Het avontuur dat Selfpublishing heet – door Pieter de Nooij

Selfpublishing is een interessante en intensieve ervaring

Na tien jaar schrijven en schaven (van 220.000 woorden naar 133.000) kreeg ik een cursus bij de Schrijversacademie cadeau. Erg inspirerend. Anderhalf jaar later pakte ik de draad weer op en werd de dertiende versie van het manuscript voltooid. Omdat de traditionele uitgeverijen het boek te complex vonden (‘Maak er maar drie boeken van’) besloot ik te gaan self-pubben.

Vijf redactieslagen, WordPress-dilemma’s en bloggen voor volgers

Self-pubben is een interessante en intensieve ervaring; je komt aan je nieuwe boek niet meer toe. Samen met het Haags Bureau onderga ik vijf redactieslagen. Met familie en vrienden wordt uitvoerig overlegd over de titel en de omslag, de flaptekst en de ankeiler. Je houdt je bezig met de dikte van het boek, want het moet door de brievenbus, dus lettertype, aantal regels en soort papier zijn van belang. En dan het optuigen van een website. Je kunt uitbesteden wat je wilt, maar als het framewerk staat, moet je zelf wel wat van WordPress weten om je blogs en foto’s te kunnen opladen. Om Tango van Bedrog interactief te maken zijn er per hoofdstuk afbeeldingen van locaties en filmpjes van historische gebeurtenissen te vinden. Met de QR-code op de achterkant kom je direct op de website. In de zes weken aanloop naar de publicatie schrijf ik iedere week een blog als trekker. Intussen zijn er 115 volgers.

Het boek aan de man brengen doe je ook helemaal zelf!

In mijn enthousiasme besluit ik tot een oplage van 1.500. Dus nu moet het promoten gaan beginnen. Dat begint met het aanschrijven van groepen in je netwerk, zoveel mogelijk met een persoonlijk tintje. Dan ga je naar LinkedIn, neemt een proefabonnement voor een maand op Professional en je gaat kennissen en kennissen van kennissen persoonlijk uitnodigen om aankondigingen te plaatsen in je netwerkgroepen. Je tuigt een nieuwe Facebook pagina op – ik had mijn eigen pagina drie jaar geleden opgedoekt – en je stort je in de wereld van de sociale media. Zelfs het kopen van advertentieruimte op Facebook sla je niet over. Je probeert zoveel mogelijk op bijeenkomsten even aandacht te vragen voor je boek en je deelt visitekaartjes uit waar de QR-code op staat.

De eerste week na publicatie

Inmiddels komen de eerste reserveringen binnen via Boekenbestellen/Pumbo. Je krijgt een prachtige recensie. De uitnodigingen voor de presentatie in Pulchri gaan er tijdig uit. Het eerste persbericht wordt aan het begin van de week van publicatie verzonden, het tweede persbericht de dag na de presentatie. Je belt de pers na en wacht af of je succes hebt. Nu gaat het erom of je signeersessies kunt organiseren in de boekhandel. Welke kies je en willen ze je wel hebben? De banner is al klaar.

Self-pubben is arbeidsintensief, de kosten gaan voor de baat uit en je krijgt ontzettend leuke reacties, ook van mensen buiten je netwerk. Maar ja, die 1.500 exemplaren moeten wel weg. Na één week zijn er 350 verkocht, Sinterklaas en kerst moeten nog komen!

Tango van Bedrog

In de bloedstollende ‘Corporate Thriller’ Tango van Bedrog van Pieter de Nooij (1951) is niets wat het aanvankelijk lijkt. De bonte verzameling van verhaallijnen, kunstig ingekleurd door situaties uit het verleden, leiden onontkoombaar tot een gordiaanse knoop waar zelfs heden en verleden nauwelijks meer te ontwarren zijn. De zwoel-erotische Zuid-Amerikaanse romantiek ontaardt al snel in een danse macabre, in een spel dat uitsluitend verliezers kent. Behalve dan degenen voor wie ieder verlies ondergeschikt is aan een niet te stillen honger naar macht om de macht of wraak om de wraak.

Research op locatie – Door Hetty Kleinloog

Kun je alleen schrijven over plaatsen waar je bent geweest? research
Mijn antwoord is: ja.
Zelfs bij fantasielocaties zijn de steden en landen waar je werkelijk geweest bent, de bron voor je verbeelding.

Volgens mij is het onmogelijk om je al googelend een voorstelling van een plek te maken.  Wat je online ziet zijn foto’s en filmpjes waar een camera, dus een ander, zich op heeft gefocust, je kijkt dus eigenlijk met geleende ogen. Om de lezer in zijn hoofd mee naar een plek te voeren, gaat het niet alleen om wat je hebt gezien, je moet de locatie geroken, gehoord, geproefd hebben. Tijdens je fysieke research voel je of het er warm of koud, zuurstofrijk of benauwd is, je voelt de grond onder je voeten en de wind door je haren.
Zien is maar een zesde deel van al je zintuigen. De volle en rijke ervaringen die je verzamelt als je op pad gaat zijn absoluut terug te vinden in de tekst die je daarna schrijft.

Ik vind Google eigenlijk een tweede keus-activiteit bij het schrijven van een boek.  Door Google raken we ons gevoel voor serendipity – de ongezochte vondst – kwijt, want je hoeft niet meer na te denken, uit te vinden, samen te voegen. Je raakt juist kwijt wat de kern van creativiteit is: bestaande elementen samenvoegen en er iets nieuws van scheppen.
Neem bijvoorbeeld een kopje van bont. Nu bestaat het, omdat ene Meret Oppenheim het samengesteld heeft van de vorm van een theekopje en het materiaal bont. We kunnen het nu vinden als we op ‘theekopje bont’ zoeken. Maar Meret Oppenheim heeft dat niet gegoogeled, want het bestond niet. Ze heeft het zelf samengevoegd.
We zijn het er allemaal over eens dat Meret Oppenheim degene is die creatief is, niet wij die zoektermen hebben ingetypt.

Ik dwaal af.
Ik vind dus dat je als schrijver op pad moet gaan als je de ‘arena’ voor je verhaal wilt schetsen. Niet speuren achter je bureau, maar er daadwerkelijk komen. Natuurlijk kun je feiten wel opzoeken en dan dient het gemak – zoekmachines – de mens. Maar als je het in je boek over een bepaalde locatie hebt: ga erop af!

Mijn roman Volle Kracht speelt zich af in Canada.  De vijf vrouwen uit mijn eerste roman, Volle Bloei, verlaten hun vertrouwde omgeving en trekken erop uit. Enerzijds om de as van hun vriendin naar haar zus te brengen, anderzijds omdat het goed voor lichaam en geest is om nieuwe ervaringen op te doen als je ouder wordt, en om nieuwe kennis en vaardigheden te leren.

Het zou onmogelijk zijn geweest om een roman te schrijven die zich afspeelt in Canada zonder in Canada te zijn geweest.
De eerste keer trok ik in een camper door West Canada, zoals de vijf vrouwen uit mijn boek doen. Met eigen ogen zag ik vanaf een boot walvissen, dolfijnen en orka’s tegelijk zwemmen en springen. Ik voelde de koude wind op mijn wangen en de tranen over mijn wangen rollen. Ik rook de zee rond Vancouver Island.
Nooit had ik zonder die ervaring het volgende fragment kunnen schrijven:

Op het moment dat rechts van hen de fonteinen van de bultruggen sproeien en links een orkafamilie het water doorklieft en opduikt, komen tientallen dolfijnen het schip een bezoek brengen. Ze lijken te lachen en tuimelen in twee- en drietallen naast de boot. In de lucht zweeft opnieuw de zeearend.
Greetjes adem schiet hoog in haar keel en ze slikt. Ze zou willen lachen en huilen, jubelen en gillen tegelijk. Ze spreidt haar armen en jodelt zo hard als ze kan: ‘Jihoeoeoe!!!’ In gedachte zweeft en tuimelt, duikelt en duikt ze, komt ze los van haar Greetje-zijn. Dit is vrijer dan vrijheid, verder dan eindeloosheid, grenzelozer dan een lancering de ruimte in. Haar longen zuigen zich vol met lucht. Iedere lichaamscel vult zich met zuurstof.

Voor deel 3, Volle Glorie, ga ik kriskras met de trein door Europa reizen. Ik verheug me er enorm op.
Schrijver zijn is een zittend beroep? Researchen achter je computer?
Ik dacht het niet.

Ik spreid regelmatig mijn armen en jodel zo hard ik kan: Jihoeoeoe!!

Hetty Kleinloog

Volle kracht, het tweede deel van de Volle trilogie ligt vanaf 10 oktober 2019 in de winkel en is online te bestellen, onder andere bij de Nieuwe Boekhandel.

Sprechhund – Door René Appel

In films treedt nogal eens een sprechhund op. Dat is zeker geen sprekende hond, maar een personage tegen wie gesproken wordt. Volgens Wikipedia is het ‘een soms kunstmatig overkomende techniek waarbij een onwetende ‘Sprechhund’ ten tonele wordt gevoerd aan wie informatie wordt gegeven over wat er tot dan toe allemaal is gebeurd.’ Het is overigens wel een techniek die soms indruist tegen het bekende ‘show-don’t-tell-principe’. Het gaat verder niet alleen om informatie over wat er eerder is voorgevallen (en dus niet getoond wordt), maar ook om alle informatie die – in het geval van een boek – lezers nodig hebben om het verhaal te begrijpen, de personages te kunnen plaatsen enz.

Het is vaak handig om in een roman een sprechhund op te voeren, bijvoorbeeld een vriendin van de hoofdpersoon, een goede collega, een aardige buurvrouw, meestal een ‘vertrouweling’. In de eerste plaats is dat om – zoals hierboven al staat – informatie over ‘het verleden’ te geven, waarvoor anders misschien een flashback zou moeten worden ingelast. Dat werkt soms beter dan een zinnetjes als het volgende: ‘Ze dacht na over wat er gebeurd was. Misschien had ze David nooit een sleutel van haar appartement moeten geven, want daar was alle ellende mee begonnen… enz.’

Met een sprechhund als dialoogpartner is een tekst als de volgende mogelijk:
‘Toen ontmoette ik David en in begin knetterde het helemaal.’
‘Ja, dat had ik ook wel in de gaten.’
‘Maar later kwamen er allerlei dingen naar boven, zoals met die sleutel…’
‘Die sleutel? Was er een probleem met een sleutel?’
Enzovoorts.

Ten tweede is een sprechhund ook geschikt om informatie te geven over overwegingen, twijfels, gedachten, gevoelens enz. van een personage. In een verhaal moeten niet te vaak zinnen voorkomen als: ‘Hij dacht dat hij het anders aan zou moeten pakken en dat hij beter… enz.’ De volgende passage komt uit Normale mensen van Sally Rooney: ‘(…) Engels is toch eigenlijk geen echte studie waar je een goede baan aan overhoudt, het is een grote grap, en dan denkt hij dat hij waarschijnlijk toch beter rechten had kunnen kiezen.’ Zo’n overweging komt meer tot leven als er een sprechhund wordt ingeschakeld:

‘Wat studeer je nu?’ (vraagt de sprechhund)
‘Engels, maar dat vind ik geen echte studie.’
‘Waarom niet?’
‘Je houdt er nooit een goeie baan aan over. Ik had beter rechten kunnen kiezen.’
‘Rechten?’
Enzovoorts.

Maar blijf wel letten op het ‘show-don’t-tell-principe’: gebruik de sprechhund nooit om alles tot in den treure uit te leggen, want bedenk dat hij ook gemeen kan bijten.

Over René Appel

René Appel publiceerde 24 misdaadromans, drie verhalenbundels en twee jeugdboeken. Zijn laatste verhalenbundel is ‘Joyride en andere spannende verhalen’ (2016). In oktober 2018 verscheen ‘Dansen in het donker’, bestel het boek hier. Een ‘gewone’ roman, dus geen thriller, maar wel een echte Appel.

René Appel is lid van de Adviesraad van de Schrijversacademie.

Wat leer je op een schrijfopleiding?

In 2018 nam ik het besluit om aan een creatieve schrijfopleiding te beginnen. Wat is dat een geweldig goede beslissing geweest! Al toen ik de studiematerialen thuis ontving was ik direct razend enthousiast, en dat gevoel is niet meer weggegaan.

Ik volg de opleiding aan de Schrijversacademie. Inmiddels heb ik de basisopleiding afgerond en dit jaar ga ik door met de specialisatie. Wat leer je nou eigenlijk op zo’n schrijfopleiding? Welke specialisaties zijn er en wat wil ik ermee bereiken? Tijd voor een update!

Creatief schrijven: schrijfstijl, karakters, dialogen, perspectief, plot…

Afgelopen jaar kreeg ik geregeld de vraag: ‘Wat leer je dan precies?’ Het schrijven van fictie is natuurlijk geen exacte wetenschap. Het is geen formule die je uit je hoofd leert. Je schrijfstijl is bovendien erg persoonlijk. Toch zijn er heel veel technieken die je kunt toepassen en zaken waar je simpelweg niet bij stilstaat als je een verhaal leest. Bovendien kun je nog zoveel theorie bestuderen; pas wanneer je het zelf gaat uitproberen, merk je wat er allemaal bij komt kijken om een goed lopende tekst te schrijven die de lezer verrast.

De basisopleiding van de Schrijversacademie bestaat uit vier modules. Je begint met het ontwikkelen van je eigen schrijfstijl. Daarna worden personages en dialogen behandeld. Vervolgens technieken om een verhaal vorm te geven, zoals het perspectief. En tot slot komt alles samen in het schrijven van een volledig kort verhaal.

Afgezien van een paar korte verhaaltjes die ik weleens voor een opdrachtgever heb geschreven, had ik zelf nog geen ervaring met creatief schrijven. Ik heb daardoor niet alleen veel geleerd over schrijven, maar ook over mezelf. Het is een hele nieuwe kant van mezelf die ik enorm leuk vind om te ontdekken. Zo kwam ik er bijvoorbeeld achter dat ik vaak humor in mijn fragmenten stop. Als je me van tevoren had gevraagd wat voor schrijver ik ben, zou ik nooit hebben geroepen dat ik grappig schrijf, maar blijkbaar is het wel iets dat min of meer automatisch gebeurt.

Thuisstudie én groepslessen

Er zijn heel veel verschillende schrijfopleidingen; van korte cursussen tot meerjarige opleidingen, van workshop of schrijfretraite tot een thuisstudie. De Schrijversacademie mixt groepslessen met opdrachten die je via een digitale leeromgeving uitvoert. Dit vind ik zelf heel prettig, omdat je wel persoonlijk contact hebt, maar het grootste deel van de studielast flexibel in te delen is waardoor de opleiding ook makkelijk in een druk schema past.

Die eerste groepsles vond ik trouwens wel echt super spannend. Ook geef je feedback op elkaars werk. Schrijven is zoiets persoonlijks, en dan moet je dat delen. En laten beoordelen. Doodeng. Gelukkig zat ik in een leuke groep en voelde het al heel snel veilig. Je leert er ook wel heel erg veel van. Lezers kunnen zó verschillend naar een tekst kijken! Dat maakte me al wat minder gespannen.

Lees ook: Nieuwe uitdaging in 2018: de Schrijversacademie

Specialisatie: romans en korte verhalen

De vier basismodules vlogen voorbij. Voordat ik aan de opleiding begon, twijfelde ik tussen de specialisatie ‘kinderboeken schrijven’ of toch voor een iets volwassener publiek. Het is dat laatste geworden; ik ga verder met de richting ‘romans en korte verhalen’. Ik heb al een verhaal-idee in mijn hoofd met één van de personages die in één van de opdrachten is ontstaan en heb er heel veel zin in om daar verder mee aan de slag te gaan. Ik ben ontzettend benieuwd of ik het op papier ga krijgen.

Er zijn trouwens nog heel wat andere richtingen, zoals thrillers, science fiction, young adult, columns en blogs en scenario schrijven.

Mijn schrijfdoel

Voordat ik aan de opleiding begon, was mijn redenatie: als creatief schrijven niks voor mij blijkt te zijn, dan word ik in elk geval niet stommer van de schrijfervaring die ik opdoe. En ik had altijd nog voor de specialisatie columns en blogs kunnen kiezen. Dankzij de basisopleiding heb ik in ieder geval ontdekt dat ik het enorm leuk vind om iets te creëren dat er eerst nog niet was. Wil ik dan ook echt een boek schrijven? Ja, natuurlijk geef ik toe dat ik daar weleens van droom. Het leuke van de opleiding is dat je in de specialisatie met een concreet verhaal aan de slag gaat, dus ik ga in ieder geval stappen zetten. Wie weet… Mocht het zover komen, dan lees je het natuurlijk hier!

Vond je deze blog leuk? Meer blogs van Yvonne van den Nieuwenhuizen lees je op De Vrolijke Fladderaar

Boekenclubveteraan Ellen Kusters over… de Boekenclub

Na mijn twee eerdere, positieve ervaringen met de Boekenclub, reageerde ik een aantal weken geleden op een mailtje van de Schrijversacademie:
“Wie doet er mee met de derde Boekenclub?”
Ik wilde graag opnieuw meedoen, dus gaf ik me op.

Nog even spannend…

Wat is een Boekenclub precies, vraag je je misschien af? Het is een online review/discussie clubje bestaande uit een tiental gemotiveerde lezers/schrijvers.
Iedereen die namelijk deelneemt aan de Boekenclub is student bij de Schrijversacademie. Het zijn dus allemaal mensen, die graag lezen én schrijven.

Dit keer werd, door middel van het trekken van lootjes, bekend wie er geselecteerd was om deel te nemen aan de derde Boekenclub.
Toevallig keek ik tijdens onze vakantie even op Facebook en zag een reactie, waarin ik gefeliciteerd werd. Zelf wist ik nog van niks.

Natuurlijk bekeek ik meteen het desbetreffende bericht. Mijn naam werd als laatste uit ‘de doos’ gegrabbeld. 12 deelnemers mochten dit keer meedoen. Er waren meer dan 50 aanmeldingen.
Ik was dan ook blij verrast om voor de derde keer uitgekozen te worden.

Wat houdt het in?

Vanuit de Schrijversacademie wordt een boek naar je opgestuurd. Dit boek wordt gratis beschikbaar gesteld, met de voorwaarde om na het lezen een recensie achter te laten op bol.com en Hebban.nl.
Nou, da’s dus geen probleem. Voor mij is het bovendien een goede leerschool; het schrijven van boekrecensies.

In een digitale omgeving ‘discussieer’ je met de andere geselecteerde mensen over het (in stukken opgedeelde) boek. Er is een gespreksleider, die een aantal vragen heeft voorbereid en in het discussietopic zet.

Nieuw deze Boekenclub

Dit keer mogen we ook zelf een aantal vragen stellen. Wat ik vooral boeiend en leerzaam vind, is hoe anderen een boek lezen. Letterlijk bedoel ik. Sommigen markeren met een stift interessante passages of zinnen, maken aantekeningen in de kantlijn of plakken post-its met vragen en/of opmerkingen in het boek.

Ik doe dat allemaal niet. Als ik in een boek lees, vergeet ik meestal alles om me heen en dus ook om aantekeningen te maken of zinnen te markeren.
Wel een goede tip overigens. Wellicht ga ik ‘m zelf ooit toepassen.

Wat voor boeken lees je in de Boekenclub?

Iets anders wat me aanspreekt bij het meedoen aan de Boekenclub is het soort boeken dat je gaat lezen en recenseren. Het zijn tot nu toe allemaal boeken geweest, die ik normaal gesproken nooit zelf zou hebben uitgekozen. Omdat ik de schrijver niet ken, de cover me niet aanspreekt of het thema me weinig zegt.

Op deze manier verbreed ik mijn (lees)horizon en lees ik ook eens andere soort boeken. Leer ik nieuwe schrijvers kennen en ‘praat’ ik met mensen, die ik niet persoonlijk ken over de inhoud van een boek.

Het leert je bovendien op een andere manier naar boeken kijken. Ook naar de schrijver zelf. Wat te denken aan een bepaalde schrijfstijl, uitwerking van een plot, typering van de personages en ga zo maar door.
Allemaal dingen waar ik zelf in mijn eigen schrijven veel van kan leren en kan toepassen.

Is het moeilijk?

Het lezen van het boek wordt in stukken verdeeld, zodat je een aantal dagen de tijd hebt om het aantal pagina’s op je gemak te lezen en je daarna in de vragen uit het discussietopic te kunnen verdiepen. Het vraagt wel wat tijd en het is niet zo dat je je er met de Franse slag vanaf kunt maken.

De diepgang zit ‘m erin dat je ingaat op de antwoorden van je mede recensenten. Zo ontstaan er soms echt gesprekken over allerlei onderwerpen. Dit is zeker een leuke bijkomstigheid van meedoen aan de boekenclub.

Geduld hebben

Voor mij is het lastig om niet alvast verder te lezen in het boek, maar keurig te wachten tot het volgende gedeelte aan bod komt. Omdat niet iedereen hetzelfde leestempo heeft of over evenveel (vrije) tijd beschikt, is het lezen opgedeeld in drie stukken.

Na het lezen schrijf je een recensie en deze wordt geüpload in de DLO en op de sites van Bol.com en Hebban.
Het schrijven van een goede recensie is niet zo makkelijk en moet bovendien aan een aantal voorwaarden voldoen. Gelukkig staan er een aantal goede tips in de DLO, die je kunnen helpen bij het schrijven van je recensie.

Ook dit keer geniet ik volop van het meedoen met de Boekenclub. Ik hoop dat er nog veel meer zullen volgen. Dat zou te gek zijn!

Ellen Kusters


Benieuwd naar de bevindingen van onze laatste Boekenclub over We zijn verdwaald? Vanaf 5 september zijn de recensies te lezen op Bol.com en Hebban. 

Autobiografisch schrijven – tip van Tania Heimans

Deze week staat de specialisatie Autobiografisch schrijven in de spotlights. We vroegen docent Tania Heimans om haar gouden tip voor het schrijven van een autobiografisch verhaal. 


Kill your darlings

Mijn eerste advies: kill your darlings, oftewel de familieleden met wie je na publicatie ellende verwacht. Laten sterven in je verhaal natuurlijk. Wees creatief. Ik koos ervoor om de moeder in mijn roman in het eerste hoofdstuk van een balkon te laten springen. Daarmee werd mijn debuut een ‘wat als-autobiografische roman’, afgekort een WAAR (verzin ik ter plekke, maar klinkt zo leuk dat ik die darling niet kill). In mijn geval geschreven met deze vraag in gedachten: wat als ik bij mijn vader had moeten opgroeien? Een WAAR is altijd een fictief verhaal. Een: hoe had mijn leven eruit gezien als…?-verhaal. Familieleden die je hierbij niet als inspiratiebron wilt gebruiken, kun je ook gewoon weglaten. Want je hóéft ze natuurlijk niet op tragische wijze om het leven te laten komen. Doodzwijgen is net zo effectief.

Wie nooit iemand uit zijn familie wil verraden moet geen roman schrijven

Sommige familieleden passen echter zo goed in je verhaal dat het eeuwig zonde zou zijn ze niet te gebruiken. Herinneringen aan hen presenteren zich aan je als kant-en-klare scènes waar gewoonweg niet tegenop te verzinnen valt. Juist rauw en onversneden blijken ze perfect. Dat had ik met de vroegere bezoekjes aan mijn opa en oma van moederskant. Mijn oma was echter nog in leven. Daarom maakte ik voor haar een uitzondering: zij hoefde niet dood. Ongemakkelijke gesprekken met haar kwamen letterlijk in het boek. Onbetamelijk? Uiteraard. Maar wie nooit iemand uit zijn familie wil verraden moet geen roman schrijven. Zelfs ongemerkt zul je uit je familieverleden putten. Voor de verbeelding is immers de herinnering nodig. Het enige wat je kunt doen om het goed te maken, is jezelf niet te sparen. Zelfspot behoedt je bovendien voor een megalomaan en sentimenteel verhaal en is dus sowieso aan te raden.

Ik vreesde voor de reactie van mijn oma

Hoe het met mijn WAAR is afgelopen? Ik had weinig schrijfervaring en geen contacten in de literaire wereld (ik woonde daarbij in Helmond), toch debuteerde ik in 2008 succesvol met Hemelsleutels. Tot mijn verrassing werd de roman een bestseller en onder meer voor de Academica Debutantenprijs genomineerd. Maar ik vreesde voor de reactie van mijn oma, waarop ik het personage oma Kroos had gebaseerd. Nadat ze mijn boek had gelezen, zei mijn oma echter trots tegen iedereen die het wilde horen: ‘Dit boek gaat ook over mij!’ Zo kan elke ongelukkige familie een schrijver op eigen wijze gelukkig maken.

Over Tania Heimans

Tania Heimans auteur van drie romans, een non-fictie boek en meerdere verhalenbundels. Daarnaast was ze stadsschrijver van Helmond en is ze dé expert als het aankomt op het schrijven van (auto)biografieën en familieverhalen.

Er staat een nieuwe klas Autobiografisch schrijven ingepland voor 12 oktober 2019 in Utrecht. Meld je aan door een mail te sturen naar info@schrijversacademie.nl.

Terugblik op de afgelopen Schrijversdag – door Nicole Ramsaran

Naast je standaard lessen ook de Schrijversdag

Zonder Schrijversdag geen diploma. Laat dat even duidelijk zijn. Dat klinkt naar en streng en toch is het een dag om naar uit te kijken. Naast je verplichte lessen tijdens de basisopleiding en je specialisatie is een Schrijversdag ook een must. Hier leer je namelijk de wereld van het schrijverschap kennen. Schrijven is meer dan alleen teksten boetseren. In ieder geval als je naast schrijven ook de wens hebt uitgegeven te worden. Want hoe sla je een uitgever aan de haak? Wat willen boekhandels van je? En die literair agent? Wat doet die eigenlijk voor je?

Hoe ziet de studiedag eruit?

Op 29 juni 2019 is de Tolhuistuin te Amsterdam weer het toneel voor deze inspirerende dag. Kom je vanaf het Centraal Station dan ben je met het pontje binnen twee minuten op locatie. Elke keer is het weer een feestje zo ook nu weer. Manon Duintjer interviewt debuterende schrijver Lex Boon en oude rot in het vak Willem Asman. Tussen deze twee interviews geniet je van een gezonde lunch en volg je twee masterclasses naar keuze. Kun je niet kiezen? Geen probleem, want je kunt altijd nog een volgende Schrijversdag volgen. Oh ja, vergeet ook de gezellig borrel ter afsluiting niet.

  • Hoe presenteer ik mezelf als auteur? Door Remco Volkers
  • Social media voor auteurs. Door Jordi Sloots
  • Redactie voor redacteuren. Door Jacqueline de Jong
  • Redactie voor auteurs. Door Harold de Croon
  • Wat doet een uitgever? Door Ingrid Meurs
  • Wat verwacht een kinderboekenuitgever? Door Thille Dop

Interview Lex Boon

Het zal je maar gebeuren. Je vriendin komt thuis, geeft je een ananasplant van de Ikea en vertrekt met de noorderzon. Dat overkwam Lex Boon. Hoe ga je verder? Hoe pak je de draad weer op? En belangrijker, hoe ga je met je liefdesverdriet om? Met een flinke dosis humor vertelt Lex hoe de ananasplant hem afleiding bood. Door zich compleet onder te dompelen in de geschiedenis van de ananas verwerkt hij zijn verdriet en wordt hij steeds verder de wereld van groente,- en fruittelers ingetrokken. Hij doet alle uithoeken van de ananaswereld aan, ontmoet menig expert en besluit zelfs een eigen importbedrijf op te starten. Of dat uiteindelijk goed komt is nog maar de vraag, maar het boek Ananas is in ieder geval het eindresultaat. Tussen dit wonderbaarlijke verhaal weet Manon hem ook nog diverse schrijftips te ontfutselen. Wat Lex ons meegeeft is dat je vooral moet schrijven. Ga gewoon beginnen en heb je moeite met de eerste zin? Sla deze gerust over en start bij de eerstvolgende. Die eerste zin volgt dan vanzelf. Wat ik meeneem van dit opbeurende interview? Een foto met Lex en een gesigneerd exemplaar van Ananas. En ik lust ze niet eens.

Jacqueline de Jong – Redactie voor Redacteuren

Tijdens deze interessante masterclass loodst Jacqueline de Jong je door de wereld van de redactie. Wat voor soorten redacteuren zijn er? Wie doet wat en wie houdt de regie in handen? Al gauw wordt duidelijk dat je, om redacteur te worden, een gezonde obsessie voor tekst, taal en grammatica nodig hebt. Ook is het handig om een flinke portie mensenkennis in huis te hebben. Want de ene auteur reageert goed op to the point commentaar, terwijl de andere eerst graag een overdaad aan schouderklopjes nodig heeft om door te kunnen gaan. Als dit je nog niet afgeschrikt heeft en je kunt goed lezen, bent hulpvaardig, beschikt over een fikse dosis creativiteit en je kunt goed communiceren? Dan ben jij het prototype redacteur. Meld je dan vooral aan voor de opleiding Redactie bij de Schrijversacademie.

Remco Volkers – Hoe presenteer ik mezelf als auteur

En dan is je manuscript af. Misschien ligt het ook al in de winkel. Hoe zorg je dat je als auteur gezien wordt en dat je boek gezien wordt? Volgens Remco zijn hier twee woorden kern: Werk Zelf. En dat moet je niet verwarren met doe het zelf. Het ‘werk’ is het schrijven, het uitwerken van ideeën en alles wat daarbij komt kijken. Het stukje ‘zelf’ is wat je zelf meeneemt. Je netwerk, je expertise, je herinneringen. Daarnaast is weten wie je bent al het halve werk. Je kunt jezelf dan kort en bondig voorstellen en daarmee mensen triggeren  om jouw werk te kopen en te lezen. Zorg voor een goede pitch van je verhaal, met de juiste haakjes en zorg dat je opvalt. Stuur je een mail? Zet dan iets in de onderwerpregel dat men niet kan weerstaan. Er staat taart in de koelkast! doet het op kantoren erg goed, maar bedenk vooral je eigen woest aantrekkelijke tekst.

Interview – Willem Asman

Dat Willem Asman schrijver zou worden was een mogelijkheid die iedereen wel zag, alleen hijzelf wat later dan de rest. Met een studie Nederlands denk je dat je op de goede weg zit, maar je doet daar alles behalve schrijven. Een opleiding aan de toneelschool dan? Helaas, afgewezen. Dan maar een rechtenstudie en jurist worden. Daar ben je absoluut met taal bezig en dan vooral de nuances, punten en komma’s. Tot op een dag zijn vrouw vroeg ‘wat wil je nu écht doen?’ en hij er spontaan ‘schrijven’ uitfloepte. Dit resulteerde in een ‘nou dan gaan we dat regelen.’ met een als gevolg een spannende trilogie, die nu een deel vier krijgt. Manon zou Manon niet zijn als ze Asman zijn werkproces niet zou laten prijsgeven. Hij neemt ons van A tot Z mee. Zijn gouden tip voor ons: Heb plezier. Vergeet alles wat geweest is en nog komen gaat en geniet.

Borrel

Van al het luisteren, vragen stellen en tips noteren krijg je dorst. De Schrijversdag sluit dan ook standaard af met een borrel. Dit keer buiten op het terras. Met een hapje en drankje deel je ervaringen, wissel je telefoonnummers uit en worden vriendschappen beklonken.

Ben je enthousiast geworden over de masterclass waar je collagastudent naartoe is geweest? Niet getreurd, op 21 september 2019 is de volgende Schrijversdag. Dit keer te Utrecht bij Mammoni. Houd de site in de gaten voor meer informatie en ook niet-studenten zijn van harte welkom. Neem dus gerust je schrijvende buschauffeur of favoriete theetante mee.

Het programma en aanmelden voor 21 september? Klik hier. 


Over Nicole Ramsaran

Hallo allemaal, mijn naam is Nicole Ramsaran en ik ben student aan de Schrijversacademie. Na de basisopleiding ben ik de specialisatie Romans en Korte verhalen gaan volgen en 13 juli heb ik de specialisatie Kinderboeken schrijven afgerond. In mijn vrije tijd schrijf ik korte verhalen en recenseer ik voor Business and Bubbles. Inmiddels ben ik kind aan huis bij de Schrijversacademie en heb ik mijzelf de titel “Ambassadeur Schrijversacademie” cadeau gedaan.

Een boek! – Marceline de Waard

Wie het meeste oud papier op school inlevert krijgt een prijs. Een jaar of zeven was ik en dol op lezen. En als er oud papier ingeleverd moest worden, was de prijs natuurlijk een boek. Ik wist het zeker en ging ervoor. De dag dat mijn vader oude telefoonboeken van zijn werk meebracht deed het: ik stond met stip bovenaan. Gespannen bleef ik de weken daarna de lijst in de gaten houden. Ik bleek onverslaanbaar en na wat een eeuwigheid leek was daar mijn prijs: een pakje wasco.

Ik heb jaren niet aan dit voorval gedacht, tot nu. Het intense verlangen naar een eigen boek is helemaal terug. Niet zomaar een boek, maar een boek met mijn naam op de kaft. Nog even en dan hou ik ‘Schandalig en andere zondagverhalen’ in mijn handen. Het ligt nu bij de drukker, is al te bestellen en als alles goed gaat krijg ik zaterdag het eerste exemplaar van mijn uitgever. Ik droom weg bij het beeld van de omslag. Rozerood, cognac en zacht witgrijs. Warme kleuren, een foto vol sfeer én prachtige witte letters die mijn naam vormen.

De stem van Wim T. Schippers galmt in mijn hoofd. Ken je die reclame waarin hij antwoord geeft op de vraag wat je iemand cadeau moet doen? Steevast is zijn antwoord: ‘Een boek!’

Mijn eerste boek, een verhalenbundel. Hoeveel mensen zullen het beetpakken, kopen en lezen? Zullen mensen het voor zichzelf kopen of als cadeau? Of gaat het stof verzamelen op de plank bij de uitgever? Nee, aan die laatste mogelijkheid weiger ik te denken.

Een boek! Mijn boek: een verhalenbundel met mijn naam op de kaft, afgelopen zaterdag had ik het  in mijn handen.

© Marceline de Waard -Een jaar geleden studeerde ze af aan de Schrijversacademie. Nu ligt haar eerste roman bij de uitgever en verschijnt haar eerste boek: een verhalenbundel

De-dag-na-de-presentatie blues – Manon Duintjer

19 april: de dag die je wist dat zou komen, de dag na de presentatie. Ik mag uitslapen. Geen boterhammen smeren, geen trommeltjes vullen, geen tandenborstels klaarleggen. Ik draai me nog eens om teneinde van deze luxe te genieten, maar slapen lukt niet meer. Een combinatie van afterparty-adrenaline, verwachting, onzekerheid en teveel wijn houdt me wakker. Vanaf vandaag ligt We zijn verdwaald in de winkel. Vanaf vandaag kan iedereen mijn roman lezen. Vanaf vandaag kan iedereen er iets van vinden. Maar wat zullen ze vinden? En gaat überhaupt iemand het boek lezen?

Een oorverdovende drilboor in de straat jaagt me mijn bed uit.

Het grote wachten

Beneden zet ik de bloemen in vazen, pak ik de cadeautjes uit en raak ik ontroerd door alle lieve kaartjes, die ik gisteren heb gekregen (zo’n presentatie heeft wel wat weg van een babyshower, al heb ik dat laatste nooit meegemaakt). Dan begint het grote wachten. Anders dan bij een theatervoorstelling, een film première of een opening van een tentoonstelling, kunnen mensen op een boekpresentatie niet direct reageren op wat jij hebt gemaakt. Uitstel van executie dus. Ergens is dat fijn, tegelijkertijd is het zenuwslopend. Ik wil reacties. Nu! Ik open mijn mailbox, maar zie alleen ‘als reclame beoordeelde’ mails met de vraag ‘wat ik van mijn aankoop vind’. De gewone brievenbus zit vol met rekeningen en blauwe enveloppen.

15 minuten beroemd

’s Middags ben ik te gast bij het programma Lunchroom op Radio Noord-Holland. Enigszins groggy en in de hoop dat mijn stem niet te zwaar klinkt rijd ik naar een industrieterrein aan de rand van Amsterdam en parkeer op de eerste de beste vrije parkeerplaats tegenover de Gamma. In de studio word ik verwelkomd door een aardige presentatrice, die me uitlegt hoe het interview gaat verlopen: eerst een paar autobiografische vragen, daarna gaan we dieper in op het boek zelf. De jingle start, het gesprek begint en voordat ik het weet is het afgelopen.

Gamma, dat zeg ik

Zijn we nou wel aan het boek toegekomen?, vraag ik me af terwijl ik de studio verlaat en naar de receptie loop. Het kan me eigenlijk niet zoveel schelen. Ik ben blij dat het gesprek achter de rug is en ik wil nu zo snel mogelijk naar huis om me helemaal over te geven aan mijn after-presentatie-kater.

‘O, je staat voor de Gamma,’ zegt de receptioniste, als ik uitleg waar ik mijn auto heb geparkeerd. ‘Dan moet je daar je muntje halen en eerst iets kleins kopen.’

Beduusd stap ik de megagrote Gamma in. Wat moet ik hier in godsnaam kopen? Behang? Een barbecue? Gelukkig zie ik tussen de bouwmaterialen een pakje permanent- markers liggen. Niet dat ik daar naar op zoek was, maar die kunnen de kinderen vast wel  gebruiken. Wanneer ik afreken en om een muntje vraag, kijkt de caissière me vijandig aan.

‘Bent u een uur binnen geweest om een pakkie stiften te kopen?’ snauwt ze.

‘Nee hoor, ik zat bij Radio Noord-Holland,’ antwoord ik eerlijk en ook een beetje trots. Met een diepe zucht en een blik alsof ze me een hele grote gunst bewijst overhandigt ze me het muntje. ‘Dat is dus niet de bedoeling,’ roept ze me na, terwijl ik de winkel uit ren.

Over Manon Duintjer

Manon Duintjer (1969) is van huis uit historica en kan bogen op ruime ervaring in het boekenvak o.a. als redacteur, uitgever, recensent en auteur. Zij stelde o.a. de bundels Wat ik van mijn moeder leerdeMannen jagen, vrouwen schieten raakZij denkt dus zij bestaat en Zien is geloven samen. In 2011 verscheen bij uitgeverij Ambo/Anthos haar romandebuut De S-machine. Samen met Marlies Visser ontwikkelde zij het filosofiespel Nomizo. Manon is schrijfdocent bij de Schrijversacademie en houdt regelmatig openbare interviews met auteurs.

Op 18 april 2018 verscheen haar tweede roman We zijn verdwaald bij Gloude publishing

www.manonduintjer.nl –  Volg Manon ook op Facebook en Instagram

Social media geploeter – door Manon Duintjer

Goed, je hebt je boek geschreven en je eerste interview gehad. Het wachten is op het moment dat het boek van de drukker komt en op de presentatie…

Even relaxen dus? Nou vergeet het maar, want zelf je boek promoten hoort ook bij het vak en dat doe je tegenwoordig vooral via social media. Dus kom op, vooruit met de geit: ga die online snelweg op! Nu zal ik jullie verklappen dat posten op social media niet mijn hobby is. Ja, ik zit op Facebook, Instagram en Linkedin en ja ik kijk best graag naar posts van anderen. Maar zelf? Als ik bezig ben met een post, vraag ik me altijd af: is dit wel interessant genoeg? Wie zit hier op te wachten? En dat doe ik vaak net zolang totdat ik denk: laat maar zitten.

Selfie

De ene keer dat ik spontaan een boek waarvan ik had genoten op Instagram plaatste, deed ik dat per ongeluk drie keer. Om mijn schaamte daarover te delen maakte ik een selfie (jawel een selfie) waarbij ik mijn hand voor mijn mond sloeg en stuurde die er achteraan. Ik vond het zelf wel grappig, maar mijn dochter ervoer dit als uitermate ‘schamend’ en eiste dat ik deze belachelijke foto onmiddellijk zou verwijderen.

1 post is geen post

En nu moest ik dus een social media campagne(tje) voor mijn eigen boek verzinnen. Help! Wat te doen? Foto’s plaatsen van mijn Indiareis, drukproeven, bezoekje aan de drukker of misschien van verkeersborden die met verdwalen te maken hebben? Allemaal leuk en aardig, maar dat soort foto’s vormen geen consistent verhaal. Van de Storytellinggoeroes heb ik geleerd dat je iets moet bedenken waarop je kan voortborduren, dus niet alleen losse posts, maar posts die met elkaar in verband staan. En posts die je zelf leuk vindt om te maken, want anders werkt het sowieso niet.

Hoera, ik heb het!

Net toen ik in paniek begon te raken (de dag van verschijnen kwam akelig snel dichterbij) kreeg ik een idee. In mijn roman We zijn verdwaald zijn de hoofdpersonen Kim en Edward letterlijk verdwaald (in het donker op de hei) en figuurlijk (vader volgt een goeroe die apocalyptische voorspellingen doet, dochter zit klem tussen scheidende ouders en later in eigen relatie). Volgens mij is iedereen wel eens verdwaald in zijn leven en daarom leek het me interessant om vrienden en bekenden te vragen naar het moment waarop zij verdwaald waren. Met dit concept kon ik prima uit de voeten, want het haakte prachtig aan bij het thema van mijn boek, het ging niet over mij en ik kon doen wat ik altijd leuk vind om te doen: interviewen.

WZV-stories

Die interviews leverden verrassende, ontroerende en soms komische mini-verhaaltjes op met toepasselijke foto’s, die ik vanaf vandaag 2x per week zal posten op Facebook en Instagram.

Ben jij ook wel eens verdwaald? Mail dan jouw WZV-story van max 220 woorden en een ‘verdwaalde’ foto’ van jezelf naar info@schrijversacademie.nl of laat het achter in de facebookoproep. De drie beste verhaaltjes ontvangen een gesigneerd exemplaar van mijn roman We zijn verdwaald.

Volg Manon en haar WZV stories op Facebook en Instagram

www.manonduintjer.nl

De spanning erin houden – door René Appel

‘The moment I decided to leave him, the moment I thought enough, we were thirty-five thousand feet above the ocean, hurtling forward but giving the illusion of stillness and tranquility.’ Dit is de eerste zin uit The wife van de Amerikaanse schrijver Meg Wolitzer (nog niet vertaald in het Nederlands), onlangs verfilmd met de fantastische Glenn Close in de hoofdrol. De ‘ik’ in deze zin is Joan Castleman, echtgenote van de beroemde auteur Joe Castleman, en ze zijn per vliegtuig onderweg naar Helsinki, waar Joe de ‘Helsinki prize’ zal krijgen voor zijn hele oeuvre. Die prijs is te beschouwen als het kleine broertje van de Nobel Prijs voor literatuur en voor Joe is het een enorme eer dat die prijs hem is toegekend.*)

De eerste zin roept uiteraard spanning op. Wanneer zal Joan tegen Joe zeggen dat ze een eind aan hun huwelijk wil maken, hoe zal hij reageren, gooit ze de plechtige prijsuitreiking in het honderd? Het boek beschrijft verder de vliegreis, de aankomst in Helsinki, het verblijf in het hotel, enz. Maar de meeste ruimte wordt ingenomen door vakkundig ingelaste flashbacks van Joan over haar eerste ontmoeting met Joe, het begin van hun affaire, hun huwelijk, hun kinderen, Joe’s vreemdgaan en uiteraard zijn carrière. (Nu moet ik hier schrijven: Spoiler alert, maar ook voor degenen die het boek nog willen lezen, blijft er heel veel over om van te genieten.)

Hoe zit het dan met wat er in de eerste zin van het boek wordt gemeld, vraagt de lezer zich af. Pas op p. 79 in de uitgave van Vintage Books uit 2012 staat: ‘I hadn’t known for certain, before I’d gotten on the airplane in New York, that I would leave him.’ ‘Aha,’ denkt de lezer, ‘het gaat dus gebeuren.’ Maar zo ver is het nog lang niet, de spanning blijft aanhouden. Er volgen nog vele pagina’s met wederwaardigheden in Helsinki en flashbacks van het leven van Joe en Joan voordat op p. 188 de eventuele echtscheiding weer ter sprake komt. Dan zit Joan alleen in een taxi, dronken. Ze denkt een stem te horen, die haar vraagt: ‘Are you really going to leave him?’ Ja, is het antwoord van Joan, dat ga ik doen.

Drie pagina’s verder, ’s ochtends om 5 uur als Joe – ook dronken – de hotelkamer binnen komt stommelen en Joan wakker heeft gemaakt, zegt ze het eindelijk: ‘When we get back to New York, I want a separation. I’ve thought it all through.’

Hè, hè, denk je dan, eindelijk is de kogel door de kerk, de spanningsboog heeft zijn werk gedaan. Maar dan volgen er nog bijna dertig pagina’s met een zeer verrassend slot, waarvan je achteraf moet zeggen: ja, dat zit erin, dat heeft Wolitzer knap voorbereid, misschien heb ik me zo op die aangekondigde echtscheiding gericht, dat ik dát punt uit het oog ben verloren.

Wat dat punt is? Nee, dat zeg ik niet. Eén spoiler (‘verpester’) is meer dan genoeg. Wel is het goed om te benadrukken dat The wife impliciet een mooie schrijfles over spanning en verrassingen bevat, maar ook dat het geweldig goed en vaak bijzonder geestig is geschreven.

*) In de film krijgt Joe Castleman de Nobel Prijs. In films zijn verhaalelementen  nu eenmaal vaak sterker aangezet dan in boeken.

Over René Appel

René Appel publiceerde 24 misdaadromans, drie verhalenbundels en twee jeugdboeken. Zijn laatste verhalenbundel is ‘Joyride en andere spannende verhalen’ (2016). In oktober 2018 verscheen ‘Dansen in het donker’, bestel het boek hier. Een ‘gewone’ roman, dus geen thriller, maar wel een echte Appel.

René Appel is lid van de Adviesraad van de Schrijversacademie.

Geheim Leven – De laatste loodjes – door Carla de Jong

Een redacteur is onmisbaar

Na ruim twee jaar ploeteren op Geheim leven was ik uitgedokterd op het manuscript en brak het moment aan dat ik bij god niet meer wist wat waar stond en het overzicht dreigde te verliezen. Een redacteur is dan onmisbaar. Hij begint met een frisse blik en legt vingers op zere plekken die ik als schrijver niet meer opmerk. Vanaf het moment dat Geheim leven bij de redactie van Ambo Anthos lag, heb ik er samen met hulptroepen nog een half jaar aan gewerkt. Allereerst ben ik met mijn redacteur door de hoofdlijnen van het manuscript gegaan. In Geheim leven loopt het drama door vier generaties. Met hem kon ik diepgaand de psychologie door akkeren: hoe sijpelt het drama door, hoe vormt het de karakters? Daarnaast is een goede redacteur genadeloos en ik had er een: voegt een passage iets toe aan je verhaal en de psychologie van je personages? Zo nee… schrappen. Geheim leven is met grofweg 125 duizend woorden mijn dikste boek. Toch heb ik evenzovele woorden vernietigd.

Geheim leven is met grofweg 125 duizend woorden mijn dikste boek. Toch heb ik evenzovele woorden vernietigd.

Het is tijd…

Ook bij een redacteur komt het moment dat hij het boek niet meer kan beoordelen omdat hij de tekst te vaak heeft doorgenomen. Gelukkig is er dan nog de persklaarmaker die op zinsniveau redigeert en een corrector die de laatste onzorgvuldigheden wegwerkt. Als schrijver lees je ook in die fase nog mee en beslis jij over elke aanpassing in je manuscript. Het totale schrijfproces van Geheim leven heeft drie jaar in beslag genomen. Het is daarmee het boek waar ik het langste aan heb gewerkt en hoe lief het verhaal en zijn hoofdrolspelers me ook zijn, sinds de laatste drukproef eruit is kan ik de tekst niet meer zien. Het is tijd dat anderen zich erover gaan buigen: de lezers. Geheim leven heeft een fraaie jas gekregen en de eerste reacties op het boek zijn zeer positief. Het kan de wereld in, ik laat het los. Op 11 april ligt Geheim leven in de winkel en komt er ruimte in mijn hoofd voor een nieuw verhaal dat al ligt te broeien. Nadenken over het lange proces dat een nieuw boek wacht doe ik niet, voorlopig mag mijn pen zijn gang weer gaan.

Het is tijd dat anderen zich erover gaan buigen: de lezers.

Nieuwsgierig geworden naar Geheim leven?  Koop het boek hier. 

Over Carla de Jong

Carla de Jong studeerde Nederlands, Verpleegkunde en Sociale Wetenschappen. Voor zij haar oude schrijversdroom besloot na te jagen werkte ze in het bedrijfsleven en de psychiatrie. In 2009 debuteerde zij met de zeer goed ontvangen roman In retraiteGeheim leven is haar achtste roman. Carla is docent aan de Schrijversacademie en verzorgt hier de basisopleiding, de specialisaties Thrillers en Romans en Korte Verhalen.

 

De interviewer geïnterviewd – Manon Duintjer

De interviewer geïnterviewd

‘Lokah Samastah Sukhino Bhavantu. Wat betekent dat zinnetje voor jou?’

‘Uhm, de hoofdpersoon Kim zegt dat wanneer…’

‘Maar voor jou?’

‘Nou ik vind het een lief zinnetje met een lieve betekenis en in de yogaklas eindigen we altijd zo, maar…

Doing, doing, doing. Plots besluiten de buren van de geïmproviseerde studio een verbouwing te beginnen en horen we niets dan getimmer.

‘Oké we stoppen…’

Poeh, even respijt.

Proefdraaien

Iedere studiedag interview ik twee auteurs over hun boeken, over hun schrijfproces en over alles wat met publiceren te maken heeft. Het liefst ga ik op zoek naar hun persoonlijke verhaal en dat komt ook altijd in meer of mindere mate naar voren. Nu mijn roman We zijn verdwaald bijna verschijnt, moet ik er zelf aan geloven. Het eerste interview heeft mijn uitgever Wanda Gloude geregeld. Het wordt door drie camera’s opgenomen en het is de bedoeling dat er ‘snippets’ van worden gebruikt op social media. Een thuiswedstrijd dus. Van tevoren was ik eigenlijk niet zenuwachtig, maar bij de eerste vraag over yoga breekt het zweet me uit. Wat is dat ingewikkeld om over jezelf te vertellen.

Feit en fictie

De ingewikkeldheid zit er vooral in dat mijn boek deels is gebaseerd op ervaringen uit mijn jeugd, met name op situaties die ik met mijn vader heb beleefd. En mijn vader leeft nog. Het boek schrijven was daarom al ingewikkeld, maar om nu ook met drie camera’s te praten over het leven van iemand die daar niet om heeft gevraagd is nog lastiger. Bovendien is minstens een even groot deel verzonnen. Leg maar eens uit waar de scheidslijn ligt. En wil ik dat wel uitleggen, want dat kan ook de magie van de roman onderuit halen. Bij iedere vraag verwijs ik naar het boek en ik hoor mezelf behoorlijk wollig praten met veel mitsen en maren, en enerzijds anderzijds. Met terugwerkende kracht bewonder ik de auteurs die ik zelf heb geïnterviewd en die een goeie balans wisten te bewaren tussen openhartigheid en mystificatie.

De Telegraaf

Twee dagen later staat er een journaliste van VROUW Magazine van de Telegraaf op de stoep. Dit interview is voor het ‘echie’ en ik dank god op mijn blote knieën dat ik heb kunnen oefenen. Toen ik terugfietste naar het station waren me natuurlijk de beste antwoorden te binnen geschoten. Ook heb ik besloten niet steeds naar het boek te verwijzen, want dan wordt het krampachtig en saai.

Als de journaliste binnenkomt, is het eerste wat ze zegt: ‘Zo jij bent dus Kim.’

‘Ja, nou nee,’ mompel ik geschrokken. Vervolgens vertelt ze dat ze ook enig kind is, dat haar ouders uit elkaar zijn gegaan toen ze heel jong was en dat haar vader hippie is geworden. Even vraag ik me af of dit een slimme interviewtechniek is, maar wat het ook is, het werkt. Ik vertel haar het verhaal achter het boek zonder de rem er op. Als ze na anderhalf uur is opgestapt, slaat de twijfel onmiddellijk toe. Waarom heeft ze zo weinig over de reis gevraagd en zo veel over de scheiding? Heb ik niet teveel prijsgegeven?

Fotoshoot

De volgende dag komen een fotografe en visagiste langs voor een fotoshoot. Terwijl de fotografe naar bruikbare plekken in mijn huis zoekt en de visagiste me bepoedert en beschildert, ontstaat er een leuk gesprek over reizen, ouders, kinderen en goeroes. Had ik dit gisteren maar gezegd, denk ik steeds. Waarom laat ik me zo intimideren door het idee ‘interview’ en kan ik met een journaliste niet zo ontspannen praten als met deze twee dames? Het doet me denken aan mijn rijexamen waar ik vijf keer voor zakte. Tijdens de lessen reed ik rustig zonder noemenswaardige fouten het uur vol, maar zodra de examinator naast me schoof vergat ik mijn spiegels, reed ik niet stuurvast en verdwaalde ik op de trambaan.

Na twee weken vind ik het uitgeschreven interview in mijn mailbox. Ik klik het bestand open en met ingehouden adem lees ik mijn woorden terug. Na drie pagina’s adem ik opgelucht uit. Ja, het is heel persoonlijk, maar het is een mooi interview geworden en er staat niets in waar ik niet achter sta.

‘Ik krijg zin om dit boek te lezen,’ zegt mijn man als hij het uit heeft. Missie geslaagd, maar ik geloof toch dat ik liever zelf de vragen stel.

Het interview in VROUW Magazine verschijnt 13 april

De ‘snippets’ zullen vanaf 18 april via social media verspreid worden

Over Manon Duintjer

Manon Duintjer (1969) is van huis uit historica en kan bogen op ruime ervaring in het boekenvak o.a. als redacteur, uitgever, recensent en auteur. Zij stelde o.a. de bundels Wat ik van mijn moeder leerde, Mannen jagen, vrouwen schieten raak, Zij denkt dus zij bestaat en Zien is geloven samen. In 2011 verscheen bij uitgeverij Ambo/Anthos haar romandebuut De S-machine. Samen met Marlies Visser ontwikkelde zij het filosofiespel Nomizo. Manon is schrijfdocent bij de Schrijversacademie en houdt regelmatig openbare interviews met auteurs.

18 april 2018 verschijnt haar tweede roman We zijn verdwaald bij Gloude publishing

 

.

Schrijven is herschrijven – door Carla de Jong

De eerste versie

In mijn vorige blog schreef ik over het ontstaan van Geheim leven en over de ontdekkingen die ik deed in de huiveringwekkende geschiedenis van mijn eigen familie. Ik had de eerste versie van mijn roman geschreven met de rudimentaire informatie die ik uit de overlevering door mijn vader tot mijn beschikking had. Aanvullend research leverde een keur aan details en feiten op die ik niet kon en wilde negeren. Ik begon opnieuw.

Opnieuw beginnen

Hoe doe je dat, opnieuw beginnen aan een verhaal dat je al eens hebt geschreven? Ik besloot allereerst de structuur aan te passen. In de eerste versie begon ik in het heden en werkte ik met flashbacks naar het verleden. Nu ik veel meer informatie over het verleden had, kreeg dat zoveel body dat ik er een volwaardig deel van besloot te maken. Door het zwaardere accent op het verleden, verschoof ook het perspectief. Ik koos ervoor om mijn overgrootouders een stem te geven. In het deel in het heden liet ik het perspectief van de vierde generatie vallen en liet de tweede en derde generatie aan het woord, zodat een vloeiende lijn tussen de generaties ontstond. Dergelijke ingrepen hebben zo’n impact dat je als schrijver gedwongen bent het hele schrijfproces opnieuw door te gaan.

Schrijven is… herschrijven

Gaande het schrijven kon ik hier en daar gebruik maken van sommige passages uit de eerste versie, maar ik schat dat ik zeker 80% vers materiaal heb geschreven. Deze tweede versie heb ik nog drie keer door gevlooid op consistentie en stijl voor ik hem met een – redelijk – gerust hart aanbood bij mijn uitgever. Even had ik rust, in de wetenschap dat ik zonder twijfel na tussenkomst van de redacteur weer vol aan de bak zou moeten. Schrijven is… herschrijven.

Over Carla de Jong

Carla de Jong studeerde Nederlands, Verpleegkunde en Sociale Wetenschappen. Voor zij haar oude schrijversdroom besloot na te jagen werkte ze in het bedrijfsleven en de psychiatrie. In 2009 debuteerde zij met de zeer goed ontvangen roman In retraiteGeheim leven is haar achtste roman. Carla is docent aan de Schrijversacademie en verzorgt hier de basisopleiding, de specialisaties Thrillers en Romans en Korte Verhalen.

 

 

Het dierenhotel – door Kathy Mathys

Een uniek kerstcadeau

Vorige Kerstmis kreeg ik van Olivia, mijn negenjarige nichtje, een uniek exemplaar van haar eerste roman cadeau. Binnenkant en buitenkant geïllustreerd door de schrijfster. Het verhaal gaat over Valentina, een meisje dat in het bos woont, samen met een hoop aardige dieren. ‘Als de beer bijvoorbeeld naar de rivier ging om te drinken, nam hij altijd een grote hand water mee naar het bos zodat Valentina eens een frisse douche kon nemen,’ schrijft Olivia.

Nooit eerder kreeg ik zo’n mooi kerstcadeau. Tot tranen toe was ik geroerd en, echt waar, Olivia, ik kan niet wachten op de sequel van Het dierenhotel.

Dat waren de tijden!

Soms denk ik met heimwee terug aan mijn kinderjaren, toen schrijven nog puur plezier was, toen ik me niets aantrok van wat die vond van mijn boek of die. Ik ging gewoon los op de bladzijde tot ik er genoeg van had. Mijn schrijfsels las ik voor aan de buurtmeisjes. Zo was er de roman (onafgewerkt!) Duizenden sterren, O Henry en het vervolg op E.T. met de welluidende titel E.T.’s wonderbare planeet. Net als Olivia was ik schrijver-illustrator. Dat waren de tijden!

Aan mijn studenten vertel ik vaak hoe belangrijk het is dat ze durven los te gaan, of het nu in de vorm is van freewrites, lijstjes, klaagzangen of dronkenmanliederen. Het is belangrijk om vrij te schrijven, zonder te denken aan wat ‘de ander’ ervan zal vinden.

De confrontatie met oude notitieblokken

Laatst ontdekte ik een boek dat gewijd is aan dat grote, ongecensureerde schrijfavontuur. In Writers and their Notebooks (Diana M. Raab, red.) vertellen auteurs over hoe en waarom ze hun journals gebruiken. De een schrijft om te verdrijven (nare dromen, duivels en demonen), de ander om te bewaren (observaties, citaten, telefoonnummers, rijmpjes – you name it). De confrontatie met oude notitieboeken kan pijnlijk zijn of zelfs ronduit saai. Dit schrijft Zan Bockes in zijn essay Musements and Mental Health:

Occasionally I’ll spend some time randomly reading older journal entries. I’m always surprised by what I’ve forgotten and what I’ve repressed and even shocked by parallels and chagrined by blatant foolishness. Often I get downright bored and skip over large portions. It’s reality TV without the relief of commercial breaks and editors.

 Sommige auteurs gooien oude notitieboeken weg, maar niet voor ze die hebben nagelezen op mogelijke vondsten. Niet zelden bevatten ze de schaduw van een goed idee. Bovendien zijn ze de ideale plek om uit te proberen, schrijfuren te maken. Of zoals schrijfster Mary Gordon het zegt: ‘ ‘A writer uses a journal to try out the new step in front of the mirror.’

De sequel van Het dierenhotel

Voor Kerstmis deed ik Olivia een notitieboek cadeau uit de prachtige papierhandel Mofelito Paperito (http://www.mofelitopaperito.com/). ‘Schrijf maar verder,’ moedigde ik haar aan. ‘Ik wil zo graag weten hoe het afloopt met Valentina, daar in het bos.’

Over Kathy Mathys

Kathy Mathys is schrijver, journalist en schrijfdocent. Ben je klaar met de specialisatie Romans en korte verhalen? Dan kan je vanaf 4 mei De verdieping volgen bij Kathy in Breda, het vervolg op de specialisatie.

Wie heeft gezegd dat schrijven makkelijk is? – door Manon Duintjer

1993

Ik was 23 en samen met mijn vader reisde ik twee maanden door India. Het land maakte diepe indruk op me. De mensenmassa’s, de armoede, de alomtegenwoordige religie en de overweldigende natuur: alles leek uitvergroot, niets was middelmatig.

Ik dacht: als ik ooit ‘schrijver’ word, dan schrijf ik een roman over deze reis.

We bezochten verschillende ashrams waar ik me ergerde aan materialistische goeroes en hun dweepzieke volgelingen, maar tegelijkertijd graag luisterde naar een oudere Indiase leraar met een dikke bril die uitlegde hoe ‘Brahman de aarde doordringt zoals het goud de armband’. Niet dat ik hem helemaal begreep, maar zijn woorden fascineerden me wel. Ook maakte ik  verschijnselen mee die ik niet rationeel kon verklaren zoals permanent stromende as uit het portret van een van de goeroes. Op rustige momenten schreef ik in mijn dagboek en ik dacht: als ik ooit ‘schrijver’ word, dan schrijf ik een roman over deze reis.

2011

Ik was 42 en publiceerde mijn eerste roman De S-machine. Nu was ik ‘schrijver’ en dus brak het moment aan om over India te schrijven. Maar natuurlijk niet over mezelf en mijn vader. Nee, dat was niet interessant genoeg. Ik verzon twee personages: Edward, een docent aan de filmacademie en zijn oud-leerling Kim. Ze zouden elkaar tegenkomen in een Indiase ashram en totaal verschillend reageren op de hocuspocus die ze daar aantroffen: Edward vol overgave, Kim rationeel en sceptisch. Dat was een mooi conflict. Van daaruit zou ik verder schrijven. Vol goede moed ging ik aan de slag.

Vaak zat ik met tegenzin achter de computer. Ik kreeg er zelfs rugpijn van.

Helaas, het schrijfproces bleek uiterst traag en moeizaam: ik worstelde met het perspectief, de personages bleven karikaturaal en hoe bracht ik in godsnaam genoeg spanning in het verhaal om de lezer door te laten lezen. Vaak zat ik met tegenzin achter de computer. Ik kreeg er zelfs rugpijn van. Maar hé, wie heeft gezegd dat schrijven makkelijk is?

2016

Ik was 46 en ik zat met versie nummer zoveel tegenover mijn toenmalige redacteur.

‘Goed geschreven, maar waar gaat het nou eigenlijk over?’ vroeg ze. ‘En wie is je doelgroep?’ Ik stamelde wat over spiritueel geïnteresseerden, maar juist ook weer niet, over vrouwen van mijn leeftijd en over oudere homo’s. Eerlijk gezegd had ik geen idee.

Die avond ging ik uit eten met een goede vriend, tevens ex-uitgever en Indiakenner. Na een paar glazen wijn verzuchtte ik: ‘Wat moet ik nou? Wil jij het niet eens lezen?’ Hij schudde meewarig zijn hoofd en antwoordde: ‘Waarom doe je zo moeilijk? Je hebt zelf zo’n goed verhaal. Waarom zou je iets verzinnen? Waar ben je bang voor?’

De vraag wat mijn vader ervan zou vinden parkeerde ik.

Tsja, waar was ik bang voor? Ik had mezelf voorgehouden dat mijn eigen verhaal te saai zou zijn, maar nu realiseerde ik me dat ik vooral bang was dat het te dichtbij zou komen. Voor mezelf en voor mijn vader die nog leefde. Op hetzelfde moment voelde ik ook dat mijn vriend gelijk had. Na vier jaar ploeteren met fictieve personages en ingewikkelde plotwendingen zag ik in dat een vader en een dochter het verhaal precies de dramatische lading zouden geven die het nodig had. Waarom maakten zij samen die reis? Wat was er vroeger gebeurd? Die vragen zouden het verhaal urgent maken.

Hoewel ik er de volgende ochtend (met een milde kater) nog net zo over dacht, betekende dit niet dat het boek daarna in een vloek en een zucht was geschreven. Het was behoorlijk confronterend om terug te gaan naar de tijd dat mijn ouders op een niet zo prettige manier uit elkaar gingen en dat mijn vader in de ban raakte van een Indiase goeroe. Bovendien was het knap ingewikkeld om deze ervaringen te mixen met de fictieve verhaallijnen uit de eerdere versies, waarvan ik er een aantal wilde behouden. De vraag wat mijn vader ervan zou vinden parkeerde ik. Tenslotte kon ik altijd nog beslissen om het boek niet te publiceren.

2019

Ik ben 49 en mijn tweede roman We zijn verdwaald verschijnt 18 april. Op basis van mijn eigen ervaringen heb ik een nieuw verhaal gecreëerd. De fictie gaf me de vrijheid om zaken scherp te stellen, tijdssprongen te maken, situaties naar mijn hand te zetten en nieuwe personages te introduceren. De autobiografische elementen zorgen ervoor dat het verhaal doorleefd is. Deze manier van schrijven heeft mij de mogelijkheid gegeven om van een afstand naar mijn jeugd te kijken en hoewel dat soms zwaar was werkte het ook bevrijdend. Wat er verder ook met We zijn verdwaald zal gebeuren, dat is alvast mijn persoonlijke winst.

Hoe ik het mijn vader heb verteld? In een koffiehuis, trillend van de zenuwen. Tot mijn grote opluchting was zijn eerste reactie: ‘je hebt er een kunstwerk van gemaakt.’  Vanaf 18 april ligt dit ‘kunstwerk’ in de winkel en daar ben ik trots op.

Over Manon Duintjer

Manon Duintjer (1969) is van huis uit historica en kan bogen op ruime ervaring in het boekenvak o.a. als redacteur, uitgever, recensent en auteur. Zij stelde o.a. de bundels Wat ik van mijn moeder leerde, Mannen jagen, vrouwen schieten raak, Zij denkt dus zij bestaat en Zien is geloven samen. In 2011 verscheen bij uitgeverij Ambo/Anthos haar romandebuut De S-machine. Samen met Marlies Visser ontwikkelde zij het filosofiespel Nomizo. Manon is schrijfdocent bij de Schrijversacademie en houdt regelmatig openbare interviews met auteurs.

18 april 2018 verschijnt haar tweede roman We zijn verdwaald bij Gloude publishing

Of de schrijver de winter overleeft – door Stefan Popa

101 studenten

Ik heb eens zitten tellen. Inmiddels heb ik met 101 studenten om de Schrijversacademie-tafel gezeten. Hoe schrijf je een goed verhaal? En net zo belangrijk: hoe schrijf je jouw verhaal? 101 studenten! Oké, sommigen waren er maar één module omdat ze een bijeenkomst hadden gemist vanwege neusgriep of een onvoorziene vakantie. Maar toch. Met de meesten sprak ik maandenlang over schrijven. We leerden van elkaar. Studenten werden schrijvers en de schrijver werd weer student.

Hoe schrijf ikzelf eigenlijk?

In 2016 had ik mijn eerste bijeenkomst. Nerveus dat ik was! Ik vertelde de groep over beginzinnen en hoe je een verhaal opstart. Het grappige was dat ik op dat moment ook aan een beginzin werkte. Voor de eerste keer moest ik tijdens mijn eigen schrijfproces het algemene schrijfproces duiden. Hoe schrijf ikzelf eigenlijk? Voor 2016 dacht ik daar niet veel over na. Ik schreef. Dat was mijn proces. Ik hoefde mezelf niets uit te leggen. Ik niette scène aan scène vast, ik schrapte, ik plakte mijn muur vol met post-its. Ik wist wat ik deed, of ik wist in elk geval wat ik wilde doen.

Een nieuwe roman

Ik heb het niet graag over een manuscript dat nog geen boek is. Omdat er nog van alles kan gebeuren. Het kan jaren duren voordat het af is. Als het ooit afkomt. Misschien vind ik het niet goed genoeg. Zulke dingen gebeuren. De 101 studenten vroegen me meer dan eens waar ik aan werkte. ‘Ik werk,’ antwoordde ik dan, ‘aan een nieuwe roman. Het speelt zich af op de Balkan. Maar laten we het vooral hebben over het verhaal waar jíj aan werkt.’ En dan lag de bal (cliché, sorry) weer bij hen.

Het is af. Eindelijk.

Nu kan ik er wél over praten – of bloggen, in dit geval. Vanaf die eerste groep in 2016 tot aan mijn huidige groepen in 2019 heb ik gewerkt aan Of de oleander de winter overleeft, mijn nieuwe roman. Een roman uit het hart, een roman voor het hart. Het is af. Eindelijk. Het is beter geworden dankzij alle 101 schrijvers om de tafels in Utrecht, Amsterdam, Arnhem, Rotterdam en Den Haag. Ik schrapte meer omdat ik hen liet schrappen, ik was scherper omdat ik eiste dat zij scherper waren. Hoe schrijf je een goed verhaal, hoe schrijf ik mijn verhaal? Of de oleander de winter overleeft is mijn antwoord.

Bedankt, 101!

Over Stefan Popa

Stefan Popa is auteur van Verdwenen grenzen, A27 en De verovering van Vlaanderen. Daarnaast is hij freelance journalist / kopijschrijver en natuurlijk schrijfdocent bij de Schrijversacademie. Zijn nieuwe boek ‘Of de oleander de winter overleeft’ is nu o.a. hier te koop.

 

Geheim leven – Het begin – door Carla de Jong

Overspel, onnatuurlijk overlijden en een dubbele moord

Drie jaar lang heb ik mezelf ondergedompeld in de geschiedenis van mijn eigen familie. Een geschiedenis waarvan ik als kind de contouren had leren kennen doordat mijn vader vertelde over gebeurtenissen van ruim een eeuw geleden. Een verhaal over twee bevriende echtparen (waaronder mijn overgrootouders), met de ingrediënten overspel, onnatuurlijk overlijden en een verdenking van dubbele moord die onder het tapijt geschoffeld werd.

Mijn oma – destijds zestien – verloor haar moeder en is er haar hele leven van overtuigd geweest dat zij vermoord was. Zij sprak hier overigens zelden of nooit over. Het fijne wist mijn vader er niet van en met de dood van mijn oma leek de kans verkeken om hier nog verder zicht op te krijgen. Toch liet het verhaal mij niet los, te meer daar ik mijn oma goed gekend heb en een sterke band met haar had. Hoe was het haar gelukt om dit jeugdtrauma te verwerken en blijmoedig en optimistisch haar leven verder vorm te geven?

Ik was al aan het oppoetsen en toen…

Vanuit dit gegeven begon ik Geheim leven te schrijven. Met het weinige wat ik wist schreef ik een eerste versie van de roman. Ik was die nog aan het oppoetsen toen ik bij toeval in contact kwam met een achterneef van de kant van de familie van mijn oma – zijn oma en de mijne waren zussen. Hij bleek nooit van deze geschiedenis te hebben gehoord en hij begon een speurtocht waar ik snel op aanhaakte.

Tot dat moment leefde ik in de veronderstelling dat de gebeurtenissen in een doofpot waren beland, maar in archieven stuitten wij op talloze krantenartikelen over de zaak. Ook vond ik bewijsstukken voor de opgraving en sectie op mijn overgrootmoeders lijk. Van mijn achterneef kreeg ik bovendien fotomateriaal van mijn overgrootouders.

Roman op de schop

Door al deze zaken kantelde mijn kijk op de geschiedenis en ik besloot mijn roman op de schop te nemen. Feitelijk betekende dit dat ik opnieuw kon beginnen. In deel twee van deze blog ga ik in op het proces van herschrijven. Zoals ik als docent van de Schrijversacademie graag tegen studenten zeg: schrijven is grotendeels herschrijven. Dat neemt niet weg dat ik even diep moest zuchten voor ik het toetsenbord weer vond…

Over Carla de Jong

Carla de Jong studeerde Nederlands, Verpleegkunde en Sociale Wetenschappen. Voor zij haar oude schrijversdroom besloot na te jagen werkte ze in het bedrijfsleven en de psychiatrie. In 2009 debuteerde zij met de zeer goed ontvangen roman In retraite. Geheim leven is haar achtste roman. Carla is docent aan de Schrijversacademie en verzorgt hier de basisopleiding, de specialisaties Thrillers en Romans en Korte Verhalen.

Hoe word ik een briljante schrijfster? – Door Ellen Kusters

Zoals de titel misschien doet vermoeden, vind ik mezelf zeker geen briljante schrijfster. De vraag is: wil ik een briljante schrijfster zijn/worden en wat is dat precies? Geen idee, dan heb je wellicht een heleboel bestsellers op je naam staan en zijn je boeken in allerlei talen vertaald en misschien zelfs verfilmd. Nou ja, dat is meer mijn definitie van een briljante schrijfster.
Ik weet één ding heel zeker; ik wil vooral mijn verhalen delen met de hele wereld (als het effe kan, haha!) en zoveel mogelijk mensen bereiken en vermaken.

Van juf naar schrijfster?

Tja, dan ben je opeens geen juf meer en heb je een boek geschreven. Zo is het bij mij inderdaad gegaan. Niet zo snel als ik hier schrijf natuurlijk. Dat proces heeft heel wat langer geduurd. Nu vraag je jezelf natuurlijk af hoe dit (succes)verhaal verder gaat?
Tenminste, ik vind dit zelf een behoorlijk succesverhaal. Hoe ontzettend naar en ongelofelijk vervelend ik die donkere periode tijdens mijn burn-out ook vond, toch is de afloop een succes wat mij betreft. Zo was ik er anders nooit achtergekomen, dat ik van schrijven erg gelukkig en blij word. Dat het gevoel iets nieuws te creëren fantastisch is en een heleboel vrijheid met zich meebrengt. Dingen zelf te mogen en kunnen bedenken, is zoveel leuker dan ik ooit had verwacht. Het smaakt absoluut naar meer.

Ik heb in die maanden zoveel na kunnen denken en veel over mezelf en mijn gedrag geleerd, dat ik nu veel beter weet wie ik ben en wat ik wil. En daar hoort ook bij: wat ik kán. Inderdaad, maar ondanks dat ik veel geleerd heb en bezig ben met een opleiding vind ik mezelf (nog) geen briljante schrijfster. De vraag is natuurlijk: Hoe word je dat dan? En kun je een briljante schrijfster worden? Moet je dat überhaupt willen? Het antwoord op deze vragen moet ik je helaas schuldig blijven, want als ik dit wist, had ik de oplossing al lang op mezelf toegepast😉!

DE VOLGENDE STAP

Wil ik verder komen in het schrijven, moet ik mezelf zo goed mogelijk ontwikkelen als schrijfster. Dat vind ik in ieder geval. Is het een vereiste? Moet je per se een opleiding volgen om goed te kunnen schrijven? Nee, dat denk ik niet. Toch wil ik mezelf alle kansen geven om mijn schrijven te verbeteren. Al heb ik een boek geschreven, wil dat nog niet zeggen dat ik er ben. Helemaal niet zelfs. Dit was slechts het begin. Ik heb nu even geproefd van het schrijven en de euforie van het hebben van je eigen boek. Eerlijk is eerlijk; het is een heel bijzonder moment om voor de eerste keer je eigen boek in handen te hebben en te voelen en ruiken. Dat wil ik nog veel vaker meemaken. Ik wil het liefst zoveel mogelijk boeken en verhalen schrijven en hiermee zoveel mogelijk mensen bereiken. Hoe kan ik dat beter bereiken dan met het volgen van een opleiding.

En zo geschiedde: op 1 december 2017 startte mijn opleiding Creatief Schrijven Compleet aan de Schrijversacademie. Een opleiding van ongeveer twee jaar; met een basisgedeelte en een 4-tal specialisaties, die ik zelf mag kiezen.

VAN JUF TOT STUDENT

Haha…dat klinkt gek, toch? Ik was juf en bracht kinderen kennis en vaardigheden bij en nu zijn de rollen omgedraaid; ben ik de student, die moet leren van haar docent. Is het moeilijk om nu de student te zijn?
Gek genoeg geniet ik er met volle teugen van. Ik heb in eerdere blog verteld over mijn klasgenoten van de pabo, die super ijverig en enthousiast aan de slag gingen met hun huiswerk- en studieopdrachten. Hoe ik me aan hen irriteerde, omdat ik het overdreven vond en zelf absoluut niet diezelfde behoefte voelde om ook zo ijverig aan het werk te gaan. Weet je wat het gekke is? Nou ja, waarschijnlijk raad je het al; nu ben ik zelf die overijverige student, die niet kan wachten om de volgende opdracht te gaan maken. Hoogst irritant misschien voor de andere studenten in mijn groep, maar ik kan er niks aan doen. Het voelt gewoon heel goed, alsof alle puzzelstukjes op hun plek vallen en ik nu pas op de goede plek zit.

Ik heb mezelf de afgelopen twee jaar zo vaak afgevraagd of ik vijfentwintig jaar geleden niet de verkeerde keuze heb gemaakt. Had ik niet beter iets anders kunnen gaan studeren? Maar wat heb ik eraan? Schiet ik er iets mee op om dat te weten? Ik denk van niet. Het maken van de opdrachten gaat me trouwens gemakkelijk af. Het kost me zelfs geen enkele moeite. Ik kan het niet goed uitleggen, maar wanneer mijn pen het schrift raakt, begint deze een eigen leven te leiden. Althans, zo lijkt het. Opdracht na opdracht wordt goedgekeurd en na zes maanden is het basisgedeelte succesvol afgerond en kan ik aan mijn eerste specialisatie Storytelling in Amsterdam beginnen.

Wat ik hoop te leren

Ik ben benieuwd wat deze specialisatie me gaat brengen. Ik hoop hiermee genoeg te leren over het zakelijke deel van schrijven. Zeker omdat ik ideeën genoeg heb om uit te voeren. Mijn verhaal moet alleen op een goede, persoonlijke manier worden verteld en de wereld in gebracht worden. Het moet mensen raken, ze moeten er gevoel bij krijgen. Dat is wat Storytelling doet. Het verhaal achter het merk vertellen.

Oké, een opleiding om mezelf te verbeteren in het schrijversvak. Zou dat genoeg zijn om een briljant schrijfster te worden? zijn er nog meer elementen die hierin een rol spelen en een bijdrage kunnen leveren? Wat kan ik, kortom, nog meer doen om succes te krijgen? Dat is nu de hamvraag.

Mocht je de perfecte tip of oplossing voor mij hebben, dan hoor ik dat uiteraard graag.

Liefs Ellen


Over Ellen Kusters

Ellen Kusters (42) is sinds 2017 student aan de Schrijversacademie. Ze is 20 jaar juf geweest en schreef hierover het boek: ‘Er was eens… een juf’. Het studeren aan de Schrijversacademie is een droom die uitkomt, omdat ze als klein meisje al veel met taal bezig was en verhaaltjes en gedichtjes schreef. Inmiddels heeft Ellen de basismodules afgerond en zit haar eerste specialisatie ‘Storytelling’ er alweer op. Haar tweede specialisatie ‘Autobiografisch schrijven’ is afgelopen maand begonnen. Waarom een schrijfopleiding? Ellen heeft als doel om alle handvatten te leren en zo haar schrijversaspiraties waar te maken.

Arrive late, leave early – door René Appel

De roman Onze dagen van Thomas Verbogt begint als volgt: ‘Als ik hem het boek geef, schudt hij zijn hoofd. Hij bekijkt het niet eens, leest de titel niet. Hij maakt een gebaar naar de tafel. Ik leg het boek op tafel, naast de fruitschaal, waarop een gerimpelde appel ligt.’

Het korte eerste hoofdstuk (de roman bestaat uit tientallen korte hoofdstukken) eindigt met: ‘“Weet je wat ik vanochtend dacht?” zegt mijn vader. “Ik dacht vroeger altijd dat ik met je moeder oud zou worden. En dat ik de laatste jaren van ons leven zo bang zou zijn haar te verliezen.”’

Hier past Verbogt een interessant schrijfprincipe toe, dat bekend is als een credo uit de (Amerikaanse) filmindustrie: ‘Arrive late, leave early’. Met excuses voor het Engels. Je mag ook zeggen: Kom laat binnen, ga vroeg weg. Overigens een principe dat in het dagelijks leven ook goed toepasbaar is op vervelende feestjes.

Een toelichting naar aanleiding van de twee fragmenten uit de roman van Verbogt. De auteur plaatst de lezer zomaar in een scène, hij legt niets uit, introduceert niets, de aanloop naar de scène – de ‘ik’ gaat zijn vader bezoeken, hij belt aan, de vader doet open, schenkt een kop koffie in, enz. – is weggelaten. Hetzelfde geldt voor het slot: afsluitende zinnen over de ‘ik’ die weer vertrekt, zijn vader de hand schudt, enz. ontbreken.

Deze manier van vertellen geeft een verhaal dynamiek. Bovendien worden er zo interessante vragen opgeroepen, zoals in de laatste zinnen aan het slot van het eerste hoofdstuk van Onze dagen. Die doen vermoeden dat de echtgenote van de vader is overleden. Maar ook de eerste zinnen leiden tot vragen. Er staat ‘het boek’, dus er moet sprake zijn van een specifiek boek. Is de ‘ik’ misschien schrijver en is het boek van zijn hand? En dan die fruitschaal waar alleen een gerimpelde appel op ligt. Zorgt de vader niet goed voor zichzelf, eet hij te weinig fruit?

De lezer als het ware in een scène laten vallen, heeft vaak een positief effect. Het brengt snelheid in een verhaal. Als je een scène schrijft, bedenk dan wat er weg kan, vooral aan het begin en aan het eind. Vaak is weglaten een prima optie… ja, ja, schrijven is schrappen… maar aan de andere kant: soms is het juist belangrijk om een scène te rekken, vooral om de lezer zich te laten afvragen wat er gaat gebeuren als er sprake is van dreiging. Dan kan het juist goed werken als de schrijver zinnen uitbreidt, details toevoegt, dingen suggereert, enzovoort. Kortom, kom laat binnen, ga vroeg weg, maar niet altijd.

Over René Appel

René Appel publiceerde 24 misdaadromans, drie verhalenbundels en twee jeugdboeken. Zijn laatste verhalenbundel is ‘Joyride en andere spannende verhalen’ (2016). In oktober 2018 verscheen ‘Dansen in het donker’, bestel het boek hier. Een ‘gewone’ roman, dus geen thriller, maar wel een echte Appel.

René Appel is lid van de Adviesraad van de Schrijversacademie.

Voornemens – door Dorothée Albers

Voornemens

Toen ik met het schrijven van fictie begon, nam ik me voor om ten minste één boek per week te lezen. Als iets me speet dan was het dat ik nooit het plan had opgevat om Nederlands te gaan studeren, maar dat hoefde me er niet van te weerhouden met enige systematiek de Nederlandse literatuur onder de loep te nemen. Die spijt is door verschillende neerlandici in mijn omgeving gerelativeerd; mogelijk was ik nooit aan schrijven begonnen met een bul Nederlandse Letteren op zak, omdat de kennis over de literatuur dat in de weg zou hebben gestaan.

Lezen biedt, behalve de gelegenheid om de wereld met andere ogen en andere hersens te bezien, een mooie manier om de kunst van het schrijven af te kijken. Ik beperk me overigens niet tot de Nederlandse schrijvers, ik kijk graag over de grenzen. Om en om lees ik een Nederlandse en een buitenlandse auteur, een nieuwkomer en een schrijver die zijn sporen heeft verdiend, afwisselend heren en dames en ik probeer enigszins tussen verschillende genres te bewegen: proza, non-fictie en poëzie. Toneel een enkele keer.

Onlangs las ik onder meer De heilige Rita van Tommy Wieringa.

Bouwstenen

Ik heb de (volgens sommige boekenliefhebbers onhebbelijke) gewoonte om te lezen met een potlood in de hand, om die zinnen en passages aan te strepen die blijven naklinken in mijn hoofd. In mijn exemplaar van De heilige Rita zijn de uitroeptekens in de kantlijn talrijk. Het bracht me terug bij Ga niet naar zee, een verhalenbundel van Wieringa waarin hij onder andere schrijft over de prijs die hij ontving voor de mooiste zin, ‘de Tzum prijs’. De bekroonde zin was afkomstig uit Joe Speedboot, een boek dat ik met nog groter plezier las dan De heilige Rita, aangezien daarin sprake is van een lichtvoetigheid die ik in die laatste roman miste. Die ene zin illustreert dat al:

De knalpijpen glansden als bazuinen, de wereld leek te verschroeien in allesverzengend lawaai wanneer de jongens het gaspedaal intrapten met de koppeling in, alleen om te laten weten dat ze bestonden, zodat níemand daaraan zou twijfelen, want wat niet weerkaatst, bestaat niet.

 Wat begon met grasduinen in een bundel op zoek naar een specifiek verhaal (De baksteen, niet de muur) eindigde met lezen, of herlezen beter gezegd, en dat had een bijzonder positieve uitwerking op mijn humeur. Wat geldt voor veel zinnen van Tommy Wieringa, geldt ook voor zijn korte verhalen: ze zijn van grote schoonheid. In nog geen driehonderd woorden kan hij een wereld schetsen, opgebouwd uit rake observaties, zintuiglijke waarnemingen en verrassend woordgebruik. Bovendien verwijst hij te hooi en te gras naar andere helden uit de literatuur. Naar Nescio en Hemmingway bijvoorbeeld, schrijvers voor wie mijn interesse werd gewekt toen ik als middelbare scholier de literatuur ontdekte in de bibliotheek aan de Amsterdamse Prinsengracht.

Van alle voornemens die ik elk jaar maak – 500 woorden per dag schrijven, elke ochtend vijf minuten planken, geen etenswaar in plastic meer kopen, mijn hoogbejaarde moeder wekelijks bezoeken en minder wijn drinken – is er maar één dat ik volhoud: lezen. Dat kost geen enkele moeite, wekt verwondering, bewondering, soms woede, biedt plezier, troost, ontsnapping uit het dagelijks bestaan, inspiratie voor mijn schrijven en mijn lessen, en kilometers gespreksstof.

Over Dorothée Albers

Dorothée is sinds 2018 docent bij de Schrijversacademie en schreef de roman Zeemansgraf voor een kort verhaal, die in september 2018 uitkwam bij uitgeverij Cossee.

Over het boek

Drie generaties, drie musici. Moeder, zoon en kleindochter ontmoeten elkaar nooit in deze geraffineerde roman, maar alle drie geven ze alles voor de muziek en stellen de hoogste eisen aan zichzelf. Oefenen, oefenen, oefenen, het kan altijd beter. Wat Jet, Jurre en Fine verbindt is hun talent.

Als Jet, beginnend concertpianiste, zwanger wordt van een begaafde cellist, verbieden haar ouders een huwelijk met hem. Een jood is in de jaren vlak na de oorlog in hun ogen geen goede partij voor een katholiek meisje. Zij wordt naar een klooster gestuurd en moet direct na de geboorte het nog naamloze jongetje afstaan.

Jurre komt terecht bij een Gronings boerengezin, ontdekt als puber de saxofoon, en wil tot verdriet van zijn ouders geen boer worden, maar beroepsmuzikant. Als hij er later achter komt, dat zij zijn pleegouders zijn, houdt hij dat welbewust voor zichzelf.

Zowel Jet als Jurre zwijgen over hun verleden. En net als Jet en Jurre probeert ook Jurres dochter Fine in de muziek datgene uit te drukken waar zij geen woorden voor heeft. Maar als ze haar podiumangst niet meer de baas kan, begint haar talent een last te worden. Hoe komt het dat talent behalve een gave ook een kwelling kan zijn? Vaak lijkt het erop dat zo’n bijzondere eigenschap de liefde en het gewone leven in de weg staat.

 De media over Zeemansgraf:

Het hele boek ádemt muziek. (Algemeen Dagblad)

In mooi verzorgd proza heeft Albers een ontroerend, klassiek drama geschreven, waarin de personages hun gevoelens uiten via de muziek, maar geen woorden vinden om deze met hun dierbaren te delen. (hebban.nl)

Mijn boek en de Schrijversacademie – door Adri Vermeer

Mijn boek

De omslag van mijn boek toont een mahoniehouten art nouveau draaideur in de Beurs van Berlage in Amsterdam. Het boek is een terugblik op mijn persoonlijke, professionele en wetenschappelijke leven. De draaideur is een metafoor voor de transities in mijn leven. Eenmaal in de draai van de draaideur gevangen, draaide ik door naar een nieuwe stap in mijn leven: van gymleraar naar pedagoog, van pedagoog naar bewegingswetenschapper, van bewegingswetenschapper naar hoogleraar orthopedagogiek, en na mijn pensioen: van de universiteit naar ontwikkelingswerk in Zuidelijk Afrika. Als wetenschapper heb ik veel geschreven. Dat waren altijd betogende, beredeneerde, wetenschappelijke teksten. Zo’n paar jaar geleden wilde ik proberen om, meer in de vorm van een essay, de ervaringen in mijn leven te beschrijven. Ik merkte dat dat niet zo gemakkelijk was.

Waarom de Schrijversacademie?

Op internet ging ik zoeken naar schrijfcursussen. Daar vond ik de site van de Schrijversacademie. Die sprak me aan en ik ging naar een proefles. Bij deze les was ik vooral onder de indruk van de verscheidenheid aan deelnemers, zowel qua leeftijd, schrijfervaring, sociale status als beroep. Voor mij een type mensen waarmee ik in mijn universitaire leven nauwelijks in aanraking kwam. Ik schreef mij daarom in voor de basisopleiding van een jaar. Van begin af aan heb ik daar enorm van genoten. De docente vond ik top, de cursisten interessant, boeiend, aardig en constructief in hun reacties naar elkaar. Wat ik leerde? Dat ik mijn ervaringen op kon schrijven door niet alleen gebruik te maken van wat ik zag en vond, maar ook – als dat paste – van wat ik hoorde, rook of voelde. Dat ik gebruik kon maken van dialogen. Dat ik mijn teksten kon verlevendigen met een korte impressie, met een woordenspel, een type gedicht, bijvoorbeeld een elfje*. Hieronder geef ik er eentje:

Ogen
Als amandelen
Donker en groot
En na de liefde
Diepzwart

De specialisatiekeuze

Na de Basisopleiding volgde ik de opleiding Familieverhalen en Biografieën. Ook hier was ik erg onder de indruk van de begeleiding van de docente. In de stukken tekst die ik bij haar inleverde vroeg zij regelmatig: “Wat is het conflict?”. Zij leerde mij vooral hoe ik daar naartoe kon werken. Voordat ik deelnam aan de opleiding van de Schrijversacademie had ik mijn eerste niet-wetenschappelijke tekst – een essay over ontwikkelingshulp (Vermeer, 2016) – geschreven. En tijdens en dankzij de twee opleidingen aan de academie is mijn tweede boek over mij leven (Vermeer, 2018) tot stand gekomen.

* Een elfje is een gedichtje van 11 woorden, waarbij regel 1 één woord is, regel 2 twee woorden, regel 3 drie woorden, regel 4 vier woorden en regel 5 één woord.

Over de Auteur

Adri Vermeer (1936) begon zijn loopbaan als gymleraar in diverse soorten onderwijs, studeerde gelijktijdig Pedagogiek, werkte daarna eerst aan de Faculteit Bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam en vervolgens als hoogleraar in de Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht. Na zijn emeritaat raakte hij tot op heden intensief betrokken bij ontwikkelingswerk t.b.v. de zorg voor kinderen met ontwikkelingsproblemen in Zuidelijk Afrika. Over het laatste schreef hij drie handboeken en een essay.

Schrijftips per genre – door onze docenten

We sluiten de adventskalender af met schrijftips! Een paar docenten geven hun nummer 1 tip voor het schrijven in hun favoriete genre. Lees snel verder…

Olga Majeau over familieverhalen schrijven

Welk conflict kent jouw familieverhaal? Zet een tijdlijn uit en kijk of deze het conflict dient.

Anke Kranendonk over het schrijven van kinderboeken

Schrijven voor kinderen betekent kijken en luisteren! Maak de komende feestdagen aangenaam en leerzaam! Zijn er kinderen in je gezelschap: observeer ze, luister goed en geniet.Laat je verrassen door hun taalgebruik en omgang met elkaar. Het is allemaal inspiratie voor je werk.

Jowi Schmitz over het schrijven van Young Adult boeken

Een oefening: ga naar een Young Adult film en noteer wanneer het publiek lacht. Kijk of je de lach deelt. Schrijf dan jouw eigen versie van de scene waarom gelachen werd.

Carla de Jong over het schrijven van thrillers

Hoe kies je een thema voor je thriller? Volgens N. Frey die How to write a damn good thriller schreef, doen thema’s uit de populaire cultuur het goed in thrillers. Lees dus de koppen van tabloids, kijk naar series en films die zich op een breed publiek mogen verheugen. Let vooral op thema’s die appelleren aan een gevoel van onrechtvaardigheid, die vormen vaak een heerlijke motor voor een pageturner. En ten slotte: kies in elk geval een thema dat jou intrigeert. Je zult je er immers lange tijd mee bezig moeten houden.

Martijn Lindeboom over het schrijven van fantasy

Als je een fantastische, andere wereld wilt bedenken en uitwerken pas dan de ‘Wat als?’-vraag toe. Dat kan klein zijn (‘Wat als mijn hoofdpersoon als enige in de wereld gedachten kon lezen?’), iets groter (‘Wat als we in 1969 al een permanente maanbasis gesticht hadden?’) tot wereldomvattend (‘Wat als de Griekse Goden werkelijk bestonden en tot nu toe aanwezig waren in onze wereld?’). Als je die centrale ‘Wat als?’-vraag hebt gesteld, kun je eindeloos doorgaan met het beantwoorden en consequenties toevoegen, waardoor – zelfs met een kleine wijziging – jouw wereld echt anders wordt dan onze werkelijkheid (en die in andere verhalen).

Fantastische boekentips voor de feestdagen – door Martijn Lindeboom

Mijn favoriete genre is sciencefiction, kort daarop gevolgd door fantasy. Gelukkig maar, aangezien ik de opleiding Fantasy en Sciencefiction schrijven geef bij de Schrijversacademie. In het kader van de Schrijversacademie-advent heb ik drie keer drie boekentips voor tijdens de feestdagen.

Niet bij iedereen zullen de speculatieve genres even bekend zijn, daarom heb ik drie niveaus in mijn aanbevelingen aangebracht. Allereerst heb ik een aantal boekentips voor lezers en schrijvers die de fantastische genres nog helemaal niet kennen maar wel nieuwsgierig zijn (let op: de meeste genreboeken zijn wel behoorlijk lijvig). Daarna een paar klassiekers die elke serieuze SFF lezer in zijn boekenkast zou moeten hebben. En ten slotte een stel aanraders voor doorgewinterde fans die wel eens van de gebaande paden willen afstruinen.

Introductieboeken

De beer en de nachtegaal

Om in de winterse sferen van deze feestdagen te blijven: De beer en de nachtegaal van Katherine Arden, een verhaal – een sprookje voor volwassenen – dat speelt in middeleeuws Rusland. Uitstekend geschikt om tijdens Kerst kennis te maken met fantasy.

The Expanse

Ook koud, maar dan omdat het vooral in de ruimte speelt, is de serie The Expanse (ook uitstekend tot serie gemaakt), beginnend met Leviathan ontwaakt, geschreven door het duo James S.A. Corey. De rivaliteit tussen Aarde, Mars en de bewoners van de asteroïdengordel wordt op scherp gezet als er een gevaarlijk protomolecuul van buiten ons zonnestelsel wordt ontdekt. Spannend, toegankelijk en erg goed uitgewerkt.

De twaalf koningen van Sharakhai

Heel andere koek dan: we gaan naar de hitte van de woestijn, waar De twaalf koningen van Sharakhai zich afspeelt. Auteur Bradley Beaulieu schetst een interessante, deels op Duizend-en-een-nacht gebaseerde, wereld en heldin Çeda, die de geheimen van de twaalf koningen probeert te ontwarren.

Klassiekers voor iedereen

In de ban van de ring

Het absolute basisboek van de fantasy (hoewel zeker niet het eerste) is natuurlijk In de ban van de ring van de Britse auteur J.R.R. Tolkien. Epische fantasy met alle klassieke elementen: een queeste, fantastische wezens, een duistere,

verschrikkelijke tegenstander met enorme legers en een oorlog van goed tegen kwaad. De meeste mensen zullen in elk geval de films kennen, die vrijwel elke Kerst weer herhaald worden op televisie.

Duin

In de sciencefiction is de Duin-serie van Frank Herbert een van de absolute klassiekers. Weer een woestijnwereld, maar heel anders uitgewerkt dan Sharakhai. De Atreides-clan krijgt het beheer over de planeet Arrakis (in de volksmond Duin genoemd), waar de specie gewonnen wordt: een drug die mensen langer laat leven en soms voorspellende gaven wakker maakt. Dat gaat natuurlijk niet zonder slag of stoot, want de vijandige Harkonnen-familie moet vertrekken en zweert wraak, terwijl in de woestijn de geheimzinnige Vrijmans zich schuilhouden. Verfilmd en tot serie gemaakt, maar nooit werd de visie van Herbert echt gevangen.

1984

Het dystopische subgenre is enorm populair geworden, vooral bij YA-lezers, door series als De Hongerspelen en Divergent, maar de oervader van het genre is 1984 van George Orwell. Naast het verhaal van de onderdrukking door Big Brother (een term die iedereen kent) is het een ideeënroman die diep in de menselijke psyche graaft. Vooral de uitwerking van Nieuwspraak – de taal die langzaam door de heersers ingevoerd wordt en waarin je je niet opstandig kunt uitdrukken – is briljant. Ook verfilmd, heel goed gedaan, maar niet voor een gezellig avondje.

De diepte in

Het recht van de Radch

Heb je al aardig wat SF en fantasy gelezen en wil je meer de diepte in, dan is Het recht van de Radch van Ann Leckie misschien iets voor je. Het boek bevat veel verschillende ideeën (zoals AI met meerdere lichamen, een Dysonbol, omgedraaide genderprioriteiten en SF economie) en twee verhaallijnen in verschillende tijden. Hoofdpersoon Breq is enigmatisch, maar goed uitgewerkt en interessant.

The Tensorate

De als non-binair en queer identificerende JY Yang uit Singapore schrijft aan een serie novelles: The Tensorate (nog niet vertaald). Het openingsverhaal The Black Tides of Heaven is een vervreemdende kennismaking met een op het Verre Oosten gebaseerde fantasiewereld waar de zon meerdere keren per dag opkomt en ondergaat en waar verschillende vormen van magie en technologie op elkaar inwerken. Prachtig uitgewerkt, sfeervol en dynamisch, maar niet makkelijk te doorgronden.

The Quantum Thief

De Finse auteur Hannu Rajaniemi schrijft nog een stapje hermetischer in zijn Jean Le Flambeur-serie. De opening van The Quantum Thief is verwarrend en suggereert al een groot aantal ideeën (van game theory en de werking van geheugen, tot uploading en Von Neumann-machines), waardoor je snel moet schakelen als lezer. Als hoofdpersoon Jean door Oortwolkkrijgster Mieli en haar levende ruimteschip Perhonen uit de Dilemmagevangenis gered wordt, gaat het verhaal pas echt los.

Dit zijn maar negen van de duizenden geweldige boeken uit het fantastische genre. Als je tips wilt, laat me dat dan weten!

Fijne feestdagen en alvast een fantastisch 2019.

Martijn Lindeboom

Over Martijn Lindeboom

Martijn Lindeboom debuteerde in 2005 met zijn historische fantasyboek De legende van de Zwarte Wolven. Sindsdien zijn er nog acht boeken van zijn hand verschenen. Vijf historische verhalenboeken (gebaseerd op archeologie en/of geschiedenis), twee fantasyboeken, één thriller en een non-fictieboek over het schrijven van fantasy en sciencefiction. Het boek Lagen in Stad werd in 2014 uitgeroepen tot Beste Groninger Boek. Naast boeken zijn er meer dan tachtig van Martijns verhalen gepubliceerd in tijdschriften, bundels en als luisterboek of ebook.

Vanaf 2011 organiseerde Martijn de grootste schrijfwedstrijd voor sciencefiction-, fantasy- en horrorverhalen in de Lage Landen: de Harland Awards (voorheen de Paul Harland Prijs). Ook heeft hij een aantal keer verschillende schrijfwedstrijden gejureerd en sinds 2013 geeft hij regelmatig workshops en cursussen over het schrijven van fantasy en sf. Deze ruime ervaring, gecombineerd met het enorme aantal boeken op zijn gelezen stapel, bracht hem er toe om voor de Schrijfbibliotheek van uitgeverij Atlas Contact het boek Hoe schrijf je fantasy en sciencefiction? te schrijven. Dat deed hij samen met Debbie van der Zande, die als redacteur en veellezer haar eigen ervaring aan het boek toevoegde.

Als docent van de Schrijversacademie geeft Martijn de specialisatie ‘Fantasy en sciencefiction schrijven’ Martijn zal je verder helpen je fantasie in te zetten om geweldige verhalen te schrijven.

Winnen doe je zo – door Gert-Jan van den Bemd

Voordat Gert-Jan van den Bemd debuteerde met een roman, schreef hij verhalen die regelmatig bij schrijfwedstrijden in de prijzen vielen. Hoe doe je dat, een schrijfwedstrijd winnen? Gert-Jan licht drie tipjes van de sluier op.

Tip 1

Wees origineel. Natuurlijk gaat er een schokje van opwinding door je lijf als je een ingeving krijgt. Jammer, maar waarschijnlijk heeft meer dan de helft van jouw concurrenten datzelfde schokje gevoeld, bij precies dezelfde ingeving. Verwerp het idee en begin opnieuw.

Tip 2

Hou het kort. Bij een populaire verhalenwedstrijd krijgt de jury honderden verhalen voor haar kiezen. Ik heb zelf ook een paar keer aan die kant van de tafel gezeten en echt, een auteur die het lef heeft om ver onder het maximaal aantal woorden te blijven, wordt gezien als een held en heeft al een voorsprong.

Tip 3

Draai het om. Je bent klaar. Prachtig verhaal, niks meer aan doen. Of toch wel? Keer het eens om. Begin met het eind, sluit af met het begin. Is het zo niet veel verrassender en spannender?

Deze tips direct toepassen? Schrijf een verhaal van maximaal 500 woorden voor onze wedstrijd ‘De bruiloft’ die we in samenwerking met Schrijven Magazine organiseren, en maak kans op een schrijfopleiding t.w.v. €2245,00!  Lees hier hoe je mee kan doen

Over Gert-Jan van den Bemd

Gert-Jan van den Bemd (1964) werkt als schrijver, wetenschapsjournalist, redacteur en kunstenaar in Breda. Zijn korte verhalen verschenen in tientallen verzamelbundels en literaire tijdschriften, en werden diverse malen bekroond in België en Nederland. Zo won hij de eerste prijs van het International Literature Festival Utrecht (ILFU) 2017 en de Aspe Award 2016. Gert-Jan debuteerde dit jaar met de spannende psychologische roman De Verkeerde Vriend.

De sandwichformule – Door René Appel

Er zijn verschillende manieren om een verhaal te vertellen. Als schrijver kies je de (grammaticale) tijd, het perspectief, je ‘bouwt’ iets, je bouwt een roman met fragmenten, beschrijvingen, flashbacks, eventueel zogenaamde flashforwards, enzovoorts. Het begrip sandwichformule slaat op een speciale manier van vertellen, namelijk die waarbij het eigenlijke verhaal ingeklemd is tussen een ouverture en een afsluiting. Ik zal drie voorbeelden geven van drie prachtige romans die volgens dit principe zijn gebouwd.

Het verhaal in het café

De eerste is Biecht van een moordenaar van Joseph Roth (wie nog nooit iets van hem heeft gelezen, moet dat snel gaan doen). De ‘ik’ gaat naar een Russisch café-restaurant in zijn woonplaats Parijs, waar in de jaren dertig van de vorige eeuw veel Russische emigranten en bannelingen komen. Daar ontmoet hij een man, ene Semjon Semjonovitsj Goloebtsjik. Het is middernacht, de kastelein doet de deur op slot, en Goloebtsjik begint aan een verhaal. Hij zegt zelf dat het een simpel verhaal is dat hij beknopt wil vertellen, maar de laatste zinnen van de ouverture luiden: ‘Hij begon. En het verhaal was beknopt noch banaal. Daarom heb ik besloten het hier op te schrijven.’ Dan volgt ‘de biecht van een moordenaar’ van Goloebtsjik, meer dan 160 bladzijden. Als de verteller bij het ochtendgloren de straat is opgegaan, begint de afsluiting met ‘Ik bleef alleen met de kastelein achter. “Wat een verhalen hoor je bij u,” zei ik.’ Na nog zo’n vier bladzijden eindigt het boek met: ‘Nog diezelfde dag verliet ik mijn kamer in de Rue des Quatre Vents. Goloebtsjik heb ik nooit meer gezien, ook geen van de mannen die zijn verhalen hebben gehoord.’

Een donkere nacht

Het tweede voorbeeld is De nacht in Lissabon van Erich Maria Remarque. Ik citeer de achterflap van dit indrukwekkende boek. ‘Een donkere nacht in 1942. Een man staat in Lissabon in de haven op de kade en staart naar een Amerikaans schip. De man is Hitler-Duitsland ontvlucht en heeft geen visum en geen geld. Plots biedt een onbekende hem twee tickets aan voor de boot naar Amerika. Onder slecht één voorwaarde: dat hij deze nacht naar zijn verhaal zal luisteren.’ Weer een verhaal dat ’s nachts verteld wordt, deze keer niet in één café-restaurant maar in een aantal cafés en nachtclubs, met ook weer veel spanning. Want waarom wil de man zo nodig zijn verhaal vertellen aan iemand die hij niet kent? Wat zit hierachter?

Een uitnodiging bij hem thuis

Ten slotte een Nederlandstalige roman volgens de sandwichformule, namelijk Lijmen van Willem Elsschot, vaak in één adem genoemd met Het been dat als een vervolg is te beschouwen. Lijmen begint (alweer) in  een café, waar de ‘ik’ een oude (vaag) bekende ontmoet: Laarmans. Die nodigt de ‘ik’ de volgende dag uit bij hem thuis en daar vertelt hij het verhaal van zijn financiële manipulaties met ‘Het Wereldtijdschrift’, die de ‘ik’ weerzinwekkend vindt. Laarmans legt een hand op zijn knie, maar… ‘Ik sidderde onder zijn aanraking, sprong overeind, stiet hem met alle geweld van mij af en vluchtte de trap af en het huis uit.’

Bij een sandwich gaat het vooral om het beleg

Goed beschouwd is er in Lijmen nauwelijks meer sprake van een afsluiting, maar met enige tolerantie is het begrip ‘sandwichformule’ toch van toepassing. In alle drie gevallen is het ‘brood’ (dus ouverture en afsluiting) aan de dunne tot zeer dunne kant, maar dat is geen probleem. Bij een sandwich gaat het immers vooral om het beleg, het verhaal dat ertussenin geklemd zit, en dat is in alle drie gevallen voortreffelijk.

Over René Appel

René Appel publiceerde 24 misdaadromans, drie verhalenbundels en twee jeugdboeken. Zijn laatste verhalenbundel is ‘Joyride en andere spannende verhalen’ (2016). Oktober 2018 verschijnt ‘Dansen in het donker’, bestel het boek hier. Een ‘gewone’ roman, dus geen thriller, maar wel een echte Appel.

René Appel is lid van de Adviesraad van de Schrijversacademie.

Leven met je rug naar de toekomst – door Annemarie Smits

Dit was het perfecte boek om te bespreken. Wat een thema!

Toen ik na een lange, saaie kantoordag wat verveeld op de bank lag te scrollen door mijn facebook-account, viel mijn oog op een oproep van de Schrijversacademie die mensen zocht voor de nieuwe boekenclub. Ik zat meteen rechtop en klikte direct op ‘hier aanmelden’. In mijn hoofd hoorde ik mijn vriend alweer roepen: ‘Focus, Annemarie, eerst even nadenken en dan pas doen’, maar dat saaie advies wuifde ik snel weg. Dit was te leuk!

Het duurde even, maar toen kreeg ik bericht dat ik was toegelaten tot de club en dat het nieuwe boek van Josha Zwaan als eerste besproken zou worden. Toevallig had ik dat boek al gelezen via een andere oproep van de Schrijversacademie dat er een aantal proefdrukken beschikbaar waren om te lezen, maar dat kon de pret niet drukken. Dit was het perfecte boek om met anderen te bespreken. Wat een thema! Leven met je rug naar de toekomst. Van dit boek word je niet vrolijk, maar het blijft wel heel lang hangen. Ik ben blij dat ik zelf in een andere tijd leef én anders in elkaar zit.

Oktober werd dé maand van onze boekenclub

Even later kreeg ik het boek – gratis! – thuisgestuurd. Ook werd me uitgelegd hoe de boekenclub werkt en dat deze uit dertien mensen bestaat. Omdat dit de allereerste keer was dat er een boekenclub werd georganiseerd, gingen we van start met een leesperiode van een maand. Oktober werd dé maand van onze boekenclub. In het voorstel-topic konden we ons aan elkaar voorstellen. Met dertien leden zijn dat best veel introducties, maar al snel bleek dat niet iedereen de hele maand zou gaan afmaken.

Het boek Saturnusplein 3 bestaat uit vier delen. Iedere week werd een volgend deel besproken en stelde onze coördinator Sanne een aantal vragen waar we allemaal in het weekend op konden reageren.

Over dit boek is genoeg te zeggen

Voor mij voelde het wat geforceerd om het boek in delen te bespreken. Vooral misschien met dit boek, waar het pas echt los gaat in deel drie. De eerste twee weekenden waren daarom nog een beetje voor spek en bonen. En spoilers weggeven mocht niet, dat was soms best even op mijn tong bijten. Als ik het boek niet al had gelezen (net als een paar anderen trouwens), zou ik het waarschijnlijk in een paar dagen hebben uitgelezen. Want om nou steeds weer te stoppen na een deel en een week later opnieuw tijd te maken om verder te lezen …

Origineel en inspirerend vond ik het dat Sanne elke week een aantal vragen lanceerde in het discussie-topic. Na het verstrijken van een deadline stroomden de mailtjes met nieuwe vragen en de eerste reacties binnen en logde ik snel in om de vragen te beantwoorden. Bij de eerste ronde was het nog een beetje inkomen, maar de vragen werden steeds beter en de discussie kwam steeds verder op gang. Boeiend om te lezen hoe de andere vrouwen dit boek hebben ervaren en hoe ze tegen de hoofdpersoon en haar gedrag aankeken. Over dit boek is genoeg te zeggen.

Nu rest het schrijven van een recensie

En nu is het uit. En hebben we onze meningen gevormd. Het laatste wat we nog doen is een recensie schrijven die we kunnen uploaden in het recensie-topic. Hier kunnen we de evaluaties van elkaar reviewen en aanscherpen. De Schrijversacademie zal een deel van deze recensies publiceren via sociale media en de recensies worden geplaatst op Hebban en bol.com.

Ik kijk terug op een mooie maand waarin we met elkaar een bijzonder boek hebben besproken. Een van de dames merkte, na het lezen van mijn (concept)recensie, op dat de vier discussiefases erg nuttig en leuk zijn gebleken, nu zo achteraf bezien. Dat we er in de loop van de maand met elkaar ingegroeid zijn, wat leidde tot steeds meer diepgang in de discussies. Houd je van lezen en deel je graag je leeservaring met anderen, meld je dan zeker aan voor de volgende boekenclub. Maar niet allemaal tegelijk, want ik hoop dat er ook voor mij nog een plekje overblijft!

Over Annemarie Smits

Annemarie Smits volgt bij de Schrijversacademie de opleiding tot redacteur. Ze werd geselecteerd voor de eerste boekenclub van de Schrijversacademie waarbij een groep van 13 studenten de uitdaging aanging om het nieuwste boek van Josha Zwaan te lezen en uitvoerig te bespreken.

Dansen in het donker – door René Appel

Geen thriller, wel een échte Appel

Recent kwam mijn 23ste roman uit: Dansen in het donker. Geen thriller, wel een échte Appel, zoals ik graag mag onderstrepen. Als schrijver moet je het immers ook hebben van je naamsbekendheid en dan kun je beter Appel dan De Jong of De Vries heten.

Waarom geen thriller? Simpelweg omdat ik – als lezer en als schrijver – enigszins was uitgekeken op dat type boeken. Bij het schrijven wilde ik niet meer gebonden zijn aan de eisen die het misdaadgenre stelt: bij voorkeur moet er een verrassende wending in het verhaal zitten, de plot moet keurig worden afgewikkeld, aan het eind moet duidelijk zijn hoe een en ander in elkaar steekt, enzovoorts. Vrijheid wilde ik, vrijheid bij het denken over verhaallijnen, vrijheid bij het schrijven.

Literaire romans kunnen óók spannend zijn

Een en ander betekent natuurlijk niet dat zo’n verhaal niet spannend is. Dat is het namelijk wel degelijk (dus inderdaad een ‘échte Appel’), net zoals veel literaire romans ook spannend kunnen zijn, wat ik in mijn boekje Spannende verhalen schrijven al heb laten zien. Maar een afgeronde intrige, waarin alles keurig is afgewikkeld, nee, dat niet. Zo resteert er voor de lezer nog wel het een en ander om over na te denken.

De titel had ik al in het begin van het schrijfproces. Het is ook de titel van een van de bekendste cd’s van Bruce Springsteen: Dancing in the dark, en inderdaad Bruce Springsteen speelt ook een rol in het verhaal (uiteraard niet als personage, maar zijn muziek). Het schrijven zelf is ook te zien als ‘dansen in het donker’: je schrijft, je probeert, je maakt allerlei figuren, je volgt het ritme van de taal, woorden worden noten, maar niemand ziet het, het blijft allemaal verborgen, in het duister, in het donker. Je weet zelf niet waar het allemaal op uit zal draaien, maar ondertussen dans je toch door in de hoop dat je aan het eind tevreden kunt zijn.

Dat ene kernachtige zinnetje

In een vorig blog schreef ik over dat ene, belangrijke kernachtige zinnetje in een boek. Iemand vroeg me of ik in Dansen in het donker ook zo’n zinnetje kon aanwijzen. Ik heb het volgende gekozen, over Inge, de hoofdpersoon van het boek. Ze denkt na over haar in het slop geraakte huwelijk: ‘Ze waren elkaars vanzelfsprekendheid geworden.’

Dat is raak, volgens mij.

Over René Appel

René Appel publiceerde 24 misdaadromans, drie verhalenbundels en twee jeugdboeken. Zijn laatste verhalenbundel is ‘Joyride en andere spannende verhalen’ (2016). Oktober 2018 verschijnt ‘Dansen in het donker’, bestel het boek hier. Een ‘gewone’ roman, dus geen thriller, maar wel een echte Appel.

René Appel is lid van de Adviesraad van de Schrijversacademie.

Onschuld – door Anna van Praag

Te onbekend

Ik herinner me nog goed hoe ik, nu ruim vijftien jaar geleden, mijn eerste boek publiceerde. Vol zelfvertrouwen liep ik de dag erna de boekhandel bij mij in de straat binnen. Waar was mijn boek, toch niet al uitverkocht? ‘Ik heb een boek geschreven,’ zei ik stoer tegen de boekverkoper. Hij checkte een en ander in de computer. ‘Wie? Dat hebben wij niet ingekocht, te onbekend.’

Op dat moment ben ik mijn onschuld verloren

Mijn derde boek kwam uit. ‘Een grote krant gaat een recensie plaatsen,’ meldde de uitgever, want een recensent had het boek opgevraagd. Ik had al wel eerder recensies gehad, maar niet bijster veel. Op de dag van publicatie stond ik al vroeg bij de krantenwinkel in de rij, krant in mijn hand. Of zou ik er alvast een paar meenemen? Terwijl ik stond te wachten screende ik de recensie – en de grond zakte onder mijn voeten vandaan. Snikkend fietste ik naar huis – met slechts één krant.
Later kwam ik de recensente tegen op een feestje. ‘Op dat moment ben ik mijn onschuld verloren,’ zei ik tegen haar. Ze glimlachte. ‘Dan heb ik het goed gedaan,’ zei ze.

”Sorry Anna, maar we moeten ruimte maken”

Ik schreef en ik schreef, bij een andere uitgever inmiddels en mijn oeuvre groeide. Ik kreeg lezingen door het hele land, en de royalties begonnen ergens op te lijken. Ik glansde: mijn werk zou voor altijd bewaard blijven, zelfs na mijn dood zou ik voortleven. Tot die dag dat ik die doembrief kreeg – de eerste van vele, zoals later zou blijken: ‘Sorry Anna, maar we moeten ruimte maken. Aangezien dit betreffende boek amper meer verkoopt gooien wij de rest van de voorraad door de papierversnipperaar.’ Hoezo voor altijd? Van de twintig boeken die ik inmiddels heb geschreven, zijn er misschien nog zes of zeven te krijgen. De rest is op, of ja, versnipperd.

Was dit het wel waard?

Het is 2018 en ik publiceer Hoe groot is de liefde, ik heb er drie jaar over gedaan. Het voelt als mijn beste boek en ik ben opgewonden wanneer een kwaliteitskrant een groot interview met mij wil houden. ‘Wat je schrijft is niet wie je bent, hou afstand.’ Hoe vaak heb ik dat niet aan mijn schrijfstudenten voorgehouden. En toch. Het interview duurt drieënhalf uur en ik geef meer prijs dan ik van tevoren van plan was. Op de dag dat het in de krant staat voel ik me verschrikkelijk in mijn blootje. Was dit het wel waard?

Het antwoord is natuurlijk: ja. Het is het waard. Alles. Schrijven is, zoals een wijze oude schrijfster mij ooit eens zei ‘een worsteling en een genade.’ Voor de roem hoef je het niet te doen, voor je ego is het af en toe zelfs slecht. Maar voor je ziel is het als een zomerbuitje in augustus. Ik maak een buiging en breek een lans voor alle dappere schrijvers onder ons. Kijk ons nou stug doorgaan!

O ja, en die boekwinkel in mijn oude straat? Bij het verschijnen van Hoe groot is de liefde was het de eerste die uitverkocht raakte en razendsnel moest bijbestellen…

Over Anna van Praag

Anna van Praag heeft zeventien kinder- en jeugdboeken geschreven, die zijn uitgebracht bij diverse uitgeverijen. Ook is ze Schoolschrijver op taalzwakte scholen. Als journaliste schrijft ze human interest verhalen voor LINDA en Het Parool. In Het Parool had ze ook een column.  Al meer dan tien jaar heeft Anna van Praag ook een blog op haar eigen site, dat duizenden bezoekers per dag trekt.

Ook les van Anna van Praag?Dat kan! Anna geeft meerdere opleidingen voor de Schrijversacademie!

Het uitgeefproces (4) door Anne Ruhl

Vind je het leuk als we je manuscript uitgeven?

Heel even denk ik dat ik het gemaakt heb na het lezen van deze mail. Anne Ruhl, kinderboekenschrijfster. De bestsellers vliegen me in gedachten om de oren. Nu kan ik chocola gaan eten op de bank. De rest gaat vanzelf.
Heel even.
Ik schud mijn hoofd en raak lichtelijk in paniek. Vóór 1 augustus moet ik wel 30.000 woorden hebben en moeten alle verhalen kloppen. Ik leg de repen Tony Chocolonely maar even in de koelkast. Ik beloof mezelf na elk hoofdstuk een stukje.

De dappere zoon Frederik gaat appels plukken in het hoofdstuk waar hij ontdekt wie de grote oplichter is. Oeps, daar gaat het mis. In maart hangen er helemaal geen appels aan de bomen. Ik ga alle hoofdstukken door om de data naar oktober te veranderen.

De chaotische zus Roeltje wordt bedreigd. Het arme schaap leent geld van de verkeerde man. Dat komt haar duur te staan. Ze moet het bedrag binnen een maand terugbetalen. Ik print mijn hele manuscript. Aan het eind van het boek is het ook het einde van de maand. Komt dat even mooi uit. Het lijkt bijna niet zelf bedacht. Het bedrag van Roeltjes schuld verdubbelt dagelijks. Op mijn rekenmachine typ ik met een klein beetje leedvermaak haar groeiende schuld in. Arme Roeltje.

1 augustus: vol trots stuur ik de verbeterde versie op

De redacteur gaat met haar rode pen door mijn werk en ik hoop dat ze niet zoveel inkt nodig heeft. Onbevreesd open ik het mailtje met aanpassingen. Ik staar ernaar. Ik scrol. Ik knipper met mijn ogen om niet te gaan huilen. Zoveel! Mijn toch-wel-bijna-perfecte-boek is niet zo perfect als ik dacht. Er zijn veel verbeteringen aangebracht en ai, ook spelfouten uitgehaald.

Ik ren naar de koelkast. Waar is Tony als je hem nodig hebt?

De bestsellers verdwijnen uit mijn hoofd, maken plaats voor lelijke krantenkoppen. Vreselijke recensies. Of nog erger. Niks. Niemand die mijn boek wil lezen, niemand die het koopt. Ik slik. Gooi de lege verpakking weg en verman me.

Feedback is een cadeautje

Ik open mijn laptop weer. Nu niet meer met de intentie om hem over het balkon te gooien. Feedback is een cadeautje lees ik op een van de websites waar ik heen vlucht om maar niet naar de rode strepen te hoeven kijken.

Feedback is een cadeautje. Dat wordt mijn nieuwe motto.
Feedback is een cadeautje, mijn boek wordt er alleen maar mooier door.
Feedback is een cadeautje, mijn boek en mijn karakter worden er mooier van.

Ik kijk mijn angst recht in de ogen aan en lees trillend de rode letters nog eens.
Feedback is een cadeautje, echoot het in mijn hoofd. Ineens zijn de woorden in de kantlijn niet meer zo scherp en kan ik me in sommige opmerkingen wel vinden.
Ik pas aan en herschrijf. Als ik later de verhalen teruglees zijn ze veel mooier. De tekst is vloeiender en het geheel klopt.

Ik stuur mijn manuscript weer terug naar de uitgever.
Mijn koelkast vul ik met watermeloen en aardbeien. Vitamines zijn een cadeautje en strenge redacteuren ook.

Over de auteur

Anne Ruhl woont in Nieuw-Vennep met haar man en Italiaans windhondje. Als ontspanning leert ze Scandinavische talen. Op vakantie neemt ze uit ieder land een bijzondere theedoek mee die ze vervolgens nooit gebruikt, maar wel ophangt om mooi te zijn. In het najaar van 2015 startte ze met de Schrijversacademie om naast haar werk als leerkracht haar talenten verder te ontwikkelen. Haar debuut ‘Mevrouw Stip en Roeltje, de charmante oplichter’ zal in september 2018 uitkomen bij Buddy Books.

 

De laatste zin (van een alinea) – door René Appel

Afgezien van passages die bewust duister, mysterieus of ronduit onbegrijpelijk zijn, willen schrijvers het liefst begrepen worden. Ze willen iets overdragen op de lezer, en dat is terecht, want daarom schrijven ze. Maar soms willen ze dat te graag, zijn ze te bang dat lezers hun bedoelingen niet vatten en dan laten ze zich verleiden tot een nadere verklaring of een uitleg, en dat is vaak te veel. Zo’n concluderende zin staat vaak aan het eind van een alinea waarin het een en ander is beschreven.  ‘Ja, hè, hè,’ zal menig lezer zeggen, ‘dat had ik al lang begrepen.’ De lezer voelt zich miskend of te laag ingeschat.

Goed Volk

Ik zal een voorbeeld geven uit de recente korte autobiografische roman Goed volk van Teun van de Keuken (tv-maker, columnist en schrijver). Hoofdpersoon in dit zeer leesbare boek is het jongetje Teun, dat opgroeit eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Zijn vader is een bekende filmer en fotograaf en zijn moeder werkt ook in de filmwereld. De ouders zijn ‘progressief’, links, tegenwoordig zouden we hen politiek-correct noemen. Omdat zijn ouders niet elitair willen zijn (ze willen opkomen voor de verschoppelingen op deze wereld) gaat Teun naar een ‘gewone’ basisschool, dat wil zeggen een school met kinderen uit lager sociaal milieu in de buurt van de Amsterdamse Jordaan, een ‘volksschool’.

En dan komt die laatste zin

Teun schaamt zich voor zijn ouders; ze zijn te artistiekerig en hebben meningen (die ze graag verkondigen) die de ouders van zijn medeleerlingen bepaald niet delen. Hij wil ook liever geen klasgenoten mee naar zijn huis nemen. Maar nadat hij dat een aantal keren heeft geweigerd, wil hij toch een keer met die klasgenoten zijn verjaardag bij hem thuis vieren. En zowaar, het gaat goed. Zijn vader zegt geen gekke dingen, zijn moeder heeft geen te korte rok aangetrokken, de versnaperingen zijn zelfs oké (terwijl zijn ouders normaal het liefst macrobiotisch voedsel serveren) en ze doen leuke spelletjes. Maar dan gebeurt het. De vader brengt de kinderen in zijn grote Volvo naar huis. Hij vertelt zelfs een grap waar iedereen om moet lachen en dan gaan de andere jongens moppen vertellen, racistische moppen. De vader zet de auto aan de kant en gaat woedend tegen de jongens tekeer.

En dan komt die laatste zin: ‘De verjaardag was vergald.’ Hier zou ik nog het een en ander over kunnen zeggen, maar mijn laatste zin laat ik weg. De lezer heeft het al begrepen.

Over de auteur:

René Appel publiceerde 24 misdaadromans, drie verhalenbundels en twee jeugdboeken. Zijn laatste verhalenbundel is ‘Joyride en andere spannende verhalen’ (2016). Oktober 2018 verschijnt ‘Dansen in het donker’, een ‘gewone’ roman, dus geen thriller, maar wel een echte Appel.

René Appel is lid van de Adviesraad van de Schrijversacademie.

Van gruwelijke nachtmerrie naar prachtig boek – door Silvie Kamphuis

Het is bijna een jaar geleden dat mijn blik viel op een oproep op Facebook van Nikki Lee Janssen. Ze schreef dat haar naaktfoto’s en -video’s waren gestolen door een hacker. Deze onbekende probeerde haar te chanteren, om vervolgens zijn dreigementen kracht bij te zetten door alvast een pikant filmpje op Dumpert en Facebook te publiceren. Haar leven stond op zijn kop, maar Nikki wilde allesbehalve een slachtoffer zijn. Ze bond de strijd aan tegen de hacker, Dumpert, die haar privé-filmpje zomaar online had gezet, de politie, die haar maar niet serieus leek te nemen en ze wilde een boek schrijven. Een handboek voor iedereen die te maken krijgt met online shaming en kan leren van haar afschuwelijke ervaring. Zelf was ze alles behalve een schrijver, dus ze zocht iemand die haar verhaal kon verwoorden.

In de klappers las ik de e-mails van de hacker, de afschuwelijke commentaren van de reaguurders op Dumpert, de brieven van advocaten en de verbaasde reacties van vrienden en familie die haar naakt waren tegengekomen op internet.

Ik stuurde haar een bericht dat ik haar graag wilde helpen met links naar mijn blog antisleur en mijn portfolio en tot mijn grote blijdschap was ze meteen enthousiast. Ik voelde me enorm vereerd,  want er hadden tientallen schrijvers op haar oproep gereageerd. We spraken af in een restaurant in Zaandam en het wederzijdse vertrouwen was er meteen. Ik kreeg alvast twee klappers met informatie en een paar dagen later bevestigden we onze afspraken formeel. Ik ging meteen aan de slag. In de klappers las ik de e-mails van de hacker, de afschuwelijke commentaren van de reaguurders op Dumpert, de brieven van advocaten en de verbaasde reacties van vrienden en familie die haar naakt waren tegengekomen op internet. In mijn hoofd vormden zich de contouren van het verhaal en ik bereidde me voor op een serie interviews via Skype.

Ontelbaar veel vragen heb ik Nikki gesteld en zelfs de onmogelijke vraag ‘Mag ik de foto’s zien?’ bleek niet te gek.

Nikki bleek enorm openhartig en enthousiast, wat voor mij als schrijver een enorme luxe was. Iedere dag dook ik in haar belevingswereld, wat telkens weer nieuwe vragen opriep:

Hoe heb je je vriend Joost leren kennen?
Wat was de eerste keer dat je pikante foto’s naar hem stuurde?
Hoe voelde je je daarbij?
Waarom was het belangrijk voor jullie relatie?
Hoe is je relatie met je ouders?
Hoe reageerden ze toen ze erachter kwamen?
Beschrijf je eerste werkdag na de hack en de publicatie op Dumpert?

Ontelbaar veel vragen heb ik Nikki gesteld en zelfs de onmogelijke vraag ‘Mag ik de foto’s zien?’ bleek niet te gek. Ik wilde de momenten beschrijven dat ze de foto’s maakte en hoe kon ik dat doen zonder te weten wat er op die foto’s stond? Nikki deelde alles zonder terughoudendheid en dat vertrouwen heeft ervoor gezorgd dat ik heel dicht op de huid van Nikki heb kunnen schrijven. Veel ‘show’ en weinig ‘tell’. Mensen vertellen me dat het verhaal spannend en meeslepend is en dat je het niet weg kan leggen. Als je het leest, ben je Nikki en dat was precies de bedoeling.

Ik zag waar het verhaal beter kon worden, ware het fictie geweest, maar ik moest mijn fantasie koest houden.

Ik gebruikte het manuscript ‘Niet van iedereen’ ook voor mijn lessen bij mijn specialisatie Romans & korte verhalen aan De Schrijversacademie en kwam daarbij ook vaak een beetje in de knoop. Het was geen fictie, het was waargebeurd, dus ik was gebonden aan de werkelijkheid. Voor de spanning in het verhaal was het bijvoorbeeld misschien goed geweest als het gevecht tegen online shaming voor grote relatieproblemen had gezorgd, maar zo was het niet. Om clichés te voorkomen was het misschien goed geweest als de directeur van Dumpert geheel onverwacht een keurig nette vrouw in een mantelpakje was en om het verhaal rond te maken was het misschien goed geweest dat aan het einde van het verhaal de hacker werd gepakt. Maar dat is allemaal niet gebeurd, dus soms was dat frustrerend als schrijver. Ik zag waar het verhaal beter kon worden, ware het fictie geweest, maar ik moest mijn fantasie koest houden. Mijn mede-schrijvers bij De Schrijversacademie en docent Jowi Schmitz hebben me enorm geholpen om ook binnen deze beperkingen een sterk verhaal neer te zetten en daarnaast me ervan overtuigd dat ik naast mijn werk als biograaf en ghostwriter ook fictie moet schrijven.

Ik mocht samen met Nikki, Gertie Vos, vormgever en fotograaf en Uitgeverij Palmslag van een gruwelijke nachtmerrie een prachtig boek maken. Ik ken maar weinig dingen die meer positieve energie geven en ik hoop dat ik in de toekomst nog heel veel bijzondere verhalen voor mensen op papier mag zetten.

‘Niet van iedereen’ is nu te koop bij Uitgeverij Palmslag.

Terugblik op de laatste studiedag – door Nicole Ramsaran

Even voorstellen

Hallo allemaal, mijn naam is Nicole Ramsaran en ik ben oud-student (specialisatie Romans en korte verhalen). In mijn vrije tijd blog ik onder de naam Soferet, schrijf ik korte verhalen en recenseer ik voor Business and Bubbles. Met vier studiedagen achter de kiezen heb ik mijzelf de titel “ambassadeur Schrijversacademie” cadeau gedaan.

Net dat beetje extra

Naast de lessen en het huiswerk volg je bij de Schrijversacademie ook een verplichte studiedag. Bij het woord verplicht denk ik zelf aan zo’n dag, waarop je braaf rechtop moet zitten en naar ellenlange verhalen van een niet inspirerende, stoffige docent moet luisteren. Zo eentje met van die standaard grapjes die hij bij elke nieuwe groep weer uit de kast trekt en waarom hijzelf (vaak als enige) smakelijk moet lachen.

Heb jij dit beeld ook bij “verplicht”? Dan zal de studiedag van de Schrijversacademie je referentiekader flink opschudden. Deze dag zorgt voor net dat beetje extra bij je opleiding.

Hoe ziet de studiedag eruit?

Op 2 juni jl. heet het team van de Schrijversacademie ons welkom bij de Tolhuistuin te Amsterdam. Vanuit het centraal station heel makkelijk te bereiken met het pontje. Dit keer interviewt onze Manon Duintjer de lifestylejournalist, beautyblogger en auteur Karin Kuipers en auteur van reisverhalen Carolijn Visser.

Naast de interviews mag je kiezen uit een tweetal masterclasses. Heb je last van keuzestress, dan kan dit nog wel een issue zijn. Maar wat je ook kiest je krijgt gegarandeerd handige tips en inzichten.

Het liefst wil ik, net als Hermione uit Harry Potter, magie gebruiken om alle masterclasses bij te wonen. Helaas is dat alleen mogelijk in mijn lezende dubbelleven en kies ik dit keer voor Thille Dop en Harold de Croon.

Maarten Carbo – de Boekenfluisteraar

Tijdens de lunch en tussen de masterclasses door is er gelegenheid om met Maarten Carbo te sparren over je boek. Waar loop je tegenaan? Waar knelt het en hoe los je het op? Maarten werkte als redacteur en uitgever voor verschillende uitgeverijen en is de Boekenfluisteraar. Loop je vast? Maarten trekt je vlot.

Interview Karin Kuijpers – Super Olcay

Karin Kuijpers is een echte selfmade woman. Ze pionierde als lifestylejournalist, schrijft beautyblogs en heeft nu Super Olcay geschreven. Wat een rauwe biografie moest worden, resulteerde in een  inspirerend boek vol wijze lessen om de top te bereiken. Met humor vertelt Karin over de route die zij bewandeld heeft om op dit punt in haar leven te komen, hoe het schrijven van Super Olcay in zijn werk is gegaan en tipt ons over wat helpt wanneer je vastloopt in het schrijfproces: loslaten. Zelf doet zij dit door te wandelen. Wat ik heb meegenomen uit haar verhaal: Met een open mind beleef je meer.

Thille Dop – Wat verwacht een kinderboekenuitgever?

Als je het hebt over passie voor je vak dan ben je bij Thille aan het juiste adres. Met een wereld aan ervaring in de kinderboekenbranche en een diverse smaak in genres weet zij een geheel eigen weg te bewandelen in de uitgeverswereld. Thille benadrukt het belang van lezen. Dat wat je leuk vindt geef je door aan je kinderen, daardoor blijven klassiekers, zoals bijvoorbeeld Annie M.G. Schmidt, het nog steeds goed doen. Ze neemt ons mee in de wereld van de kinderboekenuitgever. Waar moet je op letten en wat moet je vooral niet doen. Wat je vooral wel moet doen is bij jezelf blijven en bij wat je kent. Alsof al deze energie en kennis nog niet genoeg is verloot Thille een aantal boeken onder de collega-studenten. Blij als een kind en mét een nieuw boek onder mijn arm is het al weer tijd voor het volgende onderdeel.

Harold de Croon – Redactie voor auteurs

Luisterend naar Harold de Croon besef ik hoe belangrijk een goede redactie voor je verhaal is. Harold grapt dat de redacteur altijd gelijk heeft. De schrijver blijft echter de baas van het verhaal. Als redacteur is hij de aangewezen sparringpartner, die je bewust maakt van je verhaal en de personages. Aan de hand van een analyse van een moordmysterie van Agatha Christie wordt het al gauw duidelijk dat elk personage een geschiedenis heeft, waardoor je begrijpt waarom ze doen wat ze doen. Dat die geschiedenis dan meteen ook zorgt voor een motief is mooi meegenomen en bouwt spanning op. Via zeven regels laat hij zien hoe je een goed verhaal schrijft en stuurt hij ons de wereld weer in met een bonusregel: Fuck de regels.

Interview Carolijn Visser

Met meer dan 22 titels op haar naam kunnen we gerust zeggen dat Carolijn een oude rot in het vak is. Via haar boeken neemt ze ons mee op de vele reizen die ze heeft gemaakt en leert ze ons de mensen kennen die ze heeft ontmoet en die haar inspireren.

Carolijn vertelt ons hoe haar nieuwste boek Selma tot stand is gekomen. De bijzondere ontmoeting met de kinderen van de hoofdpersoon en haar connectie met het China ten tijde van de culturele revolutie. Een spervuur aan vragen uit het publiek wordt op haar afgevuurd en ook nadat het interview is afgelopen blijven nog velen van ons hangen om nog meer te weten te komen over Carolijn en haar avonturen. Met mijn nieuw gesigneerde exemplaar van Selma veilig in mijn tas geborgen is deze dag alweer bijna om.

Borrel

Na zo’n interactieve dag kun je natuurlijk niet direct naar huis. Eerst even bijkomen met een hapje en drankje. Van een afstand bekijk ik mijn medestudenten en luister ik naar de verhalen en ervaringen van deze dag. Kaartjes worden uitgewisseld en nieuwe boeken gepromoot. Want ook dat is de Schrijversacademie. Niet alleen aspirant schrijvers gaan op les, ook debutanten en gevestigde auteurs spijkeren hun kennis bij. Op de succesvolle afdronk van weer een geslaagd evenement proosten we met een goed glas wijn en een bitterbal.

Terug op het pontje naar het station kijk ik uit over het water en uit naar mijn lustrum. Op 22 september vier ik mijn vijfde studiedag. Vier je mee?

Geen student van de Schrijversacademie? Geen probleem, je bent van harte welkom.

Groetjes,

Nicole Ramsaran (Soferet)

Van droom naar werkelijkheid – door John Winkel

Je hebt een misdaad en die moet worden opgelost. Klaar is Kees.

In 2012 besloot ik een boek te gaan schrijven. Ik had alleen geen idee wat voor boek. Een roman, korte verhalen of misschien een kinderboek? Een thriller leek me wel iets. Als beginnend schrijver moest zoiets makkelijk te doen zijn. Je hebt een misdaad en die moet worden opgelost. En dat doe je stap voor stap. Klaar is Kees.

Voor inspiratie voor mijn verhaal zocht ik op internet naar allerlei misdaden. Zinloos. Het duizelde me aan mogelijkheden en ik kwam niets tegen wat me tot de verbeelding sprak. Ik besloot te beginnen met het beschrijven van een misdaad en dan zou ik later wel zien waarom die misdaad werd gepleegd. Dat hielp.

Tijdens het schrijven leek het alsof er zich een luikje van creativiteit opende. Ik zag ineens een heel verhaal voor me opdoemen. Niet één verhaal, maar een heleboel zelfs. Allemaal verschillende verhaallijnen. Heerlijk!

Wie het eerst wie het eerst maalt. Of toch niet…

Ik schreef, schreef en schreef. Er kwam geen eind aan. Op een gegeven moment was ik klaar en had ik omgerekend een boek van zo’n 560 gedrukte pagina’s. Wat was ik trots. Ik had een thriller geschreven die zo goed was dat het me sterk leek als dat niet zou worden uitgegeven. Mijn droom zou binnenkort uitkomen. Alle Nederlandse en Belgische thrilleruitgevers stuurde ik mijn manuscript met de gedachte wie het eerst komt wie het eerst maalt. Ik kreeg alles weer retour. Ze vonden het niet goed. Mijn wereld stortte in.

Door navraag kreeg ik inzicht in het waarom. Teveel details, teveel verhaallijnen, teveel woorden enzovoorts. Schrijven bleek een vak dat geleerd moest worden.

Ik leerde dat een thriller aan strenge regels moet voldoen

Ik besloot naar de Schrijversacademie te gaan. Dat bleek een uitstekende keuze te zijn. Ik trof daar goede en betrokken docenten aan en hele fijne en kritische medecursisten. Van hen heb ik veel geleerd. Onder andere leren schrappen. Dat was namelijk hard nodig. Ik leerde ook dat een thriller aan strenge regels moet voldoen.

Uiteindelijk had ik een manuscript in handen waarvan ik dacht dat het de moeite waard was. Ik heb het opnieuw naar de uitgeverijen gestuurd. Nu met een aanzienlijk bescheidener instelling. Er wordt zoveel aan de uitgeverijen aangeboden dat je van geluk mag spreken als je er wordt uitgepikt. Dat geluk had ik.

Uitgeverij LetterRijn, onder andere gespecialiseerd in thrillers, nodigde me uit voor een gesprek. In maart 2018 is mijn thriller Ziva gelanceerd en heeft sindsdien goede tot zeer goede recensies gekregen.

Hiervoor dank ik de Schrijversacademie, mijn docenten Daan Remmerts de Vries en Carla de Jong en uiteraard ook mijn medestudenten.

John Winkel – oud student Schrijversacademie

Het boek Ziva is te bestellen bij de plaatselijke boekhandel en online.

 

 

De Titanic blijft drijven en Hetty blijft schrijven (8) door Hetty Kleinloog

Ik heb een irritante karaktertrek. Voor mijn omgeving lastig om mee om te gaan, maar ik ben ermee geboren en ik ben bang dat er niet veel meer aan te doen is. Ik zou ervoor in therapie kunnen gaan of misschien dat een barre survivaltocht in Noorwegen nog wat doet, maar ik vrees dat mijn afwijking behoorlijk hardnekkig is.
Wat is nou die eigenschap? Laat ik er maar mee voor de dag komen: ik ben een aartsoptimist.
Als ik naar de Titanic kijk denk ik dat hij dit keer best wel eens zou kunnen blijven drijven. Tegen het eind van een Shakespeare drama ga ik ervan uit dat het podium dit keer niet bezaaid zal liggen met lijken. Ik loop nooit met een paraplu.

Morsen met de tijd

Dankzij ditzelfde optimisme ben ik aan het schrijven van Volle bloei begonnen. Debuteren op je 6oe, waarom niet? Ik zit vol plannen en ideeën, heb verhalen te vertellen en ik geloof dat er altijd een toekomst is, waarin dromen verwezenlijkt kunnen worden.

“Als je 18 bent wil je niet dood, als je 92 ben ook niet,” zei mijn vader en hij verheugde zich op de volgende dag.
Veel boeken over ouderen gaan over het leven dat achter hen ligt. In retrospectief gaan ze terug naar hun kindertijd en aan het eind van het boek wordt de balans van hun leven opgemaakt.
Ik had de behoefte om een boek te schrijven over ouderen die zich richten op het leven dat vóór hen ligt. Hoe minder tijd er rest, hoe waardevoller.  Hoe schaarser de jaren, hoe groter het belang er iets mee te doen.  Wij kunnen niet meer morsen met de tijd.
Volle bloei gaat over vrouwen die verdriet kennen, schuldgevoel, verlies, en die met het hele pakket aan levenservaring met elkaar de toekomst tegemoet treden.
Zo ben ik ook. Eind deze maand word ik 60 en dat vind ik helemaal niet erg. Ik verheug me op het ouder worden en merk nu heel af en toe – oké héél af en toe – dat ik wat wijzer ben. Sommige dingen hoeven niet meer, andere dingen mogen nu juist wel. Stiekem verheug ik me op ietsepietsie decorumverlies als ik 90 ben.  Schaamteloos met de rokken omhoog op tafel dansen… Heerlijk!

De roman als levenselixer

Natuurlijk weet ik heus wel dat ik stijver zal worden, strammer, dat kwalen en kraaienpoten me niet bespaard zullen blijven. Ik weet dat het bestaan soms lijden is en ik ken het verdriet van verlies. Het leven is niet alleen maar leuk, maar wel mooi. Of nee: het leven is niet makkelijk, maar wel leuk. Beter nog is de spreuk die ik ooit op een kaart las: Het leven heeft geen zin, maar ik wel.
Met Volle bloei heb ik een pep-pil willen schrijven, die dat laat zien. De roman als levenselixer.  Een roman over vriendschap en ouder worden, een roman over toekomst en kansen.

Met het oog op morgen

Er is een onverwoestbare vrouw die voor mij een voorbeeld van veerkracht en positiviteit is.  Die vorig jaar nog vrijwilligerswerk ging doen, elke dag naar ‘Met het oog op morgen’ luistert, de politiek op de voet volgt en weet hoe de drummer van Bluf heet.
Als mijn optimisme irritant is, moeten jullie bij haar zijn, als jullie mij geestig vinden ook.  Het is namelijk mijn moeder, in augustus 95 jaar.

Over Hetty Kleinloog

Foto door: Hadewych Veys

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONM, Lotte, Spangas, Malaika, Tita Tovenaar, GTST, De Spa en Kameleon. Daarnaast schrijft Hetty liedteksten voor diverse muziektheatervoorstellingen en heeft ze plots en dialogen geschreven voor Jan, Jans & de kinderen. Volle bloei is haar romandebuut.

Benieuwd naar de boektrailer? Bekijk hem hier!

 

Een boekpresentatie – door Ginny Krijgsman

De zaal van Podium Mozaïek in Amsterdam Sloterdijk zit vol genodigden. Op het podium zit Hetty Kleinloog, auteur van Volle bloei, samen met Dieuwertje Blok die haar interviewt over haar debuutroman. Ik zit in de donkere, gevulde zaal. Naast mij zit D. Al 30 jaar zijn we bevriend. Ik en ook zij hebben een beetje last van de warmte. Of is het een opvlieger?

Volle bloei

Overal rijpheid. Een tuin vol met rozen. Een nest van merels tussen de struiken. Toeval bestaat niet. Een paar dagen voor de boekpresentatie gaat de telefoon. Onbekend nummer, en ik neem geen onbekende nummers op. Maar ik ben gestart als ondernemer, dus.. Ik neem op en heb de Schrijversacademie aan de lijn. Ik ben uitgekozen om de gesigneerde versie te ontvangen van de roman Volle bloei van Hetty Kleinloog. Ik ben blij verrast. Ook blij dat ik iets gewonnen heb, dat voelt altijd goed. Als super Truus de mier met veel toverballen in de lucht zoekt mijn brein naarstig of ik aanwezig kan zijn op vrijdag 8 juni en ook belangrijk of vriendin D. waaraan ik het boek wil geven mee kan gaan. Volle bloei gaat over vriendschap. Over vijf vriendinnen op leeftijd, die vooruit kijken in plaats van de balans opmaken van hun tot dan toe geleefde leven. Neen, deze vrouwen beleven! Het zijn vrouwen die de creatieve geest in zichzelf alle ruimte geven. Ouder, wijzer, speelser (OWS). Ik app D. om te zeggen dat ik een uitnodiging ontvangen heb en vraag of ze meegaat naar de boekpresentatie. Ze reageert enthousiast. Ik geef door aan Sanne van de Schrijversacademie dat we van de partij zijn. Blij als een ei stuiter ik door mijn huis.

Hieper de pieper

De ochtend van de feestelijke dag zit ik om kwart voor 5 klaarwakker in mijn bed. In plaats van mijn sociale media te raadplegen, besluit ik mijn Dru-Yoga oefeningen te doen. Afrondend met een korte meditatie. Buiten kwetteren vogels aanstekelijk. Ik voel de behoefte naar buiten te gaan. Die gedachte wuif ik weg, maar nog voordat ik er erg in heb, sta ik buiten met mijn Nordic Walking stokken. Manlief ligt op een oor. Ik app ‘bn gn wndln’. Onderweg kom ik vier hazen en een fazant tegen. Een van de hazen springt op 4 meter afstand een stuk met me mee. Ik waan mij Alice in Wonderland. Op een rotonde dirigeer ik, bezorgd voor een aanrijding (er is geen auto te zien), twee ganzen met jong naar de kant. Even zie ik mijzelf lopen. Een vrouw met stokken en een grijns van oor tot oor op haar gezicht. Ik heb gewonnen en ga naar de boekpresentatie! Thuisgekomen besluit ik in mijn voortuin de Griekse Mythen en Sagen te herlezen. Het ontstaan van de wereld. De chaos waarin alle elementen aanwezig zijn. Alles is aanwezig. De wind aait mijn armen, mijn blote voeten worden gekieteld door het gras. Ik zucht en zak in de moederschoot. Volle bloei, wat een leuk titel. Ik word er nu al blij van nog voordat ik een letter heb gelezen.

Podium Mozaïek

Als ik op weg ben naar de trein zie ik een vrouw lopen met een tas van Intratuin waarop staat ‘ik sta in volle bloei’. D. en ik stappen Podium Mozaïek binnen. Het is er levendig. Mijn ogen zoeken Caroline de la Fuentes, manager van de Schrijversacademie. Ik zie haar niet. Belangstellend neem ik de omgeving in mij op. Al gauw zie ik Hetty Kleinloog. Ze straalt in haar prachtig kleurrijke gele jurk. Ze ziet er fantastisch uit. Het publiek loopt de trap op naar de zaal. Hier opent Karin Dienaar van Uitgeverij Marmer de avond. In de veronderstelling dat ik mijn prijs na afloop gesigneerd zal ontvangen zit ik te genieten. Totdat ik “Wij van de schrijversacademie hebben een prijsvraag uitgezet en de winnaar hiervan is … kom maar naar voren Ginny”, hoor zeggen. Ik struikel over mijn eigen voeten bijna van de trap en sta ineens in het volle licht op de bühne naast Caroline en Hetty. Ik spreek een aantal zinnen ter ere van mijn vriendschap met D. die al 30 jaar duurt en hopelijk nog lang meegaat, bedank voor het cadeau en met buit ga ik blij terug naar mijn plaats. Wat mij ontroerde die avond was onder meer dat Hetty Kleinloog haar debuutroman aan haar aanwezige moeder overhandigde. Niet haar respectabele leeftijd ontroerde mij, maar dat haar moeder nog zo geïnteresseerd in alles is. Hetty zei dat ze zelfs de naam van de drummer van Blof wist. Ik niet eens, en op onze bruiloft was: ‘Dansen op zee’ ons lied. Het andere was dat D. zorgzaam als altijd Uber bestelde anders hadden we de trein gemist en Hetty iets zei over ‘niet meer kunnen morsen met de tijd’, ik knoop het in mijn oren ‘speel, dans, geniet, omarm’. De dag startte goed en ik eindigde nog steeds dronken van zoveel liefde in mijn heerlijke bed. Een creatieve geest neemt het spel serieus. Ik ga serieus spelen en mors geen tijd (meer)!

 

Ginny Krijgsman

Facebook.com/gkcoachpraktijk
Twitter: @GKcoachpraktijk
linkedin.com/in/ginnykrijgsman
www.gkcoachpraktijk.nl

Schrijfbootcamp – door Daan Kusen

Donderdag 17 mei was het zover: de Schrijfretraite in Helvoirt. Ik had me er maanden geleden voor ingeschreven en nu was het eindelijk zover. Vier dagen lang schrijven in gezelschap van andere schrijvers, met een docent van de Schrijversacademie aanwezig voor vragen, commentaar en natuurlijk om cursus te geven.

Die donderdagochtend stapte ik om een uur of elf uit de taxi. De zon scheen, het was zelfs enigszins warm. Nu was het wachten tot iedereen gearriveerd was. Langzaam sijpelde iedereen binnen, tot we uiteindelijk met zijn negenen waren. Negen mensen, ieder met zijn eigen ding waar hij/zij mee bezig was: bloggen, fantasy, science fiction, een kinderboek, noem maar op.

Waarom schrijf ik eigenlijk?

Toen we begonnen was de eerste vraag wat iemand dreef om te schrijven. Wat is je vlam? Een goede vraag, want ja – waarom schrijf ik eigenlijk? Deels omdat ik nooit anders gedaan heb. Al sinds ik leerde typen schreef ik verhaaltjes en gedichtjes – en dat is nooit opgehouden. Geëvolueerd, veranderd – maar nooit gestopt. Maar dat is niet echt een reden. Waarom schrijf ik? Omdat het eruit moet. Sommigen doen dat via muziek of schilderen. Voor mij is dit de manier die het fijnste is.

Hoewel het weer op twee van de vier dagen wat somber was, was het wel een ontzettend geweldige bootcamp. Want dat klinkt wat minder zweverig dan retraite, was al snel de algemene conclusie. En gewerkt hebben we zeker! ’s Ochtends begon je met een free writing opdracht en na het ontbijt kreeg je van tien tot één cursus, allemaal onder leiding van Hetty Kleinloog, met vaak een opdracht waaraan je na de lunch tijd had om te werken. De opdrachten die je meekreeg waren echt super en hebben mij vaak nog meer op weg geholpen. Er waren opdrachten gesitueerd rond personages, waarbij je vragenlijsten moest invullen over je personages (wat zijn hun hobby’s, ambities, goede en slechte karaktereigenschappen, etc.) om ze zo beter te leren kennen.

Ik weet nu wel veel beter waar ik heen wil, en vooral hoe!

We hebben ook een paar geweldige groepsopdrachten gedaan, zoals een dialoog schrijven waarbij je om de beurt een zin moest toevoegen om zo het gesprek te vorderen. Of obstakels verzinnen voor andermans protagonisten, zodat je daardoor meer ideeën kreeg voor je eigen hoofdperso(o)n(en). En ’s avonds was er na het eten elke dag een uurtje om aan elkaar voor te lezen wat we die dag hebben geschreven. Als je dat wilde. Ook was er tijd om een op een met de docent te spreken over waar je mee bezig bent, waar je vastliep, en of je überhaupt op de goede weg zit.

En natuurlijk was er naast het schrijven ook ruimschoots de tijd om te kletsen, samen te dineren, om tips en ervaringen uit te wisselen en om te lachen. Het schrijven in een groep en van elkaar horen waar ze mee bezig zijn is ontzettend motiverend geweest. Hoewel ik niet de van tevoren geplande meters heb gemaakt, weet ik nu wel veel beter waar ik heen wil, en vooral hoe!

De vrijheid van structuur (6) door Hetty Kleinloog

Elke reis begint met een bestemming. Althans, zo geldt het voor mij. Niet voor neef Toon en Murakami.
Neef Toon laadt eens in de twee maanden zijn koffer in de auto en begint te rijden. Zijn voorruit achterna. Hij heeft geen idee wat zijn bestemming is, hij ziet wel. Tot zijn verrassing treft hij zichzelf na verloop van tijd aan in een lavendelveld in Zuid-Frankrijk of op een plein in Wenen. Dan keert hij terug, naar vrouw en kind, waarmee zijn thuis dus eigenlijk keer op keer zijn einddoel blijkt te zijn. Neef Toon reist in grote en kleine cirkels, als een pen in een Spirograph tekenwiel.

Murakami

Murakami begint zijn romans met een eerste woord en schrijft dan verder. Hij heeft geen idee hoe de tweede zin, het derde hoofdstuk, laat staan het einde van zijn boek zal zijn.  Zijn Kafka op het strand staat in mijn top tien. Ogenschijnlijke structuurloosheid fascineert me,  en dat, terwijl ik zelf zo totaal anders werk. Met wat psychologie van de koude grond kan die aantrekkingskracht verklaard worden door een onbestemd verlangen naar vertrekken en niet weerkeren, naar dolen en verrast worden, kortom: naar het ultieme Swiebertje gevoel. Maar terwijl ik dit schrijf besef ik dat ook Swiebertje tenslotte altijd bij Saartje in de keuken thee zat te drinken.

Op bezoek bij tante Jannie

Ik werk planmatig, op het neurotische af. Voor ik aan het echte schrijven begin, ben ik maanden bezig met het uitzetten van structuur en het ontwikkelen van de personages. Aan mijn cursisten leg ik uit dat schrijven te vergelijken is met het plannen van een reis. Als je weet dat je eindpunt Rome is, kun je  onderweg zijpaden inslaan, op bezoek bij tante Jannie in Sint-Job-in-‘t-Goor, je horloge laten maken in Zwitserland, op ongezadelde wilde paarden op Hongaarse poesta’s galopperen, je kunt van alles doen, want je weet waar de eindbestemming ligt en dat je daar zal komen. Zonder doel in mijn verhaal voel ik me als een door Zeus vervloekte Griekse halfgod,  gedoemd om eeuwig op de aardbol rond te dolen.

‘Structuur geeft me vrijheid’, zeg ik, en zo is het ook.  Dankzij een uitgewerkt plan kan ik afdwalen, beekjes bewonderen, vogels volgen en er toch op vertrouwen dat ik uiteindelijk in Rome en niet in Tokyo terechtkom.

Halve verhalen

Bij elke schrijfcursus die ik geef, wemelt het ergens in de atmosfeer van zwevende halve verhalen. De andere helften staan op papier.  Getob, gesteun, gepieker: ‘Hoe nu verder?’ ‘ Ik begon zo lekker’.  ‘Ik zit vast.’
Mijn antwoord is altijd hetzelfde: bedenk eerst het einde, anders blijven de halve verhalen tweelingzielen, die hun wederhelft nooit zullen vinden.
Blijf niet hangen bij tante Jannie in Sint-Job-in-‘t-Goor., maar stel je voor hoe je een geluksmuntje werpt in de Trevi fontein.
Stuur je me een kaartje uit Rome?

Over Hetty Kleinloog

Foto door: Hadewych Veys

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONM, Lotte, Spangas, Malaika, Tita Tovenaar, GTST, De Spa en Kameleon. Daarnaast schrijft Hetty liedteksten voor diverse muziektheatervoorstellingen en heeft ze plots en dialogen geschreven voor Jan, Jans & de kinderen. Volle bloei is haar romandebuut.

 

 

De houdbaarheid van eeuwige roem (4) door Hetty Kleinloog

Vondel heeft een park, PC Hooft een straat , Erasmus een brug en ik een stofzuiger.
Je hoort mij niet klagen, ieder z’n plek, ik weet het. Wacht maar tot ik dood ben, luidt de geestige titel van een autobiografie van Annie MG Schmidt, en zo voelt het wel een beetje. Of niet. Hoe belangrijk is succes en eeuwige roem nou eigenlijk echt?

Toen ik in 2001 schrijfauditie deed voor de soap Onderweg naar Morgen en het erop leek dat ik aangenomen zou worden, was ik helemaal hieperdepieper. Voor televisie schrijven!  Tv, dat was een andere wereld, als je dat toch eens kon bereiken!
Ik werd aangenomen en al na drie maanden had het schrijven voor televisie zijn magische glans verloren en was het gewoon een leuke baan.
Inmiddels heb ik al voor veel televisieseries geschreven, zat ik negen jaar in de kerngroep van prijzenwinnend Spangas, heb ik onlangs met Dick van de Heuvel een ‘eigen’ serie, Kameleon, geschreven.  In de ogen van anderen zie ik soms dat dit bijzonder is. Zelf voel ik dat niet meer.  Anderen zien je als succesvol. Voor mezelf blijf ik onveranderlijk de aanmodderende, perfectionistische, het-kan-beter ik.

In de spiegel zie ik geen cv.

Dat is geen valse bescheidenheid en ik ben ook niet blasé. Ik ben erachter gekomen dat geluk om succes gewoon niet zo duurzaam is.  Een uur jubelen, een paar dagen blij zijn en na een week is het gevoel nauwelijks nog op te roepen.  Soms probeer ik  euforie te reanimeren door drie keer een mail met een compliment te herlezen.  De vierde keer voel je je als een kind die een wandelende tak in een potje niet in leven weet te houden.Dat is niet erg, behalve als een wandelende tak alles is wat je hebt

Als ik schrijf voel ik me happy, zelfs als ik wanhopig worstel. Op mijn website schreef ik jaren geleden:  “Dialogen, strips, liedjes, speeches, kattenbelletjes, brieven… Elke keer weer vinden woorden mij als ik ze zoek. Ik weeg, proef, voel en pieker. En dan staat er een tekst die weergeeft wat ik bedoel. Het schrijfproces brengt mij elke keer weer een diep gevoel van geluk en verbazing.”

Dat ervaar ik nog steeds zo. Het is duurzamer dan applaus en elk moment van de dag oproepbaar

Wat ik als oudblonde schijfster van bijna 60 adviseer aan wie het mij vraagt (is nog nooit gebeurd, dus ik dring het bij deze op):

Schrijf niet omdat je denkt dat ‘iets het goed zal doen’.  Ook niet om ‘iemand’ te zijn.  Als een goedkope batterij loop je in een mum van tijd leeg als je door complimenten bent opgeladen.  Schrijf omdat het moet. Van jezelf en van niemand anders. En omdat je het jezelf gunt.

Ik heb geen park, straat of brug en die zal ik naar alle waarschijnlijkheid ook niet krijgen. Ik heb plezier in het schrijven en het vermogen om van mensen te houden. En, natuurlijk heb ik een stofzuiger die naar mij genoemd is: de Hetty.

Over Hetty Kleinloog

Foto door: Hadewych Veys

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONM, Lotte, Spangas, Malaika, Tita Tovenaar, GTST, De Spa en Kameleon. Daarnaast schrijft Hetty liedteksten voor diverse muziektheatervoorstellingen en heeft ze plots en dialogen geschreven voor Jan, Jans & de kinderen. Volle bloei is haar romandebuut.

 

 

Dit zijn de winnaars van de moederdag-schrijfwedstrijd!

In februari daagden wij onze studenten en alumni uit om een verhaal te schrijven. Het thema: Wat ik van mijn moeder leerde.

Zo’n vijftig inzendigen kregen we binnen, en wat voor inzendingen! Het thema leverde een hoop ontroerende, maar zeker ook grappige verhalen op. Mooie en minder mooie herinneringen werden door de driekoppige jury beoordeeld en vandaag maken we de top 3 bekend.

De top 3

  1. Denkend Riet – door Anna Paulz
  2. Loden Soldaatjes – door Eelco Leemans
  3. Worden – door Connie Mitchell

 

Worden

Connie Mitchell

‘Jij mag worden wat je wilt.’
Als ik mijn ogen sluit zie ik nog steeds haar lippen synchroon bewegen met de woorden die weerkaatsen in mijn hoofd als echo’s tussen de bergen. Woorden van mijn moeder, gericht aan haar enige dochter. Woorden zoals alleen een moeder ze kan uitspreken, ze kan laten opstijgen, zoals de vleugels het vliegtuig optillen, tot grote hoogte doen stijgen. Zoals alleen een moeder woorden kan laten landen in je hoofd.

De tulpenbollen schillen, doormidden snijden en van het gele kiempje en de spruit ontdoen. De bollen worden op dezelfde wijze gekookt als aardappelen met dit verschil, dat ze in zeven minuten gaar zijn. Het klinkt als een gewoon recept uit een gewoon kookboek maar mijn moeder zal de bittere, droge smaak nooit vergeten. Ze was achttien toen de oorlog eindigde. Een pakketje botten met een strak vel eromheen gespannen dat naar de kinderkolonie moest om aan te sterken. De hongerwinter had zijn littekens achtergelaten. Ze sprak met ons nooit over de oorlog. De enige aanwijzing dat ze de oorlog bewust had meegemaakt was het woord Moffen dat het woord Duitsers vervangen had in haar woordenboek. Pas aan het einde van haar leven, toen ik allang was geworden wat ik wilde, begon ze erover te praten. Haar pubertijd was getekend door het zien wegvoeren van buren, door honger en door een vader die zijn handen niet thuis kon houden. Naast de ellende waren er ook mooie verhalen. Zoals toen een van haar broers een meerkoet ving. Haar moeder, ze was kokkin voor de oorlog, maakte er iets lekkers van. Het was maar een klein hapje, zeker als je het moet delen met zijn zevenen, maar wat genoot ze van die smaak na die bloembollen.

‘Jij mag worden wat je wilt.’ Deze zin, vermomd als aansporing was tegelijkertijd een uiting van verdriet, van gemiste kansen en verloren tijd. Mijn moeder groeide op in een tijd dat meisjes naar de huishoudschool gingen. Haar vier broers mochten verder leren. Zij niet. In welke tijd je wordt geboren heb je niet voor het zeggen. Hoe je daar mee omgaat wel. Mijn moeder was geen verbitterde vrouw maar ze wilde het wel anders voor haar dochter. Toen in de zeventiger jaren van de vorige eeuw de moedermavo, tweedekansonderwijs, werd opgericht zat mijn moeder vooraan in de schoolbanken en haalde haar diploma.

Ik mocht worden wat ik wilde. Kapster, automonteur, journalist, soldaat, het maakte niet uit. Ik werd een schoolverlater. Op mijn zestiende, eind vierde klas atheneum, deelde ik het mede: ‘Ik ga van school af en ga werken.’ Er moeten toen duizenden haren van mijn ouders grijs zijn geworden, al zag ik dat niet op dat moment. Maar mijn moeder hield woord. Ze duwde me niet een richting op die zij graag wilde, ze liet me vrij. Ik mocht worden wat ik wilde en ik werd fotograaf bij de rondvaartboten in Amsterdam.

Worden. Een woord dat bol staat van beloftes voor de toekomst, een woord met potentie, een woord dat nog alles kan worden wat het wil. Een woord dat net als de vijf W’s vragen oproept. Wie word je, wat word je, waar word je, waarom word je, wanneer word je. Ik werd fotograaf in Amsterdam, en daarna leerling-persfotograaf omdat het me leuk leek. En daarna koerier op mijn negentiende, pakjes rondbrengen met een Volkswagen Golf van de baas. Ik had net een maand mijn rijbewijs en reed 100.000 kilometer per jaar. Ik genoot.
‘Jij mag worden wat je wilt.’ Het probleem was dat ik niet wist wat ik wilde. Ik vond alles leuk.

Van mijn, met hard werken verdiende, geld ging ik op vakantie. Voor het eerst van mijn leven in een vliegtuig. Samen met een vriendin naar Los Angeles, met de Finnair via Helsinki, uiteindelijke bestemming Mexico. Hoog in de lucht leek het alsof je stilstond, niet vooruitkwam, terwijl we eigenlijk met grote snelheid voorwaarts gingen. We vlogen over Groenland, wat niet groen maar wit was. Vele tinten wit, sneeuw en ijs, schoven tergend langzaam onder ons door. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, Canada, we dachten dat we er bijna waren maar we waren nog niet eens halverwege. We vroegen ons af waarom we zo noordelijk en niet gewoon in een rechte lijn naar Amerika vlogen. Langzaam veranderde het koude landschap van Canada in een groener Amerika. Eenmaal lager vliegend zagen we Los Angeles liggen, in de verte de hoge gebouwen in het centrum, onder ons zwembaden in de achtertuinen, palmbomen op een rij langs een boulevard. You haven’t seen a tree until you’ve seen it’s shadow from the sky. Een citaat van Amelia Earhart dat ik pas jaren later zou lezen omschrijft mijn gevoel van toen. Ik zat met mijn voorhoofd tegen het kleine ovale raampje gedrukt en keek naar beneden. Na deze reis heb ik nooit meer op dezelfde manier naar de wereld, dichtbij of ver weg, gekeken.

Eenmaal in Mexico reisden we met trein en bus en toen het geld op was staken we onze duim omhoog. Twee meiden van achttien in een ver, ver land in een tijd zonder mobieltjes, zonder internet, maar met ansichtkaarten die er drie weken over deden om de andere kant van de oceaan te bereiken en met travellers checks die sneller opraakten dan verwacht. We gingen liften omdat ons geld bijna op was. Gelukkig waren er geen mobieltjes en whatsapp en hoorden mijn ouders dit pas later toen we allang weer veilig thuis waren. Deze reis, zou later blijken, plantte een zaadje in mijn hoofd dat niet meer wegging. Een zaadje dat uiteindelijk tot hoog in de hemel groeide.

Bij de vierde keer dat de kanker in haar mond terugkomt besluit mijn moeder zich niet meer te laten behandelen. Een euthanasie traject wordt op haar verzoek in gang gezet. Een SCEN arts komt en keurt haar verzoek goed. Het gaat snel slechter met haar. Ze kan niet meer eten en moeilijk drinken. Haar ontlasting droogt op en ook plassen hoeft ze bijna niet meer. Ze ligt de hele dag, en al snel ook de hele nacht, op de bank. Een pakketje botten met een mager en niet meer zo strak vel eromheen. De huisarts komt langs om te vragen hoe het ervoor staat. Ze bespreekt met mijn moeder het feit dat het weekend eraan komt en dat de eerstvolgende mogelijkheid om euthanasie in gang te zetten pas weer maandag is. Ze zegt dat er ook een dag of twee nodig zijn om dan nog alles te regelen. Mijn moeder zegt dat ze nog ok is.

Als de huisarts weg is komt er een onrustig gevoel in me op. Ik realiseer me dat ik wil dat ze doodgaat. Denk ik dit uit mededogen? Wil ik haar niet langer laten lijden of wil ik haar niet langer zien lijden. Is dit mijn wens voor haar of is het mijn wens. Ik voel me een slecht mens als ik haar, net als de huisarts, erop wijs dat het weekend eraan komt. Ik zeg, ‘Natuurlijk is het gewoon jouw beslissing, ik wil je niet een richting op duwen die je niet wilt, maar… Diep van binnen weet ik dat alles vóór het woordje ‘maar’, niets zegt en dat alles na het woordje ‘maar’, veelzeggend is. Ik duw haar in een richting. Is dit wat ik geworden ben?

Toen ik twee jaar voor de KLM werkte gingen mijn ouders mee op een vlucht naar Barcelona. Hun eerste keer in een vliegtuig. Ze vonden het fantastisch om mij aan het werk te zien en glommen van trots. Het was toch nog goed gekomen met die schoolverlater. Op de terugweg naar Schiphol zat mijn moeder tijdens de daling en landing, bij ons in de cockpit. De kassen van het Westland schenen in ons gezicht als een zaklamp in het donker. De snelweg van Den Haag naar Amsterdam, een sliert witte lichten de ene kant op en steeds oplichtende remlichten de andere kant op. Wolken met aan de onderkant een rode waas van de zon die net onder was. Fantastisch vond ze het, die andere kijk op de wereld. Ze zag wat ik zag.

Op de dag van de euthanasie komt een verpleegkundige een infuus aanleggen. Mijn moeder begint te huilen. Ze heeft een hekel aan naalden en de laatste keer dat er een infuus aangebracht moest worden was het een drama. Haar aderen zijn heel broos geworden en ze is bang. Ik kijk naar haar magere hand in die van mij en voor de zoveelste keer realiseer ik me dat de rollen zijn omgedraaid. Kleine bruine vlekjes sieren haar rimpelige, uitgedroogde huid. Handen die tulpenbollen hebben geschild, handen die mijn luiers hebben verschoond, handen die mijn kleine handje hebben vastgehouden op weg naar de eerste schooldag, handen die nu zouden trillen als ik ze niet stevig vasthield. Ik kijk naar haar grijze haren. Ik ben voor zeker de helft verantwoordelijk.
Als de verpleegkundige weg is zegt ze tegen me dat ze bang is. Ik zeg dat ik het begrijp maar weet dat dit niet de waarheid is. Ik zeg dat ik van haar hou en ik weet dat dit de waarheid is.

Terwijl de huisarts de vloeistof langzaam inspuit begint mijn moeder te praten. Ze zegt, ‘Ik heb altijd kinderen willen krijgen.’
Mijn man slaat zijn arm om me heen en nu ben ik degene die bang is.
‘Dat is dan goed gelukt,’ zegt de arts. ‘Twee prachtige kinderen.’
‘Ja, ik ben trots op wie ze zijn geworden.’
Terwijl mijn broer en ik vechten tegen onze tranen glijdt ze weg in een diepe slaap, haar ademhaling wordt oppervlakkiger tot haar borstkas stopt met bewegen. Ze valt in een eindeloze slaap en ik fluister, ‘Ik ben geworden wie ik ben. Ik ben geworden wat ik wilde. Jij bent geworden wie je wilde, een trotse moeder.’


De schrijfwedstrijd

Hierboven lees je het verhaal van Connie Mitchell, waarmee ze de 3e plek behaalde. Volgende keer kunnen jullie het verhaal van Eelco Leemans verwachten. Voor de nummer 1 moeten we wat langer wachten, want Anna Paulz wint een publicatie in de nieuwe verhalenbundel van Ambo Anthos, tussen gevestigde auteurs als Roos Schlikker, Susan Smit, Murat Isik, Meester Bart,  Jowi Schmitz, Carla de Jong en Tania Heimans!

De bundel ligt binnenkort in de winkels.

Karel konijn en de bosmuzikanten – door Lotte Janssen

Van student naar kinderboekenauteur

De kop is eraf. Twee jaar na het voltooien van de opleiding aan de Schrijversacademie richting kinderboeken, is het moment eindelijk daar dat kinderen door heel Nederland zich kunnen amuseren met een door mij geschreven verhaal.

In opdracht van het gastouderbureau Via Viela schreef ik ‘Karel konijn en de bosmuzikanten’. Tijdens de Nationale voorleesdagen 2018 konden ruim 6.000 kinderen verspreid over 55 vestigingen luisteren naar het avontuur van de dieren.

Talentvolle bosdieren

Karel konijn, een muziekliefhebber, hangt zoals elke morgen zijn trommel om zijn nek. Nét voordat hij start hoort hij een geluid. Hij gaat opzoek en komt bij Siep de spin die in zijn web sambaballen heen en weer schudt. Het onverklaarbare geluid herhaald zich een aantal keren, waardoor er steeds meer dieren met muziekinstrumenten zich voegen achter Karel konijn.

Uiteindelijk komt de groep bij de snurkende Vinnie vos. Het idee om muziek te maken voor Vinnie vos lijkt in het begin niet zo verstandig, maar dan blijkt dat Vinnie vos zich als dirigent graag aansluit bij het gezelschap en zij de grootste lol beleven.

De achterliggende gedachten hierbij is dat iedereen individueel ergens goed in kan zijn en plezier aan kan beleven, maar dat je dit ook gezamenlijk kan bereiken. In dit verhaal is iedereen verschillend, groot of klein, dik of dun, maar ze hebben allemaal een talent en zijn met een open blik nieuwsgierig naar de ander. De grootste vijand, in dit geval Vinnie vos, blijkt van toegevoegde waarde te zijn om een talent en het plezier naar een hoger niveau te tillen.

Kinderen met een open blik de wereld in sturen. Ze vermaken, inzichten influisteren, laten leren en ervaren door het luisteren naar of lezen van een verhaal: Dat is wat ik als schrijver in de toekomst nog veel vaker hoop te mogen doen.

Het verhaal is enkel (gratis) digitaal te verkrijgen. Klik hier om het te lezen. 

Over de auteur:

Lotte Janssen (1989)  begeleidt als logopedist kinderen met diverse taal- en spraakproblemen. Haar passie ligt echter van jongs af aan in het schrijven. In 2016 voltooide zij de opleiding aan de Schrijversacademie gericht op kinderboeken, een jaar later vloeide een manuscript voor een roman uit haar vingers tijdens deelname aan de Meesterproef binnen Querido uitgeverij. Haar droom om alleen nog maar bezig te kunnen zijn met haar passie -en een kinderboekenreeks uit te brengen- jaagt zij nog altijd achterna.Inmiddels is zij actief in het schrijven van blogs en interviews en een van de oprichtsters van Shut Up & Write bijeenkomsten in Nijmegen. Dit is een fris, energiek en creatief platform voor iedereen met schrijfambities. Bij Shut Up & Write kom je bijeen om een uur lang te schrijven in stilte. Waar je aan werkt bepaal je zelf. Meer informatie over Shut up & Write staat hier.

Ja, we noemen wel namen – René Appel

Het lijkt zo simpel, een naam geven aan de personages in het verhaal dat je aan het schrijven bent, maar soms kost het heel wat hoofdbrekens voor je een naar je eigen idee geschikte naam hebt. Vroeger bladerde ik voor een achternaam wel in het telefoonboek, maar telefoonboeken zijn passé. Voor voornamen raadpleegde ik vaak een stel uitgeknipte rouwadvertenties ondertekend door vrienden van een overledene. Tegenwoordig zijn websites met kindernamen (o.a. ook Marokkaanse en Turkse) zeer geschikt om inspiratie op te doen. Het is voor achternamen ook mogelijk om ze zelf te bedenken, dan weet je zeker dat niemand zich gekwetst voelt en het idee heeft dat zijn/haar naam is misbruikt. Zo heb ik voor de thriller Schone handen voor een van de personages de achternaam ‘Maaswinkel’ bedacht. Die komt niet voor in (en buiten) Nederland, maar het is wel een ‘mogelijke naam’ in het Nederlands. Dat de naam ‘Maaswinkel’ ook gebruikt werd in de film die naar het boek werd gemaakt, stemde mij zeer tevreden.

Naar mijn mening is het goed om bij het kiezen van namen rekening te houden met het volgende.

  • Kies geen namen die te bijzonder zijn. Bordewijk gebruikte in Karakter de naam Katadreuffe. Dat kan af en toe, maar het gevaar bestaat dat de lezer onbewust denkt dat iemand met een bijzondere naam ook een bijzonder persoon moet zijn. Laatst las ik in de krant een interview met een vrouw met de achternaam Scheurwater. Prachtig, maar niet goed bruikbaar in een verhaal.
  • Kies ook geen te gewone achternamen, dus De Vries, Smit, Jansen enz. Een enkeling mag er wel tussen zitten (ze komen tenslotte vaak voor) maar niet te veel. Het is dus aan te raden om wat betreft frequentie van voorkomen van een naam voor het zogenaamde middensegment te kiezen: niet te bijzonder, maar ook niet te gewoon.
  • Kies binnen één boek geen namen die te veel op elkaar lijken. Dus geen Frans en Fred in één boek, geen Maartje en Marjan, enz.
  • Kies een naam die past bij het sociaal milieu. Dus geen Kimberly of Natasha voor een hockeymeisje uit Bloemendaal, geen Anne-Sophie voor een meisje wier vader auto-monteur is en wier moeder achter de kassa van de supermarkt zit.
  • Denk ook aan ‘regionale namen’. Bekend zijn uiteraard namen op –stra of –sma in Friesland (maar ook ver daar buiten) en namen op –ink (bijvoorbeeld Hiddink) uit de Achterhoek.
  • Kies geen naam van een Bekende Nederlander. Bij ‘Baudet’ of ‘Klaver’ zullen veel lezers denken: ‘familie van’.

En kies vooral niet de achternaam ‘Appel’. ‘René’ als voornaam valt te overwegen.

 

Over de auteur:

René Appel (1945) is auteur van misdaadromans en geldt wel als de godfather van de Nederlandstalige psychologische thriller. Vorig najaar vierde hij zijn 25 jarig jubileum als auteur en in die tijd heeft hij even zoveel boeken geschreven.

Onlangs verscheen van zijn hand De advocaat. René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie.

‘In mijn boeken moet het allemaal helemaal misgaan, het gaat van kwaad tot erger. Of zeg maar gerust: ergst, want er moet altijd minimaal één personage het loodje leggen.’

Taxi voor de heer Roozeboom – Mascha Gesthuizen

Vol spanning wacht ik op het antwoord van mijn uitgever. De titel van mijn boek staat op het punt om geboren te worden. Wat goed om te zeggen, trouwens:

‘Mijn Uitgever.’

Ik zie mezelf nog zitten in de stoel van de therapeut. Uitkijkend op al die boeken achter hem, keurig recht in de schappen. Een belezen man. Daarin herkenden we elkaar. Omdat ik me schrijvend gemakkelijker uit, hielden we er naast onze gesprekken een hele correspondentie op na. Op een dag vroeg hij wat ik wilde en ik zei:

‘Een boek schrijven.’

Zonder omhaal antwoordde hij:

‘Moet je doen. Dat kun je.’ Ik was totaal verbouwereerd.

Het zaadje was geplant. Maar als het moest, moest het goed. Niet halsoverkop.

Dat kan ik niet, halsoverkop. Ik ben meer van gedegen voorbereiden.

Dus sprak ik met mezelf af: Het boek dat ik schrijf, wordt uitgegeven. De lat moet vooral niet laag.

Iets van uitleg of onderricht leek cruciaal. Als je ‘Schrijfopleiding’ invoert bij Google, krijg je 30.700 resultaten. De toevoeging ‘Arnhem’ reduceert dat gelukkig tot 815 resultaten. Daartussen was de Schrijversacademie  snel gevonden. Zes dagen later begon de opleiding in Velp.

Eenmaal gestart met het schrijven van mijn boek, vlogen de woorden mijn vingers uit als een nooit uitgeput rakende snelkookpan die eindelijk zijn stoom mag afblazen. Het werd tijd werk te maken van een uitgever.

Meestal is het niet in een keer raak. De literair agent die ik sprak op de studiedag van de Schrijversacademie en had weten te interesseren voor mijn verhaal, haakte na het lezen van een stuk van mijn manuscript af, omdat het ‘zijn type boek’ niet was. Het grotere agentenbureau waar hij me naar doorverwees, volstond met een door een stagiair geschreven afwijzing ‘het past niet in ons fonds en zoals voor ons te doen gebruikelijk lichten we dit niet toe.’ Ik had na deze debacles geen idee hoe verder.

Gelukkig kwam de taxi van Marcel Roozeboom op tijd. Op een Uitgeversdag in Baarn had ik hem juist mijn hand toegestoken en met meer bibbers dan bravoure mijn naam gezegd. De taxichauffeur riep nog een keer luid de ruimte in niet te wachten. De heer Roozeboom stapte op de taxichauffeur af en ik had het nakijken.

‘Daar gaat mijn boekpitch,’ dacht ik. Ik werd me bewust van mijn zweterige oksels en slappe knieën en draaide me om, klaar om af te druipen.

Nog eenmaal keek ik over mijn schouder. Breed lachend kwam hij mijn kant weer op.

‘Zo, waar waren we? Je had je net voorgesteld. Mascha.’ Wat volgde was een van hot naar her gesprek dat alle regels van een goede boekpitch schond. Aan het eind grabbelde hij in de zak van zijn colbert en overhandigde me het felbegeerde visitekaartje. Warmte golfde door me heen. Dit was het begin!

De volgende dag mailde ik, zoals afgesproken, mijn boekvoorstel, met, natuurlijk, een haakje naar de taxi.

De titel van mijn boek staat op het punt geboren te worden. En zoals afgesproken, volgt mijn boek later dit jaar.

Over de auteur

Mascha Gesthuizen (48) werd geboren in een klein dorp aan de Waal. Terwijl ze langs de oever fietste op weg naar school, verzon zij al verhalen.

Mascha werkte tot 2014 als huisarts in haar eigen praktijk in de Achterhoek. Daarna startte zij met een opleiding aan de Schrijversacademie. Regelmatig trekt zij met haar honden het bos in om met een scherpe verhaallijn of een bijzonder plot thuis weer achter haar computer te kruipen en haar teksten uit haar vingers te laten glijden.

Thans werkt zij aan haar debuutroman die door Futuro Uitgevers uitgebracht zal worden.

Boekentips van Kathy Mathys

‘Is the time coming when I can endure to read my own writing in print without blushing – shivering and wishing to take cover?’ schreef Virginia Woolf in ‘A Writer’s Diary‘ dat ik afgelopen zomer las. Woolf is niet de enige die ervan gruwde om haar eigen woorden te herlezen. Schaamte, angst, ergernis: het zijn slechts enkele van de emoties die schrijvers overvallen wanneer ze hun werk in gedrukte vorm zien staan. Het boek van Woolf vergezelde mij op vakantie naar Frankrijk, ik heb het nog steeds niet uit, af en toe lees ik een stukje. Wat ik eruit haal? Steun. Troost. Zelfs de grote Woolf heeft dagen waarop ze maar niet stil kan blijven zitten op haar stoel. Zelfs zij is jaloers op collega’s die meer aandacht krijgen. Inspiratie, ook  die vind ik bij Woolf. Ze adviseert de aankomende schrijver om altijd te schrijven, zelfs wanneer hij niet met een concreet product bezig is. Het is een goede oefening om een dagboek bij te houden, vindt ze.

Woolf heeft het ook over wat wandelen voor haar schrijfproces betekent. De plot van haar verhalen ontstaat tijdens haar voettochten. Haar geest is vrijer, soepeler wanneer ook haar lichaam in beweging is.

Ik kan maar niet genoeg krijgen van boeken over het schrijfproces van anderen. Daarom las ik onlangs ook de biografie van John Williams. Misschien heb je zijn boek ‘Stoner‘ wel gelezen. Het werd een bestseller in Nederland en Vlaanderen. Tijdens zijn leven had Williams weinig succes. Hij deed vreselijk veel moeite om belangstelling te wekken bij uitgevers. Die vonden zijn werk niet commercieel genoeg. In ‘John Williams: De man die de perfecte roman schreef‘ van Charles J. Shields komen we niet heel dicht bij Williams. Net als de literatuurprofessor uit ‘Stoner’ blijft hij enigszins een vreemde. Toch schetst de biograaf een levendig beeld van de wereld waarin Williams leefde. De auteur van ‘Stoner’ combineerde zijn schrijverschap met lesgeven, hij doceerde aan de universiteit van Denver.

We komen te weten  dat Williams een echte planner was. Hij dacht zijn boeken volledig uit voor hij ze begon te schrijven. Hij was ook een fervent voorstander van research. Voor zijn roman ‘Augustus’ trok hij maandenlang naar het Middellandse Zeegebied. Hij wou er de geur van de aarde opsnuiven, dat zou hem helpen bij zijn roman over de beroemde Romeinse keizer.

Experimenten waren niet aan John Williams besteed. In een interview uit 1964 zei hij wat hem wel interesseerde: ‘Ik schrijf over menselijke ervaringen om ze te kunnen begrijpen en mezelf daarmee tot enige eerlijkheid te dwingen.’

Williams schreef niet autobiografisch, al gebruikte hij uiteraard elementen uit zijn leven, vooral in ‘Stoner’. Hij wilde een mens neerzetten, ingewikkelde verhaallijnen lagen hem niet. Dit zei hij daarover: ‘Neem een willekeurige man, (…) bestudeer hem zorgvuldig… Neem hem als uitgangspunt, breng hem met enige verbeelding en genegenheid op smaak – en je hebt een roman.’

Zo simpel kan het zijn. Of niet. Ontdek het tijdens je wandelingen of al schrijvend in je dagboek.

Over de auteur

Kathy Mathys is schrijfster en literair journalist voor De Standaard, en docent aan de Schrijversacademie. In 2015 verscheen haar boek ‘Smaak. Een bitterzoete verkenning‘. In februari verschijnt haar eerste roman ‘Verdwaaltijd’.

Van Aspirant naar Debutant (2) door Alice Fokkelman

In april ligt mijn thriller-debuut in de winkel. Hoe leuk is dat?
‘En hoe doe IK dat’, denk je wellicht. In een serie blogs neem ik je graag mee op mijn reis van aspirant naar debutant! Dit is het vervolg op mijn eerste blog.

‘Alice, goed bericht! We hebben je proposal uitgestuurd en meerdere uitgeverijen hebben je manuscript opgevraagd.’ Het stond er echt… Ik had al een paar keer mijn mail gecontroleerd voor nieuws van mijn literair agent en dit was het resultaat. Geweldig!
Het proposal bevatte de synopsis van het verhaal, korte beschrijvingen van de personages en van alle hoofdstukken. En een kleine bio over mijzelf, ‘de auteur’.
Het manuscript was een eerste versie, dat vermeldden we erbij.

Het grote wachten begon. Eerst kwamen de afwijzingen. Een uitgever vond het verhaal te heftig. Een ander vond het wel potentie hebben, maar niet in deze versie. Een latere versie mocht ik alsnog sturen, indien ik wilde. Gelukkig ontving ik ook uitnodigingen van uitgevers om kennis te maken.
Met de redactrice van Xander uitgevers had ik de beste klik, vond ik. Zij had mijn verhaal weergegeven in een verslag en ik zag dat ze het helemaal ‘begreep’. We praatten tijdens de kennismaking over de inhoud van het verhaal en wat het nog beter zou maken. Met haar wilde ik het boek afmaken, dat voelde ik. Maar was dat wederzijds? Opnieuw moest ik wachten, nu of haar uitgeverij een aanbod zou doen.

Dat deden ze. Nadat mijn agent en de uitgever klaar waren met onderhandelen over een paar details, tekenden we een contract, met bubbels erbij! Alle partijen blij met elkaar.

Ik liep weg van de ondertekening en stapte direct, nog gemotiveerder dan ik al was, weer achter mijn bureau om van mijn verhaal de beste versie te maken. Ik blijf mijn best doen om ieder hoofdstuk, iedere zin, ieder woord op zijn allerbest weer te geven. Het verhaal is ‘af’ maar ‘There is always room for improvement’! Ik lees alles keer op keer kritisch door en kijk wat beter kan, of het volledig is of misschien te volledig. Ik heb zelfs een nieuw, spannender eind bedacht, nu pas!

Bij de uitgever zitten ze ook niet stil. De cover van het boek is al af en de aanbiedingstekst voor de folder van de uitgever is ook geschreven. In die folder komen alle boeken te staan die volgend seizoen uitkomen. Met de redactrice van de uitgeverij heb ik een planning gemaakt; wanneer ik mijn laatste versie van het manuscript inlever, wanneer zij leest, wanneer zij feedback zal geven, wanneer mijn laatste versie wordt verwacht. Die wordt dan nog gecheckt op feiten en grammatica en dergelijke, voor de proefdruk volgt.

De cover is geweldig! Die heeft het team van de uitgever gemaakt en als mogelijke cover aan mij gepresenteerd. Ik hoefde niet eens de alternatieven te zien, want hij is beter dan ik ooit zelf had kunnen bedenken. Als ik het boek zelf zo zou zien liggen in de boekhandel, zou ik het zeker oppakken!
Ook hebben we een nieuwe titel aan het boek gegeven. De titel die ik zelf had bedacht; ‘Ongewenst gedrag’ vond de uitgeverij meer iets voor een HR-handleiding dan voor een thriller, en ik geef ze groot gelijk. De nieuwe (nog geheime) titel prikkelt, is persoonlijker en maakt nieuwsgierig…

Zijn jullie ook al nieuwsgierig?

Ik houd jullie op de hoogte!

Over de auteur:

Alice Fokkelman studeerde Engels en Nederlands aan de lerarenopleiding. In 2003 begon ze met het schrijven van korte verhalen, die lovende recensies ontvingen. Rond april 2018 komt haar thriller debuut uit bij Xander uitgevers.
Alice combineert het schrijven met een baan als Corporate Communicatie Manager.

De kleine cliffhanger – René Appel

Er hangt een man… nee, deze keer is het een vrouw aan de rand van een klif. Krampachtig houdt ze vast aan de scherpe rand van de rots, niet bij machte zich naar boven te werken. Valt ze in de diepte van het ravijn of zal ze nog worden gered? Volgende scène op een andere plaats, met andere mensen. De lezer wordt in het ongewisse gelaten over het lot van de vrouw. Een typische cliffhanger, een spanningverhogend element dat lezers ertoe aanzet om door te lezen. Ze willen immers weten wat het lot van de vrouw is.

Dit is een voorbeeld van wat ik een grote cliffhanger noem, omdat de scène van het grootste belang is voor de verdere ontwikkeling van het verhaal. Er zijn echter ook kleine cliffhangers te onderscheiden, die niet direct het effect hebben van hun grote broer, maar wel spanningsverhogend werken. Ik zal twee voorbeelden geven uit de eerste roman van Elizabeth Strout, Amy and Isabelle, over de problematische relatie tussen Isabelle en haar zestienjarige dochter Amy (Lees van Elizabeth Strout overigens vooral het geweldige Olive Kitteridge, waar ook een tv-serie van is gemaakt met in de hoofdrol Frances McDormand, vooral bekend als de politievrouw uit Fargo).

Amy krijgt een telefoontje van haar vriendin Stacy, dat half en half wordt afgeluisterd door haar moeder. Op een gegeven moment zegt Amy: ‘Nee, ik heb het haar nog niet verteld.’ En dat is het. De lezer vermoedt dat ‘haar’ slaat op Isabelle, maar wat ‘het’ is, blijft vooralsnog een raadsel, dat enkele pagina’s later trouwens wordt opgelost (Stacy, ook 16 jaar) is zwanger.

Iets verderop in het boek staat de volgende passage als Amy een vlek ziet op een raam. ‘Maar voor Amy was de vlek een herinnering, een soort pijnlijke vriend, want in Amy’s herinnering was hij afgelopen winter verschenen, in januari, de avond voor ze mr. Robertson ontmoette.’ Hierna volgt een regel wit, en de volgende alinea begint met ‘Ze had het niet leuk gevonden om naar school te gaan…’ De lezer vermoedt dat er met die mr. Robertson iets aan de hand is, maar de schrijver wacht enkele pagina’s voor ze aan die nieuwsgierigheid tegemoet komt.

Zomaar twee voorbeelden van kleine cliffhangers, een stukje ‘gereedschap’ waar elke schrijver baat bij kan hebben.

Heb jij een brandende vraag voor René Appel? 25 november kan je hem stellen op de studiedag van de Schrijversacademie. Klik hier voor meer info over de studiedag.

Over de auteur:

René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie. René Appels eerste misdaadroman werd

gepubliceerd in 1987, Handicap. Daarna verschenen nog veel andere romans en korte verhalen. Vele malen werd een boek van hem genomineerd voor de Gouden strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek, en twee keer werd een boek bekroond: De derde persoon in 1991 en Zinloos geweld in 2001. Schone handen werd in 2015 succesvol verfilmd met in de hoofdrollen Thekla Reuten en Jeroen van Koningsbrugge. René Appel is ook de auteur van Spannende verhalen schrijven, over de wijze waarop schrijvers spanning kunnen aanbrengen in hun verhaal. Onlangs verscheen van hem Joyride en andere spannende verhalen 

 

 

Hoe doe je dat eigenlijk, schrijven? – Anne Ruhl

Hoe doe je dat eigenlijk, schrijven?

Ik heb ondervonden hoe het niet werkt.

SOG (schrijf ontwijkend gedrag)

Blinkend en streeploos schoon. Iedere keer wanneer ik tijd vrij maakte om te schrijven, werd mijn huis ineens heel schoon. De stofzuiger ging aan, alle keukenkastjes moesten beter ingedeeld worden en de badkamer kalkvrij maken leek van levensbelang. Na een tijdje zwoegen stond er nog geen letter op papier. De huishouddiva die zich had ontpopt, was mijn grootste schrijfvijand. Dit kon zo niet langer. In mei 2017 wilde ik mijn kinderboek met 30.000 woorden af hebben. Het leven van mevrouw Stip speelde zich af in mijn hoofd, maar kwam op deze manier nooit op papier. Van een schoon huis werd ik niet blij. De belevenissen van Stip en Roeltje stapelden zich op en iedere dag dat ik die niet opschreef werd ik gefrustreerder. Er waren drastischere maatregelen nodig.

Daar kwamen een strak schema, een I.L. (ideale lezer) met zweep en een woordentellend-programma op internet bij kijken.

Hoe ik wel los ging met de verhalen:

Strak schema

Mijn nieuwe indeling hield in dat ik op maandag- en dinsdagavond moest schrijven. Na mijn werk, tussen het koken en de hond uitlaten door. Op vrijdag een hele dag schrijven en op zaterdag en zondag een dagdeel. De stofzuiger mocht alleen maar komen kijken als je de vloer echt niet meer kon zien en de hond -het arme beest- moest zijn plasje ophouden.

I.L.

Tijdens de kinderboekenspecialisatie die ik volgde bij Jowi Schmitz mochten we allemaal werken aan ons eigen verhaal. Stephen King geeft als tip om je ideale lezer voor je te zien als je schrijft. Als ik een verhaaltje af had, stuurde ik een geprinte versie op aan Nicole, mijn fantastische I.L. Zij was heel erg enthousiast en overtuigd dat het goede verhalen waren en ze kwam met leuke aanpassingen en met verbeteringen.

Vorderingen bijhouden

Met mijn nieuw bedachte schema had ik het plan om elke week zeker twee hoofdstukken te schrijven en op Pacemaker had ik mijn doel om 30.000 woorden af te hebben in mei ingevoerd. Ik ging hard aan het werk met mevrouw Stip en Roeltje. Iedere keer als ik een gebeurtenis bedacht, schreef ik dat op een klein gekleurd papiertje en plakte ik het boven m’n bureau. Het uitwerken ervan deed ik tijdens mijn ma-di-vr-za-zo-regime.

Gek genoeg kwamen er steeds meer mensen in mijn verhalen bij. Of ik wilde of niet, ze drongen zich op. Ik was gestart met keurige mevrouw Stip en haar chaotische zus Roeltje. Maar al snel kwam Frederik erbij, de zoon van mevrouw Stip. Niet als baby, gewoon meteen een jongetje van zeven. Dat kan als je schrijft. Een moeilijke oma en een veel te charmante man erbij, klaar.

Het begin van het eind

Een van de opdrachten was dat je tien verschillende eindes aan je verhaal moest bedenken en ik heb daar vier versies van uitgewerkt. Het beste eind had ik dus al geschreven voordat de rest van het boek klaar was. Ik had wel losse verhalen, maar nog geen grote lijn. Doordat het einde klaar was, kon ik met meer focus aan de ontbrekende stukken werken. Er moest wel spanning komen, mensen moeten je boek wel uit willen lezen. Ik bedacht dat er aan het eind een grote schoonmaakwedstrijd plaatsvindt. En er moest een man in komen met foute bedoelingen. Het hele boek werkt mevrouw Stip aan haar uitvindingen voor de wedstrijd en als ze zeker weet dat ze gaat winnen, loopt alles in de soep. Zonder nog te veel te verklappen.

mijn vorderingen in februari

 

 

 

 

Over de auteur:

Anne Ruhl woont in Haarlem met haar man en Italiaans windhondje. Als ontspanning leert ze Scandinavische talen. Op vakantie neemt ze uit ieder land een bijzondere theedoek mee die ze vervolgens nooit gebruikt, maar wel ophangt om mooi te zijn. In het najaar van 2015 startte ze met de Schrijversacademie om naast haar werk als leerkracht haar talenten verder te ontwikkelen. Op dit moment is ze druk bezig met het schrijven van haar eerste boek. Mevrouw Stip en Roeltje zal in januari 2018 uitkomen bij Buddy Books.

 

Gewoon doen – Kamal Bergman

Gewoon doen.

Ik heb net op de knop publiceren gedrukt. Zwetende handen. Nog een laatste keer kijken. Is alles nu goed? Mijn boek, “Koppijn”, verhuist digitaal van het dashboard van Brave New Books naar www.bol.com. In feite hangt mijn boek in de digitale supermarkt van Albert Heijn. Als men op mijn boek zou klikken dan verschijnt deze in het winkelwagentje en als u dan ook nog betaalt fabriceert de drukker de omslag en inhoud van mijn boek. Zij sturen deze op en u ontvangt mijn kindje. Een mooi proces. Maar daar kom je niet zomaar.

Op zesentwintigjarige leeftijd verhuisde ik van uit het mooie Twente naar Amsterdam. Ik had een kamer overgenomen via een vriendin. Een kleine kamer. Mijn buurman, een beeldschone jonge Franse man. Aan de overkant een Surinaamse jongen en daarnaast de zus van diegene waar ik de kamer van overnam.

Aan het werk in de Watergraafsmeer, in een nieuwe kamer met een fles wijn naast me, een sigaret opgestoken en Rory Gallagher die zijn fijnste gitaarwerk van zijn leven door mijn boxen knalde.  Een heerlijk begin. Wist ik veel! Ik werkte aan een boek dat later Dramatica Destructivica ging heten. Een belachelijke naam natuurlijk. Ik gaf het boek uit via www.boekscout.nl. Dramatica zat vol met fouten, clichés en andere eigenaardigheden. (lees alleen de titel al) Toch heb ik er veel van geleerd.

Een maand of twee later werkte ik alweer aan mijn tweede boek “Koppijn”. Op een gegeven moment stopte ik. Ik was redelijk ver, maar mijn aandacht ging meer naar mijn toenmalige werk dan naar het boek. Ook mijn muzikale leven veranderde na de dood van mijn drummer. Ik werkte dus niet aan het boek.

Ergens in 2014 na de dood van een collega en vriend begon het weer te kriebelen. Ik schreef een kort verhaal over hem. Het moest eruit. Deze man had mij veel geleerd over taal, grammatica en spelling. Daarna ging ik verder. Nog een column en een blog. Ik pakte “Koppijn” weer op. Ik schreef er in een tuinhuisje een einde aan. Daarna liet ik het lezen door mijn moeder. Ze corrigeerde het de eerste keer. En nu doorpakken, dacht ik toen. En dat heb ik gedaan.

Op mijn 36e mocht ik beginnen aan de Schrijversacademie. De academie heeft veel voor mij betekend. De academie betekent nog steeds veel voor me. Via modules en opdrachten en de feedback van medestudenten leerde ik naar mijn eigen werk kijken. De literatuur die ik las van schrijvers over schrijvers bracht zowel verwarring en verbazing als hoop. Iedereen doet het anders en er zijn vele wegen die naar een boek leiden. Ik schreef en herschreef. Uiteindelijk heb ik via Carla de Jong redacteur Janine van der Kooij leren kennen. En toen ging het sneller.

Ik werd gefileerd. Leren 3.0, zou ik later tegen Janine zeggen. Met wat mails en manuscripten over en weer leerde ik dat ik nog meer moest herstellen, verplaatsen en corrigeren. Maar wat een leerproces. Niet normaal. Na de hulp en diensten van Janine heb ik het boek nog een keer na laten kijken door een vriend. Of ik bang ben voor recensies en feedback? Nee! Schrijven is leren tot aan je dood.

En nu, wacht ik totdat hij op www.bol.com verschijnt en ik kan klikken op de naam “Koppijn” en dat het boek dan in het winkelwagentje verschijnt.

Over de auteur:

Kamal Bergman is een Nederlandse schrijver van columns, blogs en korte verhalen, en hij is student aan de Schrijversacademie. Hij woont en werkt in Amsterdam. Naast schrijven is hij muzikant bij de band Soundpress en werkt hij in het sociaal domein. Op dit moment werkt hij aan een nieuw boek over twee totaal verschillende homoseksuele jongens, die gevangen zitten in oude tradities, geloofsovertuigingen en familiaire omstandigheden.

Boekenliefde – Bibi de Kraa

Boekenliefde

Tijdens mijn dertigerscrisis wist ik niet goed wat ik wilde. Kinderyogajuf,  juf basisonderwijs of voedingsconsulent, verschillende opleidingen passeerden de revue.
Eén ding wist ik wél zeker, ooit zou ik mijn eigen kinderboek schrijven.

Op een dag zag ik een advertentie van de Schrijversacademie. Mijn stoffige schrijfgeest moest nodig uit de fles komen. Vol enthousiasme voegde ik de daad bij het woord en startte begin dit jaar met de opleiding.

Dagelijks lees ik een boek op mijn e-reader. De liefde van het lezen heb ik van mijn moeder meegekregen. Ik lees verschillende boeken van romans tot thrillers, ook een kinderboek op zijn tijd blijft leuk.

Toen ik klein was ging ik al met mijn moeder mee naar de bibliotheek. Later mocht ik ook zelf. Ik verslond boeken en had de meeste boeken uit de collectie al gelezen. Hierdoor kon ik best al goed lezen, dus moest ik op school op de gang zitten tijdens de leesles. Ik mocht mijn eigen boeken van mijn eigen niveau lezen zodat ik mij niet verveelde tijdens de les.

Ik las onder andere boeken van Annie M.G. Schmidt, Anke de Vries, Paul van Loon, Cok Grashoff (Floortje Bellefleur), Ann M. Martin (de Babysittersclub) en alle boeken waarvan de achterkant mij beviel.

Op mijn verjaardag kreeg ik van iedereen boeken. Vooral mijn oma was daar erg fanatiek in. Meestal waren dit spannende boeken van R.L. Stine (Kippenvel), Enid Blyton (De Vijf) en Carolyn Keene (Nancy Drew). Genoeg om te lezen.

In mijn pubertijd kreeg ik de behoefte om boeken te kópen. De bibliotheek vond ik ineens maar vies. Vaak kwam ik thuis met boeken met daarin vreemde vlekken, scheuren, ezelsoren en soms zelfs haren. Voortaan wilde ik mijn eigen boeken. Die roken lekker wanneer ik er doorheen bladerde. Mijn moeder deed nog wel eens een poging en nam boeken voor mij mee uit de bibliotheek, maar ik raakte ze niet meer aan tenzij er niets anders meer te lezen was.

Op een dag wilde mijn moeder, het stereotype digibeet en vaste bibliotheek bezoeker, een e-reader. Ik zette mijn weerzin opzij en gaf haar op Moederdag een e-reader cadeau.

Er zat zelfs een lampje op. Ze was zo blij als een kind.

Op vakantie nam zij de e-reader mee terwijl ik met twaalf boeken in mijn handbagage sjouwde. Ze werd zelfs lid van Facebook en meldde zich aan voor onder andere de pagina Thrillerlovers.

Ook al probeerde ze mij te overtuigen, ik kocht nog steeds mijn boeken en wilde in geen geval een e-reader. Totdat mijn moeder mij een e-reader cadeau gaf.

Eerst was ik beledigd en vond het zonde van haar geld. Het eerste half jaar deed ik er niets mee en kocht nog steeds mijn boeken in de winkel.

Langzaam raakte ik overtuigd van de gemakken van een e-reader. Minder sjouwen en er konden meer boeken mee op vakantie.

Nu, tijdens mijn dagelijkse treinreizen, zijn mijn e-reader en ik onafscheidelijk.

Samen met het Schrijven magazine en mijn gloednieuwe boeken van de Schrijversacademie is mijn e-reader ook nog eens een ideale dekmantel. Medereizigers denken dat ik lees, terwijl ik ondertussen inspiratie opdoe voor mijn huiswerk van de Schrijversacademie. Want personages en verhalen zijn er genoeg in de trein.

Ondanks de hechte band met mijn e-reader blijft mijn liefde voor een nieuw boek groter en puilt mijn boekenkast uit. Mijn bibliotheekboekenfobie heeft mij er niet van kunnen weerhouden te starten met de opleiding. Want door mijn enthousiaste en gemotiveerde docent , maakt het mij niet uit dat de plenaire bijeenkomsten plaatsvinden in de bibliotheek.

Boekentip:

B.A. Paris – Achter gesloten deuren (Literaire Thriller)
Het verhaal is van het begin tot het einde spannend en houdt de lezer geboeid. Dit is de eerste thriller van deze auteur, verschenen in oktober 2016.

Op 20 juni 2017 verscheen de tweede thriller van B.A. Paris – Gebroken.

 

 

 

 

 

 

Deadline gehaald! Een roman in zes weken – Godfried van der Heijden

Sinds mijn afstuderen in 1993 aan de Academie voor journalistiek in Tilburg werk ik als freelance tekstschrijver/journalist. Eén van de belangrijkste dingen die ik geleerd heb tijdens mijn studie en in mijn werk is dat deadlines heilig zijn. Dus toen ik de opleiding Romans en korte verhalen schrijven aan de Schrijversacademie volgde, had ik altijd alle opdrachten op tijd klaar. Bravo!

Aan de slag

Alleen, ik had één opdracht niet goed gelezen. In mijn hoofd had zich daarom het idee vastgezet dat studenten vóór het eind van de opleiding ook een roman of een aantal korte verhalen af moesten hebben. Aan de slag dus.

Ik zag het als een gelukje dat de laatste module van mijn opleiding een pauze kende van twee maanden vanwege de zomervakantie. In die periode is het voor freelancers meestal rustig en omdat onze dochter tijdens haar zes weken schoolvakantie regelmatig naar de buitenschoolse opvang zou gaan, had ik tijd om te schrijven.

Duizend woorden

Zo geschiedde. Zes weken lang elke dag minimaal duizend woorden schrijven en je zit al op ruim 40.000 woorden. Dat is een flinke novelle of een korte roman. Duizend woorden is overigens geen willekeurig getal. In zijn onvolprezen boek Over leven en schrijven, adviseert Stephen King het beginnende schrijvers. Zelf schrijft hij iedere dag tweeduizend woorden.

Beginzin

Oké. Je wilt een roman schrijven in zes weken tijd. Wat is dan de beginzin? Makkelijk. Eind juni 2015 luidde opdracht 5 van Specialisatiemodule 1 van de Schrijversacademie: beantwoordt vijf vragen. Al wandelend en douchend voor de beste inspiratie verzon ik in een paar uur tijd de antwoorden:

  1. Werktitel? En zie niet om. 2. Hoe lang? 50.000 woorden. 3. Wat onderzoek je? De teloorgang van een man die het allemaal goed bedoelt. 4. De eerste zin? Even leek het of Maarten een hartaanval zou krijgen, maar in plaats daarvan kotste hij de laatste restjes van een frikadel speciaal XXL in de wc van het aftandse studentenhuis dat hij met vier vrienden huurde. 5. Climax? Spoiler, dus helaas.

Plattegrond

Ik besloot van die willekeurige antwoorden een verhaal te maken. Hoefde ik daar niet meer over na te denken. Tijdens de opleiding gaf schrijfdocente Kathy Mathys haar studenten de opdracht een plattegrond te maken van de omgeving waar je als kind opgroeide. Na tien minuten had ik een summier overzicht met in steekwoorden wat anekdotes. Als ik dat overzicht zou combineren met de eerder genoemde antwoorden was ik al zo goed als klaar!

Prachtige reis

Op zaterdag, de eerste dag van de vakantie, schreef ik de eerste duizend woorden. Het begin van een prachtige reis in mijn hoofd. Elke dag begon met schrijven en als ik mijn quotum of meer had behaald, ging ik wandelen of in de tuin zitten om na te denken over het vervolg. Ik leefde wekenlang in een parallel universum dat bijna net zo werkelijk was als mijn echte leven. Na 42 dagen zei ik tegen mijn vrouw: ‘Ik geloof dat mijn boek af is’. Deadline gehaald! Tijdens de eerste bijeenkomst na de vakantie hoorde ik dat de opdracht feitelijk luidde: maak een ruwe opzet van je roman, of schrijf enkele hoofdstukken. Tja. Gelukkig had ik het niet goed gelezen. Anders was mijn debuutroman En zie niet om afgelopen juni niet als ebook verschenen bij onafhankelijke uitgeverij The Black Sheep Indie. Nieuwsgierig? Het is voor € 3,49 te downloaden via https://theblacksheepindie.com/ebook/en-zie-niet-om.

 

 

Docenten op een boot – Jowi Schmitz

Waar docenten van de Schrijversacademie het over hebben als je ze in een boot stopt

Zoals dat hoort op een boot werd mijn tas nat en hadden we inkijk in iemands kledij, maar daar ging het niet over. Steeds bogen we om beurten naar voren voor een wijn of een sapje, of een hapje, want daar had Caroline, oftewel mevrouw Schrijversacademie, toch maar mooi voor gezorgd.

Een dag uit het leven van een docent aan de Schrijversacademie.

We gingen vergaderen en toen varen. Het was vol in dat docentenbootje, al die ZZP-ers met allerlei wortels en achtergronden, we hadden bij elkaar een behoorlijke boekenkast vol geschreven. De gesprekken gingen over nieuwe workshops, humor leek ons wel wat, net als dialogen schrijven, en over hoe het zo gekomen was, dat schrijverschap.

Ik vertelde over het verleggen van verlangens, en dat ik dat iedereen aan kan raden, net zo lang, wellicht, tot het past. Omdat je altijd al sporter wilde zijn, maar allebei je knieën knapten. Omdat je zo heel graag wilde kunnen zingen, maar alle kraaien steeds in lachen uitbarstten. Omdat ik toen bij schrijven uitkwam en de grenzeloosheid ontmoette. Steeds verder leren, steeds nieuwe werelden die je met je eigen handen mag bouwen en vormgeven.

Waar was ik anders uitgekomen?

Bij botenbouwen misschien. Of werktuigbouwkunde. Of toch met een bochtje weer bij schrijven. Want voor schrijven heb je geen knieën nodig en je kunt doen alsof je het beste zong van allemaal, vroeger al, altijd al, alsof de kracht van je keel de kraaien wegblies en je samen met hoeheetdie operazanger ook alweer, vooraan op het podium van ‘Nederland heeft toptalent’ deed belanden.

Ik nam nog wat wijn, mijn tas dreef kalmpjes voorbij en de inkijk kwam en ging als de golven.

En zo extreem als het destijds voelde om alles te laten vallen en me op die pen te werpen, zo rustig leek die verandering nu, van hieruit gezien, het water overgezwommen.  ‘Misschien dat ik daar een workshop over kan geven,’ mompelde ik tegen Tijmen aka meneer Schrijversacademie. ‘Over het verleggen van verlangens.’ Dat moest ik uitleggen van hem en opeens was het geen uitleg meer maar een opdracht, schrijf er maar een verhaal over, zei ik juffig.

Zo dreven we met ons bootje door de grachten van Leiden, allemaal deel van een verhaal dat nog volop bezig is.

 Over de auteur:

Jowi Schmitz is schrijfster en docent aan de Schrijversacademie. Haar boek Weg is genomineerd voor de Dioraphte Literatour Prijs. http://literatour.nu/prijs

Verder heeft ze aangeboren discipline, twee kinderen (wat dus enorm handig is) en heel veel toekomstdromen, die allemaal iets met schrijven te maken hebben. Ze woont op een boot bovenop de Piet Heintunnel en de lente maakt dat ieder jaar weer de moeite waard.

Hoe schrijf je een roman? – Stefan Popa

Het is de vraag der vragen: hoe schrijf ik een roman? Anders dan dat jij dat zult doen. Dat is een van de antwoorden. Door te gaan zitten en pagina na pagina te schrijven is een ander antwoord. Zo simpel is het, terwijl het tegelijkertijd duizendmaal complexer is.

Hoe schrijf ik een roman? Deze vraag stel ik mijzelf altijd wanneer ik aan een nieuwe verhaal begin. In de vraag huist een fantastisch avontuur. Ik ben kortgeleden begonnen met het geven van de specialisatiemodule romans en korte verhalen. Voor het eerst in Arnhem – groetjes aan mijn Rijnstedelingen! – en vorige week startte ik ook in Rotterdam. We zitten daar in de bibliotheek, een fijne wereld vol verhalen, met prullenbakken waar de ideeën op elkaar stinken: een sinaasappelschil en een wegwerpscheermes bovenop afdroogpapieren met verdachte kleurtjes. Inspiratie is overal, en als je het niet hebt, dan maak je het maar.

Samen ontdekken we hoe zo’n vonkje inspiratie kan uitgroeien tot een heus boek. En wat gebeurt er daarna vragen sommigen mij? Ik heb een paar dagen terug mijn overzichten van mijn oude uitgeverij ontvangen. Een roman verkopen is haast moeilijker dan een roman schrijven. Er zijn twee misvattingen over schrijven:

  1. Schrijven is romantisch;
  2. Schrijven maakt rijk.

Nee, schrijven is hard werken en het enige (en mooiste) wat je ermee verdient, is een wereld waarin alles kan en mag. Klap een laptop open of pak een notitieblok erbij en ervaar de ultieme vrijheid. Daar doen we het allemaal voor.

Hoe schrijf ik een roman?
Allemaal hebben we aan het einde van de specialisatie een ander antwoord op dezelfde vraag. Ik weet alleen dat ik er nog één wil schrijven, telkens weer.

Over de auteur:

Stefan Popa geeft sinds najaar 2016 les en heeft drie romans geschreven: Verdwenen grenzen, A27 en De verovering van Vlaanderen. Volg ‘m op twitter en zo.

Wil je ook les krijgen van Stefan? Neem contact op via 088 1630 088

 

 

Boekentips van Kathy Mathys

Laatst interviewde ik Michael Chabon voor De Standaard in het Ambassade Hotel (op de Herengracht te Amsterdam). Het schrijvershotel, zo staat de plek bekend onder journalisten en auteurs. In het hoogseizoen kan je er zomaar tegen Jonathan Safran Foer en Bill Bryson aanlopen in de lobby, zoveel interviews worden er georganiseerd.

Tijdens ons gesprek (waaruit dit artikel ontstond) ging het over autobiografieën en memoirs. Michael Chabon (de schrijver van ‘Maangloed’, onlangs nog lovend besproken in DWDD) vond het ergerlijk dat de bestsellerlijsten vol staan met autobiografische titels, ten nadele van de fictie. Ik kan me helemaal vinden in zijn observatie dat wat verzonnen is niet minder waar hoeft te zijn dan het waargebeurde.

Chabon irriteerde zich ook aan de structuur van het gros van de memoires. Ze presenteren het leven, zo vond hij, als een verhaal met een al te duidelijke plot, met overzichtelijke hoofdstukken. In het echt, zo stelde de schrijver terecht, is het leven veel chaotischer.

Nochtans zijn er tegenwoordig tal van memoires die de chaos toelaten, die de klassieke spanningsboog van de roman niet kopiëren. Ik denk dan aan ‘De uitweer‘ (Ambo/Anthos), van Amy Liptrott waarin de schrijfster opgroeit op de Orkney-eilanden, ten noorden van Schotland. Ze trekt weg naar Londen, geraakt verslaafd aan drank en keert terug naar de eilanden. Dat klinkt overzichtelijk en toch is dit een wild boek. Lipton verrast door ook van het eiland een personage te maken. En aan het slot zijn er nog heel wat losse eindjes.

Nog gedurfder qua vorm is het boek ‘Hourglass. Time, Memory, Marriage‘ (Alfred A. Knopf) van Dani Shapiro. De structuur van deze autobiografie ontglipt me nog steeds enigszins. Het boek gaat over een lang huwelijk en over het schrijversleven. De echtgenoot van de schrijfster is journalist en scenarioschrijver. De twee werken zich te pletter, grote investeringen zijn uitgesloten. Er is altijd net genoeg voor de dag van vandaag en morgen, niet voor overmorgen. Wat een grillige, meanderende memoir is dit! Verplichte kost voor wie wil schrijven over het eigen leven. Shapiro laat zien dat er zoveel mogelijkheden zijn qua vorm en opzet.

Overigens kwam ik bij Shapiro terecht omdat ze in de Verenigde Staten een stevige reputatie heeft als docent creatief schrijven en omdat ze een boek uitbracht over schrijven. Ook dat laatste wil ik hier van harte aanraden. ‘Still Writing. The Perils and Pleasures of a Creative Life‘ (Grove Press)  kan je enigszins vergelijken met de boeken van Natalie Goldberg of Julia Cameron. Het biedt een mengvorm van autobiografie en tips voor het schrijversleven. Er staan prachtige essays in over je ritme vinden – ze heeft een hekel aan het woord discipline –, over het oncontroleerbare van het schrijfproces, over het geluid van de typemachine van haar moeder (die verwoed schreef en nooit een uitgever vond), over haar geliefde docent, schrijfster Grace Paley.

Verfrissend zijn ook de essays over zogenaamde schrijversdogma’s als ‘Schrijf over wat je al kent.’ Shapiro nuanceert, voegt een en ander toe. Haar toon is bemoedigend, nooit betuttelend.

En laten we eindigen met het onderwerp waarmee we begonnen, het waarheidsgehalte in romans en een autobiografieën. Dit citaat vond ik bij Shapiro:

Fiction can be even more exposing than memoir – a map to the inner world, the subconscious internal workings, the obsessions and fears and secret joys of the writer.’

Over de auteur:

Kathy Mathys is schrijfster en literair journalist voor De Standaard, en docent aan de Schrijversacademie. In 2015 verscheen haar boek ‘Smaak. Een bitterzoete verkenning‘. Volgend jaar verschijnt haar tweede boek, een roman.

 

 

 

 

De proefles

Benieuwd hoe het eraan toegaat tijdens een proefles? Wij vroegen aan Inge Andersson wat ze vond van het uurtje met schrijfdocent Carla de Jong.

De proefles

“GRRRR…….Hoe red ik me hieruit?” Opgelaten kijk ik om me heen. Mijn mede-proeflesgenoten lijken er geen moeite mee te hebben. Vlotjes bewegen er twaalf gloednieuwe blauwwitte pennen uit de goodiebags van de schrijversacademie. “Schrijf over een mooi moment in je vakantie”, luidt de opdracht. Daarna is het de bedoeling dat het geschrevene wordt voorgelezen, waarbij we elkaar van opbouwende feedback zullen voorzien.

Het zweet begint me uit te breken.

Ik had tijdens deze open les een gezellig informatiepraatje verwacht. Uiteraard inclusief een serieuze waarschuwing voor het overromantiseren van het schrijversbestaan. Maar vooral wel gewoon lekker achteroverleunend en luisterend. Nu moet ik schrijven op commando en in groepsverband. Ben ik vanmorgen hiervoor zo hoopvol afgereisd naar Amsterdam? De start was nog veelbelovend; met de entree in het statige gebouw aan de rand van het Vondelpark en daarna dus die ‘goodiebag voor de aanstaande schrijver’.

Ik voel de moed in mijn schoenen zakken.

Het kennismakingsrondje eerder, waarbij ieders ervaringen over blogs, vlogs en grootse plannen over bestsellers quasi-nonchalant werden uitgemeten, was ook al niet helpend.

Hopeloos probeer ik een blik van een mede-cursist te vangen. Heeft geen zin. Er worden hier schijnbaar meesterstukken geproduceerd. Hoe bestaat het? Tijdens de koffie vooraf observeerde ik vooral vrouwen net als ik, tegen de overgang en op zoek naar nog eens iets nieuws. Niet direct het type dat hoge verwachtingen etaleert. En zie ze nu eens gaan.

De cursusleidster luidt heel vriendelijk een belletje, het teken dat de schrijftijd al bijna voorbij is. Ik kijk wanhopig naar mijn krabbels, probeer nog wat te schuiven met als resultaat dat het schrijfsel naast inhoudsloos ook nog eens onleesbaar wordt.

Als het definitieve eindbelletje gaat, heb ik geen verhaal bedacht, maar wel drie smoezen om het lokaal uit te vluchten.Wederom lijken mijn cursusgenoten koelbloedig. Het ene na het andere exotische reisavontuur wordt met enthousiasme ten gehore gebracht. Er wordt goedkeurend geknikt en ook over de opbouwende feedback lijkt men niet lang na te hoeven denken. Zelfs de dame die twintig minuten te laat en totaal verregend binnenstormde weet een flamboyante eerste indruk neer te zetten. Ik voel me krimpen en merk dat ik mijn aandacht er niet meer goed bij kan houden. Straks krijg ik de beurt.

Wat ik wel opvang, zijn de woorden van de docent.

Ze geeft aanwijzingen over zaken als  zintuiglijke ervaringen en het beeld in plaats van de omschrijving. Wow, dat is boeiend. Ik kijk terug naar mijn eigen krabbels. Inderdaad! Als ik die zin nu eens zo opschrijf en dan daarmee begin. Ik neem ondertussen nog minder op van de verhalen om me heen. Wel lijkt mijn pen nu de smaak te pakken te krijgen. Met de professionele aanwijzingen van zojuist lijkt er een ‘aha-verhip’-moment te zijn aangeboord.

Helaas komt dat moment te laat. Net als ik voorzichtig durf te denken dat mijn zinnetjes misschien ook best gehoord mogen worden, geeft de docent aan dat de les tegen het einde loopt en of we nog vragen hebben over de cursus. Eén van de cursisten steekt enthousiast haar vinger omhoog.  Ze vraagt zich af of we nu ook naar het boekenbal mogen. Ze bedoelt het serieus. Net zo serieus is het antwoord van mijn echtgenoot, even nadat ik hem de hilarische slotvraag ter anekdote heb doorgeappt: “Leuk hoor. Ben je om zes uur thuis? Ik moet nog weg vanavond”.

Even laten bezinken.

Verward loop ik het lokaal uit. De docent deelt beneden bij de deur nog wat flyers uit. Ze vraagt terloops hoe ik de les gevonden heb. Ik vertel eerlijk hoe ik het een en ander heb beleefd, over mijn twijfels, mijn scepsis.

“Oké,” onderbreekt ze me, “Als jij net zo schrijft als dat je nu aan mij vertelt, heb jij je eerste verhaal binnen. Laten het maar even bezinken, wij kunnen je anders maandag even bellen, wil je dat?”

Met die woorden verlaat ik het gebouw van de Schrijversacademie en wandel nog verwarder terug naar de tramhalte. De goodiebag bungelt aan mijn schouder. Het blauw-witte logo quasi-nonchalant in het zicht.

Die maandag erop schrijf ik me in voor de basiscursus. Op commando en in groepsverband schrijven zal wel een dingetje blijven. Toch kijk ik nu al met vertrouwen uit naar mijn eerste les als student aan de Schrijversacademie. Ik ga me eruit redden!

Vier boekentips: Peter van Beek

Meestal lees ik oorspronkelijk Nederlandstalige fictie, omdat ik als docent Nederlands in ieder geval een poging wil doen de literatuur van de Lage Landen bij te houden. Soms lees ik ook non-fictie, vooral als ik een interview met de auteur (s) moet voorbereiden.

Daarom las ik Lobbyland van Ariejan Korteweg en Eline Huisman. Zij schreven een uitstekend boek over de dagelijkse lobby-praktijken in politiek Den Haag. Hun kernvragen zijn: is lobby smeerolie voor de democratie of het ultieme middel om het Binnenhof als gesloten circuit in stand te houden? De vragen zijn beide waar en belangenverstrengeling ligt daardoor altijd de loer, een raadselachtig gegeven:

‘Suggesties om de risico’s van belangenverstrengeling die dat met zich meebrengt te verminderen worden smalend onthaald (…)’

Nu de fictie. Eén van mijn leerlingen uit 6VWO zei tijdens het mondeling literatuur: ‘De beginzin van een boek is als een eerste date: de eerste indruk is vaak doorslaggevend. Daarom is voor mij de eerste zin in een roman essentieel.’ De leerling heeft gelijk: de openingszin is als de eerste maten van een symfonie. De zin zet de toon. Beroemd voorbeeld is de opening van Hermans roman Nooit meer slapen:  ‘De portier is een invalide.’ De argeloze lezer denkt misschien: wat jammer voor die man, maar de ervaren lezer weet dat het met Alfred, het hoofdpersonage nooit meer goed zal komen. Over de toon zetten gesproken.

Ook uitgevers zijn zich bewust van het belang van de openingszin. Op het achterplat van Schuld, de laatste roman van Walter van den Berg, staat hij zelfs groot afgedrukt op het achterplat: ‘Mijn broer had nog gezongen op de avond dat hij iemand doodsloeg.’  Deze zin roept een aantal mysteries op: is de hij een artiest of een gelegenheidszanger? Wat is het motief van zijn daad? Heeft hij een slagwapen gebruikt?  Spannend dus, en stilistisch gaaf.

Ook de eerste zin van Saskia Noorts Huidpijn roept een raadsel op: ‘Soms zie je jezelf van een afstand zitten.’ Het boek gaat over de duistere kant die ieder mens heeft. Ik ben geen fan van Saskia Noort, maar Huidpijn is haar beste boek tot nu toe: rauw en schurend.

‘Ik beweeg me zo onzichtbaar mogelijk over het drukke terras. De pet en de sjaal doen weinig voor me. Om me heen hoor ik de mensen fluisteren.’

Nu ik deze zinnen citeer denk ik: hoe kan de ik zich zo onzichtbaar mogelijk over het terras bewegen? Dat kan helemaal niet. Je kunt je niet onzichtbaar bewegen en al helemaal niet over een druk terras. Saskia Noort bedoelt natuurlijk dat de ik-persoon een mislukte poging tot vermomming heeft gedaan, maar dat blijkt pas in de zin erna. Zo moeilijk is effectief schrijven. Gelukkig is de beginzin beter, hoewel..

Over de auteur:

Peter van Beek studeerde historische letterkunde in Nijmegen, is docent Nederlands op Het Baarnsch Lyceum, schrijver en schrijfdocent aan de Schrijversacademie. Daarnaast schreef hij interviews met schrijvers en politici in onder HN-Magazine en Trouw. Regelmatig publiceert hij in het Magazine van de Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen en Psychotherapeuten (LVVP) Eind mei verschijnt Zondvloed, de derde thriller in de reeks over de Texelse rechercheur Lone Telander.

 

Morgen is het weer vandaag – Bertine Brookhuis

Ik schrijf en daar verdien ik geld mee. Ik verdien daar zelfs zo veel geld mee, dat mijn man niet hoeft te werken en dat dus ook niet doet. Ik betaal onze hypotheek, geef ons en onze kinderen te eten en zorg ervoor dat we zelfs zo af en toe (in eigen land) op vakantie kunnen. Dat is mooi, maar ik schrijf in opdracht. Liever zou ik schrijven wat ik wil schrijven en het allerliefst zou ik daarvoor betaald krijgen.

Interessante onderwerpen

Zo ver ben ik nog niet en dus schrijf ik over koppelingen tussen bestelsystemen, over de beste makelaar van ’t Gooi en over wat je mag verwachten van je podotherapeut. Stuk voor stuk uiterst interessante onderwerpen die ervoor gaan zorgen dat ik op mijn 80ste alle quizzen kan winnen die er – tegen die tijd misschien wel helemaal niet meer – gehouden worden.

Gemaakte keuzes

Het schrijven-voor-geld staat het echte schrijven in de weg. Geld verdienen wint het dag in dag uit van misschien-ooit-een-keer-geld-verdienen-met-een-eigen-roman-maar-die-kans-is-wel-heel-erg-klein. Ook vanavond wilde ik aan mijn roman werken. Ook vanavond koos ik ervoor betaalde deadlines te halen.

Beterschap

Met mijn Katjang Pedis links van me en een glas Los Gansos rechts van mijn laptop tikkerdetik ik de frustratie van me af en beloof ik beterschap aan mezelf en aan eenieder die dit leest.

  • Morgen ga ik écht aan mijn boek werken.
  • Morgen reageer ik niet op opdrachtgevers die met hun handen in het haar zitten.
  • Morgen zet ik mijn telefoon uit, sluit ik mijn werklaptop af en maak ik mezelf onbereikbaar.
  • Morgen is het weer vandaag …

Over Bertine

Schrijven is voor mij het mooiste dat er bestaat. Creatief schrijven staat gevoelsmatig op één en commercieel schrijven op twee, maar omdat ik met het laatste mijn geld verdien, geef ik daar (veel te veel) prioriteit aan. De Schrijversacademie helpt mij om tijd vrij te maken voor creatief schrijven. Mijn medestudenten en docenten, de bijeenkomsten, de opdrachten, de feedbackrondes en het lesmateriaal zijn een grote steun in de rug. Dankzij de opleiding Romans en korte verhalen heb ik het eindelijk aangedurfd om een van de verhalen in mijn hoofd toe te vertrouwen aan een heus Wordbestand en binnenkort begin ik met de individuele schrijfbegeleiding. Mijn droom? Om dit jaar nog mijn eerste roman in concept af te hebben!

Morgen is het weer vandaag!

http://www.betekst.nl

Weg – Jowi Schmitz (winactie!)

'Het leven geeft geen cadeautjes.'

Robin schoot zijn sigaret in het gras naast de vangrail. Hij had ringen om al zijn vingers.
'Als je iets wilt, moet je het zelf doen. Zo simpel is het. Bang zijn is geen optie. Punt.'
'Wel,' zei Anna. Robin stak een nieuwe sigaret aan met een aansteker waar een naakte vrouw op stond. Hij had er drie van.

'Welwat?' 'Cadeautjes. Het leven geeft ze wel.'

Ze zouden gaan. Binnenkort. Ze zaten nu nog hier, in die vangrail, in de nachtlucht, maar dit was het laatste stukje Nederland van haar leven. De wereld kwam al bijna binnen. 'Binnenkort steken we onze duim op,' zei Robin, de rook
kwam met zijn woorden zijn mond uit.

'We liften naar Frankrijk, dan door naar Spanje, vanaf daar wordt het makkelijk.'

'Waarom?' 'Daar is het warm.'
Anna was veertien, Robin al zeventien. Hij had een blauwe stuiterbal die hij overal liet stuiteren. Hij kon er ook trucjes mee. Die stuiterbal hoorde bij hem, woonde in de zak van zijn legerjas. Robin raakte bijna nooit iemand aan. Maar haar hand pakte hij vast. Om haar schouder sloeg hij soms een arm. Anna had haar lange haren in dezelfde kleur geverfd als die van Robin. Hij had zwarte vegen van makeup
bij zijn ogen. Zijn ogen waren groen. Hij rookte. Een pakje sigaretten per dag als hij de kans kreeg.
Anna rookte niet en van make-up gingen haar ogen prikken. Dichterbij kon ze niet komen. Robin behoorde tot de eerstegraads gevallen. Robins vader had Robins moeder doodgeslagen. Met een hamer. Een aanval van gekte, een plotse psychose wellicht veroorzaakt door
een onverwerkte rotjeugd. Dat stond tenminste in de krant, Robin zelf zei er bijna nooit iets over.
Er bleek geen enkel familielid te zijn dat Robin in huis wilde nemen. Zo kwam hij twee jaar geleden in Huize Landvoorzand. Op kosten van de staat. Zijn familie had misschien geen interesse in Robin, Anna's moeder gaf hem in ieder geval een plek om te wonen. Verder had Robin een heel legertje welzijnswerkers en bezorgde onderwijzers om zich heen.

'Waarom wil je eigenlijk weg, jij krijgt liefde van iedereen,'
zei Anna, een beetje jaloers.

'Dat is geen liefde, dat is medelijden. Medelijden is eenvorm van mishandeling,' zei Robin. Of eigenlijk zei hij: 'Ffff (inhalering) Medelijden, pffff (rook uit zijn mond) is een vorm van ffff, mishandeling, pfffff.'

Anna wist niet of ze het daarmee eens was, zij hield er stiekem wel van als iemand medelijden met haar had. Niet dat iemand dat ooit had. Of ja, zijzelf. Als ze eerlijk was vond ze Robin ook zielig. Dat je vader je moeder vermoordt en dat daarna niemand je wil. Als je dán nog niet zielig bent.

Meer lezen? 

Vul je gegevens hieronder in en je kunt direct het hele eerste hoofdstuk downloaden.

Kan jij niet wachten om aan het volgende hoofdstuk van Weg te beginnen? Doe dan mee aan de winactie en vertel ons waarom jij het boek wilt winnen.

Zelf doen – Voline van Teeseling

Alhoewel ‘zelf doen’ altijd mijn levenshouding is geweest, betekent dit niet dat dat ook altijd de makkelijkste weg is. Daarom besloot ik anderhalf jaar geleden om me in te schrijven aan de Schrijversacademie zodat ik mijn schrijfambities serieus zou kunnen waarmaken. Afgelopen december rondde ik mijn tweede en laatste specialisatie af en tja, nu zal ik het dus toch echt weer zelf moeten doen. Ik ben inmiddels al een tijdje bezig aan een heus boek en hoewel de Schrijversacademie mij bij de les hield, keek ik ook wel weer uit naar de vrijheid om mijn boek op mijn manier af te maken.

Zelf doen

Nu het al weer een tijdje zo ver is, blijkt het toch best wat van me te vragen. Er stond namelijk geen Warme Vriendelijke Uitgever of Belangstellend Oud-Docent te wachten om mij een zachte landing te geven. Niet dat ik dat verwacht had, maar stiekem gehoopt misschien toch wel. Er diende zich in plaats daarvan slechts een Groot Gapend Gat aan dat ik zelf moest dichten. Mijn zelfdiscipline bracht me een heel eind, maar ik heb toch ook maar een echt kunstenaarsplan gemaakt met een beetje hulp van Julia Cameron’s The Artist’s Way.  Naast de dagelijkse 500 woorden die ik van mezelf moet schrijven, zoek ik nu andere schrijvers op en  lees ik nog meer dan ik al deed. Ook mag ik van mezelf ongelimiteerd op onderzoek uit voor mijn boek én voor het gaande houden van de stroom verhalen, woorden, zinnen en ideeën die de afgelopen tijd is opgeborreld. En misschien nog wel het belangrijkste: ik mag het schrijven voorrang geven en dus geregeld alles laten varen voor mijn boek.

Nu ik de sprong in het diepe heb gemaakt en zónder bandjes verder moet, weet ik pas echt wat ik nodig heb. De Schrijversacademie verstrekte me de zwembandjes, maar ik ben nu pas echt aan het zwemmen. En wat blijkt het fantastisch in dat water. Een knappe badmeester die me er weer uit krijgt.

Fotograaf Pixabay/Survivor

 

Over de Auteur:

Voline van Teeseling behaalde in 2016 haar diploma’s voor de specialisaties ‘familieverhalen & biografieën’ en ‘romans en korte verhalen’ aan de Schrijversacademie. Zij schrijft portretten, levensverhalen en korte verhalen. Voline blogt op www.schrijvenonline.org en op www.volinevanteeseling.nl over het boek dat ze momenteel aan het schrijven is onder het kopje ‘Help! Ik schrijf een boek’

 

De Johansons – Carla de Jong

De provincie, 1980

'Annie, hou op met dat kattengejank!' Haar vaders stem drong door het plafond heen alsof het van piepschuim was.

'Het is jazz, pa,' riep ze terug.

'Rotzooi zul je bedoelen.'

Haar vader was muzikaal, maar hun smaken verschilden nogal. Hij zong in het kerkkoor en als hij een frivole bui had draaide hij thuis Willy Alberti.

Annie de Gooyer had van haar eerste zakgeld een elpee van Ella Fitzgerald en Louis Armstrong gekocht en heel af en toe kreeg ze haar vader zo gek om samen een imitatie van die twee te geven. 'I said hello Dolly, this is Louis, Dolly.' Dan moest hij toch al wel wat borreltjes op hebben. Meestal was dat op een zaterdagavond, als Annies oudere broer Jos vertrokken was naar de disco. Annie ging niet uit, liever las ze boeken waarin kosmopolitische types door de straten van Moskou, New York en soms Amsterdam zwierven. Aan het stadje waar zij woonde kleefde niets werelds.

Zo te horen was haar vader vanavond niet in de stemming om te zingen, en dus grabbelde ze haar boek naar zich toe en gleed het leven van Eline Vere binnen. Annie beeldde zich graag in dat ze kwijnend op de divan lag, naar tableaux vivants keek en plechtstatig taalgebruik doorspekte met Franse uitdrukkingen. Ook zou ze best kunnen wennen aan zo'n Haags herenhuis in plaats van het arbeidershuisje van haar ouders waar ze een slaapkamertje van twee bij twee had.

Eline Vere had net haar relatie met Otto verbroken en verkeerde in de zoveelste crisis, toen Annies moeder ineens in de kamer stond. Ze gebaarde naar haar oren.

Annie deed haar koptelefoon af. 'Waarom klop je niet, ma?'

'Ik heb drie kéér geklopt. Weet je wel hoe slecht die herrie voor je oren is?'

'Wat is er?' Haar moeder kwam nooit naar haar kamer.

Haar moeder zette haar handen in haar zij.

'Je vader en ik… we maken ons zorgen om je.' Hm, dit was ongebruikelijk. Haar ouders waren geen zorgelijke mensen. Zeker, toen Annie in de zesde klas van de lagere school de hoogste Cito-score van haar jaar behaalde en nota bene op het gymnasium belandde, hadden ze vreemd opgekeken, maar daar waren ze inmiddels aan gewend, ook omdat zij hen niet vermoeide met verhalen over school of de boeken die ze las. Haar rapporten vol negens en tienen hield ze achter om niet als een nog grotere buitenissigheid te worden beschouwd in hun gezin. Als kind had Annie enige tijd de – weinig originele, moest ze nu toegeven – overtuiging gekoesterd dat ze bij haar geboorte verwisseld was. Het storende detail dat haar moeder thuis was bevallen dwong haar een scenario te bedenken waarin de huisarts een hoofdrol speelde. Hoe hij haar precies had verwisseld, daar wilde ze vanaf zijn. Inmiddels zag ze zelf ook wel hoeveel ze op haar vader leek en was de hoop dat een voornaam gezin haar zou komen opeisen afgebrokkeld.

'Zorgen om mij? Ik ben een voorbeeldig kind.'

Haar moeder kwam naast haar op bed zitten en peuterde een pakje sigaretten tevoorschijn uit haar vestzak.

Meer lezen? 

Vul je gegevens hieronder in en je kunt direct het hele eerste hoofdstuk downloaden.

Kan jij niet wachten om aan het volgende hoofdstuk van De Johansons te beginnen? Doe dan mee aan de winactie op facebook en vertel ons waarom jij het boek wilt winnen.

 

Vier boekentips: Kathy Mathys

Omdat ik over Angelsaksische literatuur schrijf voor de literaire bijlage van de Vlaamse krant De Standaard zijn de meeste boeken die ik lees boeken waarover ik ook een artikel schrijf. Die kan je hier lezen.

Tijdens de vakantie lees ik gewoon voor mijn plezier. Thrillers, non-fictie, literatuur, poëzie, boeken over schrijven: ze kunnen me allemaal bekoren. Tijdens de kerstvakantie schreef ik in het Normandische huis van mijn schoonouders aan mijn roman. Dat gebeurde ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds was het tijd om te lezen.

Boekentips

Eerst las ik Weg (Hoogland & van Klaveren) van onze docent Jowi Schmitz. Young adult, staat er op de kaft maar dat hield mij niet tegen. Indringend verhaal over een meisje dat wegrent uit eigen leven. Spannend, zowel qua verhaal als op zinsniveau. Wie de blog van Jowi volgt, weet dat ze een eigenzinnige stijl heeft, een eigen blik. Hier komt het meisje aan op de Ramblas in Barcelona:

Ze hoorde getjilp, daar stonden de meeste mensen. Het was angstig getjilp, alsof een heleboel vogeltjes tegelijk bijna werden geroosterd. Maar de mensen bij de kraam keken niet naar de vogeltjes. Ze keken naar de plastic bakken op de grond. Er zaten hamsters en konijnen in. Extra pluizige konijnen.

Daarna las ik Winter-IJsland (Querido) van Laura Broekhuysen, literaire non-fictie over Broekhuysens gezinsleven in een verlaten IJslandse fjord. Veel natuur, observaties op de millimeter, weergaloze stijl. In  IJsland ziet april er zo uit:

Het strand is bezaaid met ijsbollen, water en sneeuw die al rollend in de wind bevroren zijn. Onder onze voeten kraakt het wier als plastic zakken. Misschien dat mijn dochter later bij het horen van een plastic zak aan bevroren wier zal denken, bij het breken van glas aan het hollen over de bevroren kustlijn.

Zwijgen (Polis) van Ingrid Vander Veken was het eerste boek dat ik dit jaar las. Op 1 januari was het binnen enkele uren uit. Het is autobiografisch getint proza over de ouders van de schrijfster, hun oorlogsverleden. Ik hield van de sobere, fijnzinnige taal en van het perspectief. Doordat de schrijfster in de jij-vorm schrijft, neemt ze enige afstand van zichzelf. Goede keuze, vond ik. Mooie aforismen ook, zoals deze:

Soms is het geheugen meer dan een verzamelbak van het verleden. Soms is het een glazen bol waarin je de toekomst ziet.

Julia Camerons The Sound of Paper (Penguin Books) las ik in stukjes. Misschien kennen jullie The Artist’s Way, het beroemdste boek  van de Amerikaanse. The Sound of paper is vergelijkbaar. Cameron heeft het over aandacht voor de kleine details, over toevalstreffers, over de innerlijke criticus. Ze laat zien hoe je, ondanks een druk schema, toch tijd kan vinden om te schrijven. Dit vond ik een mooie tip:

When ego is siphoned off creativity, when creativity becomes one more thing we do, like the laundry, then it takes far less time to do it.

Met andere woorden: doe maar gewoon over schrijven, maak er geen te groot spektakel van, wacht niet tot de muze zich aandient. Ook in de wachtkamer van de tandarts kan je schrijven, op de trein, aan de rand van het voetbalveld, terwijl je je zoon of dochter aanmoedigt.

Nog een ding over de foto. Daarop is de cover van Zwijgen niet te zien. Het boek ligt inmiddels namelijk bij mijn moeder. Zij wil het ook graag lezen.

Over de auteur:

Kathy Mathys is schrijfster, literair journaliste en schrijfdocente. Voor de Belgische krant De Standaard schrijft zij over Engelstalige literatuur, voor Bouillon Magazine over eten. Zij zat in de jury van de AKO Literatuurprijs, de Gouden Uil en de ANV Debutantenprijs. Aan de Hogeschool Amsterdam volgde zij de opleiding tot docent creatief schrijven. Haar eerste boek ‘Smaak. Een bitterzoete verkenning’ (De Bezige Bij) verscheen in 2015. Momenteel werkt zij aan een roman die in 2018 zal verschijnen.

 

 

Crime passionel – Stefan Popa

Ik heb mijn eerste groep bijna afgemaakt. Natuurlijk niet letterlijk en zo wel, dan was het een crime passionel. Nee hoor. Of nou ja: wel hoor, van dat laatste dan, maar dat eerste is simpelweg omslachtig geformuleerd. Eigenlijk houden we niet van omslachtige formuleringen. We moeten scherp zijn.

Meestentijds zijn we dat gelukkig ook. Mijn studenten leven nog en dat niet alleen, ze leven voor het schrijven. Stuk voor stuk zijn zij betere schrijvers geworden in het halfjaar dat we samenkomen in het Literatuurhuis in Utrecht. Ik vind dat fascinerend om mee te maken. Hun voortgang is in eerste instantie aan de studenten zelf te danken. Ik ben wat dat betreft onschuldig. Schrijven leer je namelijk door veel te schrijven. En dat deden ze, dat doen ze en dat zullen ze hopelijk nog lang blijven doen.

Je moet niet willen schrijven, je moet schrijven, elke dag weer.

Zo doe ik dat ook al jaren. Inmiddels is mijn derde roman een week of wat jong en kan ik terugkijken op mijn schrijfproces. De verovering van Vlaanderen is beter dan A27 en A27 was beter dan Verdwenen grenzen. Ik zie dat ik scherper, origineler ben geworden. Gelukkig maar. Maar om te zeggen dat ik tevreden ben? Dat nooit. Heel veel langer wil ik er echter niet over nadenken. Daar houd ik niet van. Ik ben iemand die altijd maar door wilt, soms (lees: vaak) ten koste van het geluk dat een moment stilstaan kan opleveren. Ik hoef niet per se gelukkig te zijn. Ik wil schrijven, scheppen, doen. Het punt dat ik probeer te maken: ik houd van komma’s. Blijven schrijven, doorgaan.

De studenten uit mijn eerste groep zijn ook nooit tevreden met hun verhalen. Dat hoort zo. Wie het perfecte verhaal heeft geschreven, hoeft nooit meer aan een nieuw verhaal te beginnen. En dat is zelfs het perfecte verhaal niet waard. Sorry, lezers, daar is schrijven veel te leuk voor.

Dus schrijf, kameraden, schrijf en streef naar bijna-perfectie.

Dan doe ik met jullie mee.

Over de auteur:

Stefan Popa is auteur van Verdwenen grenzen, A27 en De verovering van Vlaanderen. Daarnaast is hij freelance journalist / kopijschrijver en echt een super leuke schrijfdocent. Twitter: @SCPopa

 

stefan-popa-schrijversacademie

Geen kind meer – Esther Boek

Al van jongs af aan was ik met woorden bezig.

Alles wat ik in mijn hoofd had en niet kon ordenen schreef ik op. Veel meisjes van mijn leeftijd schreven dagboeken vol. Gaven dit gebonden papier zelfs namen en vertrouwden op die manier hun woorden toe aan ‘Lieve Eva’, ‘Lieve Anna’ of gewoon ‘Lief dagboek’ voor degene met minder fantasie of meer realistisch vermogen. Ook ik heb pogingen ondernomen maar had niet de lust, of de discipline, om dit langer dan een dag of drie vol te houden. Daarom werden mijn hersenspinsels gedichten.

Uitgeven, daar dacht ik niet aan. Ik typte ze op een blanco vel papier, met gaatjes in de zijkant, en deed ze vervolgens in een speciaal voor dit doel uitgekozen multomap. Als ik een foutje maakte moest het hele werk opnieuw. Want gewoon op een knopje drukken waardoor elke verkeerde letter verdwijnt in het eeuwige niets, dat had je niet met een typemachine. En als de inkt halverwege op was, waardoor de letters vager werden, was het niet nieuwe inkt en opnieuw printen. Nee, dan moest ik van voor af aan beginnen. Toch werkte dit ook en zo ontstond mijn eigen gedichtenbundel. Gewoon de voorloper van uitgeven in eigen beheer met maar één exemplaar als uitgave.

Wel heb ik eenmalig een poging gewaagd om een gedicht leesbaar voor het grote publiek te krijgen.

In de vijfde klas, de huidige groep zeven, moesten we als opstel een gedicht schrijven. Het leverde mij een tien op en veel lof van de meester. Dus trok ik de stoute schoenen aan en stuurde mijn woorden op rijm op naar de kinderpagina van het plaatselijke parochieblaadje. Vol trots las ik in de eerstvolgende uitgave mijn gedicht, maar allengs maakte deze trots plaats voor verontwaardiging toen ik het daaronder geschreven commentaar las: ‘Dat dit gedicht door de elfjarige Esther zelf geschreven is geloven we niet, maar we vonden het zo mooi dat we het toch hebben geplaatst’.

Ik besloot verder te schrijven aan de vulling van mijn multomap maar hield mijn werk weer helemaal voor mezelf.

Ik werd ouder en paarden en vriendinnen werden belangrijker in mijn leven. Schrijven verdween op de achtergrond maar de woorden bleven. Nu vooral geschreven door anderen en ik verslond menig boek. Wel was ik de schrik op elke sinterklaasavond, want als ik jouw lootje getrokken had kreeg je geen rijmpje bij je surprise maar een epistel.De jaren gingen in elkaar over en de woorden groeiden met mijn leeftijd mee. Het zelf schrijven verdween naar een plekje in mijn hoofd en werd iets waar ik ooit nog wat mee wilde doen. Zelf een boek uitgeven was nog steeds niet iets dat echt op mijn bucket list stond. Maar wat ik er dan wel mee wilde moest nog door mij uitgevonden worden.

En toen kwam het jaar 2013

Inmiddels was ik allang dat elfjarige meisje uit het parochieblaadje niet meer en waren twee van mijn drie kinderen die leeftijd inmiddels ook al ruimschoots ontstegen. De dagen van mijn leven regen zich aaneen als een redelijk volmaakt snoer. Sommige kralen waren prachtig terwijl andere best lelijk waren en die, als ik had mogen kiezen, ook geen onderdeel van mijn ketting zouden zijn geweest. Maar ik was niet ontevreden met het exemplaar. Tot het moment dat mijn levensketting brak. De kralen vielen op de grond. De eerste twee weken liet ik ze liggen. Was niet in staat ze op te rapen. Daarna vond ik weer wat kracht en besloot opnieuw te gaan rijgen. Ik moest zoeken, op de moeilijkste plekken, naar mijn verloren kralen. Er zat niets anders op dan te gaan rijgen met wat ik teruggevonden had. Sommige kralen vond ik echter nooit meer. Ook kwamen er in de loop der tijd exemplaren bij die ik voorheen niet gezien had, waar ik aan voorbij gelopen was. Mijn levensketting kreeg een nieuwe vorm, werd nooit meer dezelfde ketting. Daar kon ik om rouwen of daar kon ik mee dealen. Ik koos voor een vorm van die twee. Ik liet de zwarte kralen niet liggen maar ging doelbewust op zoek naar gekleurde exemplaren.

Om tijdens het rijgen van mijn nieuwe levensketting verankert te blijven, greep ik terug op wat ik als kind al deed. Ik schreef mijn gedachtes, gevoelens en gebeurtenissen op. Zo was ik in staat om elke kraal die ik vond op de juiste plek te rijgen. In de weken, maanden, jaren daarna, werd mijn rijgen zwaar op de proef gesteld. Soms moest ik andere kralen zoeken. Maar even zo vaak moest ik kralen van mijn ketting halen en opnieuw gaan rijgen. De aantekeningen werden toch eindelijk dat dagboek. Al was ik nog steeds zo’n realist om dat schriftje geen naam te geven. Het dagboek werd een boek. Een wraakboek, vol boze woorden en haatdragende zinnen. Ik las het boek en ik herkende mijn geschiedenis. Maar mezelf vond ik er niet in terug. Ik las over een vrouw die aan het overleven was, haar gezin koste was kost overeind wilde houden, gerechtigheid probeerde te krijgen. Maar die ook, in die strijd, zichzelf dreigde te verliezen. Dat wilde ik niet. Dat gunde ik ook de daders van de gebroken ketting niet. Ik besloot het wraakboek te gaan herschrijven. Om uiteindelijk een boek te schrijven over onrecht, schuld en schaamte. Maar bovenal een boek over de liefde van een moeder voor haar zoon.

Ik schreef me in bij de Schrijversacademie waar ik in september 2014 begon aan mijn basismodules. Daan Remmerts de Vries werd mijn leermeester. Nadat hij me de fijne kneepjes van het schrijversvak had bijgebracht ging ik me specialiseren bij Carla de Jong. Mijn wraakboek kreeg steeds meer vorm en werd langzaam maar zeker minder boze woorden en meer een psychologische thriller. Op advies van Carla ging ik met haar mee naar Amsterdam. Uiteindelijk werd mijn manuscript aangeboden bij een uitgeverij van Singel uitgeverijen. Het werk waar ik zo trots op was, en waarbij ik voor de volle honderd procent achter de vorm stond, werd niet geheel goedgekeurd door de betreffende redacteur. Hij vond het niet literair genoeg voor een roman en niet slachtoffer genoeg voor een non-fictieboek omdat ik niet alleen mijn verhaal had belicht, maar ook de kant van degene die mijn ketting gebroken hadden. De vorm die het manuscript nu had zou voor geen enkele redacteur aantrekkelijk zijn om uit te geven, was zelfs een opmerking in mijn leesrapport. Maar beide voorgestelde vormen wilde ik juist niet schrijven. Dus stond ik voor een groot dilemma. Besloot ik de vorm te veranderen om mijn werk uitgegeven te krijgen, iets wat inmiddels wel hoog op mijn bucket list stond, of bleef ik trouw aan mezelf en dat waarin ik geloofde?

Ik besloot het laatste en stuurde mijn manuscript op naar een paar andere uitgeverijen. Tot mijn grote verbazing kreeg ik van drie redacteuren terug dat zij interesse hadden in mijn manuscript. Uiteindelijk ging ik op gesprek bij de uitgeverij die bij het bezoek aan hun website voor mij al heel goed voelde, De Crime Compagnie. Hun ontvangst was als een warm bad en hun enthousiasme over dat wat uit mijn hersenpan ontsproten was, werkte aanstekelijk en voelde als een enorme eer. Al tijdens dat gesprek besloten we samen in zee te gaan en zal 1 maart 2017 mijn debuut Geen kind meer in de boekhandel liggen.

Maar waar gaat Geen kind meer nu eigenlijk over?

Wat is het verhaal achter mijn ketting?
Het is voorjaarsvakantie als de 19-jarige Max door een grote politiemacht van zijn bed wordt gelicht. Hij wordt verdacht van verkrachting van een tienermeisje, Charlotte. Anna, zijn moeder gelooft in de onschuld van haar zoon en strijdt als een tijger aan zijn zijde voor gerechtigheid. Dat dit een zware opgave is wordt nog duidelijker als ook een tweede meisje, Destiny, met een aangifte van verkrachting tegen Max komt.

Anna wordt geconfronteerd met leugens, geweld en corruptie en moet alle zeilen bijzetten om zichzelf, maar bovenal haar gezin, op de been te houden, terwijl zij ondertussen haar kind dreigt te verliezen.

In het boek volgen we de levens van Max, Anna’s andere twee kinderen en haar man. Maar ook volgen we de levens van Charlotte en Destiny, hun vrienden en vriendinnen en de gezinnen waartoe ze behoren. Wat bewoog deze meisjes om aangifte te doen? Dit verhaal beslaat het schemergebied van de adolescentie, waarin het verwarrend kan zijn wat mag en wat niet. Zijn tieners kinderen of zijn het volwassenen? En wanneer realiseren ze zich de gevolgen van wat ze doen?

Ik ben Anna, Max is mijn zoon. Hij werd veroordeeld tot anderhalf jaar cel om een jaar later, in hoger beroep, vrijgesproken te worden. De verkrachtingen hebben nooit plaatsgevonden. Ze bestonden slechts in meisjeshoofden, geroepen uit teleurstelling, om onder verantwoording uit te komen, om aandacht te genereren. Maar eenmaal uitgesproken tegen ouders, was er geen weg meer terug. Konden ze niet anders dan blijven volharden in hun leugens, die al snel een waarheid werden waar zijzelf in gingen geloven?

Leugens met misdadige gevolgen voor mijn gezin.

Hoewel dit een verhaal is over groot onrecht, gaat het hier niet louter over onmacht, verdriet en woede. Het gaat vooral over de kracht van onvoorwaardelijke liefde. Een boek over de strijd om gerechtigheid.

Bekijk op facebook, ook is mijn boek al te bestellen bij alle boekhandels. Onder andere bij de bruna en ako.

Ondanks dat Geen kind meer een boek is dat ik nooit had willen schrijven ben ik trots en dankbaar dat het toch een publicatie zal worden.

Over de auteur

Ik ben Esther Boek, geboren in 1967 in het Brabantse land en uiteindelijk de liefde achternagegaan in de Betuwe. Schrijven is voor mij communiceren, verbinden, troosten, ordenen. Het lezen van boeken geeft me een inkijkje in werelden waar ik nooit zal komen, laat me dingen beleven die ik nooit heb beleefd. Ik kan me dan ook geen leven zonder woorden voorstellen. Taal maakt ons als mens uniek en onderscheidt ons van alles wat leeft. Taal kan barrières opwerpen maar ook muren neerhalen. Taal is een kracht, kan een wapen zijn maar ook een heelmeester. Ik hoop dat dat mijn geschreven woorden mensen herkenning zal geven, troost, ontspanning en een korte vlucht uit het jachtige leven.

esther-boek

Ivo van der Steen – student aan de Schrijversacademie over zijn eerste boek

September 2010

Het was de oudste zoon van Jeroen en Jessica aan wie ik een belofte maakte. Raphael was namelijk boos en opstandig omdat hij niet mee op reis mocht naar Afghanistan. Hij wilde natuurlijk ook kunnen  zien, ruiken en voelen waar zijn vader de laatste dagen van zijn leven had doorgebracht.

Staand in het trappengat naar de eerste verdieping uit hij zijn frustraties tot mij vanaf de vierde trede. Ik vertel het dapper van hem te vinden dat hij mee op reis durft te gaan. Maar tegelijkertijd benadruk ik zijn prille leeftijd van 9-jaar. Men moest achttien jaar oud zijn om deel te mogen nemen aan de Nabestaande reis welke door Defensie in het geheim werd voorbereid. Ik beloofde hem om tijdens de reis een zo compleet mogelijk verslag bij te houden, en foto’s zal maken van legervoertuigen. Raphael had hier uiteindelijk vrede mee.

Bij thuiskomst had ik buiten de vele foto’s om, korte verslagen en aantekeningen. Op deze wijze kon ik het natuurlijk niet overhandigen aan een negenjarig kind. Daarom ben ik het voor hem, en zijn broertje Benjamin, op papier gaan uitschrijven, in de vorm van een persoonlijke brief. Tijdens het opschrijven van de eerste zin veranderde ik van gedachten en besloot om te vertellen vanaf het moment waarop ik dat ene telefoontje van Jessica kreeg, die ene zondag op 18 april. Benjamin was 11-maanden oud toen Jeroen op een bermbom reed. Hij zal zijn vader moeten leren kennen door de verhalen uit zijn omgeving.

Na ongeveer 2,5 jaar stond mijn verhaal op verschillende kladblokken. Ik heb er bewust voor gekozen om eerst alles met pen op papier uit te schrijven. Zo kon ik tijdens het opschrijven van een woord over de volgende zin nadenken. Bij het gelijk gebruikmaken van een moederbord zal de zoektocht van waar precies de juiste letter zit, mijn creatieve brein niet ten goede komen. Een andere optie was misschien geweest om eerst een cursus blind leren typen te volgen.

September 2013

Op de maandag eet ik standaard bij mijn ouders thuis, zo ook mijn broer en zijn gezin. Een gezonde start van de week zeg maar. Vanuit deze hoek kwam dan ook de vraag :

“Iv, moet hier geen kaft omheen ?”

Enthousiast verliet mijn vader de eettafel en nam met de i-pad plaats op de bank. Met de i-pad op  schoot zei hij : “let op ! “

Om vertraging in zijn optreden en handelen te voorkomen, riepen we, deze keer ongevraagd, in koor hoe precies zijn i-pad aan moet.

Zo bracht mijn vader mij in contact met de Schrijversacademie. Ik kreeg de uitdaging, of misschien beter gezegd, de opdracht om mij ter plekke in te schrijven. En zo geschiedde, ik schreef me in voor scenarioschrijver .

De eerste les

Paar weken later liep ik door een enorme hal van een grachtenpand, ergens op de Herengracht. Reuze benieuwd in wat voor een wereld ik was binnengestapt, maar vooral ook, wat voor type medemens zal ik gaan ontmoeten. Na het openen van de 2e deur kwam ik oog in oog te staan met een brok aan bruisende energie, die zich zelf voorstelde als Caroline. Ik werd vriendelijk welkom geheten, kreeg de keuze om te gaan zitten, hoewel, mocht ik liever blijven staan dan was dat natuurlijk ook goed. Verder kreeg ik te horen dat er nog enkele studenten onderweg waren, ook zaten er al een paar aan de grote tafel. Ondertussen wees ze naar de kapstok, en voegde toe dat ik mijn jas ook over de stoel bij de tafel kon hangen. Op die zelfde tafel staat tevens ook thee en koffie klaar. En, niet geheel onbelangrijk, een koekblik. Ik mocht gelijk al een koekje pakken.

Ik wachtte geduldig het moment af waarop ze toch echt een keer opnieuw naar lucht moest happen, en greep mijn kans op het juiste moment. Snel stelde ik mij voor, en liet haar weten even te willen gaan zitten. Met of zonder koek. Een spontaner ontvangst had ik mij niet durven wensen, ik was blij verrast.

Tijdens de eerste les viel het mij op hoe persoonlijk het contact onderling wordt. Ik bedoel, je kent elkaar niet en vervolgens krijg je een opdracht om met je team een verhaal van niet langer dan vijf minuten te verzinnen. Een verhaal dat gaat over een vriendschap tussen een theelepeltje, een Antilliaan en een vaas dat in het museum staat. Het leuke hieraan is dat je wordt uitgedaagd om in een keer vol met je fantasie aan de slag te gaan en het vervolgens uit je pen te laten vloeien zodat andere het kunnen lezen en je persoonlijk van feedback voorzien.

Godfather

Persoonlijk ben niet echt het type mens dat eens rustig gaat zitten om een boek te lezen. Namen van bekende schrijvers kunnen voor mij net zo goed je buren thuis zijn. Zo heb ik in het verleden op een bijeenkomst, verzorgt door De Schrijversacademie, een man bij binnenkomst de hand geschud in de veronderstelling dat hij een student was uit een andere klas. Later werd ik opnieuw aan hem voorgesteld als de Godfather van het schrijven van Bekende thrillers.

Maar ook als er onderling tijdens de pauze op school over een bepaald persoon of boek werd gesproken, dan was voor mij het moment aangebroken om voor een ieder koffie in te schenken. Zodoende deed ik iets nuttigs, en leerde ik ondertussen een hoop bij over een bepaald onderwerp. En dat scheelde mij dan weer lezen.

Vroeger was ik altijd buiten met mijn voetbal, ook als het regende. Want als je door de regen naar school kan, dan kan je natuurlijk ook in de regen buitenspelen. De boekverslagen die ik door de jaren heen op school heb moeten inleveren waren een kopie van de flaptekst, maar dan op creatieve wijze eigen gemaakt.

Tijdens de eerste periode kreeg ik les van Jowi. Op haar advies, en dat van mijn klasgenootjes heb ik gekozen voor Romans & Korte verhalen. Zo maakte ik kennis met Kathy en haar groep. Tussen ons huiswerk door zat ik achter de computer mijn verhaal verder uit te werken. De kennis welke ik op school had opgedaan paste ik toe tijdens het schrijfproces.

In de les bij Jowi heb ik Trudy Admiraal leren kennen. Zij heeft mijn teksten voor de eerste keer geredigeerd. Tot op de dag van vandaag heb ik nog steeds goed contact met haar. Samen met nog twee oud klasgenootjes was ze naar mijn boekpresentatie gekomen. Dit heb ik enorm gewaardeerd.

Op vrijdag 7 oktober was het dan zo ver

De dag was aangebroken waarop ik het eerste exemplaar aan de Jessica en de kinderen kon overhandigen. Een bijzonder moment, dat ook de media niet was ontgaan. Zo stond op donderdag 6 oktober om 10:00 een journalist van de Telegraaf op de stoep. Een kwartiertje later de fotograaf over de vloer. Om half twaalf verlieten ze mijn huis. Vervolgens werd ik gebeld door t.v programma WNL, wakker Nederland. En zo zat ik om 15:00 aan de koffie met een journalist met camera. Toen zij om half vijf weer vertrok had ik nog een half uur om me gereed te maken voor een interview van SBS 6. Hart van Nederland kwam filmopnames maken bij de begraafplaats van Purmerend, en later ook thuis bij het gezin van Jeroen. Toen ik later die avond thuis op de bank neerplofte had ik wel even zoiets van : “Best druk dagje geweest…”

Maar buiten alle gekte om. Het is nooit mijn intentie geweest om een boek te gaan schrijven. De persoonlijke brief heeft een kaft gekregen. Met toestemming van de familie.

Maar het blijft een verhaal dat eigenlijk nooit verteld had hoeven te worden…..

Over de Auteur

Ivo van der Steen brengt een boek uit over het leven van zijn beste vriend en het grote gemis bij de thuisblijvers. Bestel het boek hier volg de facebook pagina.

attachment-1

Klik hieronder om het verhaal van Ivo te delen via Facebook, Twitter, etc…