Terugblik op de afgelopen Schrijversdag – door Nicole Ramsaran

Naast je standaard lessen ook de Schrijversdag

Zonder Schrijversdag geen diploma. Laat dat even duidelijk zijn. Dat klinkt naar en streng en toch is het een dag om naar uit te kijken. Naast je verplichte lessen tijdens de basisopleiding en je specialisatie is een Schrijversdag ook een must. Hier leer je namelijk de wereld van het schrijverschap kennen. Schrijven is meer dan alleen teksten boetseren. In ieder geval als je naast schrijven ook de wens hebt uitgegeven te worden. Want hoe sla je een uitgever aan de haak? Wat willen boekhandels van je? En die literair agent? Wat doet die eigenlijk voor je?

Hoe ziet de studiedag eruit?

Op 29 juni 2019 is de Tolhuistuin te Amsterdam weer het toneel voor deze inspirerende dag. Kom je vanaf het Centraal Station dan ben je met het pontje binnen twee minuten op locatie. Elke keer is het weer een feestje zo ook nu weer. Manon Duintjer interviewt debuterende schrijver Lex Boon en oude rot in het vak Willem Asman. Tussen deze twee interviews geniet je van een gezonde lunch en volg je twee masterclasses naar keuze. Kun je niet kiezen? Geen probleem, want je kunt altijd nog een volgende Schrijversdag volgen. Oh ja, vergeet ook de gezellig borrel ter afsluiting niet.

  • Hoe presenteer ik mezelf als auteur? Door Remco Volkers
  • Social media voor auteurs. Door Jordi Sloots
  • Redactie voor redacteuren. Door Jacqueline de Jong
  • Redactie voor auteurs. Door Harold de Croon
  • Wat doet een uitgever? Door Ingrid Meurs
  • Wat verwacht een kinderboekenuitgever? Door Thille Dop

Interview Lex Boon

Het zal je maar gebeuren. Je vriendin komt thuis, geeft je een ananasplant van de Ikea en vertrekt met de noorderzon. Dat overkwam Lex Boon. Hoe ga je verder? Hoe pak je de draad weer op? En belangrijker, hoe ga je met je liefdesverdriet om? Met een flinke dosis humor vertelt Lex hoe de ananasplant hem afleiding bood. Door zich compleet onder te dompelen in de geschiedenis van de ananas verwerkt hij zijn verdriet en wordt hij steeds verder de wereld van groente,- en fruittelers ingetrokken. Hij doet alle uithoeken van de ananaswereld aan, ontmoet menig expert en besluit zelfs een eigen importbedrijf op te starten. Of dat uiteindelijk goed komt is nog maar de vraag, maar het boek Ananas is in ieder geval het eindresultaat. Tussen dit wonderbaarlijke verhaal weet Manon hem ook nog diverse schrijftips te ontfutselen. Wat Lex ons meegeeft is dat je vooral moet schrijven. Ga gewoon beginnen en heb je moeite met de eerste zin? Sla deze gerust over en start bij de eerstvolgende. Die eerste zin volgt dan vanzelf. Wat ik meeneem van dit opbeurende interview? Een foto met Lex en een gesigneerd exemplaar van Ananas. En ik lust ze niet eens.

Jacqueline de Jong – Redactie voor Redacteuren

Tijdens deze interessante masterclass loodst Jacqueline de Jong je door de wereld van de redactie. Wat voor soorten redacteuren zijn er? Wie doet wat en wie houdt de regie in handen? Al gauw wordt duidelijk dat je, om redacteur te worden, een gezonde obsessie voor tekst, taal en grammatica nodig hebt. Ook is het handig om een flinke portie mensenkennis in huis te hebben. Want de ene auteur reageert goed op to the point commentaar, terwijl de andere eerst graag een overdaad aan schouderklopjes nodig heeft om door te kunnen gaan. Als dit je nog niet afgeschrikt heeft en je kunt goed lezen, bent hulpvaardig, beschikt over een fikse dosis creativiteit en je kunt goed communiceren? Dan ben jij het prototype redacteur. Meld je dan vooral aan voor de opleiding Redactie bij de Schrijversacademie.

Remco Volkers – Hoe presenteer ik mezelf als auteur

En dan is je manuscript af. Misschien ligt het ook al in de winkel. Hoe zorg je dat je als auteur gezien wordt en dat je boek gezien wordt? Volgens Remco zijn hier twee woorden kern: Werk Zelf. En dat moet je niet verwarren met doe het zelf. Het ‘werk’ is het schrijven, het uitwerken van ideeën en alles wat daarbij komt kijken. Het stukje ‘zelf’ is wat je zelf meeneemt. Je netwerk, je expertise, je herinneringen. Daarnaast is weten wie je bent al het halve werk. Je kunt jezelf dan kort en bondig voorstellen en daarmee mensen triggeren  om jouw werk te kopen en te lezen. Zorg voor een goede pitch van je verhaal, met de juiste haakjes en zorg dat je opvalt. Stuur je een mail? Zet dan iets in de onderwerpregel dat men niet kan weerstaan. Er staat taart in de koelkast! doet het op kantoren erg goed, maar bedenk vooral je eigen woest aantrekkelijke tekst.

Interview – Willem Asman

Dat Willem Asman schrijver zou worden was een mogelijkheid die iedereen wel zag, alleen hijzelf wat later dan de rest. Met een studie Nederlands denk je dat je op de goede weg zit, maar je doet daar alles behalve schrijven. Een opleiding aan de toneelschool dan? Helaas, afgewezen. Dan maar een rechtenstudie en jurist worden. Daar ben je absoluut met taal bezig en dan vooral de nuances, punten en komma’s. Tot op een dag zijn vrouw vroeg ‘wat wil je nu écht doen?’ en hij er spontaan ‘schrijven’ uitfloepte. Dit resulteerde in een ‘nou dan gaan we dat regelen.’ met een als gevolg een spannende trilogie, die nu een deel vier krijgt. Manon zou Manon niet zijn als ze Asman zijn werkproces niet zou laten prijsgeven. Hij neemt ons van A tot Z mee. Zijn gouden tip voor ons: Heb plezier. Vergeet alles wat geweest is en nog komen gaat en geniet.

Borrel

Van al het luisteren, vragen stellen en tips noteren krijg je dorst. De Schrijversdag sluit dan ook standaard af met een borrel. Dit keer buiten op het terras. Met een hapje en drankje deel je ervaringen, wissel je telefoonnummers uit en worden vriendschappen beklonken.

Ben je enthousiast geworden over de masterclass waar je collagastudent naartoe is geweest? Niet getreurd, op 21 september 2019 is de volgende Schrijversdag. Dit keer te Utrecht bij Mammoni. Houd de site in de gaten voor meer informatie en ook niet-studenten zijn van harte welkom. Neem dus gerust je schrijvende buschauffeur of favoriete theetante mee.

Het programma en aanmelden voor 21 september? Klik hier. 


Over Nicole Ramsaran

Hallo allemaal, mijn naam is Nicole Ramsaran en ik ben student aan de Schrijversacademie. Na de basisopleiding ben ik de specialisatie Romans en Korte verhalen gaan volgen en 13 juli heb ik de specialisatie Kinderboeken schrijven afgerond. In mijn vrije tijd schrijf ik korte verhalen en recenseer ik voor Business and Bubbles. Inmiddels ben ik kind aan huis bij de Schrijversacademie en heb ik mijzelf de titel “Ambassadeur Schrijversacademie” cadeau gedaan.

De-dag-na-de-presentatie blues – Manon Duintjer

19 april: de dag die je wist dat zou komen, de dag na de presentatie. Ik mag uitslapen. Geen boterhammen smeren, geen trommeltjes vullen, geen tandenborstels klaarleggen. Ik draai me nog eens om teneinde van deze luxe te genieten, maar slapen lukt niet meer. Een combinatie van afterparty-adrenaline, verwachting, onzekerheid en teveel wijn houdt me wakker. Vanaf vandaag ligt We zijn verdwaald in de winkel. Vanaf vandaag kan iedereen mijn roman lezen. Vanaf vandaag kan iedereen er iets van vinden. Maar wat zullen ze vinden? En gaat überhaupt iemand het boek lezen?

Een oorverdovende drilboor in de straat jaagt me mijn bed uit.

Het grote wachten

Beneden zet ik de bloemen in vazen, pak ik de cadeautjes uit en raak ik ontroerd door alle lieve kaartjes, die ik gisteren heb gekregen (zo’n presentatie heeft wel wat weg van een babyshower, al heb ik dat laatste nooit meegemaakt). Dan begint het grote wachten. Anders dan bij een theatervoorstelling, een film première of een opening van een tentoonstelling, kunnen mensen op een boekpresentatie niet direct reageren op wat jij hebt gemaakt. Uitstel van executie dus. Ergens is dat fijn, tegelijkertijd is het zenuwslopend. Ik wil reacties. Nu! Ik open mijn mailbox, maar zie alleen ‘als reclame beoordeelde’ mails met de vraag ‘wat ik van mijn aankoop vind’. De gewone brievenbus zit vol met rekeningen en blauwe enveloppen.

15 minuten beroemd

’s Middags ben ik te gast bij het programma Lunchroom op Radio Noord-Holland. Enigszins groggy en in de hoop dat mijn stem niet te zwaar klinkt rijd ik naar een industrieterrein aan de rand van Amsterdam en parkeer op de eerste de beste vrije parkeerplaats tegenover de Gamma. In de studio word ik verwelkomd door een aardige presentatrice, die me uitlegt hoe het interview gaat verlopen: eerst een paar autobiografische vragen, daarna gaan we dieper in op het boek zelf. De jingle start, het gesprek begint en voordat ik het weet is het afgelopen.

Gamma, dat zeg ik

Zijn we nou wel aan het boek toegekomen?, vraag ik me af terwijl ik de studio verlaat en naar de receptie loop. Het kan me eigenlijk niet zoveel schelen. Ik ben blij dat het gesprek achter de rug is en ik wil nu zo snel mogelijk naar huis om me helemaal over te geven aan mijn after-presentatie-kater.

‘O, je staat voor de Gamma,’ zegt de receptioniste, als ik uitleg waar ik mijn auto heb geparkeerd. ‘Dan moet je daar je muntje halen en eerst iets kleins kopen.’

Beduusd stap ik de megagrote Gamma in. Wat moet ik hier in godsnaam kopen? Behang? Een barbecue? Gelukkig zie ik tussen de bouwmaterialen een pakje permanent- markers liggen. Niet dat ik daar naar op zoek was, maar die kunnen de kinderen vast wel  gebruiken. Wanneer ik afreken en om een muntje vraag, kijkt de caissière me vijandig aan.

‘Bent u een uur binnen geweest om een pakkie stiften te kopen?’ snauwt ze.

‘Nee hoor, ik zat bij Radio Noord-Holland,’ antwoord ik eerlijk en ook een beetje trots. Met een diepe zucht en een blik alsof ze me een hele grote gunst bewijst overhandigt ze me het muntje. ‘Dat is dus niet de bedoeling,’ roept ze me na, terwijl ik de winkel uit ren.

Over Manon Duintjer

Manon Duintjer (1969) is van huis uit historica en kan bogen op ruime ervaring in het boekenvak o.a. als redacteur, uitgever, recensent en auteur. Zij stelde o.a. de bundels Wat ik van mijn moeder leerdeMannen jagen, vrouwen schieten raakZij denkt dus zij bestaat en Zien is geloven samen. In 2011 verscheen bij uitgeverij Ambo/Anthos haar romandebuut De S-machine. Samen met Marlies Visser ontwikkelde zij het filosofiespel Nomizo. Manon is schrijfdocent bij de Schrijversacademie en houdt regelmatig openbare interviews met auteurs.

Op 18 april 2018 verscheen haar tweede roman We zijn verdwaald bij Gloude publishing

www.manonduintjer.nl –  Volg Manon ook op Facebook en Instagram

Social media geploeter – door Manon Duintjer

Goed, je hebt je boek geschreven en je eerste interview gehad. Het wachten is op het moment dat het boek van de drukker komt en op de presentatie…

Even relaxen dus? Nou vergeet het maar, want zelf je boek promoten hoort ook bij het vak en dat doe je tegenwoordig vooral via social media. Dus kom op, vooruit met de geit: ga die online snelweg op! Nu zal ik jullie verklappen dat posten op social media niet mijn hobby is. Ja, ik zit op Facebook, Instagram en Linkedin en ja ik kijk best graag naar posts van anderen. Maar zelf? Als ik bezig ben met een post, vraag ik me altijd af: is dit wel interessant genoeg? Wie zit hier op te wachten? En dat doe ik vaak net zolang totdat ik denk: laat maar zitten.

Selfie

De ene keer dat ik spontaan een boek waarvan ik had genoten op Instagram plaatste, deed ik dat per ongeluk drie keer. Om mijn schaamte daarover te delen maakte ik een selfie (jawel een selfie) waarbij ik mijn hand voor mijn mond sloeg en stuurde die er achteraan. Ik vond het zelf wel grappig, maar mijn dochter ervoer dit als uitermate ‘schamend’ en eiste dat ik deze belachelijke foto onmiddellijk zou verwijderen.

1 post is geen post

En nu moest ik dus een social media campagne(tje) voor mijn eigen boek verzinnen. Help! Wat te doen? Foto’s plaatsen van mijn Indiareis, drukproeven, bezoekje aan de drukker of misschien van verkeersborden die met verdwalen te maken hebben? Allemaal leuk en aardig, maar dat soort foto’s vormen geen consistent verhaal. Van de Storytellinggoeroes heb ik geleerd dat je iets moet bedenken waarop je kan voortborduren, dus niet alleen losse posts, maar posts die met elkaar in verband staan. En posts die je zelf leuk vindt om te maken, want anders werkt het sowieso niet.

Hoera, ik heb het!

Net toen ik in paniek begon te raken (de dag van verschijnen kwam akelig snel dichterbij) kreeg ik een idee. In mijn roman We zijn verdwaald zijn de hoofdpersonen Kim en Edward letterlijk verdwaald (in het donker op de hei) en figuurlijk (vader volgt een goeroe die apocalyptische voorspellingen doet, dochter zit klem tussen scheidende ouders en later in eigen relatie). Volgens mij is iedereen wel eens verdwaald in zijn leven en daarom leek het me interessant om vrienden en bekenden te vragen naar het moment waarop zij verdwaald waren. Met dit concept kon ik prima uit de voeten, want het haakte prachtig aan bij het thema van mijn boek, het ging niet over mij en ik kon doen wat ik altijd leuk vind om te doen: interviewen.

WZV-stories

Die interviews leverden verrassende, ontroerende en soms komische mini-verhaaltjes op met toepasselijke foto’s, die ik vanaf vandaag 2x per week zal posten op Facebook en Instagram.

Ben jij ook wel eens verdwaald? Mail dan jouw WZV-story van max 220 woorden en een ‘verdwaalde’ foto’ van jezelf naar info@schrijversacademie.nl of laat het achter in de facebookoproep. De drie beste verhaaltjes ontvangen een gesigneerd exemplaar van mijn roman We zijn verdwaald.

Volg Manon en haar WZV stories op Facebook en Instagram

www.manonduintjer.nl

De interviewer geïnterviewd – Manon Duintjer

De interviewer geïnterviewd

‘Lokah Samastah Sukhino Bhavantu. Wat betekent dat zinnetje voor jou?’

‘Uhm, de hoofdpersoon Kim zegt dat wanneer…’

‘Maar voor jou?’

‘Nou ik vind het een lief zinnetje met een lieve betekenis en in de yogaklas eindigen we altijd zo, maar…

Doing, doing, doing. Plots besluiten de buren van de geïmproviseerde studio een verbouwing te beginnen en horen we niets dan getimmer.

‘Oké we stoppen…’

Poeh, even respijt.

Proefdraaien

Iedere studiedag interview ik twee auteurs over hun boeken, over hun schrijfproces en over alles wat met publiceren te maken heeft. Het liefst ga ik op zoek naar hun persoonlijke verhaal en dat komt ook altijd in meer of mindere mate naar voren. Nu mijn roman We zijn verdwaald bijna verschijnt, moet ik er zelf aan geloven. Het eerste interview heeft mijn uitgever Wanda Gloude geregeld. Het wordt door drie camera’s opgenomen en het is de bedoeling dat er ‘snippets’ van worden gebruikt op social media. Een thuiswedstrijd dus. Van tevoren was ik eigenlijk niet zenuwachtig, maar bij de eerste vraag over yoga breekt het zweet me uit. Wat is dat ingewikkeld om over jezelf te vertellen.

Feit en fictie

De ingewikkeldheid zit er vooral in dat mijn boek deels is gebaseerd op ervaringen uit mijn jeugd, met name op situaties die ik met mijn vader heb beleefd. En mijn vader leeft nog. Het boek schrijven was daarom al ingewikkeld, maar om nu ook met drie camera’s te praten over het leven van iemand die daar niet om heeft gevraagd is nog lastiger. Bovendien is minstens een even groot deel verzonnen. Leg maar eens uit waar de scheidslijn ligt. En wil ik dat wel uitleggen, want dat kan ook de magie van de roman onderuit halen. Bij iedere vraag verwijs ik naar het boek en ik hoor mezelf behoorlijk wollig praten met veel mitsen en maren, en enerzijds anderzijds. Met terugwerkende kracht bewonder ik de auteurs die ik zelf heb geïnterviewd en die een goeie balans wisten te bewaren tussen openhartigheid en mystificatie.

De Telegraaf

Twee dagen later staat er een journaliste van VROUW Magazine van de Telegraaf op de stoep. Dit interview is voor het ‘echie’ en ik dank god op mijn blote knieën dat ik heb kunnen oefenen. Toen ik terugfietste naar het station waren me natuurlijk de beste antwoorden te binnen geschoten. Ook heb ik besloten niet steeds naar het boek te verwijzen, want dan wordt het krampachtig en saai.

Als de journaliste binnenkomt, is het eerste wat ze zegt: ‘Zo jij bent dus Kim.’

‘Ja, nou nee,’ mompel ik geschrokken. Vervolgens vertelt ze dat ze ook enig kind is, dat haar ouders uit elkaar zijn gegaan toen ze heel jong was en dat haar vader hippie is geworden. Even vraag ik me af of dit een slimme interviewtechniek is, maar wat het ook is, het werkt. Ik vertel haar het verhaal achter het boek zonder de rem er op. Als ze na anderhalf uur is opgestapt, slaat de twijfel onmiddellijk toe. Waarom heeft ze zo weinig over de reis gevraagd en zo veel over de scheiding? Heb ik niet teveel prijsgegeven?

Fotoshoot

De volgende dag komen een fotografe en visagiste langs voor een fotoshoot. Terwijl de fotografe naar bruikbare plekken in mijn huis zoekt en de visagiste me bepoedert en beschildert, ontstaat er een leuk gesprek over reizen, ouders, kinderen en goeroes. Had ik dit gisteren maar gezegd, denk ik steeds. Waarom laat ik me zo intimideren door het idee ‘interview’ en kan ik met een journaliste niet zo ontspannen praten als met deze twee dames? Het doet me denken aan mijn rijexamen waar ik vijf keer voor zakte. Tijdens de lessen reed ik rustig zonder noemenswaardige fouten het uur vol, maar zodra de examinator naast me schoof vergat ik mijn spiegels, reed ik niet stuurvast en verdwaalde ik op de trambaan.

Na twee weken vind ik het uitgeschreven interview in mijn mailbox. Ik klik het bestand open en met ingehouden adem lees ik mijn woorden terug. Na drie pagina’s adem ik opgelucht uit. Ja, het is heel persoonlijk, maar het is een mooi interview geworden en er staat niets in waar ik niet achter sta.

‘Ik krijg zin om dit boek te lezen,’ zegt mijn man als hij het uit heeft. Missie geslaagd, maar ik geloof toch dat ik liever zelf de vragen stel.

Het interview in VROUW Magazine verschijnt 13 april

De ‘snippets’ zullen vanaf 18 april via social media verspreid worden

Over Manon Duintjer

Manon Duintjer (1969) is van huis uit historica en kan bogen op ruime ervaring in het boekenvak o.a. als redacteur, uitgever, recensent en auteur. Zij stelde o.a. de bundels Wat ik van mijn moeder leerde, Mannen jagen, vrouwen schieten raak, Zij denkt dus zij bestaat en Zien is geloven samen. In 2011 verscheen bij uitgeverij Ambo/Anthos haar romandebuut De S-machine. Samen met Marlies Visser ontwikkelde zij het filosofiespel Nomizo. Manon is schrijfdocent bij de Schrijversacademie en houdt regelmatig openbare interviews met auteurs.

18 april 2018 verschijnt haar tweede roman We zijn verdwaald bij Gloude publishing

 

.

Wie heeft gezegd dat schrijven makkelijk is? – door Manon Duintjer

1993

Ik was 23 en samen met mijn vader reisde ik twee maanden door India. Het land maakte diepe indruk op me. De mensenmassa’s, de armoede, de alomtegenwoordige religie en de overweldigende natuur: alles leek uitvergroot, niets was middelmatig.

Ik dacht: als ik ooit ‘schrijver’ word, dan schrijf ik een roman over deze reis.

We bezochten verschillende ashrams waar ik me ergerde aan materialistische goeroes en hun dweepzieke volgelingen, maar tegelijkertijd graag luisterde naar een oudere Indiase leraar met een dikke bril die uitlegde hoe ‘Brahman de aarde doordringt zoals het goud de armband’. Niet dat ik hem helemaal begreep, maar zijn woorden fascineerden me wel. Ook maakte ik  verschijnselen mee die ik niet rationeel kon verklaren zoals permanent stromende as uit het portret van een van de goeroes. Op rustige momenten schreef ik in mijn dagboek en ik dacht: als ik ooit ‘schrijver’ word, dan schrijf ik een roman over deze reis.

2011

Ik was 42 en publiceerde mijn eerste roman De S-machine. Nu was ik ‘schrijver’ en dus brak het moment aan om over India te schrijven. Maar natuurlijk niet over mezelf en mijn vader. Nee, dat was niet interessant genoeg. Ik verzon twee personages: Edward, een docent aan de filmacademie en zijn oud-leerling Kim. Ze zouden elkaar tegenkomen in een Indiase ashram en totaal verschillend reageren op de hocuspocus die ze daar aantroffen: Edward vol overgave, Kim rationeel en sceptisch. Dat was een mooi conflict. Van daaruit zou ik verder schrijven. Vol goede moed ging ik aan de slag.

Vaak zat ik met tegenzin achter de computer. Ik kreeg er zelfs rugpijn van.

Helaas, het schrijfproces bleek uiterst traag en moeizaam: ik worstelde met het perspectief, de personages bleven karikaturaal en hoe bracht ik in godsnaam genoeg spanning in het verhaal om de lezer door te laten lezen. Vaak zat ik met tegenzin achter de computer. Ik kreeg er zelfs rugpijn van. Maar hé, wie heeft gezegd dat schrijven makkelijk is?

2016

Ik was 46 en ik zat met versie nummer zoveel tegenover mijn toenmalige redacteur.

‘Goed geschreven, maar waar gaat het nou eigenlijk over?’ vroeg ze. ‘En wie is je doelgroep?’ Ik stamelde wat over spiritueel geïnteresseerden, maar juist ook weer niet, over vrouwen van mijn leeftijd en over oudere homo’s. Eerlijk gezegd had ik geen idee.

Die avond ging ik uit eten met een goede vriend, tevens ex-uitgever en Indiakenner. Na een paar glazen wijn verzuchtte ik: ‘Wat moet ik nou? Wil jij het niet eens lezen?’ Hij schudde meewarig zijn hoofd en antwoordde: ‘Waarom doe je zo moeilijk? Je hebt zelf zo’n goed verhaal. Waarom zou je iets verzinnen? Waar ben je bang voor?’

De vraag wat mijn vader ervan zou vinden parkeerde ik.

Tsja, waar was ik bang voor? Ik had mezelf voorgehouden dat mijn eigen verhaal te saai zou zijn, maar nu realiseerde ik me dat ik vooral bang was dat het te dichtbij zou komen. Voor mezelf en voor mijn vader die nog leefde. Op hetzelfde moment voelde ik ook dat mijn vriend gelijk had. Na vier jaar ploeteren met fictieve personages en ingewikkelde plotwendingen zag ik in dat een vader en een dochter het verhaal precies de dramatische lading zouden geven die het nodig had. Waarom maakten zij samen die reis? Wat was er vroeger gebeurd? Die vragen zouden het verhaal urgent maken.

Hoewel ik er de volgende ochtend (met een milde kater) nog net zo over dacht, betekende dit niet dat het boek daarna in een vloek en een zucht was geschreven. Het was behoorlijk confronterend om terug te gaan naar de tijd dat mijn ouders op een niet zo prettige manier uit elkaar gingen en dat mijn vader in de ban raakte van een Indiase goeroe. Bovendien was het knap ingewikkeld om deze ervaringen te mixen met de fictieve verhaallijnen uit de eerdere versies, waarvan ik er een aantal wilde behouden. De vraag wat mijn vader ervan zou vinden parkeerde ik. Tenslotte kon ik altijd nog beslissen om het boek niet te publiceren.

2019

Ik ben 49 en mijn tweede roman We zijn verdwaald verschijnt 18 april. Op basis van mijn eigen ervaringen heb ik een nieuw verhaal gecreëerd. De fictie gaf me de vrijheid om zaken scherp te stellen, tijdssprongen te maken, situaties naar mijn hand te zetten en nieuwe personages te introduceren. De autobiografische elementen zorgen ervoor dat het verhaal doorleefd is. Deze manier van schrijven heeft mij de mogelijkheid gegeven om van een afstand naar mijn jeugd te kijken en hoewel dat soms zwaar was werkte het ook bevrijdend. Wat er verder ook met We zijn verdwaald zal gebeuren, dat is alvast mijn persoonlijke winst.

Hoe ik het mijn vader heb verteld? In een koffiehuis, trillend van de zenuwen. Tot mijn grote opluchting was zijn eerste reactie: ‘je hebt er een kunstwerk van gemaakt.’  Vanaf 18 april ligt dit ‘kunstwerk’ in de winkel en daar ben ik trots op.

Over Manon Duintjer

Manon Duintjer (1969) is van huis uit historica en kan bogen op ruime ervaring in het boekenvak o.a. als redacteur, uitgever, recensent en auteur. Zij stelde o.a. de bundels Wat ik van mijn moeder leerde, Mannen jagen, vrouwen schieten raak, Zij denkt dus zij bestaat en Zien is geloven samen. In 2011 verscheen bij uitgeverij Ambo/Anthos haar romandebuut De S-machine. Samen met Marlies Visser ontwikkelde zij het filosofiespel Nomizo. Manon is schrijfdocent bij de Schrijversacademie en houdt regelmatig openbare interviews met auteurs.

18 april 2018 verschijnt haar tweede roman We zijn verdwaald bij Gloude publishing

Terugblik op de laatste studiedag – door Nicole Ramsaran

Even voorstellen

Hallo allemaal, mijn naam is Nicole Ramsaran en ik ben oud-student (specialisatie Romans en korte verhalen). In mijn vrije tijd blog ik onder de naam Soferet, schrijf ik korte verhalen en recenseer ik voor Business and Bubbles. Met vier studiedagen achter de kiezen heb ik mijzelf de titel “ambassadeur Schrijversacademie” cadeau gedaan.

Net dat beetje extra

Naast de lessen en het huiswerk volg je bij de Schrijversacademie ook een verplichte studiedag. Bij het woord verplicht denk ik zelf aan zo’n dag, waarop je braaf rechtop moet zitten en naar ellenlange verhalen van een niet inspirerende, stoffige docent moet luisteren. Zo eentje met van die standaard grapjes die hij bij elke nieuwe groep weer uit de kast trekt en waarom hijzelf (vaak als enige) smakelijk moet lachen.

Heb jij dit beeld ook bij “verplicht”? Dan zal de studiedag van de Schrijversacademie je referentiekader flink opschudden. Deze dag zorgt voor net dat beetje extra bij je opleiding.

Hoe ziet de studiedag eruit?

Op 2 juni jl. heet het team van de Schrijversacademie ons welkom bij de Tolhuistuin te Amsterdam. Vanuit het centraal station heel makkelijk te bereiken met het pontje. Dit keer interviewt onze Manon Duintjer de lifestylejournalist, beautyblogger en auteur Karin Kuipers en auteur van reisverhalen Carolijn Visser.

Naast de interviews mag je kiezen uit een tweetal masterclasses. Heb je last van keuzestress, dan kan dit nog wel een issue zijn. Maar wat je ook kiest je krijgt gegarandeerd handige tips en inzichten.

Het liefst wil ik, net als Hermione uit Harry Potter, magie gebruiken om alle masterclasses bij te wonen. Helaas is dat alleen mogelijk in mijn lezende dubbelleven en kies ik dit keer voor Thille Dop en Harold de Croon.

Maarten Carbo – de Boekenfluisteraar

Tijdens de lunch en tussen de masterclasses door is er gelegenheid om met Maarten Carbo te sparren over je boek. Waar loop je tegenaan? Waar knelt het en hoe los je het op? Maarten werkte als redacteur en uitgever voor verschillende uitgeverijen en is de Boekenfluisteraar. Loop je vast? Maarten trekt je vlot.

Interview Karin Kuijpers – Super Olcay

Karin Kuijpers is een echte selfmade woman. Ze pionierde als lifestylejournalist, schrijft beautyblogs en heeft nu Super Olcay geschreven. Wat een rauwe biografie moest worden, resulteerde in een  inspirerend boek vol wijze lessen om de top te bereiken. Met humor vertelt Karin over de route die zij bewandeld heeft om op dit punt in haar leven te komen, hoe het schrijven van Super Olcay in zijn werk is gegaan en tipt ons over wat helpt wanneer je vastloopt in het schrijfproces: loslaten. Zelf doet zij dit door te wandelen. Wat ik heb meegenomen uit haar verhaal: Met een open mind beleef je meer.

Thille Dop – Wat verwacht een kinderboekenuitgever?

Als je het hebt over passie voor je vak dan ben je bij Thille aan het juiste adres. Met een wereld aan ervaring in de kinderboekenbranche en een diverse smaak in genres weet zij een geheel eigen weg te bewandelen in de uitgeverswereld. Thille benadrukt het belang van lezen. Dat wat je leuk vindt geef je door aan je kinderen, daardoor blijven klassiekers, zoals bijvoorbeeld Annie M.G. Schmidt, het nog steeds goed doen. Ze neemt ons mee in de wereld van de kinderboekenuitgever. Waar moet je op letten en wat moet je vooral niet doen. Wat je vooral wel moet doen is bij jezelf blijven en bij wat je kent. Alsof al deze energie en kennis nog niet genoeg is verloot Thille een aantal boeken onder de collega-studenten. Blij als een kind en mét een nieuw boek onder mijn arm is het al weer tijd voor het volgende onderdeel.

Harold de Croon – Redactie voor auteurs

Luisterend naar Harold de Croon besef ik hoe belangrijk een goede redactie voor je verhaal is. Harold grapt dat de redacteur altijd gelijk heeft. De schrijver blijft echter de baas van het verhaal. Als redacteur is hij de aangewezen sparringpartner, die je bewust maakt van je verhaal en de personages. Aan de hand van een analyse van een moordmysterie van Agatha Christie wordt het al gauw duidelijk dat elk personage een geschiedenis heeft, waardoor je begrijpt waarom ze doen wat ze doen. Dat die geschiedenis dan meteen ook zorgt voor een motief is mooi meegenomen en bouwt spanning op. Via zeven regels laat hij zien hoe je een goed verhaal schrijft en stuurt hij ons de wereld weer in met een bonusregel: Fuck de regels.

Interview Carolijn Visser

Met meer dan 22 titels op haar naam kunnen we gerust zeggen dat Carolijn een oude rot in het vak is. Via haar boeken neemt ze ons mee op de vele reizen die ze heeft gemaakt en leert ze ons de mensen kennen die ze heeft ontmoet en die haar inspireren.

Carolijn vertelt ons hoe haar nieuwste boek Selma tot stand is gekomen. De bijzondere ontmoeting met de kinderen van de hoofdpersoon en haar connectie met het China ten tijde van de culturele revolutie. Een spervuur aan vragen uit het publiek wordt op haar afgevuurd en ook nadat het interview is afgelopen blijven nog velen van ons hangen om nog meer te weten te komen over Carolijn en haar avonturen. Met mijn nieuw gesigneerde exemplaar van Selma veilig in mijn tas geborgen is deze dag alweer bijna om.

Borrel

Na zo’n interactieve dag kun je natuurlijk niet direct naar huis. Eerst even bijkomen met een hapje en drankje. Van een afstand bekijk ik mijn medestudenten en luister ik naar de verhalen en ervaringen van deze dag. Kaartjes worden uitgewisseld en nieuwe boeken gepromoot. Want ook dat is de Schrijversacademie. Niet alleen aspirant schrijvers gaan op les, ook debutanten en gevestigde auteurs spijkeren hun kennis bij. Op de succesvolle afdronk van weer een geslaagd evenement proosten we met een goed glas wijn en een bitterbal.

Terug op het pontje naar het station kijk ik uit over het water en uit naar mijn lustrum. Op 22 september vier ik mijn vijfde studiedag. Vier je mee?

Geen student van de Schrijversacademie? Geen probleem, je bent van harte welkom.

Groetjes,

Nicole Ramsaran (Soferet)

Storytelling – Een fantastisch middel

‘Ik hoefde mijn kinderen niet te straffen. Ik had een fantastisch middel: het verhaal,’ zei Jan Terlouw onlangs in een interview in het NRC. Terlouw vertelde zijn kinderen verhalen om hen te leren nadenken over morele kwesties en om hen te laten zien hoe belangrijk het is om de drijfveren van iemand te kennen.

Ook bij de opleiding Storytelling gebruiken we verhalen om mensen iets duidelijk te maken, maar dan op een zakelijk vlak, bijvoorbeeld om jezelf als ZZPer op de kaart te zetten, of om het belang van een verandering binnen je bedrijf kracht bij te zetten of om je werknemers met hun neuzen dezelfde kant op te laten wijzen. Eerlijkheid staat daarbij hoog in het vaandel. Voordat je daadwerkelijk gaat schrijven, zal je eerst inzicht moeten krijgen in je eigen drijfveren. Dat betekent met de billen bloot en dat is niet altijd makkelijk. Weerstand, uitstelgedrag, blokkades: het hoort er allemaal bij.

Als je de hobbel eenmaal genomen hebt, is ‘the sky the limit’.

Zo schreef een van mijn studenten in een motiveringsspeech voor haar medewerkers hoe zij zelf het enthousiasme in haar werk was kwijtgeraakt en hoe ze dat vervolgens had teruggevonden, een andere student schreef een thriller over het wateronderzoek dat haar bedrijf deed. En weer een ander combineerde haar eigen familiegeschiedenis met die van de buitenplaats waarvoor zij werkte en maakte daar een boekje van.

Terlouw heeft gelijk: verhalen zijn een fantastisch middel niet alleen om de drijfveren van anderen te leren kennen, maar ook die van jezelf. Want als je die kent, kan je een waarachtig verhaal creëren waarmee je mensen raakt en overtuigt.

Wil jij ook ontdekken hoe een je overtuigend verhaal dat blijft hangen kunt structureren voor elke behoefte van je bedrijf, en meteen beginnen met het toepassen van de theorie in de praktijk? klik hier De volgende startdatum van deze opleiding is in Utrecht: zaterdag 30 september 2017 met Manon Duintjer

Over de auteur:

Manon Duintjer (1969) was uitgever van de Rainbow Pockets, stelde als freelance redacteur verschillende verhalenbundels samen, waaronder Zij denkt dus zij bestaat en schreef voor het tijdschrift BOEK. In 2011 debuteerde zij met de roman De S-machine, en in 2016 bracht zij samen met Marlies Visser het filosofiespel Nomizo uit. Momenteel geeft zij les aan de Schrijversacademie en werkt zij aan haar tweede roman.

 

 

De rappe desintegratie van de familie Sunshine  – winnaar van de schrijfwedstrijd Barbiepop

Gisteren was de uitreiking van de schrijfwedstrijd die de Schrijversacademie in samenwerking met schrijvenonline​ heeft georganiseerd. Iris Groenhout heeft de eerste prijs gewonnen! De tweede prijs ging naar Jakim Kravanja en de derde prijs naar Gino Dekeyser.
Nét niet op de shortlist maar wel een eervolle vermelding op de vierde plek: Marie Visser met haar gedicht: Instagirl.

Gefeliciteerd Iris!

De rappe desintegratie van de familie Sunshine

Op elke trede telde ik tot vijf, des te langer duurde het voor ik bij de slaapkamer van Marloes was. We gingen, samen met ons andere buurmeisje Désiree, met de barbies spelen. Mijn poppen hield ik achter mijn rug.  

Het was de dag na pakjesavond en ik had zeker geweten dat ik eindelijk een Barbie zou krijgen. Jarenlang had ze op mijn lijstje gestaan en jarenlang had mijn moeder dat genegeerd. Barbie was verwerpelijk speelgoed, vond ze. Het was zoiets als The A-team kijken of The Loveboat, of chips eten en frisdrank drinken. Allemaal verwerpelijke dingen. Dingen die wij niet deden. Maar kortgeleden had ze me opgewonden toegefluisterd: ‘Jij wordt heel blij als de sint komt.’   

‘Hoi.’  

Marloes en Desiree keken niet op toen ik binnenkwam. Ze hadden al hun barbies en kleertjes al in het midden van de kamer gelegd en stonden op het punt om te gaan verdelen. Behalve de oude verzameling zag ik ook een paar nieuwe. Blijkbaar had een van hen een Ken gekregen. Aan Ken hadden we, vanwege zijn korte haar, allemaal een hekel. Maar hij was een noodzakelijk kwaad omdat we wisten dat Barbie soms wilde zoenen. ‘Ik vraag wel een Ken voor Sinterklaas’, had Désiree zichzelf opgeofferd. En daar lag hij nu in zijn beige corduroybroek. Verder zag ik nog twee nieuwe Skippers, een Midge en een nepbarbie, maar wel met extra lang haar.  

‘Heb jij er nou ook één?’ vroeg Marloes.  

Ik knikte.  

‘Laat zien dan.’ 

Om tijd te rekken bewoog ik zo langzaam mogelijk mijn armen achter mijn rug vandaan. Ik kneep mijn ogen dicht en strekte mijn handen met de poppen voor me uit. Toen ik mijn ogen opende zag ik hun gezicht vol verbazing en afgrijzen.  

Ik herkende dat gevoel van de avond ervoor. Na een voortslepend gedicht vol rijmende moraal, mocht ik eindelijk het pakje openmaken. Het gewicht en de afmeting waren onmiskenbaar. Mijn moeder gaf me een bemoedigende knipoog. Met trillende vingers begon ik het papier los te peuteren om het vervolgens ongeduldig weg te scheuren. Gretig trok ik de doos tevoorschijn. Maar toen ik hem omdraaide slaakte ik een kreet. Het was geen Barbie, geen Skipper, zelfs geen Ken. Het was een moeder, een vader en een kindje. Ze waren donkerbruin, met zwart kroeshaar. De familie Sunshine. 

‘Waar komen díe vandaan?’ Marloes bekeek ze alsof ze twijfelde of ze wel legaal waren.    

‘Wat moeten we hier nou mee?’ Desiree, zelf gezegend met lang blond barbiehaar, plukte aan de kroeskoppen. 

Marloes zuchtte diep. 

‘Geef mij die bruine Ken dan maar.’  

‘Hij heet geen Ken, hij heet meneer Sunshine.’ Instinctief wilde ik ze beschermen. 

‘Nu heet ie bruine Ken. Hij gaat uit met Barbie.’ 

‘Maar mevrouw Sunshine dan?’  

‘Hier!’, Marloes wierp een paar zilveren lieslaarzen in mijn richting. ‘Ze gaat zingen in een club. Ze moet geld verdienen nu ze gaan scheiden.’ 

Vertwijfeld keek ik naar baby Sunshine.  

‘Geef maar’, zei Désiree ruimhartig. ‘Die is zo schattig, ik adopteer hem wel.’