Umami – Simone Carree

De jury, bestaande uit Manon Duintjer, Kathy Mathys en Tijmen de Kok, hebben hun keuze gemaakt! 3 verhalen zijn gekozen en de uiteindelijke winnaar maken we 19 januari bekend. De 3 namen die in aanmerking komen voor de hoofdprijs zijn:

Ernestine Kossmann
Simone Carree
Yvette Strookappe

Deze namen staan nu nog op alfabetische volgorde en dit is verhaal 2! We houden het nog even spannend!

Umami

Vanuit het felle zonlicht stapte hij het huisje binnen. Zijn ogen moesten wennen aan het schemerduister. Langzaam ontwaarde hij de contouren van een deur en een grote open schouw in de hoek van de kamer. Een paar kooltjes gloeiden oranje op vanaf het rooster door de tochtvlaag van zijn binnenkomst. Dunne repen vlees hingen hoog in de schoorsteenmantel te drogen. Hmmm… biltong! Zijn mond waterde bij de gedachte aan het pittige smaakopwekkende zoetzilt. Hij plukte een reep uit de haard en stopte hem in zijn mond. Onmiddellijk mengde het taaie droge vlees zich met zijn speeksel tot een smaak waarvan hij zich ter plekke herinnerde dat het umami heette, de vijfde smaak. Traag bewoog hij zich naar de deur.

Al kauwend stootte hij z’n hoofd toen hij door het oude eikenhouten kozijn het eenvoudige boerenkeukentje binnenstapte.  Hij greep naar de pijnlijke plek en bekeek daarna zijn handpalm. Die was schoon. Op het stenen aanrecht lag een berg rouw vlees. De ijzerachtige geur van bloed vulde zijn neus en versterkte de bijna zoete smaak van het vlees in zijn mond. Een blikken teil lag vol nog ongespoelde darmen, de uiteinden keurig dichtgeknoopt om te voorkomen dat de stront het vlees zou besmetten. Buiten aan de waslijn had hij aan houten knijpers een schapenvacht en enkele konijnenvellen zien wapperen in de harde wind van de Tramontana. Sommige al opgedroogd tot stijve windvanen. Hier werd gestroopt, dacht hij.

Hij deed een stap verder de keuken in om het jagersmes dat op het betegelde aanrecht lag beter te kunnen bekijken. Uit zijn zak haalde hij een loep, een zip-lock zakje en een pincet. Hij boog zich voorover, hoorbaar sneller ademend. ‘Godallemachtig!’, fluisterde hij schor.
Met z’n pincet plukte hij voorzichtig twee haren van het mes en borg ze op in het plastic zakje. Hij keek de kleine ruimte rond. De wanden hingen vol met pannen, bevestigd aan een houtje-touwtje. Uit het leemstucwerk staken enkele takken waaraan worsten en hammen te drogen hingen.  Zijn aandacht werd getrokken door iets roods. Hij liep er naar toe. Een blonde vlecht. Met een rode strik vastgeknoopt  aan een roestige spijker. Ze had niet de moeite genomen de haren los te snijden van de scalp.

Zijn maag kromp ineen en krampte haar inhoud omhoog. In een golf van bittere gal leegde inspecteur Gomez de Avellaneda zijn maag op de keukenvloer. Kokhalzend en met tranen in zijn ogen realiseerde hij zich dat mensenvlees inderdaad zoeter smaakt dan rund.