Hemingway en de kunst van het bewonderen

Lees nooit een goed boek als je aan het schrijven bent’, hoorde ik laatst iemand zeggen. ‘Als er íets is dat ontmoedigend werkt…’

Een beetje waar is het wel. Vooral als je de neiging hebt om jezelf met anderen te vergelijken, en die neiging hebben wij – perfectionistisch en immer twijfelende schrijvers als wij nou eenmaal zijn – nogal eens. Als ik me realiseer dat JK Rowling vanaf de eerste regel van deel één van Harry Potter al wist hoe de laatste zin van het laatste deel zou luiden, dan zakt de moed me in de schoenen. En dat terwijl ik toch behoorlijk structureel te werk ga en overzicht heb in hoe en wat ik wil vertellen.

Als ik mezelf vergelijk met Simenon, die zijn Maigret boeken soms in een week schreef, dan ben ik maar een slome duikelaar. Terwijl er van mij vanaf mijn romandebuut drie jaar geleden een tweede roman, een novelle en een thriller zijn uitgebracht.

De taal van Palmen, de originaliteit van Grünberg, het ritme in de poëzie van Celan, bij dit alles voel ik me Klein Duimpje. Maar ook uit kleine duimpjes kunnen verhalen worden gezogen, gelukkig realiseer ik me dat ook. En ik besef tevens dat het de kunst is om naast grootheden niet te krimpen, en om jaloezie om te zetten in bewondering. In bewondering zit immers het woord wonder.

Als schrijver koester ik mijn helden, mijn rolmodellen.  Zij hebben me iets te leren. Zo herlas ik van de week Voor wie de klok luidt van Hemingway, het boek met de allermooiste seksscene uit de wereldliteratuur (hoofdstuk 13), met het mooiste hoofdstuk uit de wereldliteratuur (hoofdstuk 37). Hemingway is de meester van het vertonend schrijven. Geen emotie wordt door hem benoemd. Hij beschrijft gevoelens uitsluitend in handeling en dialoog. En hoe. Doordat de hoofdpersoon niet meer op de grond kan spugen, weten we dat hij nerveus is. Verliefdheid is een brok in de keel. En wij leven mee, en hoe. Man, man, man, wat schrijft die Hemingway fenomenaal.

Probeer dan nog maar eens iets op papier te zetten. Na het lezen van Voor wie de klok luidt kruip achter mijn computer om verder te gaan met mijn eigen boek. Even die aarzeling. Ik zal nooit… Ik kan nooit… Daarna begin ik te schrijven en merk ik dat mijn teksten meer vertonen. Trefzekere handelingen en betere dialogen ratelen uit mijn toetsenbord en ik weet: Dat is wat bewondering doet. Hemingway is door mijn erkenning van zijn grootsheid een beetje bij me ingetrokken. Hij verlamt me niet, maar geeft me vleugels.

Een diepe kniebuiging. Thank you, mister Hemingway.

Hetty Kleinloog, 23 mei 2021.


Na de succesvolle romans Volle Bloei en Volle kracht, en de kerstnovelle Een goede kerst heeft Hetty Kleinloog (1958) een thriller geschreven. De Zusjes, het eerste deel van de Kauffmann & Kauffmann reeks, is vanaf 27 mei 2021 bij de boekhandel te koop, online en in de winkel.

De Kauffmann & Kauffmann reeks gaat over de tweelingzussen Lisa en Kat Kauffmann die eigenaar zijn van een bedrijfsrecherchebureau in hartje Amsterdam. Waar Lisa – opgeleid aan de politieacademie – de regels volgt, kleurt Kat – van origine journalist – nogal eens buiten de lijntjes. Hoewel hun gespannen relatie een soepele samenwerking in de weg staat, blijken ze juist door hun zussenband de meest ingewikkelde misdrijven op te kunnen lossen. In Deel 1, De Zusjes, is Lisa tijdens een bedrijfsetentje getuige van een aanslag op de directeur en daarmee is de eerste opdracht een feit. Wanneer Kat, die het niet zo nauw neemt met de grenzen van de wet, haar zus probeert bij te staan in deze zaak, stapelen de problemen zich op.

Ervaringsblog van een student – Janna van ’t Sant

Eindelijk had ik de stoute schoenen aangetrokken en mij ingeschreven bij de Schrijversacademie voor de module ‘Columns en Blogs’. Reikhalzend keek ik uit naar de start en op zekere dag wachtte bij thuiskomst een volgepakte doos met het heldere, blauwe logo. Een beetje veel voor een bescheiden onderdeel van een schrijfopleiding. Toen ik eens wat beter keek, wat ik natuurlijk eerder had moeten doen, bleek het om een complete basisopleiding te gaan; verplicht voorgerecht met daarna een ‘horizongesprek’ en de keuze voor een specialisatie.

En zo brak de zaterdag in januari 2020 aan: het startschot voor de basisopleiding in Zwolle. Natuurlijk wilde ik op tijd zijn. Ik pakte de trein en stapte uit op het perron. Onder het motto van Loesje: “Ga je mee verdwalen, ik weet de weg”, had ik enige vertraging ingecalculeerd.

Voor mij uit wandelde een clubje van vier mensen die druk met elkaar in gesprek waren. Ik ving wat flarden op over het volgen van een opleiding. Ah, dacht ik bij mijzelf. Dat is gemakkelijk, kan ik zo achter ze aanlopen. Mijn aanname werd bevestigd, zij arriveerden bij het klooster, met mij als verstekeling in hun kielzog. Zelfverzekerd traden ze naar binnen en hingen hun jassen op aan de kapstok. Eén moest nog naar het toilet maar de andere drie liepen een grote ruimte binnen. Er waren al een stuk of tien mensen, die elkaar hartelijk groetten. Ik gaf iedereen een hand en deed al snel geen moeite meer om al die onbekende namen te onthouden. Verguld dat ik zo op tijd was, zocht ik een plekje langs de muur. De man naast mij stelde zichzelf aan mij voor als Hans. Ik zat nog maar net, toen een kennis van mijn buurman op hem afstapte en zei: ‘Hans, er gaat iets niet goed, heb je je gestoten?’ Hans murmelde dat er niks was. In het veelkleurige ruitpatroon van zijn overhemd ontwikkelde zich echter een vloeiend, rood riviertje. Onder het scherpe oog van de vrouw, zuchtte Hans en rolde zijn mouw omhoog. Kleine druppeltjes bloed welden als ondergronds kwelwater door zijn behaarde huid naar de oppervlakte. Gelaten pakte hij een zakdoek. ‘Niets aan de hand hoor,’ stelde hij de vrouw gerust, terwijl hij de zakdoek strak als een deksel op een put hield.
Mijn aandacht gleed weg naar de zaal. Zo, dus deze mensen gaan allemaal schrijven, dacht ik bij mijzelf. Het viel mij op dat het publiek uit een hoog gehalte slanke posturen met veelkleurige kleding bestond, een alternatief pluimage dat zich voortbewoog op ecologisch verantwoord schoeisel.

‘Ja, we hebben een bijeenkomst van boeren bijgewoond. Het was best spannend,’ ving ik op. ‘We hebben met spandoeken voor het stadhuis gestaan,’ klonk het uit een andere hoek.

En daar zat ik als eenling, met die ene geruststellende gedachte dat ik op tijd was. Maar had ik dan toch wat gemist bij mijn overmoedige aanmelding en was activisme ook een noodzakelijke premodule bij de Schrijversacademie?

Mijn buurman zat inmiddels met zijn armen over elkaar stilletjes rond te kijken. Beide mouwen sloten weer bij zijn pols en de morsigste van de twee bleef verscholen onder de tafel.

‘Vind je het niet vervelend, sorry hoor van dat bloed. Ik heb veel meegemaakt,’ richtte Hans zich tot mij. ‘Ik heb een CVA gehad, was helemaal verlamd en heb mij vanaf mijn bed weer helemaal terug moeten vechten. Ik slik bloedverdunners, daar kom ik nooit meer vanaf.’ Er volgde een minutieus, gedetailleerd verhaal over medisch vallen en opstaan. Ik luisterde geduldig.

Ondertussen keek ik met groeiend ongeduld naar de wijzers van de klok; bijna 13.30 uur. Er druppelden steeds meer mensen binnen. Wat een grote groep voor een dergelijke cursus en waar bleef de docent. Het stemmetje in mijn achterhoofd begon steeds harder te zoemen.

Ineens hoorde mijzelf vragen: Sorry dat ik je onderbreek maar wanneer begint nu de Schrijversacademie? Voor een kort moment klonken alleen de stemmen om ons heen, Hans slikte en zei: ‘Je zit hier toch op een regionale bijeenkomst van de Partij van de Dieren’.

Mijn buurman gedag zeggen, hem geen tekst meer gunnen, opstaan, mijn stoel achteruit schuiven, tas en jas pakken en mij diep schamen, het is een blinde vlek in mijn geheugen.

De basisopleiding bij Rudy Dek bleek een ontdekkingstocht vol verrassingen in een groep met gelijkgestemde, enthousiaste schrijvers in de dop. Inmiddels ben ik aangeland bij Manon Duintjer: Storytelling. Het enige dat mij spijt is dat ik er niet eerder aan begonnen ben.

Benieuwd naar de opleiding van Janna? Bekijk dan de opleiding Columns en blogs schrijven.

Harige man in een opgevoerde invalidekar – Jowi Schmitz

Of ik misschien tóch die bestseller moet schrijven, over zelfinzicht en strips…

Harige man in een opgevoerde invalidekar.’ Mijn zoon Aran kijkt me aan met die blik die hij speciaal voor mij heeft ontwikkeld. Opgetrokken wenkbrauw, ogen ietwat argwanend. ‘Dat wordt vast weer zo’n raar verhaal mam. Kun je niet iets schrijven dat iederéén leuk vindt.’ Hij heeft mijn telefoon in zijn hand, het appje waarop ik aantekeningen maak stond nog open.

Hij heeft er nu al last van en hij is pas negen, dus hij gaat zich kapót schamen voor me, later. Daar word ik vrolijk van, van die gedachte. Dat ik als gekkie met té rood haar en veelkleurige outfit voor de deur van ons woonschip naar de eendjes loop te zwaaien, en dat hij, puber, zwart gekleed, te lang voor zijn lijf, zich in zijn slaapkamer heeft verstopt. Schrijvermoeders, awkward. En dan al helemaal eentje die niks mákkelijks schrijft, niks…stripachtigs, die zo nodig haar éigen verhalen moet verzinnen, in plaats van verhalen die iedereen al kent en dus leuk vindt. Ik heb hem beloofd dat ik het ga proberen, iets speciaal voor hem, maar het lukt nog niet zo goed.

‘Hee,’ zeg ik, ‘jij mag niet in mijn telefoon kijken. Daar staan al mijn geheime berichten in.’ Zijn ogen schieten meteen weer naar het schermpje. ‘Losse handjes,’ leest hij voor.

‘Precies.’ Ik ga voor hem staan. ‘Dat ben ik. De kinderslaander.’

‘Dat is geen woord mam.’

Voordat hij weer in mijn telefoon kan duiken gris ik het apparaat uit zijn handen en schrijf: Iets met gezichtsbedrog en de moeder is vernoemd naar een ster. Want dat zat al steeds in mijn hoofd, alleen had Aran mijn telefoon vast. Ik voel opluchting. Het is opgeschreven, nu kan ik het niet meer vergeten. Aran leest mee, maar geeft geen commentaar.

‘Dat wordt misschien wel een heel goed verhaal, op een dag.’ Want ik heb toch de behoefte me te verklaren.

Hij pakt een Donald Duck.

‘Dat zijn ook verhalen die door iemand worden bedacht,’ wijs ik naar zijn strip. Aran zucht, geeft me nog één keer De Blik. ‘Klopt,’ zegt hij. ‘Maar niet door jou.’

Wil je de gloednieuwe workshop van Jowi volgen, klik dan hier

Over de Auteur

Jowi Schmitz schrijft voor volwassenen en kinderen. Ze debuteerde in 2005 met Leopold, een roman over een man die kip wordt. Daarna verschenen er non-fictie boeken, nog een roman, diverse kinderboeken en allerlei andersoortige teksten. Ze schreef ook voor de kinderpagina van NRC Handelsblad, en ze heeft al jaren een weblog jowischmitz.nl

Haar tweede roman Kus van je zus werd genomineerd voor de BNG Literatuurprijs, het (blog)boek over haar te vroeg geboren zoon won de Inktslaafliteratuurprijs 2014.

In 2012 werd haar jeugddebuut Ik heet Olivia en daar kan ik ook niks aan doen bekroond met de Vlag en Wimpel, de Duitse vertaling kreeg het jaar erop de Duitse Luchs-prijs. In november 2016 verscheen Weg bij uitgeverij Hoogland en Van Klaveren. Weg gaat over een meisje dat wegloopt naar Barcelona om de vrijheid te veroveren. Weg werd door de Volkskrant verkozen tot één van de beste YA romans van 2016.

Weg (Hoogland van Klaveren) is tevens  door de vak jury bekroond met de Dioraphte Literatour Prijs 2017 in de categorie Oorspronkelijk Nederlandstalig.