Je veux de l’amour – met dit verhaal behaalde Tineke van Woudenberg een plek in de top 3

De top 3 is gekozen!

Deze week maken we de top 3 van onze zomerse schrijfwedstrijd bekend! Op maandag, woensdag en vrijdag publiceren we steeds 1 verhaal op onze site.

Let wel op… dit doen we in willekeurige volgorde.

Iedereen uit de top 3 wint een mooie prijs. Nadat alle verhalen gepubliceerd zijn, zullen we onthullen wie is geëindigd op nummer 1 en een plekje wint in de gloednieuwe klas Autobiografisch schrijven!

Vandaag het verhaal van Tineke van Woudenberg. Gefeliciteerd!


Je veux de l’amour

Ik babbel met de gast die mij een glas aanbiedt
tot ik genoeg heb voor een volgende stap
ik babbel met het meisje dat er tof uitziet
ik sloof me uit, een compliment, een grap
maar ik wil geen grap meneer
ik wil geen grap
je veux de l’amour
(Raymond van het Groenewoud)

Wat nou vakantieliefde. Ik wil gewoon liefde, Altijd en overal!

Er zijn mensen die er het hele jaar naar uitkijken. Vakantie. Ze zetten er geld voor opzij, ze zijn eindeloos bezig met het uitzoeken van de accommodatie, de reis, de geschikte periode. Die paar weken van het jaar moet alles gebeuren. Dan moet het mooi weer zijn. Dan moet er lekker eten zijn. Dan moet die potentiële vakantieliefde ook op die plek aanwezig zijn. En beschikbaar ook, natuurlijk. Zoveel eisen. Alles moet perfect zijn.
Maar er gaat altijd wel iets mis. Het beloofde uitzicht uit het appartement is er niet. Het vliegtuig is vertraagd. De bagage is kwijt. Het is te koud, te heet, te nat, te droog. En die mogelijke lover is toch minder mogelijk. Of minder lover.

Een klasgenootje van vroeger, laten we haar Monique noemen, kwam elk jaar in september naar school met verhalen over de vakantieliefde van dat jaar, van die zomer. Wekenlang bleef ze dan mijmeren over die mooie jongen. Ze speurde de school af naar jongens die op hem leken, maar niemand van onze school kwam in de buurt van haar vakantiegod.

Ik wou dat ook wel, een vakantieliefde. Elke zomer hoopte ik dat het zou gebeuren. Maar ik kwam hem nooit tegen.

Misschien was onze manier van vakantie vieren er niet echt geschikt voor. Monique stond vier weken op dezelfde camping in Frankrijk aan een meer met een surfstrandje. Wij verbleven in een eenzaam huisje of trokken rond van hotel naar hotel.

Misschien zag ik er niet goed genoeg uit. Monique was van zichzelf al lichtbruin en stond dan glimmend van de zonnebrandolie fier en topless op haar surfplank. Ik was bleek of anders roodverbrand. Ik kon niet fier staan, al helemaal niet op een surfplank.

Misschien wist ik ook gewoon niet hoe dat moest, contact leggen, iemand aanspreken. Monique was er kampioen in. En als ze het even niet wist kon ze ook nog wel haar broertje of zusje inzetten om een boodschap over te brengen. Ik vond het al moeilijk genoeg om met mensen te praten die ik al wel kende. En mijn broer zei al helemaal niets, tegen niemand.

Dus het werd nooit wat, die vakantieliefde.

Ik droom er niet meer van.

Tegenwoordig gaat alles vanzelf. Overal waar ik kom word ik aanbeden. Elke dag. In elk gezelschap. Niet alleen thuis. Ook op kantoor. Zelfs de kaasboer ontvangt me met heel veel liefde en aandacht. Elke week!

Dat is wat ik nodig heb. En dat is wat ik krijg. Ik hoef niet een heel jaar lang te wachten op vier weken vakantieliefde. Ik krijg het nu. Altijd. Overal.

Hete bliksem – met dit verhaal behaalde Elisabeth Weers een plek in de top 3

De top 3 is gekozen!

Deze week maken we de top 3 van onze zomerse schrijfwedstrijd bekend! Op maandag, woensdag en vrijdag publiceren we steeds 1 verhaal op onze site.

Let wel op… dit doen we in willekeurige volgorde.

Iedereen uit de top 3 wint een mooie prijs. Nadat alle verhalen gepubliceerd zijn, zullen we onthullen wie is geëindigd op nummer 1 en een plekje wint in de gloednieuwe klas Autobiografisch schrijven!

Vandaag het verhaal van Elisabeth Weers. Gefeliciteerd!


Hete bliksem

Haar mond is een stukje geopend, ze snurkt zachtjes. Haar adem ruikt naar zoete appeltjes, ondanks de pizza met extra knoflook die we vandaag gegeten hebben. Ik leun op een elleboog en kan mijn ogen niet van haar afhouden. De drukkende warmte heeft een laagje zweet dat glanst als parelmoer over haar lichaam gelegd. Ik luister naar het gerommel van onweer in de verte; het lijkt dichterbij te komen. Het kan behoorlijk spoken hier tussen de bergen aan het Lago Maggiore. Bliksemflitsen volgen elkaar steeds sneller op en zetten ons tentje in een flikkerend groen licht. De geur van ozon prikt in mijn neusgaten. Iris mompelt iets, maar slaapt door. Ze ligt op haar rug op het luchtbed, de witblonde haren als een aureool om haar hoofd. Bij iedere ademhaling zie ik de welving van haar borsten rijzen en dalen. De tepels prikken door de soepele stof van het zijden hemdje dat ze draagt. Ik weet dat ze baalt van het bescheiden formaat van haar borsten, maar ik vind ze prachtig. Precies goed eigenlijk: ze passen bij de rest van haar elfachtige uiterlijk. Sexy Tinkerbell in menselijk formaat. Mijn hand glijdt als vanzelf naar beneden mijn slipje in. Ritmisch draaien mijn vingers rondjes over het thermostaatknopje tussen mijn benen. Ik voer het tempo en de druk op en haal steeds sneller adem. Vlak voordat ik klaarkom verlicht een bliksemschicht ons tentje alsof er een schijnwerper op wordt gericht. Ik ben verliefd op haar. Het besef slaat in, gevolgd door de rollende donder die mijn gekreun overstemt.
Iris schiet overeind. ‘Wat was dat?’
‘Rustig maar, het onweert.’
Ze gaat weer liggen, maar ik zie dat ze trilt.
‘Ben jij bang?’ Ze kijkt me met grote ogen aan.
‘Nee.’ Niet voor het onweer.
Ze schuift wat dichter naar me toe en pakt mijn hand, waarvan de middelste vingers nog vochtig zijn. Ze krimpt in elkaar bij iedere donderslag. Hand in hand liggen we te wachten tot het natuurgeweld voorbij is. Ik voel me gelukkig en verdrietig tegelijk en denk aan alles wat niet zo mag zijn.

‘Hé schat, jij lijkt ver weg.’
Ik schrik op uit mijn herinneringen wanneer mijn man de keuken binnenkomt.
‘Ik stond na te denken over het avondeten’, lieg ik.
‘En, wat wordt het?’ vraagt hij gretig.
‘Stamppot met zoete appeltjes’, improviseer ik vlug.
Hij komt achter me staan, duwt me met zijn heupen tegen het aanrecht en zoent me in mijn nek.
‘Mmm lekker, hete bliksem’ fluistert hij.

Het uitgeefproces (4) door Anne Ruhl

Vind je het leuk als we je manuscript uitgeven?

Heel even denk ik dat ik het gemaakt heb na het lezen van deze mail. Anne Ruhl, kinderboekenschrijfster. De bestsellers vliegen me in gedachten om de oren. Nu kan ik chocola gaan eten op de bank. De rest gaat vanzelf.
Heel even.
Ik schud mijn hoofd en raak lichtelijk in paniek. Vóór 1 augustus moet ik wel 30.000 woorden hebben en moeten alle verhalen kloppen. Ik leg de repen Tony Chocolonely maar even in de koelkast. Ik beloof mezelf na elk hoofdstuk een stukje.

De dappere zoon Frederik gaat appels plukken in het hoofdstuk waar hij ontdekt wie de grote oplichter is. Oeps, daar gaat het mis. In maart hangen er helemaal geen appels aan de bomen. Ik ga alle hoofdstukken door om de data naar oktober te veranderen.

De chaotische zus Roeltje wordt bedreigd. Het arme schaap leent geld van de verkeerde man. Dat komt haar duur te staan. Ze moet het bedrag binnen een maand terugbetalen. Ik print mijn hele manuscript. Aan het eind van het boek is het ook het einde van de maand. Komt dat even mooi uit. Het lijkt bijna niet zelf bedacht. Het bedrag van Roeltjes schuld verdubbelt dagelijks. Op mijn rekenmachine typ ik met een klein beetje leedvermaak haar groeiende schuld in. Arme Roeltje.

1 augustus: vol trots stuur ik de verbeterde versie op

De redacteur gaat met haar rode pen door mijn werk en ik hoop dat ze niet zoveel inkt nodig heeft. Onbevreesd open ik het mailtje met aanpassingen. Ik staar ernaar. Ik scrol. Ik knipper met mijn ogen om niet te gaan huilen. Zoveel! Mijn toch-wel-bijna-perfecte-boek is niet zo perfect als ik dacht. Er zijn veel verbeteringen aangebracht en ai, ook spelfouten uitgehaald.

Ik ren naar de koelkast. Waar is Tony als je hem nodig hebt?

De bestsellers verdwijnen uit mijn hoofd, maken plaats voor lelijke krantenkoppen. Vreselijke recensies. Of nog erger. Niks. Niemand die mijn boek wil lezen, niemand die het koopt. Ik slik. Gooi de lege verpakking weg en verman me.

Feedback is een cadeautje

Ik open mijn laptop weer. Nu niet meer met de intentie om hem over het balkon te gooien. Feedback is een cadeautje lees ik op een van de websites waar ik heen vlucht om maar niet naar de rode strepen te hoeven kijken.

Feedback is een cadeautje. Dat wordt mijn nieuwe motto.
Feedback is een cadeautje, mijn boek wordt er alleen maar mooier door.
Feedback is een cadeautje, mijn boek en mijn karakter worden er mooier van.

Ik kijk mijn angst recht in de ogen aan en lees trillend de rode letters nog eens.
Feedback is een cadeautje, echoot het in mijn hoofd. Ineens zijn de woorden in de kantlijn niet meer zo scherp en kan ik me in sommige opmerkingen wel vinden.
Ik pas aan en herschrijf. Als ik later de verhalen teruglees zijn ze veel mooier. De tekst is vloeiender en het geheel klopt.

Ik stuur mijn manuscript weer terug naar de uitgever.
Mijn koelkast vul ik met watermeloen en aardbeien. Vitamines zijn een cadeautje en strenge redacteuren ook.

Over de auteur

Anne Ruhl woont in Nieuw-Vennep met haar man en Italiaans windhondje. Als ontspanning leert ze Scandinavische talen. Op vakantie neemt ze uit ieder land een bijzondere theedoek mee die ze vervolgens nooit gebruikt, maar wel ophangt om mooi te zijn. In het najaar van 2015 startte ze met de Schrijversacademie om naast haar werk als leerkracht haar talenten verder te ontwikkelen. Haar debuut ‘Mevrouw Stip en Roeltje, de charmante oplichter’ zal in september 2018 uitkomen bij Buddy Books.

 

Bewust Bekwaam Bloggen – door Petra Berger

Bewust Bekwaam Bloggen

BBB is in de sportschool een afkorting voor Buik Billen Benen. Daar wil ik het nu niet over hebben wél over Bewust Bekwaam Bloggen. Dat is namelijk wat ik probeer te doen. Ik zit achter mijn laptop en naast mij ligt mijn getuigschrift van de opleiding Columns en blogs schrijven. Ik ben dus heel bewust van mijn bekwaamheid, alleen die blog nog…

Perfecte blog

Die blog lukt niet. Uren zit ik al achter mijn laptop en er komt niets, geen woord, geen letter, helemaal niets. Mijn bewust bekwaamheid is doorgeslagen in faalangst. Vanaf nu ben ik immers geen student meer maar een blogger met een officieel getuigschrift. Mijn blogs moeten vanaf nu perfect zijn. Helemaal nu ik dit schrijf voor de website van de Schrijversacademie, dan moet het méér dan perfect zijn. Dan lezen namelijk niet alleen mijn docent en mijn veilige studiegroepje deze blog maar álle docenten en medestudenten. Iedereen met verstand van schrijven kan dit straks lezen én kan feedback geven. Als ik daar aan denk explodeert mijn faalangst en val ik terug in de bewust onbekwame leerfase.

Die eerste pakkende zin

Als je bewust onbekwaam bent weet je niet hoe je het moet aanpakken. Nog langer naar mijn laptop staren heeft weinig zin. Ik moet deze angst aanpakken en begin met schrijfoefeningen. Ik wandel een stukje en noteer alle woorden en zinnen die ik hoor. Ik ruik, voel en snuffel aan alles en ga weer achter mijn laptop zitten. Vol goede moed begin ik aan die eerste pakkende zin. Ik begin steeds opnieuw want ik vind niets goed genoeg. Mijn onmacht neemt toe en ik besluit op te geven. Ik mail straks dat er geen blog komt en stuur mijn getuigschrift terug. Ik ben de slechtste student ooit en schrijf nooit meer een blog.

Feedback geven

Maar nooit meer bloggen is wel heel drastisch en zelfs een beetje hysterisch. Ik blog namelijk wekelijks voor het tijdschrift Vriendin en dan zal deze blog voor de Schrijversacademie niet lukken. Dat is te gek voor woorden. Ik moet mijn plezier in het schrijven weer voelen en vooral stoppen met denken. Niet denken aan al die docenten en medestudenten en misschien moet ik daar ook helemaal niet zo tegenop zien. Want die docenten en studenten hebben wél geleerd hoe ze feedback moeten geven en dat kan ik niet van iedere lezer op social media zeggen.

Ik schrijf wat ik schrijf

Die perfecte blog moet ik ook uit mijn hoofd zetten want niet iedereen zal mijn blogs perfect vinden. Je hebt nu eenmaal te maken met verschillende lezers en iedereen heeft zijn eigen smaak. Net zoals iedereen schrijver zijn eigen stijl heeft. Ik heb die stijl ontdekt bij de basismodule en die hoort bij mij. Ik schrijf wat ik schrijf want ik ben wie ik ben. Je vindt het goed of niet goed en je leest het of je leest het niet. Het is natuurlijk wel fijn als mijn blogs gelezen worden en feedback ontvang ik ook graag. Heel graag zelfs! Want ik ben nooit uitgeleerd.

Maar eerst ga ik naar een andere school, de sportschool, om daar mijn BBB oefeningen te doen.

Over de Auteur

Petra is student aan de Schrijversacademie en haar blogs zijn iedere week online te lezen bij het tijdschrift Vriendin. Daarnaast maakt ze regelmatiguitstapjes naar de kranten zoals Metro en NRC. 

 

 

 

Van gruwelijke nachtmerrie naar prachtig boek – door Silvie Kamphuis

Het is bijna een jaar geleden dat mijn blik viel op een oproep op Facebook van Nikki Lee Janssen. Ze schreef dat haar naaktfoto’s en -video’s waren gestolen door een hacker. Deze onbekende probeerde haar te chanteren, om vervolgens zijn dreigementen kracht bij te zetten door alvast een pikant filmpje op Dumpert en Facebook te publiceren. Haar leven stond op zijn kop, maar Nikki wilde allesbehalve een slachtoffer zijn. Ze bond de strijd aan tegen de hacker, Dumpert, die haar privé-filmpje zomaar online had gezet, de politie, die haar maar niet serieus leek te nemen en ze wilde een boek schrijven. Een handboek voor iedereen die te maken krijgt met online shaming en kan leren van haar afschuwelijke ervaring. Zelf was ze alles behalve een schrijver, dus ze zocht iemand die haar verhaal kon verwoorden.

In de klappers las ik de e-mails van de hacker, de afschuwelijke commentaren van de reaguurders op Dumpert, de brieven van advocaten en de verbaasde reacties van vrienden en familie die haar naakt waren tegengekomen op internet.

Ik stuurde haar een bericht dat ik haar graag wilde helpen met links naar mijn blog antisleur en mijn portfolio en tot mijn grote blijdschap was ze meteen enthousiast. Ik voelde me enorm vereerd,  want er hadden tientallen schrijvers op haar oproep gereageerd. We spraken af in een restaurant in Zaandam en het wederzijdse vertrouwen was er meteen. Ik kreeg alvast twee klappers met informatie en een paar dagen later bevestigden we onze afspraken formeel. Ik ging meteen aan de slag. In de klappers las ik de e-mails van de hacker, de afschuwelijke commentaren van de reaguurders op Dumpert, de brieven van advocaten en de verbaasde reacties van vrienden en familie die haar naakt waren tegengekomen op internet. In mijn hoofd vormden zich de contouren van het verhaal en ik bereidde me voor op een serie interviews via Skype.

Ontelbaar veel vragen heb ik Nikki gesteld en zelfs de onmogelijke vraag ‘Mag ik de foto’s zien?’ bleek niet te gek.

Nikki bleek enorm openhartig en enthousiast, wat voor mij als schrijver een enorme luxe was. Iedere dag dook ik in haar belevingswereld, wat telkens weer nieuwe vragen opriep:

Hoe heb je je vriend Joost leren kennen?
Wat was de eerste keer dat je pikante foto’s naar hem stuurde?
Hoe voelde je je daarbij?
Waarom was het belangrijk voor jullie relatie?
Hoe is je relatie met je ouders?
Hoe reageerden ze toen ze erachter kwamen?
Beschrijf je eerste werkdag na de hack en de publicatie op Dumpert?

Ontelbaar veel vragen heb ik Nikki gesteld en zelfs de onmogelijke vraag ‘Mag ik de foto’s zien?’ bleek niet te gek. Ik wilde de momenten beschrijven dat ze de foto’s maakte en hoe kon ik dat doen zonder te weten wat er op die foto’s stond? Nikki deelde alles zonder terughoudendheid en dat vertrouwen heeft ervoor gezorgd dat ik heel dicht op de huid van Nikki heb kunnen schrijven. Veel ‘show’ en weinig ‘tell’. Mensen vertellen me dat het verhaal spannend en meeslepend is en dat je het niet weg kan leggen. Als je het leest, ben je Nikki en dat was precies de bedoeling.

Ik zag waar het verhaal beter kon worden, ware het fictie geweest, maar ik moest mijn fantasie koest houden.

Ik gebruikte het manuscript ‘Niet van iedereen’ ook voor mijn lessen bij mijn specialisatie Romans & korte verhalen aan De Schrijversacademie en kwam daarbij ook vaak een beetje in de knoop. Het was geen fictie, het was waargebeurd, dus ik was gebonden aan de werkelijkheid. Voor de spanning in het verhaal was het bijvoorbeeld misschien goed geweest als het gevecht tegen online shaming voor grote relatieproblemen had gezorgd, maar zo was het niet. Om clichés te voorkomen was het misschien goed geweest als de directeur van Dumpert geheel onverwacht een keurig nette vrouw in een mantelpakje was en om het verhaal rond te maken was het misschien goed geweest dat aan het einde van het verhaal de hacker werd gepakt. Maar dat is allemaal niet gebeurd, dus soms was dat frustrerend als schrijver. Ik zag waar het verhaal beter kon worden, ware het fictie geweest, maar ik moest mijn fantasie koest houden. Mijn mede-schrijvers bij De Schrijversacademie en docent Jowi Schmitz hebben me enorm geholpen om ook binnen deze beperkingen een sterk verhaal neer te zetten en daarnaast me ervan overtuigd dat ik naast mijn werk als biograaf en ghostwriter ook fictie moet schrijven.

Ik mocht samen met Nikki, Gertie Vos, vormgever en fotograaf en Uitgeverij Palmslag van een gruwelijke nachtmerrie een prachtig boek maken. Ik ken maar weinig dingen die meer positieve energie geven en ik hoop dat ik in de toekomst nog heel veel bijzondere verhalen voor mensen op papier mag zetten.

‘Niet van iedereen’ is nu te koop bij Uitgeverij Palmslag.

Bloggend de wereld in – door Marjolein Broeren

Eén van mijn liefhebberijen is het vangen van woorden en zinnen. Ik vang ze op straat, thuis, op de school van mijn dochter, in boeken en op verschillende sociale kanalen. Mijn onzichtbare antenne is er gevoelig voor. De leukste en mooiste woordcombinaties noteer ik in mijn opschrijfboekje. Geduldig wachten ze daar op mijn kritische oog. Bij een nieuw verhaal scan ik het boekje op lekkere zinnetjes. De meest passende krijgen dan een regel in datgene wat ik wil vertellen. Anderen blijven toevertrouwd aan het papieren boekje, tot zich een nieuwe kans voordoet.

Een overvloed aan uitspraken, adviezen en ingevingen baanden zich via mijn pen een weg naar het papier op mijn schoot.

Pitchline en fanbase

Tijdens de studiedag van de Schrijversacademie zijn de krabbels in mijn boekje  behoorlijk uitgebreid. Een overvloed aan uitspraken, adviezen en ingevingen baanden zich via mijn pen een weg naar het papier op mijn schoot. Als ik het op de terugweg doorblader valt mijn oog op verschillende zinnen: “Als de deadline bijna nadert krijg ik pas ideeën. Eerder beginnen werkt niet, dan blijft het een holle ruimte bovenin”, vertelde schrijfster Karin Kuiper van het boek ‘SuperOlcay’ over het werken onder druk. Carolijn Visser, auteur van onder andere ‘Selma’ en veel reisverhalen gaf een prachtige uitleg over het opbouwen van een verhaal in verschillende lagen: “Verval niet in cliché’s over wuivende palmen en de azuurblauwe zee, maar laat het landschap een decor zijn waarbinnen iets gebeurt.” Ook woonde ik de workshop van een uitgever bij die ons van de illusie afhielp dat “niemand je manuscript zomaar gaat lezen”. Hij vertelde hoe een goede pitchline en fanbase helpen bovenop de stapel in plaats van eronder te belanden. Een advies waar ik hopelijk later nog mijn voordeel mee kan doen. Als dat tweede boek over Maxine ooit afkomt…

De woorden die kwamen als tranen komen nu steeds meer als verrijkte ervaringen die ik opdoe doordat Maxine me op nieuwe plekken brengt.

Ik blogde haar en mezelf de wereld in

Terwijl ik de krabbels tot me neem realiseer ik me dat ik op plekken kom waar ik zonder het verlies van mijn dochter nooit zou zijn gekomen. En ik ontmoet mensen die ik anders nooit had ontmoet. Nog steeds ben ik dankbaar dat ik door haar ben gaan schrijven. Ik blogde haar en mezelf de wereld in. Eerlijk en oprecht vertelde ik over haar ziekte en overlijden en over het leven met het gemis. Met die ziel en zaligheid die professioneel blogster Anna van Praag adviseerde zit het dus wel goed. “Hoe dichter bij jezelf, hoe beter” was haar belangrijkste tip. De woorden die kwamen als tranen komen nu steeds meer als verrijkte ervaringen die ik opdoe doordat Maxine me op nieuwe plekken brengt en anders naar de wereld laat kijken. Die verhalen verdienen het ook om verteld te worden. En volgens Anna word ik daar een betere schrijver van…

…Ik open een lege bladzijde in mijn opschrijfboekje en laat wat gevangen woorden en zinnen vrij. De start van een nieuw verhaal. Nu nog een lekkere eerste zin…

Over Marjolein Broeren

Marjolein Broeren is student aan de Schrijversacademie, waar ze naast de opleiding Romans en korte verhalen nu ook de specialisatie Storytelling volgt. Met haar bedrijf Beroeren maakt ze aansprekende, effectieve on- en offline content voor bedrijven en schrijf persoonlijke verhalen voor particulieren rondom betekenisvolle momenten. Op 2 juni bezocht ze onze studiedag in Amsterdam en schreef daar deze mooie blog over.

Meer blogs van Marjolein zijn te lezen op haar site.

In bijna alles zit een verhaal – Sandra Kreeberg

Crime scene

In bijna alles zit een verhaal. Zo overkomt het me dagelijks dat ik een situatie zie (of er zelf middenin zit ) die erom vraagt om opgetekend te worden.

Het helpt natuurlijk wel mee als je in het gelukkige bezit bent van grappige gezinsleden…

Zo zaten mijn dochter en ik op een regenachtige maandagavond in het plaatselijke stadskantoor. Mijn dochter zit op een school die de leerlingen frequent verplicht om allerlei buitenlandse reizen te maken. Komend jaar staat Amerika op het programma en zodoende had zij een paspoort nodig. De dame van de receptie gaf ons een volgnummer en nog voor wij het briefje in ontvangst konden nemen ging de zoemer om aan te geven dat de volgende wachtende aan de beurt is.

We namen plaats tegenover een zuinig kijkende baliedame en mijn dochter verkondigde dat ze een paspoort kwam aanvragen.

Daarop werd ze aan een soort kruisverhoor onderworpen. Hoe heet je? Wanneer ben je geboren? Wie is je vader? Wie is je moeder? Dochter gaf antwoord en met gevaarlijk lange nagels werden al haar antwoorden in het systeem genoteerd. Daarna moest het toestemmingsformulier van de vader worden overhandigd met zijn reisdocument, een pasfoto van dochter zelf. En ook ik moest bewijzen dat ik echt de moeder van mijn dochter ben. Tot slot wilde het systeem haar vingerafdrukken hebben. Daar trok dochter de grens. Dat is schending van privacy dacht ze en ze overwoog om haar vingerafdruk te weigeren. Maar de baliejuffrouw keek zo streng dat ze dat protest toch maar achterwege liet. Voorzichtig aarzelend plaatste ze haar vingers op het rode apparaat tot de juffrouw zei dat ze haar vingers weg mocht halen.

Na betaling van 51 euro en 45 cent konden we vertrekken.

Buiten schoot dochter uit haar slof. ..,,Nou! Nu zitten mijn vingerafdrukken voorgoed in het systeem. Nu kan ik mijn vieze zaakjes wel op mijn buik schrijven!” gierde ze. Ik, gespeeld geschrokken, ,,Hoezo? Wat voor vieze zaakjes??? Ja, dat is geheim verkondigde ze.

(Mijn dochter is een zeer verstandige, blonde griet van bijna zeventien jaar oud. Ze studeert hard voor haar gymnasium diploma, werkt regelmatig nieuwe kassameisjes in bij Albert Heijn, heeft toneelambities  en is zeer kritisch over ons opvoedbeleid ten aanzien van haar broertje.)

,,Ja”, ging ze door, jij denkt waarschijnlijk dat ik ’s nachts in mijn bed lig te slapen? Dat is een misvatting. Ik ben bezig met mijn vieze zaakjes, maar dat kan nu niet meer. Of ze kunnen bij justitie nu eindelijk de informatie die ze hebben over allerlei onopgeloste duistere praktijken eindelijk linken aan mijn vingerafdrukken. Misschien word ik vannacht wel gearresteerd door een peloton ME-ers”, knipoogde ze naar me. Ik viel intussen bijna van mijn fiets van het lachen. ,,Jij kijkt te veel Crime Scene Investigations!”, proestte ik. ,,We zullen zien. Eerst maar eens kijken wat er vannacht gebeurt”, antwoordde ze droog, terwijl ze haar fiets in de schuur parkeerde.

,,Je kunt natuurlijk ook van nu af aan handschoenen dragen bij het uitvoeren van je vieze zaakjes”, opperde ik en ik kroop meteen achter mijn computer om bovenstaand verhaal op te schrijven.

Zojuist hoorde ik op de radio dat is gevraagd aan premier Rutte om die vingerafdrukken weer uit het paspoort te halen. Dit omdat controles niet haalbaar zijn in verband met de dure apparatuur die daarvoor nodig is. Voor mijn dochter is het helaas te laat. Haar vingerafdrukken zitten vanaf nu in het justitieel apparaat. Maar die van mij nog niet. Ik kan mijn snode plannen gelukkig nog gewoon ten uitvoer brengen…..

Over de auteur:

Hoi, ik heet Sandra en ik ben in het bezit van een zeer levendige fantasie (dat werkt vaak in mijn voordeel, maar soms ook in mijn nadeel). Ik schrijf al verhalen sinds ik een pen kan vasthouden. Schrijven is voor mij een manier om vanuit een ander perspectief naar een gebeurtenis te kijken. Van mezelf ben ik nogal zwaar op de hand. Het schrijven helpt me de humor van een situatie in te zien in plaats van te gaan piekeren en rumineren. Nieuwsgierigheid, proberen en leren moet je mijns inziens altijd blijven prikkelen. Daarom ben ik vol enthousiasme begonnen aan een opleiding aan de schrijversacademie. Sinds begin 2015 ben ik werkzaam als freelance tekstschrijver en verslaggever voor de krant. Ik ben getrouwd en moeder van een zoon (11) en een dochter (16). Daarnaast voed ik een geleidehond op voor het KNGF.

Met de tram – Trudy Admiraal

Het lag al een tijdje op de plank, het prentenboekverhaal dat ik schreef als eindopdracht van de specialisatie Kinderboeken. Over een bijdehand jongetje in de Amsterdamse tram; een roadmovie (want daar hou ik zelf zo van) voor kleintjes. Mijn docent uit die tijd, Jowi Schmitz, vond het verhaal zó leuk dat ze het stiekem naar een uitgever stuurde. Ik ben er zelfs op gesprek geweest maar het lukte de uitgever niet een illustrator te vinden die tijd / inspiratie had.

Ondertussen was ik druk met boeken schrijven in opdracht (non fictie) en andere schrijfopdrachten, ik ben zzp’er. Vorig jaar heb ik een eigen boek uitgegeven: Heen & Weer, interviews met mensen die een historisch veerpontje hebben gekocht, samen met fotograaf Martijn Gijsbertsen gemaakt. Daar heb ik een eigen uitgeverij voor opgericht: Editie does. (Lang verhaal, bestaande uitgeverijen vonden het een prachtig project maar wilden het alleen uitgeven als wij het gingen betalen…)

Afgelopen voorjaar had ik zin in een nieuw project. En toen dacht ik aan dat kinderboekverhaal. Ik kende Brian Gunther nog van vroeger, hij is professioneel cartoonist en striptekenaar. Zijn stijl spreekt kinderen enorm aan. Hij vond het een leuk verhaal, we maakten samen een storyboard en Brian bracht de zomer door achter zijn tekentafel.

Het is hartstikke leuk om zelf een boek te produceren, je moet aan duizend dingen tegelijk denken, ik ben er zoet mee!

Want als het boek er dan is, begint het eigenlijk pas goed. Als uitgever moet ik er ook voor zorgen dat het wordt gekocht. Voor dit boek heb ik me aangesloten bij de Vrije Uitgevers, een cluster van kleine uitgeverijen, zodat ik nu een goedkopere aansluiting heb bij het Centraal Boekhuis. Het boek is op tijd gedrukt, het is leverbaar via de boekhandel en mijn webshop zodat elk kind het nog van Sinterklaas kan krijgen.

Ik heb samen met Esther (vriendin die ik leerde kennen op de Schrijversacademie!) vrijwel elke boekhandel in de wijde omtrek benaderd, de conducteurs van Lijn 13 gaan flyertjes uitdelen, ik zit sinds kort op facebook en heb een leuke boekpresentatie kunnen organiseren bij Hotel Buiten, de nieuwste hotspot aan de Sloterplas in Amsterdam, uiterst kindvriendelijk. Kom gezellig langs zaterdag 25 november van 12 tot 13 uur!

Natuurlijk heb ik ook persberichten gestuurd naar verschillende bladen en dat is aardig opgepikt. Deze week staan er interviews met mij in Stadsblad De Echo en de Westerpost (lokale bladen in Amsterdam) en zaterdag vind je me in de bijlage Vrij van de Telegraaf! Ook voor het decembernummer van MUG Magazine ben ik geïnterviewd, erg leuk en spannend om eens aan de andere kant van de tafel te zitten!

Trudy Admiraal

Over het boek: ‘Met de tram!’

Met de tram! wordt uitgegeven door Uitgeverij Editie does die is aangesloten bij De Vrije Uitgevers.  Het boek is binnenkort verkrijgbaar via de boekhandel en de webshop van de uitgeverij.

De vaste boekenprijs bedraagt 12 euro.

Harde kaft, 28 pagina’s FC, liggend formaat 28×21 cm. ISBN: ISBN  978-90-825744-1-8.

 

Schrijven voor de krant een vloek en een zegen

Het is iedere keer weer idioot om te constateren. Ik heb een interessant nieuwsfeit te pakken of een idee voor de krant. Ik leg dat idee vol elan voor aan de redactie. De redactie zegt ,,Oké, doe maar!”. Ik maak een afspraak voor een interview en dan gebeurt het. Zodra die afspraak concreet is. Zodra ik ergens heen moet om de informatie bijeen te krijgen die ik nodig heb voor mijn artikel, slaat de angst me om het hart. Een gevoel van paniek dat me bijna verlamd overvalt me. “Ik kan het niet! Ik wil het niet! Ik doe het niet!” schreeuwt elke cel in mijn lijf. Maar dat kan niet, want de afspraak staat genoteerd in mijn agenda. De krant rekent op mijn verhaal. Ik moet!

Vrijwel altijd is het zo dat ik eenmaal ter plaatse leuke gesprekken voer en prachtige anekdotes te horen krijg. Vol inspiratie en energie ga ik dan naar huis om enthousiast aan mijn artikel te gaan werken. Mijzelf afvragend waar ik me nou toch zo druk om heb gemaakt.

Een enkele keer loopt het echter anders.

Mijn opdracht deze keer is de nieuwe directrice van een biologische-dynamische zorgboerderij interviewen. Het lijkt mij leuk om af te spreken op het landgoed waar zij recentelijk directeur van is geworden. Dan voeren we het interview al wandelend over het prachtige perceel. Dat klinkt heel romantisch en dat is het natuurlijk ook. Alleen de romantiek was snel verdwenen toen de kakelverse directrice zich met een stevige handdruk aan mij voorstelde.

Ze stonk verschrikkelijk. Een grauwe walm van zure tabak en verschraalde nicotinedampen dartelden om haar heen. Het voorkomen van de vrouw stond in schril contrast met haar frisse, ecologische functie. Ik zette mij over mijn walging heen en stak van wal met mijn eerste vraag. Maar het gesprek ging niet van harte. De vrouw leek alleen te kunnen denken en praten in abstracte termen. En los van het feit dat ik geen flauw idee had wat ze allemaal bedoelde, groeide ook de paniek in mij. Hoe speel ik het klaar om van deze onbegrijpelijke woordenbrij een aantrekkelijk verhaal te maken? Een zenuwslopend uur later fietste ik naar huis met een hoofd vol faciliterende beleidsprocessen, ecologische voorwaarden en integrale benadering.

Thuis zette ik eerst een ferme pot thee. Met de hond aan mijn voeten en een zacht achtergrondmuziekje kwam ik langzaam bij. Ik pakte mijn aantekenboekje en kroop met kloeke tegenzin achter mijn laptop. Gelukkig had de natuur me niet in de steek gelaten. In mijn lead beschreef ik de eerste nachtvorst en de rijp die langzaam glinsterend wegsmolt in de vroege zonnestralen.

Daar was mijn begin.

Vervolgens verhaalde ik over samenwerking tussen alle verschillende  betrokken partijen en het evenwicht tussen mens en natuur. Uiteindelijk ben ik vijf keer opnieuw begonnen, heb ik heel veel onbegrijpelijke woorden moeten googelen voor hun betekenis en heb ik 657 kopjes rustgevende thee gedronken. Ruim vijf uur na mijn thuiskomst stond er eindelijk een tekst op mijn computerscherm waar ik enigszins tevreden over was.

Vrij worstelen met woorden om ze te verleiden tot het vormen van een aantrekkelijk verhaal is tot daaraan toe. Worstelen met een gesprekspartner is pas echt een nachtmerrie. ,,Ik doe het nooit meer!” riep ik tijdens het schrijven tegen de hond. Maar dat meen ik natuurlijk niet. Het volgende interview gaat over gebreide borsten. Kijk, dat kan gewoon niet misgaan!

Over de auteur:

Onze auteur is begonnen in september als student aan de schrijversacademie omdat ze wilt proberen, leren en ontwikkelen. Vooral dat proberen komt goed uit de verf. Ze werkt als freelance verslaggeefster, tekstschrijver  en professioneel woordenworstelaar.

Ik schrijf al heel erg lang, maar ben er niet voor opgeleid. Sinds een jaar of drie schrijf ik voor de krant. Vooral die opstartfase was af en toe tenenkrommend. Daarnaast schrijf ik voor een bureau dat trainingen mentale veerkracht verzorgd voor (in eerste instantie) geüniformeerde diensten (brandweer, ambulance, politie etc) dat vergt veel inlevingsvermogen. Ik wilde verdiepen in het schrijven. Technieken leren en uitgedaagd worden. Daarom heb ik eerst schrijfcoaching gevolgd. Dat beviel uitstekend. Daarna werd ik door een vriendin geattendeerd op het bestaan van de Schrijversacademie. Zij startte een half jaar voor mij haar opleiding bij jullie en was/is erg enthousiast. Door haar ervaringen ben ik me gaan verdiepen en heb daarna besloten de sprong te wagen (Eng. Nieuwe mensen leren kennen. Helemaal naar de grote stad…) Vooral de eerste lesdag heeft me heel wat slapeloze nachten en buikpijn van de zenuwen bezorgd. maar ik ben blij dat ik heb doorgezet. Ik vind het heel leuk om uitgedaagd te worden. Om van mijn gebaande paden af te wijken en op ontdekkingstocht te gaan met allerlei personages en schrijfstijlen en technieken.  Schrijven gaat in mijn beleving vooral over inspiratie die je soms bewust opzoekt en die je soms overvalt als een krijsend kind in de supermarkt. Het is daarom zaak om nooit zonder opschrijfboekje het huis te verlaten. Maar ook over jezelf over drempels heen durven duwen. Dat gaat nogal eens gepaard met de nodige slapstick. En daar kan je dan weer leuk over schrijven!

Aan de slag als auteur – Willie Lek

Als zélfs de weergoden goed gezind zijn, moet het vandaag een geweldige dag worden, mijmer ik in de trein, terwijl in de lome ochtendmist koeien en kalveren voorbij razen en grazen.

In Utrecht loop ik richting de Dom, makkelijk zat, die torent overal boven uit. Mariaplaats 14, daar moet ik zijn. Ik had het adres thuis gegoogeld, maar in het echt geloof ik mijn ogen niet. Komt het door de stadse stilte in dit vroege uur of gewoon door de kleur van de herfst, dat ik een beetje beduusd ben? Is het in dít het pand waar ik vandaag luister, leer en vragen kan stellen? Wauh.

Natuurlijk, een pand met cachet garandeert niet dat ik ook werkelijk iets opsteek. Dat de koffie van goede kwaliteit is, de spritsen naar roomboter smaken, de stapel vegetarische broodjes zijn weerga niet kent, de kroonluchters sprankelen, de fauteuils uit Engelse bibliotheken zijn gehaald, de boekenkasten tot een immens hoog plafond rijken: dat wil, nogmaals, allemaal niets zeggen over de inhoud van deze dag.
Totdat ik luisterde naar de aanstekelijke zinnen van Roos Schlikker, met een ondertoon die er niet om loog.

Er was een interview met Jaap Robben. Ooit kocht ik een van zijn eerste bundels, Zullen we een bos beginnen’, toen hij in 2008, tussen gordijnen in een Amsterdamse huiskamer, optrad. Een recensent van de Volkskrant schreef destijds: ‘Nieuwkomer Jaap Robben stelt van die prikkelende vragen die kinderlijk concreet en filosofisch tegelijk zijn. (…) Deze jonge dichter belooft wel wat, maar is er nog niet.’ Nu is hij een gevierd schrijver, zijn innemendheid is gebleven.
Ik volgde twee masterclasses. Hieke Jans, scenarioschrijfster, boeide een uur lang. GTST, zomaar een soap? Het woord ‘research’ werd met hoofdletters uitgesproken.
Remco Volkers vertelde in zachte, bedekte termen hoe we ons product kunnen ‘pitchen’.
‘Kun je een pitch bedenken voor het verhaal van Roodkapje?’

‘Hoe een ruikertje bloemen leidde tot een moordzaak’, misschien?
Ten slotte een paneldiscussie: een uitgever, een boekinkoper, de literair agent. Niet zoveel nieuws onder de kroonluchters: ga naar een boekenwinkel, koop weinig van de boekentoptien, schrijf secuur, lees breed, luister naar je uitgever en maak netwerken. Wel leuk om Grote Namen in het echt te zien. Terug in de trein zag ik weer de koetjes en kalfjes. Gelukkig maar, want er kon niets meer bij in mijn verzadigde hoofd.

Over de Auteur:

Willie Lek is student aan de Schrijversacademie en start in oktober met de eerste module. Het schrijven zit in ’t bloed, haar moeder heeft haar de liefde voor taal meegegeven. Ze groeide op, was de jongste van acht kinderen, in een druk gezin. Natuurlijk kwam ze daar niet makkelijk aan het woord, dan was schrijven dé manier om te zeggen wat ze duidelijk wilde maken. Zo is het gekomen, door moeder en de ‘Benjamin’ zijn.

Nu, járen, járen later is schrijven, naast hobby, ook een manier om haar gedachten vorm te geven. Het is niet de eerste cursus die zij volgt, zij reisde een jaar naar Amsterdam en een schrijfweek op Terschelling leverde haar eerste (autobiografische) boek op, “Druppelsgewijs”, hoe het leven in een klein dorp, in de jaren ’50 druppelsgewijs veranderde.

Waarom nu naar de Schrijversacademie?

‘Omdat schrijven een voortdurend proces is, en ik behoefte heb aan collega’s, nieuwe inzichten, nieuwe ideeën. Gezocht in het woud van aanbieders, de Schrijversacademie leek (lijkt!) het best bij mij te passen.’


Om professioneel aan de slag te kunnen met schrijven organiseren we vier keer per jaar een studiedag met masterclasses van mensen uit de schrijverswereld. Wil je ook een keer naar de studiedag komen? Klik dan hier.

Benieuwd naar de foto’s?