Doodgelukkig – verhaal door Michael C. | Schrijfwedstrijd Toekomst

Top 3Top 3 schrijfwedstrijd Toekomst

Deze week plaatsen we de top 3 van de schrijfwedstrijd Toekomst op onze blog. Vandaag het verhaal dat de eerste plek behaald heeft: ‘Doodgelukkig‘ door Michael C.!


Doodgelukkig

Een maand voor mijn drieëntwintigste verjaardag om vier uur ‘s nachts maakte ik de definitieve keuze tussen leven en dood. Vanaf mijn twaalfde was ik er zeker van: ouder dan drieëntwintig zou ik niet worden. Met de jaren werden de gedachten zwaarder en het uitzicht troebeler. Ik was simpelweg niet gelukkig. Niet vanwege mijn studies, hobby’s of sociale contacten maar ergens in de kern.

In de zoektocht naar genoeg om voor te blijven leven maakte ik twee opleidingen af en verhuisde ik naar drie verschillende steden. Bij de psycholoog was ik na een jaar weer vertrokken, zij wist het ook niet. Helaas. Achttien en nog steeds in en in verdrietig. De plaatsen waar ik was geweest bij mooie diepe meren en hoge bruggen had ik onthouden. Voor het geval dat.

Tweeëntwintig. Mijn laatste verjaardag was gevierd en ik was de enige die het wist. Verdrietig en een schuldgevoel, maar ook verlicht bij de gedachte dat het niet lang meer zou moeten. Nog even volhouden.

Die nacht, om vier uur, bedacht ik me: als ik wil leven, oprecht wil leven, dan moet werkelijk alles anders. Hoewel ik niet koos voor de dood, vermoordde ik toch iemand. Dat was een treurige, maar noodzakelijke en een niet te voorkomen bijkomstigheid.

Ik moest een einde maken aan het bestaan dat ik tot dat moment had, zei ik tegen mezelf. Ik verander mijn naam en ik verander… het was even slikken. Is dit het? Is dit de keuze die mijn jarenlange pijn ‘zomaar’ verhelpt? Ik beloofde mezelf dat dit het laatste was dat ik hoefde te proberen voordat ik de makkelijke weg mocht kiezen. Het werd helder. Ik verander mijn naam en ik verander mijn geslachtsaanduiding. Niet langer dochter, nichtje en vriendin maar zoon, neefje en vriend.

‘Papa, mama, ik ben niet.. ik was nooit.. ik wil niet..’. Het is niet anders. In gedachten hoop je dat ze liever een gelukkige zoon willen dan een dode dochter – maar zo verwoord je het niet. Bang om ze iets te ontnemen en oude zielen te breken schuif je het onderwerp als porselein naar ze toe.

Die avond werd het helderder. De zware mist trok weg, ik tastte niet langer in het volledige duister) Een compleet antwoord was er nog niet maar er ontstond een weg die ik schuifelend bewandelde.

Ik ben nu al twee jaar geen drieëntwintig meer en mijn afscheidsbrieven zijn verbrand. Mijn baard heeft zich om mijn strakke kaaklijn gevormd in een tweede, en juiste, puberteit. Elke dag verandert er iets. De testosteron die ik toedien onderdrukt de oestrogeen die mijn lichaam (nog) zelf aanmaakt. Een afscheid en een welkom in één. Ik had geen ongelijk. De persoon die ik was op mijn twaalfde heeft mijn drieëntwintigste verjaardag inderdaad niet overleefd. Het leven zou niet werken als ik door was gegaan zoals het was: gezien worden als vrouw.

De toekomst is een bijzonder gegeven, zeker voor iemand die er in het verleden geen voor zich zag. Het geluk dat je vindt bij jezelf, degene die jij echt bent, weegt uiteindelijk zwaarder dan de angst om een moeilijke stap te zetten. Ik kan het niet anders zeggen. Ik ben simpelweg gelukkig. Niet vanwege mijn studie, hobby’s of sociale contacten maar ergens in de kern.

 

Michael C.

Dokter, geeft u mij toekomst? – verhaal door Ivor Muijlwijk | Schrijfwedstrijd Toekomst

Top 3Top 3 schrijfwedstrijd Toekomst

Deze week plaatsen we de top 3 van de schrijfwedstrijd Toekomst op onze blog. Vandaag het verhaal dat de tweede plek behaald heeft: ‘Dokter, geeft u mij toekomst?‘ door Ivor Muijlwijk!


Dokter, geeft u mij toekomst?

De man: ‘Dokter, kunt u mij helpen de pijn verzachten?’
Dokter: ‘Ik kan u helpen de pijn verzachten. Er is een nieuwe methode; het zwaarste middel wat ik u kan geven. Het geeft alles wat u nu mist.’
De man: ‘Een ochtend als vanochtend en alle dagen daarvoor zijn leeg. Eindeloos leeg. Alstublieft, ik grijp alles aan.’
Dokter: ‘Wat mist u meneer? In uw hart, wat zal de leegte daar vullen?’
De man: ‘Wat ik mis? Ik ken alleen het geluk van het internet.’
Dokter: ‘Wandel meneer, kijk om u heen; vertel me wat u wenst in uw toekomstige leven.’

De man loopt de praktijk uit over logisch gelegde tegels. Rood, geel en vooral bruine bladeren bezaaien de stoep. Oranje mannen blazen de bladeren bijeen. Om de hoek is het stil. Links staat een klein huisje; rechts staat dezelfde maar dan gespiegeld. Koolmeesjes vliegen spiralen om elkaar heen, pikkend aan een bol met vet. De huisjes hebben rode kozijnen met ramen die gek veel weerspiegelen. Hij loopt wel vaker door deze straat maar zag voorheen alleen zijn schoenen en veters. Zijn ogen springen weer verder. Verwonderd vraagt hij zich af hoe de boom op de hoek heet; bladeren gelijkend een handpalm met vingers; een helikoptertje cirkelt naar beneden. Dit is de mooiste boom die hij ooit zag, al waren de bomen die hij kende spaarzaam. Vanaf de overkant van de straat komt een vrouw aangelopen met bruin stijlhaar. De bruine stoffenjas die ze draagt vloekt met haar kapsel. Ze duwt een kinderwagen voort met vermoedelijk een kind erin. Hij merkt wat lang te kijken; ze kijkt terug; hun ogen vinden elkaar tot hij gegeneerd wegkijkt. Dit is vreemd, hij krijgt het warmer terwijl het weer niet is veranderd. Dan waait er een geel, bijna oranje, blaadje langs zijn wang. Hij weet het blaadje met een gekke beweging van zijn arm, niet te vangen. De man loopt met vooruit gerichte blik verder. Bij het winkelcentrum komt hij een bakker tegen en loopt niet veel later met een warm saucijzenbroodje door het park. Kinderen rennen daar iets te hard voor de korte benen die ze hebben. Een jongetje wordt achterna gezeten; hij zwaait per ongeluk tegen de man aan; de man kijkt naar beneden en lacht naar het bijna huilende mensje. Te midden van het park klinkt muziek. Zo op afstand klinkt het nergens naar; toch nadert de man het pleintje. Nee, van dichtbij zijn het ook ongecoördineerde geluiden. De muzikanten die het produceren hebben desondanks plezier. De man begint nu ook een beetje vrolijk te worden. Het saucijzenbroodje is op en hij kijkt naar een watertje. De wind blaast golfjes in verschillende richtingen. Ook hier een overvloed aan doelloos dobberende vogels. Hij zou gaan zwemmen, als het zomer was geweest, hij het zou durven en als hij wat zekerder zou zijn over zijn lichaam. Bij het inzetten van het duister besluit hij naar huis te lopen. Bijna fluitend loopt hij over de stoep; Een jongeman met capuchon kijkt hem raar aan. Glimlachend neemt de man dit contact in ontvangst.

Dokter: ‘Meneer komt u binnen. Ik heb zeer goed nieuws. U bent geschikt voor onze zwaarste remedie tegen de leegte. Houd u vast want u gaat een nieuw leven tegemoet. Letterlijk een nieuw leven. Hoe gaat uw wereld eruit zien? Heeft wandelen geholpen om te kiezen? Wat zou u wensen meneer?’
De man: ‘Dokter, bedankt uit het diepst van mijn hart; mijn wereld is geopend. Dit is wat ik wil; om me heen kijken; mezelf verwonderen; contact maken met af en toe een kleine prikkel. U heeft me geleerd open te staan voor de wereld. Laat die remedie maar zitten.’

 

Ivor Muijlwijk

Het einde van de weg – verhaal door J.K. | Schrijfwedstrijd Toekomst

Top 3Top 3 schrijfwedstrijd Toekomst

Deze week plaatsen we de top 3 van de schrijfwedstrijd Toekomst op onze blog. Vandaag het verhaal dat de derde plek behaald heeft: ‘Het einde van de weg’ door J. K.!


Het einde van de weg

Destiny’s huis stond aan een lange rechte weg. Ze zei regelmatig dat ze de weg wel eens zou willen afleggen om te zien waar het naartoe leidde, ‘maar nu nog niet’. Eerst moest ze haar school afmaken, een baan zoeken, carrière maken, een partner vinden, een gezin stichten. Af en toe tuurde ze dromerig naar de horizon. Ze keek altijd naar links, want de weg was eenrichtingverkeer. Nooit reed, fietste of liep er iemand terug. Het was ook geen drukke weg, wat haar deed vermoeden dat er meerdere parallelle wegen bestonden. Zeker wist ze dat niet, want ze had haar stad nog nooit verlaten.

Op een dag kreeg ze van haar man een telescoop cadeau. Ze keek er graag mee naar de maan en verder, maar toen ze daar genoeg van had liet ze de kijker zakken en tuurde ermee de weg af. Ze stelde scherp en keek nog eens goed. Ze zag niet het einde van de weg, maar een groot obstakel. Wat het precies was, kon ze niet zien. Het maakte haar enorm nieuwsgierig.
Na lang aarzelen hakte ze de knoop door en nam ze een sabbatical. Het moment was gekomen om de weg af te reizen naar zijn einddoel; als het tenminste lukte om langs het obstakel te komen.

De telescoop was te groot om mee te nemen, dus pakte ze een verrekijker in en ging op pad. Hoe verder ze kwam, hoe warmer het werd. Eerst trok ze haar muts een handschoenen uit, toen haar jas en vervolgens haar vest. Op het laatst kon ze niets anders meer doen dan haar mouwen opstropen; een T-shirt en korte broek had ze niet ingepakt.
Eens in de zoveel tijd pakte ze de verrekijker uit haar tas om te zien hoever ze haar doel genaderd was. Vanaf het moment dat ze het object ook door het minder sterke apparaat in het vizier kreeg, ging het hard. Ze zag het vreemde geval sneller groot worden dan ze voor mogelijk had gehouden. Binnen afzienbare tijd stond ze er met haar neus bovenop. Het was donker en dreigend, en te dichtbij om te zien wat het was. Op een gegeven moment viel haar oog op de kleine lettertjes links onderaan het gevaarte. Ze pakte haar leesbril uit zijn koker, zette hem op haar neus, knielde voor de tekst en las: De toekomst.

 

J.K.

Naar buiten – verhaal door Ingrid Oosten

Met dit verhaal heeft Ingrid Oosten een plek in de top 3 behaald!

Uit de grote hoeveelheid inzendingen zijn 3 topverhalen geselecteerd die we graag met jullie delen. In willekeurige volgorde verschijnen de beste 3 verhalen gedurende deze week op onze blog. Maandag 11 mei maken we via Facebook bekend wie op welke plek is geëindigd en wie er dus met de hoofdprijs vandoor gaat.

Jurylid Manon Duintjer over Naar buiten:

Ingrid beschrijft zonder omhaal van woorden, met treffende details de omstandigheden waarin zij (en velen met haar) nu leven. Vervolgens trekt zij een parallel met een ander verstoord leven. Die overgang is subtiel en daardoor verrassend. Ook zet zij hiermee het ongemak van nu in een ander perspectief. Dat werkt relativerend. Inhoudelijk sterk, goed opgebouwd en mooi geschreven!


Naar buiten

Het is stil buiten op straat. De vogels vliegen heen en weer naar hun nesten, maken ruzie over gevonden broodkruimels. Zij merken niets van het onzichtbare virus. Het virus dat ervoor zorgt dat iedereen binnen blijft. De straten, bioscopen, scholen en restaurants zijn leeg. Het is stil, terwijl het stormt in de wereld.

Waarschuwt de wereld ons voor het gedrag dat we vertonen? Is dit payback time? Slaat de aarde terug omdat we haar leegzuigen alsof ze een derderangs hoertje is? Is dit ons gedwongen moment van verstilling? Van nadenken over hoe het verder moet? Met de wereld, mijn leven en met dat van jou?

Het is stil, maar de wereld draait door.

En ik? Hoe beleef ik deze tijd waarin alles wat gewoon was ongewoon is geworden?

Elke dag halen we ons dagelijkse portie frisse lucht. De ene dag maken we een fietsrondje, de andere dag gaan we een partijtje voetballen en op berenspeurtocht; alles voor een beetje afwisseling.

Onze kinderen geven we om beurten les. Er hangt een dagschema aan de muur waarop staat wanneer we werken, wanneer we eten en wanneer we niks hoeven te doen. Samen maken we keersommen, schrijven een opstel, knutselen een kijkdoos en versieren kaarten voor de eenzame ouderen in het bejaardentehuis.

Mijn agenda is leeg. Alle etentjes, voetbalwedstrijden, dansvoorstellingen en feestjes zijn afgelast. De reis in de meivakantie is geannuleerd.

Ik werk op afstand, zo goed en zo kwaad als het kan. Ik bel, videobel en mail om op die manier het werk te doen waar ik normaal twintig minuten voor in de file sta.

Ik heb tijd om de zolder op te ruimen, het fotoboek van de afgelopen jaren bij te werken en de tuinmeubelen te schilderen. Ik pak alle klusjes op, zodat ik mij niet verveel.

En ik lees.

Ik lees over een puber die ook binnen moest zitten. Ze maakt er maar het beste van met de mensen om haar heen.

Ze maakt haar keersommen voor school, plakt plaatjes van filmsterren op haar slaapkamermuur, geniet van de geschiedenislessen en ze droomt weg.

Ze mist de zon op haar gezicht. Het benauwt haar dat ze nooit naar buiten mag, maar altijd naar dezelfde muren moet kijken.

Ze mist haar vriendinnen met wie ze vroeger uren zat te kletsen. Ze mag hun geen brieven schrijven, want ze mogen niet weten waar ze is.

Haar agenda is leeg voor de komende tijd; geen feestjes, schoolzwemmen, bioscoopbezoek of dagjes strand. Het belangrijkste is nu om onzichtbaar te zijn. De buitenwereld moet denken dat ze niet meer bestaat. Haar lichaam, haar gedachtes, haar ideeën zijn niet belangrijk, ze zijn niet voor deze wereld bestemd.

Uit verveling en afleiding leest ze veel boeken en ze schrijft in haar dagboek.

Ik lees in dat dagboek en besef dat zij 730 dagen binnen heeft gezeten. Van 6 juli 1942 tot 4 augustus 1944 bleef ze binnen, in angst dat er op de deur zou worden geklopt.

En ik schaam me, omdat ik klaag dat ik het saai vind, me verveel. Terwijl ik leef in luxe, met genoeg te eten en via allerlei kanalen contact kan onderhouden met familie en vrienden.

Wij zitten nog maar 40 dagen in ons huis. Anne Frank zat er 730 dagen lang. En toen moesten ze naar buiten.