Van gruwelijke nachtmerrie naar prachtig boek – door Silvie Kamphuis

Het is bijna een jaar geleden dat mijn blik viel op een oproep op Facebook van Nikki Lee Janssen. Ze schreef dat haar naaktfoto’s en -video’s waren gestolen door een hacker. Deze onbekende probeerde haar te chanteren, om vervolgens zijn dreigementen kracht bij te zetten door alvast een pikant filmpje op Dumpert en Facebook te publiceren. Haar leven stond op zijn kop, maar Nikki wilde allesbehalve een slachtoffer zijn. Ze bond de strijd aan tegen de hacker, Dumpert, die haar privé-filmpje zomaar online had gezet, de politie, die haar maar niet serieus leek te nemen en ze wilde een boek schrijven. Een handboek voor iedereen die te maken krijgt met online shaming en kan leren van haar afschuwelijke ervaring. Zelf was ze alles behalve een schrijver, dus ze zocht iemand die haar verhaal kon verwoorden.

In de klappers las ik de e-mails van de hacker, de afschuwelijke commentaren van de reaguurders op Dumpert, de brieven van advocaten en de verbaasde reacties van vrienden en familie die haar naakt waren tegengekomen op internet.

Ik stuurde haar een bericht dat ik haar graag wilde helpen met links naar mijn blog antisleur en mijn portfolio en tot mijn grote blijdschap was ze meteen enthousiast. Ik voelde me enorm vereerd,  want er hadden tientallen schrijvers op haar oproep gereageerd. We spraken af in een restaurant in Zaandam en het wederzijdse vertrouwen was er meteen. Ik kreeg alvast twee klappers met informatie en een paar dagen later bevestigden we onze afspraken formeel. Ik ging meteen aan de slag. In de klappers las ik de e-mails van de hacker, de afschuwelijke commentaren van de reaguurders op Dumpert, de brieven van advocaten en de verbaasde reacties van vrienden en familie die haar naakt waren tegengekomen op internet. In mijn hoofd vormden zich de contouren van het verhaal en ik bereidde me voor op een serie interviews via Skype.

Ontelbaar veel vragen heb ik Nikki gesteld en zelfs de onmogelijke vraag ‘Mag ik de foto’s zien?’ bleek niet te gek.

Nikki bleek enorm openhartig en enthousiast, wat voor mij als schrijver een enorme luxe was. Iedere dag dook ik in haar belevingswereld, wat telkens weer nieuwe vragen opriep:

Hoe heb je je vriend Joost leren kennen?
Wat was de eerste keer dat je pikante foto’s naar hem stuurde?
Hoe voelde je je daarbij?
Waarom was het belangrijk voor jullie relatie?
Hoe is je relatie met je ouders?
Hoe reageerden ze toen ze erachter kwamen?
Beschrijf je eerste werkdag na de hack en de publicatie op Dumpert?

Ontelbaar veel vragen heb ik Nikki gesteld en zelfs de onmogelijke vraag ‘Mag ik de foto’s zien?’ bleek niet te gek. Ik wilde de momenten beschrijven dat ze de foto’s maakte en hoe kon ik dat doen zonder te weten wat er op die foto’s stond? Nikki deelde alles zonder terughoudendheid en dat vertrouwen heeft ervoor gezorgd dat ik heel dicht op de huid van Nikki heb kunnen schrijven. Veel ‘show’ en weinig ‘tell’. Mensen vertellen me dat het verhaal spannend en meeslepend is en dat je het niet weg kan leggen. Als je het leest, ben je Nikki en dat was precies de bedoeling.

Ik zag waar het verhaal beter kon worden, ware het fictie geweest, maar ik moest mijn fantasie koest houden.

Ik gebruikte het manuscript ‘Niet van iedereen’ ook voor mijn lessen bij mijn specialisatie Romans & korte verhalen aan De Schrijversacademie en kwam daarbij ook vaak een beetje in de knoop. Het was geen fictie, het was waargebeurd, dus ik was gebonden aan de werkelijkheid. Voor de spanning in het verhaal was het bijvoorbeeld misschien goed geweest als het gevecht tegen online shaming voor grote relatieproblemen had gezorgd, maar zo was het niet. Om clichés te voorkomen was het misschien goed geweest als de directeur van Dumpert geheel onverwacht een keurig nette vrouw in een mantelpakje was en om het verhaal rond te maken was het misschien goed geweest dat aan het einde van het verhaal de hacker werd gepakt. Maar dat is allemaal niet gebeurd, dus soms was dat frustrerend als schrijver. Ik zag waar het verhaal beter kon worden, ware het fictie geweest, maar ik moest mijn fantasie koest houden. Mijn mede-schrijvers bij De Schrijversacademie en docent Jowi Schmitz hebben me enorm geholpen om ook binnen deze beperkingen een sterk verhaal neer te zetten en daarnaast me ervan overtuigd dat ik naast mijn werk als biograaf en ghostwriter ook fictie moet schrijven.

Ik mocht samen met Nikki, Gertie Vos, vormgever en fotograaf en Uitgeverij Palmslag van een gruwelijke nachtmerrie een prachtig boek maken. Ik ken maar weinig dingen die meer positieve energie geven en ik hoop dat ik in de toekomst nog heel veel bijzondere verhalen voor mensen op papier mag zetten.

‘Niet van iedereen’ is nu te koop bij Uitgeverij Palmslag.

Terugblik op de laatste studiedag – door Nicole Ramsaran

Even voorstellen

Hallo allemaal, mijn naam is Nicole Ramsaran en ik ben oud-student (specialisatie Romans en korte verhalen). In mijn vrije tijd blog ik onder de naam Soferet, schrijf ik korte verhalen en recenseer ik voor Business and Bubbles. Met vier studiedagen achter de kiezen heb ik mijzelf de titel “ambassadeur Schrijversacademie” cadeau gedaan.

Net dat beetje extra

Naast de lessen en het huiswerk volg je bij de Schrijversacademie ook een verplichte studiedag. Bij het woord verplicht denk ik zelf aan zo’n dag, waarop je braaf rechtop moet zitten en naar ellenlange verhalen van een niet inspirerende, stoffige docent moet luisteren. Zo eentje met van die standaard grapjes die hij bij elke nieuwe groep weer uit de kast trekt en waarom hijzelf (vaak als enige) smakelijk moet lachen.

Heb jij dit beeld ook bij “verplicht”? Dan zal de studiedag van de Schrijversacademie je referentiekader flink opschudden. Deze dag zorgt voor net dat beetje extra bij je opleiding.

Hoe ziet de studiedag eruit?

Op 2 juni jl. heet het team van de Schrijversacademie ons welkom bij de Tolhuistuin te Amsterdam. Vanuit het centraal station heel makkelijk te bereiken met het pontje. Dit keer interviewt onze Manon Duintjer de lifestylejournalist, beautyblogger en auteur Karin Kuipers en auteur van reisverhalen Carolijn Visser.

Naast de interviews mag je kiezen uit een tweetal masterclasses. Heb je last van keuzestress, dan kan dit nog wel een issue zijn. Maar wat je ook kiest je krijgt gegarandeerd handige tips en inzichten.

Het liefst wil ik, net als Hermione uit Harry Potter, magie gebruiken om alle masterclasses bij te wonen. Helaas is dat alleen mogelijk in mijn lezende dubbelleven en kies ik dit keer voor Thille Dop en Harold de Croon.

Maarten Carbo – de Boekenfluisteraar

Tijdens de lunch en tussen de masterclasses door is er gelegenheid om met Maarten Carbo te sparren over je boek. Waar loop je tegenaan? Waar knelt het en hoe los je het op? Maarten werkte als redacteur en uitgever voor verschillende uitgeverijen en is de Boekenfluisteraar. Loop je vast? Maarten trekt je vlot.

Interview Karin Kuijpers – Super Olcay

Karin Kuijpers is een echte selfmade woman. Ze pionierde als lifestylejournalist, schrijft beautyblogs en heeft nu Super Olcay geschreven. Wat een rauwe biografie moest worden, resulteerde in een  inspirerend boek vol wijze lessen om de top te bereiken. Met humor vertelt Karin over de route die zij bewandeld heeft om op dit punt in haar leven te komen, hoe het schrijven van Super Olcay in zijn werk is gegaan en tipt ons over wat helpt wanneer je vastloopt in het schrijfproces: loslaten. Zelf doet zij dit door te wandelen. Wat ik heb meegenomen uit haar verhaal: Met een open mind beleef je meer.

Thille Dop – Wat verwacht een kinderboekenuitgever?

Als je het hebt over passie voor je vak dan ben je bij Thille aan het juiste adres. Met een wereld aan ervaring in de kinderboekenbranche en een diverse smaak in genres weet zij een geheel eigen weg te bewandelen in de uitgeverswereld. Thille benadrukt het belang van lezen. Dat wat je leuk vindt geef je door aan je kinderen, daardoor blijven klassiekers, zoals bijvoorbeeld Annie M.G. Schmidt, het nog steeds goed doen. Ze neemt ons mee in de wereld van de kinderboekenuitgever. Waar moet je op letten en wat moet je vooral niet doen. Wat je vooral wel moet doen is bij jezelf blijven en bij wat je kent. Alsof al deze energie en kennis nog niet genoeg is verloot Thille een aantal boeken onder de collega-studenten. Blij als een kind en mét een nieuw boek onder mijn arm is het al weer tijd voor het volgende onderdeel.

Harold de Croon – Redactie voor auteurs

Luisterend naar Harold de Croon besef ik hoe belangrijk een goede redactie voor je verhaal is. Harold grapt dat de redacteur altijd gelijk heeft. De schrijver blijft echter de baas van het verhaal. Als redacteur is hij de aangewezen sparringpartner, die je bewust maakt van je verhaal en de personages. Aan de hand van een analyse van een moordmysterie van Agatha Christie wordt het al gauw duidelijk dat elk personage een geschiedenis heeft, waardoor je begrijpt waarom ze doen wat ze doen. Dat die geschiedenis dan meteen ook zorgt voor een motief is mooi meegenomen en bouwt spanning op. Via zeven regels laat hij zien hoe je een goed verhaal schrijft en stuurt hij ons de wereld weer in met een bonusregel: Fuck de regels.

Interview Carolijn Visser

Met meer dan 22 titels op haar naam kunnen we gerust zeggen dat Carolijn een oude rot in het vak is. Via haar boeken neemt ze ons mee op de vele reizen die ze heeft gemaakt en leert ze ons de mensen kennen die ze heeft ontmoet en die haar inspireren.

Carolijn vertelt ons hoe haar nieuwste boek Selma tot stand is gekomen. De bijzondere ontmoeting met de kinderen van de hoofdpersoon en haar connectie met het China ten tijde van de culturele revolutie. Een spervuur aan vragen uit het publiek wordt op haar afgevuurd en ook nadat het interview is afgelopen blijven nog velen van ons hangen om nog meer te weten te komen over Carolijn en haar avonturen. Met mijn nieuw gesigneerde exemplaar van Selma veilig in mijn tas geborgen is deze dag alweer bijna om.

Borrel

Na zo’n interactieve dag kun je natuurlijk niet direct naar huis. Eerst even bijkomen met een hapje en drankje. Van een afstand bekijk ik mijn medestudenten en luister ik naar de verhalen en ervaringen van deze dag. Kaartjes worden uitgewisseld en nieuwe boeken gepromoot. Want ook dat is de Schrijversacademie. Niet alleen aspirant schrijvers gaan op les, ook debutanten en gevestigde auteurs spijkeren hun kennis bij. Op de succesvolle afdronk van weer een geslaagd evenement proosten we met een goed glas wijn en een bitterbal.

Terug op het pontje naar het station kijk ik uit over het water en uit naar mijn lustrum. Op 22 september vier ik mijn vijfde studiedag. Vier je mee?

Geen student van de Schrijversacademie? Geen probleem, je bent van harte welkom.

Groetjes,

Nicole Ramsaran (Soferet)

Van droom naar werkelijkheid – door John Winkel

Je hebt een misdaad en die moet worden opgelost. Klaar is Kees.

In 2012 besloot ik een boek te gaan schrijven. Ik had alleen geen idee wat voor boek. Een roman, korte verhalen of misschien een kinderboek? Een thriller leek me wel iets. Als beginnend schrijver moest zoiets makkelijk te doen zijn. Je hebt een misdaad en die moet worden opgelost. En dat doe je stap voor stap. Klaar is Kees.

Voor inspiratie voor mijn verhaal zocht ik op internet naar allerlei misdaden. Zinloos. Het duizelde me aan mogelijkheden en ik kwam niets tegen wat me tot de verbeelding sprak. Ik besloot te beginnen met het beschrijven van een misdaad en dan zou ik later wel zien waarom die misdaad werd gepleegd. Dat hielp.

Tijdens het schrijven leek het alsof er zich een luikje van creativiteit opende. Ik zag ineens een heel verhaal voor me opdoemen. Niet één verhaal, maar een heleboel zelfs. Allemaal verschillende verhaallijnen. Heerlijk!

Wie het eerst wie het eerst maalt. Of toch niet…

Ik schreef, schreef en schreef. Er kwam geen eind aan. Op een gegeven moment was ik klaar en had ik omgerekend een boek van zo’n 560 gedrukte pagina’s. Wat was ik trots. Ik had een thriller geschreven die zo goed was dat het me sterk leek als dat niet zou worden uitgegeven. Mijn droom zou binnenkort uitkomen. Alle Nederlandse en Belgische thrilleruitgevers stuurde ik mijn manuscript met de gedachte wie het eerst komt wie het eerst maalt. Ik kreeg alles weer retour. Ze vonden het niet goed. Mijn wereld stortte in.

Door navraag kreeg ik inzicht in het waarom. Teveel details, teveel verhaallijnen, teveel woorden enzovoorts. Schrijven bleek een vak dat geleerd moest worden.

Ik leerde dat een thriller aan strenge regels moet voldoen

Ik besloot naar de Schrijversacademie te gaan. Dat bleek een uitstekende keuze te zijn. Ik trof daar goede en betrokken docenten aan en hele fijne en kritische medecursisten. Van hen heb ik veel geleerd. Onder andere leren schrappen. Dat was namelijk hard nodig. Ik leerde ook dat een thriller aan strenge regels moet voldoen.

Uiteindelijk had ik een manuscript in handen waarvan ik dacht dat het de moeite waard was. Ik heb het opnieuw naar de uitgeverijen gestuurd. Nu met een aanzienlijk bescheidener instelling. Er wordt zoveel aan de uitgeverijen aangeboden dat je van geluk mag spreken als je er wordt uitgepikt. Dat geluk had ik.

Uitgeverij LetterRijn, onder andere gespecialiseerd in thrillers, nodigde me uit voor een gesprek. In maart 2018 is mijn thriller Ziva gelanceerd en heeft sindsdien goede tot zeer goede recensies gekregen.

Hiervoor dank ik de Schrijversacademie, mijn docenten Daan Remmerts de Vries en Carla de Jong en uiteraard ook mijn medestudenten.

John Winkel – oud student Schrijversacademie

Het boek Ziva is te bestellen bij de plaatselijke boekhandel en online.

 

 

De Titanic blijft drijven en Hetty blijft schrijven (8) door Hetty Kleinloog

Ik heb een irritante karaktertrek. Voor mijn omgeving lastig om mee om te gaan, maar ik ben ermee geboren en ik ben bang dat er niet veel meer aan te doen is. Ik zou ervoor in therapie kunnen gaan of misschien dat een barre survivaltocht in Noorwegen nog wat doet, maar ik vrees dat mijn afwijking behoorlijk hardnekkig is.
Wat is nou die eigenschap? Laat ik er maar mee voor de dag komen: ik ben een aartsoptimist.
Als ik naar de Titanic kijk denk ik dat hij dit keer best wel eens zou kunnen blijven drijven. Tegen het eind van een Shakespeare drama ga ik ervan uit dat het podium dit keer niet bezaaid zal liggen met lijken. Ik loop nooit met een paraplu.

Morsen met de tijd

Dankzij ditzelfde optimisme ben ik aan het schrijven van Volle bloei begonnen. Debuteren op je 6oe, waarom niet? Ik zit vol plannen en ideeën, heb verhalen te vertellen en ik geloof dat er altijd een toekomst is, waarin dromen verwezenlijkt kunnen worden.

“Als je 18 bent wil je niet dood, als je 92 ben ook niet,” zei mijn vader en hij verheugde zich op de volgende dag.
Veel boeken over ouderen gaan over het leven dat achter hen ligt. In retrospectief gaan ze terug naar hun kindertijd en aan het eind van het boek wordt de balans van hun leven opgemaakt.
Ik had de behoefte om een boek te schrijven over ouderen die zich richten op het leven dat vóór hen ligt. Hoe minder tijd er rest, hoe waardevoller.  Hoe schaarser de jaren, hoe groter het belang er iets mee te doen.  Wij kunnen niet meer morsen met de tijd.
Volle bloei gaat over vrouwen die verdriet kennen, schuldgevoel, verlies, en die met het hele pakket aan levenservaring met elkaar de toekomst tegemoet treden.
Zo ben ik ook. Eind deze maand word ik 60 en dat vind ik helemaal niet erg. Ik verheug me op het ouder worden en merk nu heel af en toe – oké héél af en toe – dat ik wat wijzer ben. Sommige dingen hoeven niet meer, andere dingen mogen nu juist wel. Stiekem verheug ik me op ietsepietsie decorumverlies als ik 90 ben.  Schaamteloos met de rokken omhoog op tafel dansen… Heerlijk!

De roman als levenselixer

Natuurlijk weet ik heus wel dat ik stijver zal worden, strammer, dat kwalen en kraaienpoten me niet bespaard zullen blijven. Ik weet dat het bestaan soms lijden is en ik ken het verdriet van verlies. Het leven is niet alleen maar leuk, maar wel mooi. Of nee: het leven is niet makkelijk, maar wel leuk. Beter nog is de spreuk die ik ooit op een kaart las: Het leven heeft geen zin, maar ik wel.
Met Volle bloei heb ik een pep-pil willen schrijven, die dat laat zien. De roman als levenselixer.  Een roman over vriendschap en ouder worden, een roman over toekomst en kansen.

Met het oog op morgen

Er is een onverwoestbare vrouw die voor mij een voorbeeld van veerkracht en positiviteit is.  Die vorig jaar nog vrijwilligerswerk ging doen, elke dag naar ‘Met het oog op morgen’ luistert, de politiek op de voet volgt en weet hoe de drummer van Bluf heet.
Als mijn optimisme irritant is, moeten jullie bij haar zijn, als jullie mij geestig vinden ook.  Het is namelijk mijn moeder, in augustus 95 jaar.

Over Hetty Kleinloog

Foto door: Hadewych Veys

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONM, Lotte, Spangas, Malaika, Tita Tovenaar, GTST, De Spa en Kameleon. Daarnaast schrijft Hetty liedteksten voor diverse muziektheatervoorstellingen en heeft ze plots en dialogen geschreven voor Jan, Jans & de kinderen. Volle bloei is haar romandebuut.

Benieuwd naar de boektrailer? Bekijk hem hier!

 

Een boekpresentatie – door Ginny Krijgsman

De zaal van Podium Mozaïek in Amsterdam Sloterdijk zit vol genodigden. Op het podium zit Hetty Kleinloog, auteur van Volle bloei, samen met Dieuwertje Blok die haar interviewt over haar debuutroman. Ik zit in de donkere, gevulde zaal. Naast mij zit D. Al 30 jaar zijn we bevriend. Ik en ook zij hebben een beetje last van de warmte. Of is het een opvlieger?

Volle bloei

Overal rijpheid. Een tuin vol met rozen. Een nest van merels tussen de struiken. Toeval bestaat niet. Een paar dagen voor de boekpresentatie gaat de telefoon. Onbekend nummer, en ik neem geen onbekende nummers op. Maar ik ben gestart als ondernemer, dus.. Ik neem op en heb de Schrijversacademie aan de lijn. Ik ben uitgekozen om de gesigneerde versie te ontvangen van de roman Volle bloei van Hetty Kleinloog. Ik ben blij verrast. Ook blij dat ik iets gewonnen heb, dat voelt altijd goed. Als super Truus de mier met veel toverballen in de lucht zoekt mijn brein naarstig of ik aanwezig kan zijn op vrijdag 8 juni en ook belangrijk of vriendin D. waaraan ik het boek wil geven mee kan gaan. Volle bloei gaat over vriendschap. Over vijf vriendinnen op leeftijd, die vooruit kijken in plaats van de balans opmaken van hun tot dan toe geleefde leven. Neen, deze vrouwen beleven! Het zijn vrouwen die de creatieve geest in zichzelf alle ruimte geven. Ouder, wijzer, speelser (OWS). Ik app D. om te zeggen dat ik een uitnodiging ontvangen heb en vraag of ze meegaat naar de boekpresentatie. Ze reageert enthousiast. Ik geef door aan Sanne van de Schrijversacademie dat we van de partij zijn. Blij als een ei stuiter ik door mijn huis.

Hieper de pieper

De ochtend van de feestelijke dag zit ik om kwart voor 5 klaarwakker in mijn bed. In plaats van mijn sociale media te raadplegen, besluit ik mijn Dru-Yoga oefeningen te doen. Afrondend met een korte meditatie. Buiten kwetteren vogels aanstekelijk. Ik voel de behoefte naar buiten te gaan. Die gedachte wuif ik weg, maar nog voordat ik er erg in heb, sta ik buiten met mijn Nordic Walking stokken. Manlief ligt op een oor. Ik app ‘bn gn wndln’. Onderweg kom ik vier hazen en een fazant tegen. Een van de hazen springt op 4 meter afstand een stuk met me mee. Ik waan mij Alice in Wonderland. Op een rotonde dirigeer ik, bezorgd voor een aanrijding (er is geen auto te zien), twee ganzen met jong naar de kant. Even zie ik mijzelf lopen. Een vrouw met stokken en een grijns van oor tot oor op haar gezicht. Ik heb gewonnen en ga naar de boekpresentatie! Thuisgekomen besluit ik in mijn voortuin de Griekse Mythen en Sagen te herlezen. Het ontstaan van de wereld. De chaos waarin alle elementen aanwezig zijn. Alles is aanwezig. De wind aait mijn armen, mijn blote voeten worden gekieteld door het gras. Ik zucht en zak in de moederschoot. Volle bloei, wat een leuk titel. Ik word er nu al blij van nog voordat ik een letter heb gelezen.

Podium Mozaïek

Als ik op weg ben naar de trein zie ik een vrouw lopen met een tas van Intratuin waarop staat ‘ik sta in volle bloei’. D. en ik stappen Podium Mozaïek binnen. Het is er levendig. Mijn ogen zoeken Caroline de la Fuentes, manager van de Schrijversacademie. Ik zie haar niet. Belangstellend neem ik de omgeving in mij op. Al gauw zie ik Hetty Kleinloog. Ze straalt in haar prachtig kleurrijke gele jurk. Ze ziet er fantastisch uit. Het publiek loopt de trap op naar de zaal. Hier opent Karin Dienaar van Uitgeverij Marmer de avond. In de veronderstelling dat ik mijn prijs na afloop gesigneerd zal ontvangen zit ik te genieten. Totdat ik “Wij van de schrijversacademie hebben een prijsvraag uitgezet en de winnaar hiervan is … kom maar naar voren Ginny”, hoor zeggen. Ik struikel over mijn eigen voeten bijna van de trap en sta ineens in het volle licht op de bühne naast Caroline en Hetty. Ik spreek een aantal zinnen ter ere van mijn vriendschap met D. die al 30 jaar duurt en hopelijk nog lang meegaat, bedank voor het cadeau en met buit ga ik blij terug naar mijn plaats. Wat mij ontroerde die avond was onder meer dat Hetty Kleinloog haar debuutroman aan haar aanwezige moeder overhandigde. Niet haar respectabele leeftijd ontroerde mij, maar dat haar moeder nog zo geïnteresseerd in alles is. Hetty zei dat ze zelfs de naam van de drummer van Blof wist. Ik niet eens, en op onze bruiloft was: ‘Dansen op zee’ ons lied. Het andere was dat D. zorgzaam als altijd Uber bestelde anders hadden we de trein gemist en Hetty iets zei over ‘niet meer kunnen morsen met de tijd’, ik knoop het in mijn oren ‘speel, dans, geniet, omarm’. De dag startte goed en ik eindigde nog steeds dronken van zoveel liefde in mijn heerlijke bed. Een creatieve geest neemt het spel serieus. Ik ga serieus spelen en mors geen tijd (meer)!

 

Ginny Krijgsman

Facebook.com/gkcoachpraktijk
Twitter: @GKcoachpraktijk
linkedin.com/in/ginnykrijgsman
www.gkcoachpraktijk.nl

Schrijfbootcamp – door Daan Kusen

Donderdag 17 mei was het zover: de Schrijfretraite in Helvoirt. Ik had me er maanden geleden voor ingeschreven en nu was het eindelijk zover. Vier dagen lang schrijven in gezelschap van andere schrijvers, met een docent van de Schrijversacademie aanwezig voor vragen, commentaar en natuurlijk om cursus te geven.

Die donderdagochtend stapte ik om een uur of elf uit de taxi. De zon scheen, het was zelfs enigszins warm. Nu was het wachten tot iedereen gearriveerd was. Langzaam sijpelde iedereen binnen, tot we uiteindelijk met zijn negenen waren. Negen mensen, ieder met zijn eigen ding waar hij/zij mee bezig was: bloggen, fantasy, science fiction, een kinderboek, noem maar op.

Waarom schrijf ik eigenlijk?

Toen we begonnen was de eerste vraag wat iemand dreef om te schrijven. Wat is je vlam? Een goede vraag, want ja – waarom schrijf ik eigenlijk? Deels omdat ik nooit anders gedaan heb. Al sinds ik leerde typen schreef ik verhaaltjes en gedichtjes – en dat is nooit opgehouden. Geëvolueerd, veranderd – maar nooit gestopt. Maar dat is niet echt een reden. Waarom schrijf ik? Omdat het eruit moet. Sommigen doen dat via muziek of schilderen. Voor mij is dit de manier die het fijnste is.

Hoewel het weer op twee van de vier dagen wat somber was, was het wel een ontzettend geweldige bootcamp. Want dat klinkt wat minder zweverig dan retraite, was al snel de algemene conclusie. En gewerkt hebben we zeker! ’s Ochtends begon je met een free writing opdracht en na het ontbijt kreeg je van tien tot één cursus, allemaal onder leiding van Hetty Kleinloog, met vaak een opdracht waaraan je na de lunch tijd had om te werken. De opdrachten die je meekreeg waren echt super en hebben mij vaak nog meer op weg geholpen. Er waren opdrachten gesitueerd rond personages, waarbij je vragenlijsten moest invullen over je personages (wat zijn hun hobby’s, ambities, goede en slechte karaktereigenschappen, etc.) om ze zo beter te leren kennen.

Ik weet nu wel veel beter waar ik heen wil, en vooral hoe!

We hebben ook een paar geweldige groepsopdrachten gedaan, zoals een dialoog schrijven waarbij je om de beurt een zin moest toevoegen om zo het gesprek te vorderen. Of obstakels verzinnen voor andermans protagonisten, zodat je daardoor meer ideeën kreeg voor je eigen hoofdperso(o)n(en). En ’s avonds was er na het eten elke dag een uurtje om aan elkaar voor te lezen wat we die dag hebben geschreven. Als je dat wilde. Ook was er tijd om een op een met de docent te spreken over waar je mee bezig bent, waar je vastliep, en of je überhaupt op de goede weg zit.

En natuurlijk was er naast het schrijven ook ruimschoots de tijd om te kletsen, samen te dineren, om tips en ervaringen uit te wisselen en om te lachen. Het schrijven in een groep en van elkaar horen waar ze mee bezig zijn is ontzettend motiverend geweest. Hoewel ik niet de van tevoren geplande meters heb gemaakt, weet ik nu wel veel beter waar ik heen wil, en vooral hoe!

De vrijheid van structuur (6) door Hetty Kleinloog

Elke reis begint met een bestemming. Althans, zo geldt het voor mij. Niet voor neef Toon en Murakami.
Neef Toon laadt eens in de twee maanden zijn koffer in de auto en begint te rijden. Zijn voorruit achterna. Hij heeft geen idee wat zijn bestemming is, hij ziet wel. Tot zijn verrassing treft hij zichzelf na verloop van tijd aan in een lavendelveld in Zuid-Frankrijk of op een plein in Wenen. Dan keert hij terug, naar vrouw en kind, waarmee zijn thuis dus eigenlijk keer op keer zijn einddoel blijkt te zijn. Neef Toon reist in grote en kleine cirkels, als een pen in een Spirograph tekenwiel.

Murakami

Murakami begint zijn romans met een eerste woord en schrijft dan verder. Hij heeft geen idee hoe de tweede zin, het derde hoofdstuk, laat staan het einde van zijn boek zal zijn.  Zijn Kafka op het strand staat in mijn top tien. Ogenschijnlijke structuurloosheid fascineert me,  en dat, terwijl ik zelf zo totaal anders werk. Met wat psychologie van de koude grond kan die aantrekkingskracht verklaard worden door een onbestemd verlangen naar vertrekken en niet weerkeren, naar dolen en verrast worden, kortom: naar het ultieme Swiebertje gevoel. Maar terwijl ik dit schrijf besef ik dat ook Swiebertje tenslotte altijd bij Saartje in de keuken thee zat te drinken.

Op bezoek bij tante Jannie

Ik werk planmatig, op het neurotische af. Voor ik aan het echte schrijven begin, ben ik maanden bezig met het uitzetten van structuur en het ontwikkelen van de personages. Aan mijn cursisten leg ik uit dat schrijven te vergelijken is met het plannen van een reis. Als je weet dat je eindpunt Rome is, kun je  onderweg zijpaden inslaan, op bezoek bij tante Jannie in Sint-Job-in-‘t-Goor, je horloge laten maken in Zwitserland, op ongezadelde wilde paarden op Hongaarse poesta’s galopperen, je kunt van alles doen, want je weet waar de eindbestemming ligt en dat je daar zal komen. Zonder doel in mijn verhaal voel ik me als een door Zeus vervloekte Griekse halfgod,  gedoemd om eeuwig op de aardbol rond te dolen.

‘Structuur geeft me vrijheid’, zeg ik, en zo is het ook.  Dankzij een uitgewerkt plan kan ik afdwalen, beekjes bewonderen, vogels volgen en er toch op vertrouwen dat ik uiteindelijk in Rome en niet in Tokyo terechtkom.

Halve verhalen

Bij elke schrijfcursus die ik geef, wemelt het ergens in de atmosfeer van zwevende halve verhalen. De andere helften staan op papier.  Getob, gesteun, gepieker: ‘Hoe nu verder?’ ‘ Ik begon zo lekker’.  ‘Ik zit vast.’
Mijn antwoord is altijd hetzelfde: bedenk eerst het einde, anders blijven de halve verhalen tweelingzielen, die hun wederhelft nooit zullen vinden.
Blijf niet hangen bij tante Jannie in Sint-Job-in-‘t-Goor., maar stel je voor hoe je een geluksmuntje werpt in de Trevi fontein.
Stuur je me een kaartje uit Rome?

Over Hetty Kleinloog

Foto door: Hadewych Veys

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONM, Lotte, Spangas, Malaika, Tita Tovenaar, GTST, De Spa en Kameleon. Daarnaast schrijft Hetty liedteksten voor diverse muziektheatervoorstellingen en heeft ze plots en dialogen geschreven voor Jan, Jans & de kinderen. Volle bloei is haar romandebuut.

 

 

De houdbaarheid van eeuwige roem (4) door Hetty Kleinloog

Vondel heeft een park, PC Hooft een straat , Erasmus een brug en ik een stofzuiger.
Je hoort mij niet klagen, ieder z’n plek, ik weet het. Wacht maar tot ik dood ben, luidt de geestige titel van een autobiografie van Annie MG Schmidt, en zo voelt het wel een beetje. Of niet. Hoe belangrijk is succes en eeuwige roem nou eigenlijk echt?

Toen ik in 2001 schrijfauditie deed voor de soap Onderweg naar Morgen en het erop leek dat ik aangenomen zou worden, was ik helemaal hieperdepieper. Voor televisie schrijven!  Tv, dat was een andere wereld, als je dat toch eens kon bereiken!
Ik werd aangenomen en al na drie maanden had het schrijven voor televisie zijn magische glans verloren en was het gewoon een leuke baan.
Inmiddels heb ik al voor veel televisieseries geschreven, zat ik negen jaar in de kerngroep van prijzenwinnend Spangas, heb ik onlangs met Dick van de Heuvel een ‘eigen’ serie, Kameleon, geschreven.  In de ogen van anderen zie ik soms dat dit bijzonder is. Zelf voel ik dat niet meer.  Anderen zien je als succesvol. Voor mezelf blijf ik onveranderlijk de aanmodderende, perfectionistische, het-kan-beter ik.

In de spiegel zie ik geen cv.

Dat is geen valse bescheidenheid en ik ben ook niet blasé. Ik ben erachter gekomen dat geluk om succes gewoon niet zo duurzaam is.  Een uur jubelen, een paar dagen blij zijn en na een week is het gevoel nauwelijks nog op te roepen.  Soms probeer ik  euforie te reanimeren door drie keer een mail met een compliment te herlezen.  De vierde keer voel je je als een kind die een wandelende tak in een potje niet in leven weet te houden.Dat is niet erg, behalve als een wandelende tak alles is wat je hebt

Als ik schrijf voel ik me happy, zelfs als ik wanhopig worstel. Op mijn website schreef ik jaren geleden:  “Dialogen, strips, liedjes, speeches, kattenbelletjes, brieven… Elke keer weer vinden woorden mij als ik ze zoek. Ik weeg, proef, voel en pieker. En dan staat er een tekst die weergeeft wat ik bedoel. Het schrijfproces brengt mij elke keer weer een diep gevoel van geluk en verbazing.”

Dat ervaar ik nog steeds zo. Het is duurzamer dan applaus en elk moment van de dag oproepbaar

Wat ik als oudblonde schijfster van bijna 60 adviseer aan wie het mij vraagt (is nog nooit gebeurd, dus ik dring het bij deze op):

Schrijf niet omdat je denkt dat ‘iets het goed zal doen’.  Ook niet om ‘iemand’ te zijn.  Als een goedkope batterij loop je in een mum van tijd leeg als je door complimenten bent opgeladen.  Schrijf omdat het moet. Van jezelf en van niemand anders. En omdat je het jezelf gunt.

Ik heb geen park, straat of brug en die zal ik naar alle waarschijnlijkheid ook niet krijgen. Ik heb plezier in het schrijven en het vermogen om van mensen te houden. En, natuurlijk heb ik een stofzuiger die naar mij genoemd is: de Hetty.

Over Hetty Kleinloog

Foto door: Hadewych Veys

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONM, Lotte, Spangas, Malaika, Tita Tovenaar, GTST, De Spa en Kameleon. Daarnaast schrijft Hetty liedteksten voor diverse muziektheatervoorstellingen en heeft ze plots en dialogen geschreven voor Jan, Jans & de kinderen. Volle bloei is haar romandebuut.

 

 

Dit zijn de winnaars van de moederdag-schrijfwedstrijd!

In februari daagden wij onze studenten en alumni uit om een verhaal te schrijven. Het thema: Wat ik van mijn moeder leerde.

Zo’n vijftig inzendigen kregen we binnen, en wat voor inzendingen! Het thema leverde een hoop ontroerende, maar zeker ook grappige verhalen op. Mooie en minder mooie herinneringen werden door de driekoppige jury beoordeeld en vandaag maken we de top 3 bekend.

De top 3

  1. Denkend Riet – door Anna Paulz
  2. Loden Soldaatjes – door Eelco Leemans
  3. Worden – door Connie Mitchell

 

Worden

Connie Mitchell

‘Jij mag worden wat je wilt.’
Als ik mijn ogen sluit zie ik nog steeds haar lippen synchroon bewegen met de woorden die weerkaatsen in mijn hoofd als echo’s tussen de bergen. Woorden van mijn moeder, gericht aan haar enige dochter. Woorden zoals alleen een moeder ze kan uitspreken, ze kan laten opstijgen, zoals de vleugels het vliegtuig optillen, tot grote hoogte doen stijgen. Zoals alleen een moeder woorden kan laten landen in je hoofd.

De tulpenbollen schillen, doormidden snijden en van het gele kiempje en de spruit ontdoen. De bollen worden op dezelfde wijze gekookt als aardappelen met dit verschil, dat ze in zeven minuten gaar zijn. Het klinkt als een gewoon recept uit een gewoon kookboek maar mijn moeder zal de bittere, droge smaak nooit vergeten. Ze was achttien toen de oorlog eindigde. Een pakketje botten met een strak vel eromheen gespannen dat naar de kinderkolonie moest om aan te sterken. De hongerwinter had zijn littekens achtergelaten. Ze sprak met ons nooit over de oorlog. De enige aanwijzing dat ze de oorlog bewust had meegemaakt was het woord Moffen dat het woord Duitsers vervangen had in haar woordenboek. Pas aan het einde van haar leven, toen ik allang was geworden wat ik wilde, begon ze erover te praten. Haar pubertijd was getekend door het zien wegvoeren van buren, door honger en door een vader die zijn handen niet thuis kon houden. Naast de ellende waren er ook mooie verhalen. Zoals toen een van haar broers een meerkoet ving. Haar moeder, ze was kokkin voor de oorlog, maakte er iets lekkers van. Het was maar een klein hapje, zeker als je het moet delen met zijn zevenen, maar wat genoot ze van die smaak na die bloembollen.

‘Jij mag worden wat je wilt.’ Deze zin, vermomd als aansporing was tegelijkertijd een uiting van verdriet, van gemiste kansen en verloren tijd. Mijn moeder groeide op in een tijd dat meisjes naar de huishoudschool gingen. Haar vier broers mochten verder leren. Zij niet. In welke tijd je wordt geboren heb je niet voor het zeggen. Hoe je daar mee omgaat wel. Mijn moeder was geen verbitterde vrouw maar ze wilde het wel anders voor haar dochter. Toen in de zeventiger jaren van de vorige eeuw de moedermavo, tweedekansonderwijs, werd opgericht zat mijn moeder vooraan in de schoolbanken en haalde haar diploma.

Ik mocht worden wat ik wilde. Kapster, automonteur, journalist, soldaat, het maakte niet uit. Ik werd een schoolverlater. Op mijn zestiende, eind vierde klas atheneum, deelde ik het mede: ‘Ik ga van school af en ga werken.’ Er moeten toen duizenden haren van mijn ouders grijs zijn geworden, al zag ik dat niet op dat moment. Maar mijn moeder hield woord. Ze duwde me niet een richting op die zij graag wilde, ze liet me vrij. Ik mocht worden wat ik wilde en ik werd fotograaf bij de rondvaartboten in Amsterdam.

Worden. Een woord dat bol staat van beloftes voor de toekomst, een woord met potentie, een woord dat nog alles kan worden wat het wil. Een woord dat net als de vijf W’s vragen oproept. Wie word je, wat word je, waar word je, waarom word je, wanneer word je. Ik werd fotograaf in Amsterdam, en daarna leerling-persfotograaf omdat het me leuk leek. En daarna koerier op mijn negentiende, pakjes rondbrengen met een Volkswagen Golf van de baas. Ik had net een maand mijn rijbewijs en reed 100.000 kilometer per jaar. Ik genoot.
‘Jij mag worden wat je wilt.’ Het probleem was dat ik niet wist wat ik wilde. Ik vond alles leuk.

Van mijn, met hard werken verdiende, geld ging ik op vakantie. Voor het eerst van mijn leven in een vliegtuig. Samen met een vriendin naar Los Angeles, met de Finnair via Helsinki, uiteindelijke bestemming Mexico. Hoog in de lucht leek het alsof je stilstond, niet vooruitkwam, terwijl we eigenlijk met grote snelheid voorwaarts gingen. We vlogen over Groenland, wat niet groen maar wit was. Vele tinten wit, sneeuw en ijs, schoven tergend langzaam onder ons door. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, Canada, we dachten dat we er bijna waren maar we waren nog niet eens halverwege. We vroegen ons af waarom we zo noordelijk en niet gewoon in een rechte lijn naar Amerika vlogen. Langzaam veranderde het koude landschap van Canada in een groener Amerika. Eenmaal lager vliegend zagen we Los Angeles liggen, in de verte de hoge gebouwen in het centrum, onder ons zwembaden in de achtertuinen, palmbomen op een rij langs een boulevard. You haven’t seen a tree until you’ve seen it’s shadow from the sky. Een citaat van Amelia Earhart dat ik pas jaren later zou lezen omschrijft mijn gevoel van toen. Ik zat met mijn voorhoofd tegen het kleine ovale raampje gedrukt en keek naar beneden. Na deze reis heb ik nooit meer op dezelfde manier naar de wereld, dichtbij of ver weg, gekeken.

Eenmaal in Mexico reisden we met trein en bus en toen het geld op was staken we onze duim omhoog. Twee meiden van achttien in een ver, ver land in een tijd zonder mobieltjes, zonder internet, maar met ansichtkaarten die er drie weken over deden om de andere kant van de oceaan te bereiken en met travellers checks die sneller opraakten dan verwacht. We gingen liften omdat ons geld bijna op was. Gelukkig waren er geen mobieltjes en whatsapp en hoorden mijn ouders dit pas later toen we allang weer veilig thuis waren. Deze reis, zou later blijken, plantte een zaadje in mijn hoofd dat niet meer wegging. Een zaadje dat uiteindelijk tot hoog in de hemel groeide.

Bij de vierde keer dat de kanker in haar mond terugkomt besluit mijn moeder zich niet meer te laten behandelen. Een euthanasie traject wordt op haar verzoek in gang gezet. Een SCEN arts komt en keurt haar verzoek goed. Het gaat snel slechter met haar. Ze kan niet meer eten en moeilijk drinken. Haar ontlasting droogt op en ook plassen hoeft ze bijna niet meer. Ze ligt de hele dag, en al snel ook de hele nacht, op de bank. Een pakketje botten met een mager en niet meer zo strak vel eromheen. De huisarts komt langs om te vragen hoe het ervoor staat. Ze bespreekt met mijn moeder het feit dat het weekend eraan komt en dat de eerstvolgende mogelijkheid om euthanasie in gang te zetten pas weer maandag is. Ze zegt dat er ook een dag of twee nodig zijn om dan nog alles te regelen. Mijn moeder zegt dat ze nog ok is.

Als de huisarts weg is komt er een onrustig gevoel in me op. Ik realiseer me dat ik wil dat ze doodgaat. Denk ik dit uit mededogen? Wil ik haar niet langer laten lijden of wil ik haar niet langer zien lijden. Is dit mijn wens voor haar of is het mijn wens. Ik voel me een slecht mens als ik haar, net als de huisarts, erop wijs dat het weekend eraan komt. Ik zeg, ‘Natuurlijk is het gewoon jouw beslissing, ik wil je niet een richting op duwen die je niet wilt, maar… Diep van binnen weet ik dat alles vóór het woordje ‘maar’, niets zegt en dat alles na het woordje ‘maar’, veelzeggend is. Ik duw haar in een richting. Is dit wat ik geworden ben?

Toen ik twee jaar voor de KLM werkte gingen mijn ouders mee op een vlucht naar Barcelona. Hun eerste keer in een vliegtuig. Ze vonden het fantastisch om mij aan het werk te zien en glommen van trots. Het was toch nog goed gekomen met die schoolverlater. Op de terugweg naar Schiphol zat mijn moeder tijdens de daling en landing, bij ons in de cockpit. De kassen van het Westland schenen in ons gezicht als een zaklamp in het donker. De snelweg van Den Haag naar Amsterdam, een sliert witte lichten de ene kant op en steeds oplichtende remlichten de andere kant op. Wolken met aan de onderkant een rode waas van de zon die net onder was. Fantastisch vond ze het, die andere kijk op de wereld. Ze zag wat ik zag.

Op de dag van de euthanasie komt een verpleegkundige een infuus aanleggen. Mijn moeder begint te huilen. Ze heeft een hekel aan naalden en de laatste keer dat er een infuus aangebracht moest worden was het een drama. Haar aderen zijn heel broos geworden en ze is bang. Ik kijk naar haar magere hand in die van mij en voor de zoveelste keer realiseer ik me dat de rollen zijn omgedraaid. Kleine bruine vlekjes sieren haar rimpelige, uitgedroogde huid. Handen die tulpenbollen hebben geschild, handen die mijn luiers hebben verschoond, handen die mijn kleine handje hebben vastgehouden op weg naar de eerste schooldag, handen die nu zouden trillen als ik ze niet stevig vasthield. Ik kijk naar haar grijze haren. Ik ben voor zeker de helft verantwoordelijk.
Als de verpleegkundige weg is zegt ze tegen me dat ze bang is. Ik zeg dat ik het begrijp maar weet dat dit niet de waarheid is. Ik zeg dat ik van haar hou en ik weet dat dit de waarheid is.

Terwijl de huisarts de vloeistof langzaam inspuit begint mijn moeder te praten. Ze zegt, ‘Ik heb altijd kinderen willen krijgen.’
Mijn man slaat zijn arm om me heen en nu ben ik degene die bang is.
‘Dat is dan goed gelukt,’ zegt de arts. ‘Twee prachtige kinderen.’
‘Ja, ik ben trots op wie ze zijn geworden.’
Terwijl mijn broer en ik vechten tegen onze tranen glijdt ze weg in een diepe slaap, haar ademhaling wordt oppervlakkiger tot haar borstkas stopt met bewegen. Ze valt in een eindeloze slaap en ik fluister, ‘Ik ben geworden wie ik ben. Ik ben geworden wat ik wilde. Jij bent geworden wie je wilde, een trotse moeder.’


De schrijfwedstrijd

Hierboven lees je het verhaal van Connie Mitchell, waarmee ze de 3e plek behaalde. Volgende keer kunnen jullie het verhaal van Eelco Leemans verwachten. Voor de nummer 1 moeten we wat langer wachten, want Anna Paulz wint een publicatie in de nieuwe verhalenbundel van Ambo Anthos, tussen gevestigde auteurs als Roos Schlikker, Susan Smit, Murat Isik, Meester Bart,  Jowi Schmitz, Carla de Jong en Tania Heimans!

De bundel ligt binnenkort in de winkels.

Karel konijn en de bosmuzikanten – door Lotte Janssen

Van student naar kinderboekenauteur

De kop is eraf. Twee jaar na het voltooien van de opleiding aan de Schrijversacademie richting kinderboeken, is het moment eindelijk daar dat kinderen door heel Nederland zich kunnen amuseren met een door mij geschreven verhaal.

In opdracht van het gastouderbureau Via Viela schreef ik ‘Karel konijn en de bosmuzikanten’. Tijdens de Nationale voorleesdagen 2018 konden ruim 6.000 kinderen verspreid over 55 vestigingen luisteren naar het avontuur van de dieren.

Talentvolle bosdieren

Karel konijn, een muziekliefhebber, hangt zoals elke morgen zijn trommel om zijn nek. Nét voordat hij start hoort hij een geluid. Hij gaat opzoek en komt bij Siep de spin die in zijn web sambaballen heen en weer schudt. Het onverklaarbare geluid herhaald zich een aantal keren, waardoor er steeds meer dieren met muziekinstrumenten zich voegen achter Karel konijn.

Uiteindelijk komt de groep bij de snurkende Vinnie vos. Het idee om muziek te maken voor Vinnie vos lijkt in het begin niet zo verstandig, maar dan blijkt dat Vinnie vos zich als dirigent graag aansluit bij het gezelschap en zij de grootste lol beleven.

De achterliggende gedachten hierbij is dat iedereen individueel ergens goed in kan zijn en plezier aan kan beleven, maar dat je dit ook gezamenlijk kan bereiken. In dit verhaal is iedereen verschillend, groot of klein, dik of dun, maar ze hebben allemaal een talent en zijn met een open blik nieuwsgierig naar de ander. De grootste vijand, in dit geval Vinnie vos, blijkt van toegevoegde waarde te zijn om een talent en het plezier naar een hoger niveau te tillen.

Kinderen met een open blik de wereld in sturen. Ze vermaken, inzichten influisteren, laten leren en ervaren door het luisteren naar of lezen van een verhaal: Dat is wat ik als schrijver in de toekomst nog veel vaker hoop te mogen doen.

Het verhaal is enkel (gratis) digitaal te verkrijgen. Klik hier om het te lezen. 

Over de auteur:

Lotte Janssen (1989)  begeleidt als logopedist kinderen met diverse taal- en spraakproblemen. Haar passie ligt echter van jongs af aan in het schrijven. In 2016 voltooide zij de opleiding aan de Schrijversacademie gericht op kinderboeken, een jaar later vloeide een manuscript voor een roman uit haar vingers tijdens deelname aan de Meesterproef binnen Querido uitgeverij. Haar droom om alleen nog maar bezig te kunnen zijn met haar passie -en een kinderboekenreeks uit te brengen- jaagt zij nog altijd achterna.Inmiddels is zij actief in het schrijven van blogs en interviews en een van de oprichtsters van Shut Up & Write bijeenkomsten in Nijmegen. Dit is een fris, energiek en creatief platform voor iedereen met schrijfambities. Bij Shut Up & Write kom je bijeen om een uur lang te schrijven in stilte. Waar je aan werkt bepaal je zelf. Meer informatie over Shut up & Write staat hier.