De laatste zin (van een alinea) – door René Appel

Afgezien van passages die bewust duister, mysterieus of ronduit onbegrijpelijk zijn, willen schrijvers het liefst begrepen worden. Ze willen iets overdragen op de lezer, en dat is terecht, want daarom schrijven ze. Maar soms willen ze dat te graag, zijn ze te bang dat lezers hun bedoelingen niet vatten en dan laten ze zich verleiden tot een nadere verklaring of een uitleg, en dat is vaak te veel. Zo’n concluderende zin staat vaak aan het eind van een alinea waarin het een en ander is beschreven.  ‘Ja, hè, hè,’ zal menig lezer zeggen, ‘dat had ik al lang begrepen.’ De lezer voelt zich miskend of te laag ingeschat.

Goed Volk

Ik zal een voorbeeld geven uit de recente korte autobiografische roman Goed volk van Teun van de Keuken (tv-maker, columnist en schrijver). Hoofdpersoon in dit zeer leesbare boek is het jongetje Teun, dat opgroeit eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Zijn vader is een bekende filmer en fotograaf en zijn moeder werkt ook in de filmwereld. De ouders zijn ‘progressief’, links, tegenwoordig zouden we hen politiek-correct noemen. Omdat zijn ouders niet elitair willen zijn (ze willen opkomen voor de verschoppelingen op deze wereld) gaat Teun naar een ‘gewone’ basisschool, dat wil zeggen een school met kinderen uit lager sociaal milieu in de buurt van de Amsterdamse Jordaan, een ‘volksschool’.

En dan komt die laatste zin

Teun schaamt zich voor zijn ouders; ze zijn te artistiekerig en hebben meningen (die ze graag verkondigen) die de ouders van zijn medeleerlingen bepaald niet delen. Hij wil ook liever geen klasgenoten mee naar zijn huis nemen. Maar nadat hij dat een aantal keren heeft geweigerd, wil hij toch een keer met die klasgenoten zijn verjaardag bij hem thuis vieren. En zowaar, het gaat goed. Zijn vader zegt geen gekke dingen, zijn moeder heeft geen te korte rok aangetrokken, de versnaperingen zijn zelfs oké (terwijl zijn ouders normaal het liefst macrobiotisch voedsel serveren) en ze doen leuke spelletjes. Maar dan gebeurt het. De vader brengt de kinderen in zijn grote Volvo naar huis. Hij vertelt zelfs een grap waar iedereen om moet lachen en dan gaan de andere jongens moppen vertellen, racistische moppen. De vader zet de auto aan de kant en gaat woedend tegen de jongens tekeer.

En dan komt die laatste zin: ‘De verjaardag was vergald.’ Hier zou ik nog het een en ander over kunnen zeggen, maar mijn laatste zin laat ik weg. De lezer heeft het al begrepen.

Over de auteur:

René Appel publiceerde 24 misdaadromans, drie verhalenbundels en twee jeugdboeken. Zijn laatste verhalenbundel is ‘Joyride en andere spannende verhalen’ (2016). Oktober 2018 verschijnt ‘Dansen in het donker’, een ‘gewone’ roman, dus geen thriller, maar wel een echte Appel.

René Appel is lid van de Adviesraad van de Schrijversacademie.

Bewust Bekwaam Bloggen – door Petra Berger

Bewust Bekwaam Bloggen

BBB is in de sportschool een afkorting voor Buik Billen Benen. Daar wil ik het nu niet over hebben wél over Bewust Bekwaam Bloggen. Dat is namelijk wat ik probeer te doen. Ik zit achter mijn laptop en naast mij ligt mijn getuigschrift van de opleiding Columns en blogs schrijven. Ik ben dus heel bewust van mijn bekwaamheid, alleen die blog nog…

Perfecte blog

Die blog lukt niet. Uren zit ik al achter mijn laptop en er komt niets, geen woord, geen letter, helemaal niets. Mijn bewust bekwaamheid is doorgeslagen in faalangst. Vanaf nu ben ik immers geen student meer maar een blogger met een officieel getuigschrift. Mijn blogs moeten vanaf nu perfect zijn. Helemaal nu ik dit schrijf voor de website van de Schrijversacademie, dan moet het méér dan perfect zijn. Dan lezen namelijk niet alleen mijn docent en mijn veilige studiegroepje deze blog maar álle docenten en medestudenten. Iedereen met verstand van schrijven kan dit straks lezen én kan feedback geven. Als ik daar aan denk explodeert mijn faalangst en val ik terug in de bewust onbekwame leerfase.

Die eerste pakkende zin

Als je bewust onbekwaam bent weet je niet hoe je het moet aanpakken. Nog langer naar mijn laptop staren heeft weinig zin. Ik moet deze angst aanpakken en begin met schrijfoefeningen. Ik wandel een stukje en noteer alle woorden en zinnen die ik hoor. Ik ruik, voel en snuffel aan alles en ga weer achter mijn laptop zitten. Vol goede moed begin ik aan die eerste pakkende zin. Ik begin steeds opnieuw want ik vind niets goed genoeg. Mijn onmacht neemt toe en ik besluit op te geven. Ik mail straks dat er geen blog komt en stuur mijn getuigschrift terug. Ik ben de slechtste student ooit en schrijf nooit meer een blog.

Feedback geven

Maar nooit meer bloggen is wel heel drastisch en zelfs een beetje hysterisch. Ik blog namelijk wekelijks voor het tijdschrift Vriendin en dan zal deze blog voor de Schrijversacademie niet lukken. Dat is te gek voor woorden. Ik moet mijn plezier in het schrijven weer voelen en vooral stoppen met denken. Niet denken aan al die docenten en medestudenten en misschien moet ik daar ook helemaal niet zo tegenop zien. Want die docenten en studenten hebben wél geleerd hoe ze feedback moeten geven en dat kan ik niet van iedere lezer op social media zeggen.

Ik schrijf wat ik schrijf

Die perfecte blog moet ik ook uit mijn hoofd zetten want niet iedereen zal mijn blogs perfect vinden. Je hebt nu eenmaal te maken met verschillende lezers en iedereen heeft zijn eigen smaak. Net zoals iedereen schrijver zijn eigen stijl heeft. Ik heb die stijl ontdekt bij de basismodule en die hoort bij mij. Ik schrijf wat ik schrijf want ik ben wie ik ben. Je vindt het goed of niet goed en je leest het of je leest het niet. Het is natuurlijk wel fijn als mijn blogs gelezen worden en feedback ontvang ik ook graag. Heel graag zelfs! Want ik ben nooit uitgeleerd.

Maar eerst ga ik naar een andere school, de sportschool, om daar mijn BBB oefeningen te doen.

Over de Auteur

Petra is student aan de Schrijversacademie en haar blogs zijn iedere week online te lezen bij het tijdschrift Vriendin. Daarnaast maakt ze regelmatiguitstapjes naar de kranten zoals Metro en NRC. 

 

 

 

Terugblik op de laatste studiedag – door Nicole Ramsaran

Even voorstellen

Hallo allemaal, mijn naam is Nicole Ramsaran en ik ben oud-student (specialisatie Romans en korte verhalen). In mijn vrije tijd blog ik onder de naam Soferet, schrijf ik korte verhalen en recenseer ik voor Business and Bubbles. Met vier studiedagen achter de kiezen heb ik mijzelf de titel “ambassadeur Schrijversacademie” cadeau gedaan.

Net dat beetje extra

Naast de lessen en het huiswerk volg je bij de Schrijversacademie ook een verplichte studiedag. Bij het woord verplicht denk ik zelf aan zo’n dag, waarop je braaf rechtop moet zitten en naar ellenlange verhalen van een niet inspirerende, stoffige docent moet luisteren. Zo eentje met van die standaard grapjes die hij bij elke nieuwe groep weer uit de kast trekt en waarom hijzelf (vaak als enige) smakelijk moet lachen.

Heb jij dit beeld ook bij “verplicht”? Dan zal de studiedag van de Schrijversacademie je referentiekader flink opschudden. Deze dag zorgt voor net dat beetje extra bij je opleiding.

Hoe ziet de studiedag eruit?

Op 2 juni jl. heet het team van de Schrijversacademie ons welkom bij de Tolhuistuin te Amsterdam. Vanuit het centraal station heel makkelijk te bereiken met het pontje. Dit keer interviewt onze Manon Duintjer de lifestylejournalist, beautyblogger en auteur Karin Kuipers en auteur van reisverhalen Carolijn Visser.

Naast de interviews mag je kiezen uit een tweetal masterclasses. Heb je last van keuzestress, dan kan dit nog wel een issue zijn. Maar wat je ook kiest je krijgt gegarandeerd handige tips en inzichten.

Het liefst wil ik, net als Hermione uit Harry Potter, magie gebruiken om alle masterclasses bij te wonen. Helaas is dat alleen mogelijk in mijn lezende dubbelleven en kies ik dit keer voor Thille Dop en Harold de Croon.

Maarten Carbo – de Boekenfluisteraar

Tijdens de lunch en tussen de masterclasses door is er gelegenheid om met Maarten Carbo te sparren over je boek. Waar loop je tegenaan? Waar knelt het en hoe los je het op? Maarten werkte als redacteur en uitgever voor verschillende uitgeverijen en is de Boekenfluisteraar. Loop je vast? Maarten trekt je vlot.

Interview Karin Kuijpers – Super Olcay

Karin Kuijpers is een echte selfmade woman. Ze pionierde als lifestylejournalist, schrijft beautyblogs en heeft nu Super Olcay geschreven. Wat een rauwe biografie moest worden, resulteerde in een  inspirerend boek vol wijze lessen om de top te bereiken. Met humor vertelt Karin over de route die zij bewandeld heeft om op dit punt in haar leven te komen, hoe het schrijven van Super Olcay in zijn werk is gegaan en tipt ons over wat helpt wanneer je vastloopt in het schrijfproces: loslaten. Zelf doet zij dit door te wandelen. Wat ik heb meegenomen uit haar verhaal: Met een open mind beleef je meer.

Thille Dop – Wat verwacht een kinderboekenuitgever?

Als je het hebt over passie voor je vak dan ben je bij Thille aan het juiste adres. Met een wereld aan ervaring in de kinderboekenbranche en een diverse smaak in genres weet zij een geheel eigen weg te bewandelen in de uitgeverswereld. Thille benadrukt het belang van lezen. Dat wat je leuk vindt geef je door aan je kinderen, daardoor blijven klassiekers, zoals bijvoorbeeld Annie M.G. Schmidt, het nog steeds goed doen. Ze neemt ons mee in de wereld van de kinderboekenuitgever. Waar moet je op letten en wat moet je vooral niet doen. Wat je vooral wel moet doen is bij jezelf blijven en bij wat je kent. Alsof al deze energie en kennis nog niet genoeg is verloot Thille een aantal boeken onder de collega-studenten. Blij als een kind en mét een nieuw boek onder mijn arm is het al weer tijd voor het volgende onderdeel.

Harold de Croon – Redactie voor auteurs

Luisterend naar Harold de Croon besef ik hoe belangrijk een goede redactie voor je verhaal is. Harold grapt dat de redacteur altijd gelijk heeft. De schrijver blijft echter de baas van het verhaal. Als redacteur is hij de aangewezen sparringpartner, die je bewust maakt van je verhaal en de personages. Aan de hand van een analyse van een moordmysterie van Agatha Christie wordt het al gauw duidelijk dat elk personage een geschiedenis heeft, waardoor je begrijpt waarom ze doen wat ze doen. Dat die geschiedenis dan meteen ook zorgt voor een motief is mooi meegenomen en bouwt spanning op. Via zeven regels laat hij zien hoe je een goed verhaal schrijft en stuurt hij ons de wereld weer in met een bonusregel: Fuck de regels.

Interview Carolijn Visser

Met meer dan 22 titels op haar naam kunnen we gerust zeggen dat Carolijn een oude rot in het vak is. Via haar boeken neemt ze ons mee op de vele reizen die ze heeft gemaakt en leert ze ons de mensen kennen die ze heeft ontmoet en die haar inspireren.

Carolijn vertelt ons hoe haar nieuwste boek Selma tot stand is gekomen. De bijzondere ontmoeting met de kinderen van de hoofdpersoon en haar connectie met het China ten tijde van de culturele revolutie. Een spervuur aan vragen uit het publiek wordt op haar afgevuurd en ook nadat het interview is afgelopen blijven nog velen van ons hangen om nog meer te weten te komen over Carolijn en haar avonturen. Met mijn nieuw gesigneerde exemplaar van Selma veilig in mijn tas geborgen is deze dag alweer bijna om.

Borrel

Na zo’n interactieve dag kun je natuurlijk niet direct naar huis. Eerst even bijkomen met een hapje en drankje. Van een afstand bekijk ik mijn medestudenten en luister ik naar de verhalen en ervaringen van deze dag. Kaartjes worden uitgewisseld en nieuwe boeken gepromoot. Want ook dat is de Schrijversacademie. Niet alleen aspirant schrijvers gaan op les, ook debutanten en gevestigde auteurs spijkeren hun kennis bij. Op de succesvolle afdronk van weer een geslaagd evenement proosten we met een goed glas wijn en een bitterbal.

Terug op het pontje naar het station kijk ik uit over het water en uit naar mijn lustrum. Op 22 september vier ik mijn vijfde studiedag. Vier je mee?

Geen student van de Schrijversacademie? Geen probleem, je bent van harte welkom.

Groetjes,

Nicole Ramsaran (Soferet)

Neem mij en wel nu! (2) door Hetty Kleinloog

Een Eskimo kind dat fantastisch kan hoelahoepen

Alles is groen en wordt vast nog veel groener met al die regen. Ik staar uit het raam van mijn schrijfhuisje en kijk uit over de polders. De regen vormt stroompjes op het vensterglas, vette druppels ketsen cirkels in de sloot en ik negeer het geluid van een moed-ontnemende lekkage.

Stel nou, denk ik somber, stel nou – in het hypothetische geval – dat mijn roman briljant is, hoe komen lezers dat dan te weten? Misschien ben ik wel als een Eskimo kind dat fantastisch kan hoelahoepen. Of als een potentieel briljante garnalenpelster in Zwitserland? Wat heb je aan talent als niemand het merkt?

Ik heb een fijne uitgever, Marmer, dat mag gezegd worden, en zij doen veel voor me. Het is een uitgever die binnen een dag terugmailt en overlegt over de boekomslag die speciaal voor Volle Bloei ontworpen is. Die enthousiast papier laat voelen als ik bij ze op kantoor ben en de beste redacteur aan me koppelt. Er is een publiciteitsplan dat vertrouwen wekt en Marmer heeft een goede naam bij boekhandels.
Maar toch… Ik moet het ook zelf doen. En dat valt niet mee.

‘Dit is góeóed.’

Foto door: Hadewych Veys

Omdat ik in de zestig jaar dat ik leef betrekkelijk weinig bonje heb gemaakt, veel les heb gegeven, theatervoorstellingen heb geschreven en geregisseerd, in leuke teams heb gewerkt en een tijd een hond heb gehad, ken ik veel mensen.  Een netwerk blijkt belangrijk. Zo zijn er dankzij dit netwerk inmiddels twee fijne quotes over Volle Bloei: ‘Een ontroerende en hilarische ode aan het leven en de vriendschap’ (Dieuwertje Blok), en ‘Een verrassend en goed lopend verhaal dat heel erg beeldend geschreven is, erg genoten van dit boek’ (Sara Kroos).

Dat ik dit in dit blog vermeld, is niet toevallig. Ik doe het omdat ik zo nóóit over mezelf en mijn boek zou schrijven, maar wel wil dat mensen het weten.  Ik doe dus eigenlijk net alsof ik niet opschep, maar stiekem doe ik dat wel. ‘Dieuwertje en Sara zeggen dat mijn boek goed is en goh ja, andere vóór-lezers en de redacteur eigenlijk ook.  Eigenlijk iedereen wel. Ja, ik zou dat zelf nooit willen beweren, maar als een ánder…, ja, dan zal het wel waar zijn. Ja toch, niet dan?’

Pff, hoe moeilijk is het om voor jezelf reclame te maken. Voor een collega schrijver loop ik desnoods met een sandwichbord door de Kalverstraat, maar mezelf in de verkoop gooien…? Hoe moet ik me dat voorstellen? In een boekwinkel op de loer liggen en plotseling opduiken als een klant met een boek in de hand staat te aarzelen, en roepen: ‘Neem mij en wel nu?!’  Of op verjaardagen met iedereen aan de praat raken, elke gesprekspartner diep in de ogen kijken en vertrouwelijk toefluisteren, terwijl ik Volle Bloei quasi nonchalant onder zijn of haar neus duw: ‘Dit is góeóed.’
Ik zie het me allemaal niet doen.

De boot met potentieel eeuwige roem

Ik heb gehoord dat een boek binnen een maand door het publiek opgemerkt moet worden. Daarna is de boot met potentieel eeuwige roem voorbijgevaren om nimmer meer weer te keren. Hij doet geen andere havens aan, maar kiept zijn lading op volle zee overboord.  Moment gemist.
Daarom heb ik me voorgenomen, dat ik het van mezelf één maand voor verschijning en één maand na verschijning (8 juni!) van mijn roman mag.  Twee maanden onbeschaamd opscheppen en aanprijzen.
Oké, vooruit met de geit. Ik recht mijn rug en schraap mijn keel. Daar komt ie dan:

Volle Bloei is een humoristische en ontroerende roman. Een pep-pil voor ieder die van lezen houdt en graag een goed boek cadeau doet.
Neem mij, en wel nu!

Zo, poeh, poeh, was dat nou zo moeilijk?

Over Hetty Kleinloog

Foto door: Hadewych Veys

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONM, Lotte, Spangas, Malaika, Tita Tovenaar, GTST, De Spa en Kameleon. Daarnaast schrijft Hetty liedteksten voor diverse muziektheatervoorstellingen en heeft ze plots en dialogen geschreven voor Jan, Jans & de kinderen. Volle bloei is haar romandebuut.

 

 

Schrijfhuisje Volle bloei (1) door Hetty Kleinloog

Je bent Amsterdamse in hart en nieren of je bent het niet. Maar toch, maar toch…

Eten zwanen kikkers? Dat vraag ik me af als ik op een steiger voor mijn nieuwe tuinhuisje het uitzicht over de polders bewonder.  Een kikker zwemt in schoolslag voorbij, de vogels fluiten en ik ben intens gelukkig met mijn houten schrijfpaleis op een stukje grond van 400 m2.

Ik moet er even bij vertellen dat ik geboren en getogen Amsterdamse ben en in hartje Jordaan woon, op één hoog in de smalle Boomstraat-zonder boom. Ik moet de deur uit om te kunnen zien wat voor weer het is.  Als ik in mijn werkkamer zit te schrijven zie ik aan de overkant een huis met een gevelsteen met een ster, een kroon en ‘1668’.  Vanuit mijn raam zie ik groepen Japanners, honden, fietsen, soms zelfs een koets met toeristen, hier en daar een gezellige buurvrouw, maar nooit een wolkenlucht. Je hoort me niet klagen. Je bent Amsterdamse in hart en nieren of je bent het niet. Maar toch, maar toch…

Huisje, privacy, rust

Een paar maanden geleden snakte ik ineens naar natuur. Niet zomaar natuur, maar míjn natuur, waar ik verstand van zou krijgen. Een klein huisje op een paradijselijke stek, op en top geschikt voor het schrijven van mijn volgende roman.

Volle bloei, dat vanaf 8 juni in winkel ligt (!), heb ik geschreven op Sardinië, in de Algarve, in een heuse ‘kluis’  in een klooster in Brugge en in Callantsoog. Ik móet de deur uit om de afzondering te vinden om ‘grootsche’ dingen op papier te kunnen zetten. Dat klinkt vreselijk aanstellerig, ik weet het, maar ik heb het mezelf aangepraat en ik kom er niet meer vanaf. Rust, afzondering, geen afleiding: mijn vereisten om te kunnen creëren.

“Ik schrijf zelfs in de trein,”  hoorde ik Arnon Grunberg in Kijken in de ziel vertellen. Ik dacht: natuurlijk, de ware auteur kan het overal.  Mijn vader vertelde mij als kind al over Multatuli, die in de vrieskou op een zolderkamertje met bloemen op de ruiten met een potloodstompje de Max Havelaar schreef.  Dát was het echte schrijverschap.

Met dit in mijn achterhoofd sprak ik mezelf streng toe, greep me bij de kraag en kwakte me voor mijn computer. En nu schrijven, jij. Tien procent inspiratie en negentig procent transpiratie, weet je nog?  Niet piepen, typen!

Ik tikte de titel van mijn tweede roman. Volle kracht. Zo, dat stond. De wasmachine in de bijkeuken sloeg af, hoorde ik. De was moest in de droger, dat kon niet wachten. Ik ging weer zitten. Er werd aangebeld. Of ik een pakje van de buren wilde aannemen.  Dat is fijn, een schrijver als buurvrouw. Die is altijd thuis. Ik ging weer zitten. De huistelefoon rinkelde. Alleen mijn moeder (94) belt nog op mijn huistelefoon. Na ons gesprek “Heb je Hendrik Groen gezien? Enig hè?”  nam ik voor de derde keer plaats en… typte de zoekopdracht: huisje, privacy, rust.

v.o.l.l.e.b.l.o.e.i.

In Het Groene Hart, op slechts dertig minuten rijden van Amsterdam, staat een stulpje, dat ik sinds vorige week de mijne mag noemen.  Ik heb tien houten letters gekocht die ik in alle kleuren ga schilderen en op de wand wil schroeven: v.o.l.l.e.b.l.o.e.i.  Mijn schrijfhuisje Volle bloei.
De knoppen van de populieren en de rododendrons staan op het punt om open te barsten, narcissen, blauwe druif en hyacinten kleuren en geuren, in de verte rent een konijn waarvan me verteld is dat het een haas is, klapwiekende zwanen vliegen verliefd voorbij.

Daar zit ik tussen,  in het zonnetje, genietend van het uitzicht. Mijn groene hart klopt kalm en ik neem me voor me meer in zwanen en kikkers te verdiepen.
En dat boek? Dat boek komt er.  Afzondering, rust en een leeg, leeg hoofd.

De kikker die rustig terug zwemt – intrekken, spreid, sluiten – heeft er vertrouwen in. Hij zegt: “Kwaak kwaak”. Dat betekent: “Goed gedaan, schrijver.” Voor de zekerheid waarschuw ik hem voor de zwaan en ik roep dat ik het met hem eens ben. Goed gedaan. Kwaak.

Over Hetty Kleinloog

Foto door: Hadewych Veys

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONM, Lotte, Spangas, Malaika, Tita Tovenaar, GTST, De Spa en Kameleon. Daarnaast schrijft Hetty liedteksten voor diverse muziektheatervoorstellingen en heeft ze plots en dialogen geschreven voor Jan, Jans & de kinderen. Volle bloei is haar romandebuut.

www.kleinloog.eu

http://uitgeverijmarmer.nl/

Hoe ziet een studiedag van de Schrijversacademie eruit? – door Nicole Ramsaran

Even voorstellen

Hallo allemaal, mijn naam is Nicole Ramsaran en ik ben oud student aan de Schrijversacademie. In mijn vrije tijd blog ik onder de naam Soferet, schrijf ik korte verhalen en recenseer ik voor Business and Bubbles. Als tienjarenplan heb ik een thriller schrijven op mijn bucket list staan. Om gemotiveerd te blijven volg ik regelmatig studiedagen en workshops. Dit is mijn derde studiedag.

Hoezo studiedag?

Voor alle studenten van de Schrijversacademie komt hij voorbij, de verplichte studiedag. Zonder deze dag geen diploma. Waarom zou je meer dan eens naar een studiedag gaan, hoor ik menigeen zuchten. Wie gaat er nu op zijn vrije dag verplicht naar les toe? Ik, zei de gek. Want uit ervaring weet ik dat het een dag vol dynamiek en inspiratie is. Naast de goed verzorgde koffie, – en lunchpauzes zijn er fijne gesprekken met medestudenten en er wordt veel gelachen. Ter afsluiting een borrel, het is een groot feest! Dus hoezo studie-dag?

Wat doe je dan zo’n hele dag?

Op 17 maart jl. genieten we bij Mammoni te Utrecht van interviews met Chris Polanen, debutant met Waterjager, en Maurice Seleky, met zijn tweede roman Een tragedie in New York. De interviews worden afgenomen door Carla de Jong, docente aan de Schrijversacademie en auteur. Wegens omstandigheden is zij last-minute ingevlogen en, met de weinige voorbereidingstijd die ze had, doet ze het voortreffelijk. Chapeau!

En ook vandaag mocht ik weer twee masterclasses kiezen. Dit blijft een dingetje, want wat kies je wanneer het allemaal boeiend is en van goede kwaliteit?

Op mijn vorige studiedag ben ik aangeschoven bij Grietje Braaksma en Ruth Bergmans (beide aanraders), dus haak ik deze keer aan bij Geneviève Waldman en Ingrid Meurs.

Maarten Carbo – de Boekenfluisteraar

Tijdens de lunch en tussen de masterclasses door is er gelegenheid om met Maarten Carbo te sparren over je boek. Waar loop je tegenaan? Waar knelt het en hoe los je het op? Maarten werkte als redacteur en uitgever voor verschillende uitgeverijen en is nu boekenfluisteraar. Loop je vast? Maarten trekt je vlot.

Chris Polanen – Waterjager

Met een kop thee en een versnapering luister ik naar Chris Polanen. Een Surinamer met heimwee. Zijn boek Waterjager gaat over Suriname in de nabije toekomst. Er is een dijkdoorbraak geweest en de bewoners zijn zoveel mogelijk weggetrokken. Er ontstaat een stad die geregeerd wordt door eigen wetten met als middelpunt Jean Christoph. Zijn broer Joshua keert na twintig jaar terug op zoek naar thuis en eindigt met een spirituele reis naar de zin van het leven.

In het interview vertelt Chris met veel humor over het traject dat hij met zijn redacteuren heeft doorlopen en hoe de ene redacteur verschilt van de ander. Hoe heimwee hem aan het schrijven heeft gezet. Een schrijver schrijft het best als hij pijn heeft en mensen lezen graag over ellende. We mogen zelf ook vragen stellen en natuurlijk zijn boek kopen en laten signeren. Mijn gesigneerde-boeken-kast begint al aardig vol te raken met juweeltjes zoals Waterjager.

Redactie voor auteurs

Nog onder de indruk van Chris, is het nu tijd voor de masterclass van Ingrid Meurs. Zij kan vijf kwartier in een uur praten. Gepassioneerd vertelt zij over het redactieproces. Belangrijk is om voor jezelf duidelijk te hebben waarom je schrijft en wat je ermee wilt. Daarna is het zaak om veel te oefenen en te netwerken. Ga naar literaire festivals, laat je gezicht zien op borrels en zorg voor een goede pitch. Hoe je pitcht? Dat vertelt Ruth Bergmans in de andere masterclass. Tip: Verdiep je in de uitgeefwereld. Het heeft geen zin om een manuscript van een thriller bij een chicklit uitgever neer te leggen. Een unaniem oordeel van de deelnemers: wat een goed verhaal, die dame moet je houden.

Maurice Seleky – Een tragedie in New York

De tijd vliegt voorbij en Maurice Seleky staat al klaar voor het interview over zijn boek Een tragedie in New York. Aan de hand van een viertal personages, met allen hun eigen worstelingen, schetst hij een beeld van de hedendaagse tijdsgeest. Maurice behoort tot de millenials, de generatie die naast het verdienen van geld ook graag iets zinnigs en creatiefs doet en zo in een spagaat terecht komt. Hij vertelt ons hoe je een boek kan schrijven ondanks die drukte. Een wijze les die hij met ons deelt: Debuteren gaat over timing. Zorg ervoor dat je in het momentum zit. Ga je drie maanden na publicatie aan de bel trekken bij de media, dan ben je te laat en ja, je moet het allemaal zelf doen.

Wat is de rol van een uitgever?

Geneviève Waldmann neemt het stokje over van Maurice. Wie is de uitgever van Griet? Het blijft stil. De binnenkomer van de dag: wie de uitgever is doet er voor de lezer helemaal niet toe. Voor een auteur in spe is dit wel degelijk belangrijk. Haar verhaal sluit perfect aan op de vorige masterclass. Wat zorgt ervoor dat jouw manuscript van de slushpile geplukt wordt? Ze drukt ons op het hart om vooral niet in zee te gaan met een uitgever die je geen contract geeft, geef nooit al je rechten weg en blijf betrokken bij de marketing en publiciteit van je boek.

Paneldiscussie

De paneldiscussie wordt geleid door Grietje Braaksma, boekhandelaarster, die samen met Willem Bisseling, literair agent, en Geneviève Waldmann, uitgeefster, in discussie gaat. De vragen die gesteld worden zijn aangeleverd door ons, studenten. Vooral de vraag of tegenwoordig de auteurs niet allemaal jong en sexy moeten zijn brengt veel reuring in de tent. Grietje, fel en gepassioneerd, Willem, vol humor, en Geneviève, vol wijsheid, vormen het perfecte trio voor deze uitsmijter. Ook het publiek mag zich erin mengen en voor we het weten gaan we zo op in de discussie dat we vriendelijk verzocht worden er een einde aan te breien. Het is tijd om af te sluiten.

Diploma’s

Voor een aantal studenten is dan eindelijk het moment aangebroken om hun diploma in ontvangst te nemen. Onder luid applaus reiken Grietje Braaksma en, ons alle bekend, Caroline Olieroock de diploma’s uit. Een feestelijke happening, die natuurlijk gevierd moet worden met een borrel.

En dan is daar het moment van afscheid nemen. Ongelofelijk hoe het team van de Schrijversacademie ons toch elke studiedag weer weet te verrassen met goede sprekers, leerzame masterclasses en vooral veel passie.

Ben ik na drie studiedagen klaar? Echt niet. Op de volgende studiedag van 2 juni zie je me weer terug. Kom je ook?

Groetjes,

Nicole Ramsaran (Soferet)


Het programma van de volgende studiedag is bekend! Lees hier meer.

Ja, we noemen wel namen – René Appel

Het lijkt zo simpel, een naam geven aan de personages in het verhaal dat je aan het schrijven bent, maar soms kost het heel wat hoofdbrekens voor je een naar je eigen idee geschikte naam hebt. Vroeger bladerde ik voor een achternaam wel in het telefoonboek, maar telefoonboeken zijn passé. Voor voornamen raadpleegde ik vaak een stel uitgeknipte rouwadvertenties ondertekend door vrienden van een overledene. Tegenwoordig zijn websites met kindernamen (o.a. ook Marokkaanse en Turkse) zeer geschikt om inspiratie op te doen. Het is voor achternamen ook mogelijk om ze zelf te bedenken, dan weet je zeker dat niemand zich gekwetst voelt en het idee heeft dat zijn/haar naam is misbruikt. Zo heb ik voor de thriller Schone handen voor een van de personages de achternaam ‘Maaswinkel’ bedacht. Die komt niet voor in (en buiten) Nederland, maar het is wel een ‘mogelijke naam’ in het Nederlands. Dat de naam ‘Maaswinkel’ ook gebruikt werd in de film die naar het boek werd gemaakt, stemde mij zeer tevreden.

Naar mijn mening is het goed om bij het kiezen van namen rekening te houden met het volgende.

  • Kies geen namen die te bijzonder zijn. Bordewijk gebruikte in Karakter de naam Katadreuffe. Dat kan af en toe, maar het gevaar bestaat dat de lezer onbewust denkt dat iemand met een bijzondere naam ook een bijzonder persoon moet zijn. Laatst las ik in de krant een interview met een vrouw met de achternaam Scheurwater. Prachtig, maar niet goed bruikbaar in een verhaal.
  • Kies ook geen te gewone achternamen, dus De Vries, Smit, Jansen enz. Een enkeling mag er wel tussen zitten (ze komen tenslotte vaak voor) maar niet te veel. Het is dus aan te raden om wat betreft frequentie van voorkomen van een naam voor het zogenaamde middensegment te kiezen: niet te bijzonder, maar ook niet te gewoon.
  • Kies binnen één boek geen namen die te veel op elkaar lijken. Dus geen Frans en Fred in één boek, geen Maartje en Marjan, enz.
  • Kies een naam die past bij het sociaal milieu. Dus geen Kimberly of Natasha voor een hockeymeisje uit Bloemendaal, geen Anne-Sophie voor een meisje wier vader auto-monteur is en wier moeder achter de kassa van de supermarkt zit.
  • Denk ook aan ‘regionale namen’. Bekend zijn uiteraard namen op –stra of –sma in Friesland (maar ook ver daar buiten) en namen op –ink (bijvoorbeeld Hiddink) uit de Achterhoek.
  • Kies geen naam van een Bekende Nederlander. Bij ‘Baudet’ of ‘Klaver’ zullen veel lezers denken: ‘familie van’.

En kies vooral niet de achternaam ‘Appel’. ‘René’ als voornaam valt te overwegen.

 

Over de auteur:

René Appel (1945) is auteur van misdaadromans en geldt wel als de godfather van de Nederlandstalige psychologische thriller. Vorig najaar vierde hij zijn 25 jarig jubileum als auteur en in die tijd heeft hij even zoveel boeken geschreven.

Onlangs verscheen van zijn hand De advocaat. René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie.

‘In mijn boeken moet het allemaal helemaal misgaan, het gaat van kwaad tot erger. Of zeg maar gerust: ergst, want er moet altijd minimaal één personage het loodje leggen.’

Het doorslaggevende belang van de eerste stap – een schrijftip van De Boekenfluisteraar

Een schrijftip van De Boekenfluisteraar

De oeroude wijsheid Bezint eer ge begint is natuurlijk een open deur van jewelste. Desondanks merk ik vaak dat onervaren schrijvers het doorslaggevende belang van de eerste stap onderschatten. En die eerste stap is niet: vandaag beginnen met schrijven. De eerste stap is het formuleren van je boekconcept: zorgvuldig bedenken wat je wilt gaan schrijven en hoe je dat gaat doen. Met name voor schrijvers van nonfictie is het een absolute aanrader om vooraf al grondig na te denken over de conceptuele uitgangspunten en mogelijkheden van hun verhaal.

Dat is niet eenvoudig. Onder meer houdt het enige concurrentie-analyse in, en het bestuderen van voorbeelden. Een goed boekconcept brengt mogelijkheden in kaart, waaruit je de juiste keuzes kunt maken voordat je begint met schrijven. Je wilt je verhaal op de best mogelijke manier vertellen, en vaak is er meer mogelijk dan je in eerste instantie had bedacht.

Ook bij publicatie is een sterk onderliggend concept van belang. Een uitgever of literair agent ziet het direct als een boekconcept niet goed overwogen is. Dat geldt ook omgekeerd: een manuscript waar in de conceptfase wél goed over is nagedacht trekt meteen de aandacht in positieve zin.

Hoe je een goed boekconcept maakt is niet even snel uit te leggen. Voor uitgebreider advies daarover verwijs ik je graag naar mijn boek Succes met je boek!  Maar een belangrijke tip kan ik je hier wel vast geven: blijf altijd focussen op de essentie. Ook dat lijkt heel vanzelfsprekend, maar is nog knap lastig om in de praktijk te brengen. Focus in de conceptfase van je boek (en ook in het latere schrijfproces) dwingt je tot het maken van keuzes.

Door gebrek aan focus in de conceptfase blijven noodzakelijke keuzes en alternatieve mogelijkheden buiten beeld. Bij het schrijven of redigeren van je tekst komt er dan later onvermijdelijk een moment waarop zich dat wreekt. En achteraf nog conceptueel moeten bijsturen kan een langdurig en pijnlijk proces zijn. Het kan bijvoorbeeld blijken dat een betoog op meerdere gedachten hinkt of dat hoofd- en bijzaken door elkaar lopen. Of dat verwachtingen of kennisniveau van lezers niet goed zijn ingeschat, wat bij hen verwarring en irritatie oproept. Toon en stijl kunnen niet voldoende aansluiten bij het onderwerp of bij de doelgroep. Er zijn talloze manieren waarop een (nonfictie-)schrijver de mist in kan gaan, en veel daarvan kun je voorkomen met een goed doordacht boekconcept.

Een weloverwogen boekconcept daarentegen heeft louter voordelen. Je formuleert doelen, brengt valkuilen en mogelijkheden in kaart en identificeert belangrijke keuzes voor het latere schrijfproces. Het brengt logica en helderheid in je plannen en maakt dat je die sneller en efficiënter kunt uitvoeren. Bij het schrijven zorgt het ervoor dat je door de bomen het bos blijft zien. Ik wil maar zeggen: hoe meer je bezint eer je begint, des te beter zal het resultaat zijn. Succes met je boek!

Over de auteur:

Na een lange loopbaan als redacteur en uitgever richtte Maarten Carbo in 2012 De Boekenfluisteraar op. In dat jaar verscheen ook zijn boek Succes met je boek! vol met tips en trucs voor schrijvers, waarvan onlangs de derde druk uitkwam. Sindsdien is het team uitgebreid met schrijfster Danielle Hermans en journalist Hans Bouman. Vanuit hun gecombineerde ervaring en deskundigheid bieden zij hulp bij alle soorten problemen die je kunt tegenkomen bij het opzetten, schrijven en publiceren van je boek.

Wil je een keer speeddaten met Maarten? Kom naar de studiedag op 17 maart 2018 in Utrecht!

 

Een rieten pet als dak – René Appel

Veel werkwoorden moeten een ‘levend’ (of ‘menselijk’) onderwerp bij zich hebben. Je kunt niet zeggen: ‘De kruk twijfelde’ of ‘De kraan vergiste zich’. Schrijvers hoeven zich van dat soort regels niets aan te trekken. De eerste, ‘ongrammaticale’ zin wordt bijvoorbeeld al veel acceptabeler als je hem in een verhaal zou uitbreiden tot: De kruk twijfelde en wist eigenlijk niet goed of hij een kruk of een stoel wilde zijn (denk aan de stoelen/krukken met een opstaand randje bij hoge receptie- of statafels).

Zo kom je in het domein van het metaforisch taalgebruik. Een auteur die op een prachtige manier deze stijlfiguur kon hanteren, was de Duitser Siegfried Lenz (1926-2014). Hij is in Nederland misschien minder bekend dan zijn generatiegenoten Günter Grass en Heinrich Böll, maar zeker zo goed en wat mij betreft zelfs beter, vooral zijn Duitse les, een absolute aanrader.

De volgende voorbeelden komen uit De overloper, zijn tweede roman, die pas na zijn dood werd ontdekt en in 2016 voor het eerst werd uitgegeven:

  • Schijnheilig schoof de rivier zijn water naar de zee (…) (Omdat de rivier zich niets aantrekt van het feit dat soldaten elkaar afmaken rond en in die rivier, RA).
  • Voorzichtig liepen ze naar een met riet gedekt gebouw toe – een gebouw dat zijn rieten pet ver over zijn voorhoofd had getrokken, alsof het niets met de wereld te maken wilde hebben (…).

De laatste roman van Tommy Wieringa, De heilige Rita, bevat ook een aantal mooie metaforen waarin aan niet-menselijke eenheden menselijke eigenschappen of handelingen worden toegeschreven, zoals in de volgende voorbeelden:

  • In de achtertuinen van de douaniershuizen kwijnen de maïsstengels en wacht de boerenkool de eerste nachtvorst af.
  • Het gebouw helt een beetje voorover, moe van alle gedane arbeid.
  • Het pennetje vloog over het papier, het vond alles even interessant.

Zowel Lenz als Wieringa is spaarzaam met dit soort metaforisch taalgebruik, want voor je het weet wordt het een maniertje dat leidt tot te uitbundige metaforen. Dan zet je je fiets niet meer in een rek, maar aanvaard je de uitnodiging van het rek om je fiets tussen zijn stalen tanden te plaatsen.

Over de auteur:

René Appel is lid van de Raad van Advies van de Schrijversacademie. René Appels eerste misdaadroman werd gepubliceerd in 1987, Handicap. Daarna verschenen nog veel andere romans en korte verhalen. Vele malen werd een boek van hem genomineerd voor de Gouden strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek, en twee keer werd een boek bekroond: De derde persoon in 1991 en Zinloos geweld in 2001. Schone handen werd in 2015 succesvol verfilmd met in de hoofdrollen Thekla Reuten en Jeroen van Koningsbrugge. René Appel is ook de auteur van Spannende verhalen schrijven, over de wijze waarop schrijvers spanning kunnen aanbrengen in hun verhaal. Onlangs verscheen van hem Joyride en andere spannende verhalen 

Hoe doe je dat eigenlijk, schrijven? – Anne Ruhl

Hoe doe je dat eigenlijk, schrijven?

Ik heb ondervonden hoe het niet werkt.

SOG (schrijf ontwijkend gedrag)

Blinkend en streeploos schoon. Iedere keer wanneer ik tijd vrij maakte om te schrijven, werd mijn huis ineens heel schoon. De stofzuiger ging aan, alle keukenkastjes moesten beter ingedeeld worden en de badkamer kalkvrij maken leek van levensbelang. Na een tijdje zwoegen stond er nog geen letter op papier. De huishouddiva die zich had ontpopt, was mijn grootste schrijfvijand. Dit kon zo niet langer. In mei 2017 wilde ik mijn kinderboek met 30.000 woorden af hebben. Het leven van mevrouw Stip speelde zich af in mijn hoofd, maar kwam op deze manier nooit op papier. Van een schoon huis werd ik niet blij. De belevenissen van Stip en Roeltje stapelden zich op en iedere dag dat ik die niet opschreef werd ik gefrustreerder. Er waren drastischere maatregelen nodig.

Daar kwamen een strak schema, een I.L. (ideale lezer) met zweep en een woordentellend-programma op internet bij kijken.

Hoe ik wel los ging met de verhalen:

Strak schema

Mijn nieuwe indeling hield in dat ik op maandag- en dinsdagavond moest schrijven. Na mijn werk, tussen het koken en de hond uitlaten door. Op vrijdag een hele dag schrijven en op zaterdag en zondag een dagdeel. De stofzuiger mocht alleen maar komen kijken als je de vloer echt niet meer kon zien en de hond -het arme beest- moest zijn plasje ophouden.

I.L.

Tijdens de kinderboekenspecialisatie die ik volgde bij Jowi Schmitz mochten we allemaal werken aan ons eigen verhaal. Stephen King geeft als tip om je ideale lezer voor je te zien als je schrijft. Als ik een verhaaltje af had, stuurde ik een geprinte versie op aan Nicole, mijn fantastische I.L. Zij was heel erg enthousiast en overtuigd dat het goede verhalen waren en ze kwam met leuke aanpassingen en met verbeteringen.

Vorderingen bijhouden

Met mijn nieuw bedachte schema had ik het plan om elke week zeker twee hoofdstukken te schrijven en op Pacemaker had ik mijn doel om 30.000 woorden af te hebben in mei ingevoerd. Ik ging hard aan het werk met mevrouw Stip en Roeltje. Iedere keer als ik een gebeurtenis bedacht, schreef ik dat op een klein gekleurd papiertje en plakte ik het boven m’n bureau. Het uitwerken ervan deed ik tijdens mijn ma-di-vr-za-zo-regime.

Gek genoeg kwamen er steeds meer mensen in mijn verhalen bij. Of ik wilde of niet, ze drongen zich op. Ik was gestart met keurige mevrouw Stip en haar chaotische zus Roeltje. Maar al snel kwam Frederik erbij, de zoon van mevrouw Stip. Niet als baby, gewoon meteen een jongetje van zeven. Dat kan als je schrijft. Een moeilijke oma en een veel te charmante man erbij, klaar.

Het begin van het eind

Een van de opdrachten was dat je tien verschillende eindes aan je verhaal moest bedenken en ik heb daar vier versies van uitgewerkt. Het beste eind had ik dus al geschreven voordat de rest van het boek klaar was. Ik had wel losse verhalen, maar nog geen grote lijn. Doordat het einde klaar was, kon ik met meer focus aan de ontbrekende stukken werken. Er moest wel spanning komen, mensen moeten je boek wel uit willen lezen. Ik bedacht dat er aan het eind een grote schoonmaakwedstrijd plaatsvindt. En er moest een man in komen met foute bedoelingen. Het hele boek werkt mevrouw Stip aan haar uitvindingen voor de wedstrijd en als ze zeker weet dat ze gaat winnen, loopt alles in de soep. Zonder nog te veel te verklappen.

mijn vorderingen in februari

 

 

 

 

Over de auteur:

Anne Ruhl woont in Haarlem met haar man en Italiaans windhondje. Als ontspanning leert ze Scandinavische talen. Op vakantie neemt ze uit ieder land een bijzondere theedoek mee die ze vervolgens nooit gebruikt, maar wel ophangt om mooi te zijn. In het najaar van 2015 startte ze met de Schrijversacademie om naast haar werk als leerkracht haar talenten verder te ontwikkelen. Op dit moment is ze druk bezig met het schrijven van haar eerste boek. Mevrouw Stip en Roeltje zal in januari 2018 uitkomen bij Buddy Books.