Social media geploeter – door Manon Duintjer

Goed, je hebt je boek geschreven en je eerste interview gehad. Het wachten is op het moment dat het boek van de drukker komt en op de presentatie…

Even relaxen dus? Nou vergeet het maar, want zelf je boek promoten hoort ook bij het vak en dat doe je tegenwoordig vooral via social media. Dus kom op, vooruit met de geit: ga die online snelweg op! Nu zal ik jullie verklappen dat posten op social media niet mijn hobby is. Ja, ik zit op Facebook, Instagram en Linkedin en ja ik kijk best graag naar posts van anderen. Maar zelf? Als ik bezig ben met een post, vraag ik me altijd af: is dit wel interessant genoeg? Wie zit hier op te wachten? En dat doe ik vaak net zolang totdat ik denk: laat maar zitten.

Selfie

De ene keer dat ik spontaan een boek waarvan ik had genoten op Instagram plaatste, deed ik dat per ongeluk drie keer. Om mijn schaamte daarover te delen maakte ik een selfie (jawel een selfie) waarbij ik mijn hand voor mijn mond sloeg en stuurde die er achteraan. Ik vond het zelf wel grappig, maar mijn dochter ervoer dit als uitermate ‘schamend’ en eiste dat ik deze belachelijke foto onmiddellijk zou verwijderen.

1 post is geen post

En nu moest ik dus een social media campagne(tje) voor mijn eigen boek verzinnen. Help! Wat te doen? Foto’s plaatsen van mijn Indiareis, drukproeven, bezoekje aan de drukker of misschien van verkeersborden die met verdwalen te maken hebben? Allemaal leuk en aardig, maar dat soort foto’s vormen geen consistent verhaal. Van de Storytellinggoeroes heb ik geleerd dat je iets moet bedenken waarop je kan voortborduren, dus niet alleen losse posts, maar posts die met elkaar in verband staan. En posts die je zelf leuk vindt om te maken, want anders werkt het sowieso niet.

Hoera, ik heb het!

Net toen ik in paniek begon te raken (de dag van verschijnen kwam akelig snel dichterbij) kreeg ik een idee. In mijn roman We zijn verdwaald zijn de hoofdpersonen Kim en Edward letterlijk verdwaald (in het donker op de hei) en figuurlijk (vader volgt een goeroe die apocalyptische voorspellingen doet, dochter zit klem tussen scheidende ouders en later in eigen relatie). Volgens mij is iedereen wel eens verdwaald in zijn leven en daarom leek het me interessant om vrienden en bekenden te vragen naar het moment waarop zij verdwaald waren. Met dit concept kon ik prima uit de voeten, want het haakte prachtig aan bij het thema van mijn boek, het ging niet over mij en ik kon doen wat ik altijd leuk vind om te doen: interviewen.

WZV-stories

Die interviews leverden verrassende, ontroerende en soms komische mini-verhaaltjes op met toepasselijke foto’s, die ik vanaf vandaag 2x per week zal posten op Facebook en Instagram.

Ben jij ook wel eens verdwaald? Mail dan jouw WZV-story van max 220 woorden en een ‘verdwaalde’ foto’ van jezelf naar info@schrijversacademie.nl of laat het achter in de facebookoproep. De drie beste verhaaltjes ontvangen een gesigneerd exemplaar van mijn roman We zijn verdwaald.

Volg Manon en haar WZV stories op Facebook en Instagram

www.manonduintjer.nl

Wie heeft gezegd dat schrijven makkelijk is? – door Manon Duintjer

1993

Ik was 23 en samen met mijn vader reisde ik twee maanden door India. Het land maakte diepe indruk op me. De mensenmassa’s, de armoede, de alomtegenwoordige religie en de overweldigende natuur: alles leek uitvergroot, niets was middelmatig.

Ik dacht: als ik ooit ‘schrijver’ word, dan schrijf ik een roman over deze reis.

We bezochten verschillende ashrams waar ik me ergerde aan materialistische goeroes en hun dweepzieke volgelingen, maar tegelijkertijd graag luisterde naar een oudere Indiase leraar met een dikke bril die uitlegde hoe ‘Brahman de aarde doordringt zoals het goud de armband’. Niet dat ik hem helemaal begreep, maar zijn woorden fascineerden me wel. Ook maakte ik  verschijnselen mee die ik niet rationeel kon verklaren zoals permanent stromende as uit het portret van een van de goeroes. Op rustige momenten schreef ik in mijn dagboek en ik dacht: als ik ooit ‘schrijver’ word, dan schrijf ik een roman over deze reis.

2011

Ik was 42 en publiceerde mijn eerste roman De S-machine. Nu was ik ‘schrijver’ en dus brak het moment aan om over India te schrijven. Maar natuurlijk niet over mezelf en mijn vader. Nee, dat was niet interessant genoeg. Ik verzon twee personages: Edward, een docent aan de filmacademie en zijn oud-leerling Kim. Ze zouden elkaar tegenkomen in een Indiase ashram en totaal verschillend reageren op de hocuspocus die ze daar aantroffen: Edward vol overgave, Kim rationeel en sceptisch. Dat was een mooi conflict. Van daaruit zou ik verder schrijven. Vol goede moed ging ik aan de slag.

Vaak zat ik met tegenzin achter de computer. Ik kreeg er zelfs rugpijn van.

Helaas, het schrijfproces bleek uiterst traag en moeizaam: ik worstelde met het perspectief, de personages bleven karikaturaal en hoe bracht ik in godsnaam genoeg spanning in het verhaal om de lezer door te laten lezen. Vaak zat ik met tegenzin achter de computer. Ik kreeg er zelfs rugpijn van. Maar hé, wie heeft gezegd dat schrijven makkelijk is?

2016

Ik was 46 en ik zat met versie nummer zoveel tegenover mijn toenmalige redacteur.

‘Goed geschreven, maar waar gaat het nou eigenlijk over?’ vroeg ze. ‘En wie is je doelgroep?’ Ik stamelde wat over spiritueel geïnteresseerden, maar juist ook weer niet, over vrouwen van mijn leeftijd en over oudere homo’s. Eerlijk gezegd had ik geen idee.

Die avond ging ik uit eten met een goede vriend, tevens ex-uitgever en Indiakenner. Na een paar glazen wijn verzuchtte ik: ‘Wat moet ik nou? Wil jij het niet eens lezen?’ Hij schudde meewarig zijn hoofd en antwoordde: ‘Waarom doe je zo moeilijk? Je hebt zelf zo’n goed verhaal. Waarom zou je iets verzinnen? Waar ben je bang voor?’

De vraag wat mijn vader ervan zou vinden parkeerde ik.

Tsja, waar was ik bang voor? Ik had mezelf voorgehouden dat mijn eigen verhaal te saai zou zijn, maar nu realiseerde ik me dat ik vooral bang was dat het te dichtbij zou komen. Voor mezelf en voor mijn vader die nog leefde. Op hetzelfde moment voelde ik ook dat mijn vriend gelijk had. Na vier jaar ploeteren met fictieve personages en ingewikkelde plotwendingen zag ik in dat een vader en een dochter het verhaal precies de dramatische lading zouden geven die het nodig had. Waarom maakten zij samen die reis? Wat was er vroeger gebeurd? Die vragen zouden het verhaal urgent maken.

Hoewel ik er de volgende ochtend (met een milde kater) nog net zo over dacht, betekende dit niet dat het boek daarna in een vloek en een zucht was geschreven. Het was behoorlijk confronterend om terug te gaan naar de tijd dat mijn ouders op een niet zo prettige manier uit elkaar gingen en dat mijn vader in de ban raakte van een Indiase goeroe. Bovendien was het knap ingewikkeld om deze ervaringen te mixen met de fictieve verhaallijnen uit de eerdere versies, waarvan ik er een aantal wilde behouden. De vraag wat mijn vader ervan zou vinden parkeerde ik. Tenslotte kon ik altijd nog beslissen om het boek niet te publiceren.

2019

Ik ben 49 en mijn tweede roman We zijn verdwaald verschijnt 18 april. Op basis van mijn eigen ervaringen heb ik een nieuw verhaal gecreëerd. De fictie gaf me de vrijheid om zaken scherp te stellen, tijdssprongen te maken, situaties naar mijn hand te zetten en nieuwe personages te introduceren. De autobiografische elementen zorgen ervoor dat het verhaal doorleefd is. Deze manier van schrijven heeft mij de mogelijkheid gegeven om van een afstand naar mijn jeugd te kijken en hoewel dat soms zwaar was werkte het ook bevrijdend. Wat er verder ook met We zijn verdwaald zal gebeuren, dat is alvast mijn persoonlijke winst.

Hoe ik het mijn vader heb verteld? In een koffiehuis, trillend van de zenuwen. Tot mijn grote opluchting was zijn eerste reactie: ‘je hebt er een kunstwerk van gemaakt.’  Vanaf 18 april ligt dit ‘kunstwerk’ in de winkel en daar ben ik trots op.

Over Manon Duintjer

Manon Duintjer (1969) is van huis uit historica en kan bogen op ruime ervaring in het boekenvak o.a. als redacteur, uitgever, recensent en auteur. Zij stelde o.a. de bundels Wat ik van mijn moeder leerde, Mannen jagen, vrouwen schieten raak, Zij denkt dus zij bestaat en Zien is geloven samen. In 2011 verscheen bij uitgeverij Ambo/Anthos haar romandebuut De S-machine. Samen met Marlies Visser ontwikkelde zij het filosofiespel Nomizo. Manon is schrijfdocent bij de Schrijversacademie en houdt regelmatig openbare interviews met auteurs.

18 april 2018 verschijnt haar tweede roman We zijn verdwaald bij Gloude publishing

Tara Ubachs – student aan de Schrijversacademie

De kunst van het ontkreukelen

Als een verfrommelde prop papier, zo voelde ik mij. Niet zo een vers beschreven knisperend exemplaar, maar zo eentje dat al meerdere malen gladgestreken is geweest. Zo een waarvan de vezels al zacht als suède beginnen aan te voelen en dat elk moment uit elkaar driegt te vallen. Zo kwam ik aan in kuuroord de Schouw. Een vijfdaagse vastenretraite in Zeeland. Ik dacht mezelf daar wel even te kunnen redden. Al wisten mijn grijze kronkels dat dat geen al te realistisch doel was. Aan de begeleidster vertelde ik dat ik er nog een paar weken op-een-laag-pitje achteraan zou plakken. Leek me wel genoeg voor een ondernemer met burn-out. Ze keek me indringend aan vanuit de wit lederen bank. Ik werd er een beetje bang van. ‘Je mannelijke energie overheerst je vrouwelijke en daardoor ben je uit balans’. Ja ja ja. ‘Als jij zo door blijft draven, verzeker ik je dat burn-out nummer vier zich onherroepelijk zal aandienen’ vervolgde ze streng. Die kwam binnen.

De tranen prikten door mijn hoornvlies en vormden dikke druppels die over de rand van mijn ooglid in mijn glas zoethoutthee vielen.

Toen ik 11 jaar geleden mijn bedrijf oprichtte was ik in flow. Alles ging vanzelf, moeiteloos. Ik kreeg energie van alles wat ik deed en ging alleen maar meer werken, ook al was ik moeder van
een kleuter. Dat geneuzel van die schoolpleinmoeders die part-time werkten; niks voor mij. Lekker vrij zijn. Zelf beslissen of je thuis werkt en tot hoe laat je door gaat. Gewoon een beetje peper in de kont en gaan. Best goed te combineren toch? Totdat je tegenslagen te verwerken krijgt, dan ineens komt die energie niet meer vanzelf. Ik was het een beetje kwijt allemaal.

Yoga bood uitkomst.

Vooral geen zweverige ik-zit-op-mijn-mat-en-voel-hoe-mijn-anus-als-een-bloem-de-grond-raakt-yoga. Een beetje powervrouw zoekt een testosteron variant uit; en dan kom je bij Bikram Yoga uit. 90 minuten zweten in een ruimte van 40 graden. Een mentale en fysieke beproeving in één. Het werkte verslavend. Ik deed zelfs mee met extra trainingen voor de Nederlandse Yoga Championships. Ik kreeg er alleen maar meer energie van en schreef me daarnaast in aan de Schrijversacademie om mijn andere talent ook tot wasdom te laten komen. Daar volgde ik de basismodules bij Peter van Beek.

In de Schouw besefte ik dat ik mijn vrouwelijke energie wel degelijk de ruimte mocht geven. Tijdens een tantra-ademsessie in een warm waterbad (ja ik hou van warmte) leerde ik weer ècht naar mijn intuïtie te luisteren. Als herboren kwam ik terug, klaar om flinke knopen door te hakken. Ik wist dat ik mijn yogapad moest volgen. In India, het land van mijn voorouders. Mijn roots trekken al langer aan me, het koordje staat steeds strakker. Straks verlaat ik mijn mannen voor 10 weken. Dat kan, want mijn bedrijf is inmiddels verkocht.

Het propje papier is weer zo goed als uit de kreukels, ze voelt zachter aan, en dat mag.

Over de auteur:

Tara Ubachs houdt van een ongewone uitdaging hier en daar. Na 11 jaar pionieren als ondernemer, hakte ze vorig jaar de knoop door en koos voor een nóg onzekerder leven. Binnenkort verlaat zij voor ruim 2 maanden haar soulmate en puberzoon, om zich in Rishikesh, India, te verdiepen in yoga en haar roots. In het najaar vervolgt zij de specialisatie Romans & korte verhalen aan de Schrijversacademie. Op
www.rollercoasterrider.nl kun je meer over Tara en de nieuwe weg die zij inslaat lezen.