Schrijven met humor, hoe doe je dat? – door Hetty Kleinloog

‘Je boek is enorm geestig, behalve als een personage grappig probeert te zijn.’ De meelezer van de eerste versie van mijn nieuwe roman Volle Kracht zette me met deze opmerking aan het denken. Ik hoor vaker dat ik humoristisch schrijf, maar ik heb eigenlijk geen flauw idee hoe ik dat doe. En als ik er lang over nadenk wat humor is, word ik draaierig.
Hoe werkt dat bij mij? Wanneer werkt een grap? Wanneer werkt een grap bij míj? Heb ik Amsterdamse humor, Hollandse humor, of meer iets universeels, en zo ja: waarom dan?

Wanneer is iets grappig?

Ik ga na wanneer ik deze week hardop gelachen heb.

Een oudere heer uit Yorkshire schudt Boris Johnson glimlachend een hand. Dan vraagt hij zeer beleefd: ‘Please, leave my town.’

De man uit Yorkshire had niet kunnen vermoeden dat dit fragment een miljoen keer gedeeld zou worden. Hij wist niet eens dat hij geestig was, hij was immers geen grappen aan het maken. De kracht van de ‘grap’ was het contrast tussen de beleefde vriendelijkheid van de Brit en zijn dodelijke woorden.

Engelse humor is ongelooflijk geestig omdat de personages, zoals Basil Fawlty uit Fawlty Towers of Hyacinth Bucket uit Keeping up appearances,  zichzelf bloedserieus nemen.  Mister Bean lacht zelf nooit, Eddie en Patsy (Absolutely Fabulous) evenmin. Zelfs Always look on the bride side of life zingt Brian ernstig, terwijl hij aan een kruis hangt.

In de tweede versie van mijn roman heb ik de grap van een van mijn personages (de 72-jarige Lies klimt op Schiphol in een drop off box) geschrapt.  Dat ze geheel in character voor de Canadese douanefoto haar kapsel in model brengt en haar lipstick bijwerkt, blijft uiteraard staan.
Het is waar: Lies is leuker als ze het zelf niet weet. En als ik het als schrijver ook niet weet.

Duitse humor

Van Duitsers wordt ten onrechte gezegd dat ze geen humor hebben. Dat hebben ze wel, alleen is er een strakke scheiding tussen luchtige en ernstige aangelegenheden. Lol en politiek gaan bijvoorbeeld volgens Duitsers absoluut niet samen, dus daarom zullen we bij een parlementsvergadering van onze Oosterburen nooit een bulderende Merckel zien.
Onze politici slaan elkaar regelmatig schaterend op de rug, dat is ondenkbaar bij de Duitsers.
Wat betreft de Fransen herinner ik me dat ik ooit eens enorm gelachen heb om een filmscène, waarin iemand tegen een glazen deur liep. Is dat nou grappig, hoor ik jullie vragen. Jawel, want de Fransen beschikken over een gouden instrument: timing.
Een grap kan nog zo flauw zijn, als hij goed getimed wordt, werkt hij.

Echte mensen

Hoe werkt het dan bij mij? Bij mij gaat humor vaak samen met een tikje treurigheid en mededogen, plus een snufje absurdisme. Mijn personages beschouw ik als echte mensen, die ik heb leren kennen door me in ze te verdiepen en in te leven. En echte mensen zijn nou eenmaal grappig, vaak onbedoeld, soms ook in hun treurige pogingen iets van het leven te maken.  De Don Quichot is in ieder van ons niet ver te zoeken.
‘Wie lacht niet die den Mensch beziet’, schreef de dichter Vaandrager al in de vorige eeuw.  (Vaandrager belandde overigens ernstige depressief in een psychiatrisch ziekenhuis en stierf als zwervende zonderling eenzaam op 56-jarige leeftijd, maar dit terzijde).

Humor heeft een spoor van verdriet

De Volle-Trilogie, waarvan het eerste deel Volle bloei vorig jaar is uitgegeven en Volle kracht vanaf 10 oktober a.s. in de winkel ligt, kent een lach en een traan, soms zelfs tegelijkertijd. Wat mezelf betreft moet ik nog het meest denken aan een zin uit een lied van tekstschrijver Gerrit den Braber (1929 – 1979): ‘Humor heeft een spoor van verdriet, lachen om de pijn, want dan voel je hem niet.’

En als je het de vijf dames uit de trilogie zou vragen? Die zullen zich ongetwijfeld het allerbest kunnen vinden in het gedicht van Bert Schierbeek:

 

maar we zouden niet vergeten dat
we hebben gelachen, gelachen hebben
we veel en dat zal ik niet vergeten
want we hebben gelachen en veel hè?
en dat zullen we nooit vergeten om-
dat we zoveel gelachen hebben en dat
niet vergeten gvd wat hebben we gelachen
en niet en nooit vergeten dat we zo
hebben gelachen omdat we samen waren
en zoveel gelachen hebben dat we
het nooit zullen vergeten


Hetty Kleinloog – www.kleinloog.eu

Op 10 oktober verschijnt het tweede deel van de Volle-Trilogie:
Volle Kracht.

De roman is online te reserveren, oa bij de Nieuwe Boekhandel.

Verzending door het hele land, vanaf 15 euro gratis.

 

Research op locatie – Door Hetty Kleinloog

Kun je alleen schrijven over plaatsen waar je bent geweest? research
Mijn antwoord is: ja.
Zelfs bij fantasielocaties zijn de steden en landen waar je werkelijk geweest bent, de bron voor je verbeelding.

Volgens mij is het onmogelijk om je al googelend een voorstelling van een plek te maken.  Wat je online ziet zijn foto’s en filmpjes waar een camera, dus een ander, zich op heeft gefocust, je kijkt dus eigenlijk met geleende ogen. Om de lezer in zijn hoofd mee naar een plek te voeren, gaat het niet alleen om wat je hebt gezien, je moet de locatie geroken, gehoord, geproefd hebben. Tijdens je fysieke research voel je of het er warm of koud, zuurstofrijk of benauwd is, je voelt de grond onder je voeten en de wind door je haren.
Zien is maar een zesde deel van al je zintuigen. De volle en rijke ervaringen die je verzamelt als je op pad gaat zijn absoluut terug te vinden in de tekst die je daarna schrijft.

Ik vind Google eigenlijk een tweede keus-activiteit bij het schrijven van een boek.  Door Google raken we ons gevoel voor serendipity – de ongezochte vondst – kwijt, want je hoeft niet meer na te denken, uit te vinden, samen te voegen. Je raakt juist kwijt wat de kern van creativiteit is: bestaande elementen samenvoegen en er iets nieuws van scheppen.
Neem bijvoorbeeld een kopje van bont. Nu bestaat het, omdat ene Meret Oppenheim het samengesteld heeft van de vorm van een theekopje en het materiaal bont. We kunnen het nu vinden als we op ‘theekopje bont’ zoeken. Maar Meret Oppenheim heeft dat niet gegoogeled, want het bestond niet. Ze heeft het zelf samengevoegd.
We zijn het er allemaal over eens dat Meret Oppenheim degene is die creatief is, niet wij die zoektermen hebben ingetypt.

Ik dwaal af.
Ik vind dus dat je als schrijver op pad moet gaan als je de ‘arena’ voor je verhaal wilt schetsen. Niet speuren achter je bureau, maar er daadwerkelijk komen. Natuurlijk kun je feiten wel opzoeken en dan dient het gemak – zoekmachines – de mens. Maar als je het in je boek over een bepaalde locatie hebt: ga erop af!

Mijn roman Volle Kracht speelt zich af in Canada.  De vijf vrouwen uit mijn eerste roman, Volle Bloei, verlaten hun vertrouwde omgeving en trekken erop uit. Enerzijds om de as van hun vriendin naar haar zus te brengen, anderzijds omdat het goed voor lichaam en geest is om nieuwe ervaringen op te doen als je ouder wordt, en om nieuwe kennis en vaardigheden te leren.

Het zou onmogelijk zijn geweest om een roman te schrijven die zich afspeelt in Canada zonder in Canada te zijn geweest.
De eerste keer trok ik in een camper door West Canada, zoals de vijf vrouwen uit mijn boek doen. Met eigen ogen zag ik vanaf een boot walvissen, dolfijnen en orka’s tegelijk zwemmen en springen. Ik voelde de koude wind op mijn wangen en de tranen over mijn wangen rollen. Ik rook de zee rond Vancouver Island.
Nooit had ik zonder die ervaring het volgende fragment kunnen schrijven:

Op het moment dat rechts van hen de fonteinen van de bultruggen sproeien en links een orkafamilie het water doorklieft en opduikt, komen tientallen dolfijnen het schip een bezoek brengen. Ze lijken te lachen en tuimelen in twee- en drietallen naast de boot. In de lucht zweeft opnieuw de zeearend.
Greetjes adem schiet hoog in haar keel en ze slikt. Ze zou willen lachen en huilen, jubelen en gillen tegelijk. Ze spreidt haar armen en jodelt zo hard als ze kan: ‘Jihoeoeoe!!!’ In gedachte zweeft en tuimelt, duikelt en duikt ze, komt ze los van haar Greetje-zijn. Dit is vrijer dan vrijheid, verder dan eindeloosheid, grenzelozer dan een lancering de ruimte in. Haar longen zuigen zich vol met lucht. Iedere lichaamscel vult zich met zuurstof.

Voor deel 3, Volle Glorie, ga ik kriskras met de trein door Europa reizen. Ik verheug me er enorm op.
Schrijver zijn is een zittend beroep? Researchen achter je computer?
Ik dacht het niet.

Ik spreid regelmatig mijn armen en jodel zo hard ik kan: Jihoeoeoe!!

Hetty Kleinloog

Volle kracht, het tweede deel van de Volle trilogie ligt vanaf 10 oktober 2019 in de winkel en is online te bestellen, onder andere bij de Nieuwe Boekhandel.

Een boekpresentatie – door Ginny Krijgsman

De zaal van Podium Mozaïek in Amsterdam Sloterdijk zit vol genodigden. Op het podium zit Hetty Kleinloog, auteur van Volle bloei, samen met Dieuwertje Blok die haar interviewt over haar debuutroman. Ik zit in de donkere, gevulde zaal. Naast mij zit D. Al 30 jaar zijn we bevriend. Ik en ook zij hebben een beetje last van de warmte. Of is het een opvlieger?

Volle bloei

Overal rijpheid. Een tuin vol met rozen. Een nest van merels tussen de struiken. Toeval bestaat niet. Een paar dagen voor de boekpresentatie gaat de telefoon. Onbekend nummer, en ik neem geen onbekende nummers op. Maar ik ben gestart als ondernemer, dus.. Ik neem op en heb de Schrijversacademie aan de lijn. Ik ben uitgekozen om de gesigneerde versie te ontvangen van de roman Volle bloei van Hetty Kleinloog. Ik ben blij verrast. Ook blij dat ik iets gewonnen heb, dat voelt altijd goed. Als super Truus de mier met veel toverballen in de lucht zoekt mijn brein naarstig of ik aanwezig kan zijn op vrijdag 8 juni en ook belangrijk of vriendin D. waaraan ik het boek wil geven mee kan gaan. Volle bloei gaat over vriendschap. Over vijf vriendinnen op leeftijd, die vooruit kijken in plaats van de balans opmaken van hun tot dan toe geleefde leven. Neen, deze vrouwen beleven! Het zijn vrouwen die de creatieve geest in zichzelf alle ruimte geven. Ouder, wijzer, speelser (OWS). Ik app D. om te zeggen dat ik een uitnodiging ontvangen heb en vraag of ze meegaat naar de boekpresentatie. Ze reageert enthousiast. Ik geef door aan Sanne van de Schrijversacademie dat we van de partij zijn. Blij als een ei stuiter ik door mijn huis.

Hieper de pieper

De ochtend van de feestelijke dag zit ik om kwart voor 5 klaarwakker in mijn bed. In plaats van mijn sociale media te raadplegen, besluit ik mijn Dru-Yoga oefeningen te doen. Afrondend met een korte meditatie. Buiten kwetteren vogels aanstekelijk. Ik voel de behoefte naar buiten te gaan. Die gedachte wuif ik weg, maar nog voordat ik er erg in heb, sta ik buiten met mijn Nordic Walking stokken. Manlief ligt op een oor. Ik app ‘bn gn wndln’. Onderweg kom ik vier hazen en een fazant tegen. Een van de hazen springt op 4 meter afstand een stuk met me mee. Ik waan mij Alice in Wonderland. Op een rotonde dirigeer ik, bezorgd voor een aanrijding (er is geen auto te zien), twee ganzen met jong naar de kant. Even zie ik mijzelf lopen. Een vrouw met stokken en een grijns van oor tot oor op haar gezicht. Ik heb gewonnen en ga naar de boekpresentatie! Thuisgekomen besluit ik in mijn voortuin de Griekse Mythen en Sagen te herlezen. Het ontstaan van de wereld. De chaos waarin alle elementen aanwezig zijn. Alles is aanwezig. De wind aait mijn armen, mijn blote voeten worden gekieteld door het gras. Ik zucht en zak in de moederschoot. Volle bloei, wat een leuk titel. Ik word er nu al blij van nog voordat ik een letter heb gelezen.

Podium Mozaïek

Als ik op weg ben naar de trein zie ik een vrouw lopen met een tas van Intratuin waarop staat ‘ik sta in volle bloei’. D. en ik stappen Podium Mozaïek binnen. Het is er levendig. Mijn ogen zoeken Caroline de la Fuentes, manager van de Schrijversacademie. Ik zie haar niet. Belangstellend neem ik de omgeving in mij op. Al gauw zie ik Hetty Kleinloog. Ze straalt in haar prachtig kleurrijke gele jurk. Ze ziet er fantastisch uit. Het publiek loopt de trap op naar de zaal. Hier opent Karin Dienaar van Uitgeverij Marmer de avond. In de veronderstelling dat ik mijn prijs na afloop gesigneerd zal ontvangen zit ik te genieten. Totdat ik “Wij van de schrijversacademie hebben een prijsvraag uitgezet en de winnaar hiervan is … kom maar naar voren Ginny”, hoor zeggen. Ik struikel over mijn eigen voeten bijna van de trap en sta ineens in het volle licht op de bühne naast Caroline en Hetty. Ik spreek een aantal zinnen ter ere van mijn vriendschap met D. die al 30 jaar duurt en hopelijk nog lang meegaat, bedank voor het cadeau en met buit ga ik blij terug naar mijn plaats. Wat mij ontroerde die avond was onder meer dat Hetty Kleinloog haar debuutroman aan haar aanwezige moeder overhandigde. Niet haar respectabele leeftijd ontroerde mij, maar dat haar moeder nog zo geïnteresseerd in alles is. Hetty zei dat ze zelfs de naam van de drummer van Blof wist. Ik niet eens, en op onze bruiloft was: ‘Dansen op zee’ ons lied. Het andere was dat D. zorgzaam als altijd Uber bestelde anders hadden we de trein gemist en Hetty iets zei over ‘niet meer kunnen morsen met de tijd’, ik knoop het in mijn oren ‘speel, dans, geniet, omarm’. De dag startte goed en ik eindigde nog steeds dronken van zoveel liefde in mijn heerlijke bed. Een creatieve geest neemt het spel serieus. Ik ga serieus spelen en mors geen tijd (meer)!

 

Ginny Krijgsman

Facebook.com/gkcoachpraktijk
Twitter: @GKcoachpraktijk
linkedin.com/in/ginnykrijgsman
www.gkcoachpraktijk.nl

De vrijheid van structuur (6) door Hetty Kleinloog

Elke reis begint met een bestemming. Althans, zo geldt het voor mij. Niet voor neef Toon en Murakami.
Neef Toon laadt eens in de twee maanden zijn koffer in de auto en begint te rijden. Zijn voorruit achterna. Hij heeft geen idee wat zijn bestemming is, hij ziet wel. Tot zijn verrassing treft hij zichzelf na verloop van tijd aan in een lavendelveld in Zuid-Frankrijk of op een plein in Wenen. Dan keert hij terug, naar vrouw en kind, waarmee zijn thuis dus eigenlijk keer op keer zijn einddoel blijkt te zijn. Neef Toon reist in grote en kleine cirkels, als een pen in een Spirograph tekenwiel.

Murakami

Murakami begint zijn romans met een eerste woord en schrijft dan verder. Hij heeft geen idee hoe de tweede zin, het derde hoofdstuk, laat staan het einde van zijn boek zal zijn.  Zijn Kafka op het strand staat in mijn top tien. Ogenschijnlijke structuurloosheid fascineert me,  en dat, terwijl ik zelf zo totaal anders werk. Met wat psychologie van de koude grond kan die aantrekkingskracht verklaard worden door een onbestemd verlangen naar vertrekken en niet weerkeren, naar dolen en verrast worden, kortom: naar het ultieme Swiebertje gevoel. Maar terwijl ik dit schrijf besef ik dat ook Swiebertje tenslotte altijd bij Saartje in de keuken thee zat te drinken.

Op bezoek bij tante Jannie

Ik werk planmatig, op het neurotische af. Voor ik aan het echte schrijven begin, ben ik maanden bezig met het uitzetten van structuur en het ontwikkelen van de personages. Aan mijn cursisten leg ik uit dat schrijven te vergelijken is met het plannen van een reis. Als je weet dat je eindpunt Rome is, kun je  onderweg zijpaden inslaan, op bezoek bij tante Jannie in Sint-Job-in-‘t-Goor, je horloge laten maken in Zwitserland, op ongezadelde wilde paarden op Hongaarse poesta’s galopperen, je kunt van alles doen, want je weet waar de eindbestemming ligt en dat je daar zal komen. Zonder doel in mijn verhaal voel ik me als een door Zeus vervloekte Griekse halfgod,  gedoemd om eeuwig op de aardbol rond te dolen.

‘Structuur geeft me vrijheid’, zeg ik, en zo is het ook.  Dankzij een uitgewerkt plan kan ik afdwalen, beekjes bewonderen, vogels volgen en er toch op vertrouwen dat ik uiteindelijk in Rome en niet in Tokyo terechtkom.

Halve verhalen

Bij elke schrijfcursus die ik geef, wemelt het ergens in de atmosfeer van zwevende halve verhalen. De andere helften staan op papier.  Getob, gesteun, gepieker: ‘Hoe nu verder?’ ‘ Ik begon zo lekker’.  ‘Ik zit vast.’
Mijn antwoord is altijd hetzelfde: bedenk eerst het einde, anders blijven de halve verhalen tweelingzielen, die hun wederhelft nooit zullen vinden.
Blijf niet hangen bij tante Jannie in Sint-Job-in-‘t-Goor., maar stel je voor hoe je een geluksmuntje werpt in de Trevi fontein.
Stuur je me een kaartje uit Rome?

Over Hetty Kleinloog

Foto door: Hadewych Veys

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONM, Lotte, Spangas, Malaika, Tita Tovenaar, GTST, De Spa en Kameleon. Daarnaast schrijft Hetty liedteksten voor diverse muziektheatervoorstellingen en heeft ze plots en dialogen geschreven voor Jan, Jans & de kinderen. Volle bloei is haar romandebuut.

 

 

De houdbaarheid van eeuwige roem (4) door Hetty Kleinloog

Vondel heeft een park, PC Hooft een straat , Erasmus een brug en ik een stofzuiger.
Je hoort mij niet klagen, ieder z’n plek, ik weet het. Wacht maar tot ik dood ben, luidt de geestige titel van een autobiografie van Annie MG Schmidt, en zo voelt het wel een beetje. Of niet. Hoe belangrijk is succes en eeuwige roem nou eigenlijk echt?

Toen ik in 2001 schrijfauditie deed voor de soap Onderweg naar Morgen en het erop leek dat ik aangenomen zou worden, was ik helemaal hieperdepieper. Voor televisie schrijven!  Tv, dat was een andere wereld, als je dat toch eens kon bereiken!
Ik werd aangenomen en al na drie maanden had het schrijven voor televisie zijn magische glans verloren en was het gewoon een leuke baan.
Inmiddels heb ik al voor veel televisieseries geschreven, zat ik negen jaar in de kerngroep van prijzenwinnend Spangas, heb ik onlangs met Dick van de Heuvel een ‘eigen’ serie, Kameleon, geschreven.  In de ogen van anderen zie ik soms dat dit bijzonder is. Zelf voel ik dat niet meer.  Anderen zien je als succesvol. Voor mezelf blijf ik onveranderlijk de aanmodderende, perfectionistische, het-kan-beter ik.

In de spiegel zie ik geen cv.

Dat is geen valse bescheidenheid en ik ben ook niet blasé. Ik ben erachter gekomen dat geluk om succes gewoon niet zo duurzaam is.  Een uur jubelen, een paar dagen blij zijn en na een week is het gevoel nauwelijks nog op te roepen.  Soms probeer ik  euforie te reanimeren door drie keer een mail met een compliment te herlezen.  De vierde keer voel je je als een kind die een wandelende tak in een potje niet in leven weet te houden.Dat is niet erg, behalve als een wandelende tak alles is wat je hebt

Als ik schrijf voel ik me happy, zelfs als ik wanhopig worstel. Op mijn website schreef ik jaren geleden:  “Dialogen, strips, liedjes, speeches, kattenbelletjes, brieven… Elke keer weer vinden woorden mij als ik ze zoek. Ik weeg, proef, voel en pieker. En dan staat er een tekst die weergeeft wat ik bedoel. Het schrijfproces brengt mij elke keer weer een diep gevoel van geluk en verbazing.”

Dat ervaar ik nog steeds zo. Het is duurzamer dan applaus en elk moment van de dag oproepbaar

Wat ik als oudblonde schijfster van bijna 60 adviseer aan wie het mij vraagt (is nog nooit gebeurd, dus ik dring het bij deze op):

Schrijf niet omdat je denkt dat ‘iets het goed zal doen’.  Ook niet om ‘iemand’ te zijn.  Als een goedkope batterij loop je in een mum van tijd leeg als je door complimenten bent opgeladen.  Schrijf omdat het moet. Van jezelf en van niemand anders. En omdat je het jezelf gunt.

Ik heb geen park, straat of brug en die zal ik naar alle waarschijnlijkheid ook niet krijgen. Ik heb plezier in het schrijven en het vermogen om van mensen te houden. En, natuurlijk heb ik een stofzuiger die naar mij genoemd is: de Hetty.

Over Hetty Kleinloog

Foto door: Hadewych Veys

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONM, Lotte, Spangas, Malaika, Tita Tovenaar, GTST, De Spa en Kameleon. Daarnaast schrijft Hetty liedteksten voor diverse muziektheatervoorstellingen en heeft ze plots en dialogen geschreven voor Jan, Jans & de kinderen. Volle bloei is haar romandebuut.

 

 

Neem mij en wel nu! (2) door Hetty Kleinloog

Een Eskimo kind dat fantastisch kan hoelahoepen

Alles is groen en wordt vast nog veel groener met al die regen. Ik staar uit het raam van mijn schrijfhuisje en kijk uit over de polders. De regen vormt stroompjes op het vensterglas, vette druppels ketsen cirkels in de sloot en ik negeer het geluid van een moed-ontnemende lekkage.

Stel nou, denk ik somber, stel nou – in het hypothetische geval – dat mijn roman briljant is, hoe komen lezers dat dan te weten? Misschien ben ik wel als een Eskimo kind dat fantastisch kan hoelahoepen. Of als een potentieel briljante garnalenpelster in Zwitserland? Wat heb je aan talent als niemand het merkt?

Ik heb een fijne uitgever, Marmer, dat mag gezegd worden, en zij doen veel voor me. Het is een uitgever die binnen een dag terugmailt en overlegt over de boekomslag die speciaal voor Volle Bloei ontworpen is. Die enthousiast papier laat voelen als ik bij ze op kantoor ben en de beste redacteur aan me koppelt. Er is een publiciteitsplan dat vertrouwen wekt en Marmer heeft een goede naam bij boekhandels.
Maar toch… Ik moet het ook zelf doen. En dat valt niet mee.

‘Dit is góeóed.’

Foto door: Hadewych Veys

Omdat ik in de zestig jaar dat ik leef betrekkelijk weinig bonje heb gemaakt, veel les heb gegeven, theatervoorstellingen heb geschreven en geregisseerd, in leuke teams heb gewerkt en een tijd een hond heb gehad, ken ik veel mensen.  Een netwerk blijkt belangrijk. Zo zijn er dankzij dit netwerk inmiddels twee fijne quotes over Volle Bloei: ‘Een ontroerende en hilarische ode aan het leven en de vriendschap’ (Dieuwertje Blok), en ‘Een verrassend en goed lopend verhaal dat heel erg beeldend geschreven is, erg genoten van dit boek’ (Sara Kroos).

Dat ik dit in dit blog vermeld, is niet toevallig. Ik doe het omdat ik zo nóóit over mezelf en mijn boek zou schrijven, maar wel wil dat mensen het weten.  Ik doe dus eigenlijk net alsof ik niet opschep, maar stiekem doe ik dat wel. ‘Dieuwertje en Sara zeggen dat mijn boek goed is en goh ja, andere vóór-lezers en de redacteur eigenlijk ook.  Eigenlijk iedereen wel. Ja, ik zou dat zelf nooit willen beweren, maar als een ánder…, ja, dan zal het wel waar zijn. Ja toch, niet dan?’

Pff, hoe moeilijk is het om voor jezelf reclame te maken. Voor een collega schrijver loop ik desnoods met een sandwichbord door de Kalverstraat, maar mezelf in de verkoop gooien…? Hoe moet ik me dat voorstellen? In een boekwinkel op de loer liggen en plotseling opduiken als een klant met een boek in de hand staat te aarzelen, en roepen: ‘Neem mij en wel nu?!’  Of op verjaardagen met iedereen aan de praat raken, elke gesprekspartner diep in de ogen kijken en vertrouwelijk toefluisteren, terwijl ik Volle Bloei quasi nonchalant onder zijn of haar neus duw: ‘Dit is góeóed.’
Ik zie het me allemaal niet doen.

De boot met potentieel eeuwige roem

Ik heb gehoord dat een boek binnen een maand door het publiek opgemerkt moet worden. Daarna is de boot met potentieel eeuwige roem voorbijgevaren om nimmer meer weer te keren. Hij doet geen andere havens aan, maar kiept zijn lading op volle zee overboord.  Moment gemist.
Daarom heb ik me voorgenomen, dat ik het van mezelf één maand voor verschijning en één maand na verschijning (8 juni!) van mijn roman mag.  Twee maanden onbeschaamd opscheppen en aanprijzen.
Oké, vooruit met de geit. Ik recht mijn rug en schraap mijn keel. Daar komt ie dan:

Volle Bloei is een humoristische en ontroerende roman. Een pep-pil voor ieder die van lezen houdt en graag een goed boek cadeau doet.
Neem mij, en wel nu!

Zo, poeh, poeh, was dat nou zo moeilijk?

Over Hetty Kleinloog

Foto door: Hadewych Veys

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONM, Lotte, Spangas, Malaika, Tita Tovenaar, GTST, De Spa en Kameleon. Daarnaast schrijft Hetty liedteksten voor diverse muziektheatervoorstellingen en heeft ze plots en dialogen geschreven voor Jan, Jans & de kinderen. Volle bloei is haar romandebuut.