Boekentips van Kathy Mathys

‘Is the time coming when I can endure to read my own writing in print without blushing – shivering and wishing to take cover?’ schreef Virginia Woolf in ‘A Writer’s Diary‘ dat ik afgelopen zomer las. Woolf is niet de enige die ervan gruwde om haar eigen woorden te herlezen. Schaamte, angst, ergernis: het zijn slechts enkele van de emoties die schrijvers overvallen wanneer ze hun werk in gedrukte vorm zien staan. Het boek van Woolf vergezelde mij op vakantie naar Frankrijk, ik heb het nog steeds niet uit, af en toe lees ik een stukje. Wat ik eruit haal? Steun. Troost. Zelfs de grote Woolf heeft dagen waarop ze maar niet stil kan blijven zitten op haar stoel. Zelfs zij is jaloers op collega’s die meer aandacht krijgen. Inspiratie, ook  die vind ik bij Woolf. Ze adviseert de aankomende schrijver om altijd te schrijven, zelfs wanneer hij niet met een concreet product bezig is. Het is een goede oefening om een dagboek bij te houden, vindt ze.

Woolf heeft het ook over wat wandelen voor haar schrijfproces betekent. De plot van haar verhalen ontstaat tijdens haar voettochten. Haar geest is vrijer, soepeler wanneer ook haar lichaam in beweging is.

Ik kan maar niet genoeg krijgen van boeken over het schrijfproces van anderen. Daarom las ik onlangs ook de biografie van John Williams. Misschien heb je zijn boek ‘Stoner‘ wel gelezen. Het werd een bestseller in Nederland en Vlaanderen. Tijdens zijn leven had Williams weinig succes. Hij deed vreselijk veel moeite om belangstelling te wekken bij uitgevers. Die vonden zijn werk niet commercieel genoeg. In ‘John Williams: De man die de perfecte roman schreef‘ van Charles J. Shields komen we niet heel dicht bij Williams. Net als de literatuurprofessor uit ‘Stoner’ blijft hij enigszins een vreemde. Toch schetst de biograaf een levendig beeld van de wereld waarin Williams leefde. De auteur van ‘Stoner’ combineerde zijn schrijverschap met lesgeven, hij doceerde aan de universiteit van Denver.

We komen te weten  dat Williams een echte planner was. Hij dacht zijn boeken volledig uit voor hij ze begon te schrijven. Hij was ook een fervent voorstander van research. Voor zijn roman ‘Augustus’ trok hij maandenlang naar het Middellandse Zeegebied. Hij wou er de geur van de aarde opsnuiven, dat zou hem helpen bij zijn roman over de beroemde Romeinse keizer.

Experimenten waren niet aan John Williams besteed. In een interview uit 1964 zei hij wat hem wel interesseerde: ‘Ik schrijf over menselijke ervaringen om ze te kunnen begrijpen en mezelf daarmee tot enige eerlijkheid te dwingen.’

Williams schreef niet autobiografisch, al gebruikte hij uiteraard elementen uit zijn leven, vooral in ‘Stoner’. Hij wilde een mens neerzetten, ingewikkelde verhaallijnen lagen hem niet. Dit zei hij daarover: ‘Neem een willekeurige man, (…) bestudeer hem zorgvuldig… Neem hem als uitgangspunt, breng hem met enige verbeelding en genegenheid op smaak – en je hebt een roman.’

Zo simpel kan het zijn. Of niet. Ontdek het tijdens je wandelingen of al schrijvend in je dagboek.

Over de auteur

Kathy Mathys is schrijfster en literair journalist voor De Standaard, en docent aan de Schrijversacademie. In 2015 verscheen haar boek ‘Smaak. Een bitterzoete verkenning‘. In februari verschijnt haar eerste roman ‘Verdwaaltijd’.

Van Aspirant naar Debutant (2) door Alice Fokkelman

In april ligt mijn thriller-debuut in de winkel. Hoe leuk is dat?
‘En hoe doe IK dat’, denk je wellicht. In een serie blogs neem ik je graag mee op mijn reis van aspirant naar debutant! Dit is het vervolg op mijn eerste blog.

‘Alice, goed bericht! We hebben je proposal uitgestuurd en meerdere uitgeverijen hebben je manuscript opgevraagd.’ Het stond er echt… Ik had al een paar keer mijn mail gecontroleerd voor nieuws van mijn literair agent en dit was het resultaat. Geweldig!
Het proposal bevatte de synopsis van het verhaal, korte beschrijvingen van de personages en van alle hoofdstukken. En een kleine bio over mijzelf, ‘de auteur’.
Het manuscript was een eerste versie, dat vermeldden we erbij.

Het grote wachten begon. Eerst kwamen de afwijzingen. Een uitgever vond het verhaal te heftig. Een ander vond het wel potentie hebben, maar niet in deze versie. Een latere versie mocht ik alsnog sturen, indien ik wilde. Gelukkig ontving ik ook uitnodigingen van uitgevers om kennis te maken.
Met de redactrice van Xander uitgevers had ik de beste klik, vond ik. Zij had mijn verhaal weergegeven in een verslag en ik zag dat ze het helemaal ‘begreep’. We praatten tijdens de kennismaking over de inhoud van het verhaal en wat het nog beter zou maken. Met haar wilde ik het boek afmaken, dat voelde ik. Maar was dat wederzijds? Opnieuw moest ik wachten, nu of haar uitgeverij een aanbod zou doen.

Dat deden ze. Nadat mijn agent en de uitgever klaar waren met onderhandelen over een paar details, tekenden we een contract, met bubbels erbij! Alle partijen blij met elkaar.

Ik liep weg van de ondertekening en stapte direct, nog gemotiveerder dan ik al was, weer achter mijn bureau om van mijn verhaal de beste versie te maken. Ik blijf mijn best doen om ieder hoofdstuk, iedere zin, ieder woord op zijn allerbest weer te geven. Het verhaal is ‘af’ maar ‘There is always room for improvement’! Ik lees alles keer op keer kritisch door en kijk wat beter kan, of het volledig is of misschien te volledig. Ik heb zelfs een nieuw, spannender eind bedacht, nu pas!

Bij de uitgever zitten ze ook niet stil. De cover van het boek is al af en de aanbiedingstekst voor de folder van de uitgever is ook geschreven. In die folder komen alle boeken te staan die volgend seizoen uitkomen. Met de redactrice van de uitgeverij heb ik een planning gemaakt; wanneer ik mijn laatste versie van het manuscript inlever, wanneer zij leest, wanneer zij feedback zal geven, wanneer mijn laatste versie wordt verwacht. Die wordt dan nog gecheckt op feiten en grammatica en dergelijke, voor de proefdruk volgt.

De cover is geweldig! Die heeft het team van de uitgever gemaakt en als mogelijke cover aan mij gepresenteerd. Ik hoefde niet eens de alternatieven te zien, want hij is beter dan ik ooit zelf had kunnen bedenken. Als ik het boek zelf zo zou zien liggen in de boekhandel, zou ik het zeker oppakken!
Ook hebben we een nieuwe titel aan het boek gegeven. De titel die ik zelf had bedacht; ‘Ongewenst gedrag’ vond de uitgeverij meer iets voor een HR-handleiding dan voor een thriller, en ik geef ze groot gelijk. De nieuwe (nog geheime) titel prikkelt, is persoonlijker en maakt nieuwsgierig…

Zijn jullie ook al nieuwsgierig?

Ik houd jullie op de hoogte!

Over de auteur:

Alice Fokkelman studeerde Engels en Nederlands aan de lerarenopleiding. In 2003 begon ze met het schrijven van korte verhalen, die lovende recensies ontvingen. Rond april 2018 komt haar thriller debuut uit bij Xander uitgevers.
Alice combineert het schrijven met een baan als Corporate Communicatie Manager.

De kleine cliffhanger – René Appel

Er hangt een man… nee, deze keer is het een vrouw aan de rand van een klif. Krampachtig houdt ze vast aan de scherpe rand van de rots, niet bij machte zich naar boven te werken. Valt ze in de diepte van het ravijn of zal ze nog worden gered? Volgende scène op een andere plaats, met andere mensen. De lezer wordt in het ongewisse gelaten over het lot van de vrouw. Een typische cliffhanger, een spanningverhogend element dat lezers ertoe aanzet om door te lezen. Ze willen immers weten wat het lot van de vrouw is.

Dit is een voorbeeld van wat ik een grote cliffhanger noem, omdat de scène van het grootste belang is voor de verdere ontwikkeling van het verhaal. Er zijn echter ook kleine cliffhangers te onderscheiden, die niet direct het effect hebben van hun grote broer, maar wel spanningsverhogend werken. Ik zal twee voorbeelden geven uit de eerste roman van Elizabeth Strout, Amy and Isabelle, over de problematische relatie tussen Isabelle en haar zestienjarige dochter Amy (Lees van Elizabeth Strout overigens vooral het geweldige Olive Kitteridge, waar ook een tv-serie van is gemaakt met in de hoofdrol Frances McDormand, vooral bekend als de politievrouw uit Fargo).

Amy krijgt een telefoontje van haar vriendin Stacy, dat half en half wordt afgeluisterd door haar moeder. Op een gegeven moment zegt Amy: ‘Nee, ik heb het haar nog niet verteld.’ En dat is het. De lezer vermoedt dat ‘haar’ slaat op Isabelle, maar wat ‘het’ is, blijft vooralsnog een raadsel, dat enkele pagina’s later trouwens wordt opgelost (Stacy, ook 16 jaar) is zwanger.

Iets verderop in het boek staat de volgende passage als Amy een vlek ziet op een raam. ‘Maar voor Amy was de vlek een herinnering, een soort pijnlijke vriend, want in Amy’s herinnering was hij afgelopen winter verschenen, in januari, de avond voor ze mr. Robertson ontmoette.’ Hierna volgt een regel wit, en de volgende alinea begint met ‘Ze had het niet leuk gevonden om naar school te gaan…’ De lezer vermoedt dat er met die mr. Robertson iets aan de hand is, maar de schrijver wacht enkele pagina’s voor ze aan die nieuwsgierigheid tegemoet komt.

Zomaar twee voorbeelden van kleine cliffhangers, een stukje ‘gereedschap’ waar elke schrijver baat bij kan hebben.

Heb jij een brandende vraag voor René Appel? 25 november kan je hem stellen op de studiedag van de Schrijversacademie. Klik hier voor meer info over de studiedag.

Over de auteur:

René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie. René Appels eerste misdaadroman werd

gepubliceerd in 1987, Handicap. Daarna verschenen nog veel andere romans en korte verhalen. Vele malen werd een boek van hem genomineerd voor de Gouden strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek, en twee keer werd een boek bekroond: De derde persoon in 1991 en Zinloos geweld in 2001. Schone handen werd in 2015 succesvol verfilmd met in de hoofdrollen Thekla Reuten en Jeroen van Koningsbrugge. René Appel is ook de auteur van Spannende verhalen schrijven, over de wijze waarop schrijvers spanning kunnen aanbrengen in hun verhaal. Onlangs verscheen van hem Joyride en andere spannende verhalen 

 

 

Vakantiepret in het Oostblok – Manna Mulder

Vlak voor de zomervakantie beëindigde Manna Mulder de module Romans en korte verhalen bij Emile Hollman (Boek: Zilver en Antraciet). Op een terras bij Bäckerei Emill Reimann in Dresden wordt zij aan hem herinnerd.

Vakantiepret in het Oostblok

Na een hoop gehakketak waren we er uit:  Paardrijden in Tsjechië .

Op naar de Oostblok, waar ‘mama vroeger graag naar toe ging.’  Odé, de oudste dochter, en de tweeling Enzo, en Jodé, respectievelijk zoon en dochter, en Rudi het hondje. Vader hield het voor gezien na dertig jaar vakantie, auto in-en uitpakken. Vader ging lekker thuis vakantie vieren, en werken.

Na het passeren van de Tsjechische grens trokken alle denkbare wolken samen en stortte zich leeg boven het land. Wij reden stug door, op weg naar de eerste halteplek, het buitenverblijf van mijn vriendin sinds éénenveertig jaar. Wij hadden elkaar lang niet gezien. Onderweg ontvingen wij een sms dat haar wc het begeven had, we konden onze boodschap achterlaten in een Tsjechische Dixie, op het centrale dorpsplein, maar wel vóór 19 uur.

Te laat.

Bij haar aangekomen werd ons verblijf opgevrolijkt door naast een niet werkende wc ook een niet werkende kraan en verlichting via stekkerblok naar stekkerblok. De tand des tijds had niet alleen aan ons geknaagd maar ook aan het huisje. Desalniettemin was het verblijf fijn. Het uitzicht op het stuwmeer prachtig, en de lucht trok in de volgende dagen open.

De volgende stop was de paardenboerderij, een tóp plek van een Nederlands echtpaar dat negen jaar geleden hun eigen ‘Ik vertrek’ in de praktijk bracht. Een prachtige hoeve in Bohemen waar de kinderen hun hart ophaalden door de ene dag op Winny en de volgende dag op Sjonnie te rijden.

Zij stond in de bak ofwel in een zomers topje, of in een Unce upon a time in the west-kostuum. Niet als verkleedpartij, puur praktisch. Hij verzorgde vol liefde de ontbijtjes. De kinderen reden dat het aard had. Altijd met zijn drieën en soms met nog een onbekende erbij. Als kleine kinderen genoten ze van hun eigen ponykamp. Ze mochten zelfs de bossen in en zo zag ik ze in de verte verdwijnen, als cowboys, in een trage tred tussen de bomen door. Voor de laatste week had ik een mooi sanatorium ontdekt in Zuid Polen. En in tegenstelling tot mijn verwachting dat het oud zou zijn, was het spiksplinter nieuw.

Niet eens af zelfs.

We meldden ons bij de receptie en werden opgevangen door een alleen Pools sprekende receptioniste van een jaar of vijftig in hotpants, zwaar opgemaakt en met een te strak bloesje aan. Met handen en voeten verkregen wij de benodigde informatie.

Omdat wij met zijn vieren waren, hadden we twee kamers en moesten een verdeling aanbrengen wie met moeder op de kamer moest slapen. Na tossen werd het Enzo. Met een lang gezicht nam hij zijn intrek. Daarna daalden wij af naar de kelder om tot etenstijd van het zwemparadijs in het hotel gebruik te maken. Een langgerekt zwembad met zachte opgekrulde plastic tafelkleedbekleding en een zwarte vetrand langs de waterspiegel. Een bubbelbad dat de hele badruimte verlichtte samen met het licht dat door de glazen parterrevloer van het hotel scheen.

We badderden wat.

Om halfzes betraden wij het eetwalhalla. Tientallen mensen, overwegend boven de zeventig en Russisch, Pools of Duits, liepen af en aan langs het buffet en schepten hun borden torenhoog op.  Het was hilarisch. Wij aten niet alleen met onze mond, maar ook met onze ogen. Ik waande me in een Fellini-film.

Een gevoel van ‘oude tijden herleven’ overviel mij. En rust gaf het. Mijn kinderen dachten daar heel anders over. En na ons vertrek en een bezoek aan nog een Pools, vervallen, hotel hadden zij het wel gezien. We kortten de vakantie in en met ‘gierende banden’, zoals Odé het noemde, scheurden wij westwaarts, het Westblok in, op naar Dresden.

En daar zit ik dan, An der Frauenplatz, wachtend op mijn shoppende kinderen aan een kopje koffie.  Gadegeslagen door een strenge mus, naast de opdruk opmijn kopje, Emile Hollman. Lees ik het goed?Ik kijk nogmaals…Emill Reimann.

Over de auteur:

Manna heet ik, geboren midden jaren vijftig in deze hoofdstad uit een journalist als vader en een verpleegster als moeder. Inmiddels wees. Zelf moeder van een behoorlijk gezin, echtgenote. Ex-leerkracht. Reeds anderhalf jaar blije student aan deze opleiding bij de Schrijversacademie, met gelukkig nog een aantal modules in het verschiet! Schrijven geeft mij rust.

blogfoto-schrijversacademie-oktober-2016

Hoe doe je dat eigenlijk, schrijven? – Anne Ruhl

Hoe doe je dat eigenlijk, schrijven?

Ik heb ondervonden hoe het niet werkt.

SOG (schrijf ontwijkend gedrag)

Blinkend en streeploos schoon. Iedere keer wanneer ik tijd vrij maakte om te schrijven, werd mijn huis ineens heel schoon. De stofzuiger ging aan, alle keukenkastjes moesten beter ingedeeld worden en de badkamer kalkvrij maken leek van levensbelang. Na een tijdje zwoegen stond er nog geen letter op papier. De huishouddiva die zich had ontpopt, was mijn grootste schrijfvijand. Dit kon zo niet langer. In mei 2017 wilde ik mijn kinderboek met 30.000 woorden af hebben. Het leven van mevrouw Stip speelde zich af in mijn hoofd, maar kwam op deze manier nooit op papier. Van een schoon huis werd ik niet blij. De belevenissen van Stip en Roeltje stapelden zich op en iedere dag dat ik die niet opschreef werd ik gefrustreerder. Er waren drastischere maatregelen nodig.

Daar kwamen een strak schema, een I.L. (ideale lezer) met zweep en een woordentellend-programma op internet bij kijken.

Hoe ik wel los ging met de verhalen:

Strak schema

Mijn nieuwe indeling hield in dat ik op maandag- en dinsdagavond moest schrijven. Na mijn werk, tussen het koken en de hond uitlaten door. Op vrijdag een hele dag schrijven en op zaterdag en zondag een dagdeel. De stofzuiger mocht alleen maar komen kijken als je de vloer echt niet meer kon zien en de hond -het arme beest- moest zijn plasje ophouden.

I.L.

Tijdens de kinderboekenspecialisatie die ik volgde bij Jowi Schmitz mochten we allemaal werken aan ons eigen verhaal. Stephen King geeft als tip om je ideale lezer voor je te zien als je schrijft. Als ik een verhaaltje af had, stuurde ik een geprinte versie op aan Nicole, mijn fantastische I.L. Zij was heel erg enthousiast en overtuigd dat het goede verhalen waren en ze kwam met leuke aanpassingen en met verbeteringen.

Vorderingen bijhouden

Met mijn nieuw bedachte schema had ik het plan om elke week zeker twee hoofdstukken te schrijven en op Pacemaker had ik mijn doel om 30.000 woorden af te hebben in mei ingevoerd. Ik ging hard aan het werk met mevrouw Stip en Roeltje. Iedere keer als ik een gebeurtenis bedacht, schreef ik dat op een klein gekleurd papiertje en plakte ik het boven m’n bureau. Het uitwerken ervan deed ik tijdens mijn ma-di-vr-za-zo-regime.

Gek genoeg kwamen er steeds meer mensen in mijn verhalen bij. Of ik wilde of niet, ze drongen zich op. Ik was gestart met keurige mevrouw Stip en haar chaotische zus Roeltje. Maar al snel kwam Frederik erbij, de zoon van mevrouw Stip. Niet als baby, gewoon meteen een jongetje van zeven. Dat kan als je schrijft. Een moeilijke oma en een veel te charmante man erbij, klaar.

Het begin van het eind

Een van de opdrachten was dat je tien verschillende eindes aan je verhaal moest bedenken en ik heb daar vier versies van uitgewerkt. Het beste eind had ik dus al geschreven voordat de rest van het boek klaar was. Ik had wel losse verhalen, maar nog geen grote lijn. Doordat het einde klaar was, kon ik met meer focus aan de ontbrekende stukken werken. Er moest wel spanning komen, mensen moeten je boek wel uit willen lezen. Ik bedacht dat er aan het eind een grote schoonmaakwedstrijd plaatsvindt. En er moest een man in komen met foute bedoelingen. Het hele boek werkt mevrouw Stip aan haar uitvindingen voor de wedstrijd en als ze zeker weet dat ze gaat winnen, loopt alles in de soep. Zonder nog te veel te verklappen.

mijn vorderingen in februari

 

 

 

 

Over de auteur:

Anne Ruhl woont in Haarlem met haar man en Italiaans windhondje. Als ontspanning leert ze Scandinavische talen. Op vakantie neemt ze uit ieder land een bijzondere theedoek mee die ze vervolgens nooit gebruikt, maar wel ophangt om mooi te zijn. In het najaar van 2015 startte ze met de Schrijversacademie om naast haar werk als leerkracht haar talenten verder te ontwikkelen. Op dit moment is ze druk bezig met het schrijven van haar eerste boek. Mevrouw Stip en Roeltje zal in januari 2018 uitkomen bij Buddy Books.

 

Aan de slag als auteur – Willie Lek

Als zélfs de weergoden goed gezind zijn, moet het vandaag een geweldige dag worden, mijmer ik in de trein, terwijl in de lome ochtendmist koeien en kalveren voorbij razen en grazen.

In Utrecht loop ik richting de Dom, makkelijk zat, die torent overal boven uit. Mariaplaats 14, daar moet ik zijn. Ik had het adres thuis gegoogeld, maar in het echt geloof ik mijn ogen niet. Komt het door de stadse stilte in dit vroege uur of gewoon door de kleur van de herfst, dat ik een beetje beduusd ben? Is het in dít het pand waar ik vandaag luister, leer en vragen kan stellen? Wauh.

Natuurlijk, een pand met cachet garandeert niet dat ik ook werkelijk iets opsteek. Dat de koffie van goede kwaliteit is, de spritsen naar roomboter smaken, de stapel vegetarische broodjes zijn weerga niet kent, de kroonluchters sprankelen, de fauteuils uit Engelse bibliotheken zijn gehaald, de boekenkasten tot een immens hoog plafond rijken: dat wil, nogmaals, allemaal niets zeggen over de inhoud van deze dag.
Totdat ik luisterde naar de aanstekelijke zinnen van Roos Schlikker, met een ondertoon die er niet om loog.

Er was een interview met Jaap Robben. Ooit kocht ik een van zijn eerste bundels, Zullen we een bos beginnen’, toen hij in 2008, tussen gordijnen in een Amsterdamse huiskamer, optrad. Een recensent van de Volkskrant schreef destijds: ‘Nieuwkomer Jaap Robben stelt van die prikkelende vragen die kinderlijk concreet en filosofisch tegelijk zijn. (…) Deze jonge dichter belooft wel wat, maar is er nog niet.’ Nu is hij een gevierd schrijver, zijn innemendheid is gebleven.
Ik volgde twee masterclasses. Hieke Jans, scenarioschrijfster, boeide een uur lang. GTST, zomaar een soap? Het woord ‘research’ werd met hoofdletters uitgesproken.
Remco Volkers vertelde in zachte, bedekte termen hoe we ons product kunnen ‘pitchen’.
‘Kun je een pitch bedenken voor het verhaal van Roodkapje?’

‘Hoe een ruikertje bloemen leidde tot een moordzaak’, misschien?
Ten slotte een paneldiscussie: een uitgever, een boekinkoper, de literair agent. Niet zoveel nieuws onder de kroonluchters: ga naar een boekenwinkel, koop weinig van de boekentoptien, schrijf secuur, lees breed, luister naar je uitgever en maak netwerken. Wel leuk om Grote Namen in het echt te zien. Terug in de trein zag ik weer de koetjes en kalfjes. Gelukkig maar, want er kon niets meer bij in mijn verzadigde hoofd.

Over de Auteur:

Willie Lek is student aan de Schrijversacademie en start in oktober met de eerste module. Het schrijven zit in ’t bloed, haar moeder heeft haar de liefde voor taal meegegeven. Ze groeide op, was de jongste van acht kinderen, in een druk gezin. Natuurlijk kwam ze daar niet makkelijk aan het woord, dan was schrijven dé manier om te zeggen wat ze duidelijk wilde maken. Zo is het gekomen, door moeder en de ‘Benjamin’ zijn.

Nu, járen, járen later is schrijven, naast hobby, ook een manier om haar gedachten vorm te geven. Het is niet de eerste cursus die zij volgt, zij reisde een jaar naar Amsterdam en een schrijfweek op Terschelling leverde haar eerste (autobiografische) boek op, “Druppelsgewijs”, hoe het leven in een klein dorp, in de jaren ’50 druppelsgewijs veranderde.

Waarom nu naar de Schrijversacademie?

‘Omdat schrijven een voortdurend proces is, en ik behoefte heb aan collega’s, nieuwe inzichten, nieuwe ideeën. Gezocht in het woud van aanbieders, de Schrijversacademie leek (lijkt!) het best bij mij te passen.’


Om professioneel aan de slag te kunnen met schrijven organiseren we vier keer per jaar een studiedag met masterclasses van mensen uit de schrijverswereld. Wil je ook een keer naar de studiedag komen? Klik dan hier.

Benieuwd naar de foto’s?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van Aspirant naar Debutant – Alice Fokkelman

In april ligt mijn thriller-debuut in de winkel. Hoe leuk is dat? ‘En hoe doe IK dat’, denk je wellicht. Ik neem je graag mee op mijn reis van aspirant naar debutant!

Schrijfdag

‘Maak kennis met een literair agent’. Het was een van de workshops tijdens de schrijfdag van de schrijversacademie. Leuk om te weten wat zo iemand doet, toch? Na de workshop sprak ik de agent en ze vroeg me of ik schrijf.
‘Ik schreef’ was mijn eerlijke antwoord. Jaren daarvoor was ik, naar aanleiding van een serie prijswinnende korte verhalen, benaderd door een uitgever voor het schrijven van een roman maar het ‘echte’ leven met mijn baan en gezin slokte me op. Het enige dat ik nog schreef waren artikelen voor mijn werk en boodschappenlijstjes thuis.

‘Heb je wel een idee voor een roman?’ vroeg de agent. Ik vertelde haar dat ik eigenlijk al mijn halve leven met een idee rondloop, gebaseerd op mijn eigen leven. Want; schrijven doe ik het liefst over iets dat dicht bij me staat, dat wordt vaak ‘de innerlijke noodzaak’ genoemd: het verhaal moet verteld.

De Literair Agent

De agent was benieuwd. Ik stuurde haar die week nog een synopsis en eerste hoofdstuk. Beide schreef ik de avond na de schrijfdag. Mijn man vroeg me wat ik aan het doen was. ‘Oh, ik schrijf een boek’ was mijn antwoord, waarop hij verbaasd uitriep dat hij niet wist dat ik weer aan het schrijven was. ‘Ja eh… ik geloof het wel’ , zei ik dus maar, en typte verder. Ik stuurde het op en wachtte af. Heel kort, want ik kreeg meteen een reactie. Of ik langs wilde komen. Dat was het begin van het schrijfproces dat geleid heeft tot een manuscript en binnenkort een boek zal zijn, dat rond april 2018 in de winkel ligt.

Iedere zes weken stuurde ik wat ik geschreven had naar mijn agent en vervolgens ging ik langs en bespraken we de ontwikkelingen. Die deadlines waren op mijn eigen verzoek. Ik vind het prettig om enigszins onder druk te werken, anders is het ’s avonds al snel; ‘Hallo Netflix…’

Mijn agent had een heel goed beeld bij mijn verhaal en haar op- en aanmerkingen hebben het verhaal zeker verbeterd. Daarnaast vond ik het ook gewoon leuk om met iemand over de personages, die verder alleen in mijn hoofd leefden, te kunnen praten.

Ging het dus allemaal alleen maar als een zonnetje? Nee…
Ik was gewend korte verhalen te schrijven, zo rond de 1500 woorden. Eén verhaallijn. Daarbij is de kunst zoveel mogelijk te zeggen in weinig woorden. Schrappen dus. Bij deze roman moest ik me richten op zo’n 50.000 woorden, verschillende verhaallijnen, flashbacks… Ik vond het lastig. Hoe houd ik overzicht? Hoe krijg ik alles bij elkaar?
Ik werkte met uitgewerkte karakterschetsen voor al mijn personages. Ik interviewde ze zelfs om ze beter te leren kennen. Dat staat niet allemaal in het verhaal, maar het sijpelt er wel in door.
Zo kreeg ieder personage een eigen stem. Hoe ik ze een dak boven hun hoofd gaf bij een uitgever lees je in mijn volgende blog!

Over de auteur

Alice Fokkelman studeerde Engels en Nederlands aan de lerarenopleiding. In 2003 begon ze met het schrijven van korte verhalen, die lovende recensies ontvingen. Rond april 2018 komt haar thriller debuut uit bij Xander uitgevers. Alice combineert het schrijven met een baan als Corporate Communicatie Manager.

 

 

 

 

 

 

Ultiem geluk : schrijfdocent Peter van Beek

Ik ben verslaafd aan autorijden in mijn klassieke Volvo P121, ook wel Amazon genoemd. De Volvo uit 1968 is inmiddels een dame van bijna vijftig jaar oud. Ze oogt echter nog altijd strak.  Dat vraagt technisch en cosmetisch onderhoud. Gelukkig helpt de reiAfbeeldingsresultaat voor Volvo P 121 donkerblauwskostenvergoeding van de Schrijversacademie om de auto in goede staat op de weg te houden. Ik rijd voor de Schrijversacademie immers het hele land door.

De Amazon staat regelmatig te pronken in de Kerkstraat in Den Haag, in een parkeergarage op Zeeburg in Amsterdam of op de parkeerplaats van het Dominikanerklooster in Zwolle. Ook Groningen, Rotterdam en Utrecht  bezoek ik regelmatig om les te geven. Soms heb ik een ochtendsessie in Utrecht en rijd ik daarna door naar Groningen. Dat zijn de mooiste dagen van mijn leven. Op zo’n dag toer ik een gelukzalige 500 km.

Alles bij elkaar tuf ik meer dan 10.000 km per jaar voor de Schrijversacademie. Ik doe dat graag, want ik vind niets aantrekkelijker dan in mijn Volvo rijden, behalve uiteraard het lesgeven aan de studenten van de Schrijversacademie. Dat is nog boeiender.  Ik ben een gezegend mens:  de Schrijversacademie zorgt ervoor dat mijn verslaving aan autorijden op peil blijft én vraagt mij overal in het land les te geven. Die combinatie is voor mij het ultieme geluk.

Over de Auteur

Schrijfdocent Peter van Beek (1958) heeft een ruime onderwijservaring in het voortgezet en hoger beroepsonderwijs. Daarnaast schreef hij vele interviews met auteurs en human-interest-artikelen voor de dag- en weekbladen. Voor de interviews maakte hij zelf de fotoportretten.

Peter van Beek heeft drie thrillers geschreven: Drift, Moordeiland en Zondvloed. In mei 2018 verschijnt zijn nieuwste boek: Slagzee.

Gewoon doen – Kamal Bergman

Gewoon doen.

Ik heb net op de knop publiceren gedrukt. Zwetende handen. Nog een laatste keer kijken. Is alles nu goed? Mijn boek, “Koppijn”, verhuist digitaal van het dashboard van Brave New Books naar www.bol.com. In feite hangt mijn boek in de digitale supermarkt van Albert Heijn. Als men op mijn boek zou klikken dan verschijnt deze in het winkelwagentje en als u dan ook nog betaalt fabriceert de drukker de omslag en inhoud van mijn boek. Zij sturen deze op en u ontvangt mijn kindje. Een mooi proces. Maar daar kom je niet zomaar.

Op zesentwintigjarige leeftijd verhuisde ik van uit het mooie Twente naar Amsterdam. Ik had een kamer overgenomen via een vriendin. Een kleine kamer. Mijn buurman, een beeldschone jonge Franse man. Aan de overkant een Surinaamse jongen en daarnaast de zus van diegene waar ik de kamer van overnam.

Aan het werk in de Watergraafsmeer, in een nieuwe kamer met een fles wijn naast me, een sigaret opgestoken en Rory Gallagher die zijn fijnste gitaarwerk van zijn leven door mijn boxen knalde.  Een heerlijk begin. Wist ik veel! Ik werkte aan een boek dat later Dramatica Destructivica ging heten. Een belachelijke naam natuurlijk. Ik gaf het boek uit via www.boekscout.nl. Dramatica zat vol met fouten, clichés en andere eigenaardigheden. (lees alleen de titel al) Toch heb ik er veel van geleerd.

Een maand of twee later werkte ik alweer aan mijn tweede boek “Koppijn”. Op een gegeven moment stopte ik. Ik was redelijk ver, maar mijn aandacht ging meer naar mijn toenmalige werk dan naar het boek. Ook mijn muzikale leven veranderde na de dood van mijn drummer. Ik werkte dus niet aan het boek.

Ergens in 2014 na de dood van een collega en vriend begon het weer te kriebelen. Ik schreef een kort verhaal over hem. Het moest eruit. Deze man had mij veel geleerd over taal, grammatica en spelling. Daarna ging ik verder. Nog een column en een blog. Ik pakte “Koppijn” weer op. Ik schreef er in een tuinhuisje een einde aan. Daarna liet ik het lezen door mijn moeder. Ze corrigeerde het de eerste keer. En nu doorpakken, dacht ik toen. En dat heb ik gedaan.

Op mijn 36e mocht ik beginnen aan de Schrijversacademie. De academie heeft veel voor mij betekend. De academie betekent nog steeds veel voor me. Via modules en opdrachten en de feedback van medestudenten leerde ik naar mijn eigen werk kijken. De literatuur die ik las van schrijvers over schrijvers bracht zowel verwarring en verbazing als hoop. Iedereen doet het anders en er zijn vele wegen die naar een boek leiden. Ik schreef en herschreef. Uiteindelijk heb ik via Carla de Jong redacteur Janine van der Kooij leren kennen. En toen ging het sneller.

Ik werd gefileerd. Leren 3.0, zou ik later tegen Janine zeggen. Met wat mails en manuscripten over en weer leerde ik dat ik nog meer moest herstellen, verplaatsen en corrigeren. Maar wat een leerproces. Niet normaal. Na de hulp en diensten van Janine heb ik het boek nog een keer na laten kijken door een vriend. Of ik bang ben voor recensies en feedback? Nee! Schrijven is leren tot aan je dood.

En nu, wacht ik totdat hij op www.bol.com verschijnt en ik kan klikken op de naam “Koppijn” en dat het boek dan in het winkelwagentje verschijnt.

Over de auteur:

Kamal Bergman is een Nederlandse schrijver van columns, blogs en korte verhalen, en hij is student aan de Schrijversacademie. Hij woont en werkt in Amsterdam. Naast schrijven is hij muzikant bij de band Soundpress en werkt hij in het sociaal domein. Op dit moment werkt hij aan een nieuw boek over twee totaal verschillende homoseksuele jongens, die gevangen zitten in oude tradities, geloofsovertuigingen en familiaire omstandigheden.

Storytelling – Een fantastisch middel

‘Ik hoefde mijn kinderen niet te straffen. Ik had een fantastisch middel: het verhaal,’ zei Jan Terlouw onlangs in een interview in het NRC. Terlouw vertelde zijn kinderen verhalen om hen te leren nadenken over morele kwesties en om hen te laten zien hoe belangrijk het is om de drijfveren van iemand te kennen.

Ook bij de opleiding Storytelling gebruiken we verhalen om mensen iets duidelijk te maken, maar dan op een zakelijk vlak, bijvoorbeeld om jezelf als ZZPer op de kaart te zetten, of om het belang van een verandering binnen je bedrijf kracht bij te zetten of om je werknemers met hun neuzen dezelfde kant op te laten wijzen. Eerlijkheid staat daarbij hoog in het vaandel. Voordat je daadwerkelijk gaat schrijven, zal je eerst inzicht moeten krijgen in je eigen drijfveren. Dat betekent met de billen bloot en dat is niet altijd makkelijk. Weerstand, uitstelgedrag, blokkades: het hoort er allemaal bij.

Als je de hobbel eenmaal genomen hebt, is ‘the sky the limit’.

Zo schreef een van mijn studenten in een motiveringsspeech voor haar medewerkers hoe zij zelf het enthousiasme in haar werk was kwijtgeraakt en hoe ze dat vervolgens had teruggevonden, een andere student schreef een thriller over het wateronderzoek dat haar bedrijf deed. En weer een ander combineerde haar eigen familiegeschiedenis met die van de buitenplaats waarvoor zij werkte en maakte daar een boekje van.

Terlouw heeft gelijk: verhalen zijn een fantastisch middel niet alleen om de drijfveren van anderen te leren kennen, maar ook die van jezelf. Want als je die kent, kan je een waarachtig verhaal creëren waarmee je mensen raakt en overtuigt.

Wil jij ook ontdekken hoe een je overtuigend verhaal dat blijft hangen kunt structureren voor elke behoefte van je bedrijf, en meteen beginnen met het toepassen van de theorie in de praktijk? klik hier De volgende startdatum van deze opleiding is in Utrecht: zaterdag 30 september 2017 met Manon Duintjer

Over de auteur:

Manon Duintjer (1969) was uitgever van de Rainbow Pockets, stelde als freelance redacteur verschillende verhalenbundels samen, waaronder Zij denkt dus zij bestaat en schreef voor het tijdschrift BOEK. In 2011 debuteerde zij met de roman De S-machine, en in 2016 bracht zij samen met Marlies Visser het filosofiespel Nomizo uit. Momenteel geeft zij les aan de Schrijversacademie en werkt zij aan haar tweede roman.

 

 

Kvinneteikbesleuk – René Appel

Kvinneteikbesleuk – Nee, dit is geen woord uit het Lets of uit het Quecha. Zo’n woord moet je ook niet alleen lezen, maar luidop laten klinken. Dan hoor je meteen dat het een directe, min of meer fonetische weergave is  van de volgende Nederlandse zin: Ik vind het eigenlijk best leuk. ‘Kvinneteikbesleuk’ is pure spreektaal zoals schrijvers die over het algemeen nooit in hun dialogen zullen gebruiken.*)

Hoe ver kunnen schrijvers gaan met het weergeven van spreektaalkenmerken (waarbij ik meteen benadruk dat die tegelijk vaak karakteristiek zijn voor non-standaard Nederlands)? In het tv-programma ‘De pennen zijn geslepen’ (waarin enkele bekende Nederlanders een thriller moesten schrijven) zei cursusleider Paul Sebes dat de taal in dialogen geen kenmerken van spreektaal mochten bevatten. Dat is natuurlijk onzin. De taal in dialogen mag niet gelijk zijn aan spreektaal, maar moet wel op spreektaal lijken. Anders krijgt de lezer keurige boekenzinnen voorgeschoteld in keurige schrijftaal. ‘Maar zo praten mensen helemaal niet’ denken lezers dan.

Hoe doet een schrijver dat en om welke spreektaalkenmerken gaat het? In het artikel ‘Algemeen Plat Nederlands’ (Schrijven Magazine, oktober 2011) ben ik hier al eens op ingegaan. Het betreft kenmerken op verschillende linguïstische niveaus: klanken (‘nou’ in plaats van ‘nu’), vervoegingen (‘hij heb’ voor ‘hij heeft’), woordkeuze (‘bek’ en niet ‘mond’).

Als het gaat om spreektaal dan zijn er ook heel andere zaken in het geding. Ik werd daar vooral met mijn neus op gedrukt door de analyses die ik heb gemaakt van het taalgebruik van zgn. Bekende Nederlanders voor het radioprogramma De Taalstaat in de rubriek TNA (elke zaterdag van 11.00 tot 13.00 uur op Radio 1). Enkele zaken die me zijn opgevallen:

  • Relatief nieuwe combinaties als ‘helemaal goed’, ‘een soort van’, ‘zeg maar’ (maar ook het bekende ‘ik bedoel’) worden vaak gebruikt, door sommige mensen heel vaak.
  • Hetzelfde geldt voor losse woorden als ‘eigenlijk’, ‘gewoon’ en ‘natuurlijk’, die qua betekenis in feite niets bijdragen aan de inhoud van de zin; het zijn zogenaamde stopwoorden, loze opvullers. Er zijn mensen die in vrijwel elke zin minstens één keer ‘gewoon’ gebruiken.
  • Heel veel mensen beginnen hun zinnen met ‘Nou,…’, ‘Nou ja,…’ ‘Kijk…’, ‘Ja, kijk…’, ‘Kijk ’s…’, ‘Ja, nee…’ of zelfs ‘Ja, nee, ja…’.

Het is niet aan te raden om als schrijver je dialogen te doorspekken met deze spreektaalkenmerken. Het is van belang om er spaarzaam gebruik van te maken. Wanneer wel en wanneer niet is niet eenvoudig te zeggen. Zelfs als geroutineerd schrijver en taalanalyst moet ik zeggen: kvinneteikbeswelmoelek.

*) Zie ook het boek van Jan Kuitenbrouwer Eik bes leuk (Thomas Rap, 2014), dat natuurlijk Eikbesleuk had moeten heten.

Over de auteur:

René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie. René Appels eerste misdaadroman werd gepubliceerd in 1987, Handicap. Daarna verschenen nog veel andere romans en korte verhalen. Vele malen werd een boek van hem genomineerd voor de Gouden strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek, en twee keer werd een boek bekroond: De derde persoon in 1991 en Zinloos geweld in 2001. Schone handen werd in 2015 succesvol verfilmd met in de hoofdrollen Thekla Reuten en Jeroen van Koningsbrugge. René Appel is ook de auteur van Spannende verhalen schrijven, over de wijze waarop schrijvers spanning kunnen aanbrengen in hun verhaal. Onlangs verscheen van hem Joyride en andere spannende verhalen

Het hoe van een schrijfgroep (3) De schrijfopdracht

over het reilen en zeilen van een schrijfgroep[1]

Hoe gaat het er nou aan toe in zo’n schrijfgroep met een schrijfopdracht die je op commando moet schrijven? Deze vraag krijg ik als schrijfdocent vaak. Het gaat meestal net als in elke andere situatie waarin je het eerste wat in je opkomt moet doen/roepen/antwoorden/schilderen. Maar wat de vraagstellers eigenlijk willen weten is of het ter plekke schrijven moeilijker of makkelijker is dan het thuis schrijven van een verhaal.

Er zijn veel mensen die in hun welverdiende zomervakantie – ver weg of dichtbij – nadenken wat ze nog eens zullen doen in hun leven als ze weer thuis zijn. Ben jij zo’n mens? Denk je dat je zeker iets wilt gaan doen met je schrijven, maar zie je op tegen het zomaar uit het niets moeten schrijven tijdens de bijeenkomsten met de groep? Nergens voor nodig! Natuurlijk is het gangbare beeld dat we hebben bij schrijvers dat ze in hun eentje op/in een zolderkamer/studio/tuinhuisje/Chateau St. Gerlach (A.F.Th. van der Heijden) hun meesterwerken zitten te schrijven.

Toegegeven: het is wat relaxter ‘scheppen’ als je er tijd, ruimte en stilte voor hebt.

Als je een schrijfopleiding volgt, heb je die tijd, ruimte en stilte dan ook in de 6-8 weken waarin je thuis aan je schrijfopdrachten werkt.
Als je volgende reis er eentje met de Schrijversacademie is, zul je de voordelen van het voor de vuist weg schrijven ontdekken.

In de bijeenkomsten vinden er verschillende vormen van live schrijven plaats. Het is niet zo dat je de ruimte binnenkomt en moet aanvallen op een leeg vel papier zonder enige bewegwijzering. In je vakantie ga je ook niet in het wilde weg ergens heen, want wie weet moet je dan eerst uren een verlaten industriegebied doorkruisen voordat je bij dat mooie panoramapunt komt. Al die actiemomenten worden ingeleid en begeleid. De docent is het kompas naar jouw true north.

Een paar praktische voorbeelden van hoe het er aan toegaat in de lessen:

  • free writing (vrij schrijven) is net als vrij zwemmen: het zwembad (pen en papier) en het water (je gedachten) zijn er, daarin ga je zwemmen (schrijven). Om in de stemming te komen is er meestal een warming up (je rek- en strekoefeningen voor het sporten). Dat kan een (door de docent geleide) fantasie-oefening zijn, gevolgd door kleine associatie-oefeningen. In de groep denk je een tijdje in stilte aan bijvoorbeeld vakantie, maakt vervolgens een lijstje met woorden die voor jou met vakantie te maken hebben en kiest er daar 1, 2 of 3 uit om mee verder te schrijven. Free writing duurt meestal 10 minuten en je schrijft aan één stuk door zonder je pen op te tillen. Behalve voor het volgende woord dan.
    Deze teksten zijn voor jezelf, je hoeft ze niet voor te lezen aan de groep, dus je koudwatervrees kun je hierbij thuis laten.
    Ga je nog op vakantie, dan kun je dit associëren alvast uitproberen zonder pen in een zwembad, zee of oceaan: op je rug drijven en je fantasie de vrije loop laten. Zo simpel is het.
  • vervolg op free writing: uit je tekst kies je één of meer zinnen die je aanspreken als je je tekst nog eens overleest. Daar schrijf je mee

    verder. Je vertelt verder over die bijzondere Portugese vakantieliefde of over de overheersende smaak van verse koriander in die knaloranje tajine in Marrakech. Deze tekst lees je voor aan de groep.

  • gericht schrijven: met behulp van docent, onderwerp, stijl en/of materiaal (zie foto geurpotjes) kom je eerst in de juiste schrijfstemming, je denkt dóór op dat bepaalde onderwerp en vervolgens schrijf je een tekst.

Dit spontaan schrijven in de les wordt ook wel ‘minimaxen’ genoemd. Je schrijft in een minimale tijd een tekst die het maximale voor die tijd is.Veel studenten waren na een paar keer minimaxen laaiend enthousiast: ‘Het is wat het is en meer kun je niet doen!’ Zij vonden het een openbaring zo ontspannen erop los te kunnen en mogen schrijven.

Wil jij ontdekken of jij ook een fan bent van minimaxen, kom dan bij mij een proefles volgen op zaterdag 26 augustus in de Centrale Bibliotheek van Den Haaghttp://bit.ly/2dQXEUI

Wordt vervolgd met Het hoe van een schrijfgroep (4) Het voorlezen

[1] Vrij naar Jan Brokken: Het hoe

over het schrijven van romans, verhalen en non-fictie

Over de auteur:

Dé Hogeweg is docent creatief schrijven en redacteur in Den Haag en omstreken. Bij Uitgeverij U2Pi/JouwBoek is zij hoofdredacteur. Zij geeft les bij de Schrijversacademie. Naast het geven van cursussen en workshops schrijft ze columns, korte verhalen en artikelen voor internetsites en bladen. Zij schrijft over alles wat op haar pad komt. In de zomer gaat het vaak over de Tour de France, in de winter over schaatsen. Regelmatig levert zij bijdragen aan de sites Het is Koers (wielrennen) en Bluesmagazine (concertverslagen).

 

‘Het mooiste van schrijven is van níets íets maken’

In het jaar 2000 verscheen haar verhalenbundel Strandstoelendans.De succesvolste oefeningen uit haar cursussen en workshops gaf zij in 2011 uit in het boek Oefeningen in creatief schrijven – voor beginners, gevorderden en schrijfdocenten.

 

 

Werken met sexy mannen – Jowi Schmitz

Wil je schrijver worden? Bereid je dan voor, want lezen wordt er werken van. Lezen wordt grazen naar mooie zinnen, wordt met een vergrootlas de opbouw bestuderen. Dat gaat vanzelf. Als ik lees ben ik net zo’n boemeltrein; maak ik net een beetje vaart sta ik alweer op de rem. Pak ik mijn schrift erbij, ga ik zinnen overschrijven.

Het is ook bunkeren: en eigenlijk is dat bijna ongepast, als je erover nadenkt: ik lees alles van één auteur. Achter elkaar. Op dit moment is dat Marian Keyes en die heeft nogal wat boeken op haar naam staan. Waar zij de afgelopen vijfentwintig jaar aan zwoegde, daar raas ik in luttele weken doorheen. Of nou ja, ik boemel er doorheen dus, maar toch. Gecondenseerde tijd.

Werk-lezen.

Marian Keyes wordt wel de grondlegger van de chicklit genoemd, maar wat ze vooral heel erg goed kan is verhaalstructuur. Ik lees het verhaal, noteer na afloop ‘de beats’. Ik noteer in krabbels wat er gebeurt per hoofdstuk (bijvoorbeeld ‘Misty, het mooie meisje’ of ‘Die leren broek die door vijf sexy mannen werd gedeeld’) en hou daarna mijn velletje tegen het licht. Om te kijken hoe ze het precies gedaan heeft. Ik haat het opschrijven van die beats, het voelt als huiswerk. Maar ik ben altijd blij met wat ik leer. Want als structuur een vlechtwerkje is, dan is Keyes topstyliste.

Bijkomend voordeel; chicklit is gemaakt om spannend te zijn, dus af en toe glij ik heerlijk mee in haar wereld vol vrouwen die met moeilijke zaken bezig zijn, maar dikwijls worden afgeleid door heerlijke sexy mannen. ‘Ben je nou alweer aan het lezen,’ zegt mijn vriend, als hij bij thuiskomst twee hongerige kindjes naast mijn bed ontdekt en mij erin, hoofd in een boek.

‘Ik wèrk,’ zeg ik dan beledigd.

Over de auteur:

Jowi Schmitz, docent aan de Schrijversacademie, schrijft voor volwassenen en kinderen. Ze debuteerde in 2005 met Leopold, een roman over een man die kip wordt. Daarna verschenen er non-fictie boeken, nog een roman, diverse kinderboeken en allerlei andersoortige teksten. Ze schreef ook voor de kinderpagina van NRC Handelsblad, en ze heeft al jaren een weblog jowischmitz.nl

In november 2016 verscheen Weg bij uitgeverij Hoogland en Van Klaveren. Weg gaat over een meisje dat wegloopt naar Barcelona om de vrijheid te veroveren.Het werd door de Volkskrant verkozen tot één van de beste YA romans van 2016, en is genomineerd voor de Dioraphte literatour prijs.

Vergelijkingen – René Appel

Wie zijn tekst beter of mooier wil maken door vergelijkingen te gebruiken, begeeft zich op glad ijs. Dat is op zichzelf uiteraard ook weer een vergelijking, die als vaste uitdrukking tot het Nederlandse idioom behoort. Om de beeldspraak verder door te trekken: wie zich op glad ijs begeeft, loopt het risico uit te glijden en lelijk ten val te komen.

Hieronder volgen enkele voorbeelden van wat mij betreft mislukte vergelijkingen, die er vooral op lijken te wijzen dat de auteur krampachtig heeft geprobeerd ‘mooi’ of ‘literair’ te schrijven:

  • De interessante conversatie ging daarbij door tussen Noor en de aangewaaide oom uit Nieuw-Zeeland die gespreksstof over had, zijn mond was zo vol als een worst die je uit kon knijpen.
  • De genetische oerkracht van het vaderschap vonkte in hem als een reusachtige bougie.
  • Mijn pick-up (auto, RA) kwam met horten en stoten tot leven, als een natte hond die zijn vacht uitschudt.
  • Daarboven een neus die ooit door een enorme kracht zo onherstelbaar scheef en plat was geslagen dat hij nu nog het meest leek op een gebruikt en weggegooid condoom.
  • Hij neemt een felle trek van zijn sigaret, een geluid als van een gierende windvlaag.
  • Een donkere broek sloot nauw om haar heupen en een witte blouse vloeide als room van haar af.

Een enkele vergelijking vinden sommige schrijvers niet genoeg.

Zij blijven doorassociëren en aan de beeldspraak lijkt geen eind te komen, zoals in  de volgende passage uit een Nederlandse roman: ‘Het was moeilijk om de richting te bepalen waaruit haar stem kwam, alsof het geluid aarzelde om mijn oren te betreden, liever pootje baadde of zelfs maar voelde: even een voet naar binnen stak, dan weer verdween om het ergens anders te proberen. Haar stem zwierf om me heen als een kouwelijk kind om een zwembad.’

De eventuele waardering voor vergelijkingen is natuurlijk volstrekt subjectief. Er zullen zeker mensen zijn die – in tegenstelling tot ik – het bovenstaande fragment prachtig vinden. Wat zie ik nu als een mooie vergelijking? Bijvoorbeeld de volgende uit Kind van de verzorgingsstaat van Rob van Essen: ‘Zoals een vis geen idee heeft van wat water is, had ik geen idee van de verzorgingsstaat.’ Waarom mooi? De ‘ik’ leeft in de verzorgingsstaat zonder het zich werkelijk te realiseren, net als een vis niet beseft dat hij in water zwemt. Tegelijk voelt de ‘ik’ zich in de verzorgingsstaat als een vis in het water.

Natuurlijk moet ik dit blog in stijl afsluiten: Beeldspraak gebruiken is als het aaien van een kat: hij kan tevreden gaan spinnen, maar net zo goed kan hij blazend uithalen met zijn nagels. Een treffende vergelijking? Ik twijfel.

 Over de auteur:

René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie. René Appels eerste misdaadroman werd gepubliceerd in 1987, Handicap. Daarna verschenen nog veel andere romans en korte verhalen. Vele malen werd een boek van hem genomineerd voor de Gouden strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek, en twee keer werd een boek bekroond: De derde persoon in 1991 en Zinloos geweld in 2001. Schone handen werd in 2015 succesvol verfilmd met in de hoofdrollen Thekla Reuten en Jeroen van Koningsbrugge. René Appel is ook de auteur van Spannende verhalen schrijven, over de wijze waarop schrijvers spanning kunnen aanbrengen in hun verhaal. Onlangs verscheen van hem Joyride en andere spannende verhalen 

 

Boekenliefde – Bibi de Kraa

Boekenliefde

Tijdens mijn dertigerscrisis wist ik niet goed wat ik wilde. Kinderyogajuf,  juf basisonderwijs of voedingsconsulent, verschillende opleidingen passeerden de revue.
Eén ding wist ik wél zeker, ooit zou ik mijn eigen kinderboek schrijven.

Op een dag zag ik een advertentie van de Schrijversacademie. Mijn stoffige schrijfgeest moest nodig uit de fles komen. Vol enthousiasme voegde ik de daad bij het woord en startte begin dit jaar met de opleiding.

Dagelijks lees ik een boek op mijn e-reader. De liefde van het lezen heb ik van mijn moeder meegekregen. Ik lees verschillende boeken van romans tot thrillers, ook een kinderboek op zijn tijd blijft leuk.

Toen ik klein was ging ik al met mijn moeder mee naar de bibliotheek. Later mocht ik ook zelf. Ik verslond boeken en had de meeste boeken uit de collectie al gelezen. Hierdoor kon ik best al goed lezen, dus moest ik op school op de gang zitten tijdens de leesles. Ik mocht mijn eigen boeken van mijn eigen niveau lezen zodat ik mij niet verveelde tijdens de les.

Ik las onder andere boeken van Annie M.G. Schmidt, Anke de Vries, Paul van Loon, Cok Grashoff (Floortje Bellefleur), Ann M. Martin (de Babysittersclub) en alle boeken waarvan de achterkant mij beviel.

Op mijn verjaardag kreeg ik van iedereen boeken. Vooral mijn oma was daar erg fanatiek in. Meestal waren dit spannende boeken van R.L. Stine (Kippenvel), Enid Blyton (De Vijf) en Carolyn Keene (Nancy Drew). Genoeg om te lezen.

In mijn pubertijd kreeg ik de behoefte om boeken te kópen. De bibliotheek vond ik ineens maar vies. Vaak kwam ik thuis met boeken met daarin vreemde vlekken, scheuren, ezelsoren en soms zelfs haren. Voortaan wilde ik mijn eigen boeken. Die roken lekker wanneer ik er doorheen bladerde. Mijn moeder deed nog wel eens een poging en nam boeken voor mij mee uit de bibliotheek, maar ik raakte ze niet meer aan tenzij er niets anders meer te lezen was.

Op een dag wilde mijn moeder, het stereotype digibeet en vaste bibliotheek bezoeker, een e-reader. Ik zette mijn weerzin opzij en gaf haar op Moederdag een e-reader cadeau.

Er zat zelfs een lampje op. Ze was zo blij als een kind.

Op vakantie nam zij de e-reader mee terwijl ik met twaalf boeken in mijn handbagage sjouwde. Ze werd zelfs lid van Facebook en meldde zich aan voor onder andere de pagina Thrillerlovers.

Ook al probeerde ze mij te overtuigen, ik kocht nog steeds mijn boeken en wilde in geen geval een e-reader. Totdat mijn moeder mij een e-reader cadeau gaf.

Eerst was ik beledigd en vond het zonde van haar geld. Het eerste half jaar deed ik er niets mee en kocht nog steeds mijn boeken in de winkel.

Langzaam raakte ik overtuigd van de gemakken van een e-reader. Minder sjouwen en er konden meer boeken mee op vakantie.

Nu, tijdens mijn dagelijkse treinreizen, zijn mijn e-reader en ik onafscheidelijk.

Samen met het Schrijven magazine en mijn gloednieuwe boeken van de Schrijversacademie is mijn e-reader ook nog eens een ideale dekmantel. Medereizigers denken dat ik lees, terwijl ik ondertussen inspiratie opdoe voor mijn huiswerk van de Schrijversacademie. Want personages en verhalen zijn er genoeg in de trein.

Ondanks de hechte band met mijn e-reader blijft mijn liefde voor een nieuw boek groter en puilt mijn boekenkast uit. Mijn bibliotheekboekenfobie heeft mij er niet van kunnen weerhouden te starten met de opleiding. Want door mijn enthousiaste en gemotiveerde docent , maakt het mij niet uit dat de plenaire bijeenkomsten plaatsvinden in de bibliotheek.

Boekentip:

B.A. Paris – Achter gesloten deuren (Literaire Thriller)
Het verhaal is van het begin tot het einde spannend en houdt de lezer geboeid. Dit is de eerste thriller van deze auteur, verschenen in oktober 2016.

Op 20 juni 2017 verscheen de tweede thriller van B.A. Paris – Gebroken.

 

 

 

 

 

 

De kunst van het schrijven- Anne Ruhl

Basismodule

Eindelijk zou ik de kunst van het schrijven perfectioneren. Daar ging ik dan, in mijn flamingo tas de boeken, de reader en een glimmend schrift. Bij een nieuw avontuur hoort natuurlijk ook een nieuwe tas. De eerste dag van school was ontzettend spannend. In Den Haag zouden we les krijgen in het torenkamertje van de boekwinkel. Het idee alleen al klonk zo romantisch. Ik gunde mezelf deze opleiding. Een hele zaterdagmiddag alleen maar leuke dingen doen. Met een chai tea latte en een vriendin uit Den Haag die me de weg wees, kwam ik terecht in mijn schrijfgroep.

Voorstellen

Ik wilde gaan werken op de redactie van een uitgever in schoolboeken, vertelde ik tijdens het voorstelrondje. Zo kon ik mooi mijn ervaring in het onderwijs combineren met het schrijven van lessen. Na tien jaar voor de klas leek me dat een leuke uitdaging en goed te combineren met het werken als juf.

Andere ambities?

Alle creatieve schrijfoefeningen die volgden vond ik erg leuk, maar dat was uiteindelijk niet wat ik wilde gaan doen. Ik zou van de lessen in de basismodules gaan genieten, maar mijn echte focus lag toch op de specialisatie. Andere mensen kwamen met plannen voor een roman of ze hadden zelfs al een kant en klaar manuscript klaarliggen. Zit ik hier wel echt om die reden? Of wil ik, behalve schoolmethodes schrijven, toch ook niet stiekem de volgende Annie M.G. Schmidt worden? Dat heb ik mezelf meer dan eens afgevraagd, maar de gedachte om zelf een boek te schrijven en daarmee langs uitgevers te gaan klonk me zo griezelig in de oren dat ik het maar snel wegdrukte.

De omslag

Tijdens de lessen gebeurde het. We moesten wekelijks een verhaal schrijven en elkaar feedback geven. Sommige mensen konden ook van hun feedback een prachtig en samenhangend geheel maken. Ik niet. Om de week martelde ik mezelf door een paar uur achter de computer te gaan zitten en als een strenge juf mocht ik van mezelf niet eerder weg voordat het klaar was. Ik ben geen geboren redacteur. Ik vond het helemaal niet leuk om de teksten van anderen te beoordelen, ik kon niet bedenken wat er anders kon en hoe het beter kon. Starend naar mijn beeldscherm perste ik er wat feedback uit. Een marteling dus. Waar ik wel blij van werd, was zelf verhalen schrijven. Mijn creativiteit werd aangeboord en ik ging naast de verplichte opdrachten ook aan de slag met andere verhalen.

Mevrouw Stip

Mevrouw Stip werd geboren. Ik schreef puur voor mijn eigen plezier over de overdreven keurige mevrouw Stip en haar chaotische zus Roeltje. Ik kon niet meer stoppen. Het gaf me energie en niet geheel onbelangrijk, ik vond het echt leuk om zelf te schrijven.

Laat het los

Ik heb er maanden over gedaan om de gedachte van de redactiespecialisatie los te laten en me te bezinnen op wat ik dan wel wilde gaan doen. Net voor de laatste les was ik eruit. Ik wilde de kant van kinderboeken op. De schrijfdocent was erg verbaasd omdat ik tijdens de lessen nooit kinderverhalen inleverde. Maar dat heb ik tijdens de specialisatie ruimschoots ingehaald.

Over de auteur:

Anne Ruhl woont in Haarlem met haar man en Italiaans windhondje. Als ontspanning leert ze Scandinavische talen. Op vakantie neemt ze uit ieder land een bijzondere theedoek mee die ze vervolgens nooit gebruikt, maar wel ophangt om mooi te zijn. In het najaar van 2015 startte ze met de Schrijversacademie om naast haar werk als leerkracht haar talenten verder te ontwikkelen. Op dit moment is ze druk bezig met het schrijven van haar eerste boek. Mevrouw Stip en Roeltje zal in januari 2018 uitkomen bij Buddy Books.

 

 

De eerste zin – René Appel

‘De portier is een invalide.’ Zo luidt de eerste zin van Nooit meer slapen van W.F. Hermans. Deze zin wordt nogal eens geciteerd als mensen het hebben over ‘mooie eerste zinnen van een roman’. Dan gaat het meestal tegelijk over het belang van een mooie, treffende eerste zin van een roman (of verhaal). Ja, met die eerste zin moet een schrijver als het ware de lezer meteen bij zijn kraag grijpen. De zin moet mooi en suggestief zijn, een sfeer van dreiging oproepen, enz. En de beginnende schrijver maar denken en ploeteren. Wanneer fluistert de Muze hem of haar nu eindelijk die prachtige eerste zin in, want zonder die eerste zin kan hij/zij immers niet verder?

Jarenlang heb ik op de universiteit studenten begeleid bij het schrijven van scripties en werkstukken. Die worstelden ook vaak met de fameuze Eerste Zin. Dan zei ik wel eens tegen hen (ik weet het, het is flauw, maar daarom niet minder waar): ‘Als je de eerste zin niet weet, begin je gewoon met de tweede.’ Je kunt immers altijd een nieuwe eerste zin bedenken of toevoegen, de voorlopige eerste zin kun je veranderen enz. De angst voor de Eerste Zin (weer met twee hoofdletters) is volgens mij vooral de angst om te beginnen met een roman of verhaal.

Hieronder staan enkele eerste zinnen van succesvolle Nederlandse romans:

  • ‘De boerenmeid (of –vrouw) had tenslotte niet geprotesteerd toen hij zijn kin op haar schouder liet rusten.’ (W.F. Hermans, De tranen der acacia’s).
  • ‘Iedere wereldstad heeft zo z’n eigen soort peepshows.’ (Joost Zwagerman, Gimmick).
  • ‘Jörgen Hofmeester staat in de keuken en snijdt tonijn voor het feest.’ (Arnon Grunberg, Tirza).
  • ‘We gingen eten in het restaurant.’ (Herman Koch, Het diner).
  • ‘De foto heeft jarenlang in een envelop gezeten, onder in een witte verhuisdoos.’ (Bert Wagendorp, Ventoux).

Over deze eerste zinnen is veel te zeggen (doe ik misschien een andere keer), maar nu wil ik wijzen op het belang van de eerste zin als introductie op een eerste scène. Het gaat vooral om die eerste scène. Die moet lezers het verhaal binnen trekken, zodat ze door willen lezen. Als er na ‘De portier is een invalide’ een flauwe beschrijving van een kantoorinterieur was gevolgd, was het nooit een beroemde Eerste Zin geworden.

Over de auteur:

René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie. René Appels eerste misdaadroman werd gepubliceerd in 1987, Handicap. Daarna verschenen nog veel andere romans en korte verhalen. Vele malen werd een boek van hem genomineerd voor de Gouden strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek, en twee keer werd een boek bekroond: De derde persoon in 1991 en Zinloos geweld in 2001. Schone handen werd in 2015 succesvol verfilmd met in de hoofdrollen Thekla Reuten en Jeroen van Koningsbrugge. René Appel is ook de auteur van Spannende verhalen schrijven, over de wijze waarop schrijvers spanning kunnen aanbrengen in hun verhaal. Onlangs verscheen van hem Joyride en andere spannende verhalen 

 

Deadline gehaald! Een roman in zes weken – Godfried van der Heijden

Sinds mijn afstuderen in 1993 aan de Academie voor journalistiek in Tilburg werk ik als freelance tekstschrijver/journalist. Eén van de belangrijkste dingen die ik geleerd heb tijdens mijn studie en in mijn werk is dat deadlines heilig zijn. Dus toen ik de opleiding Romans en korte verhalen schrijven aan de Schrijversacademie volgde, had ik altijd alle opdrachten op tijd klaar. Bravo!

Aan de slag

Alleen, ik had één opdracht niet goed gelezen. In mijn hoofd had zich daarom het idee vastgezet dat studenten vóór het eind van de opleiding ook een roman of een aantal korte verhalen af moesten hebben. Aan de slag dus.

Ik zag het als een gelukje dat de laatste module van mijn opleiding een pauze kende van twee maanden vanwege de zomervakantie. In die periode is het voor freelancers meestal rustig en omdat onze dochter tijdens haar zes weken schoolvakantie regelmatig naar de buitenschoolse opvang zou gaan, had ik tijd om te schrijven.

Duizend woorden

Zo geschiedde. Zes weken lang elke dag minimaal duizend woorden schrijven en je zit al op ruim 40.000 woorden. Dat is een flinke novelle of een korte roman. Duizend woorden is overigens geen willekeurig getal. In zijn onvolprezen boek Over leven en schrijven, adviseert Stephen King het beginnende schrijvers. Zelf schrijft hij iedere dag tweeduizend woorden.

Beginzin

Oké. Je wilt een roman schrijven in zes weken tijd. Wat is dan de beginzin? Makkelijk. Eind juni 2015 luidde opdracht 5 van Specialisatiemodule 1 van de Schrijversacademie: beantwoordt vijf vragen. Al wandelend en douchend voor de beste inspiratie verzon ik in een paar uur tijd de antwoorden:

  1. Werktitel? En zie niet om. 2. Hoe lang? 50.000 woorden. 3. Wat onderzoek je? De teloorgang van een man die het allemaal goed bedoelt. 4. De eerste zin? Even leek het of Maarten een hartaanval zou krijgen, maar in plaats daarvan kotste hij de laatste restjes van een frikadel speciaal XXL in de wc van het aftandse studentenhuis dat hij met vier vrienden huurde. 5. Climax? Spoiler, dus helaas.

Plattegrond

Ik besloot van die willekeurige antwoorden een verhaal te maken. Hoefde ik daar niet meer over na te denken. Tijdens de opleiding gaf schrijfdocente Kathy Mathys haar studenten de opdracht een plattegrond te maken van de omgeving waar je als kind opgroeide. Na tien minuten had ik een summier overzicht met in steekwoorden wat anekdotes. Als ik dat overzicht zou combineren met de eerder genoemde antwoorden was ik al zo goed als klaar!

Prachtige reis

Op zaterdag, de eerste dag van de vakantie, schreef ik de eerste duizend woorden. Het begin van een prachtige reis in mijn hoofd. Elke dag begon met schrijven en als ik mijn quotum of meer had behaald, ging ik wandelen of in de tuin zitten om na te denken over het vervolg. Ik leefde wekenlang in een parallel universum dat bijna net zo werkelijk was als mijn echte leven. Na 42 dagen zei ik tegen mijn vrouw: ‘Ik geloof dat mijn boek af is’. Deadline gehaald! Tijdens de eerste bijeenkomst na de vakantie hoorde ik dat de opdracht feitelijk luidde: maak een ruwe opzet van je roman, of schrijf enkele hoofdstukken. Tja. Gelukkig had ik het niet goed gelezen. Anders was mijn debuutroman En zie niet om afgelopen juni niet als ebook verschenen bij onafhankelijke uitgeverij The Black Sheep Indie. Nieuwsgierig? Het is voor € 3,49 te downloaden via https://theblacksheepindie.com/ebook/en-zie-niet-om.

 

 

Docenten op een boot – Jowi Schmitz

Waar docenten van de Schrijversacademie het over hebben als je ze in een boot stopt

Zoals dat hoort op een boot werd mijn tas nat en hadden we inkijk in iemands kledij, maar daar ging het niet over. Steeds bogen we om beurten naar voren voor een wijn of een sapje, of een hapje, want daar had Caroline, oftewel mevrouw Schrijversacademie, toch maar mooi voor gezorgd.

Een dag uit het leven van een docent aan de Schrijversacademie.

We gingen vergaderen en toen varen. Het was vol in dat docentenbootje, al die ZZP-ers met allerlei wortels en achtergronden, we hadden bij elkaar een behoorlijke boekenkast vol geschreven. De gesprekken gingen over nieuwe workshops, humor leek ons wel wat, net als dialogen schrijven, en over hoe het zo gekomen was, dat schrijverschap.

Ik vertelde over het verleggen van verlangens, en dat ik dat iedereen aan kan raden, net zo lang, wellicht, tot het past. Omdat je altijd al sporter wilde zijn, maar allebei je knieën knapten. Omdat je zo heel graag wilde kunnen zingen, maar alle kraaien steeds in lachen uitbarstten. Omdat ik toen bij schrijven uitkwam en de grenzeloosheid ontmoette. Steeds verder leren, steeds nieuwe werelden die je met je eigen handen mag bouwen en vormgeven.

Waar was ik anders uitgekomen?

Bij botenbouwen misschien. Of werktuigbouwkunde. Of toch met een bochtje weer bij schrijven. Want voor schrijven heb je geen knieën nodig en je kunt doen alsof je het beste zong van allemaal, vroeger al, altijd al, alsof de kracht van je keel de kraaien wegblies en je samen met hoeheetdie operazanger ook alweer, vooraan op het podium van ‘Nederland heeft toptalent’ deed belanden.

Ik nam nog wat wijn, mijn tas dreef kalmpjes voorbij en de inkijk kwam en ging als de golven.

En zo extreem als het destijds voelde om alles te laten vallen en me op die pen te werpen, zo rustig leek die verandering nu, van hieruit gezien, het water overgezwommen.  ‘Misschien dat ik daar een workshop over kan geven,’ mompelde ik tegen Tijmen aka meneer Schrijversacademie. ‘Over het verleggen van verlangens.’ Dat moest ik uitleggen van hem en opeens was het geen uitleg meer maar een opdracht, schrijf er maar een verhaal over, zei ik juffig.

Zo dreven we met ons bootje door de grachten van Leiden, allemaal deel van een verhaal dat nog volop bezig is.

 Over de auteur:

Jowi Schmitz is schrijfster en docent aan de Schrijversacademie. Haar boek Weg is genomineerd voor de Dioraphte Literatour Prijs. http://literatour.nu/prijs

Verder heeft ze aangeboren discipline, twee kinderen (wat dus enorm handig is) en heel veel toekomstdromen, die allemaal iets met schrijven te maken hebben. Ze woont op een boot bovenop de Piet Heintunnel en de lente maakt dat ieder jaar weer de moeite waard.

Tara Ubachs – student aan de Schrijversacademie

De kunst van het ontkreukelen

Als een verfrommelde prop papier, zo voelde ik mij. Niet zo een vers beschreven knisperend exemplaar, maar zo eentje dat al meerdere malen gladgestreken is geweest. Zo een waarvan de vezels al zacht als suède beginnen aan te voelen en dat elk moment uit elkaar driegt te vallen. Zo kwam ik aan in kuuroord de Schouw. Een vijfdaagse vastenretraite in Zeeland. Ik dacht mezelf daar wel even te kunnen redden. Al wisten mijn grijze kronkels dat dat geen al te realistisch doel was. Aan de begeleidster vertelde ik dat ik er nog een paar weken op-een-laag-pitje achteraan zou plakken. Leek me wel genoeg voor een ondernemer met burn-out. Ze keek me indringend aan vanuit de wit lederen bank. Ik werd er een beetje bang van. ‘Je mannelijke energie overheerst je vrouwelijke en daardoor ben je uit balans’. Ja ja ja. ‘Als jij zo door blijft draven, verzeker ik je dat burn-out nummer vier zich onherroepelijk zal aandienen’ vervolgde ze streng. Die kwam binnen.

De tranen prikten door mijn hoornvlies en vormden dikke druppels die over de rand van mijn ooglid in mijn glas zoethoutthee vielen.

Toen ik 11 jaar geleden mijn bedrijf oprichtte was ik in flow. Alles ging vanzelf, moeiteloos. Ik kreeg energie van alles wat ik deed en ging alleen maar meer werken, ook al was ik moeder van
een kleuter. Dat geneuzel van die schoolpleinmoeders die part-time werkten; niks voor mij. Lekker vrij zijn. Zelf beslissen of je thuis werkt en tot hoe laat je door gaat. Gewoon een beetje peper in de kont en gaan. Best goed te combineren toch? Totdat je tegenslagen te verwerken krijgt, dan ineens komt die energie niet meer vanzelf. Ik was het een beetje kwijt allemaal.

Yoga bood uitkomst.

Vooral geen zweverige ik-zit-op-mijn-mat-en-voel-hoe-mijn-anus-als-een-bloem-de-grond-raakt-yoga. Een beetje powervrouw zoekt een testosteron variant uit; en dan kom je bij Bikram Yoga uit. 90 minuten zweten in een ruimte van 40 graden. Een mentale en fysieke beproeving in één. Het werkte verslavend. Ik deed zelfs mee met extra trainingen voor de Nederlandse Yoga Championships. Ik kreeg er alleen maar meer energie van en schreef me daarnaast in aan de Schrijversacademie om mijn andere talent ook tot wasdom te laten komen. Daar volgde ik de basismodules bij Peter van Beek.

In de Schouw besefte ik dat ik mijn vrouwelijke energie wel degelijk de ruimte mocht geven. Tijdens een tantra-ademsessie in een warm waterbad (ja ik hou van warmte) leerde ik weer ècht naar mijn intuïtie te luisteren. Als herboren kwam ik terug, klaar om flinke knopen door te hakken. Ik wist dat ik mijn yogapad moest volgen. In India, het land van mijn voorouders. Mijn roots trekken al langer aan me, het koordje staat steeds strakker. Straks verlaat ik mijn mannen voor 10 weken. Dat kan, want mijn bedrijf is inmiddels verkocht.

Het propje papier is weer zo goed als uit de kreukels, ze voelt zachter aan, en dat mag.

Over de auteur:

Tara Ubachs houdt van een ongewone uitdaging hier en daar. Na 11 jaar pionieren als ondernemer, hakte ze vorig jaar de knoop door en koos voor een nóg onzekerder leven. Binnenkort verlaat zij voor ruim 2 maanden haar soulmate en puberzoon, om zich in Rishikesh, India, te verdiepen in yoga en haar roots. In het najaar vervolgt zij de specialisatie Romans & korte verhalen aan de Schrijversacademie. Op
www.rollercoasterrider.nl kun je meer over Tara en de nieuwe weg die zij inslaat lezen.

Hoe schrijf je een roman? – Stefan Popa

Het is de vraag der vragen: hoe schrijf ik een roman? Anders dan dat jij dat zult doen. Dat is een van de antwoorden. Door te gaan zitten en pagina na pagina te schrijven is een ander antwoord. Zo simpel is het, terwijl het tegelijkertijd duizendmaal complexer is.

Hoe schrijf ik een roman? Deze vraag stel ik mijzelf altijd wanneer ik aan een nieuwe verhaal begin. In de vraag huist een fantastisch avontuur. Ik ben kortgeleden begonnen met het geven van de specialisatiemodule romans en korte verhalen. Voor het eerst in Arnhem – groetjes aan mijn Rijnstedelingen! – en vorige week startte ik ook in Rotterdam. We zitten daar in de bibliotheek, een fijne wereld vol verhalen, met prullenbakken waar de ideeën op elkaar stinken: een sinaasappelschil en een wegwerpscheermes bovenop afdroogpapieren met verdachte kleurtjes. Inspiratie is overal, en als je het niet hebt, dan maak je het maar.

Samen ontdekken we hoe zo’n vonkje inspiratie kan uitgroeien tot een heus boek. En wat gebeurt er daarna vragen sommigen mij? Ik heb een paar dagen terug mijn overzichten van mijn oude uitgeverij ontvangen. Een roman verkopen is haast moeilijker dan een roman schrijven. Er zijn twee misvattingen over schrijven:

  1. Schrijven is romantisch;
  2. Schrijven maakt rijk.

Nee, schrijven is hard werken en het enige (en mooiste) wat je ermee verdient, is een wereld waarin alles kan en mag. Klap een laptop open of pak een notitieblok erbij en ervaar de ultieme vrijheid. Daar doen we het allemaal voor.

Hoe schrijf ik een roman?
Allemaal hebben we aan het einde van de specialisatie een ander antwoord op dezelfde vraag. Ik weet alleen dat ik er nog één wil schrijven, telkens weer.

Over de auteur:

Stefan Popa geeft sinds najaar 2016 les en heeft drie romans geschreven: Verdwenen grenzen, A27 en De verovering van Vlaanderen. Volg ‘m op twitter en zo.

Wil je ook les krijgen van Stefan? Neem contact op via 088 1630 088

 

 

Boekentips van Kathy Mathys

Laatst interviewde ik Michael Chabon voor De Standaard in het Ambassade Hotel (op de Herengracht te Amsterdam). Het schrijvershotel, zo staat de plek bekend onder journalisten en auteurs. In het hoogseizoen kan je er zomaar tegen Jonathan Safran Foer en Bill Bryson aanlopen in de lobby, zoveel interviews worden er georganiseerd.

Tijdens ons gesprek (waaruit dit artikel ontstond) ging het over autobiografieën en memoirs. Michael Chabon (de schrijver van ‘Maangloed’, onlangs nog lovend besproken in DWDD) vond het ergerlijk dat de bestsellerlijsten vol staan met autobiografische titels, ten nadele van de fictie. Ik kan me helemaal vinden in zijn observatie dat wat verzonnen is niet minder waar hoeft te zijn dan het waargebeurde.

Chabon irriteerde zich ook aan de structuur van het gros van de memoires. Ze presenteren het leven, zo vond hij, als een verhaal met een al te duidelijke plot, met overzichtelijke hoofdstukken. In het echt, zo stelde de schrijver terecht, is het leven veel chaotischer.

Nochtans zijn er tegenwoordig tal van memoires die de chaos toelaten, die de klassieke spanningsboog van de roman niet kopiëren. Ik denk dan aan ‘De uitweer‘ (Ambo/Anthos), van Amy Liptrott waarin de schrijfster opgroeit op de Orkney-eilanden, ten noorden van Schotland. Ze trekt weg naar Londen, geraakt verslaafd aan drank en keert terug naar de eilanden. Dat klinkt overzichtelijk en toch is dit een wild boek. Lipton verrast door ook van het eiland een personage te maken. En aan het slot zijn er nog heel wat losse eindjes.

Nog gedurfder qua vorm is het boek ‘Hourglass. Time, Memory, Marriage‘ (Alfred A. Knopf) van Dani Shapiro. De structuur van deze autobiografie ontglipt me nog steeds enigszins. Het boek gaat over een lang huwelijk en over het schrijversleven. De echtgenoot van de schrijfster is journalist en scenarioschrijver. De twee werken zich te pletter, grote investeringen zijn uitgesloten. Er is altijd net genoeg voor de dag van vandaag en morgen, niet voor overmorgen. Wat een grillige, meanderende memoir is dit! Verplichte kost voor wie wil schrijven over het eigen leven. Shapiro laat zien dat er zoveel mogelijkheden zijn qua vorm en opzet.

Overigens kwam ik bij Shapiro terecht omdat ze in de Verenigde Staten een stevige reputatie heeft als docent creatief schrijven en omdat ze een boek uitbracht over schrijven. Ook dat laatste wil ik hier van harte aanraden. ‘Still Writing. The Perils and Pleasures of a Creative Life‘ (Grove Press)  kan je enigszins vergelijken met de boeken van Natalie Goldberg of Julia Cameron. Het biedt een mengvorm van autobiografie en tips voor het schrijversleven. Er staan prachtige essays in over je ritme vinden – ze heeft een hekel aan het woord discipline –, over het oncontroleerbare van het schrijfproces, over het geluid van de typemachine van haar moeder (die verwoed schreef en nooit een uitgever vond), over haar geliefde docent, schrijfster Grace Paley.

Verfrissend zijn ook de essays over zogenaamde schrijversdogma’s als ‘Schrijf over wat je al kent.’ Shapiro nuanceert, voegt een en ander toe. Haar toon is bemoedigend, nooit betuttelend.

En laten we eindigen met het onderwerp waarmee we begonnen, het waarheidsgehalte in romans en een autobiografieën. Dit citaat vond ik bij Shapiro:

Fiction can be even more exposing than memoir – a map to the inner world, the subconscious internal workings, the obsessions and fears and secret joys of the writer.’

Over de auteur:

Kathy Mathys is schrijfster en literair journalist voor De Standaard, en docent aan de Schrijversacademie. In 2015 verscheen haar boek ‘Smaak. Een bitterzoete verkenning‘. Volgend jaar verschijnt haar tweede boek, een roman.

 

 

 

 

Fantasy en science fiction schrijven – Robin Langerak

Na een omweg via de opleidingen Thrillers, Romans en Kinderboeken begon ik in het voorjaar eindelijk aan de opleiding Fantasy en Science Fiction met Martijn Lindeboom. “Waarom?” vroegen mijn vrienden. “In fantasy kan toch alles, daar hoef je nauwelijks voor te kunnen schrijven?”

Aldus één van de hardnekkigste vooroordelen over fantasy en science fiction. Natuurlijk, in fantasy kan een heleboel, maar het moet wel kloppen! Wil je een hoofdpersoon die half weerwolf, half fee is? Origineel, maar dan moet je wel uitleggen hoe een weerwolf en een fee voor nageslacht hebben gezorgd. Nee, niet hardop zeggen, want ik wil de details helemaal niet weten, maar je moet de lezer er wel van overtuigen dat je het uit kúnt leggen. Alleen zo kun je een fantasy-wereld geloofwaardig overbrengen.

Fantasy schrijven Schrijversacademie schrijfopleidingen

Des te belangrijker is het dat je één of meer kritische meelezers hebt die bij alles wat je schrijft vragen: “hoe dan?” Dat kun je doen door een schrijfopleiding te gaan volgen, maar voor degenen onder ons die niet van de makkelijke weg houden is er ook een andere manier. Mijn dochter is net 5 maanden en ze moet nog leren praten, maar als ik haar één van mijn verhalen voorlees kletst ze er vrolijk doorheen, wat ik interpreteer als “Ja, maar papa: hoe dan?”

Kortom: ik heb een meelezer gemaakt die de hele dag beschikbaar is, die waarschijnlijk (zodra ze kan praten) kritischer is dan ik aankan, maar die nog genoeg verbeelding heeft om een fantasy-verhaal op waarde te kunnen schatten. Nadeel is dat dat wel negen maanden voorbereidingstijd heeft gekost en dat er waarschijnlijk nog vele tienduizenden euro’s in gaan zitten. Misschien had ik het bij een schrijfopleiding moeten laten…

Over de auteur:

Robin Langerak volgde van het voorjaar 2014 tot het najaar van 2016 verschillende opleidingen bij de Schrijversacademie, schrijft inmiddels semi-professioneel korte verhalen voor Engelstalige tijdschriften en werkt hard aan zijn Robin Langerak Fantasy Schrijvenschrijverscarrière in het Nederlands. Hij schrijft al fantasy-verhalen sinds zijn jeugd en hoopt ooit nog een boek te publiceren.

Interesse in de opleiding Fantasy & science fiction schrijven? klik hier

Personages – René Appel

Als het gaat om de personages in een boek dat je wilt gaan schrijven, kun je het best eerst een biografie van die mensen schrijven. Hoe oud zijn ze, waar zijn ze geboren, hebben ze broers en/of zussen, welke school hebben ze gevolgd, enz.

Dit advies krijgen mensen vaak als ze eens schrijfcursus volgen. Leuk, weer een nieuwe opdracht in de cursus, waar in een volgende bijeenkomst over kan worden gepraat. Misschien dat het voor sommige mensen goed werkt, maar voor mij niet. Ik heb nog nooit een biografie van een van mijn personages, hoe kort ook, geschreven voor ik begon aan een van mijn inmiddels vierentwintig misdaadromans, twee kinderboeken, twee novelles en zo’n twintig gepubliceerde korte verhalen.

Hoe ga ik dan wel te werk?

Bij een roman is simpel gesteld een conflict (of een probleem) mijn uitgangspunt, vervolgens zoek ik daar de personages bij, dus de mensen die geconfronteerd worden met dat conflict oftewel de ‘spelers’ in het verhaal dat ik wil vertellen. Ik heb dan een globale notie van wat voor soort mensen dat zijn, met name wat hun karakter is. Het is veel belangrijker daar een idee over te hebben dan een antwoord op bijvoorbeeld de vraag welke opleiding ze hebben gevolgd. (Niet voor niets dat vaak ‘karakters’ een ander woord is voor ‘personages’ in een boek of een film.) Vervolgens bedenk ik waar mensen wonen (stad of platteland, wat voor soort buurt) en welk beroep ze uitoefenen. Dat zijn zaken die ik niet hoef op te schrijven in een fictieve biografie; ze zitten in mijn hoofd.

In de volgende stap ga ik enige research doen.

Zo had ik voor het boek waar ik nu mee bezig ben, bedacht dat een van de personages in het voortgezet onderwijs werkt. Omdat mijn eigen schoolcarrière (als leerling en als leerkracht) ver achter mij ligt, moest ik informatie inwinnen over het huidige onderwijs, onder meer over de boeken die gebruikt worden, over de rol van digitale media, over de toetsweken (in mijn tijd onbekend). Ik heb uitgebreid met een leerkracht gesproken, met leerlingen, ik heb lessen bijgewoond, lesmateriaal bekeken enz. Al die dingen dienen voor de stoffering van het verhaal, maar tegelijk – en dat is het belangrijkste in het kader van dit stukje – krijg ik meer greep op het karakter van mijn personage.

Wanneer ik dan echt begin met schrijven, zie ik mijn (belangrijkste) personages min of meer voor me, terwijl ik nog altijd geen letter van een biografie heb geschreven. Tijdens het werken aan een boek komen er allerlei biografische details naar boven die passend lijken in het zich ontwikkelende verhaal. Zo ontstaat de biografie van mijn karakters in de loop van het verhaal, Als ik tijdens het schrijven van pakweg hoofdstuk 8 bedenk dat een personage een zus had die ooit naar Brazilië is vertrokken, kost het weinig moeite om – als dat nodig is – daar in een eerder hoofdstuk naar te refereren.

Voor mij is dit de ideale methode, maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat voor een ander hetzelfde geldt. Als je een boek wilt schrijven en je hebt behoefte aan een van tevoren opgestelde biografie van je personages, moet je vooral niet nalaten die biografie ook te schrijven. Het geeft je waarschijnlijk houvast, maar als je dat niet nodig hebt, doe het dan niet. Misschien dat ‘de methode-Appel’ je beter ligt.

Over de auteur:

René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie. René Appels eerste misdaadroman werd gepubliceerd in 1987, Handicap. Daarna verschenen nog veel andere romans en korte verhalen. Vele malen werd een boek van hem genomineerd voor de Gouden strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek, en twee keer werd een boek bekroond: De derde persoon in 1991 en Zinloos geweld in 2001. Schone handen werd in 2015 succesvol verfilmd met in de hoofdrollen Thekla Reuten en Jeroen van Koningsbrugge. René Appel is ook de auteur van Spannende verhalen schrijven, over de wijze waarop schrijvers spanning kunnen aanbrengen in hun verhaal. Onlangs verscheen van hem Joyride en andere spannende verhalen

 

Hoe word je schrijver? – Daan Remmerts de Vries

Ik wilde geen schrijver worden, maar ontdekkingsreiziger.

Dat leek me een mooi leven. Ik wilde door oerwouden lopen en trekken over bergen. En intussen dieren vinden die nog door niemand waren beschreven. Dit kon (en kan) nog steeds. Ieder jaar werden (en worden) er nog een paar nieuwe vogels, reptielen of zelfs apen ontdekt. Toch ben ik er niet aan begonnen. Wat bleek? Die oerwouden waren lastig om doorheen te trekken! Ik heb het een aantal malen geprobeerd, in India. Ik heb daar tijgers in het wild gezien, en ben zelfs een keer lopend achtervolgd door vijf leeuwen (de Indische leeuw, jazeker, zoek het maar op). Die gebeurtenissen schrokken me niet af, integendeel. Maar intussen kreeg ik ook malaria, typhus en hersenvliesontsteking. Daar had ik niet op gerekend. Je moest dus uit een bepaald hout zijn gesneden. Ik was gemaakt van ander materiaal.

Vervolgens wilde ik muzikant worden.

Ik kon intussen alles spelen, gitaar, basgitaar, toetsen. Ik kon muziek schrijven, en zingen. Dat laatste vond ik tenminste zelf. De leden van mijn band vonden dat ook wel, geloof ik. Maar ik deed toch iets verkeerd. Na ieder optreden was ik schor, was het alsof mijn stem ‘aanliep’. Geen prettig geluid. Moest ik daarmee iedere avond gaan optreden? Moest ik van Maastricht naar Franeker gaan reizen, om telkens weer in ‘De bollenschuur’ of in ‘De Roskam’ ‘mijn ding te doen’?

Nee dus. Het was, toen ik dit koppig probeerde, bovendien de tijd van Luv en van Doemaar. Nederpop! Wat had ik dáár een hekel aan!

Daarom ben ik naar Londen gegaan.

Daar heb ik geprobeerd mijzelf te verkopen, als muzikant. Ik logeerde daar in het huis van iemand die in het buitenland was. En elke dag ging ik, met mijn demo’s, langs meerdere platenmaatschappijen. Elke dag kwam ik dan nogal teneergeslagen weer terug in dat stille huis, in die buitenwijk. Ik had mijn zelf opgenomen cassettes dan kunnen afgeven, maar wist niet of ik er ooit nog iets van zou horen.

Om mezelf te troosten ging ik ‘s avonds zitten tekenen. Ik maakte tekeningen bij een verhaal dat ik, al eerder, had geschreven. Dat deed ik namelijk ook, puur als liefhebberij. Niet zolang voor mijn reis had ik nog een serie verhalen over mijn katten geschreven. Ik had er linoleumsneden bij gemaakt. Ik had de boel opgestuurd en er niet meer over nagedacht.

Na enkele maanden in Londen ging ik terug naar Amsterdam. Verslagen, want ik had niets bereikt. De platenmaatschappijen die me hadden teruggebeld hadden allemaal iets tegen mijn muziek. De één vond het te vooruitstrevend, de ander te ‘mainstream’, een derde niet ruig genoeg, een vierde niet dansbaar genoeg, en ga zo maar door.

Toen ik weer thuiskwam, waren er planken over mijn deur getimmerd.

Mijn huurkamer, ergens in Amsterdam West, was afgesloten, door de politie. Tijdens mijn afwezigheid was er ingebroken. Ik moest de sleutel van een hangslot gaan halen bij een politiebureau in de buurt.

Eenmaal binnen, in mijn kamer, bleek alles overhoop te zijn gegooid. Laden leeggesmeten. Veel dingen kapot. Mijn fotospullen verdwenen.

Ik heb daarna twee dagen op mijn bed gezeten, temidden van de rommel. Ik had geen idee wat ik nog kon doen, want alles was mislukt. Ik, dacht ik, was een mislukkeling. Ik wilde alleen maar dingen die de maatschappij niet zag zitten. Misschien moest ik nu maar oppasser worden in Artis, of magazijnbediende bij de Praxis.

Na die twee dagen werd ik opgebeld, een mannenstem. Hij was heel vriendelijk, die stem, ook al zei ik in beginsel alleen maar telkens: ‘Wát…?’ Het drong langzaam tot me door dat het een uitgever was, die mijn verhalen, over mijn katten, wilde uitgeven. Ja, een echt boek.

Zo ben ik schrijver geworden.

Toen ik mijn boek in een winkel zag staan, in de etalage, drong het tot me door: dít wilde de maatschappij dus wél van me.

En zo word je, denk ik, schrijver: als er intussen het nodige is mislukt. Als je de nodige ervaringen hebt opgedaan. Schrijvers zijn, van buiten, meestal nogal grauwe mensen. Maar ze willen gehoord worden. Ik was niet iemand om in de kroeg mensen lastig te vallen met mijn avonturen. Ik was wel iemand om in stilte te zitten kneden aan mijn verhalen. Schrijven doe je alleen. Niet om de optredens. Niet om het geld (en laten we wel zijn: je verdient er in beginsel geen klap mee). Niet om de roem. Maar om gehoord te worden. Omdat je dingen dwarszitten of omdat je er gelukkig van wordt als je iets wat voor die tijd vaag was, heel mooi hebt kunnen formuleren.

De maatschappij had uiteindelijk gelijk: ik bleek wel te houden van dat eenzame leven. Ik was (en ben) geen ‘teamspeler’.

Nu, meer dan twintig jaar later, ben ik dat nog steeds niet. Maar schrijven doe je niet voor jezelf. Alles wat je schrijft is eigenlijk een brief, naar de wereld. Een soort omweg.

Het is via die omweg dat ik alsnog mijn ontdekkingsreizen ben gaan maken; mijn muziek bleek te bestaan uit letters.

Over de Auteur:

In 1990 kwam zijn eerste boek uit, Zippy en Slos, de avonturen van twee katten, geïllustreerd met Linoleumsneden. Sindsdien heeft Daan Remmerts de Vries meegewerkt aan ruim 40 jeugdboeken (geschreven, geïllustreerd of beiden) en heeft hij drie romans geschreven voor een volwassen publiek. Sinds 2013 is Daan docent aan de Schrijversacademie.

 

Op weg – Cornelie Moolhuizen

Als ik iets moet noemen wat ik van Daan leerde toen ik de specialisatie Romans en Korte Verhalen schrijven bij hem volgde, dan is dat: meters maken. Een schrijver schrijft altijd, punt. Hij gaf ons ook nog mee dat de wereld altijd probeert je van het schrijven te houden. Opbeurend, niet? Tegen de tijd dat ik mijn certificaat in ontvangst mocht nemen, had ik mezelf aangewend om de meeste dagen van de week mijn laptop op schoot te sleuren en te typen. Volslagen gehersenspoeld dus (en dat bedoel ik uiteraard positief). Druk, moe, inspiratieloos: het was allemaal geen excuus. Deze weg was ik ingeslagen en ik ging er komen. Zo kwam ik aan een manuscript dat met de week in omvang toenam. Ik liet me niet meer afleiden en als mijn oude mentor me zo kon zien, zou hij vast trots zijn.

Alleen: ik liet me wel afleiden. In augustus zag ik de Harland Awards lonken. Hoe leuk zou het zijn om in de zomermaanden wat afwisseling te hebben in de vorm van een kort verhaal? Voor wie nu denkt: De Harwattes?, dit een wedstrijd voor verhalen tot 10.000 woorden in de genres fantasy, science fiction en horror. De feedback die je in het juryrapport krijgt, helpt je om weer beter te worden. Ook als fantasy niet je gebruikelijke genre is.

In de maand augustus puzzelde ik met mijn tijd om aan mijn boek te blijven werken en ondertussen met een leuk kort verhaal op de proppen te komen. Ik wisselde tussen de hoofdweg en het zijpad tot ik op 31 augustus vermoeid maar tevreden op ‘Verzenden’  drukte. Tijd om mijn grote project weer alle aandacht te geven. Niemand hoefde te weten dat ik een tussendoortje had gehad, toch?

Nog een ding over de Harland Awards: naast schrijflust heb je er ook geduld voor nodig. Na het insturen duurde het ruim 7 maanden voor de Dag van het Fantastische Boek aanbrak, de dag waarop ’s avonds de uitslag van de wedstrijd bekend zou worden gemaakt. Tijd genoeg om weer helemaal op het juiste pad te geraken. Het was april voor ik me in mijn feestjurk hees en me meldde in het Compagnietheater. Kennelijk was ik niet de enige die uitstapjes naar het fantastisch genre maakte, want in de foyer trof ik een bekend gezicht: ook mentor Daan was aanwezig.‘Heb je meegedaan?’ Betrapt. ‘Wat goed!’

Oh. Dat kon natuurlijk ook. ‘Maar met mijn boek gaat het heel goed,’ verzekerde ik hem nog.

Ik moet het de organisatie van de Harland Awards nageven: ze maken er altijd een spektakel van. Voor de winnaars stonden er glimmende trofeeën klaar op het podium. De 25 finalisten zagen hun naam verschijnen op het grote scherm en bekende namen uit het genre praatten de bekendmakingen aan elkaar. Hoe minder plekken van de shortlist nog onbekend bleven, hoe spannender het werd. Was dit goed of juist niet? Was het mogelijk dat ik de finale had gehaald? Zou mijn naam nog voorbij komen? In vredesnaam, mensen van de organisatie, praat door!

Ik houd je niet langer in spanning, want ik weet hoe dát voelt. Volgens het scherm was ik derde. Ik mocht zo’n glimmerd van een trofee komen halen. Wat een prachtige, overdonderende verrassing. Ik zwabberde van de trap af (een combinatie van pumps en zenuwen) en in de felle toneellampen ontving ik een handdruk en een prijs. Ik hoorde de felicitaties en zag op de eerste rij een vuist schudden: Yes!, deed Daan. Daar zat geen mentor die mijn uitstapje een slecht plan vond. Mij speet het ook niet.

Als ik iets moet noemen wat ik zelf leerde, is dat ik niet meer zal denken in hoofdwegen en zijpaden. Ze kunnen best dezelfde kant oplopen. Maar je begrijpt dat het schrijven er voortaan bij inschiet, want ik moet elke dag mijn trofee poetsen. Sorry, Daan.

Over de Auteur:

Cornelie Moolhuizen is alumna van de Schrijversacademie. In 2016 rondde ze de specialisatie Romans en Korte Verhalen af. Onlangs won zij de derde prijs bij de Harland Awards met haar korte verhaal Plankenkoorts. In het dagelijks leven is ze archeoloog, wat haar inspireert bij het schrijven van historische fictie. De vorderingen van haar manuscript en andere schrijfperikelen zijn hier te volgen.

Deze foto is afkomstig van Connies Boekenblog (Connie Flipse) met fotograaf Jeroen Mies.

Het zwart schaapje – oud-student Simone Lucchesi

Het zwart schaapje

‘Je moet het zo zien. Vroeger wilde ik pianist worden, maar hoe hard ik ook oefende, ik had het gewoon niet in de vingers…. Met schrijven is dat net zo. Het is nu eenmaal niet voor iedereen weggelegd. Misschien kan je aan de slag in de Entertainment? Daar heb je wel de kop voor.’

Een meisje met een droom

Daar zat ik dan. Op de redactie van een bekend Nederlands roddelblad. Tegenover me zat de hoofdredacteur waar ik enorm tegenop keek. Een half jaar eerder had ik mijn vaste baan als recruiter opgezegd om mijn passie als tekstschrijfster achterna te gaan. Ik weet nog goed hoe ik die laatste dag met opgeheven hoofd de deur achter me dichttrok nadat ik vol zelfvertrouwen had geroepen: ‘Zoek me maar op in de bladen!’ Trots dat ik was. Dat ik als jonge meid een vaste baan in moeilijke tijden opgaf om te gaan freelancen. Dat ik het lef had om stabiliteit te verruilen voor onzekerheid. Het zou hard knokken worden, absoluut, en er waren genoeg mensen geweest die het hadden afgeraden – ik was toch veel te jong om te gaan freelancen – maar ik gaf er geen gehoor aan. Ik had er zin in. Ik zou het gaan maken. Ik zou een boek uitgeven, een bestseller uiteraard, en mijn artikelen zouden met mijn naam in elk blad staan.

En dat stond die. In een half jaar tijd stond mijn naam welgeteld acht keer in de bladen. Maar wel onder artikelen die zo geredigeerd waren dat ik het eigenlijk niet eens meer mijn eigen werk kon en durfde te noemen. Ik schaamde me diep als ik de redactie opliep, dat ze zoveel werk aan mijn teksten hadden. En toen ik me op die regenachtige donderdagmiddag bij de hoofdredacteur moest melden voor een “goed gesprek”,  wist ik genoeg. Het was de manier waarop ik naar kantoor werd gesommeerd, dezelfde manier waarop doctoren dat doen als ze op het punt staan een “slecht nieuws” bericht te geven – zakelijk doch berouwend. Ik wist genoeg: dit goed gesprek zou een slecht einde hebben.

Met een nog, wat ik vermoedde, bemoedigend knikje probeerde hoofdredacteur de klap te verzachten. Ik zag hoe zijn lippen bewogen en hij iets met zijn handen gebaarde, maar het kwam niet aan. Het enige dat ik kon denken was: niet huilen. Vooral niet huilen. Krampachtig toverde ik een glimlach op mijn gezicht en knikte kort als teken dat ik hem begreep. Mijn bovenlip trilde. Met één hand verborg ik mijn mond toen hij zijn hand verontschuldigend op mijn andere arm legde. Niet huilen. Niet huilen. Alsjeblieft niet huilen.

Dieptepunt

Ik brak. Gelukkig wel pas in de trein naar huis. Ik huilde met diepe halen en veel snot. Ik huilde als een kind dat niet meer met haar favoriete speen naar bed mocht. Hartverscheurend. De geschrokken blikken van mijn medereizigers konden me niet schelen. Mijn droom was compleet in duigen gevallen. Als mijn artikelen al verschrikkelijk waren, dan zou dat boek er ook niet komen. De uitgeverijen zagen me al aankomen. Schrijven was nu eenmaal niet voor mij weggelegd. Ik probeerde het te relativeren maar het enige dat ik kon denken was: Dikke, vette loser. Want zo voelde ik me. Een mislukkeling. Mijn zelfvertrouwen was ik kwijt.

Everybody Writes

Ik was zo kapot van zijn woorden, dat ik besloot helemaal niet meer te schrijven – dramatisch, i know maar dat is dan ook wat ik een jaar lang niet meer deed. In plaats daarvan ging ik lezen en stuitte toen, per toeval, op het eBook van Ann Handley, Everybody Writes. In haar boek schrijft Handley dat goed schrijven geen gift is , maar dat het iets is wat iedereen kan en zou moeten doen. ‘The truth is this: writing well is part habit, part knowledge of some fundamental rules, and part giving a damn. We are all capable of producing good writing.’ Volgens Handley, is iedereen capabel genoeg hun werk zelf uit te geven.

Er ging een lampje branden. Zelf je werk uitgeven… Ik kon mijn werk zelf uitgeven en een publiek aansporen dat bij míjn tone of voice paste in plaats van andersom. Het begon weer te knagen. Ik wilde weer schrijven, maar ik besefte me ook dat ik ontwikkeling nodig had; tips om beter te worden. De woorden van de hoofdredacteur waren hard geweest, maar hij had ook een punt: ik moest mezelf verbeteren. Schrijven is immers oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Een les die ik later op de Schrijversacademie, nadat ik me had ingeschreven voor de opleiding Romans en korte verhalen, nog eens leerde. Mijn schrijven moest verbeterd worden en deze opleiding heeft me daar enorm bij geholpen. En bij zoveel meer…

Masterclass

Op de studiedag volgde ik een masterclass over self-publishing en kwam snel tot de conclusie dat je als zelfstandig auteur best veel self moet kunnen doen, met name op marketing en verkoopgebied. Ik hoorde een paar mensen in de zaal lichtjes naar adem snakken en wat bubbels barsten. ‘Nou dan houdt het voor mij dus op…’, werd er gefluisterd. Het was zo jammer om de teleurstelling te zien. Opnieuw ging er bij mij een lampje branden. Wacht eens even, dacht ik toen. Is dat niet waarvoor ík gestudeerd heb? Ik heb door mijn studies in Marketing Management en Consumentengedrag & eBusiness altijd al een voorliefde gehad voor alles wat online gebeurt en ben altijd nieuwsgierig geweest naar “waarom men koopt.” Ik kon ze helpen hun – en mijn eigen – schrijfdromen te realiseren! Ik kon ze ondersteunen bij dat “moeilijke” stukje en me richten op zelfstandige auteurs, mensen die geloven in hun eigen kracht. Ik kon me richten op mensen die net als ik wel eens teleurgesteld waren geweest. Ik kon en zou de zwarte schapen wel een kans bieden.

The Black Sheep Indie

Inmiddels zijn we drie jaar, vier eBooks en een self-publishing platform verder. The Black Sheep Indie heb ik opgericht om iedereen die zijn verhaal wil delen en dat graag in eigen beheer wil doen die mogelijkheid te bieden. Ik hoop dat ik met The Black Sheep Indie iedereen die weleens ontmoedigd is geweest, een verhaal in hun pen heeft branden of gewoon lekker wil kunnen schrijven en uitgeven, een plek kan bieden om dat vooral te doen! Want… Schrijven is nu eenmaal niet voor iedereen weggelegd.

Over de auteur: oud-student Simone Lucchesi

‘Wat deed je als kind het liefst?’ Voor mij – en ik geloof voor velen die deze blog lezen – was dat schrijven. Als kind schreef ik hele dagboeken vol, maakte ik lijstjes, schreef ik toneelstukken, filmscenario’s of korte verhalen en novelles. Schrijven was voor mij vanzelfsprekend. Iets dat ik in mijn vrije tijd deed. Gewoon voor de lol. Nooit had ik gedacht dat schrijven iets was waar ik mijn brood mee wilde verdienen, maar door mijn ervaringen, de opleiding bij de Schrijversacademie en de masterclass die ik volgde tijdens de Studiedag ben ik daar heel anders over gaan denken. Dat alles zorgde voor meer. Het zorgde voor het realiseren van mijn eigen eBooks. Het zorgde voor The Black Sheep Indie.

The Black Sheep Indie is mijn initiatief omdat ik weiger te geloven dat “schrijven nu eenmaal niet voor iedereen is weggelegd.” The Black Sheep Indie gelooft dat we allemaal een verhaal te vertellen hebben, kennis kunnen delen en dat er voor iedereen een markt is. Het doel van The Black Sheep Indie is om je optimaal ondersteunen bij het uitgeven van jouw eBook. Op een wijze waar jij maximaal van profiteert: koste- en risicoloos een eBook publiceren en The Black Sheep Indie het laten delen met de wereld – oké, voor nu, alleen nog Nederland. Wil je weten hoe we dat samen kunnen doen? Bezoek dan eens mijn website of bekijk dit gave filmpje. Ben je ook benieuwd naar de eBooks die er via dit platform al zijn uitgeven? Klik dan hier!

Morgen is het weer vandaag – Bertine Brookhuis

Ik schrijf en daar verdien ik geld mee. Ik verdien daar zelfs zo veel geld mee, dat mijn man niet hoeft te werken en dat dus ook niet doet. Ik betaal onze hypotheek, geef ons en onze kinderen te eten en zorg ervoor dat we zelfs zo af en toe (in eigen land) op vakantie kunnen. Dat is mooi, maar ik schrijf in opdracht. Liever zou ik schrijven wat ik wil schrijven en het allerliefst zou ik daarvoor betaald krijgen.

Interessante onderwerpen

Zo ver ben ik nog niet en dus schrijf ik over koppelingen tussen bestelsystemen, over de beste makelaar van ’t Gooi en over wat je mag verwachten van je podotherapeut. Stuk voor stuk uiterst interessante onderwerpen die ervoor gaan zorgen dat ik op mijn 80ste alle quizzen kan winnen die er – tegen die tijd misschien wel helemaal niet meer – gehouden worden.

Gemaakte keuzes

Het schrijven-voor-geld staat het echte schrijven in de weg. Geld verdienen wint het dag in dag uit van misschien-ooit-een-keer-geld-verdienen-met-een-eigen-roman-maar-die-kans-is-wel-heel-erg-klein. Ook vanavond wilde ik aan mijn roman werken. Ook vanavond koos ik ervoor betaalde deadlines te halen.

Beterschap

Met mijn Katjang Pedis links van me en een glas Los Gansos rechts van mijn laptop tikkerdetik ik de frustratie van me af en beloof ik beterschap aan mezelf en aan eenieder die dit leest.

  • Morgen ga ik écht aan mijn boek werken.
  • Morgen reageer ik niet op opdrachtgevers die met hun handen in het haar zitten.
  • Morgen zet ik mijn telefoon uit, sluit ik mijn werklaptop af en maak ik mezelf onbereikbaar.
  • Morgen is het weer vandaag …

Over Bertine

Schrijven is voor mij het mooiste dat er bestaat. Creatief schrijven staat gevoelsmatig op één en commercieel schrijven op twee, maar omdat ik met het laatste mijn geld verdien, geef ik daar (veel te veel) prioriteit aan. De Schrijversacademie helpt mij om tijd vrij te maken voor creatief schrijven. Mijn medestudenten en docenten, de bijeenkomsten, de opdrachten, de feedbackrondes en het lesmateriaal zijn een grote steun in de rug. Dankzij de opleiding Romans en korte verhalen heb ik het eindelijk aangedurfd om een van de verhalen in mijn hoofd toe te vertrouwen aan een heus Wordbestand en binnenkort begin ik met de individuele schrijfbegeleiding. Mijn droom? Om dit jaar nog mijn eerste roman in concept af te hebben!

Morgen is het weer vandaag!

http://www.betekst.nl

Piloot zoekt stem – Connie Mitchell

Verboden vruchten was het thema van de boekenweek dit jaar. Naar aanleiding daarvan zag ik bij Pauw twee schrijvers seksscènes voorlezen. Bij de rauwe tekst uit Dagboek 1974 van Jan Wolkers moest ik glimlachen. Een paar maanden geleden liep er een traan over mijn wang toen Monic Hendrickx haar winnende verhaal voorlas bij De pennen zijn geslepen.

Schrijven is emotie, bij de schrijver, bij de lezer

Maar wanneer is een verhaal een goed verhaal? Tijdens mijn opleiding bij de Schrijversacademie zocht ik fanatiek naar een antwoord op deze vraag.
Mijn beroep is piloot, een redelijk exacte wetenschap. Je vliegt recht voor de landingsbaan (goed) of niet (fout). Je vliegt een exacte snelheid van 146 knopen (goed) of niet (fout).

Dit zorgde er voor dat ik ook in mijn schrijven op zoek ging naar goed of fout, geschikt of ongeschikt. Ik wilde weten wat ik fout deed. Ik wilde keiharde kritiek, maar kreeg deze niet. Behalve toen ik een verhaal eindigde met de hoofdpersoon wakker schrikkend uit een droom. ‘Wil je dat nooit meer doen,’ luidde toen de feedback van mijn docent.

Ik zocht naar duidelijkheid

Woorden die een einde zouden maken aan mijn onzekerheid of woorden die mijn droom onderuit zouden halen, die pijn zouden doen, maar die wel duidelijkheid zouden geven. Ik hunkerde naar een The Voice voor schrijvers, ik wilde een stoel die wel of niet omdraaide.

Saskia Noort, Arnon Grunberg, Esther Gerritsen en A.F.Th. van der Heijden op de rode stoelen. Een kandidaat die zijn verhaal voorleest. Al na vijf zinnen slaat een jurylid op de knop. Zijn stoel draait. Hij lacht bewonderend naar de voorlezer. Een ander drukt pas bij de derde alinea. Arnon en A.F.Th. vliegen elkaar af en toe in de haren à la Marco Borsato en Anouk. En dan, na weken van mooie vertellingen, bij de finale, het voorlezen van een langer verhaal. De emoties in de zaal zijn voelbaar, menigeen pakt er een zakdoek erbij. Een mooie eindstrijd. Met mij als terechte winnaar.
En dan schrik ik wakker.

Na het maken van meer meters bij de Schrijversacademie begon ik langzaamaan te begrijpen dat er geen duidelijk goed of fout is in de schrijverij. Pussy album style (Stella Bergsma), het slow writing van John Williams (Stoner), het directe van Wolkers. Alledrie totaal andere stijlen. Wat de een mooi vindt, vindt de ander helemaal niks. Ik weet nu: het gaat om het ontwikkelen van je eigen stijl, het vinden van je eigen stem. Gewoon leren leven met een eeuwigdurende onzekerheid.

Op een vlucht vorige week had ik het met mijn collega’s over The Voice voor schrijvers. Zij wisten ook nog wel een nieuw format: Piloot zoekt vrouw. Niet een programma waar ik aan mee zou doen. Deze piloot zoekt vooralsnog alleen haar eigen stem.

Over de auteur:

Schrijvende piloot en student aan de Schrijversacademie Connie Mitchell sluit a.s. zaterdag de basismodules af in Den Haag. Zij verheugt zich enorm op haar doorstart in mei met de specialisatie Romans en Korte verhalen schrijven.

KLEI – debutant en oud student F.E. van Venetië

Je zou het kunnen proberen: leven zonder iets te willen. Geen verlangen naar geld, een mooi huis, een interessante carrière, euforisch geluk, vlammende liefde of andere lusten die je in de problemen kunnen brengen en het leven nodeloos ingewikkeld maken. Zouden we niet allemaal een knopje willen bezitten waarmee we dit instinct af en toe of zelfs voor altijd uit kunnen zetten? Een leven waarin je alleen moet zorgen voor het minimaal noodzakelijke om je dagen door te komen. Kortom, een leven met zo min mogelijk gedoe. En dat prima vinden.

En dat prima goed genoeg is.

In één van mijn verhalen heeft Max, die slechts een lichaamslengte van één meter en negenenveertig centimeter bereikte, gekozen voor een ambitieloos bestaan. Hij is gestopt met zijn studie en heeft het bijbehorende sociale leven ingeruild voor een eenvoudig solistisch bestaan. Het is zijn wens dat hier nooit iets aan veranderen zal. Niet dat hij per se enorm faalde in zijn studie maar vanzelf ging het ook niet bepaald. En andere mensen: wat moet je daar mee? Vriendschap. Seks. Houden van. Dat gaat allemaal een keer zeer doen. Dus waarom zou je er überhaupt aan beginnen? Max besluit dat ook niet meer te doen. Hij lijkt het knopje gevonden te hebben waarmee hij de -o zo- menselijke maar het leven ook zo ingewikkeld makende verlangens en driften uit kan zetten. Hij waant zich onaanraakbaar. Maar hoe groot blijkt deze desillusie wanneer hij op een dag als gevolg van een overstroming in zijn woning kennismaakt met zijn bovenbuurman. Deze ontmoeting maakt gevoelens bij hem los die hem uit zijn bunker dreigen te lokken. De vraag is of hij hier tegen opgewassen is. Wat zal hij doen?

Het is misschien een vreemde keuze van Max. Maar die ambities: waarom zou je? Nou?

Dus ik heb een boek geschreven.

Ben gedebuteerd met KLEI. Het is een bundel met vier korte verhalen. Max is het hoofdpersonage het van eerste verhaal. Het boek is in eigen beheer uitgegeven. Niet eerder heb ik iets gedaan dat me meer vrees aanjoeg dan dit. De verhalen liggen op straat, voor eenieder te lezen. Ik verstuurde een aantal persberichten en voor ik het wist stond het in drie kranten, werd ik tweemaal geïnterviewd waarvan één keer live op de radio en staat het bij diverse boekhandels in schappen. Allemaal regionaal weliswaar. Maar juist daarom is het zo griezelig, want hier kennen ze me. Als moeder, als collega, als dochter, als buurvrouw, als echtgenote. Maar niet als schrijver van verhalen.

Zijn de verhalen autobiografisch? Natuurlijk werd deze vraag gesteld tijdens de twee interviews. Daarop beantwoorde ik: nee, ze zijn volledig uit de duim gezogen. En zo is het ook.

Al hoewel, en dat heb ik nog niet verteld: er huist heus wel een stukje Max in mij. Ook ik heb ooit geprobeerd om, toen net als bij Max de lat hoog lag, alle ambities te laten varen. Wie geen verwachtingen heeft hoeft er ook geen moeite voor te doen.

Maar dat hield ik niet lang vol. Inmiddels heb ik een vol leven waarin mijn gezin de hoofdrol speelt. Ik kan niet anders dan dit leven ook helemaal zijn. Een deuk in één van mijn liefsten is een deuk in mij. Ik hoop maar dat ik er iets mooi van maak.

En dan is daar KLEI, mijn bundel dat de wereld in geslingerd werd. Toch overweeg ik soms om dit avontuur alsnog per ongeluk expres te saboteren. Net als Fred in Groentesoep met vermicelli.

Jawel, het is heel bloot allemaal.

Maar ook kicken.

Over de auteur:

F.E. van Venetië (1978) is een oud-student van de Schrijversacademie. Ze volgde de specialisatie Romans en Korte Verhalen bij Carla de Jong in Den Haag. Onlangs debuteerde ze met KLEI. Dit is een bundel met vier korte verhalen. KLEI is gepubliceerd via Brave New Books. Het boek is verkrijgbaar of te bestellen bij vrijwel alle boekhandels (ISBN: 9789402157369)

Meer weten of op de hoogte blijven? Kijk dan op: www.facebook.com/FEvanVenetie

Zelf doen – Voline van Teeseling

Alhoewel ‘zelf doen’ altijd mijn levenshouding is geweest, betekent dit niet dat dat ook altijd de makkelijkste weg is. Daarom besloot ik anderhalf jaar geleden om me in te schrijven aan de Schrijversacademie zodat ik mijn schrijfambities serieus zou kunnen waarmaken. Afgelopen december rondde ik mijn tweede en laatste specialisatie af en tja, nu zal ik het dus toch echt weer zelf moeten doen. Ik ben inmiddels al een tijdje bezig aan een heus boek en hoewel de Schrijversacademie mij bij de les hield, keek ik ook wel weer uit naar de vrijheid om mijn boek op mijn manier af te maken.

Zelf doen

Nu het al weer een tijdje zo ver is, blijkt het toch best wat van me te vragen. Er stond namelijk geen Warme Vriendelijke Uitgever of Belangstellend Oud-Docent te wachten om mij een zachte landing te geven. Niet dat ik dat verwacht had, maar stiekem gehoopt misschien toch wel. Er diende zich in plaats daarvan slechts een Groot Gapend Gat aan dat ik zelf moest dichten. Mijn zelfdiscipline bracht me een heel eind, maar ik heb toch ook maar een echt kunstenaarsplan gemaakt met een beetje hulp van Julia Cameron’s The Artist’s Way.  Naast de dagelijkse 500 woorden die ik van mezelf moet schrijven, zoek ik nu andere schrijvers op en  lees ik nog meer dan ik al deed. Ook mag ik van mezelf ongelimiteerd op onderzoek uit voor mijn boek én voor het gaande houden van de stroom verhalen, woorden, zinnen en ideeën die de afgelopen tijd is opgeborreld. En misschien nog wel het belangrijkste: ik mag het schrijven voorrang geven en dus geregeld alles laten varen voor mijn boek.

Nu ik de sprong in het diepe heb gemaakt en zónder bandjes verder moet, weet ik pas echt wat ik nodig heb. De Schrijversacademie verstrekte me de zwembandjes, maar ik ben nu pas echt aan het zwemmen. En wat blijkt het fantastisch in dat water. Een knappe badmeester die me er weer uit krijgt.

Fotograaf Pixabay/Survivor

 

Over de Auteur:

Voline van Teeseling behaalde in 2016 haar diploma’s voor de specialisaties ‘familieverhalen & biografieën’ en ‘romans en korte verhalen’ aan de Schrijversacademie. Zij schrijft portretten, levensverhalen en korte verhalen. Voline blogt op www.schrijvenonline.org en op www.volinevanteeseling.nl over het boek dat ze momenteel aan het schrijven is onder het kopje ‘Help! Ik schrijf een boek’

 

Valentijnsdag – Manna Mulder

Het zal denk ik ergens rond groep drie geweest zijn, begin jaren negentig, dat mijn oudste zoon thuis kwam met een glas geblazen paardje. Het moest nog even tot me doordringen vanwaar dit presentje voor mijn zoon, maar na zijn uitleg werd het mij duidelijk; hij had het gekregen voor Valentijnsdag. Van het mooiste meisje van de klas, het poppetje van de school. Het was 14 februari.

Het was een paardje van een centimeter of acht met een bruin ruggetje en beentjes in galop, heel sierlijk en met wuivende manen. De beentjes waren van doorzichtig kleurloos glas. Jarenlang, misschien wel twintig, is het in ons bezit gebleven, tot het op een dag in stukken lag in een doosje en wij het uiteindelijk, na lang bewaard te hebben in deze toestand, met de vuilnisman hebben meegegeven.

Ik vond het aandoenlijk. Dat mijn zoon zo’n mooi paardje gekregen had van een meisje dat blijkbaar, zelfs al op zulke jonge leeftijd, warme gevoelens voor hem koesterde. Het zou een vooruitwijzing worden want tot heden heeft hij die aantrekkingskracht behouden. Zij het niet altijd even succesvol.

Valentijnsdag.

In deze betekenis heeft het voor mij nooit íets betekend. Ik heb stiekem wel eens gedacht die ‘w(R)oest aantrekkelijke’ garagehouder aan de Zeeburgerdijk stiekem een kaart te sturen maar mijn nuchterheid weerhield mij. Bovendien zag hij mij niet staan, als vrouw. Ik was totáál zijn type niet. En bovendien vind ik al dat gedoe met Valentijnsdag maar volkomen flauwekul.

Om eerlijk te zijn vind ik het verschrikkelijk. Ik vind het een opgeblazen, commerciële feestviering. Verzonnen en in het leven geroepen om slagjes uit te slaan en valse hoop te geven aan mensen die verlegen zijn of om andere reden iemand op de hoogte willen stellen van hun aanbidding. Het is een dag, in het leven geroepen voor commercieel gewin. Ineens word je doodgegooid met kaarten, rode aluminium opblaasharten op een steeltje, rozen, weekendjes in hotels. Alles wordt samengebald in die ene dag. Terwijl wij eigenlijk álle dagen onze gevoelens op die manier zouden moeten kunnen en vooral wíllen uiten. Niet dat je elke dag feest hoeft te vieren, dat veroorzaakt ook slijtage. Maar om nou je romantiek op te hangen aan een dag met een vage historie, want ik ben even op onderzoek uit gegaan: er is geen enkele duidelijke aanwijzing voor de invulling van deze dag. Gewoon verzonnen op basis van wat vage overleveringen. Goed voor de economie.

Valentijnsdag, 14 februari, die datum, heeft op zich altijd wel betekenis gehad voor mij, maar in andere zin. Het is de dag dat mijn oom geboren werd, negenennegentig jaar geleden. Hij mocht maar zesentwintig worden, vermoord door de Jap. Aan hem dacht ik altijd op die 14e februari. Of, mijn muis die ik zo genoemd had.

Misschien toch met het gevoel toen dat er een belangrijke boodschap in die naam huisde. Valentijn, de muis dus, woonde op onze schoorsteenmantel in een hoge accubak, van doorzichtig glas. De bak had geen gunstige afmeting voor hem: 30x15x40 (lxbxh) of zoiets. Wat betekende dat ik hem altijd enorm zijn best zag doen omhoog te klimmen maar dat niet kon vanwege het gladde glas. Ik kon hem wel bestuderen, als puber, hangend in een stoel. Hij scharrelde wat rond tussen zijn krantensnippers.

Hij werd een zij

Nog een andere Valentijn waar ik tegenwoordig aan denk is Valentijn de Hingh. Híj werd een zij, Misschien wel de ultieme invulling van Valentijnsdag, de samensmelting van hij en zij.  Kijk, in die zin is 14 februari wel een mooie dag om even bij stil te staan, bij Valentijn. Maar verder heb ik er zelf helemaal niks mee.

Over de auteur:

Manna heet ik, geboren midden jaren vijftig in deze hoofdstad uit een journalist als vader en een verpleegster als moeder. Inmiddels wees. Zelf moeder van een behoorlijk gezin, echtgenote. Ex-leerkracht. Reeds anderhalf jaar blije student aan deze opleiding bij de Schrijversacademie, met gelukkig nog een aantal modules in het verschiet! Schrijven geeft mij rust.

Het hoe van een schrijfgroep – Dé Hogeweg

Over het reilen en zeilen van schrijfgroepen

Hoe gaat het er nu aan toe in zo’n schrijfgroep? Die vraag krijg ik als schrijfdocent vaak. Het gaat net als in elke andere groep waar je wat leert. De groep groept, de docent doceert en er is koffie en thee voor bij het – in ons geval – schrijven, voorlezen en feedback geven op elkaars teksten.
Vanuit het perspectief van de cursist of student is het hoe al vaak beantwoord. Krassende pennen, toetsenborddansende vingers, diepe zuchten, naar de hemel om hulp of uit het raam om inspiratie starende blikken. De geur van oude koffie en een aangeknaagde appel.

Vanuit het docenten-vertelperspectief lees je wel eens een stukje van een docent die zich verheugt over het wonder dat schrijven heet als het zich voltrekt in een beginnersgroep.
In de bijeenkomsten behandel ik de do’s en don’ts in de schrijverij, geef schrijfoefeningen, inspireer, stimuleer – vooral tot lezen en waarschuw – vooral voor opsommingen. Daar valt zeker meer over te vertellen, maar de meeste schrijfdocenten klappen liever niet verder uit de school. En zeker niet op de persoon. Cursisten moeten het gevoel hebben en houden dat alles wat zij in de les produceren en doen tussen vier muren blijft.

Toch schreven schrijfdocenten Nicolien Mizee en Pauline Slot allebei een boek over het hoe van een schrijfgroep/schrijfretraite, respectievelijk Schrijfles en Dood van een thrillerschrijfster. De in hun boeken beschreven cursisten zullen zichzelf of een groepslid misschien wel herkend hebben, maar voor de lezers zijn de personages genoeg gefictionaliseerd om geen boze gezichten of een claim wegens smaad aan de broek te krijgen. Personageprobleem opgelost.

Wie schrijft is kwetsbaar.

Vraag maar aan successchrijvers die nog altijd bang zijn voor neersabelende recensies na het uitkomen van hun nieuwe boek.
Wie beschreven wordt is misschien nog wel kwetsbaarder. Vraag maar aan de familie van Boudewijn Büch, de burgemeester van Zandvoort, de collega’s van J.J. Voskuil. Voor mij valt een grappige column over bijvoorbeeld wanna be schrijvers die met een af manuscript en een attitude naar de eerste les komen dan ook in de categorie don’ts.

Hoe gaat het er nu aan toe in het hoofd van de docent? Dat kwetsbaarmakende inkijkje heb ik er wel voor over om tenminste één van de hoe-vragen te beantwoorden: heel veel lezen, met mijn pen krassen, 3x in de week 20 kilometer fietsen, 2x in de week steppen en spinnen, 2x in de week hardlopen, interproxen, detoxen, observeren, ideetjes opdoen, naar de wolken om inspiratie staren, nieuw lesmateriaal verzinnen, vakartikelen lezen en naar films gaan om cursisten te kunnen tippen over een prachtige plotlijn. Soms pas ik op met opsommingen.

Wordt vervolgd met Het hoe van een schrijfgroep: het voorstelrondje (2)

Over de auteur:

Dé Hogeweg is docent creatief schrijven en redacteur in Den Haag en omstreken. Bij Uitgeverij U2Pi/JouwBoek is zij hoofdredacteur. Zij geeft les bij de Schrijversacademie. Naast het geven van cursussen en workshops schrijft ze columns, korte verhalen en artikelen voor internetsites en bladen. Zij schrijft over alles wat op haar pad komt. In de zomer gaat het vaak over de Tour de France, in de winter over schaatsen. Regelmatig levert zij bijdragen aan de sites Het is Koers (wielrennen) en Bluesmagazine (concertverslagen).

‘Het mooiste van schrijven is van níets íets maken’

In het jaar 2000 verscheen haar verhalenbundel Strandstoelendans.

De succesvolste oefeningen uit haar cursussen en workshops gaf zij in 2011 uit in het boek Oefeningen in creatief schrijven – voor beginners, gevorderden en schrijfdocenten.

Ik, Melania – Liedeke van Nijnanten

Daar sta ik dan. Ik schaam me dood. Ik wil hier niet zijn. Ik ben niet blij. Het liefst zou ik nu weglopen, maar niemand zal het aan me zien. Te vaak gedaan alsof, het is een tweede natuur geworden. De blik van mijn voorgangster staat op onweer. Woedend is ze. Niet op mij denk ik. Ik ben slechts het aanhangsel. Mooi zijn, mond houden en voor onze zoon zorgen. Ze zal wel denken dat ik een dombo ben. Mijn arme zoon. Hij zal gepest worden. Alsof hij er wat aan kan doen. Dat zijn vader is wie hij is. Maar nu is het te laat. De idioten zijn erin getrapt. En ik ook, toen ik met hem trouwde.

Het was eigenlijk begonnen als een grap.

Zaten ze te borrelen hoor. Zeg maar zuipen. Met hun dronkemanspraat het plan opstellen. Ten gunste van hunzelf en hun rijke vriendjes. Hilarisch vonden ze het. En herinneringen ophalen aan al die hoeren, tijdens hun zakendiners. En zonder zakendiners. Ik ben niet achterlijk. Het is de prijs die ik betaal voor mijn luxeleventje en zekerheid voor mijn zoon. Ik en mijn zoon worden als vuil behandeld. Dankzij zijn uitspraken. Denk je dat er aan mij ooit iets is gevraagd?

Soms fantaseer ik anoniem het bewijs te leveren van zijn escapades. Dat heb ik namelijk. Wat dacht hij dan? Wie niet sterk is moet slim zijn. En die aanrandingsverhalen. Die zijn waar. Zo is het bij ons ooit begonnen. Maar ik kan het mijn allerliefste zoon niet aandoen. Niet nu. Hij is te jong. Mij interesseert het allang niet meer. We slapen niet voor niets apart.  Moeten we ook nog oplossen, in ons nieuwe onderkomen.

Ik schrik me dood. Hij pakt mijn hand. Heeft hij al jaren niet meer gedaan. Opletten, show time! Gezicht op glimlachen. Het pakje van Ralph Lauren is trouwens wel prachtig. Daar kunnen ze tenminste niets op aanmerken. Daar gaan we dan, op weg naar het Witte Huis. Ik neem plaats in “The Beast” en laat alles gelaten over me heenkomen. Glimlachen en wuiven maar.

Over de auteur:

Liedeke van Nijnanten, student aan de Schrijversacademie, schrijft graag over actuele zaken en ook alledaagse observaties. Ze is sinds kort werkzaam in de ouderenzorg, een onderwerp op zich en moeder van een zoon waar ze beretrots op is. Ze heeft zes jaar in Florida gewoond en daardoor voelt ze zich zeer verbonden met alle politieke perikelen aldaar en alle Amerikanen.