In de kast – verhaal door Connie Mitchell

Het eerste verhaal dat verzekerd is van een plekje in de top 3 van de Thriller-schrijfwedstrijd is ‘In de kast’ door Connie Mitchell! Op welke plek Connie precies is geëindigd blijft nog even geheim, maar het verhaal is alvast te lezen.

Alle verhalen zijn beoordeeld op stijl (woordkeus, dialogen, etc.), intrige (o.a. originaliteit, verrassing) en uiteraard op spanning.

Het verhaal van Connie Mitchell sprong eruit door een interessante perspectiefkeuze en een prettige stijl waardoor je door wilt blijven lezen. De spanning wordt subtiel opgebouwd en werkt toe naar een einde dat je als lezer verslagen achterlaat.


In de kast

Hij gooide haar schoenen nog even in de vuilnisbak. De rode pumps waren de aanleiding geweest voor ruzie. Te hoerig, te uitdagend. Vanuit de donkere voorraadkast keek ik de zonnige keuken in waar ik haar blote voeten met rode teennagels bewegingsloos achter het kookeiland zag uitsteken. In het schuin binnenvallende zonlicht danste stof op en neer. Ik wilde dat stof zijn, dicht bij haar, maar onzichtbaar voor hem. Mijn ogen kon ik niet van haar afhouden en ik probeerde haar stille benen te laten bewegen met mijn gedachten, (sta op, doe iets). Het enige dat bewoog was de grote man aan het aanrecht die neuriënd, eieren met spek stond te bakken. Hij was weer rustig geworden.
In plaats van naar haar keek hij naar een telefoon in zijn hand. Haar telefoon. Meermalen drukte hij op het scherm maar het toestel bleef op slot. Alleen de achtergrondfoto van hun tweeën op het strand, proostend met een cocktail was zichtbaar. Ook die dag was geëindigd in ruzie. Hij bleef het proberen maar de telefoon gaf zijn geheimen niet prijs. De code was mijn verjaardag. Dat wist hij natuurlijk niet. Hij wist helemaal niets over mij, wilde niets weten over mij. De speklucht die de keuken vulde maakte me een beetje misselijk.
‘Verdomme.’ Toen zijn blik verplaatste van het telefoonscherm naar de deur van mijn schuilplaats draaide ik me weg van de spleet en staarde naar de binnenkant van de deur, alsof ik hem op die manier kon tegenhouden. Mijn hart bonsde in mijn keel. Achter de deur hoorde ik lopen en schuiven. Mijn adem inhoudend keek ik weer om het hoekje van de deur en zag dat hij haar lichaam had versleept zodat er ruimte ontstond om naast haar te knielen. Haar arm naar zich toetrekkend duwde hij haar wijsvinger op de telefoon.
‘Godverdomme. Ik wist het wel. Vuile hoer.’ Hij schopte tegen de stille benen en weer gleden zijn ogen langs de deur waarachter ik zat. ‘Godverdegodver. Nee, nee, echt niet, ik heb alleen over Brian contact met mijn ex.’ Hij deed haar stem zeurend na. ‘Je hebt gewoon zitten liegen tegen me,’ brieste hij met zijn gezicht nu vlak bij dat van haar. ‘Vuile leugenaar’. Met een wilde armbeweging gooide hij de telefoon tegen een keukenkastje waarna het terug stuiterde op de vloer en doorgleed tot op een halve meter van de kastdeur. Van schrik deed ik een stap naar achter en raakte het voorraadrek. De blikjes kattenvoer wankelden. Ik sloeg mijn hand voor mijn mond. Had hij iets gehoord? Stokstijf bleef ik staan en wachtte, luisterde.
‘En nu zijn de eieren ook nog aangebrand. Allemaal jouw schuld.’
Het wende nooit. Hoe vaak ik het allemaal al eens gehoord had. Zelfs nu ze niet meer kon antwoorden bleef hij tegen haar schelden. Door het kiertje kijkend naar het gebarsten scherm van de telefoon op de grond vroeg ik me af of je er nog mee kon bellen. Zou ik erbij kunnen?
Ik rekte mijn arm uit, schoof met mijn vingertoppen de telefoon over de grond dichterbij, pakte hem op en verplaatste me daarna zover mogelijk naar achter. Zittend tegen de muur keek ik naar de smalle streep licht die naast me op het voorraadrek viel en luisterde opnieuw. Het enige dat ik hoorde was mijn eigen hart. Op het zwaar beschadigde telefoonscherm toetste ik met trillende vingers mijn verjaardag in. Het scherm van haar telefoon kwam tot leven.
‘1-1-2. Onthou het maar als volgt: Ik ben één, jij bent één en samen zijn we twee.’ Haar stem klonk helder in mijn hoofd.
‘Alarmcentrale 1-1-2, wilt u politie, brandweer of ambulance?’
De stem klonk hard in mijn oor. Zou hij het ook kunnen horen door de deur heen?
‘Hallo.’ De stem klonk nu nog harder en ik vouwde mijn hand rond mijn mond en de telefoon.
‘Mijn moeder ligt op de keukenvloer,’ fluisterde ik.
‘Je moeder ligt op de keukenvloer.’
Ik hoorde de vrouw aan de andere kant typen op een toetsenbord. ‘En er is bloed.’
‘Hoe heet je, lieverd?
‘Brian.’
‘En hoe oud ben je?’
‘Zeven.’
‘Kan je moeder nog praten?’
‘Weet ik niet.’
‘Heeft ze haar ogen open?’
‘Weet ik niet.’
‘Waar ben je Brian?’
‘Thuis.’
‘Is dat in de Boterbloemstraat? Nummer 48?’
De streep licht die naast me op de vloer viel werd iets groter. De deur kraakte. Ik drukte mezelf nog harder tegen de muur en wilde erachter verdwijnen. Minoes liep met haar lijfje langs mijn opgetrokken benen en miauwde.
‘Sstt. Stil Minoes.’
‘Brian?’
‘Ja.’
‘Ik ga je helpen, Brian, maar dan moet jij mij helpen. Waar in het huis ben je?’
‘In het voorraadhok.’
‘Is dat bij de keuken waar je moeder ligt?’
‘Ja.’
‘Is er nog iemand in huis, Brian?’
‘Ja. Henk.’
‘Is Henk de reden dat je in de kast zit?’
Ik knikte. Opnieuw kraakte de deur en dit keer werd de streep zonlicht snel veel groter. Toen hij mijn gezicht raakte kneep ik mijn ogen dicht tegen het plotselinge felle licht.
‘Brian? Ben je er nog?’
Henk griste de telefoon uit mijn handen.
‘Het spijt me mevrouw. Brian belt wel vaker 112. Er is niets aan de hand.’
Ik hoorde de vrouw aan de andere kant van de lijn niet meer.
‘Nee. Ja. Hij heeft nu eenmaal een levendige fantasie. Nee, nee, niets aan de hand.’
Ik keek naar de grote gestalte voor me. Zijn gezicht was door het zonlicht erachter, een grote zwarte vlek. Ik zou onder zijn arm door kunnen rennen.
‘Ja, dank u. Ik zal even streng met hem praten.’ Zijn hand met daarin de telefoon bewoog naar beneden. Hij pakte rustig mijn hand en trok me omhoog. ‘Kom maar mee.’ Zijn stem was kalm, zoals zo vaak van tevoren. We liepen langs het lichaam van mama en ik voelde het bloed aan mijn witte sokken plakken.
‘Sorry, mama,’ fluisterde ik.
‘Mond dicht.’ Hij gaf een harde ruk aan mijn arm terwijl hij in het voorbijgaan haar telefoon nog even in de vuilnisbak gooide.

Social media geploeter – door Manon Duintjer

Goed, je hebt je boek geschreven en je eerste interview gehad. Het wachten is op het moment dat het boek van de drukker komt en op de presentatie…

Even relaxen dus? Nou vergeet het maar, want zelf je boek promoten hoort ook bij het vak en dat doe je tegenwoordig vooral via social media. Dus kom op, vooruit met de geit: ga die online snelweg op! Nu zal ik jullie verklappen dat posten op social media niet mijn hobby is. Ja, ik zit op Facebook, Instagram en Linkedin en ja ik kijk best graag naar posts van anderen. Maar zelf? Als ik bezig ben met een post, vraag ik me altijd af: is dit wel interessant genoeg? Wie zit hier op te wachten? En dat doe ik vaak net zolang totdat ik denk: laat maar zitten.

Selfie

De ene keer dat ik spontaan een boek waarvan ik had genoten op Instagram plaatste, deed ik dat per ongeluk drie keer. Om mijn schaamte daarover te delen maakte ik een selfie (jawel een selfie) waarbij ik mijn hand voor mijn mond sloeg en stuurde die er achteraan. Ik vond het zelf wel grappig, maar mijn dochter ervoer dit als uitermate ‘schamend’ en eiste dat ik deze belachelijke foto onmiddellijk zou verwijderen.

1 post is geen post

En nu moest ik dus een social media campagne(tje) voor mijn eigen boek verzinnen. Help! Wat te doen? Foto’s plaatsen van mijn Indiareis, drukproeven, bezoekje aan de drukker of misschien van verkeersborden die met verdwalen te maken hebben? Allemaal leuk en aardig, maar dat soort foto’s vormen geen consistent verhaal. Van de Storytellinggoeroes heb ik geleerd dat je iets moet bedenken waarop je kan voortborduren, dus niet alleen losse posts, maar posts die met elkaar in verband staan. En posts die je zelf leuk vindt om te maken, want anders werkt het sowieso niet.

Hoera, ik heb het!

Net toen ik in paniek begon te raken (de dag van verschijnen kwam akelig snel dichterbij) kreeg ik een idee. In mijn roman We zijn verdwaald zijn de hoofdpersonen Kim en Edward letterlijk verdwaald (in het donker op de hei) en figuurlijk (vader volgt een goeroe die apocalyptische voorspellingen doet, dochter zit klem tussen scheidende ouders en later in eigen relatie). Volgens mij is iedereen wel eens verdwaald in zijn leven en daarom leek het me interessant om vrienden en bekenden te vragen naar het moment waarop zij verdwaald waren. Met dit concept kon ik prima uit de voeten, want het haakte prachtig aan bij het thema van mijn boek, het ging niet over mij en ik kon doen wat ik altijd leuk vind om te doen: interviewen.

WZV-stories

Die interviews leverden verrassende, ontroerende en soms komische mini-verhaaltjes op met toepasselijke foto’s, die ik vanaf vandaag 2x per week zal posten op Facebook en Instagram.

Ben jij ook wel eens verdwaald? Mail dan jouw WZV-story van max 220 woorden en een ‘verdwaalde’ foto’ van jezelf naar info@schrijversacademie.nl of laat het achter in de facebookoproep. De drie beste verhaaltjes ontvangen een gesigneerd exemplaar van mijn roman We zijn verdwaald.

Volg Manon en haar WZV stories op Facebook en Instagram

www.manonduintjer.nl

De spanning erin houden – door René Appel

‘The moment I decided to leave him, the moment I thought enough, we were thirty-five thousand feet above the ocean, hurtling forward but giving the illusion of stillness and tranquility.’ Dit is de eerste zin uit The wife van de Amerikaanse schrijver Meg Wolitzer (nog niet vertaald in het Nederlands), onlangs verfilmd met de fantastische Glenn Close in de hoofdrol. De ‘ik’ in deze zin is Joan Castleman, echtgenote van de beroemde auteur Joe Castleman, en ze zijn per vliegtuig onderweg naar Helsinki, waar Joe de ‘Helsinki prize’ zal krijgen voor zijn hele oeuvre. Die prijs is te beschouwen als het kleine broertje van de Nobel Prijs voor literatuur en voor Joe is het een enorme eer dat die prijs hem is toegekend.*)

De eerste zin roept uiteraard spanning op. Wanneer zal Joan tegen Joe zeggen dat ze een eind aan hun huwelijk wil maken, hoe zal hij reageren, gooit ze de plechtige prijsuitreiking in het honderd? Het boek beschrijft verder de vliegreis, de aankomst in Helsinki, het verblijf in het hotel, enz. Maar de meeste ruimte wordt ingenomen door vakkundig ingelaste flashbacks van Joan over haar eerste ontmoeting met Joe, het begin van hun affaire, hun huwelijk, hun kinderen, Joe’s vreemdgaan en uiteraard zijn carrière. (Nu moet ik hier schrijven: Spoiler alert, maar ook voor degenen die het boek nog willen lezen, blijft er heel veel over om van te genieten.)

Hoe zit het dan met wat er in de eerste zin van het boek wordt gemeld, vraagt de lezer zich af. Pas op p. 79 in de uitgave van Vintage Books uit 2012 staat: ‘I hadn’t known for certain, before I’d gotten on the airplane in New York, that I would leave him.’ ‘Aha,’ denkt de lezer, ‘het gaat dus gebeuren.’ Maar zo ver is het nog lang niet, de spanning blijft aanhouden. Er volgen nog vele pagina’s met wederwaardigheden in Helsinki en flashbacks van het leven van Joe en Joan voordat op p. 188 de eventuele echtscheiding weer ter sprake komt. Dan zit Joan alleen in een taxi, dronken. Ze denkt een stem te horen, die haar vraagt: ‘Are you really going to leave him?’ Ja, is het antwoord van Joan, dat ga ik doen.

Drie pagina’s verder, ’s ochtends om 5 uur als Joe – ook dronken – de hotelkamer binnen komt stommelen en Joan wakker heeft gemaakt, zegt ze het eindelijk: ‘When we get back to New York, I want a separation. I’ve thought it all through.’

Hè, hè, denk je dan, eindelijk is de kogel door de kerk, de spanningsboog heeft zijn werk gedaan. Maar dan volgen er nog bijna dertig pagina’s met een zeer verrassend slot, waarvan je achteraf moet zeggen: ja, dat zit erin, dat heeft Wolitzer knap voorbereid, misschien heb ik me zo op die aangekondigde echtscheiding gericht, dat ik dát punt uit het oog ben verloren.

Wat dat punt is? Nee, dat zeg ik niet. Eén spoiler (‘verpester’) is meer dan genoeg. Wel is het goed om te benadrukken dat The wife impliciet een mooie schrijfles over spanning en verrassingen bevat, maar ook dat het geweldig goed en vaak bijzonder geestig is geschreven.

*) In de film krijgt Joe Castleman de Nobel Prijs. In films zijn verhaalelementen  nu eenmaal vaak sterker aangezet dan in boeken.

Over René Appel

René Appel publiceerde 24 misdaadromans, drie verhalenbundels en twee jeugdboeken. Zijn laatste verhalenbundel is ‘Joyride en andere spannende verhalen’ (2016). In oktober 2018 verscheen ‘Dansen in het donker’, bestel het boek hier. Een ‘gewone’ roman, dus geen thriller, maar wel een echte Appel.

René Appel is lid van de Adviesraad van de Schrijversacademie.

Geheim Leven – De laatste loodjes – door Carla de Jong

Een redacteur is onmisbaar

Na ruim twee jaar ploeteren op Geheim leven was ik uitgedokterd op het manuscript en brak het moment aan dat ik bij god niet meer wist wat waar stond en het overzicht dreigde te verliezen. Een redacteur is dan onmisbaar. Hij begint met een frisse blik en legt vingers op zere plekken die ik als schrijver niet meer opmerk. Vanaf het moment dat Geheim leven bij de redactie van Ambo Anthos lag, heb ik er samen met hulptroepen nog een half jaar aan gewerkt. Allereerst ben ik met mijn redacteur door de hoofdlijnen van het manuscript gegaan. In Geheim leven loopt het drama door vier generaties. Met hem kon ik diepgaand de psychologie door akkeren: hoe sijpelt het drama door, hoe vormt het de karakters? Daarnaast is een goede redacteur genadeloos en ik had er een: voegt een passage iets toe aan je verhaal en de psychologie van je personages? Zo nee… schrappen. Geheim leven is met grofweg 125 duizend woorden mijn dikste boek. Toch heb ik evenzovele woorden vernietigd.

Geheim leven is met grofweg 125 duizend woorden mijn dikste boek. Toch heb ik evenzovele woorden vernietigd.

Het is tijd…

Ook bij een redacteur komt het moment dat hij het boek niet meer kan beoordelen omdat hij de tekst te vaak heeft doorgenomen. Gelukkig is er dan nog de persklaarmaker die op zinsniveau redigeert en een corrector die de laatste onzorgvuldigheden wegwerkt. Als schrijver lees je ook in die fase nog mee en beslis jij over elke aanpassing in je manuscript. Het totale schrijfproces van Geheim leven heeft drie jaar in beslag genomen. Het is daarmee het boek waar ik het langste aan heb gewerkt en hoe lief het verhaal en zijn hoofdrolspelers me ook zijn, sinds de laatste drukproef eruit is kan ik de tekst niet meer zien. Het is tijd dat anderen zich erover gaan buigen: de lezers. Geheim leven heeft een fraaie jas gekregen en de eerste reacties op het boek zijn zeer positief. Het kan de wereld in, ik laat het los. Op 11 april ligt Geheim leven in de winkel en komt er ruimte in mijn hoofd voor een nieuw verhaal dat al ligt te broeien. Nadenken over het lange proces dat een nieuw boek wacht doe ik niet, voorlopig mag mijn pen zijn gang weer gaan.

Het is tijd dat anderen zich erover gaan buigen: de lezers.

Nieuwsgierig geworden naar Geheim leven?  Koop het boek hier. 

Over Carla de Jong

Carla de Jong studeerde Nederlands, Verpleegkunde en Sociale Wetenschappen. Voor zij haar oude schrijversdroom besloot na te jagen werkte ze in het bedrijfsleven en de psychiatrie. In 2009 debuteerde zij met de zeer goed ontvangen roman In retraiteGeheim leven is haar achtste roman. Carla is docent aan de Schrijversacademie en verzorgt hier de basisopleiding, de specialisaties Thrillers en Romans en Korte Verhalen.

 

Of de schrijver de winter overleeft – door Stefan Popa

101 studenten

Ik heb eens zitten tellen. Inmiddels heb ik met 101 studenten om de Schrijversacademie-tafel gezeten. Hoe schrijf je een goed verhaal? En net zo belangrijk: hoe schrijf je jouw verhaal? 101 studenten! Oké, sommigen waren er maar één module omdat ze een bijeenkomst hadden gemist vanwege neusgriep of een onvoorziene vakantie. Maar toch. Met de meesten sprak ik maandenlang over schrijven. We leerden van elkaar. Studenten werden schrijvers en de schrijver werd weer student.

Hoe schrijf ikzelf eigenlijk?

In 2016 had ik mijn eerste bijeenkomst. Nerveus dat ik was! Ik vertelde de groep over beginzinnen en hoe je een verhaal opstart. Het grappige was dat ik op dat moment ook aan een beginzin werkte. Voor de eerste keer moest ik tijdens mijn eigen schrijfproces het algemene schrijfproces duiden. Hoe schrijf ikzelf eigenlijk? Voor 2016 dacht ik daar niet veel over na. Ik schreef. Dat was mijn proces. Ik hoefde mezelf niets uit te leggen. Ik niette scène aan scène vast, ik schrapte, ik plakte mijn muur vol met post-its. Ik wist wat ik deed, of ik wist in elk geval wat ik wilde doen.

Een nieuwe roman

Ik heb het niet graag over een manuscript dat nog geen boek is. Omdat er nog van alles kan gebeuren. Het kan jaren duren voordat het af is. Als het ooit afkomt. Misschien vind ik het niet goed genoeg. Zulke dingen gebeuren. De 101 studenten vroegen me meer dan eens waar ik aan werkte. ‘Ik werk,’ antwoordde ik dan, ‘aan een nieuwe roman. Het speelt zich af op de Balkan. Maar laten we het vooral hebben over het verhaal waar jíj aan werkt.’ En dan lag de bal (cliché, sorry) weer bij hen.

Het is af. Eindelijk.

Nu kan ik er wél over praten – of bloggen, in dit geval. Vanaf die eerste groep in 2016 tot aan mijn huidige groepen in 2019 heb ik gewerkt aan Of de oleander de winter overleeft, mijn nieuwe roman. Een roman uit het hart, een roman voor het hart. Het is af. Eindelijk. Het is beter geworden dankzij alle 101 schrijvers om de tafels in Utrecht, Amsterdam, Arnhem, Rotterdam en Den Haag. Ik schrapte meer omdat ik hen liet schrappen, ik was scherper omdat ik eiste dat zij scherper waren. Hoe schrijf je een goed verhaal, hoe schrijf ik mijn verhaal? Of de oleander de winter overleeft is mijn antwoord.

Bedankt, 101!

Over Stefan Popa

Stefan Popa is auteur van Verdwenen grenzen, A27 en De verovering van Vlaanderen. Daarnaast is hij freelance journalist / kopijschrijver en natuurlijk schrijfdocent bij de Schrijversacademie. Zijn nieuwe boek ‘Of de oleander de winter overleeft’ is nu o.a. hier te koop.

 

Hoe word ik een briljante schrijfster? – Door Ellen Kusters

Zoals de titel misschien doet vermoeden, vind ik mezelf zeker geen briljante schrijfster. De vraag is: wil ik een briljante schrijfster zijn/worden en wat is dat precies? Geen idee, dan heb je wellicht een heleboel bestsellers op je naam staan en zijn je boeken in allerlei talen vertaald en misschien zelfs verfilmd. Nou ja, dat is meer mijn definitie van een briljante schrijfster.
Ik weet één ding heel zeker; ik wil vooral mijn verhalen delen met de hele wereld (als het effe kan, haha!) en zoveel mogelijk mensen bereiken en vermaken.

Van juf naar schrijfster?

Tja, dan ben je opeens geen juf meer en heb je een boek geschreven. Zo is het bij mij inderdaad gegaan. Niet zo snel als ik hier schrijf natuurlijk. Dat proces heeft heel wat langer geduurd. Nu vraag je jezelf natuurlijk af hoe dit (succes)verhaal verder gaat?
Tenminste, ik vind dit zelf een behoorlijk succesverhaal. Hoe ontzettend naar en ongelofelijk vervelend ik die donkere periode tijdens mijn burn-out ook vond, toch is de afloop een succes wat mij betreft. Zo was ik er anders nooit achtergekomen, dat ik van schrijven erg gelukkig en blij word. Dat het gevoel iets nieuws te creëren fantastisch is en een heleboel vrijheid met zich meebrengt. Dingen zelf te mogen en kunnen bedenken, is zoveel leuker dan ik ooit had verwacht. Het smaakt absoluut naar meer.

Ik heb in die maanden zoveel na kunnen denken en veel over mezelf en mijn gedrag geleerd, dat ik nu veel beter weet wie ik ben en wat ik wil. En daar hoort ook bij: wat ik kán. Inderdaad, maar ondanks dat ik veel geleerd heb en bezig ben met een opleiding vind ik mezelf (nog) geen briljante schrijfster. De vraag is natuurlijk: Hoe word je dat dan? En kun je een briljante schrijfster worden? Moet je dat überhaupt willen? Het antwoord op deze vragen moet ik je helaas schuldig blijven, want als ik dit wist, had ik de oplossing al lang op mezelf toegepast😉!

DE VOLGENDE STAP

Wil ik verder komen in het schrijven, moet ik mezelf zo goed mogelijk ontwikkelen als schrijfster. Dat vind ik in ieder geval. Is het een vereiste? Moet je per se een opleiding volgen om goed te kunnen schrijven? Nee, dat denk ik niet. Toch wil ik mezelf alle kansen geven om mijn schrijven te verbeteren. Al heb ik een boek geschreven, wil dat nog niet zeggen dat ik er ben. Helemaal niet zelfs. Dit was slechts het begin. Ik heb nu even geproefd van het schrijven en de euforie van het hebben van je eigen boek. Eerlijk is eerlijk; het is een heel bijzonder moment om voor de eerste keer je eigen boek in handen te hebben en te voelen en ruiken. Dat wil ik nog veel vaker meemaken. Ik wil het liefst zoveel mogelijk boeken en verhalen schrijven en hiermee zoveel mogelijk mensen bereiken. Hoe kan ik dat beter bereiken dan met het volgen van een opleiding.

En zo geschiedde: op 1 december 2017 startte mijn opleiding Creatief Schrijven Compleet aan de Schrijversacademie. Een opleiding van ongeveer twee jaar; met een basisgedeelte en een 4-tal specialisaties, die ik zelf mag kiezen.

VAN JUF TOT STUDENT

Haha…dat klinkt gek, toch? Ik was juf en bracht kinderen kennis en vaardigheden bij en nu zijn de rollen omgedraaid; ben ik de student, die moet leren van haar docent. Is het moeilijk om nu de student te zijn?
Gek genoeg geniet ik er met volle teugen van. Ik heb in eerdere blog verteld over mijn klasgenoten van de pabo, die super ijverig en enthousiast aan de slag gingen met hun huiswerk- en studieopdrachten. Hoe ik me aan hen irriteerde, omdat ik het overdreven vond en zelf absoluut niet diezelfde behoefte voelde om ook zo ijverig aan het werk te gaan. Weet je wat het gekke is? Nou ja, waarschijnlijk raad je het al; nu ben ik zelf die overijverige student, die niet kan wachten om de volgende opdracht te gaan maken. Hoogst irritant misschien voor de andere studenten in mijn groep, maar ik kan er niks aan doen. Het voelt gewoon heel goed, alsof alle puzzelstukjes op hun plek vallen en ik nu pas op de goede plek zit.

Ik heb mezelf de afgelopen twee jaar zo vaak afgevraagd of ik vijfentwintig jaar geleden niet de verkeerde keuze heb gemaakt. Had ik niet beter iets anders kunnen gaan studeren? Maar wat heb ik eraan? Schiet ik er iets mee op om dat te weten? Ik denk van niet. Het maken van de opdrachten gaat me trouwens gemakkelijk af. Het kost me zelfs geen enkele moeite. Ik kan het niet goed uitleggen, maar wanneer mijn pen het schrift raakt, begint deze een eigen leven te leiden. Althans, zo lijkt het. Opdracht na opdracht wordt goedgekeurd en na zes maanden is het basisgedeelte succesvol afgerond en kan ik aan mijn eerste specialisatie Storytelling in Amsterdam beginnen.

Wat ik hoop te leren

Ik ben benieuwd wat deze specialisatie me gaat brengen. Ik hoop hiermee genoeg te leren over het zakelijke deel van schrijven. Zeker omdat ik ideeën genoeg heb om uit te voeren. Mijn verhaal moet alleen op een goede, persoonlijke manier worden verteld en de wereld in gebracht worden. Het moet mensen raken, ze moeten er gevoel bij krijgen. Dat is wat Storytelling doet. Het verhaal achter het merk vertellen.

Oké, een opleiding om mezelf te verbeteren in het schrijversvak. Zou dat genoeg zijn om een briljant schrijfster te worden? zijn er nog meer elementen die hierin een rol spelen en een bijdrage kunnen leveren? Wat kan ik, kortom, nog meer doen om succes te krijgen? Dat is nu de hamvraag.

Mocht je de perfecte tip of oplossing voor mij hebben, dan hoor ik dat uiteraard graag.

Liefs Ellen


Over Ellen Kusters

Ellen Kusters (42) is sinds 2017 student aan de Schrijversacademie. Ze is 20 jaar juf geweest en schreef hierover het boek: ‘Er was eens… een juf’. Het studeren aan de Schrijversacademie is een droom die uitkomt, omdat ze als klein meisje al veel met taal bezig was en verhaaltjes en gedichtjes schreef. Inmiddels heeft Ellen de basismodules afgerond en zit haar eerste specialisatie ‘Storytelling’ er alweer op. Haar tweede specialisatie ‘Autobiografisch schrijven’ is afgelopen maand begonnen. Waarom een schrijfopleiding? Ellen heeft als doel om alle handvatten te leren en zo haar schrijversaspiraties waar te maken.

Mijn boek en de Schrijversacademie – door Adri Vermeer

Mijn boek

De omslag van mijn boek toont een mahoniehouten art nouveau draaideur in de Beurs van Berlage in Amsterdam. Het boek is een terugblik op mijn persoonlijke, professionele en wetenschappelijke leven. De draaideur is een metafoor voor de transities in mijn leven. Eenmaal in de draai van de draaideur gevangen, draaide ik door naar een nieuwe stap in mijn leven: van gymleraar naar pedagoog, van pedagoog naar bewegingswetenschapper, van bewegingswetenschapper naar hoogleraar orthopedagogiek, en na mijn pensioen: van de universiteit naar ontwikkelingswerk in Zuidelijk Afrika. Als wetenschapper heb ik veel geschreven. Dat waren altijd betogende, beredeneerde, wetenschappelijke teksten. Zo’n paar jaar geleden wilde ik proberen om, meer in de vorm van een essay, de ervaringen in mijn leven te beschrijven. Ik merkte dat dat niet zo gemakkelijk was.

Waarom de Schrijversacademie?

Op internet ging ik zoeken naar schrijfcursussen. Daar vond ik de site van de Schrijversacademie. Die sprak me aan en ik ging naar een proefles. Bij deze les was ik vooral onder de indruk van de verscheidenheid aan deelnemers, zowel qua leeftijd, schrijfervaring, sociale status als beroep. Voor mij een type mensen waarmee ik in mijn universitaire leven nauwelijks in aanraking kwam. Ik schreef mij daarom in voor de basisopleiding van een jaar. Van begin af aan heb ik daar enorm van genoten. De docente vond ik top, de cursisten interessant, boeiend, aardig en constructief in hun reacties naar elkaar. Wat ik leerde? Dat ik mijn ervaringen op kon schrijven door niet alleen gebruik te maken van wat ik zag en vond, maar ook – als dat paste – van wat ik hoorde, rook of voelde. Dat ik gebruik kon maken van dialogen. Dat ik mijn teksten kon verlevendigen met een korte impressie, met een woordenspel, een type gedicht, bijvoorbeeld een elfje*. Hieronder geef ik er eentje:

Ogen
Als amandelen
Donker en groot
En na de liefde
Diepzwart

De specialisatiekeuze

Na de Basisopleiding volgde ik de opleiding Familieverhalen en Biografieën. Ook hier was ik erg onder de indruk van de begeleiding van de docente. In de stukken tekst die ik bij haar inleverde vroeg zij regelmatig: “Wat is het conflict?”. Zij leerde mij vooral hoe ik daar naartoe kon werken. Voordat ik deelnam aan de opleiding van de Schrijversacademie had ik mijn eerste niet-wetenschappelijke tekst – een essay over ontwikkelingshulp (Vermeer, 2016) – geschreven. En tijdens en dankzij de twee opleidingen aan de academie is mijn tweede boek over mij leven (Vermeer, 2018) tot stand gekomen.

* Een elfje is een gedichtje van 11 woorden, waarbij regel 1 één woord is, regel 2 twee woorden, regel 3 drie woorden, regel 4 vier woorden en regel 5 één woord.

Over de Auteur

Adri Vermeer (1936) begon zijn loopbaan als gymleraar in diverse soorten onderwijs, studeerde gelijktijdig Pedagogiek, werkte daarna eerst aan de Faculteit Bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam en vervolgens als hoogleraar in de Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht. Na zijn emeritaat raakte hij tot op heden intensief betrokken bij ontwikkelingswerk t.b.v. de zorg voor kinderen met ontwikkelingsproblemen in Zuidelijk Afrika. Over het laatste schreef hij drie handboeken en een essay.

De grootste plaag voor een tekstschrijver – door Leonore Pulleman

Wil je een tekstschrijver goed plagen? Vraag deze persoon dan om zijn of haar eigen webtekst te schrijven … Want zo vlotjes als je schrijft over een ander, zo moeizaam blijkt dat te gaan als het over jezelf gaat. Je ploetert in je eentje door, natuurlijk ben je te trots om een andere schrijver in te schakelen. Want hé, het is wel je vak!

Waarom is het zo’n plaag? Omdat je te veel weet over jezelf. En dat wil je graag allemaal in die paar pagina’s proppen. Want volledigheid staat wel voorop. Normaal verzamel je de informatie voor een tekst via het stellen van prikkelende vragen aan de opdrachtgever. Je vraagt door en door en zo ontstaat de inhoud voor de tekst. Nou, probeer maar eens dóór te vragen aan jezelf. Voor je het weet heb je ruzie in je hoofd.

En dan wil je er ook nog storykracht in brengen. Daarom besloot ik de opleiding Storytelling van de Schrijversacademie te volgen. Na enige twijfel, ik zeg het eerlijk. Want … had ik al niet genoeg over storytelling gelezen? En al niet genoeg voorbeelden bekeken? En zocht ik eigenlijk ook niet té veel spannends achter een eenvoudige theorie? Nou ik kan je nu vertellen: ik had ongelijk met mijn bedenkingen. Je kunt er nog zo veel over lezen, maar alleen door er echt mee te oefenen, krijg je de techniek in de vingers.

Met docent Manon Duintjer gingen we aan de slag. Met een man of tien, in een statig pand in hartje Amsterdam. Het begon met een zelfonderzoek, naar wie je bent en wat je wilt uitdragen. Na de uitleg over de storytellingprincipes ga je aan de slag om je verhaal helder te krijgen. Je verzamelt materiaal, krijgt input over schrijfstijl, perspectief en show don’t tell. Je leert narratieve elementen toe te voegen, speelt met personages, conflict, structuur en plot.

En het belangrijkste is: je schrijft en herschrijft. En de constante stroom feedback van docent en medestudenten legt elke keer feilloos de zwakke (en sterke) plekken bloot, waar je weer mee verder kunt. In het zicht van je definitieve tekst leer je dan nog hoe je deze promoot via een contentkalender. Je blogt erover en formuleert social-mediateksten.

Mijn resultaat? Op onze nieuwe website – die begin 2019 online komt – vertellen mijn tekstpartner en ik wat we doen via uitspraken van bestaande klanten. In de vorm van bij elke 3 casussen schetsen we de hele story. Met veel ups en een enkele tegenslag, wat de inhoud heel persoonlijk maakt. Dat is veel spannender dan zo’n zendergerichte opscheptekst wat je allemaal wel niet kunt, die je vaak ziet.

Eigenlijk heb ik de webtekst dus niet alleen geschreven. De opleiding ‘Storytelling’ aan de Schrijversacademie heeft me in het proces begeleid. Met goede theorie, een príma docent, maar vooral ook dankzij de eerlijke, meedenkende medestudenten. En dan denk je bij een kritische noot af en toe wel: “Grmblblbl”, maar uiteindelijk maakt het je teksten steeds een stukje beter. En zelf commentaar geven op andermans teksten is óók leuk en bijzonder inspirerend.

Heb ik de spanning genoeg opgebouwd? Sorry, ik moet die nog wat langer rekken … Ik zou je nu graag verwijzen naar onze website tekstpartners.nl, maar we zijn er nog druk mee bezig. Kom begin volgend jaar gerust eens onze verhalen lezen. Bij mij gaan ze over tekstschrijven, (eind)redactie en bloggen als ghostwriter. Mijn partner Pieter vertelt over bedrijfsjournalistiek en communicatieadvies. Samen voeren we grotere en bredere opdrachten uit. Jouw feedback op onze webtekst is uiteraard heel welkom. Want … samen komen we verder!

Leonore Pulleman (nu nog www.pullemancommunicatie.nl, binnenkort: www.tekstpartners.nl.)

Onschuld – door Anna van Praag

Te onbekend

Ik herinner me nog goed hoe ik, nu ruim vijftien jaar geleden, mijn eerste boek publiceerde. Vol zelfvertrouwen liep ik de dag erna de boekhandel bij mij in de straat binnen. Waar was mijn boek, toch niet al uitverkocht? ‘Ik heb een boek geschreven,’ zei ik stoer tegen de boekverkoper. Hij checkte een en ander in de computer. ‘Wie? Dat hebben wij niet ingekocht, te onbekend.’

Op dat moment ben ik mijn onschuld verloren

Mijn derde boek kwam uit. ‘Een grote krant gaat een recensie plaatsen,’ meldde de uitgever, want een recensent had het boek opgevraagd. Ik had al wel eerder recensies gehad, maar niet bijster veel. Op de dag van publicatie stond ik al vroeg bij de krantenwinkel in de rij, krant in mijn hand. Of zou ik er alvast een paar meenemen? Terwijl ik stond te wachten screende ik de recensie – en de grond zakte onder mijn voeten vandaan. Snikkend fietste ik naar huis – met slechts één krant.
Later kwam ik de recensente tegen op een feestje. ‘Op dat moment ben ik mijn onschuld verloren,’ zei ik tegen haar. Ze glimlachte. ‘Dan heb ik het goed gedaan,’ zei ze.

”Sorry Anna, maar we moeten ruimte maken”

Ik schreef en ik schreef, bij een andere uitgever inmiddels en mijn oeuvre groeide. Ik kreeg lezingen door het hele land, en de royalties begonnen ergens op te lijken. Ik glansde: mijn werk zou voor altijd bewaard blijven, zelfs na mijn dood zou ik voortleven. Tot die dag dat ik die doembrief kreeg – de eerste van vele, zoals later zou blijken: ‘Sorry Anna, maar we moeten ruimte maken. Aangezien dit betreffende boek amper meer verkoopt gooien wij de rest van de voorraad door de papierversnipperaar.’ Hoezo voor altijd? Van de twintig boeken die ik inmiddels heb geschreven, zijn er misschien nog zes of zeven te krijgen. De rest is op, of ja, versnipperd.

Was dit het wel waard?

Het is 2018 en ik publiceer Hoe groot is de liefde, ik heb er drie jaar over gedaan. Het voelt als mijn beste boek en ik ben opgewonden wanneer een kwaliteitskrant een groot interview met mij wil houden. ‘Wat je schrijft is niet wie je bent, hou afstand.’ Hoe vaak heb ik dat niet aan mijn schrijfstudenten voorgehouden. En toch. Het interview duurt drieënhalf uur en ik geef meer prijs dan ik van tevoren van plan was. Op de dag dat het in de krant staat voel ik me verschrikkelijk in mijn blootje. Was dit het wel waard?

Het antwoord is natuurlijk: ja. Het is het waard. Alles. Schrijven is, zoals een wijze oude schrijfster mij ooit eens zei ‘een worsteling en een genade.’ Voor de roem hoef je het niet te doen, voor je ego is het af en toe zelfs slecht. Maar voor je ziel is het als een zomerbuitje in augustus. Ik maak een buiging en breek een lans voor alle dappere schrijvers onder ons. Kijk ons nou stug doorgaan!

O ja, en die boekwinkel in mijn oude straat? Bij het verschijnen van Hoe groot is de liefde was het de eerste die uitverkocht raakte en razendsnel moest bijbestellen…

Over Anna van Praag

Anna van Praag heeft zeventien kinder- en jeugdboeken geschreven, die zijn uitgebracht bij diverse uitgeverijen. Ook is ze Schoolschrijver op taalzwakte scholen. Als journaliste schrijft ze human interest verhalen voor LINDA en Het Parool. In Het Parool had ze ook een column.  Al meer dan tien jaar heeft Anna van Praag ook een blog op haar eigen site, dat duizenden bezoekers per dag trekt.

Ook les van Anna van Praag?Dat kan! Anna geeft meerdere opleidingen voor de Schrijversacademie!

Het uitgeefproces (4) door Anne Ruhl

Vind je het leuk als we je manuscript uitgeven?

Heel even denk ik dat ik het gemaakt heb na het lezen van deze mail. Anne Ruhl, kinderboekenschrijfster. De bestsellers vliegen me in gedachten om de oren. Nu kan ik chocola gaan eten op de bank. De rest gaat vanzelf.
Heel even.
Ik schud mijn hoofd en raak lichtelijk in paniek. Vóór 1 augustus moet ik wel 30.000 woorden hebben en moeten alle verhalen kloppen. Ik leg de repen Tony Chocolonely maar even in de koelkast. Ik beloof mezelf na elk hoofdstuk een stukje.

De dappere zoon Frederik gaat appels plukken in het hoofdstuk waar hij ontdekt wie de grote oplichter is. Oeps, daar gaat het mis. In maart hangen er helemaal geen appels aan de bomen. Ik ga alle hoofdstukken door om de data naar oktober te veranderen.

De chaotische zus Roeltje wordt bedreigd. Het arme schaap leent geld van de verkeerde man. Dat komt haar duur te staan. Ze moet het bedrag binnen een maand terugbetalen. Ik print mijn hele manuscript. Aan het eind van het boek is het ook het einde van de maand. Komt dat even mooi uit. Het lijkt bijna niet zelf bedacht. Het bedrag van Roeltjes schuld verdubbelt dagelijks. Op mijn rekenmachine typ ik met een klein beetje leedvermaak haar groeiende schuld in. Arme Roeltje.

1 augustus: vol trots stuur ik de verbeterde versie op

De redacteur gaat met haar rode pen door mijn werk en ik hoop dat ze niet zoveel inkt nodig heeft. Onbevreesd open ik het mailtje met aanpassingen. Ik staar ernaar. Ik scrol. Ik knipper met mijn ogen om niet te gaan huilen. Zoveel! Mijn toch-wel-bijna-perfecte-boek is niet zo perfect als ik dacht. Er zijn veel verbeteringen aangebracht en ai, ook spelfouten uitgehaald.

Ik ren naar de koelkast. Waar is Tony als je hem nodig hebt?

De bestsellers verdwijnen uit mijn hoofd, maken plaats voor lelijke krantenkoppen. Vreselijke recensies. Of nog erger. Niks. Niemand die mijn boek wil lezen, niemand die het koopt. Ik slik. Gooi de lege verpakking weg en verman me.

Feedback is een cadeautje

Ik open mijn laptop weer. Nu niet meer met de intentie om hem over het balkon te gooien. Feedback is een cadeautje lees ik op een van de websites waar ik heen vlucht om maar niet naar de rode strepen te hoeven kijken.

Feedback is een cadeautje. Dat wordt mijn nieuwe motto.
Feedback is een cadeautje, mijn boek wordt er alleen maar mooier door.
Feedback is een cadeautje, mijn boek en mijn karakter worden er mooier van.

Ik kijk mijn angst recht in de ogen aan en lees trillend de rode letters nog eens.
Feedback is een cadeautje, echoot het in mijn hoofd. Ineens zijn de woorden in de kantlijn niet meer zo scherp en kan ik me in sommige opmerkingen wel vinden.
Ik pas aan en herschrijf. Als ik later de verhalen teruglees zijn ze veel mooier. De tekst is vloeiender en het geheel klopt.

Ik stuur mijn manuscript weer terug naar de uitgever.
Mijn koelkast vul ik met watermeloen en aardbeien. Vitamines zijn een cadeautje en strenge redacteuren ook.

Over de auteur

Anne Ruhl woont in Nieuw-Vennep met haar man en Italiaans windhondje. Als ontspanning leert ze Scandinavische talen. Op vakantie neemt ze uit ieder land een bijzondere theedoek mee die ze vervolgens nooit gebruikt, maar wel ophangt om mooi te zijn. In het najaar van 2015 startte ze met de Schrijversacademie om naast haar werk als leerkracht haar talenten verder te ontwikkelen. Haar debuut ‘Mevrouw Stip en Roeltje, de charmante oplichter’ zal in september 2018 uitkomen bij Buddy Books.