staar uit het raam van mijn schrijfhuisje en kijk uit over de polders. De regen vormt stroompjes op het vensterglas, vette druppels ketsen cirkels in de sloot en ik negeer het geluid van een moed-ontnemende lekkage.

Stel nou, denk ik somber, stel nou – in het hypothetische geval – dat mijn roman briljant is, hoe komen lezers dat dan te weten? Misschien ben ik wel als een Eskimo kind dat fantastisch kan hoelahoepen. Of als een potentieel briljante garnalenpelster in Zwitserland? Wat heb je aan talent als niemand het merkt?

Ik heb een fijne uitgever, Marmer, dat mag gezegd worden, en zij doen veel voor me. Het is een uitgever die binnen een dag terugmailt en overlegt over de boekomslag die speciaal voor Volle Bloei ontworpen is. Die enthousiast papier laat voelen als ik bij ze op kantoor ben en de beste redacteur aan me koppelt. Er is een publiciteitsplan dat vertrouwen wekt en Marmer heeft een goede naam bij boekhandels.
Maar toch… Ik moet het ook zelf doen. En dat valt niet mee.

‘Dit is góeóed.’

Foto door: Hadewych Veys

Omdat ik in de zestig jaar dat ik leef betrekkelijk weinig bonje heb gemaakt, veel les heb gegeven, theatervoorstellingen heb geschreven en geregisseerd, in leuke teams heb gewerkt en een tijd een hond heb gehad, ken ik veel mensen.  Een netwerk blijkt belangrijk. Zo zijn er dankzij dit netwerk inmiddels twee fijne quotes over Volle Bloei: ‘Een ontroerende en hilarische ode aan het leven en de vriendschap’ (Dieuwertje Blok), en ‘Een verrassend en goed lopend verhaal dat heel erg beeldend geschreven is, erg genoten van dit boek’ (Sara Kroos).

Dat ik dit in dit blog vermeld, is niet toevallig. Ik doe het omdat ik zo nóóit over mezelf en mijn boek zou schrijven, maar wel wil dat mensen het weten.  Ik doe dus eigenlijk net alsof ik niet opschep, maar stiekem doe ik dat wel. ‘Dieuwertje en Sara zeggen dat mijn boek goed is en goh ja, andere vóór-lezers en de redacteur eigenlijk ook.  Eigenlijk iedereen wel. Ja, ik zou dat zelf nooit willen beweren, maar als een ánder…, ja, dan zal het wel waar zijn. Ja toch, niet dan?’

Pff, hoe moeilijk is het om voor jezelf reclame te maken. Voor een collega schrijver loop ik desnoods met een sandwichbord door de Kalverstraat, maar mezelf in de verkoop gooien…? Hoe moet ik me dat voorstellen? In een boekwinkel op de loer liggen en plotseling opduiken als een klant met een boek in de hand staat te aarzelen, en roepen: ‘Neem mij en wel nu?!’  Of op verjaardagen met iedereen aan de praat raken, elke gesprekspartner diep in de ogen kijken en vertrouwelijk toefluisteren, terwijl ik Volle Bloei quasi nonchalant onder zijn of haar neus duw: ‘Dit is góeóed.’
Ik zie het me allemaal niet doen.

De boot met potentieel eeuwige roem

Ik heb gehoord dat een boek binnen een maand door het publiek opgemerkt moet worden. Daarna is de boot met potentieel eeuwige roem voorbijgevaren om nimmer meer weer te keren. Hij doet geen andere havens aan, maar kiept zijn lading op volle zee overboord.  Moment gemist.
Daarom heb ik me voorgenomen, dat ik het van mezelf één maand voor verschijning en één maand na verschijning (8 juni!) van mijn roman mag.  Twee maanden onbeschaamd opscheppen en aanprijzen.
Oké, vooruit met de geit. Ik recht mijn rug en schraap mijn keel. Daar komt ie dan:

Volle Bloei is een humoristische en ontroerende roman. Een pep-pil voor ieder die van lezen houdt en graag een goed boek cadeau doet.
Neem mij, en wel nu!

Zo, poeh, poeh, was dat nou zo moeilijk?

Over Hetty Kleinloog

Foto door: Hadewych Veys

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONM, Lotte, Spangas, Malaika, Tita Tovenaar, GTST, De Spa en Kameleon. Daarnaast schrijft Hetty liedteksten voor diverse muziektheatervoorstellingen en heeft ze plots en dialogen geschreven voor Jan, Jans & de kinderen. Volle bloei is haar romandebuut.