Schrijfhuisje Volle bloei (1) door Hetty Kleinloog

Je bent Amsterdamse in hart en nieren of je bent het niet. Maar toch, maar toch…

Eten zwanen kikkers? Dat vraag ik me af als ik op een steiger voor mijn nieuwe tuinhuisje het uitzicht over de polders bewonder.  Een kikker zwemt in schoolslag voorbij, de vogels fluiten en ik ben intens gelukkig met mijn houten schrijfpaleis op een stukje grond van 400 m2.

Ik moet er even bij vertellen dat ik geboren en getogen Amsterdamse ben en in hartje Jordaan woon, op één hoog in de smalle Boomstraat-zonder boom. Ik moet de deur uit om te kunnen zien wat voor weer het is.  Als ik in mijn werkkamer zit te schrijven zie ik aan de overkant een huis met een gevelsteen met een ster, een kroon en ‘1668’.  Vanuit mijn raam zie ik groepen Japanners, honden, fietsen, soms zelfs een koets met toeristen, hier en daar een gezellige buurvrouw, maar nooit een wolkenlucht. Je hoort me niet klagen. Je bent Amsterdamse in hart en nieren of je bent het niet. Maar toch, maar toch…

Huisje, privacy, rust

Een paar maanden geleden snakte ik ineens naar natuur. Niet zomaar natuur, maar míjn natuur, waar ik verstand van zou krijgen. Een klein huisje op een paradijselijke stek, op en top geschikt voor het schrijven van mijn volgende roman.

Volle bloei, dat vanaf 8 juni in winkel ligt (!), heb ik geschreven op Sardinië, in de Algarve, in een heuse ‘kluis’  in een klooster in Brugge en in Callantsoog. Ik móet de deur uit om de afzondering te vinden om ‘grootsche’ dingen op papier te kunnen zetten. Dat klinkt vreselijk aanstellerig, ik weet het, maar ik heb het mezelf aangepraat en ik kom er niet meer vanaf. Rust, afzondering, geen afleiding: mijn vereisten om te kunnen creëren.

“Ik schrijf zelfs in de trein,”  hoorde ik Arnon Grunberg in Kijken in de ziel vertellen. Ik dacht: natuurlijk, de ware auteur kan het overal.  Mijn vader vertelde mij als kind al over Multatuli, die in de vrieskou op een zolderkamertje met bloemen op de ruiten met een potloodstompje de Max Havelaar schreef.  Dát was het echte schrijverschap.

Met dit in mijn achterhoofd sprak ik mezelf streng toe, greep me bij de kraag en kwakte me voor mijn computer. En nu schrijven, jij. Tien procent inspiratie en negentig procent transpiratie, weet je nog?  Niet piepen, typen!

Ik tikte de titel van mijn tweede roman. Volle kracht. Zo, dat stond. De wasmachine in de bijkeuken sloeg af, hoorde ik. De was moest in de droger, dat kon niet wachten. Ik ging weer zitten. Er werd aangebeld. Of ik een pakje van de buren wilde aannemen.  Dat is fijn, een schrijver als buurvrouw. Die is altijd thuis. Ik ging weer zitten. De huistelefoon rinkelde. Alleen mijn moeder (94) belt nog op mijn huistelefoon. Na ons gesprek “Heb je Hendrik Groen gezien? Enig hè?”  nam ik voor de derde keer plaats en… typte de zoekopdracht: huisje, privacy, rust.

v.o.l.l.e.b.l.o.e.i.

In Het Groene Hart, op slechts dertig minuten rijden van Amsterdam, staat een stulpje, dat ik sinds vorige week de mijne mag noemen.  Ik heb tien houten letters gekocht die ik in alle kleuren ga schilderen en op de wand wil schroeven: v.o.l.l.e.b.l.o.e.i.  Mijn schrijfhuisje Volle bloei.
De knoppen van de populieren en de rododendrons staan op het punt om open te barsten, narcissen, blauwe druif en hyacinten kleuren en geuren, in de verte rent een konijn waarvan me verteld is dat het een haas is, klapwiekende zwanen vliegen verliefd voorbij.

Daar zit ik tussen,  in het zonnetje, genietend van het uitzicht. Mijn groene hart klopt kalm en ik neem me voor me meer in zwanen en kikkers te verdiepen.
En dat boek? Dat boek komt er.  Afzondering, rust en een leeg, leeg hoofd.

De kikker die rustig terug zwemt – intrekken, spreid, sluiten – heeft er vertrouwen in. Hij zegt: “Kwaak kwaak”. Dat betekent: “Goed gedaan, schrijver.” Voor de zekerheid waarschuw ik hem voor de zwaan en ik roep dat ik het met hem eens ben. Goed gedaan. Kwaak.

Over Hetty Kleinloog

Foto door: Hadewych Veys

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONM, Lotte, Spangas, Malaika, Tita Tovenaar, GTST, De Spa en Kameleon. Daarnaast schrijft Hetty liedteksten voor diverse muziektheatervoorstellingen en heeft ze plots en dialogen geschreven voor Jan, Jans & de kinderen. Volle bloei is haar romandebuut.

www.kleinloog.eu

http://uitgeverijmarmer.nl/

Hoe ziet een studiedag van de Schrijversacademie eruit? – door Nicole Ramsaran

Even voorstellen

Hallo allemaal, mijn naam is Nicole Ramsaran en ik ben oud student aan de Schrijversacademie. In mijn vrije tijd blog ik onder de naam Soferet, schrijf ik korte verhalen en recenseer ik voor Business and Bubbles. Als tienjarenplan heb ik een thriller schrijven op mijn bucket list staan. Om gemotiveerd te blijven volg ik regelmatig studiedagen en workshops. Dit is mijn derde studiedag.

Hoezo studiedag?

Voor alle studenten van de Schrijversacademie komt hij voorbij, de verplichte studiedag. Zonder deze dag geen diploma. Waarom zou je meer dan eens naar een studiedag gaan, hoor ik menigeen zuchten. Wie gaat er nu op zijn vrije dag verplicht naar les toe? Ik, zei de gek. Want uit ervaring weet ik dat het een dag vol dynamiek en inspiratie is. Naast de goed verzorgde koffie, – en lunchpauzes zijn er fijne gesprekken met medestudenten en er wordt veel gelachen. Ter afsluiting een borrel, het is een groot feest! Dus hoezo studie-dag?

Wat doe je dan zo’n hele dag?

Op 17 maart jl. genieten we bij Mammoni te Utrecht van interviews met Chris Polanen, debutant met Waterjager, en Maurice Seleky, met zijn tweede roman Een tragedie in New York. De interviews worden afgenomen door Carla de Jong, docente aan de Schrijversacademie en auteur. Wegens omstandigheden is zij last-minute ingevlogen en, met de weinige voorbereidingstijd die ze had, doet ze het voortreffelijk. Chapeau!

En ook vandaag mocht ik weer twee masterclasses kiezen. Dit blijft een dingetje, want wat kies je wanneer het allemaal boeiend is en van goede kwaliteit?

Op mijn vorige studiedag ben ik aangeschoven bij Grietje Braaksma en Ruth Bergmans (beide aanraders), dus haak ik deze keer aan bij Geneviève Waldman en Ingrid Meurs.

Maarten Carbo – de Boekenfluisteraar

Tijdens de lunch en tussen de masterclasses door is er gelegenheid om met Maarten Carbo te sparren over je boek. Waar loop je tegenaan? Waar knelt het en hoe los je het op? Maarten werkte als redacteur en uitgever voor verschillende uitgeverijen en is nu boekenfluisteraar. Loop je vast? Maarten trekt je vlot.

Chris Polanen – Waterjager

Met een kop thee en een versnapering luister ik naar Chris Polanen. Een Surinamer met heimwee. Zijn boek Waterjager gaat over Suriname in de nabije toekomst. Er is een dijkdoorbraak geweest en de bewoners zijn zoveel mogelijk weggetrokken. Er ontstaat een stad die geregeerd wordt door eigen wetten met als middelpunt Jean Christoph. Zijn broer Joshua keert na twintig jaar terug op zoek naar thuis en eindigt met een spirituele reis naar de zin van het leven.

In het interview vertelt Chris met veel humor over het traject dat hij met zijn redacteuren heeft doorlopen en hoe de ene redacteur verschilt van de ander. Hoe heimwee hem aan het schrijven heeft gezet. Een schrijver schrijft het best als hij pijn heeft en mensen lezen graag over ellende. We mogen zelf ook vragen stellen en natuurlijk zijn boek kopen en laten signeren. Mijn gesigneerde-boeken-kast begint al aardig vol te raken met juweeltjes zoals Waterjager.

Redactie voor auteurs

Nog onder de indruk van Chris, is het nu tijd voor de masterclass van Ingrid Meurs. Zij kan vijf kwartier in een uur praten. Gepassioneerd vertelt zij over het redactieproces. Belangrijk is om voor jezelf duidelijk te hebben waarom je schrijft en wat je ermee wilt. Daarna is het zaak om veel te oefenen en te netwerken. Ga naar literaire festivals, laat je gezicht zien op borrels en zorg voor een goede pitch. Hoe je pitcht? Dat vertelt Ruth Bergmans in de andere masterclass. Tip: Verdiep je in de uitgeefwereld. Het heeft geen zin om een manuscript van een thriller bij een chicklit uitgever neer te leggen. Een unaniem oordeel van de deelnemers: wat een goed verhaal, die dame moet je houden.

Maurice Seleky – Een tragedie in New York

De tijd vliegt voorbij en Maurice Seleky staat al klaar voor het interview over zijn boek Een tragedie in New York. Aan de hand van een viertal personages, met allen hun eigen worstelingen, schetst hij een beeld van de hedendaagse tijdsgeest. Maurice behoort tot de millenials, de generatie die naast het verdienen van geld ook graag iets zinnigs en creatiefs doet en zo in een spagaat terecht komt. Hij vertelt ons hoe je een boek kan schrijven ondanks die drukte. Een wijze les die hij met ons deelt: Debuteren gaat over timing. Zorg ervoor dat je in het momentum zit. Ga je drie maanden na publicatie aan de bel trekken bij de media, dan ben je te laat en ja, je moet het allemaal zelf doen.

Wat is de rol van een uitgever?

Geneviève Waldmann neemt het stokje over van Maurice. Wie is de uitgever van Griet? Het blijft stil. De binnenkomer van de dag: wie de uitgever is doet er voor de lezer helemaal niet toe. Voor een auteur in spe is dit wel degelijk belangrijk. Haar verhaal sluit perfect aan op de vorige masterclass. Wat zorgt ervoor dat jouw manuscript van de slushpile geplukt wordt? Ze drukt ons op het hart om vooral niet in zee te gaan met een uitgever die je geen contract geeft, geef nooit al je rechten weg en blijf betrokken bij de marketing en publiciteit van je boek.

Paneldiscussie

De paneldiscussie wordt geleid door Grietje Braaksma, boekhandelaarster, die samen met Willem Bisseling, literair agent, en Geneviève Waldmann, uitgeefster, in discussie gaat. De vragen die gesteld worden zijn aangeleverd door ons, studenten. Vooral de vraag of tegenwoordig de auteurs niet allemaal jong en sexy moeten zijn brengt veel reuring in de tent. Grietje, fel en gepassioneerd, Willem, vol humor, en Geneviève, vol wijsheid, vormen het perfecte trio voor deze uitsmijter. Ook het publiek mag zich erin mengen en voor we het weten gaan we zo op in de discussie dat we vriendelijk verzocht worden er een einde aan te breien. Het is tijd om af te sluiten.

Diploma’s

Voor een aantal studenten is dan eindelijk het moment aangebroken om hun diploma in ontvangst te nemen. Onder luid applaus reiken Grietje Braaksma en, ons alle bekend, Caroline Olieroock de diploma’s uit. Een feestelijke happening, die natuurlijk gevierd moet worden met een borrel.

En dan is daar het moment van afscheid nemen. Ongelofelijk hoe het team van de Schrijversacademie ons toch elke studiedag weer weet te verrassen met goede sprekers, leerzame masterclasses en vooral veel passie.

Ben ik na drie studiedagen klaar? Echt niet. Op de volgende studiedag van 2 juni zie je me weer terug. Kom je ook?

Groetjes,

Nicole Ramsaran (Soferet)


Het programma van de volgende studiedag is bekend! Lees hier meer.

Ja, we noemen wel namen – René Appel

Het lijkt zo simpel, een naam geven aan de personages in het verhaal dat je aan het schrijven bent, maar soms kost het heel wat hoofdbrekens voor je een naar je eigen idee geschikte naam hebt. Vroeger bladerde ik voor een achternaam wel in het telefoonboek, maar telefoonboeken zijn passé. Voor voornamen raadpleegde ik vaak een stel uitgeknipte rouwadvertenties ondertekend door vrienden van een overledene. Tegenwoordig zijn websites met kindernamen (o.a. ook Marokkaanse en Turkse) zeer geschikt om inspiratie op te doen. Het is voor achternamen ook mogelijk om ze zelf te bedenken, dan weet je zeker dat niemand zich gekwetst voelt en het idee heeft dat zijn/haar naam is misbruikt. Zo heb ik voor de thriller Schone handen voor een van de personages de achternaam ‘Maaswinkel’ bedacht. Die komt niet voor in (en buiten) Nederland, maar het is wel een ‘mogelijke naam’ in het Nederlands. Dat de naam ‘Maaswinkel’ ook gebruikt werd in de film die naar het boek werd gemaakt, stemde mij zeer tevreden.

Naar mijn mening is het goed om bij het kiezen van namen rekening te houden met het volgende.

  • Kies geen namen die te bijzonder zijn. Bordewijk gebruikte in Karakter de naam Katadreuffe. Dat kan af en toe, maar het gevaar bestaat dat de lezer onbewust denkt dat iemand met een bijzondere naam ook een bijzonder persoon moet zijn. Laatst las ik in de krant een interview met een vrouw met de achternaam Scheurwater. Prachtig, maar niet goed bruikbaar in een verhaal.
  • Kies ook geen te gewone achternamen, dus De Vries, Smit, Jansen enz. Een enkeling mag er wel tussen zitten (ze komen tenslotte vaak voor) maar niet te veel. Het is dus aan te raden om wat betreft frequentie van voorkomen van een naam voor het zogenaamde middensegment te kiezen: niet te bijzonder, maar ook niet te gewoon.
  • Kies binnen één boek geen namen die te veel op elkaar lijken. Dus geen Frans en Fred in één boek, geen Maartje en Marjan, enz.
  • Kies een naam die past bij het sociaal milieu. Dus geen Kimberly of Natasha voor een hockeymeisje uit Bloemendaal, geen Anne-Sophie voor een meisje wier vader auto-monteur is en wier moeder achter de kassa van de supermarkt zit.
  • Denk ook aan ‘regionale namen’. Bekend zijn uiteraard namen op –stra of –sma in Friesland (maar ook ver daar buiten) en namen op –ink (bijvoorbeeld Hiddink) uit de Achterhoek.
  • Kies geen naam van een Bekende Nederlander. Bij ‘Baudet’ of ‘Klaver’ zullen veel lezers denken: ‘familie van’.

En kies vooral niet de achternaam ‘Appel’. ‘René’ als voornaam valt te overwegen.

 

Over de auteur:

René Appel (1945) is auteur van misdaadromans en geldt wel als de godfather van de Nederlandstalige psychologische thriller. Vorig najaar vierde hij zijn 25 jarig jubileum als auteur en in die tijd heeft hij even zoveel boeken geschreven.

Onlangs verscheen van zijn hand De advocaat. René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie.

‘In mijn boeken moet het allemaal helemaal misgaan, het gaat van kwaad tot erger. Of zeg maar gerust: ergst, want er moet altijd minimaal één personage het loodje leggen.’

Het doorslaggevende belang van de eerste stap – een schrijftip van De Boekenfluisteraar

Een schrijftip van De Boekenfluisteraar

De oeroude wijsheid Bezint eer ge begint is natuurlijk een open deur van jewelste. Desondanks merk ik vaak dat onervaren schrijvers het doorslaggevende belang van de eerste stap onderschatten. En die eerste stap is niet: vandaag beginnen met schrijven. De eerste stap is het formuleren van je boekconcept: zorgvuldig bedenken wat je wilt gaan schrijven en hoe je dat gaat doen. Met name voor schrijvers van nonfictie is het een absolute aanrader om vooraf al grondig na te denken over de conceptuele uitgangspunten en mogelijkheden van hun verhaal.

Dat is niet eenvoudig. Onder meer houdt het enige concurrentie-analyse in, en het bestuderen van voorbeelden. Een goed boekconcept brengt mogelijkheden in kaart, waaruit je de juiste keuzes kunt maken voordat je begint met schrijven. Je wilt je verhaal op de best mogelijke manier vertellen, en vaak is er meer mogelijk dan je in eerste instantie had bedacht.

Ook bij publicatie is een sterk onderliggend concept van belang. Een uitgever of literair agent ziet het direct als een boekconcept niet goed overwogen is. Dat geldt ook omgekeerd: een manuscript waar in de conceptfase wél goed over is nagedacht trekt meteen de aandacht in positieve zin.

Hoe je een goed boekconcept maakt is niet even snel uit te leggen. Voor uitgebreider advies daarover verwijs ik je graag naar mijn boek Succes met je boek!  Maar een belangrijke tip kan ik je hier wel vast geven: blijf altijd focussen op de essentie. Ook dat lijkt heel vanzelfsprekend, maar is nog knap lastig om in de praktijk te brengen. Focus in de conceptfase van je boek (en ook in het latere schrijfproces) dwingt je tot het maken van keuzes.

Door gebrek aan focus in de conceptfase blijven noodzakelijke keuzes en alternatieve mogelijkheden buiten beeld. Bij het schrijven of redigeren van je tekst komt er dan later onvermijdelijk een moment waarop zich dat wreekt. En achteraf nog conceptueel moeten bijsturen kan een langdurig en pijnlijk proces zijn. Het kan bijvoorbeeld blijken dat een betoog op meerdere gedachten hinkt of dat hoofd- en bijzaken door elkaar lopen. Of dat verwachtingen of kennisniveau van lezers niet goed zijn ingeschat, wat bij hen verwarring en irritatie oproept. Toon en stijl kunnen niet voldoende aansluiten bij het onderwerp of bij de doelgroep. Er zijn talloze manieren waarop een (nonfictie-)schrijver de mist in kan gaan, en veel daarvan kun je voorkomen met een goed doordacht boekconcept.

Een weloverwogen boekconcept daarentegen heeft louter voordelen. Je formuleert doelen, brengt valkuilen en mogelijkheden in kaart en identificeert belangrijke keuzes voor het latere schrijfproces. Het brengt logica en helderheid in je plannen en maakt dat je die sneller en efficiënter kunt uitvoeren. Bij het schrijven zorgt het ervoor dat je door de bomen het bos blijft zien. Ik wil maar zeggen: hoe meer je bezint eer je begint, des te beter zal het resultaat zijn. Succes met je boek!

Over de auteur:

Na een lange loopbaan als redacteur en uitgever richtte Maarten Carbo in 2012 De Boekenfluisteraar op. In dat jaar verscheen ook zijn boek Succes met je boek! vol met tips en trucs voor schrijvers, waarvan onlangs de derde druk uitkwam. Sindsdien is het team uitgebreid met schrijfster Danielle Hermans en journalist Hans Bouman. Vanuit hun gecombineerde ervaring en deskundigheid bieden zij hulp bij alle soorten problemen die je kunt tegenkomen bij het opzetten, schrijven en publiceren van je boek.

Wil je een keer speeddaten met Maarten? Kom naar de studiedag op 17 maart 2018 in Utrecht!

 

En de winnaar is… Nicole Ramsaran

En de winnaar is…

Wat een feest! Open ik mijn Facebook app en sta ik, Nicole Ramsaran schrijfster in hart en nieren, als winnaar getagd op de pagina van de Schrijversacademie. Samen met Anne Ruhl – mijn voormalig studiegenoot op de basisopleiding en inmiddels mijn goede vriendin – mag ik naar de studiedag “Aan de slag als auteur”. Als reden waarom ik wilde winnen had ik aangegeven dat Anne in januari debuteert bij Buddy Books met haar kinderboek Stip en Roeltje, De Charmante oplichter. Wanneer je debuteert kun je wel wat extra tips gebruiken dacht ik zo.

Mijn eigen debuut zal nog even duren, want de thriller waar ik mee bezig ben ligt nog in de week. Af en toe uitspoelen en uitwringen en dan staat er straks een dodelijk, fris verhaal. Tot die tijd kun je me vinden op mijn schrijversblog onder de naam Soferet (Hebreeuws voor schrijfster). Ook heb ik de eer om sinds oktober voor het online magazine Books and Bubbles maandelijks een recensie te schrijven. Langzaam maar zeker krijgt mijn schrijfdroom steeds meer vorm. Met als stevige basis de opleiding van de Schrijversacademie.

Onmogelijke keuze

Naast de interviews met Sun Li, debutante met De Zoetzure smaak van dromen, en René Appel, een van de beste thrillerschrijvers die Nederland rijk is, is er een breed aanbod aan masterclasses.

  • Hoe pitch ik mijn verhaal? Door Ruth Bergmans
  • Wat kan een literair agent voor je doen? Door Willem Bisseling
  • Wat is de rol van een uitgever? Door Sander Kol
  • Wat wil een boekhandel? Door Grietje Braaksma
  • Hoe pitch ik mijn scenario? Door Hieke Jans
  • Wat verwacht een kinderboekenuitgever? Door Thille Dop
  • Redactie voor auteurs. Door Harminke Medendorp

Gezien er maar een beperkt aantal uren in een dag passen was er ruimte voor twee van de masterclasses. Een bijna onmogelijke keuze, want ze zijn allemaal interessant en van goede kwaliteit. Uiteindelijk zijn we aangeschoven bij Ruth Bergmans en Grietje Braaksma.

Sun Li De zoetzure smaak van dromen

Na een gezellig ontvangst, met thee en cakejes bij de Tolhuistuin te Amsterdam, schoven we direct aan bij het interview met debutante Sun Li. De zoetzure smaak van dromen vertelt haar persoonlijke verhaal. Een gezin dat uit Hong Kong emigreert naar een dorpje in Friesland en een Chinees restaurant begint. De wrijving tussen de Nederlandse cultuur en het leven op school en haar Chinese opvoeding thuis.

Ik heb met elke vezel in mijn lichaam genoten. Wat een fantastisch lieve dame is Sun Li. Na het grappige en soms heel persoonlijke interview mochten wij haar vragen stellen, die zij vol humor en goede tips beantwoordde. Uiteraard heb ik direct het boek bij haar gekocht en die staat nu vol trots, gesigneerd, in mijn kast.

Hoe pitch ik mijn verhaal?

Na het interview en een snelle theepauze spoedden we ons naar onze eerste masterclass. Er kan veel gezegd worden over pitchen en Ruth sleepte ons er snel en vakkundig doorheen. In het kort: Wat is je drive om dit verhaal te schrijven? Vertel met passie, maar hou het compact. Gebruik voorbeelden uit je verhaal en maak het beeldend. Heel verrassend is dat je bij een pitch het einde van je verhaal gewoon mag verklappen, omdat de uitgever niet je uiteindelijke lezer is. Na deze eyeopener mocht degene die durfde zijn of haar boek pitchen en gaf Ruth nog tips mee.

Wat wil een boekhandel?

En toen was de beurt aan Grietje, boekhandelaarster in hart en nieren. Bij Grietje vind je geen boeken top 10, maar een levendige winkel met boeken van zowel de gevestigde auteurs alsook de wat onbekendere. Na een verwachtingen-rondje stak ze van wal. Boeken, e-books, marges, reisboeken, zelf/uitgeven versus uitgever en de indeling van een winkel vlogen ons om de oren. Het is dat we een pauze-seintje kregen van Caroline, anders hadden we er tot diep in de nacht nog gezeten. Grietje is bevlogen en gepassioneerd en een unieke boekhandelaarster.

René Appel – gevestigd thrillerauteur

René Appel nam ons mee in de geschiedenis van de Nederlandse thrillers. In literaire kringen werd de thriller van beschouwd als het achterlijke neefje. Inmiddels kunnen we wel stellen dat, onder andere door zijn verhalen, dit niet meer het geval is en thrillers een volwaardige plek in de literatuur innemen. René schrijft graag over gewone mensen in ongewone omstandigheden volgens het concept van kwaad tot erger. Mocht je denken dat thrillerschrijvers een steekje los of psychopathische trekjes hebben, laat ik je dan meteen van deze illusie verlossen. René Appel is als je favoriete oom die, vol verve, op een feestje een van zijn anekdotes vertelt.

Paneldiscussie

Onder leiding van Manon Duintjer volgde de paneldiscussie met Grietje Braaksma,

Sander Knol en Janine Langenberg (in de plaats van Willem Bisseling). Met deze drie personen waren de boekhandelaren, de uitgevers en de agentschappen vertegenwoordigd. Discussies volgden over covers, boeken die er niet zijn maar waar wel behoefte aan is, waarom een schrijver zo weinig aan een boek verdient en of je wel of niet eerst moet gaan bloggen voor je een boek uitgeeft. Een gezonde strijd tussen de drie disciplines, die elkaar goed aanvulden, was de uitsmijter van de dag.

Vol hoofd, vol hart.

En zo vol als de dag ook zat, zo snel was hij weer voorbij. Ti een hapje en een drankje hebben we onze indrukken met elkaar gedeeld en de dag afgesloten. Met een hoofd vol ideeën en een hart vol inspiratie keerden we weer huiswaarts.

Heb je het gemist? Niet getreurd. Op 17 maart 2018 is de volgende studiedag, dit keer te Utrecht. Zie ik jullie daar?

Groetjes,

Nicole Ramsaran (Soferet)

 

 

In bijna alles zit een verhaal – Sandra Kreeberg

Crime scene

In bijna alles zit een verhaal. Zo overkomt het me dagelijks dat ik een situatie zie (of er zelf middenin zit ) die erom vraagt om opgetekend te worden.

Het helpt natuurlijk wel mee als je in het gelukkige bezit bent van grappige gezinsleden…

Zo zaten mijn dochter en ik op een regenachtige maandagavond in het plaatselijke stadskantoor. Mijn dochter zit op een school die de leerlingen frequent verplicht om allerlei buitenlandse reizen te maken. Komend jaar staat Amerika op het programma en zodoende had zij een paspoort nodig. De dame van de receptie gaf ons een volgnummer en nog voor wij het briefje in ontvangst konden nemen ging de zoemer om aan te geven dat de volgende wachtende aan de beurt is.

We namen plaats tegenover een zuinig kijkende baliedame en mijn dochter verkondigde dat ze een paspoort kwam aanvragen.

Daarop werd ze aan een soort kruisverhoor onderworpen. Hoe heet je? Wanneer ben je geboren? Wie is je vader? Wie is je moeder? Dochter gaf antwoord en met gevaarlijk lange nagels werden al haar antwoorden in het systeem genoteerd. Daarna moest het toestemmingsformulier van de vader worden overhandigd met zijn reisdocument, een pasfoto van dochter zelf. En ook ik moest bewijzen dat ik echt de moeder van mijn dochter ben. Tot slot wilde het systeem haar vingerafdrukken hebben. Daar trok dochter de grens. Dat is schending van privacy dacht ze en ze overwoog om haar vingerafdruk te weigeren. Maar de baliejuffrouw keek zo streng dat ze dat protest toch maar achterwege liet. Voorzichtig aarzelend plaatste ze haar vingers op het rode apparaat tot de juffrouw zei dat ze haar vingers weg mocht halen.

Na betaling van 51 euro en 45 cent konden we vertrekken.

Buiten schoot dochter uit haar slof. ..,,Nou! Nu zitten mijn vingerafdrukken voorgoed in het systeem. Nu kan ik mijn vieze zaakjes wel op mijn buik schrijven!” gierde ze. Ik, gespeeld geschrokken, ,,Hoezo? Wat voor vieze zaakjes??? Ja, dat is geheim verkondigde ze.

(Mijn dochter is een zeer verstandige, blonde griet van bijna zeventien jaar oud. Ze studeert hard voor haar gymnasium diploma, werkt regelmatig nieuwe kassameisjes in bij Albert Heijn, heeft toneelambities  en is zeer kritisch over ons opvoedbeleid ten aanzien van haar broertje.)

,,Ja”, ging ze door, jij denkt waarschijnlijk dat ik ’s nachts in mijn bed lig te slapen? Dat is een misvatting. Ik ben bezig met mijn vieze zaakjes, maar dat kan nu niet meer. Of ze kunnen bij justitie nu eindelijk de informatie die ze hebben over allerlei onopgeloste duistere praktijken eindelijk linken aan mijn vingerafdrukken. Misschien word ik vannacht wel gearresteerd door een peloton ME-ers”, knipoogde ze naar me. Ik viel intussen bijna van mijn fiets van het lachen. ,,Jij kijkt te veel Crime Scene Investigations!”, proestte ik. ,,We zullen zien. Eerst maar eens kijken wat er vannacht gebeurt”, antwoordde ze droog, terwijl ze haar fiets in de schuur parkeerde.

,,Je kunt natuurlijk ook van nu af aan handschoenen dragen bij het uitvoeren van je vieze zaakjes”, opperde ik en ik kroop meteen achter mijn computer om bovenstaand verhaal op te schrijven.

Zojuist hoorde ik op de radio dat is gevraagd aan premier Rutte om die vingerafdrukken weer uit het paspoort te halen. Dit omdat controles niet haalbaar zijn in verband met de dure apparatuur die daarvoor nodig is. Voor mijn dochter is het helaas te laat. Haar vingerafdrukken zitten vanaf nu in het justitieel apparaat. Maar die van mij nog niet. Ik kan mijn snode plannen gelukkig nog gewoon ten uitvoer brengen…..

Over de auteur:

Hoi, ik heet Sandra en ik ben in het bezit van een zeer levendige fantasie (dat werkt vaak in mijn voordeel, maar soms ook in mijn nadeel). Ik schrijf al verhalen sinds ik een pen kan vasthouden. Schrijven is voor mij een manier om vanuit een ander perspectief naar een gebeurtenis te kijken. Van mezelf ben ik nogal zwaar op de hand. Het schrijven helpt me de humor van een situatie in te zien in plaats van te gaan piekeren en rumineren. Nieuwsgierigheid, proberen en leren moet je mijns inziens altijd blijven prikkelen. Daarom ben ik vol enthousiasme begonnen aan een opleiding aan de schrijversacademie. Sinds begin 2015 ben ik werkzaam als freelance tekstschrijver en verslaggever voor de krant. Ik ben getrouwd en moeder van een zoon (11) en een dochter (16). Daarnaast voed ik een geleidehond op voor het KNGF.

Een rieten pet als dak – René Appel

Veel werkwoorden moeten een ‘levend’ (of ‘menselijk’) onderwerp bij zich hebben. Je kunt niet zeggen: ‘De kruk twijfelde’ of ‘De kraan vergiste zich’. Schrijvers hoeven zich van dat soort regels niets aan te trekken. De eerste, ‘ongrammaticale’ zin wordt bijvoorbeeld al veel acceptabeler als je hem in een verhaal zou uitbreiden tot: De kruk twijfelde en wist eigenlijk niet goed of hij een kruk of een stoel wilde zijn (denk aan de stoelen/krukken met een opstaand randje bij hoge receptie- of statafels).

Zo kom je in het domein van het metaforisch taalgebruik. Een auteur die op een prachtige manier deze stijlfiguur kon hanteren, was de Duitser Siegfried Lenz (1926-2014). Hij is in Nederland misschien minder bekend dan zijn generatiegenoten Günter Grass en Heinrich Böll, maar zeker zo goed en wat mij betreft zelfs beter, vooral zijn Duitse les, een absolute aanrader.

De volgende voorbeelden komen uit De overloper, zijn tweede roman, die pas na zijn dood werd ontdekt en in 2016 voor het eerst werd uitgegeven:

  • Schijnheilig schoof de rivier zijn water naar de zee (…) (Omdat de rivier zich niets aantrekt van het feit dat soldaten elkaar afmaken rond en in die rivier, RA).
  • Voorzichtig liepen ze naar een met riet gedekt gebouw toe – een gebouw dat zijn rieten pet ver over zijn voorhoofd had getrokken, alsof het niets met de wereld te maken wilde hebben (…).

De laatste roman van Tommy Wieringa, De heilige Rita, bevat ook een aantal mooie metaforen waarin aan niet-menselijke eenheden menselijke eigenschappen of handelingen worden toegeschreven, zoals in de volgende voorbeelden:

  • In de achtertuinen van de douaniershuizen kwijnen de maïsstengels en wacht de boerenkool de eerste nachtvorst af.
  • Het gebouw helt een beetje voorover, moe van alle gedane arbeid.
  • Het pennetje vloog over het papier, het vond alles even interessant.

Zowel Lenz als Wieringa is spaarzaam met dit soort metaforisch taalgebruik, want voor je het weet wordt het een maniertje dat leidt tot te uitbundige metaforen. Dan zet je je fiets niet meer in een rek, maar aanvaard je de uitnodiging van het rek om je fiets tussen zijn stalen tanden te plaatsen.

Over de auteur:

René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie. René Appels eerste misdaadroman werd gepubliceerd in 1987, Handicap. Daarna verschenen nog veel andere romans en korte verhalen. Vele malen werd een boek van hem genomineerd voor de Gouden strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek, en twee keer werd een boek bekroond: De derde persoon in 1991 en Zinloos geweld in 2001. Schone handen werd in 2015 succesvol verfilmd met in de hoofdrollen Thekla Reuten en Jeroen van Koningsbrugge. René Appel is ook de auteur van Spannende verhalen schrijven, over de wijze waarop schrijvers spanning kunnen aanbrengen in hun verhaal. Onlangs verscheen van hem Joyride en andere spannende verhalen 

schrijven wordt Schrijven – Lily Rijpkema

zolang ik me kan heugen schrijf ik. Natuurlijk aanvankelijk het verplichte schrijven op school. Maar al snel ontdekte ik hoe leuk het was om kleine verhaaltjes voor mijn zusjes te schrijven, werd ik blij van de kettingbrievenrage uit mijn jeugd en was ik trots als mijn opstel als enige werd voorgelezen in de klas. Sinterklaasgedichten schudde ik moeiteloos uit mijn mouw en in steenkolenengels correspondeerde ik met een verre ‘penvriendin’.

‘mama schrijft een brief’ was de gevleugelde uitdrukking in mijn gezin als een afspraak niet volgens plan was verlopen en het leidde vaak tot een bevredigende oplossing. In mijn bedrijf ging alle correspondentie via mij, ik eiste grammaticaal correcte brieven naar mijn klanten, zonder taal- of stijlfouten. Ik keek de scripties van mijn dochter na en bleef met trucs en tips hardnekkig volhouden om haar wegwijs te maken in de, voor haar geheime, wereld van de d, t of dt.

Opeens bleek een gedicht van mij in een bundel opgenomen te gaan worden en kreeg ik bericht dat een column van mijn hand in een blad zou verschijnen. Hierdoor aangemoedigd heb ik geklikt op een banner van de Schrijversacademie die in mijn beeldscherm verscheen. Ja, ik wilde wel wat meer informatie ontvangen. En na een prettig telefoongesprek met Caroline besloot ik om in het diepe te springen!

Een doos met boeken werd thuisbezorgd, opdrachten volgden al snel. Bijeenkomsten werden gepland, studiedagen aangekondigd. Deadlines, huiswerk, lezen, schrijven en nog meer schrappen. Opbeurend commentaar van je docent, een welkom compliment. Kritische feedback van medecursisten. Kladblokken met aantekeningen liggen verspreid door mijn huis en ik heb in de kantoorvakhandel gezocht naar pennen die lekker schrijven. De stapel nog te lezen boeken groeit gestaag.

Wat latent aanwezig bleek is tot leven gekomen. Mijn worstelingen worden herkend door mede cursisten. Wat ik eerder al deed krijgt plotseling een naam. ‘Kill your darlings’, zó heet dat dus als je met pijn in je hart een geweldige passage uit je tekst moet schrappen.

Over de auteur

Als wijkverpleegkundige zit ik de hele dag op de fiets, op weg van patiënt naar patiënt. Achter elke voordeur een verhaal, voorlopig heb ik daardoor voor jaren voldoende input om verhalen te schrijven. En als ik oud en stram ben wordt het misschien wel een boek!

Studeren aan de Schrijversacademie is voor mij hard werken, uitdagend maar voorál een feest van herkenning!

 

Inspiratie overal – Nicolyn Dijkstra

“Wat vind je van mijn preiplanten? Die heb ik als kleine griffeltjes in de grond gezet en moet je nou eens kijken!” Ik kijk mijn vader enthousiast aan en vergeet helemaal om zijn zelfgekweekte groente te bewonderen. ‘Als kleine griffeltjes’, wat een prachtige beeldspraak! Houten schoolbanken, Ot en Sien, leren schrijven op een lei. Ik ben even in een andere eeuw.

Vlak na een vakantie sta ik altijd het best in contact met mijn gevoel. Als ik midden in mijn werk zit dan draai ik maar door, als een hamster in een tredmolen. Maar in de loop van een vakantie zie ik altijd heel helder wat ik belangrijk vind. Dat is het moment dat ik vooruitkijk, nadenk over waar ik sta en hoe ik verder wil.

Ik werk al bijna twintig jaar in het communicatievak, in allerlei disciplines. De laatste tijd bekroop me steeds vaker het gevoel dat ik veel van mijn tijd besteed aan de dingen die ik nou eenmaal door de jarenlange ervaring goed kan. Maar dat zijn niet per sé de dingen waar ik de meeste energie van krijg. Daarom ben ik twee maanden geleden begonnen aan de Schrijversacademie. Schrijven doe ik al langer en vind ik geweldig om te doen. Maar ik miste een lijn, kaders. Ik wil er meer mee, maar waar begin je dan? Min of meer toevallig kwam ik deze opleiding tegen en ik wist het meteen: heerlijk, ik ga nieuwe dingen leren!

De kip met kuikentjes die zich zo lekker veilig voelt in de stal van de lievelingspony van mijn dochter inspireert tot een column over mijn eigen kinderen. De vakantie van mijn vrienden naar Nevada resulteert in een blog over hun deelname aan het Burning Man Festival. Met stof op vreemde plaatsen, een beker aan hun riem en een open mind dansten ze een week lang door Black Rock City, de tijdelijke woongemeenschap die jaarlijks ontstaat in de woestijn. Een bezoek aan de schoenmaker die zijn winkel gaat sluiten, leidt tot een artikel over duurzaamheid. “Mensen laten hun schoenen niet meer maken”, verzuchtte hij, “voor een paar tientjes kopen ze liever nieuwe.” Onze wereld gaat zo ten onder aan overconsumptie, met uitputting van grondstoffen en luchtvervuiling aan de ene en een afvalprobleem aan de andere kant. Mijn paardrij-instructrice die vertelt dat ze vroeger rijles had van ene meneer Helden, die met een grote megafoon vanuit de kantine instructies naar zijn leerlingen brulde. Als je het niet goed deed, dan balkte hij: “Je hebt toch geen blubber in je laarzen?” Doodsbang was ze voor hem.

Al deze thema’s bieden haakjes voor een mooi verhaal en dagelijks raak ik meerdere keren geïnspireerd. De kaders die ik zoek, ga ik zeker vinden in deze opleiding. En voor een gebrek aan inspiratie hoef ik niet bang te zijn, die is duidelijk overal. Wat rest is een vraag aan mezelf: Over groente is natuurlijk veel te zeggen, maar wat wil ik nou eigenlijk het liefst vertellen?

Over de auteur

Nicolyn Dijkstra woont met man Robin, zoon Ruben (12) en dochter Jules (10) in Den Haag. Ze is eigenaar van HAAG communicatie & talen van waaruit ze communicatieopdrachten uitvoert voor diverse bedrijven. Ze spreekt vloeiend Spaans, Duits en Engels en brengt het liefst zo veel mogelijk tijd in Spanje door. Ze kookt graag voor vrienden en houdt van paardrijden, skiën, boeken lezen én schrijven. Ze begon in 2017 aan een opleiding aan de Schrijversacademie.

 

Titels – René Appel

De Titel

Soms heb je hem meteen, de titel voor een boek of voor een verhaal, maar een andere keer is het zoeken, brainstormen met anderen, de tekst nog een lezen, verschillende ‘kandidaat-titels’ opschrijven en dan is het eindresultaat soms nog onbevredigend. Vroeger was het makkelijk. Toen heetten romans over het algemeen naar hun hoofdpersoon. Denk bijvoorbeeld aan Ferdinand Huyck van Jacob van Lennep of Julia van Rhijnvis Feith. Een enkele keer maken tegenwoordig auteurs nog wel eens gebruik van die mogelijkheid, zoals Annie van Kees van Kooten en Joe Speedboat (een bijnaam natuurlijk) van Tommy Wieringa.

Hoofdpersoon

Een andere mogelijkheid is het ‘omschrijven’ van een van de hoofdpersoon: De asielzoeker van Arnon Grunberg, De bastaard van Manon Uphoff of zelfs met twee hoofdpersonen De dokter en het lichte meisje van Simon Vestdijk. Een belangrijke emotie, die als het ware het hele boek kleurt, kan ook als titel worden gebruikt, zoals Troost van Ronald Giphart, Brandende liefde van Jan Wolkers of Oud en eenzaam van Gerard Reve. De situatie waarin een (deel van het) verhaal zich afspeelt komt soms terug in de titel, bijvoorbeeld in W.F. Hermans’ Onder professoren, Kees van Beijnums Het verboden pad of Adriaan van Dis’ Indische duinen.

Het is natuurlijk volstrekt subjectief, maar sommige titels zijn ronduit mooi (vind ik tenminste), zoals Onder het plaveisel het moeras of Asbestemmingen, beide van A.F.Th. van der Heijden. Die laatste is natuurlijk zo fraai omdat een lezer de neiging heeft om hem in eerste instantie te lezen als: Asbest-emmingen, en niet als As-bestemmingen.

Samenstelling

Betrekkelijk recent zijn de nieuwe samenstellingen, in feite neologismen, die als titel dienen, bijvoorbeeld Schaduwkind (P

.F. Thomése), Sneeuwbeeld (Thomas van Aalten) en Lekhoofd (Haro Kraak). Vaak zijn dat termen die in het verhaal al een keer worden gebruikt, en dan bij wijze van spreken promoveren tot titel. Ook hedendaags zijn zogenaamde teksttitels, soms hele zinnen, zoals Renate Dorresteins Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor of Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend van Arjen Lubach. Maar hoezo hedendaags? kan iemand tegenwerpen. Van Louis Couperus verscheen immers in 1906 al Van oude menschen, de dingen die voorbij gaan. En om dit stukje rond te maken: hij schreef ook een beroemd boek met de naam van de hoofdpersoon als titel, Eline Vere.

Heb jij een brandende vraag voor René Appel? 25 november kan je hem stellen op de studiedag van de Schrijversacademie. Klik hier voor meer info over de studiedag. Bel 0881630088

Over de auteur:

René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie. René Appels eerste misdaadroman werd

gepubliceerd in 1987, Handicap. Daarna verschenen nog veel andere romans en korte verhalen. Vele malen werd een boek van hem genomineerd voor de Gouden strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek, en twee keer werd een boek bekroond: De derde persoon in 1991 en Zinloos geweld in 2001. Schone handen werd in 2015 succesvol verfilmd met in de hoofdrollen Thekla Reuten en Jeroen van Koningsbrugge. René Appel is ook de auteur van Spannende verhalen schrijven, over de wijze waarop schrijvers spanning kunnen aanbrengen in hun verhaal. Onlangs verscheen van hem Joyride en andere spannende verhalen