Via ons debuut nu haar eigen debuut?- Nicke Smeets

Non-fictie over voeding en leefstijl, een nieuw genre?

Nee hoor, het is wat ik doe binnen mijn praktijk voor voedingsadvies & coaching GroenGezond in een notendop. Want er bestaat veel fictie (anders gezegd: onzin) over gezonde voeding. Niet alleen de grote voedselproducenten proberen ons via inspirerende, maar onzinnige verhalen aan te sporen tot het kopen van hun gemaksproducten. Ook het internet staat vol met blogs, influencers en artikelen, die na een beetje eigen onderzoek vaak erg ongezonde diëten blijken aan te prijzen. Allemaal fictie. En daar kan ik niet zo goed tegen.

Ben ik dan tegen fictie? Zeker niet! Fictie is fantastisch! Ik houd ervan. Ik geniet van romans, films (science fiction-fan! Maar een knusse romcom is ook niet mis) en muziek. Verhalen,personages en werelden waar ik me graag even in onderdompel, met de vertrouwde wetenschap dat het níet de echte wereld is. Tijdelijke immersie in deze verhalen is heerlijk, maar het is ook goed om los te kunnen laten dat de wereld vergaat en we allemaal naar Mars moeten.

Als het over onze gezondheid gaat, dan zie ik iets geks gebeuren.

Om mij heen worden werelden verzonnen van gelukkige personages met alles voor elkaar, allemaal door dat ene fantastische (maar totaal niet gezonde) product. Koop, drink, eet het (of eet juist niets) en je wordt rijk, gezond en gelukkig. Het wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar de suggestie is zo sterk dat je het onbewust toch gelooft. Zo sterk is een goed verhaal. Zo ongezond kan fictie in de vorm van reclame zijn.

Met een achtergrond in media- en filmwetenschappen had ik al aardig wat handvatten op zak om de representatie van ongezonde voeding in de media te herkennen. Toen ik daarna (de eerste editie van!) Romans & Korte verhalen doorliep geleid door Kathy Mathys, kreeg ik hiervoor nog meer inzichten en oefeningen in handen. Fictie mag je zeker inspireren, maar dat je vervolgens diabetes type 2 ontwikkelt lijkt me niet de bedoeling. Daarom non-fictie over voeding, maar wat is dit dan?

Twee jaar heb ik nog bij een reclamebureau gewerkt, waardoor ik weer aan de fictiekant van producten kwam te zitten. Dit paste uiteindelijk niet bij mij (ik had even nodig om tot inzicht te komen), maar ik leerde er wel van. Het besef groeide dat ik voor mezelf wilde beginnen,
en dat ik iets met heldere, eerlijke informatie over gezonde voeding wilde doen. Want ‘lekker’ en ‘gezond’ combineren in een maaltijd was voor mij al jaren eigenlijk een soort hobby. Het zaadje voor GroenGezond was geplant.

Nu laat ik mijn cliënten zien dat gezonde voeding simpel kan zijn, en dat je vaak al veel goed doet op gevoel mits je de ongezonde mythes herkent. Cliënten in mijn praktijk worden gesterkt in hun gevoel dat ook zij gezond kunnen eten en leven. Een belangrijke eerste stap!
Ik geef voedingsadviezen op maat en begeleid cliënten stap voor stap in het wennen aan deze gezonde gewoontes. Uiteindelijk ontwikkelen ze zo zelf hún gezonde leefstijl. Gezondheid is een grondrecht en ik word gelukkig van het gevoel dat ik nu in staat ben om
mensen te helpen dit voor henzelf te realiseren.

Nog even over het schrijven.

De twee dingen die ik tijdens m’n schrijversopleiding heb
geleerd, waar ik nog steeds veel aan heb, zijn 1: ik houd van schrijven (een belangrijk inzicht), en 2: als ik maar blijf schrijven (letterlijk doortypen) dan komt m’n verhaal haast vanzelf. Deze twee inzichten (met de nodige oefening en handvatten van Kathy) hebben me
laten zien dat ik ook schrijfster kan zijn zonder romans te schrijven. Via artikelen op m’n website deel ik inzichten en tips over voeding met iedereen die het wil lezen, waarvoor ik lekker in m’n pen mag kruipen. Via persoonlijke consulten en coachingstrajecten neem ik
mensen al vertellend en beeldend aan de hand, de wereld van gezond leven in.

Maanden na de afrondingen van m’n opleiding raakte ik teleurgesteld in mezelf, omdat m’n debuutroman maar niet kwam. Ik hoef dit jou misschien niet te vertellen, maar vertellen is zoveel meer, zoveel breder dan ‘het boek’. Het duurde even voordat dit tot me doordrong.
Bijna alles wat we doen is een verhaal en sommige verhalen zijn fictie, sommige niet. Het belang is om te weten wanneer deze verhalen gezond zijn, en wanneer je jezelf juist beter door een non-fictie verhaal kunt laten inspireren. Als schrijfster en adviseur in voeding
hoop ik hier een verschil in te kunnen maken.

Heb je door het lezen van deze blog ook trek gekregen in een portie non-fictie over voeding? Dan nodig ik je graag uit om een kijkje te nemen op mijn blog!

Wil jij net als Nicke een schrijfopleiding volgen? Vraag dan informatie aan.

Een boek! – Marceline de Waard

Wie het meeste oud papier op school inlevert krijgt een prijs. Een jaar of zeven was ik en dol op lezen. En als er oud papier ingeleverd moest worden, was de prijs natuurlijk een boek. Ik wist het zeker en ging ervoor. De dag dat mijn vader oude telefoonboeken van zijn werk meebracht deed het: ik stond met stip bovenaan. Gespannen bleef ik de weken daarna de lijst in de gaten houden. Ik bleek onverslaanbaar en na wat een eeuwigheid leek was daar mijn prijs: een pakje wasco.

Ik heb jaren niet aan dit voorval gedacht, tot nu. Het intense verlangen naar een eigen boek is helemaal terug. Niet zomaar een boek, maar een boek met mijn naam op de kaft. Nog even en dan hou ik ‘Schandalig en andere zondagverhalen’ in mijn handen. Het ligt nu bij de drukker, is al te bestellen en als alles goed gaat krijg ik zaterdag het eerste exemplaar van mijn uitgever. Ik droom weg bij het beeld van de omslag. Rozerood, cognac en zacht witgrijs. Warme kleuren, een foto vol sfeer én prachtige witte letters die mijn naam vormen.

De stem van Wim T. Schippers galmt in mijn hoofd. Ken je die reclame waarin hij antwoord geeft op de vraag wat je iemand cadeau moet doen? Steevast is zijn antwoord: ‘Een boek!’

Mijn eerste boek, een verhalenbundel. Hoeveel mensen zullen het beetpakken, kopen en lezen? Zullen mensen het voor zichzelf kopen of als cadeau? Of gaat het stof verzamelen op de plank bij de uitgever? Nee, aan die laatste mogelijkheid weiger ik te denken.

Een boek! Mijn boek: een verhalenbundel met mijn naam op de kaft, afgelopen zaterdag had ik het  in mijn handen.

© Marceline de Waard -Een jaar geleden studeerde ze af aan de Schrijversacademie. Nu ligt haar eerste roman bij de uitgever en verschijnt haar eerste boek: een verhalenbundel

Wie ik dacht dat je was – door Nadia Menkveld

Het tweede verhaal dat verzekerd is van een plekje in de top 3 van de Thriller-schrijfwedstrijd is ‘Wie ik dacht dat je was’ door Nadia Menkveld! Op welke plaats Nadia precies is geëindigd blijft nog even geheim, maar het verhaal is alvast te lezen.

Alle verhalen zijn beoordeeld op stijl (woordkeus, dialogen, etc.), intrige (o.a. originaliteit, verrassing) en uiteraard op spanning.

Het verhaal van Nadia Menkveld werd door de jury bestempeld als spannend en strak geschreven, zonder zich schuldig te maken aan overbodige details of onnodige compilaties. In een mooie, vloeiende stijl neemt de schrijver je mee in een origineel verhaal mét een verrassend einde. 


Wie ik dacht dat je was

Je stapt binnen op de bedrijfsborrel. Je haar zit in een knot, maar niet een zakelijke strakke, hoog opgestoken knot. Nee, plukken blond haar golfen over je schouder en het speldje dat je hebt gebruikt om een paar plukken weg te steken hangt werkeloos in je haar. Het is duidelijk dat je hier niet hoort. Geen mantelpak, maar een roze fluwelen ribbroek en wijde pijpen. Je bloesje is wit, van zijde en doorzichtig. Wil je me daarmee iets vertellen? Wat doe je hier op de Zuidas tussen alle saaie krijtstreeppakken? Je bent als een toverbal die per ongeluk in de bak met suikervrije drop terecht is gekomen. Kleurrijk, spannend en zoet. Ik kan je bijna proeven. Ik wil je likken, laagje voor laagje zien wat er onder zit. Verrast worden. Genieten. Tot ik bij de zachte kern kom. Datgene waar het echt om gaat. Dat wat jij niet laat zien aan anderen. Dat je zo angstvallig verborgen houdt ook al heb je je doorzichtige bloesje aan.

‘Anna’ zeg je, als de jongen met een zonnebril in zijn haar vraagt hoe je heet. Anna. Een naam voor koninginnen. Klassiek. Stijlvol. ‘Een witte wijn. Pinot Grigio.’ Antwoord je als hij vraagt wat je wilt drinken.  Met je rug naar de bar en je ellebogen erop leun je naar achter. Je borsten tekenen zich af onder je zijden bloesje. Is dat wel verstandig? Hij lijkt onschuldig. Maar de zonnebril zou een wolf in schaapskleren kunnen zijn. Heb je American Psycho niet gezien?  Je bent waarschijnlijk opgegroeid in een wooncommune. Zo één met een bos, een boomhut en een zelfgebouwd theater in de achtertuin. Vrienden en familie om je heen. Iedereen aardig. Vriendelijk. En milieubewust. Een veilige omgeving. Je bent niet toegerust voor deze wereld. Dit is de Zuidas. Het centrum van kapitalisme. Hier is het eten of gegeten worden. En jij lieve Anna. Jij staat onder aan de voedselpiramide. Je bent een insect in deze kantoorjungle.

De zonnebril geeft je aandacht en je gooit je haar naar achter. Het speldje hangt nu los aan de zijkant. Je drinkt je derde glas Pinot Grigio leeg. Betaald door de zonnebril. Je weet toch wat hij van je wilt? Zijn hand ligt inmiddels op je onderrug en glijdt nog verder naar beneden. Waarom sla je zijn hand niet weg? Ben je zo makkelijk? Hij staat dicht tegen je aan. Je moet zijn lichaamswarmte door je zijden bloesje heen voelen. Dit gaat niet goed aflopen Anna.

Een andere krijtstreeppak komt erbij staan. De zonnebril stelt je niet voor, maar gaat met zijn rug naar je toe staan. Zo laat je je toch niet behandelen? Maar je blijft aan de bar en drinkt je wijn. Niemand die met je praat.

Ineens loopt de zonnebril weg en je blijft alleen over. Een lege barkruk naast je. Je kijkt op je telefoon en probeert druk te lijken, maar het is duidelijk dat je in de steek bent gelaten. Het is gênant. Je glas is leeg en je kijkt besluiteloos om je heen. De zonnebril staat met de krijtstreeppak aan een tafel. Hij heeft liever suikervrije drop, dan een mooie toverbal. En je staat op. Je pakt je rode tas van de vloer en loopt de deur uit. Eindelijk, Anna. Good for you. 

Het is donker buiten. De Zuidas is verlaten. Je loopt onder de tunnel door richting de Minervastraat. Je slaat af en loopt langs de stille kade. Je hakken klikken op straat. Net iets te hard. Je bent boos. Teleurgesteld. Maar dit is niet hoe de avond hoeft te eindigen. Misschien kunnen we de avond juist goed, beter, fantastisch laten eindigen. Het geluid van je hakken kaatst via de dure woningen weer terug naar de enige mensen die hier lopen. Jij en ik.

Je hoeft niet sneller te lopen. Ik wil alleen even met je praten. Je vertellen dat niet alle mannen zo zijn. Dat er ook goede zijn. Als je je maar openstelt. Dat Tinder, Happn en InnerCircle de verkeerde signalen afgeven. Op basis van een foto bepalen met wie je wilt daten is oppervlakkig. Een te grote neus? Swipe  links. Inhammen? Swipe links. Scheve tanden? Swipe links. Er zijn belangrijkere dingen dan een neus of haarlijn. Je moet iemand afpellen. Uiterlijk is slechts het eerste laagje. Eronder kan een diamant schuilen.

Je begint steeds sneller te lopen. Je wil niet toegeven aan je instinct. Je paranoia. Je waanbeelden. Had je dat maar wel gedaan, Anna. Dan had je die Uber nog kunnen nemen. Nu is het te laat. Nu zijn we alleen.

Je draait je om en ik kijk je recht aan. Je ogen zijn prachtig. Groen. Met een amber randje. Je pupillen worden kleiner. Je hoeft niet bang te zijn, echt niet. ‘Wie ben je?’ vraag je. Je zoekt toenadering. Jij wilt mij ook beter leren kennen. Ik wist wel dat je niet zo oppervlakkig zou zijn. Dat je door mijn imperfecties heen kon kijken. Je hebt naar rechts geswiped. We zijn een match. Mijn hart maakt een sprongetje. ‘Ik ben John’ antwoord ik vriendelijk. ‘Waarom volg je me?’ We hebben contact. Je bent anders dan alle andere vrouwen. ‘Ik wilde je waarschuwen Anna’  Bij het horen van je naam, schrik je. Shit. Ik had je naam niet moeten noemen. Te laat. ‘Niet bang zijn. Ik. Ik wil je alleen beter leren kennen’ Je antwoordt niet. Waarom antwoordt je niet? Heeft de angst het nu overgenomen? Je reptielenbrein treedt in werking. Vluchten, vechten of bevriezen. Wat wordt het? Niet rennen. Ik heb je nummer niet. Maar je rent toch. Ik ren achter je aan, maar je bent snel. Je zit duidelijk op een sport. Beetje bij beetje haal ik je in. Je draagt hakken. Een nadeel. Ik strek mijn arm uit en leg mijn hand op je schouder. Ik wil je geruststellen, maar je draait je fel om en schudt mijn hand van je schouders. In je rechterhand schittert plotseling een mes. En zonder waarschuwing. Zonder greintje mededogen. Zonder aarzeling zet je het mes in mijn ribben. De punt glijdt precies tussen twee ribben door zo mijn milt in. Met een bloedende milt houd je het niet lang vol. Het is zo afgelopen met me. Ik steek mijn hand uit om je zachte huid te voelen, maar je deinst terug. Mijn arm valt op het harde asfalt. Een zachte plof. Ik kijk je aan. Met koude ogen kijk je terug. Je laat me liggen als een oude lappenpop. Waar is onze liefde gebleven? We waren een match. Jij was toch mijn toverbal? Of had ik het mis? Misschien ben je toch niet wie ik dacht dat je was.

Hoe word ik een briljante schrijfster? – Door Ellen Kusters

Zoals de titel misschien doet vermoeden, vind ik mezelf zeker geen briljante schrijfster. De vraag is: wil ik een briljante schrijfster zijn/worden en wat is dat precies? Geen idee, dan heb je wellicht een heleboel bestsellers op je naam staan en zijn je boeken in allerlei talen vertaald en misschien zelfs verfilmd. Nou ja, dat is meer mijn definitie van een briljante schrijfster.
Ik weet één ding heel zeker; ik wil vooral mijn verhalen delen met de hele wereld (als het effe kan, haha!) en zoveel mogelijk mensen bereiken en vermaken.

Van juf naar schrijfster?

Tja, dan ben je opeens geen juf meer en heb je een boek geschreven. Zo is het bij mij inderdaad gegaan. Niet zo snel als ik hier schrijf natuurlijk. Dat proces heeft heel wat langer geduurd. Nu vraag je jezelf natuurlijk af hoe dit (succes)verhaal verder gaat?
Tenminste, ik vind dit zelf een behoorlijk succesverhaal. Hoe ontzettend naar en ongelofelijk vervelend ik die donkere periode tijdens mijn burn-out ook vond, toch is de afloop een succes wat mij betreft. Zo was ik er anders nooit achtergekomen, dat ik van schrijven erg gelukkig en blij word. Dat het gevoel iets nieuws te creëren fantastisch is en een heleboel vrijheid met zich meebrengt. Dingen zelf te mogen en kunnen bedenken, is zoveel leuker dan ik ooit had verwacht. Het smaakt absoluut naar meer.

Ik heb in die maanden zoveel na kunnen denken en veel over mezelf en mijn gedrag geleerd, dat ik nu veel beter weet wie ik ben en wat ik wil. En daar hoort ook bij: wat ik kán. Inderdaad, maar ondanks dat ik veel geleerd heb en bezig ben met een opleiding vind ik mezelf (nog) geen briljante schrijfster. De vraag is natuurlijk: Hoe word je dat dan? En kun je een briljante schrijfster worden? Moet je dat überhaupt willen? Het antwoord op deze vragen moet ik je helaas schuldig blijven, want als ik dit wist, had ik de oplossing al lang op mezelf toegepast😉!

DE VOLGENDE STAP

Wil ik verder komen in het schrijven, moet ik mezelf zo goed mogelijk ontwikkelen als schrijfster. Dat vind ik in ieder geval. Is het een vereiste? Moet je per se een opleiding volgen om goed te kunnen schrijven? Nee, dat denk ik niet. Toch wil ik mezelf alle kansen geven om mijn schrijven te verbeteren. Al heb ik een boek geschreven, wil dat nog niet zeggen dat ik er ben. Helemaal niet zelfs. Dit was slechts het begin. Ik heb nu even geproefd van het schrijven en de euforie van het hebben van je eigen boek. Eerlijk is eerlijk; het is een heel bijzonder moment om voor de eerste keer je eigen boek in handen te hebben en te voelen en ruiken. Dat wil ik nog veel vaker meemaken. Ik wil het liefst zoveel mogelijk boeken en verhalen schrijven en hiermee zoveel mogelijk mensen bereiken. Hoe kan ik dat beter bereiken dan met het volgen van een opleiding.

En zo geschiedde: op 1 december 2017 startte mijn opleiding Creatief Schrijven Compleet aan de Schrijversacademie. Een opleiding van ongeveer twee jaar; met een basisgedeelte en een 4-tal specialisaties, die ik zelf mag kiezen.

VAN JUF TOT STUDENT

Haha…dat klinkt gek, toch? Ik was juf en bracht kinderen kennis en vaardigheden bij en nu zijn de rollen omgedraaid; ben ik de student, die moet leren van haar docent. Is het moeilijk om nu de student te zijn?
Gek genoeg geniet ik er met volle teugen van. Ik heb in eerdere blog verteld over mijn klasgenoten van de pabo, die super ijverig en enthousiast aan de slag gingen met hun huiswerk- en studieopdrachten. Hoe ik me aan hen irriteerde, omdat ik het overdreven vond en zelf absoluut niet diezelfde behoefte voelde om ook zo ijverig aan het werk te gaan. Weet je wat het gekke is? Nou ja, waarschijnlijk raad je het al; nu ben ik zelf die overijverige student, die niet kan wachten om de volgende opdracht te gaan maken. Hoogst irritant misschien voor de andere studenten in mijn groep, maar ik kan er niks aan doen. Het voelt gewoon heel goed, alsof alle puzzelstukjes op hun plek vallen en ik nu pas op de goede plek zit.

Ik heb mezelf de afgelopen twee jaar zo vaak afgevraagd of ik vijfentwintig jaar geleden niet de verkeerde keuze heb gemaakt. Had ik niet beter iets anders kunnen gaan studeren? Maar wat heb ik eraan? Schiet ik er iets mee op om dat te weten? Ik denk van niet. Het maken van de opdrachten gaat me trouwens gemakkelijk af. Het kost me zelfs geen enkele moeite. Ik kan het niet goed uitleggen, maar wanneer mijn pen het schrift raakt, begint deze een eigen leven te leiden. Althans, zo lijkt het. Opdracht na opdracht wordt goedgekeurd en na zes maanden is het basisgedeelte succesvol afgerond en kan ik aan mijn eerste specialisatie Storytelling in Amsterdam beginnen.

Wat ik hoop te leren

Ik ben benieuwd wat deze specialisatie me gaat brengen. Ik hoop hiermee genoeg te leren over het zakelijke deel van schrijven. Zeker omdat ik ideeën genoeg heb om uit te voeren. Mijn verhaal moet alleen op een goede, persoonlijke manier worden verteld en de wereld in gebracht worden. Het moet mensen raken, ze moeten er gevoel bij krijgen. Dat is wat Storytelling doet. Het verhaal achter het merk vertellen.

Oké, een opleiding om mezelf te verbeteren in het schrijversvak. Zou dat genoeg zijn om een briljant schrijfster te worden? zijn er nog meer elementen die hierin een rol spelen en een bijdrage kunnen leveren? Wat kan ik, kortom, nog meer doen om succes te krijgen? Dat is nu de hamvraag.

Mocht je de perfecte tip of oplossing voor mij hebben, dan hoor ik dat uiteraard graag.

Liefs Ellen


Over Ellen Kusters

Ellen Kusters (42) is sinds 2017 student aan de Schrijversacademie. Ze is 20 jaar juf geweest en schreef hierover het boek: ‘Er was eens… een juf’. Het studeren aan de Schrijversacademie is een droom die uitkomt, omdat ze als klein meisje al veel met taal bezig was en verhaaltjes en gedichtjes schreef. Inmiddels heeft Ellen de basismodules afgerond en zit haar eerste specialisatie ‘Storytelling’ er alweer op. Haar tweede specialisatie ‘Autobiografisch schrijven’ is afgelopen maand begonnen. Waarom een schrijfopleiding? Ellen heeft als doel om alle handvatten te leren en zo haar schrijversaspiraties waar te maken.

Je veux de l’amour – met dit verhaal behaalde Tineke van Woudenberg een plek in de top 3

De top 3 is gekozen!

Deze week maken we de top 3 van onze zomerse schrijfwedstrijd bekend! Op maandag, woensdag en vrijdag publiceren we steeds 1 verhaal op onze site.

Let wel op… dit doen we in willekeurige volgorde.

Iedereen uit de top 3 wint een mooie prijs. Nadat alle verhalen gepubliceerd zijn, zullen we onthullen wie is geëindigd op nummer 1 en een plekje wint in de gloednieuwe klas Autobiografisch schrijven!

Vandaag het verhaal van Tineke van Woudenberg. Gefeliciteerd!


Je veux de l’amour

Ik babbel met de gast die mij een glas aanbiedt
tot ik genoeg heb voor een volgende stap
ik babbel met het meisje dat er tof uitziet
ik sloof me uit, een compliment, een grap
maar ik wil geen grap meneer
ik wil geen grap
je veux de l’amour
(Raymond van het Groenewoud)

Wat nou vakantieliefde. Ik wil gewoon liefde, Altijd en overal!

Er zijn mensen die er het hele jaar naar uitkijken. Vakantie. Ze zetten er geld voor opzij, ze zijn eindeloos bezig met het uitzoeken van de accommodatie, de reis, de geschikte periode. Die paar weken van het jaar moet alles gebeuren. Dan moet het mooi weer zijn. Dan moet er lekker eten zijn. Dan moet die potentiële vakantieliefde ook op die plek aanwezig zijn. En beschikbaar ook, natuurlijk. Zoveel eisen. Alles moet perfect zijn.
Maar er gaat altijd wel iets mis. Het beloofde uitzicht uit het appartement is er niet. Het vliegtuig is vertraagd. De bagage is kwijt. Het is te koud, te heet, te nat, te droog. En die mogelijke lover is toch minder mogelijk. Of minder lover.

Een klasgenootje van vroeger, laten we haar Monique noemen, kwam elk jaar in september naar school met verhalen over de vakantieliefde van dat jaar, van die zomer. Wekenlang bleef ze dan mijmeren over die mooie jongen. Ze speurde de school af naar jongens die op hem leken, maar niemand van onze school kwam in de buurt van haar vakantiegod.

Ik wou dat ook wel, een vakantieliefde. Elke zomer hoopte ik dat het zou gebeuren. Maar ik kwam hem nooit tegen.

Misschien was onze manier van vakantie vieren er niet echt geschikt voor. Monique stond vier weken op dezelfde camping in Frankrijk aan een meer met een surfstrandje. Wij verbleven in een eenzaam huisje of trokken rond van hotel naar hotel.

Misschien zag ik er niet goed genoeg uit. Monique was van zichzelf al lichtbruin en stond dan glimmend van de zonnebrandolie fier en topless op haar surfplank. Ik was bleek of anders roodverbrand. Ik kon niet fier staan, al helemaal niet op een surfplank.

Misschien wist ik ook gewoon niet hoe dat moest, contact leggen, iemand aanspreken. Monique was er kampioen in. En als ze het even niet wist kon ze ook nog wel haar broertje of zusje inzetten om een boodschap over te brengen. Ik vond het al moeilijk genoeg om met mensen te praten die ik al wel kende. En mijn broer zei al helemaal niets, tegen niemand.

Dus het werd nooit wat, die vakantieliefde.

Ik droom er niet meer van.

Tegenwoordig gaat alles vanzelf. Overal waar ik kom word ik aanbeden. Elke dag. In elk gezelschap. Niet alleen thuis. Ook op kantoor. Zelfs de kaasboer ontvangt me met heel veel liefde en aandacht. Elke week!

Dat is wat ik nodig heb. En dat is wat ik krijg. Ik hoef niet een heel jaar lang te wachten op vier weken vakantieliefde. Ik krijg het nu. Altijd. Overal.

Hete bliksem – met dit verhaal behaalde Elisabeth Weers een plek in de top 3

De top 3 is gekozen!

Deze week maken we de top 3 van onze zomerse schrijfwedstrijd bekend! Op maandag, woensdag en vrijdag publiceren we steeds 1 verhaal op onze site.

Let wel op… dit doen we in willekeurige volgorde.

Iedereen uit de top 3 wint een mooie prijs. Nadat alle verhalen gepubliceerd zijn, zullen we onthullen wie is geëindigd op nummer 1 en een plekje wint in de gloednieuwe klas Autobiografisch schrijven!

Vandaag het verhaal van Elisabeth Weers. Gefeliciteerd!


Hete bliksem

Haar mond is een stukje geopend, ze snurkt zachtjes. Haar adem ruikt naar zoete appeltjes, ondanks de pizza met extra knoflook die we vandaag gegeten hebben. Ik leun op een elleboog en kan mijn ogen niet van haar afhouden. De drukkende warmte heeft een laagje zweet dat glanst als parelmoer over haar lichaam gelegd. Ik luister naar het gerommel van onweer in de verte; het lijkt dichterbij te komen. Het kan behoorlijk spoken hier tussen de bergen aan het Lago Maggiore. Bliksemflitsen volgen elkaar steeds sneller op en zetten ons tentje in een flikkerend groen licht. De geur van ozon prikt in mijn neusgaten. Iris mompelt iets, maar slaapt door. Ze ligt op haar rug op het luchtbed, de witblonde haren als een aureool om haar hoofd. Bij iedere ademhaling zie ik de welving van haar borsten rijzen en dalen. De tepels prikken door de soepele stof van het zijden hemdje dat ze draagt. Ik weet dat ze baalt van het bescheiden formaat van haar borsten, maar ik vind ze prachtig. Precies goed eigenlijk: ze passen bij de rest van haar elfachtige uiterlijk. Sexy Tinkerbell in menselijk formaat. Mijn hand glijdt als vanzelf naar beneden mijn slipje in. Ritmisch draaien mijn vingers rondjes over het thermostaatknopje tussen mijn benen. Ik voer het tempo en de druk op en haal steeds sneller adem. Vlak voordat ik klaarkom verlicht een bliksemschicht ons tentje alsof er een schijnwerper op wordt gericht. Ik ben verliefd op haar. Het besef slaat in, gevolgd door de rollende donder die mijn gekreun overstemt.
Iris schiet overeind. ‘Wat was dat?’
‘Rustig maar, het onweert.’
Ze gaat weer liggen, maar ik zie dat ze trilt.
‘Ben jij bang?’ Ze kijkt me met grote ogen aan.
‘Nee.’ Niet voor het onweer.
Ze schuift wat dichter naar me toe en pakt mijn hand, waarvan de middelste vingers nog vochtig zijn. Ze krimpt in elkaar bij iedere donderslag. Hand in hand liggen we te wachten tot het natuurgeweld voorbij is. Ik voel me gelukkig en verdrietig tegelijk en denk aan alles wat niet zo mag zijn.

‘Hé schat, jij lijkt ver weg.’
Ik schrik op uit mijn herinneringen wanneer mijn man de keuken binnenkomt.
‘Ik stond na te denken over het avondeten’, lieg ik.
‘En, wat wordt het?’ vraagt hij gretig.
‘Stamppot met zoete appeltjes’, improviseer ik vlug.
Hij komt achter me staan, duwt me met zijn heupen tegen het aanrecht en zoent me in mijn nek.
‘Mmm lekker, hete bliksem’ fluistert hij.

Het uitgeefproces (4) door Anne Ruhl

Vind je het leuk als we je manuscript uitgeven?

Heel even denk ik dat ik het gemaakt heb na het lezen van deze mail. Anne Ruhl, kinderboekenschrijfster. De bestsellers vliegen me in gedachten om de oren. Nu kan ik chocola gaan eten op de bank. De rest gaat vanzelf.
Heel even.
Ik schud mijn hoofd en raak lichtelijk in paniek. Vóór 1 augustus moet ik wel 30.000 woorden hebben en moeten alle verhalen kloppen. Ik leg de repen Tony Chocolonely maar even in de koelkast. Ik beloof mezelf na elk hoofdstuk een stukje.

De dappere zoon Frederik gaat appels plukken in het hoofdstuk waar hij ontdekt wie de grote oplichter is. Oeps, daar gaat het mis. In maart hangen er helemaal geen appels aan de bomen. Ik ga alle hoofdstukken door om de data naar oktober te veranderen.

De chaotische zus Roeltje wordt bedreigd. Het arme schaap leent geld van de verkeerde man. Dat komt haar duur te staan. Ze moet het bedrag binnen een maand terugbetalen. Ik print mijn hele manuscript. Aan het eind van het boek is het ook het einde van de maand. Komt dat even mooi uit. Het lijkt bijna niet zelf bedacht. Het bedrag van Roeltjes schuld verdubbelt dagelijks. Op mijn rekenmachine typ ik met een klein beetje leedvermaak haar groeiende schuld in. Arme Roeltje.

1 augustus: vol trots stuur ik de verbeterde versie op

De redacteur gaat met haar rode pen door mijn werk en ik hoop dat ze niet zoveel inkt nodig heeft. Onbevreesd open ik het mailtje met aanpassingen. Ik staar ernaar. Ik scrol. Ik knipper met mijn ogen om niet te gaan huilen. Zoveel! Mijn toch-wel-bijna-perfecte-boek is niet zo perfect als ik dacht. Er zijn veel verbeteringen aangebracht en ai, ook spelfouten uitgehaald.

Ik ren naar de koelkast. Waar is Tony als je hem nodig hebt?

De bestsellers verdwijnen uit mijn hoofd, maken plaats voor lelijke krantenkoppen. Vreselijke recensies. Of nog erger. Niks. Niemand die mijn boek wil lezen, niemand die het koopt. Ik slik. Gooi de lege verpakking weg en verman me.

Feedback is een cadeautje

Ik open mijn laptop weer. Nu niet meer met de intentie om hem over het balkon te gooien. Feedback is een cadeautje lees ik op een van de websites waar ik heen vlucht om maar niet naar de rode strepen te hoeven kijken.

Feedback is een cadeautje. Dat wordt mijn nieuwe motto.
Feedback is een cadeautje, mijn boek wordt er alleen maar mooier door.
Feedback is een cadeautje, mijn boek en mijn karakter worden er mooier van.

Ik kijk mijn angst recht in de ogen aan en lees trillend de rode letters nog eens.
Feedback is een cadeautje, echoot het in mijn hoofd. Ineens zijn de woorden in de kantlijn niet meer zo scherp en kan ik me in sommige opmerkingen wel vinden.
Ik pas aan en herschrijf. Als ik later de verhalen teruglees zijn ze veel mooier. De tekst is vloeiender en het geheel klopt.

Ik stuur mijn manuscript weer terug naar de uitgever.
Mijn koelkast vul ik met watermeloen en aardbeien. Vitamines zijn een cadeautje en strenge redacteuren ook.

Over de auteur

Anne Ruhl woont in Nieuw-Vennep met haar man en Italiaans windhondje. Als ontspanning leert ze Scandinavische talen. Op vakantie neemt ze uit ieder land een bijzondere theedoek mee die ze vervolgens nooit gebruikt, maar wel ophangt om mooi te zijn. In het najaar van 2015 startte ze met de Schrijversacademie om naast haar werk als leerkracht haar talenten verder te ontwikkelen. Haar debuut ‘Mevrouw Stip en Roeltje, de charmante oplichter’ zal in september 2018 uitkomen bij Buddy Books.

 

Bewust Bekwaam Bloggen – door Petra Berger

Bewust Bekwaam Bloggen

BBB is in de sportschool een afkorting voor Buik Billen Benen. Daar wil ik het nu niet over hebben wél over Bewust Bekwaam Bloggen. Dat is namelijk wat ik probeer te doen. Ik zit achter mijn laptop en naast mij ligt mijn getuigschrift van de opleiding Columns en blogs schrijven. Ik ben dus heel bewust van mijn bekwaamheid, alleen die blog nog…

Perfecte blog

Die blog lukt niet. Uren zit ik al achter mijn laptop en er komt niets, geen woord, geen letter, helemaal niets. Mijn bewust bekwaamheid is doorgeslagen in faalangst. Vanaf nu ben ik immers geen student meer maar een blogger met een officieel getuigschrift. Mijn blogs moeten vanaf nu perfect zijn. Helemaal nu ik dit schrijf voor de website van de Schrijversacademie, dan moet het méér dan perfect zijn. Dan lezen namelijk niet alleen mijn docent en mijn veilige studiegroepje deze blog maar álle docenten en medestudenten. Iedereen met verstand van schrijven kan dit straks lezen én kan feedback geven. Als ik daar aan denk explodeert mijn faalangst en val ik terug in de bewust onbekwame leerfase.

Die eerste pakkende zin

Als je bewust onbekwaam bent weet je niet hoe je het moet aanpakken. Nog langer naar mijn laptop staren heeft weinig zin. Ik moet deze angst aanpakken en begin met schrijfoefeningen. Ik wandel een stukje en noteer alle woorden en zinnen die ik hoor. Ik ruik, voel en snuffel aan alles en ga weer achter mijn laptop zitten. Vol goede moed begin ik aan die eerste pakkende zin. Ik begin steeds opnieuw want ik vind niets goed genoeg. Mijn onmacht neemt toe en ik besluit op te geven. Ik mail straks dat er geen blog komt en stuur mijn getuigschrift terug. Ik ben de slechtste student ooit en schrijf nooit meer een blog.

Feedback geven

Maar nooit meer bloggen is wel heel drastisch en zelfs een beetje hysterisch. Ik blog namelijk wekelijks voor het tijdschrift Vriendin en dan zal deze blog voor de Schrijversacademie niet lukken. Dat is te gek voor woorden. Ik moet mijn plezier in het schrijven weer voelen en vooral stoppen met denken. Niet denken aan al die docenten en medestudenten en misschien moet ik daar ook helemaal niet zo tegenop zien. Want die docenten en studenten hebben wél geleerd hoe ze feedback moeten geven en dat kan ik niet van iedere lezer op social media zeggen.

Ik schrijf wat ik schrijf

Die perfecte blog moet ik ook uit mijn hoofd zetten want niet iedereen zal mijn blogs perfect vinden. Je hebt nu eenmaal te maken met verschillende lezers en iedereen heeft zijn eigen smaak. Net zoals iedereen schrijver zijn eigen stijl heeft. Ik heb die stijl ontdekt bij de basismodule en die hoort bij mij. Ik schrijf wat ik schrijf want ik ben wie ik ben. Je vindt het goed of niet goed en je leest het of je leest het niet. Het is natuurlijk wel fijn als mijn blogs gelezen worden en feedback ontvang ik ook graag. Heel graag zelfs! Want ik ben nooit uitgeleerd.

Maar eerst ga ik naar een andere school, de sportschool, om daar mijn BBB oefeningen te doen.

Over de Auteur

Petra is student aan de Schrijversacademie en haar blogs zijn iedere week online te lezen bij het tijdschrift Vriendin. Daarnaast maakt ze regelmatiguitstapjes naar de kranten zoals Metro en NRC. 

 

 

 

Van gruwelijke nachtmerrie naar prachtig boek – door Silvie Kamphuis

Het is bijna een jaar geleden dat mijn blik viel op een oproep op Facebook van Nikki Lee Janssen. Ze schreef dat haar naaktfoto’s en -video’s waren gestolen door een hacker. Deze onbekende probeerde haar te chanteren, om vervolgens zijn dreigementen kracht bij te zetten door alvast een pikant filmpje op Dumpert en Facebook te publiceren. Haar leven stond op zijn kop, maar Nikki wilde allesbehalve een slachtoffer zijn. Ze bond de strijd aan tegen de hacker, Dumpert, die haar privé-filmpje zomaar online had gezet, de politie, die haar maar niet serieus leek te nemen en ze wilde een boek schrijven. Een handboek voor iedereen die te maken krijgt met online shaming en kan leren van haar afschuwelijke ervaring. Zelf was ze alles behalve een schrijver, dus ze zocht iemand die haar verhaal kon verwoorden.

In de klappers las ik de e-mails van de hacker, de afschuwelijke commentaren van de reaguurders op Dumpert, de brieven van advocaten en de verbaasde reacties van vrienden en familie die haar naakt waren tegengekomen op internet.

Ik stuurde haar een bericht dat ik haar graag wilde helpen met links naar mijn blog antisleur en mijn portfolio en tot mijn grote blijdschap was ze meteen enthousiast. Ik voelde me enorm vereerd,  want er hadden tientallen schrijvers op haar oproep gereageerd. We spraken af in een restaurant in Zaandam en het wederzijdse vertrouwen was er meteen. Ik kreeg alvast twee klappers met informatie en een paar dagen later bevestigden we onze afspraken formeel. Ik ging meteen aan de slag. In de klappers las ik de e-mails van de hacker, de afschuwelijke commentaren van de reaguurders op Dumpert, de brieven van advocaten en de verbaasde reacties van vrienden en familie die haar naakt waren tegengekomen op internet. In mijn hoofd vormden zich de contouren van het verhaal en ik bereidde me voor op een serie interviews via Skype.

Ontelbaar veel vragen heb ik Nikki gesteld en zelfs de onmogelijke vraag ‘Mag ik de foto’s zien?’ bleek niet te gek.

Nikki bleek enorm openhartig en enthousiast, wat voor mij als schrijver een enorme luxe was. Iedere dag dook ik in haar belevingswereld, wat telkens weer nieuwe vragen opriep:

Hoe heb je je vriend Joost leren kennen?
Wat was de eerste keer dat je pikante foto’s naar hem stuurde?
Hoe voelde je je daarbij?
Waarom was het belangrijk voor jullie relatie?
Hoe is je relatie met je ouders?
Hoe reageerden ze toen ze erachter kwamen?
Beschrijf je eerste werkdag na de hack en de publicatie op Dumpert?

Ontelbaar veel vragen heb ik Nikki gesteld en zelfs de onmogelijke vraag ‘Mag ik de foto’s zien?’ bleek niet te gek. Ik wilde de momenten beschrijven dat ze de foto’s maakte en hoe kon ik dat doen zonder te weten wat er op die foto’s stond? Nikki deelde alles zonder terughoudendheid en dat vertrouwen heeft ervoor gezorgd dat ik heel dicht op de huid van Nikki heb kunnen schrijven. Veel ‘show’ en weinig ‘tell’. Mensen vertellen me dat het verhaal spannend en meeslepend is en dat je het niet weg kan leggen. Als je het leest, ben je Nikki en dat was precies de bedoeling.

Ik zag waar het verhaal beter kon worden, ware het fictie geweest, maar ik moest mijn fantasie koest houden.

Ik gebruikte het manuscript ‘Niet van iedereen’ ook voor mijn lessen bij mijn specialisatie Romans & korte verhalen aan De Schrijversacademie en kwam daarbij ook vaak een beetje in de knoop. Het was geen fictie, het was waargebeurd, dus ik was gebonden aan de werkelijkheid. Voor de spanning in het verhaal was het bijvoorbeeld misschien goed geweest als het gevecht tegen online shaming voor grote relatieproblemen had gezorgd, maar zo was het niet. Om clichés te voorkomen was het misschien goed geweest als de directeur van Dumpert geheel onverwacht een keurig nette vrouw in een mantelpakje was en om het verhaal rond te maken was het misschien goed geweest dat aan het einde van het verhaal de hacker werd gepakt. Maar dat is allemaal niet gebeurd, dus soms was dat frustrerend als schrijver. Ik zag waar het verhaal beter kon worden, ware het fictie geweest, maar ik moest mijn fantasie koest houden. Mijn mede-schrijvers bij De Schrijversacademie en docent Jowi Schmitz hebben me enorm geholpen om ook binnen deze beperkingen een sterk verhaal neer te zetten en daarnaast me ervan overtuigd dat ik naast mijn werk als biograaf en ghostwriter ook fictie moet schrijven.

Ik mocht samen met Nikki, Gertie Vos, vormgever en fotograaf en Uitgeverij Palmslag van een gruwelijke nachtmerrie een prachtig boek maken. Ik ken maar weinig dingen die meer positieve energie geven en ik hoop dat ik in de toekomst nog heel veel bijzondere verhalen voor mensen op papier mag zetten.

‘Niet van iedereen’ is nu te koop bij Uitgeverij Palmslag.

Bloggend de wereld in – door Marjolein Broeren

Eén van mijn liefhebberijen is het vangen van woorden en zinnen. Ik vang ze op straat, thuis, op de school van mijn dochter, in boeken en op verschillende sociale kanalen. Mijn onzichtbare antenne is er gevoelig voor. De leukste en mooiste woordcombinaties noteer ik in mijn opschrijfboekje. Geduldig wachten ze daar op mijn kritische oog. Bij een nieuw verhaal scan ik het boekje op lekkere zinnetjes. De meest passende krijgen dan een regel in datgene wat ik wil vertellen. Anderen blijven toevertrouwd aan het papieren boekje, tot zich een nieuwe kans voordoet.

Een overvloed aan uitspraken, adviezen en ingevingen baanden zich via mijn pen een weg naar het papier op mijn schoot.

Pitchline en fanbase

Tijdens de studiedag van de Schrijversacademie zijn de krabbels in mijn boekje  behoorlijk uitgebreid. Een overvloed aan uitspraken, adviezen en ingevingen baanden zich via mijn pen een weg naar het papier op mijn schoot. Als ik het op de terugweg doorblader valt mijn oog op verschillende zinnen: “Als de deadline bijna nadert krijg ik pas ideeën. Eerder beginnen werkt niet, dan blijft het een holle ruimte bovenin”, vertelde schrijfster Karin Kuiper van het boek ‘SuperOlcay’ over het werken onder druk. Carolijn Visser, auteur van onder andere ‘Selma’ en veel reisverhalen gaf een prachtige uitleg over het opbouwen van een verhaal in verschillende lagen: “Verval niet in cliché’s over wuivende palmen en de azuurblauwe zee, maar laat het landschap een decor zijn waarbinnen iets gebeurt.” Ook woonde ik de workshop van een uitgever bij die ons van de illusie afhielp dat “niemand je manuscript zomaar gaat lezen”. Hij vertelde hoe een goede pitchline en fanbase helpen bovenop de stapel in plaats van eronder te belanden. Een advies waar ik hopelijk later nog mijn voordeel mee kan doen. Als dat tweede boek over Maxine ooit afkomt…

De woorden die kwamen als tranen komen nu steeds meer als verrijkte ervaringen die ik opdoe doordat Maxine me op nieuwe plekken brengt.

Ik blogde haar en mezelf de wereld in

Terwijl ik de krabbels tot me neem realiseer ik me dat ik op plekken kom waar ik zonder het verlies van mijn dochter nooit zou zijn gekomen. En ik ontmoet mensen die ik anders nooit had ontmoet. Nog steeds ben ik dankbaar dat ik door haar ben gaan schrijven. Ik blogde haar en mezelf de wereld in. Eerlijk en oprecht vertelde ik over haar ziekte en overlijden en over het leven met het gemis. Met die ziel en zaligheid die professioneel blogster Anna van Praag adviseerde zit het dus wel goed. “Hoe dichter bij jezelf, hoe beter” was haar belangrijkste tip. De woorden die kwamen als tranen komen nu steeds meer als verrijkte ervaringen die ik opdoe doordat Maxine me op nieuwe plekken brengt en anders naar de wereld laat kijken. Die verhalen verdienen het ook om verteld te worden. En volgens Anna word ik daar een betere schrijver van…

…Ik open een lege bladzijde in mijn opschrijfboekje en laat wat gevangen woorden en zinnen vrij. De start van een nieuw verhaal. Nu nog een lekkere eerste zin…

Over Marjolein Broeren

Marjolein Broeren is student aan de Schrijversacademie, waar ze naast de opleiding Romans en korte verhalen nu ook de specialisatie Storytelling volgt. Met haar bedrijf Beroeren maakt ze aansprekende, effectieve on- en offline content voor bedrijven en schrijf persoonlijke verhalen voor particulieren rondom betekenisvolle momenten. Op 2 juni bezocht ze onze studiedag in Amsterdam en schreef daar deze mooie blog over.

Meer blogs van Marjolein zijn te lezen op haar site.