Via ons debuut nu haar eigen debuut?- Nicke Smeets

Non-fictie over voeding en leefstijl, een nieuw genre?

Nee hoor, het is wat ik doe binnen mijn praktijk voor voedingsadvies & coaching GroenGezond in een notendop. Want er bestaat veel fictie (anders gezegd: onzin) over gezonde voeding. Niet alleen de grote voedselproducenten proberen ons via inspirerende, maar onzinnige verhalen aan te sporen tot het kopen van hun gemaksproducten. Ook het internet staat vol met blogs, influencers en artikelen, die na een beetje eigen onderzoek vaak erg ongezonde diëten blijken aan te prijzen. Allemaal fictie. En daar kan ik niet zo goed tegen.

Ben ik dan tegen fictie? Zeker niet! Fictie is fantastisch! Ik houd ervan. Ik geniet van romans, films (science fiction-fan! Maar een knusse romcom is ook niet mis) en muziek. Verhalen,personages en werelden waar ik me graag even in onderdompel, met de vertrouwde wetenschap dat het níet de echte wereld is. Tijdelijke immersie in deze verhalen is heerlijk, maar het is ook goed om los te kunnen laten dat de wereld vergaat en we allemaal naar Mars moeten.

Als het over onze gezondheid gaat, dan zie ik iets geks gebeuren.

Om mij heen worden werelden verzonnen van gelukkige personages met alles voor elkaar, allemaal door dat ene fantastische (maar totaal niet gezonde) product. Koop, drink, eet het (of eet juist niets) en je wordt rijk, gezond en gelukkig. Het wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar de suggestie is zo sterk dat je het onbewust toch gelooft. Zo sterk is een goed verhaal. Zo ongezond kan fictie in de vorm van reclame zijn.

Met een achtergrond in media- en filmwetenschappen had ik al aardig wat handvatten op zak om de representatie van ongezonde voeding in de media te herkennen. Toen ik daarna (de eerste editie van!) Romans & Korte verhalen doorliep geleid door Kathy Mathys, kreeg ik hiervoor nog meer inzichten en oefeningen in handen. Fictie mag je zeker inspireren, maar dat je vervolgens diabetes type 2 ontwikkelt lijkt me niet de bedoeling. Daarom non-fictie over voeding, maar wat is dit dan?

Twee jaar heb ik nog bij een reclamebureau gewerkt, waardoor ik weer aan de fictiekant van producten kwam te zitten. Dit paste uiteindelijk niet bij mij (ik had even nodig om tot inzicht te komen), maar ik leerde er wel van. Het besef groeide dat ik voor mezelf wilde beginnen,
en dat ik iets met heldere, eerlijke informatie over gezonde voeding wilde doen. Want ‘lekker’ en ‘gezond’ combineren in een maaltijd was voor mij al jaren eigenlijk een soort hobby. Het zaadje voor GroenGezond was geplant.

Nu laat ik mijn cliënten zien dat gezonde voeding simpel kan zijn, en dat je vaak al veel goed doet op gevoel mits je de ongezonde mythes herkent. Cliënten in mijn praktijk worden gesterkt in hun gevoel dat ook zij gezond kunnen eten en leven. Een belangrijke eerste stap!
Ik geef voedingsadviezen op maat en begeleid cliënten stap voor stap in het wennen aan deze gezonde gewoontes. Uiteindelijk ontwikkelen ze zo zelf hún gezonde leefstijl. Gezondheid is een grondrecht en ik word gelukkig van het gevoel dat ik nu in staat ben om
mensen te helpen dit voor henzelf te realiseren.

Nog even over het schrijven.

De twee dingen die ik tijdens m’n schrijversopleiding heb
geleerd, waar ik nog steeds veel aan heb, zijn 1: ik houd van schrijven (een belangrijk inzicht), en 2: als ik maar blijf schrijven (letterlijk doortypen) dan komt m’n verhaal haast vanzelf. Deze twee inzichten (met de nodige oefening en handvatten van Kathy) hebben me
laten zien dat ik ook schrijfster kan zijn zonder romans te schrijven. Via artikelen op m’n website deel ik inzichten en tips over voeding met iedereen die het wil lezen, waarvoor ik lekker in m’n pen mag kruipen. Via persoonlijke consulten en coachingstrajecten neem ik
mensen al vertellend en beeldend aan de hand, de wereld van gezond leven in.

Maanden na de afrondingen van m’n opleiding raakte ik teleurgesteld in mezelf, omdat m’n debuutroman maar niet kwam. Ik hoef dit jou misschien niet te vertellen, maar vertellen is zoveel meer, zoveel breder dan ‘het boek’. Het duurde even voordat dit tot me doordrong.
Bijna alles wat we doen is een verhaal en sommige verhalen zijn fictie, sommige niet. Het belang is om te weten wanneer deze verhalen gezond zijn, en wanneer je jezelf juist beter door een non-fictie verhaal kunt laten inspireren. Als schrijfster en adviseur in voeding
hoop ik hier een verschil in te kunnen maken.

Heb je door het lezen van deze blog ook trek gekregen in een portie non-fictie over voeding? Dan nodig ik je graag uit om een kijkje te nemen op mijn blog!

Wil jij net als Nicke een schrijfopleiding volgen? Vraag dan informatie aan.

Een boek! – Marceline de Waard

Wie het meeste oud papier op school inlevert krijgt een prijs. Een jaar of zeven was ik en dol op lezen. En als er oud papier ingeleverd moest worden, was de prijs natuurlijk een boek. Ik wist het zeker en ging ervoor. De dag dat mijn vader oude telefoonboeken van zijn werk meebracht deed het: ik stond met stip bovenaan. Gespannen bleef ik de weken daarna de lijst in de gaten houden. Ik bleek onverslaanbaar en na wat een eeuwigheid leek was daar mijn prijs: een pakje wasco.

Ik heb jaren niet aan dit voorval gedacht, tot nu. Het intense verlangen naar een eigen boek is helemaal terug. Niet zomaar een boek, maar een boek met mijn naam op de kaft. Nog even en dan hou ik ‘Schandalig en andere zondagverhalen’ in mijn handen. Het ligt nu bij de drukker, is al te bestellen en als alles goed gaat krijg ik zaterdag het eerste exemplaar van mijn uitgever. Ik droom weg bij het beeld van de omslag. Rozerood, cognac en zacht witgrijs. Warme kleuren, een foto vol sfeer én prachtige witte letters die mijn naam vormen.

De stem van Wim T. Schippers galmt in mijn hoofd. Ken je die reclame waarin hij antwoord geeft op de vraag wat je iemand cadeau moet doen? Steevast is zijn antwoord: ‘Een boek!’

Mijn eerste boek, een verhalenbundel. Hoeveel mensen zullen het beetpakken, kopen en lezen? Zullen mensen het voor zichzelf kopen of als cadeau? Of gaat het stof verzamelen op de plank bij de uitgever? Nee, aan die laatste mogelijkheid weiger ik te denken.

Een boek! Mijn boek: een verhalenbundel met mijn naam op de kaft, afgelopen zaterdag had ik het  in mijn handen.

© Marceline de Waard -Een jaar geleden studeerde ze af aan de Schrijversacademie. Nu ligt haar eerste roman bij de uitgever en verschijnt haar eerste boek: een verhalenbundel

Wie ik dacht dat je was – door Nadia Menkveld

Het tweede verhaal dat verzekerd is van een plekje in de top 3 van de Thriller-schrijfwedstrijd is ‘Wie ik dacht dat je was’ door Nadia Menkveld! Op welke plaats Nadia precies is geëindigd blijft nog even geheim, maar het verhaal is alvast te lezen.

Alle verhalen zijn beoordeeld op stijl (woordkeus, dialogen, etc.), intrige (o.a. originaliteit, verrassing) en uiteraard op spanning.

Het verhaal van Nadia Menkveld werd door de jury bestempeld als spannend en strak geschreven, zonder zich schuldig te maken aan overbodige details of onnodige compilaties. In een mooie, vloeiende stijl neemt de schrijver je mee in een origineel verhaal mét een verrassend einde. 


Wie ik dacht dat je was

Je stapt binnen op de bedrijfsborrel. Je haar zit in een knot, maar niet een zakelijke strakke, hoog opgestoken knot. Nee, plukken blond haar golfen over je schouder en het speldje dat je hebt gebruikt om een paar plukken weg te steken hangt werkeloos in je haar. Het is duidelijk dat je hier niet hoort. Geen mantelpak, maar een roze fluwelen ribbroek en wijde pijpen. Je bloesje is wit, van zijde en doorzichtig. Wil je me daarmee iets vertellen? Wat doe je hier op de Zuidas tussen alle saaie krijtstreeppakken? Je bent als een toverbal die per ongeluk in de bak met suikervrije drop terecht is gekomen. Kleurrijk, spannend en zoet. Ik kan je bijna proeven. Ik wil je likken, laagje voor laagje zien wat er onder zit. Verrast worden. Genieten. Tot ik bij de zachte kern kom. Datgene waar het echt om gaat. Dat wat jij niet laat zien aan anderen. Dat je zo angstvallig verborgen houdt ook al heb je je doorzichtige bloesje aan.

‘Anna’ zeg je, als de jongen met een zonnebril in zijn haar vraagt hoe je heet. Anna. Een naam voor koninginnen. Klassiek. Stijlvol. ‘Een witte wijn. Pinot Grigio.’ Antwoord je als hij vraagt wat je wilt drinken.  Met je rug naar de bar en je ellebogen erop leun je naar achter. Je borsten tekenen zich af onder je zijden bloesje. Is dat wel verstandig? Hij lijkt onschuldig. Maar de zonnebril zou een wolf in schaapskleren kunnen zijn. Heb je American Psycho niet gezien?  Je bent waarschijnlijk opgegroeid in een wooncommune. Zo één met een bos, een boomhut en een zelfgebouwd theater in de achtertuin. Vrienden en familie om je heen. Iedereen aardig. Vriendelijk. En milieubewust. Een veilige omgeving. Je bent niet toegerust voor deze wereld. Dit is de Zuidas. Het centrum van kapitalisme. Hier is het eten of gegeten worden. En jij lieve Anna. Jij staat onder aan de voedselpiramide. Je bent een insect in deze kantoorjungle.

De zonnebril geeft je aandacht en je gooit je haar naar achter. Het speldje hangt nu los aan de zijkant. Je drinkt je derde glas Pinot Grigio leeg. Betaald door de zonnebril. Je weet toch wat hij van je wilt? Zijn hand ligt inmiddels op je onderrug en glijdt nog verder naar beneden. Waarom sla je zijn hand niet weg? Ben je zo makkelijk? Hij staat dicht tegen je aan. Je moet zijn lichaamswarmte door je zijden bloesje heen voelen. Dit gaat niet goed aflopen Anna.

Een andere krijtstreeppak komt erbij staan. De zonnebril stelt je niet voor, maar gaat met zijn rug naar je toe staan. Zo laat je je toch niet behandelen? Maar je blijft aan de bar en drinkt je wijn. Niemand die met je praat.

Ineens loopt de zonnebril weg en je blijft alleen over. Een lege barkruk naast je. Je kijkt op je telefoon en probeert druk te lijken, maar het is duidelijk dat je in de steek bent gelaten. Het is gênant. Je glas is leeg en je kijkt besluiteloos om je heen. De zonnebril staat met de krijtstreeppak aan een tafel. Hij heeft liever suikervrije drop, dan een mooie toverbal. En je staat op. Je pakt je rode tas van de vloer en loopt de deur uit. Eindelijk, Anna. Good for you. 

Het is donker buiten. De Zuidas is verlaten. Je loopt onder de tunnel door richting de Minervastraat. Je slaat af en loopt langs de stille kade. Je hakken klikken op straat. Net iets te hard. Je bent boos. Teleurgesteld. Maar dit is niet hoe de avond hoeft te eindigen. Misschien kunnen we de avond juist goed, beter, fantastisch laten eindigen. Het geluid van je hakken kaatst via de dure woningen weer terug naar de enige mensen die hier lopen. Jij en ik.

Je hoeft niet sneller te lopen. Ik wil alleen even met je praten. Je vertellen dat niet alle mannen zo zijn. Dat er ook goede zijn. Als je je maar openstelt. Dat Tinder, Happn en InnerCircle de verkeerde signalen afgeven. Op basis van een foto bepalen met wie je wilt daten is oppervlakkig. Een te grote neus? Swipe  links. Inhammen? Swipe links. Scheve tanden? Swipe links. Er zijn belangrijkere dingen dan een neus of haarlijn. Je moet iemand afpellen. Uiterlijk is slechts het eerste laagje. Eronder kan een diamant schuilen.

Je begint steeds sneller te lopen. Je wil niet toegeven aan je instinct. Je paranoia. Je waanbeelden. Had je dat maar wel gedaan, Anna. Dan had je die Uber nog kunnen nemen. Nu is het te laat. Nu zijn we alleen.

Je draait je om en ik kijk je recht aan. Je ogen zijn prachtig. Groen. Met een amber randje. Je pupillen worden kleiner. Je hoeft niet bang te zijn, echt niet. ‘Wie ben je?’ vraag je. Je zoekt toenadering. Jij wilt mij ook beter leren kennen. Ik wist wel dat je niet zo oppervlakkig zou zijn. Dat je door mijn imperfecties heen kon kijken. Je hebt naar rechts geswiped. We zijn een match. Mijn hart maakt een sprongetje. ‘Ik ben John’ antwoord ik vriendelijk. ‘Waarom volg je me?’ We hebben contact. Je bent anders dan alle andere vrouwen. ‘Ik wilde je waarschuwen Anna’  Bij het horen van je naam, schrik je. Shit. Ik had je naam niet moeten noemen. Te laat. ‘Niet bang zijn. Ik. Ik wil je alleen beter leren kennen’ Je antwoordt niet. Waarom antwoordt je niet? Heeft de angst het nu overgenomen? Je reptielenbrein treedt in werking. Vluchten, vechten of bevriezen. Wat wordt het? Niet rennen. Ik heb je nummer niet. Maar je rent toch. Ik ren achter je aan, maar je bent snel. Je zit duidelijk op een sport. Beetje bij beetje haal ik je in. Je draagt hakken. Een nadeel. Ik strek mijn arm uit en leg mijn hand op je schouder. Ik wil je geruststellen, maar je draait je fel om en schudt mijn hand van je schouders. In je rechterhand schittert plotseling een mes. En zonder waarschuwing. Zonder greintje mededogen. Zonder aarzeling zet je het mes in mijn ribben. De punt glijdt precies tussen twee ribben door zo mijn milt in. Met een bloedende milt houd je het niet lang vol. Het is zo afgelopen met me. Ik steek mijn hand uit om je zachte huid te voelen, maar je deinst terug. Mijn arm valt op het harde asfalt. Een zachte plof. Ik kijk je aan. Met koude ogen kijk je terug. Je laat me liggen als een oude lappenpop. Waar is onze liefde gebleven? We waren een match. Jij was toch mijn toverbal? Of had ik het mis? Misschien ben je toch niet wie ik dacht dat je was.

Hoe word ik een briljante schrijfster? – Door Ellen Kusters

Zoals de titel misschien doet vermoeden, vind ik mezelf zeker geen briljante schrijfster. De vraag is: wil ik een briljante schrijfster zijn/worden en wat is dat precies? Geen idee, dan heb je wellicht een heleboel bestsellers op je naam staan en zijn je boeken in allerlei talen vertaald en misschien zelfs verfilmd. Nou ja, dat is meer mijn definitie van een briljante schrijfster.
Ik weet één ding heel zeker; ik wil vooral mijn verhalen delen met de hele wereld (als het effe kan, haha!) en zoveel mogelijk mensen bereiken en vermaken.

Van juf naar schrijfster?

Tja, dan ben je opeens geen juf meer en heb je een boek geschreven. Zo is het bij mij inderdaad gegaan. Niet zo snel als ik hier schrijf natuurlijk. Dat proces heeft heel wat langer geduurd. Nu vraag je jezelf natuurlijk af hoe dit (succes)verhaal verder gaat?
Tenminste, ik vind dit zelf een behoorlijk succesverhaal. Hoe ontzettend naar en ongelofelijk vervelend ik die donkere periode tijdens mijn burn-out ook vond, toch is de afloop een succes wat mij betreft. Zo was ik er anders nooit achtergekomen, dat ik van schrijven erg gelukkig en blij word. Dat het gevoel iets nieuws te creëren fantastisch is en een heleboel vrijheid met zich meebrengt. Dingen zelf te mogen en kunnen bedenken, is zoveel leuker dan ik ooit had verwacht. Het smaakt absoluut naar meer.

Ik heb in die maanden zoveel na kunnen denken en veel over mezelf en mijn gedrag geleerd, dat ik nu veel beter weet wie ik ben en wat ik wil. En daar hoort ook bij: wat ik kán. Inderdaad, maar ondanks dat ik veel geleerd heb en bezig ben met een opleiding vind ik mezelf (nog) geen briljante schrijfster. De vraag is natuurlijk: Hoe word je dat dan? En kun je een briljante schrijfster worden? Moet je dat überhaupt willen? Het antwoord op deze vragen moet ik je helaas schuldig blijven, want als ik dit wist, had ik de oplossing al lang op mezelf toegepast😉!

DE VOLGENDE STAP

Wil ik verder komen in het schrijven, moet ik mezelf zo goed mogelijk ontwikkelen als schrijfster. Dat vind ik in ieder geval. Is het een vereiste? Moet je per se een opleiding volgen om goed te kunnen schrijven? Nee, dat denk ik niet. Toch wil ik mezelf alle kansen geven om mijn schrijven te verbeteren. Al heb ik een boek geschreven, wil dat nog niet zeggen dat ik er ben. Helemaal niet zelfs. Dit was slechts het begin. Ik heb nu even geproefd van het schrijven en de euforie van het hebben van je eigen boek. Eerlijk is eerlijk; het is een heel bijzonder moment om voor de eerste keer je eigen boek in handen te hebben en te voelen en ruiken. Dat wil ik nog veel vaker meemaken. Ik wil het liefst zoveel mogelijk boeken en verhalen schrijven en hiermee zoveel mogelijk mensen bereiken. Hoe kan ik dat beter bereiken dan met het volgen van een opleiding.

En zo geschiedde: op 1 december 2017 startte mijn opleiding Creatief Schrijven Compleet aan de Schrijversacademie. Een opleiding van ongeveer twee jaar; met een basisgedeelte en een 4-tal specialisaties, die ik zelf mag kiezen.

VAN JUF TOT STUDENT

Haha…dat klinkt gek, toch? Ik was juf en bracht kinderen kennis en vaardigheden bij en nu zijn de rollen omgedraaid; ben ik de student, die moet leren van haar docent. Is het moeilijk om nu de student te zijn?
Gek genoeg geniet ik er met volle teugen van. Ik heb in eerdere blog verteld over mijn klasgenoten van de pabo, die super ijverig en enthousiast aan de slag gingen met hun huiswerk- en studieopdrachten. Hoe ik me aan hen irriteerde, omdat ik het overdreven vond en zelf absoluut niet diezelfde behoefte voelde om ook zo ijverig aan het werk te gaan. Weet je wat het gekke is? Nou ja, waarschijnlijk raad je het al; nu ben ik zelf die overijverige student, die niet kan wachten om de volgende opdracht te gaan maken. Hoogst irritant misschien voor de andere studenten in mijn groep, maar ik kan er niks aan doen. Het voelt gewoon heel goed, alsof alle puzzelstukjes op hun plek vallen en ik nu pas op de goede plek zit.

Ik heb mezelf de afgelopen twee jaar zo vaak afgevraagd of ik vijfentwintig jaar geleden niet de verkeerde keuze heb gemaakt. Had ik niet beter iets anders kunnen gaan studeren? Maar wat heb ik eraan? Schiet ik er iets mee op om dat te weten? Ik denk van niet. Het maken van de opdrachten gaat me trouwens gemakkelijk af. Het kost me zelfs geen enkele moeite. Ik kan het niet goed uitleggen, maar wanneer mijn pen het schrift raakt, begint deze een eigen leven te leiden. Althans, zo lijkt het. Opdracht na opdracht wordt goedgekeurd en na zes maanden is het basisgedeelte succesvol afgerond en kan ik aan mijn eerste specialisatie Storytelling in Amsterdam beginnen.

Wat ik hoop te leren

Ik ben benieuwd wat deze specialisatie me gaat brengen. Ik hoop hiermee genoeg te leren over het zakelijke deel van schrijven. Zeker omdat ik ideeën genoeg heb om uit te voeren. Mijn verhaal moet alleen op een goede, persoonlijke manier worden verteld en de wereld in gebracht worden. Het moet mensen raken, ze moeten er gevoel bij krijgen. Dat is wat Storytelling doet. Het verhaal achter het merk vertellen.

Oké, een opleiding om mezelf te verbeteren in het schrijversvak. Zou dat genoeg zijn om een briljant schrijfster te worden? zijn er nog meer elementen die hierin een rol spelen en een bijdrage kunnen leveren? Wat kan ik, kortom, nog meer doen om succes te krijgen? Dat is nu de hamvraag.

Mocht je de perfecte tip of oplossing voor mij hebben, dan hoor ik dat uiteraard graag.

Liefs Ellen


Over Ellen Kusters

Ellen Kusters (42) is sinds 2017 student aan de Schrijversacademie. Ze is 20 jaar juf geweest en schreef hierover het boek: ‘Er was eens… een juf’. Het studeren aan de Schrijversacademie is een droom die uitkomt, omdat ze als klein meisje al veel met taal bezig was en verhaaltjes en gedichtjes schreef. Inmiddels heeft Ellen de basismodules afgerond en zit haar eerste specialisatie ‘Storytelling’ er alweer op. Haar tweede specialisatie ‘Autobiografisch schrijven’ is afgelopen maand begonnen. Waarom een schrijfopleiding? Ellen heeft als doel om alle handvatten te leren en zo haar schrijversaspiraties waar te maken.

Je veux de l’amour – met dit verhaal behaalde Tineke van Woudenberg een plek in de top 3

De top 3 is gekozen!

Deze week maken we de top 3 van onze zomerse schrijfwedstrijd bekend! Op maandag, woensdag en vrijdag publiceren we steeds 1 verhaal op onze site.

Let wel op… dit doen we in willekeurige volgorde.

Iedereen uit de top 3 wint een mooie prijs. Nadat alle verhalen gepubliceerd zijn, zullen we onthullen wie is geëindigd op nummer 1 en een plekje wint in de gloednieuwe klas Autobiografisch schrijven!

Vandaag het verhaal van Tineke van Woudenberg. Gefeliciteerd!


Je veux de l’amour

Ik babbel met de gast die mij een glas aanbiedt
tot ik genoeg heb voor een volgende stap
ik babbel met het meisje dat er tof uitziet
ik sloof me uit, een compliment, een grap
maar ik wil geen grap meneer
ik wil geen grap
je veux de l’amour
(Raymond van het Groenewoud)

Wat nou vakantieliefde. Ik wil gewoon liefde, Altijd en overal!

Er zijn mensen die er het hele jaar naar uitkijken. Vakantie. Ze zetten er geld voor opzij, ze zijn eindeloos bezig met het uitzoeken van de accommodatie, de reis, de geschikte periode. Die paar weken van het jaar moet alles gebeuren. Dan moet het mooi weer zijn. Dan moet er lekker eten zijn. Dan moet die potentiële vakantieliefde ook op die plek aanwezig zijn. En beschikbaar ook, natuurlijk. Zoveel eisen. Alles moet perfect zijn.
Maar er gaat altijd wel iets mis. Het beloofde uitzicht uit het appartement is er niet. Het vliegtuig is vertraagd. De bagage is kwijt. Het is te koud, te heet, te nat, te droog. En die mogelijke lover is toch minder mogelijk. Of minder lover.

Een klasgenootje van vroeger, laten we haar Monique noemen, kwam elk jaar in september naar school met verhalen over de vakantieliefde van dat jaar, van die zomer. Wekenlang bleef ze dan mijmeren over die mooie jongen. Ze speurde de school af naar jongens die op hem leken, maar niemand van onze school kwam in de buurt van haar vakantiegod.

Ik wou dat ook wel, een vakantieliefde. Elke zomer hoopte ik dat het zou gebeuren. Maar ik kwam hem nooit tegen.

Misschien was onze manier van vakantie vieren er niet echt geschikt voor. Monique stond vier weken op dezelfde camping in Frankrijk aan een meer met een surfstrandje. Wij verbleven in een eenzaam huisje of trokken rond van hotel naar hotel.

Misschien zag ik er niet goed genoeg uit. Monique was van zichzelf al lichtbruin en stond dan glimmend van de zonnebrandolie fier en topless op haar surfplank. Ik was bleek of anders roodverbrand. Ik kon niet fier staan, al helemaal niet op een surfplank.

Misschien wist ik ook gewoon niet hoe dat moest, contact leggen, iemand aanspreken. Monique was er kampioen in. En als ze het even niet wist kon ze ook nog wel haar broertje of zusje inzetten om een boodschap over te brengen. Ik vond het al moeilijk genoeg om met mensen te praten die ik al wel kende. En mijn broer zei al helemaal niets, tegen niemand.

Dus het werd nooit wat, die vakantieliefde.

Ik droom er niet meer van.

Tegenwoordig gaat alles vanzelf. Overal waar ik kom word ik aanbeden. Elke dag. In elk gezelschap. Niet alleen thuis. Ook op kantoor. Zelfs de kaasboer ontvangt me met heel veel liefde en aandacht. Elke week!

Dat is wat ik nodig heb. En dat is wat ik krijg. Ik hoef niet een heel jaar lang te wachten op vier weken vakantieliefde. Ik krijg het nu. Altijd. Overal.

Hete bliksem – met dit verhaal behaalde Elisabeth Weers een plek in de top 3

De top 3 is gekozen!

Deze week maken we de top 3 van onze zomerse schrijfwedstrijd bekend! Op maandag, woensdag en vrijdag publiceren we steeds 1 verhaal op onze site.

Let wel op… dit doen we in willekeurige volgorde.

Iedereen uit de top 3 wint een mooie prijs. Nadat alle verhalen gepubliceerd zijn, zullen we onthullen wie is geëindigd op nummer 1 en een plekje wint in de gloednieuwe klas Autobiografisch schrijven!

Vandaag het verhaal van Elisabeth Weers. Gefeliciteerd!


Hete bliksem

Haar mond is een stukje geopend, ze snurkt zachtjes. Haar adem ruikt naar zoete appeltjes, ondanks de pizza met extra knoflook die we vandaag gegeten hebben. Ik leun op een elleboog en kan mijn ogen niet van haar afhouden. De drukkende warmte heeft een laagje zweet dat glanst als parelmoer over haar lichaam gelegd. Ik luister naar het gerommel van onweer in de verte; het lijkt dichterbij te komen. Het kan behoorlijk spoken hier tussen de bergen aan het Lago Maggiore. Bliksemflitsen volgen elkaar steeds sneller op en zetten ons tentje in een flikkerend groen licht. De geur van ozon prikt in mijn neusgaten. Iris mompelt iets, maar slaapt door. Ze ligt op haar rug op het luchtbed, de witblonde haren als een aureool om haar hoofd. Bij iedere ademhaling zie ik de welving van haar borsten rijzen en dalen. De tepels prikken door de soepele stof van het zijden hemdje dat ze draagt. Ik weet dat ze baalt van het bescheiden formaat van haar borsten, maar ik vind ze prachtig. Precies goed eigenlijk: ze passen bij de rest van haar elfachtige uiterlijk. Sexy Tinkerbell in menselijk formaat. Mijn hand glijdt als vanzelf naar beneden mijn slipje in. Ritmisch draaien mijn vingers rondjes over het thermostaatknopje tussen mijn benen. Ik voer het tempo en de druk op en haal steeds sneller adem. Vlak voordat ik klaarkom verlicht een bliksemschicht ons tentje alsof er een schijnwerper op wordt gericht. Ik ben verliefd op haar. Het besef slaat in, gevolgd door de rollende donder die mijn gekreun overstemt.
Iris schiet overeind. ‘Wat was dat?’
‘Rustig maar, het onweert.’
Ze gaat weer liggen, maar ik zie dat ze trilt.
‘Ben jij bang?’ Ze kijkt me met grote ogen aan.
‘Nee.’ Niet voor het onweer.
Ze schuift wat dichter naar me toe en pakt mijn hand, waarvan de middelste vingers nog vochtig zijn. Ze krimpt in elkaar bij iedere donderslag. Hand in hand liggen we te wachten tot het natuurgeweld voorbij is. Ik voel me gelukkig en verdrietig tegelijk en denk aan alles wat niet zo mag zijn.

‘Hé schat, jij lijkt ver weg.’
Ik schrik op uit mijn herinneringen wanneer mijn man de keuken binnenkomt.
‘Ik stond na te denken over het avondeten’, lieg ik.
‘En, wat wordt het?’ vraagt hij gretig.
‘Stamppot met zoete appeltjes’, improviseer ik vlug.
Hij komt achter me staan, duwt me met zijn heupen tegen het aanrecht en zoent me in mijn nek.
‘Mmm lekker, hete bliksem’ fluistert hij.

Het uitgeefproces (4) door Anne Ruhl

Vind je het leuk als we je manuscript uitgeven?

Heel even denk ik dat ik het gemaakt heb na het lezen van deze mail. Anne Ruhl, kinderboekenschrijfster. De bestsellers vliegen me in gedachten om de oren. Nu kan ik chocola gaan eten op de bank. De rest gaat vanzelf.
Heel even.
Ik schud mijn hoofd en raak lichtelijk in paniek. Vóór 1 augustus moet ik wel 30.000 woorden hebben en moeten alle verhalen kloppen. Ik leg de repen Tony Chocolonely maar even in de koelkast. Ik beloof mezelf na elk hoofdstuk een stukje.

De dappere zoon Frederik gaat appels plukken in het hoofdstuk waar hij ontdekt wie de grote oplichter is. Oeps, daar gaat het mis. In maart hangen er helemaal geen appels aan de bomen. Ik ga alle hoofdstukken door om de data naar oktober te veranderen.

De chaotische zus Roeltje wordt bedreigd. Het arme schaap leent geld van de verkeerde man. Dat komt haar duur te staan. Ze moet het bedrag binnen een maand terugbetalen. Ik print mijn hele manuscript. Aan het eind van het boek is het ook het einde van de maand. Komt dat even mooi uit. Het lijkt bijna niet zelf bedacht. Het bedrag van Roeltjes schuld verdubbelt dagelijks. Op mijn rekenmachine typ ik met een klein beetje leedvermaak haar groeiende schuld in. Arme Roeltje.

1 augustus: vol trots stuur ik de verbeterde versie op

De redacteur gaat met haar rode pen door mijn werk en ik hoop dat ze niet zoveel inkt nodig heeft. Onbevreesd open ik het mailtje met aanpassingen. Ik staar ernaar. Ik scrol. Ik knipper met mijn ogen om niet te gaan huilen. Zoveel! Mijn toch-wel-bijna-perfecte-boek is niet zo perfect als ik dacht. Er zijn veel verbeteringen aangebracht en ai, ook spelfouten uitgehaald.

Ik ren naar de koelkast. Waar is Tony als je hem nodig hebt?

De bestsellers verdwijnen uit mijn hoofd, maken plaats voor lelijke krantenkoppen. Vreselijke recensies. Of nog erger. Niks. Niemand die mijn boek wil lezen, niemand die het koopt. Ik slik. Gooi de lege verpakking weg en verman me.

Feedback is een cadeautje

Ik open mijn laptop weer. Nu niet meer met de intentie om hem over het balkon te gooien. Feedback is een cadeautje lees ik op een van de websites waar ik heen vlucht om maar niet naar de rode strepen te hoeven kijken.

Feedback is een cadeautje. Dat wordt mijn nieuwe motto.
Feedback is een cadeautje, mijn boek wordt er alleen maar mooier door.
Feedback is een cadeautje, mijn boek en mijn karakter worden er mooier van.

Ik kijk mijn angst recht in de ogen aan en lees trillend de rode letters nog eens.
Feedback is een cadeautje, echoot het in mijn hoofd. Ineens zijn de woorden in de kantlijn niet meer zo scherp en kan ik me in sommige opmerkingen wel vinden.
Ik pas aan en herschrijf. Als ik later de verhalen teruglees zijn ze veel mooier. De tekst is vloeiender en het geheel klopt.

Ik stuur mijn manuscript weer terug naar de uitgever.
Mijn koelkast vul ik met watermeloen en aardbeien. Vitamines zijn een cadeautje en strenge redacteuren ook.

Over de auteur

Anne Ruhl woont in Nieuw-Vennep met haar man en Italiaans windhondje. Als ontspanning leert ze Scandinavische talen. Op vakantie neemt ze uit ieder land een bijzondere theedoek mee die ze vervolgens nooit gebruikt, maar wel ophangt om mooi te zijn. In het najaar van 2015 startte ze met de Schrijversacademie om naast haar werk als leerkracht haar talenten verder te ontwikkelen. Haar debuut ‘Mevrouw Stip en Roeltje, de charmante oplichter’ zal in september 2018 uitkomen bij Buddy Books.

 

Bewust Bekwaam Bloggen – door Petra Berger

Bewust Bekwaam Bloggen

BBB is in de sportschool een afkorting voor Buik Billen Benen. Daar wil ik het nu niet over hebben wél over Bewust Bekwaam Bloggen. Dat is namelijk wat ik probeer te doen. Ik zit achter mijn laptop en naast mij ligt mijn getuigschrift van de opleiding Columns en blogs schrijven. Ik ben dus heel bewust van mijn bekwaamheid, alleen die blog nog…

Perfecte blog

Die blog lukt niet. Uren zit ik al achter mijn laptop en er komt niets, geen woord, geen letter, helemaal niets. Mijn bewust bekwaamheid is doorgeslagen in faalangst. Vanaf nu ben ik immers geen student meer maar een blogger met een officieel getuigschrift. Mijn blogs moeten vanaf nu perfect zijn. Helemaal nu ik dit schrijf voor de website van de Schrijversacademie, dan moet het méér dan perfect zijn. Dan lezen namelijk niet alleen mijn docent en mijn veilige studiegroepje deze blog maar álle docenten en medestudenten. Iedereen met verstand van schrijven kan dit straks lezen én kan feedback geven. Als ik daar aan denk explodeert mijn faalangst en val ik terug in de bewust onbekwame leerfase.

Die eerste pakkende zin

Als je bewust onbekwaam bent weet je niet hoe je het moet aanpakken. Nog langer naar mijn laptop staren heeft weinig zin. Ik moet deze angst aanpakken en begin met schrijfoefeningen. Ik wandel een stukje en noteer alle woorden en zinnen die ik hoor. Ik ruik, voel en snuffel aan alles en ga weer achter mijn laptop zitten. Vol goede moed begin ik aan die eerste pakkende zin. Ik begin steeds opnieuw want ik vind niets goed genoeg. Mijn onmacht neemt toe en ik besluit op te geven. Ik mail straks dat er geen blog komt en stuur mijn getuigschrift terug. Ik ben de slechtste student ooit en schrijf nooit meer een blog.

Feedback geven

Maar nooit meer bloggen is wel heel drastisch en zelfs een beetje hysterisch. Ik blog namelijk wekelijks voor het tijdschrift Vriendin en dan zal deze blog voor de Schrijversacademie niet lukken. Dat is te gek voor woorden. Ik moet mijn plezier in het schrijven weer voelen en vooral stoppen met denken. Niet denken aan al die docenten en medestudenten en misschien moet ik daar ook helemaal niet zo tegenop zien. Want die docenten en studenten hebben wél geleerd hoe ze feedback moeten geven en dat kan ik niet van iedere lezer op social media zeggen.

Ik schrijf wat ik schrijf

Die perfecte blog moet ik ook uit mijn hoofd zetten want niet iedereen zal mijn blogs perfect vinden. Je hebt nu eenmaal te maken met verschillende lezers en iedereen heeft zijn eigen smaak. Net zoals iedereen schrijver zijn eigen stijl heeft. Ik heb die stijl ontdekt bij de basismodule en die hoort bij mij. Ik schrijf wat ik schrijf want ik ben wie ik ben. Je vindt het goed of niet goed en je leest het of je leest het niet. Het is natuurlijk wel fijn als mijn blogs gelezen worden en feedback ontvang ik ook graag. Heel graag zelfs! Want ik ben nooit uitgeleerd.

Maar eerst ga ik naar een andere school, de sportschool, om daar mijn BBB oefeningen te doen.

Over de Auteur

Petra is student aan de Schrijversacademie en haar blogs zijn iedere week online te lezen bij het tijdschrift Vriendin. Daarnaast maakt ze regelmatiguitstapjes naar de kranten zoals Metro en NRC. 

 

 

 

Van gruwelijke nachtmerrie naar prachtig boek – door Silvie Kamphuis

Het is bijna een jaar geleden dat mijn blik viel op een oproep op Facebook van Nikki Lee Janssen. Ze schreef dat haar naaktfoto’s en -video’s waren gestolen door een hacker. Deze onbekende probeerde haar te chanteren, om vervolgens zijn dreigementen kracht bij te zetten door alvast een pikant filmpje op Dumpert en Facebook te publiceren. Haar leven stond op zijn kop, maar Nikki wilde allesbehalve een slachtoffer zijn. Ze bond de strijd aan tegen de hacker, Dumpert, die haar privé-filmpje zomaar online had gezet, de politie, die haar maar niet serieus leek te nemen en ze wilde een boek schrijven. Een handboek voor iedereen die te maken krijgt met online shaming en kan leren van haar afschuwelijke ervaring. Zelf was ze alles behalve een schrijver, dus ze zocht iemand die haar verhaal kon verwoorden.

In de klappers las ik de e-mails van de hacker, de afschuwelijke commentaren van de reaguurders op Dumpert, de brieven van advocaten en de verbaasde reacties van vrienden en familie die haar naakt waren tegengekomen op internet.

Ik stuurde haar een bericht dat ik haar graag wilde helpen met links naar mijn blog antisleur en mijn portfolio en tot mijn grote blijdschap was ze meteen enthousiast. Ik voelde me enorm vereerd,  want er hadden tientallen schrijvers op haar oproep gereageerd. We spraken af in een restaurant in Zaandam en het wederzijdse vertrouwen was er meteen. Ik kreeg alvast twee klappers met informatie en een paar dagen later bevestigden we onze afspraken formeel. Ik ging meteen aan de slag. In de klappers las ik de e-mails van de hacker, de afschuwelijke commentaren van de reaguurders op Dumpert, de brieven van advocaten en de verbaasde reacties van vrienden en familie die haar naakt waren tegengekomen op internet. In mijn hoofd vormden zich de contouren van het verhaal en ik bereidde me voor op een serie interviews via Skype.

Ontelbaar veel vragen heb ik Nikki gesteld en zelfs de onmogelijke vraag ‘Mag ik de foto’s zien?’ bleek niet te gek.

Nikki bleek enorm openhartig en enthousiast, wat voor mij als schrijver een enorme luxe was. Iedere dag dook ik in haar belevingswereld, wat telkens weer nieuwe vragen opriep:

Hoe heb je je vriend Joost leren kennen?
Wat was de eerste keer dat je pikante foto’s naar hem stuurde?
Hoe voelde je je daarbij?
Waarom was het belangrijk voor jullie relatie?
Hoe is je relatie met je ouders?
Hoe reageerden ze toen ze erachter kwamen?
Beschrijf je eerste werkdag na de hack en de publicatie op Dumpert?

Ontelbaar veel vragen heb ik Nikki gesteld en zelfs de onmogelijke vraag ‘Mag ik de foto’s zien?’ bleek niet te gek. Ik wilde de momenten beschrijven dat ze de foto’s maakte en hoe kon ik dat doen zonder te weten wat er op die foto’s stond? Nikki deelde alles zonder terughoudendheid en dat vertrouwen heeft ervoor gezorgd dat ik heel dicht op de huid van Nikki heb kunnen schrijven. Veel ‘show’ en weinig ‘tell’. Mensen vertellen me dat het verhaal spannend en meeslepend is en dat je het niet weg kan leggen. Als je het leest, ben je Nikki en dat was precies de bedoeling.

Ik zag waar het verhaal beter kon worden, ware het fictie geweest, maar ik moest mijn fantasie koest houden.

Ik gebruikte het manuscript ‘Niet van iedereen’ ook voor mijn lessen bij mijn specialisatie Romans & korte verhalen aan De Schrijversacademie en kwam daarbij ook vaak een beetje in de knoop. Het was geen fictie, het was waargebeurd, dus ik was gebonden aan de werkelijkheid. Voor de spanning in het verhaal was het bijvoorbeeld misschien goed geweest als het gevecht tegen online shaming voor grote relatieproblemen had gezorgd, maar zo was het niet. Om clichés te voorkomen was het misschien goed geweest als de directeur van Dumpert geheel onverwacht een keurig nette vrouw in een mantelpakje was en om het verhaal rond te maken was het misschien goed geweest dat aan het einde van het verhaal de hacker werd gepakt. Maar dat is allemaal niet gebeurd, dus soms was dat frustrerend als schrijver. Ik zag waar het verhaal beter kon worden, ware het fictie geweest, maar ik moest mijn fantasie koest houden. Mijn mede-schrijvers bij De Schrijversacademie en docent Jowi Schmitz hebben me enorm geholpen om ook binnen deze beperkingen een sterk verhaal neer te zetten en daarnaast me ervan overtuigd dat ik naast mijn werk als biograaf en ghostwriter ook fictie moet schrijven.

Ik mocht samen met Nikki, Gertie Vos, vormgever en fotograaf en Uitgeverij Palmslag van een gruwelijke nachtmerrie een prachtig boek maken. Ik ken maar weinig dingen die meer positieve energie geven en ik hoop dat ik in de toekomst nog heel veel bijzondere verhalen voor mensen op papier mag zetten.

‘Niet van iedereen’ is nu te koop bij Uitgeverij Palmslag.

Bloggend de wereld in – door Marjolein Broeren

Eén van mijn liefhebberijen is het vangen van woorden en zinnen. Ik vang ze op straat, thuis, op de school van mijn dochter, in boeken en op verschillende sociale kanalen. Mijn onzichtbare antenne is er gevoelig voor. De leukste en mooiste woordcombinaties noteer ik in mijn opschrijfboekje. Geduldig wachten ze daar op mijn kritische oog. Bij een nieuw verhaal scan ik het boekje op lekkere zinnetjes. De meest passende krijgen dan een regel in datgene wat ik wil vertellen. Anderen blijven toevertrouwd aan het papieren boekje, tot zich een nieuwe kans voordoet.

Een overvloed aan uitspraken, adviezen en ingevingen baanden zich via mijn pen een weg naar het papier op mijn schoot.

Pitchline en fanbase

Tijdens de studiedag van de Schrijversacademie zijn de krabbels in mijn boekje  behoorlijk uitgebreid. Een overvloed aan uitspraken, adviezen en ingevingen baanden zich via mijn pen een weg naar het papier op mijn schoot. Als ik het op de terugweg doorblader valt mijn oog op verschillende zinnen: “Als de deadline bijna nadert krijg ik pas ideeën. Eerder beginnen werkt niet, dan blijft het een holle ruimte bovenin”, vertelde schrijfster Karin Kuiper van het boek ‘SuperOlcay’ over het werken onder druk. Carolijn Visser, auteur van onder andere ‘Selma’ en veel reisverhalen gaf een prachtige uitleg over het opbouwen van een verhaal in verschillende lagen: “Verval niet in cliché’s over wuivende palmen en de azuurblauwe zee, maar laat het landschap een decor zijn waarbinnen iets gebeurt.” Ook woonde ik de workshop van een uitgever bij die ons van de illusie afhielp dat “niemand je manuscript zomaar gaat lezen”. Hij vertelde hoe een goede pitchline en fanbase helpen bovenop de stapel in plaats van eronder te belanden. Een advies waar ik hopelijk later nog mijn voordeel mee kan doen. Als dat tweede boek over Maxine ooit afkomt…

De woorden die kwamen als tranen komen nu steeds meer als verrijkte ervaringen die ik opdoe doordat Maxine me op nieuwe plekken brengt.

Ik blogde haar en mezelf de wereld in

Terwijl ik de krabbels tot me neem realiseer ik me dat ik op plekken kom waar ik zonder het verlies van mijn dochter nooit zou zijn gekomen. En ik ontmoet mensen die ik anders nooit had ontmoet. Nog steeds ben ik dankbaar dat ik door haar ben gaan schrijven. Ik blogde haar en mezelf de wereld in. Eerlijk en oprecht vertelde ik over haar ziekte en overlijden en over het leven met het gemis. Met die ziel en zaligheid die professioneel blogster Anna van Praag adviseerde zit het dus wel goed. “Hoe dichter bij jezelf, hoe beter” was haar belangrijkste tip. De woorden die kwamen als tranen komen nu steeds meer als verrijkte ervaringen die ik opdoe doordat Maxine me op nieuwe plekken brengt en anders naar de wereld laat kijken. Die verhalen verdienen het ook om verteld te worden. En volgens Anna word ik daar een betere schrijver van…

…Ik open een lege bladzijde in mijn opschrijfboekje en laat wat gevangen woorden en zinnen vrij. De start van een nieuw verhaal. Nu nog een lekkere eerste zin…

Over Marjolein Broeren

Marjolein Broeren is student aan de Schrijversacademie, waar ze naast de opleiding Romans en korte verhalen nu ook de specialisatie Storytelling volgt. Met haar bedrijf Beroeren maakt ze aansprekende, effectieve on- en offline content voor bedrijven en schrijf persoonlijke verhalen voor particulieren rondom betekenisvolle momenten. Op 2 juni bezocht ze onze studiedag in Amsterdam en schreef daar deze mooie blog over.

Meer blogs van Marjolein zijn te lezen op haar site.

In bijna alles zit een verhaal – Sandra Kreeberg

Crime scene

In bijna alles zit een verhaal. Zo overkomt het me dagelijks dat ik een situatie zie (of er zelf middenin zit ) die erom vraagt om opgetekend te worden.

Het helpt natuurlijk wel mee als je in het gelukkige bezit bent van grappige gezinsleden…

Zo zaten mijn dochter en ik op een regenachtige maandagavond in het plaatselijke stadskantoor. Mijn dochter zit op een school die de leerlingen frequent verplicht om allerlei buitenlandse reizen te maken. Komend jaar staat Amerika op het programma en zodoende had zij een paspoort nodig. De dame van de receptie gaf ons een volgnummer en nog voor wij het briefje in ontvangst konden nemen ging de zoemer om aan te geven dat de volgende wachtende aan de beurt is.

We namen plaats tegenover een zuinig kijkende baliedame en mijn dochter verkondigde dat ze een paspoort kwam aanvragen.

Daarop werd ze aan een soort kruisverhoor onderworpen. Hoe heet je? Wanneer ben je geboren? Wie is je vader? Wie is je moeder? Dochter gaf antwoord en met gevaarlijk lange nagels werden al haar antwoorden in het systeem genoteerd. Daarna moest het toestemmingsformulier van de vader worden overhandigd met zijn reisdocument, een pasfoto van dochter zelf. En ook ik moest bewijzen dat ik echt de moeder van mijn dochter ben. Tot slot wilde het systeem haar vingerafdrukken hebben. Daar trok dochter de grens. Dat is schending van privacy dacht ze en ze overwoog om haar vingerafdruk te weigeren. Maar de baliejuffrouw keek zo streng dat ze dat protest toch maar achterwege liet. Voorzichtig aarzelend plaatste ze haar vingers op het rode apparaat tot de juffrouw zei dat ze haar vingers weg mocht halen.

Na betaling van 51 euro en 45 cent konden we vertrekken.

Buiten schoot dochter uit haar slof. ..,,Nou! Nu zitten mijn vingerafdrukken voorgoed in het systeem. Nu kan ik mijn vieze zaakjes wel op mijn buik schrijven!” gierde ze. Ik, gespeeld geschrokken, ,,Hoezo? Wat voor vieze zaakjes??? Ja, dat is geheim verkondigde ze.

(Mijn dochter is een zeer verstandige, blonde griet van bijna zeventien jaar oud. Ze studeert hard voor haar gymnasium diploma, werkt regelmatig nieuwe kassameisjes in bij Albert Heijn, heeft toneelambities  en is zeer kritisch over ons opvoedbeleid ten aanzien van haar broertje.)

,,Ja”, ging ze door, jij denkt waarschijnlijk dat ik ’s nachts in mijn bed lig te slapen? Dat is een misvatting. Ik ben bezig met mijn vieze zaakjes, maar dat kan nu niet meer. Of ze kunnen bij justitie nu eindelijk de informatie die ze hebben over allerlei onopgeloste duistere praktijken eindelijk linken aan mijn vingerafdrukken. Misschien word ik vannacht wel gearresteerd door een peloton ME-ers”, knipoogde ze naar me. Ik viel intussen bijna van mijn fiets van het lachen. ,,Jij kijkt te veel Crime Scene Investigations!”, proestte ik. ,,We zullen zien. Eerst maar eens kijken wat er vannacht gebeurt”, antwoordde ze droog, terwijl ze haar fiets in de schuur parkeerde.

,,Je kunt natuurlijk ook van nu af aan handschoenen dragen bij het uitvoeren van je vieze zaakjes”, opperde ik en ik kroop meteen achter mijn computer om bovenstaand verhaal op te schrijven.

Zojuist hoorde ik op de radio dat is gevraagd aan premier Rutte om die vingerafdrukken weer uit het paspoort te halen. Dit omdat controles niet haalbaar zijn in verband met de dure apparatuur die daarvoor nodig is. Voor mijn dochter is het helaas te laat. Haar vingerafdrukken zitten vanaf nu in het justitieel apparaat. Maar die van mij nog niet. Ik kan mijn snode plannen gelukkig nog gewoon ten uitvoer brengen…..

Over de auteur:

Hoi, ik heet Sandra en ik ben in het bezit van een zeer levendige fantasie (dat werkt vaak in mijn voordeel, maar soms ook in mijn nadeel). Ik schrijf al verhalen sinds ik een pen kan vasthouden. Schrijven is voor mij een manier om vanuit een ander perspectief naar een gebeurtenis te kijken. Van mezelf ben ik nogal zwaar op de hand. Het schrijven helpt me de humor van een situatie in te zien in plaats van te gaan piekeren en rumineren. Nieuwsgierigheid, proberen en leren moet je mijns inziens altijd blijven prikkelen. Daarom ben ik vol enthousiasme begonnen aan een opleiding aan de schrijversacademie. Sinds begin 2015 ben ik werkzaam als freelance tekstschrijver en verslaggever voor de krant. Ik ben getrouwd en moeder van een zoon (11) en een dochter (16). Daarnaast voed ik een geleidehond op voor het KNGF.

Met de tram – Trudy Admiraal

Het lag al een tijdje op de plank, het prentenboekverhaal dat ik schreef als eindopdracht van de specialisatie Kinderboeken. Over een bijdehand jongetje in de Amsterdamse tram; een roadmovie (want daar hou ik zelf zo van) voor kleintjes. Mijn docent uit die tijd, Jowi Schmitz, vond het verhaal zó leuk dat ze het stiekem naar een uitgever stuurde. Ik ben er zelfs op gesprek geweest maar het lukte de uitgever niet een illustrator te vinden die tijd / inspiratie had.

Ondertussen was ik druk met boeken schrijven in opdracht (non fictie) en andere schrijfopdrachten, ik ben zzp’er. Vorig jaar heb ik een eigen boek uitgegeven: Heen & Weer, interviews met mensen die een historisch veerpontje hebben gekocht, samen met fotograaf Martijn Gijsbertsen gemaakt. Daar heb ik een eigen uitgeverij voor opgericht: Editie does. (Lang verhaal, bestaande uitgeverijen vonden het een prachtig project maar wilden het alleen uitgeven als wij het gingen betalen…)

Afgelopen voorjaar had ik zin in een nieuw project. En toen dacht ik aan dat kinderboekverhaal. Ik kende Brian Gunther nog van vroeger, hij is professioneel cartoonist en striptekenaar. Zijn stijl spreekt kinderen enorm aan. Hij vond het een leuk verhaal, we maakten samen een storyboard en Brian bracht de zomer door achter zijn tekentafel.

Het is hartstikke leuk om zelf een boek te produceren, je moet aan duizend dingen tegelijk denken, ik ben er zoet mee!

Want als het boek er dan is, begint het eigenlijk pas goed. Als uitgever moet ik er ook voor zorgen dat het wordt gekocht. Voor dit boek heb ik me aangesloten bij de Vrije Uitgevers, een cluster van kleine uitgeverijen, zodat ik nu een goedkopere aansluiting heb bij het Centraal Boekhuis. Het boek is op tijd gedrukt, het is leverbaar via de boekhandel en mijn webshop zodat elk kind het nog van Sinterklaas kan krijgen.

Ik heb samen met Esther (vriendin die ik leerde kennen op de Schrijversacademie!) vrijwel elke boekhandel in de wijde omtrek benaderd, de conducteurs van Lijn 13 gaan flyertjes uitdelen, ik zit sinds kort op facebook en heb een leuke boekpresentatie kunnen organiseren bij Hotel Buiten, de nieuwste hotspot aan de Sloterplas in Amsterdam, uiterst kindvriendelijk. Kom gezellig langs zaterdag 25 november van 12 tot 13 uur!

Natuurlijk heb ik ook persberichten gestuurd naar verschillende bladen en dat is aardig opgepikt. Deze week staan er interviews met mij in Stadsblad De Echo en de Westerpost (lokale bladen in Amsterdam) en zaterdag vind je me in de bijlage Vrij van de Telegraaf! Ook voor het decembernummer van MUG Magazine ben ik geïnterviewd, erg leuk en spannend om eens aan de andere kant van de tafel te zitten!

Trudy Admiraal

Over het boek: ‘Met de tram!’

Met de tram! wordt uitgegeven door Uitgeverij Editie does die is aangesloten bij De Vrije Uitgevers.  Het boek is binnenkort verkrijgbaar via de boekhandel en de webshop van de uitgeverij.

De vaste boekenprijs bedraagt 12 euro.

Harde kaft, 28 pagina’s FC, liggend formaat 28×21 cm. ISBN: ISBN  978-90-825744-1-8.

 

Schrijven voor de krant een vloek en een zegen

Het is iedere keer weer idioot om te constateren. Ik heb een interessant nieuwsfeit te pakken of een idee voor de krant. Ik leg dat idee vol elan voor aan de redactie. De redactie zegt ,,Oké, doe maar!”. Ik maak een afspraak voor een interview en dan gebeurt het. Zodra die afspraak concreet is. Zodra ik ergens heen moet om de informatie bijeen te krijgen die ik nodig heb voor mijn artikel, slaat de angst me om het hart. Een gevoel van paniek dat me bijna verlamd overvalt me. “Ik kan het niet! Ik wil het niet! Ik doe het niet!” schreeuwt elke cel in mijn lijf. Maar dat kan niet, want de afspraak staat genoteerd in mijn agenda. De krant rekent op mijn verhaal. Ik moet!

Vrijwel altijd is het zo dat ik eenmaal ter plaatse leuke gesprekken voer en prachtige anekdotes te horen krijg. Vol inspiratie en energie ga ik dan naar huis om enthousiast aan mijn artikel te gaan werken. Mijzelf afvragend waar ik me nou toch zo druk om heb gemaakt.

Een enkele keer loopt het echter anders.

Mijn opdracht deze keer is de nieuwe directrice van een biologische-dynamische zorgboerderij interviewen. Het lijkt mij leuk om af te spreken op het landgoed waar zij recentelijk directeur van is geworden. Dan voeren we het interview al wandelend over het prachtige perceel. Dat klinkt heel romantisch en dat is het natuurlijk ook. Alleen de romantiek was snel verdwenen toen de kakelverse directrice zich met een stevige handdruk aan mij voorstelde.

Ze stonk verschrikkelijk. Een grauwe walm van zure tabak en verschraalde nicotinedampen dartelden om haar heen. Het voorkomen van de vrouw stond in schril contrast met haar frisse, ecologische functie. Ik zette mij over mijn walging heen en stak van wal met mijn eerste vraag. Maar het gesprek ging niet van harte. De vrouw leek alleen te kunnen denken en praten in abstracte termen. En los van het feit dat ik geen flauw idee had wat ze allemaal bedoelde, groeide ook de paniek in mij. Hoe speel ik het klaar om van deze onbegrijpelijke woordenbrij een aantrekkelijk verhaal te maken? Een zenuwslopend uur later fietste ik naar huis met een hoofd vol faciliterende beleidsprocessen, ecologische voorwaarden en integrale benadering.

Thuis zette ik eerst een ferme pot thee. Met de hond aan mijn voeten en een zacht achtergrondmuziekje kwam ik langzaam bij. Ik pakte mijn aantekenboekje en kroop met kloeke tegenzin achter mijn laptop. Gelukkig had de natuur me niet in de steek gelaten. In mijn lead beschreef ik de eerste nachtvorst en de rijp die langzaam glinsterend wegsmolt in de vroege zonnestralen.

Daar was mijn begin.

Vervolgens verhaalde ik over samenwerking tussen alle verschillende  betrokken partijen en het evenwicht tussen mens en natuur. Uiteindelijk ben ik vijf keer opnieuw begonnen, heb ik heel veel onbegrijpelijke woorden moeten googelen voor hun betekenis en heb ik 657 kopjes rustgevende thee gedronken. Ruim vijf uur na mijn thuiskomst stond er eindelijk een tekst op mijn computerscherm waar ik enigszins tevreden over was.

Vrij worstelen met woorden om ze te verleiden tot het vormen van een aantrekkelijk verhaal is tot daaraan toe. Worstelen met een gesprekspartner is pas echt een nachtmerrie. ,,Ik doe het nooit meer!” riep ik tijdens het schrijven tegen de hond. Maar dat meen ik natuurlijk niet. Het volgende interview gaat over gebreide borsten. Kijk, dat kan gewoon niet misgaan!

Over de auteur:

Onze auteur is begonnen in september als student aan de schrijversacademie omdat ze wilt proberen, leren en ontwikkelen. Vooral dat proberen komt goed uit de verf. Ze werkt als freelance verslaggeefster, tekstschrijver  en professioneel woordenworstelaar.

Ik schrijf al heel erg lang, maar ben er niet voor opgeleid. Sinds een jaar of drie schrijf ik voor de krant. Vooral die opstartfase was af en toe tenenkrommend. Daarnaast schrijf ik voor een bureau dat trainingen mentale veerkracht verzorgd voor (in eerste instantie) geüniformeerde diensten (brandweer, ambulance, politie etc) dat vergt veel inlevingsvermogen. Ik wilde verdiepen in het schrijven. Technieken leren en uitgedaagd worden. Daarom heb ik eerst schrijfcoaching gevolgd. Dat beviel uitstekend. Daarna werd ik door een vriendin geattendeerd op het bestaan van de Schrijversacademie. Zij startte een half jaar voor mij haar opleiding bij jullie en was/is erg enthousiast. Door haar ervaringen ben ik me gaan verdiepen en heb daarna besloten de sprong te wagen (Eng. Nieuwe mensen leren kennen. Helemaal naar de grote stad…) Vooral de eerste lesdag heeft me heel wat slapeloze nachten en buikpijn van de zenuwen bezorgd. maar ik ben blij dat ik heb doorgezet. Ik vind het heel leuk om uitgedaagd te worden. Om van mijn gebaande paden af te wijken en op ontdekkingstocht te gaan met allerlei personages en schrijfstijlen en technieken.  Schrijven gaat in mijn beleving vooral over inspiratie die je soms bewust opzoekt en die je soms overvalt als een krijsend kind in de supermarkt. Het is daarom zaak om nooit zonder opschrijfboekje het huis te verlaten. Maar ook over jezelf over drempels heen durven duwen. Dat gaat nogal eens gepaard met de nodige slapstick. En daar kan je dan weer leuk over schrijven!

Aan de slag als auteur – Willie Lek

Als zélfs de weergoden goed gezind zijn, moet het vandaag een geweldige dag worden, mijmer ik in de trein, terwijl in de lome ochtendmist koeien en kalveren voorbij razen en grazen.

In Utrecht loop ik richting de Dom, makkelijk zat, die torent overal boven uit. Mariaplaats 14, daar moet ik zijn. Ik had het adres thuis gegoogeld, maar in het echt geloof ik mijn ogen niet. Komt het door de stadse stilte in dit vroege uur of gewoon door de kleur van de herfst, dat ik een beetje beduusd ben? Is het in dít het pand waar ik vandaag luister, leer en vragen kan stellen? Wauh.

Natuurlijk, een pand met cachet garandeert niet dat ik ook werkelijk iets opsteek. Dat de koffie van goede kwaliteit is, de spritsen naar roomboter smaken, de stapel vegetarische broodjes zijn weerga niet kent, de kroonluchters sprankelen, de fauteuils uit Engelse bibliotheken zijn gehaald, de boekenkasten tot een immens hoog plafond rijken: dat wil, nogmaals, allemaal niets zeggen over de inhoud van deze dag.
Totdat ik luisterde naar de aanstekelijke zinnen van Roos Schlikker, met een ondertoon die er niet om loog.

Er was een interview met Jaap Robben. Ooit kocht ik een van zijn eerste bundels, Zullen we een bos beginnen’, toen hij in 2008, tussen gordijnen in een Amsterdamse huiskamer, optrad. Een recensent van de Volkskrant schreef destijds: ‘Nieuwkomer Jaap Robben stelt van die prikkelende vragen die kinderlijk concreet en filosofisch tegelijk zijn. (…) Deze jonge dichter belooft wel wat, maar is er nog niet.’ Nu is hij een gevierd schrijver, zijn innemendheid is gebleven.
Ik volgde twee masterclasses. Hieke Jans, scenarioschrijfster, boeide een uur lang. GTST, zomaar een soap? Het woord ‘research’ werd met hoofdletters uitgesproken.
Remco Volkers vertelde in zachte, bedekte termen hoe we ons product kunnen ‘pitchen’.
‘Kun je een pitch bedenken voor het verhaal van Roodkapje?’

‘Hoe een ruikertje bloemen leidde tot een moordzaak’, misschien?
Ten slotte een paneldiscussie: een uitgever, een boekinkoper, de literair agent. Niet zoveel nieuws onder de kroonluchters: ga naar een boekenwinkel, koop weinig van de boekentoptien, schrijf secuur, lees breed, luister naar je uitgever en maak netwerken. Wel leuk om Grote Namen in het echt te zien. Terug in de trein zag ik weer de koetjes en kalfjes. Gelukkig maar, want er kon niets meer bij in mijn verzadigde hoofd.

Over de Auteur:

Willie Lek is student aan de Schrijversacademie en start in oktober met de eerste module. Het schrijven zit in ’t bloed, haar moeder heeft haar de liefde voor taal meegegeven. Ze groeide op, was de jongste van acht kinderen, in een druk gezin. Natuurlijk kwam ze daar niet makkelijk aan het woord, dan was schrijven dé manier om te zeggen wat ze duidelijk wilde maken. Zo is het gekomen, door moeder en de ‘Benjamin’ zijn.

Nu, járen, járen later is schrijven, naast hobby, ook een manier om haar gedachten vorm te geven. Het is niet de eerste cursus die zij volgt, zij reisde een jaar naar Amsterdam en een schrijfweek op Terschelling leverde haar eerste (autobiografische) boek op, “Druppelsgewijs”, hoe het leven in een klein dorp, in de jaren ’50 druppelsgewijs veranderde.

Waarom nu naar de Schrijversacademie?

‘Omdat schrijven een voortdurend proces is, en ik behoefte heb aan collega’s, nieuwe inzichten, nieuwe ideeën. Gezocht in het woud van aanbieders, de Schrijversacademie leek (lijkt!) het best bij mij te passen.’


Om professioneel aan de slag te kunnen met schrijven organiseren we vier keer per jaar een studiedag met masterclasses van mensen uit de schrijverswereld. Wil je ook een keer naar de studiedag komen? Klik dan hier.

Benieuwd naar de foto’s?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van Aspirant naar Debutant – Alice Fokkelman

In april ligt mijn thriller-debuut in de winkel. Hoe leuk is dat? ‘En hoe doe IK dat’, denk je wellicht. Ik neem je graag mee op mijn reis van aspirant naar debutant!

Schrijfdag

‘Maak kennis met een literair agent’. Het was een van de workshops tijdens de schrijfdag van de schrijversacademie. Leuk om te weten wat zo iemand doet, toch? Na de workshop sprak ik de agent en ze vroeg me of ik schrijf.
‘Ik schreef’ was mijn eerlijke antwoord. Jaren daarvoor was ik, naar aanleiding van een serie prijswinnende korte verhalen, benaderd door een uitgever voor het schrijven van een roman maar het ‘echte’ leven met mijn baan en gezin slokte me op. Het enige dat ik nog schreef waren artikelen voor mijn werk en boodschappenlijstjes thuis.

‘Heb je wel een idee voor een roman?’ vroeg de agent. Ik vertelde haar dat ik eigenlijk al mijn halve leven met een idee rondloop, gebaseerd op mijn eigen leven. Want; schrijven doe ik het liefst over iets dat dicht bij me staat, dat wordt vaak ‘de innerlijke noodzaak’ genoemd: het verhaal moet verteld.

De Literair Agent

De agent was benieuwd. Ik stuurde haar die week nog een synopsis en eerste hoofdstuk. Beide schreef ik de avond na de schrijfdag. Mijn man vroeg me wat ik aan het doen was. ‘Oh, ik schrijf een boek’ was mijn antwoord, waarop hij verbaasd uitriep dat hij niet wist dat ik weer aan het schrijven was. ‘Ja eh… ik geloof het wel’ , zei ik dus maar, en typte verder. Ik stuurde het op en wachtte af. Heel kort, want ik kreeg meteen een reactie. Of ik langs wilde komen. Dat was het begin van het schrijfproces dat geleid heeft tot een manuscript en binnenkort een boek zal zijn, dat rond april 2018 in de winkel ligt.

Iedere zes weken stuurde ik wat ik geschreven had naar mijn agent en vervolgens ging ik langs en bespraken we de ontwikkelingen. Die deadlines waren op mijn eigen verzoek. Ik vind het prettig om enigszins onder druk te werken, anders is het ’s avonds al snel; ‘Hallo Netflix…’

Mijn agent had een heel goed beeld bij mijn verhaal en haar op- en aanmerkingen hebben het verhaal zeker verbeterd. Daarnaast vond ik het ook gewoon leuk om met iemand over de personages, die verder alleen in mijn hoofd leefden, te kunnen praten.

Ging het dus allemaal alleen maar als een zonnetje? Nee…
Ik was gewend korte verhalen te schrijven, zo rond de 1500 woorden. Eén verhaallijn. Daarbij is de kunst zoveel mogelijk te zeggen in weinig woorden. Schrappen dus. Bij deze roman moest ik me richten op zo’n 50.000 woorden, verschillende verhaallijnen, flashbacks… Ik vond het lastig. Hoe houd ik overzicht? Hoe krijg ik alles bij elkaar?
Ik werkte met uitgewerkte karakterschetsen voor al mijn personages. Ik interviewde ze zelfs om ze beter te leren kennen. Dat staat niet allemaal in het verhaal, maar het sijpelt er wel in door.
Zo kreeg ieder personage een eigen stem. Hoe ik ze een dak boven hun hoofd gaf bij een uitgever lees je in mijn volgende blog!

Over de auteur

Alice Fokkelman studeerde Engels en Nederlands aan de lerarenopleiding. In 2003 begon ze met het schrijven van korte verhalen, die lovende recensies ontvingen. Rond april 2018 komt haar thriller debuut uit bij Xander uitgevers. Alice combineert het schrijven met een baan als Corporate Communicatie Manager.

 

 

 

 

 

 

Boekenliefde – Bibi de Kraa

Boekenliefde

Tijdens mijn dertigerscrisis wist ik niet goed wat ik wilde. Kinderyogajuf,  juf basisonderwijs of voedingsconsulent, verschillende opleidingen passeerden de revue.
Eén ding wist ik wél zeker, ooit zou ik mijn eigen kinderboek schrijven.

Op een dag zag ik een advertentie van de Schrijversacademie. Mijn stoffige schrijfgeest moest nodig uit de fles komen. Vol enthousiasme voegde ik de daad bij het woord en startte begin dit jaar met de opleiding.

Dagelijks lees ik een boek op mijn e-reader. De liefde van het lezen heb ik van mijn moeder meegekregen. Ik lees verschillende boeken van romans tot thrillers, ook een kinderboek op zijn tijd blijft leuk.

Toen ik klein was ging ik al met mijn moeder mee naar de bibliotheek. Later mocht ik ook zelf. Ik verslond boeken en had de meeste boeken uit de collectie al gelezen. Hierdoor kon ik best al goed lezen, dus moest ik op school op de gang zitten tijdens de leesles. Ik mocht mijn eigen boeken van mijn eigen niveau lezen zodat ik mij niet verveelde tijdens de les.

Ik las onder andere boeken van Annie M.G. Schmidt, Anke de Vries, Paul van Loon, Cok Grashoff (Floortje Bellefleur), Ann M. Martin (de Babysittersclub) en alle boeken waarvan de achterkant mij beviel.

Op mijn verjaardag kreeg ik van iedereen boeken. Vooral mijn oma was daar erg fanatiek in. Meestal waren dit spannende boeken van R.L. Stine (Kippenvel), Enid Blyton (De Vijf) en Carolyn Keene (Nancy Drew). Genoeg om te lezen.

In mijn pubertijd kreeg ik de behoefte om boeken te kópen. De bibliotheek vond ik ineens maar vies. Vaak kwam ik thuis met boeken met daarin vreemde vlekken, scheuren, ezelsoren en soms zelfs haren. Voortaan wilde ik mijn eigen boeken. Die roken lekker wanneer ik er doorheen bladerde. Mijn moeder deed nog wel eens een poging en nam boeken voor mij mee uit de bibliotheek, maar ik raakte ze niet meer aan tenzij er niets anders meer te lezen was.

Op een dag wilde mijn moeder, het stereotype digibeet en vaste bibliotheek bezoeker, een e-reader. Ik zette mijn weerzin opzij en gaf haar op Moederdag een e-reader cadeau.

Er zat zelfs een lampje op. Ze was zo blij als een kind.

Op vakantie nam zij de e-reader mee terwijl ik met twaalf boeken in mijn handbagage sjouwde. Ze werd zelfs lid van Facebook en meldde zich aan voor onder andere de pagina Thrillerlovers.

Ook al probeerde ze mij te overtuigen, ik kocht nog steeds mijn boeken en wilde in geen geval een e-reader. Totdat mijn moeder mij een e-reader cadeau gaf.

Eerst was ik beledigd en vond het zonde van haar geld. Het eerste half jaar deed ik er niets mee en kocht nog steeds mijn boeken in de winkel.

Langzaam raakte ik overtuigd van de gemakken van een e-reader. Minder sjouwen en er konden meer boeken mee op vakantie.

Nu, tijdens mijn dagelijkse treinreizen, zijn mijn e-reader en ik onafscheidelijk.

Samen met het Schrijven magazine en mijn gloednieuwe boeken van de Schrijversacademie is mijn e-reader ook nog eens een ideale dekmantel. Medereizigers denken dat ik lees, terwijl ik ondertussen inspiratie opdoe voor mijn huiswerk van de Schrijversacademie. Want personages en verhalen zijn er genoeg in de trein.

Ondanks de hechte band met mijn e-reader blijft mijn liefde voor een nieuw boek groter en puilt mijn boekenkast uit. Mijn bibliotheekboekenfobie heeft mij er niet van kunnen weerhouden te starten met de opleiding. Want door mijn enthousiaste en gemotiveerde docent , maakt het mij niet uit dat de plenaire bijeenkomsten plaatsvinden in de bibliotheek.

Boekentip:

B.A. Paris – Achter gesloten deuren (Literaire Thriller)
Het verhaal is van het begin tot het einde spannend en houdt de lezer geboeid. Dit is de eerste thriller van deze auteur, verschenen in oktober 2016.

Op 20 juni 2017 verscheen de tweede thriller van B.A. Paris – Gebroken.

 

 

 

 

 

 

De kunst van het schrijven- Anne Ruhl

Basismodule

Eindelijk zou ik de kunst van het schrijven perfectioneren. Daar ging ik dan, in mijn flamingo tas de boeken, de reader en een glimmend schrift. Bij een nieuw avontuur hoort natuurlijk ook een nieuwe tas. De eerste dag van school was ontzettend spannend. In Den Haag zouden we les krijgen in het torenkamertje van de boekwinkel. Het idee alleen al klonk zo romantisch. Ik gunde mezelf deze opleiding. Een hele zaterdagmiddag alleen maar leuke dingen doen. Met een chai tea latte en een vriendin uit Den Haag die me de weg wees, kwam ik terecht in mijn schrijfgroep.

Voorstellen

Ik wilde gaan werken op de redactie van een uitgever in schoolboeken, vertelde ik tijdens het voorstelrondje. Zo kon ik mooi mijn ervaring in het onderwijs combineren met het schrijven van lessen. Na tien jaar voor de klas leek me dat een leuke uitdaging en goed te combineren met het werken als juf.

Andere ambities?

Alle creatieve schrijfoefeningen die volgden vond ik erg leuk, maar dat was uiteindelijk niet wat ik wilde gaan doen. Ik zou van de lessen in de basismodules gaan genieten, maar mijn echte focus lag toch op de specialisatie. Andere mensen kwamen met plannen voor een roman of ze hadden zelfs al een kant en klaar manuscript klaarliggen. Zit ik hier wel echt om die reden? Of wil ik, behalve schoolmethodes schrijven, toch ook niet stiekem de volgende Annie M.G. Schmidt worden? Dat heb ik mezelf meer dan eens afgevraagd, maar de gedachte om zelf een boek te schrijven en daarmee langs uitgevers te gaan klonk me zo griezelig in de oren dat ik het maar snel wegdrukte.

De omslag

Tijdens de lessen gebeurde het. We moesten wekelijks een verhaal schrijven en elkaar feedback geven. Sommige mensen konden ook van hun feedback een prachtig en samenhangend geheel maken. Ik niet. Om de week martelde ik mezelf door een paar uur achter de computer te gaan zitten en als een strenge juf mocht ik van mezelf niet eerder weg voordat het klaar was. Ik ben geen geboren redacteur. Ik vond het helemaal niet leuk om de teksten van anderen te beoordelen, ik kon niet bedenken wat er anders kon en hoe het beter kon. Starend naar mijn beeldscherm perste ik er wat feedback uit. Een marteling dus. Waar ik wel blij van werd, was zelf verhalen schrijven. Mijn creativiteit werd aangeboord en ik ging naast de verplichte opdrachten ook aan de slag met andere verhalen.

Mevrouw Stip

Mevrouw Stip werd geboren. Ik schreef puur voor mijn eigen plezier over de overdreven keurige mevrouw Stip en haar chaotische zus Roeltje. Ik kon niet meer stoppen. Het gaf me energie en niet geheel onbelangrijk, ik vond het echt leuk om zelf te schrijven.

Laat het los

Ik heb er maanden over gedaan om de gedachte van de redactiespecialisatie los te laten en me te bezinnen op wat ik dan wel wilde gaan doen. Net voor de laatste les was ik eruit. Ik wilde de kant van kinderboeken op. De schrijfdocent was erg verbaasd omdat ik tijdens de lessen nooit kinderverhalen inleverde. Maar dat heb ik tijdens de specialisatie ruimschoots ingehaald.

Over de auteur:

Anne Ruhl woont in Haarlem met haar man en Italiaans windhondje. Als ontspanning leert ze Scandinavische talen. Op vakantie neemt ze uit ieder land een bijzondere theedoek mee die ze vervolgens nooit gebruikt, maar wel ophangt om mooi te zijn. In het najaar van 2015 startte ze met de Schrijversacademie om naast haar werk als leerkracht haar talenten verder te ontwikkelen. Op dit moment is ze druk bezig met het schrijven van haar eerste boek. Mevrouw Stip en Roeltje zal in januari 2018 uitkomen bij Buddy Books.

 

 

Tara Ubachs – student aan de Schrijversacademie

De kunst van het ontkreukelen

Als een verfrommelde prop papier, zo voelde ik mij. Niet zo een vers beschreven knisperend exemplaar, maar zo eentje dat al meerdere malen gladgestreken is geweest. Zo een waarvan de vezels al zacht als suède beginnen aan te voelen en dat elk moment uit elkaar driegt te vallen. Zo kwam ik aan in kuuroord de Schouw. Een vijfdaagse vastenretraite in Zeeland. Ik dacht mezelf daar wel even te kunnen redden. Al wisten mijn grijze kronkels dat dat geen al te realistisch doel was. Aan de begeleidster vertelde ik dat ik er nog een paar weken op-een-laag-pitje achteraan zou plakken. Leek me wel genoeg voor een ondernemer met burn-out. Ze keek me indringend aan vanuit de wit lederen bank. Ik werd er een beetje bang van. ‘Je mannelijke energie overheerst je vrouwelijke en daardoor ben je uit balans’. Ja ja ja. ‘Als jij zo door blijft draven, verzeker ik je dat burn-out nummer vier zich onherroepelijk zal aandienen’ vervolgde ze streng. Die kwam binnen.

De tranen prikten door mijn hoornvlies en vormden dikke druppels die over de rand van mijn ooglid in mijn glas zoethoutthee vielen.

Toen ik 11 jaar geleden mijn bedrijf oprichtte was ik in flow. Alles ging vanzelf, moeiteloos. Ik kreeg energie van alles wat ik deed en ging alleen maar meer werken, ook al was ik moeder van
een kleuter. Dat geneuzel van die schoolpleinmoeders die part-time werkten; niks voor mij. Lekker vrij zijn. Zelf beslissen of je thuis werkt en tot hoe laat je door gaat. Gewoon een beetje peper in de kont en gaan. Best goed te combineren toch? Totdat je tegenslagen te verwerken krijgt, dan ineens komt die energie niet meer vanzelf. Ik was het een beetje kwijt allemaal.

Yoga bood uitkomst.

Vooral geen zweverige ik-zit-op-mijn-mat-en-voel-hoe-mijn-anus-als-een-bloem-de-grond-raakt-yoga. Een beetje powervrouw zoekt een testosteron variant uit; en dan kom je bij Bikram Yoga uit. 90 minuten zweten in een ruimte van 40 graden. Een mentale en fysieke beproeving in één. Het werkte verslavend. Ik deed zelfs mee met extra trainingen voor de Nederlandse Yoga Championships. Ik kreeg er alleen maar meer energie van en schreef me daarnaast in aan de Schrijversacademie om mijn andere talent ook tot wasdom te laten komen. Daar volgde ik de basismodules bij Peter van Beek.

In de Schouw besefte ik dat ik mijn vrouwelijke energie wel degelijk de ruimte mocht geven. Tijdens een tantra-ademsessie in een warm waterbad (ja ik hou van warmte) leerde ik weer ècht naar mijn intuïtie te luisteren. Als herboren kwam ik terug, klaar om flinke knopen door te hakken. Ik wist dat ik mijn yogapad moest volgen. In India, het land van mijn voorouders. Mijn roots trekken al langer aan me, het koordje staat steeds strakker. Straks verlaat ik mijn mannen voor 10 weken. Dat kan, want mijn bedrijf is inmiddels verkocht.

Het propje papier is weer zo goed als uit de kreukels, ze voelt zachter aan, en dat mag.

Over de auteur:

Tara Ubachs houdt van een ongewone uitdaging hier en daar. Na 11 jaar pionieren als ondernemer, hakte ze vorig jaar de knoop door en koos voor een nóg onzekerder leven. Binnenkort verlaat zij voor ruim 2 maanden haar soulmate en puberzoon, om zich in Rishikesh, India, te verdiepen in yoga en haar roots. In het najaar vervolgt zij de specialisatie Romans & korte verhalen aan de Schrijversacademie. Op
www.rollercoasterrider.nl kun je meer over Tara en de nieuwe weg die zij inslaat lezen.

Hoe schrijf je een roman? – Stefan Popa

Het is de vraag der vragen: hoe schrijf ik een roman? Anders dan dat jij dat zult doen. Dat is een van de antwoorden. Door te gaan zitten en pagina na pagina te schrijven is een ander antwoord. Zo simpel is het, terwijl het tegelijkertijd duizendmaal complexer is.

Hoe schrijf ik een roman? Deze vraag stel ik mijzelf altijd wanneer ik aan een nieuwe verhaal begin. In de vraag huist een fantastisch avontuur. Ik ben kortgeleden begonnen met het geven van de specialisatiemodule romans en korte verhalen. Voor het eerst in Arnhem – groetjes aan mijn Rijnstedelingen! – en vorige week startte ik ook in Rotterdam. We zitten daar in de bibliotheek, een fijne wereld vol verhalen, met prullenbakken waar de ideeën op elkaar stinken: een sinaasappelschil en een wegwerpscheermes bovenop afdroogpapieren met verdachte kleurtjes. Inspiratie is overal, en als je het niet hebt, dan maak je het maar.

Samen ontdekken we hoe zo’n vonkje inspiratie kan uitgroeien tot een heus boek. En wat gebeurt er daarna vragen sommigen mij? Ik heb een paar dagen terug mijn overzichten van mijn oude uitgeverij ontvangen. Een roman verkopen is haast moeilijker dan een roman schrijven. Er zijn twee misvattingen over schrijven:

  1. Schrijven is romantisch;
  2. Schrijven maakt rijk.

Nee, schrijven is hard werken en het enige (en mooiste) wat je ermee verdient, is een wereld waarin alles kan en mag. Klap een laptop open of pak een notitieblok erbij en ervaar de ultieme vrijheid. Daar doen we het allemaal voor.

Hoe schrijf ik een roman?
Allemaal hebben we aan het einde van de specialisatie een ander antwoord op dezelfde vraag. Ik weet alleen dat ik er nog één wil schrijven, telkens weer.

Over de auteur:

Stefan Popa geeft sinds najaar 2016 les en heeft drie romans geschreven: Verdwenen grenzen, A27 en De verovering van Vlaanderen. Volg ‘m op twitter en zo.

Wil je ook les krijgen van Stefan? Neem contact op via 088 1630 088

 

 

Fantasy en science fiction schrijven – Robin Langerak

Na een omweg via de opleidingen Thrillers, Romans en Kinderboeken begon ik in het voorjaar eindelijk aan de opleiding Fantasy en Science Fiction met Martijn Lindeboom. “Waarom?” vroegen mijn vrienden. “In fantasy kan toch alles, daar hoef je nauwelijks voor te kunnen schrijven?”

Aldus één van de hardnekkigste vooroordelen over fantasy en science fiction. Natuurlijk, in fantasy kan een heleboel, maar het moet wel kloppen! Wil je een hoofdpersoon die half weerwolf, half fee is? Origineel, maar dan moet je wel uitleggen hoe een weerwolf en een fee voor nageslacht hebben gezorgd. Nee, niet hardop zeggen, want ik wil de details helemaal niet weten, maar je moet de lezer er wel van overtuigen dat je het uit kúnt leggen. Alleen zo kun je een fantasy-wereld geloofwaardig overbrengen.

Fantasy schrijven Schrijversacademie schrijfopleidingen

Des te belangrijker is het dat je één of meer kritische meelezers hebt die bij alles wat je schrijft vragen: “hoe dan?” Dat kun je doen door een schrijfopleiding te gaan volgen, maar voor degenen onder ons die niet van de makkelijke weg houden is er ook een andere manier. Mijn dochter is net 5 maanden en ze moet nog leren praten, maar als ik haar één van mijn verhalen voorlees kletst ze er vrolijk doorheen, wat ik interpreteer als “Ja, maar papa: hoe dan?”

Kortom: ik heb een meelezer gemaakt die de hele dag beschikbaar is, die waarschijnlijk (zodra ze kan praten) kritischer is dan ik aankan, maar die nog genoeg verbeelding heeft om een fantasy-verhaal op waarde te kunnen schatten. Nadeel is dat dat wel negen maanden voorbereidingstijd heeft gekost en dat er waarschijnlijk nog vele tienduizenden euro’s in gaan zitten. Misschien had ik het bij een schrijfopleiding moeten laten…

Over de auteur:

Robin Langerak volgde van het voorjaar 2014 tot het najaar van 2016 verschillende opleidingen bij de Schrijversacademie, schrijft inmiddels semi-professioneel korte verhalen voor Engelstalige tijdschriften en werkt hard aan zijn Robin Langerak Fantasy Schrijvenschrijverscarrière in het Nederlands. Hij schrijft al fantasy-verhalen sinds zijn jeugd en hoopt ooit nog een boek te publiceren.

Interesse in de opleiding Fantasy & science fiction schrijven? klik hier

Het zwart schaapje – oud-student Simone Lucchesi

Het zwart schaapje

‘Je moet het zo zien. Vroeger wilde ik pianist worden, maar hoe hard ik ook oefende, ik had het gewoon niet in de vingers…. Met schrijven is dat net zo. Het is nu eenmaal niet voor iedereen weggelegd. Misschien kan je aan de slag in de Entertainment? Daar heb je wel de kop voor.’

Een meisje met een droom

Daar zat ik dan. Op de redactie van een bekend Nederlands roddelblad. Tegenover me zat de hoofdredacteur waar ik enorm tegenop keek. Een half jaar eerder had ik mijn vaste baan als recruiter opgezegd om mijn passie als tekstschrijfster achterna te gaan. Ik weet nog goed hoe ik die laatste dag met opgeheven hoofd de deur achter me dichttrok nadat ik vol zelfvertrouwen had geroepen: ‘Zoek me maar op in de bladen!’ Trots dat ik was. Dat ik als jonge meid een vaste baan in moeilijke tijden opgaf om te gaan freelancen. Dat ik het lef had om stabiliteit te verruilen voor onzekerheid. Het zou hard knokken worden, absoluut, en er waren genoeg mensen geweest die het hadden afgeraden – ik was toch veel te jong om te gaan freelancen – maar ik gaf er geen gehoor aan. Ik had er zin in. Ik zou het gaan maken. Ik zou een boek uitgeven, een bestseller uiteraard, en mijn artikelen zouden met mijn naam in elk blad staan.

En dat stond die. In een half jaar tijd stond mijn naam welgeteld acht keer in de bladen. Maar wel onder artikelen die zo geredigeerd waren dat ik het eigenlijk niet eens meer mijn eigen werk kon en durfde te noemen. Ik schaamde me diep als ik de redactie opliep, dat ze zoveel werk aan mijn teksten hadden. En toen ik me op die regenachtige donderdagmiddag bij de hoofdredacteur moest melden voor een “goed gesprek”,  wist ik genoeg. Het was de manier waarop ik naar kantoor werd gesommeerd, dezelfde manier waarop doctoren dat doen als ze op het punt staan een “slecht nieuws” bericht te geven – zakelijk doch berouwend. Ik wist genoeg: dit goed gesprek zou een slecht einde hebben.

Met een nog, wat ik vermoedde, bemoedigend knikje probeerde hoofdredacteur de klap te verzachten. Ik zag hoe zijn lippen bewogen en hij iets met zijn handen gebaarde, maar het kwam niet aan. Het enige dat ik kon denken was: niet huilen. Vooral niet huilen. Krampachtig toverde ik een glimlach op mijn gezicht en knikte kort als teken dat ik hem begreep. Mijn bovenlip trilde. Met één hand verborg ik mijn mond toen hij zijn hand verontschuldigend op mijn andere arm legde. Niet huilen. Niet huilen. Alsjeblieft niet huilen.

Dieptepunt

Ik brak. Gelukkig wel pas in de trein naar huis. Ik huilde met diepe halen en veel snot. Ik huilde als een kind dat niet meer met haar favoriete speen naar bed mocht. Hartverscheurend. De geschrokken blikken van mijn medereizigers konden me niet schelen. Mijn droom was compleet in duigen gevallen. Als mijn artikelen al verschrikkelijk waren, dan zou dat boek er ook niet komen. De uitgeverijen zagen me al aankomen. Schrijven was nu eenmaal niet voor mij weggelegd. Ik probeerde het te relativeren maar het enige dat ik kon denken was: Dikke, vette loser. Want zo voelde ik me. Een mislukkeling. Mijn zelfvertrouwen was ik kwijt.

Everybody Writes

Ik was zo kapot van zijn woorden, dat ik besloot helemaal niet meer te schrijven – dramatisch, i know maar dat is dan ook wat ik een jaar lang niet meer deed. In plaats daarvan ging ik lezen en stuitte toen, per toeval, op het eBook van Ann Handley, Everybody Writes. In haar boek schrijft Handley dat goed schrijven geen gift is , maar dat het iets is wat iedereen kan en zou moeten doen. ‘The truth is this: writing well is part habit, part knowledge of some fundamental rules, and part giving a damn. We are all capable of producing good writing.’ Volgens Handley, is iedereen capabel genoeg hun werk zelf uit te geven.

Er ging een lampje branden. Zelf je werk uitgeven… Ik kon mijn werk zelf uitgeven en een publiek aansporen dat bij míjn tone of voice paste in plaats van andersom. Het begon weer te knagen. Ik wilde weer schrijven, maar ik besefte me ook dat ik ontwikkeling nodig had; tips om beter te worden. De woorden van de hoofdredacteur waren hard geweest, maar hij had ook een punt: ik moest mezelf verbeteren. Schrijven is immers oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Een les die ik later op de Schrijversacademie, nadat ik me had ingeschreven voor de opleiding Romans en korte verhalen, nog eens leerde. Mijn schrijven moest verbeterd worden en deze opleiding heeft me daar enorm bij geholpen. En bij zoveel meer…

Masterclass

Op de studiedag volgde ik een masterclass over self-publishing en kwam snel tot de conclusie dat je als zelfstandig auteur best veel self moet kunnen doen, met name op marketing en verkoopgebied. Ik hoorde een paar mensen in de zaal lichtjes naar adem snakken en wat bubbels barsten. ‘Nou dan houdt het voor mij dus op…’, werd er gefluisterd. Het was zo jammer om de teleurstelling te zien. Opnieuw ging er bij mij een lampje branden. Wacht eens even, dacht ik toen. Is dat niet waarvoor ík gestudeerd heb? Ik heb door mijn studies in Marketing Management en Consumentengedrag & eBusiness altijd al een voorliefde gehad voor alles wat online gebeurt en ben altijd nieuwsgierig geweest naar “waarom men koopt.” Ik kon ze helpen hun – en mijn eigen – schrijfdromen te realiseren! Ik kon ze ondersteunen bij dat “moeilijke” stukje en me richten op zelfstandige auteurs, mensen die geloven in hun eigen kracht. Ik kon me richten op mensen die net als ik wel eens teleurgesteld waren geweest. Ik kon en zou de zwarte schapen wel een kans bieden.

The Black Sheep Indie

Inmiddels zijn we drie jaar, vier eBooks en een self-publishing platform verder. The Black Sheep Indie heb ik opgericht om iedereen die zijn verhaal wil delen en dat graag in eigen beheer wil doen die mogelijkheid te bieden. Ik hoop dat ik met The Black Sheep Indie iedereen die weleens ontmoedigd is geweest, een verhaal in hun pen heeft branden of gewoon lekker wil kunnen schrijven en uitgeven, een plek kan bieden om dat vooral te doen! Want… Schrijven is nu eenmaal niet voor iedereen weggelegd.

Over de auteur: oud-student Simone Lucchesi

‘Wat deed je als kind het liefst?’ Voor mij – en ik geloof voor velen die deze blog lezen – was dat schrijven. Als kind schreef ik hele dagboeken vol, maakte ik lijstjes, schreef ik toneelstukken, filmscenario’s of korte verhalen en novelles. Schrijven was voor mij vanzelfsprekend. Iets dat ik in mijn vrije tijd deed. Gewoon voor de lol. Nooit had ik gedacht dat schrijven iets was waar ik mijn brood mee wilde verdienen, maar door mijn ervaringen, de opleiding bij de Schrijversacademie en de masterclass die ik volgde tijdens de Studiedag ben ik daar heel anders over gaan denken. Dat alles zorgde voor meer. Het zorgde voor het realiseren van mijn eigen eBooks. Het zorgde voor The Black Sheep Indie.

The Black Sheep Indie is mijn initiatief omdat ik weiger te geloven dat “schrijven nu eenmaal niet voor iedereen is weggelegd.” The Black Sheep Indie gelooft dat we allemaal een verhaal te vertellen hebben, kennis kunnen delen en dat er voor iedereen een markt is. Het doel van The Black Sheep Indie is om je optimaal ondersteunen bij het uitgeven van jouw eBook. Op een wijze waar jij maximaal van profiteert: koste- en risicoloos een eBook publiceren en The Black Sheep Indie het laten delen met de wereld – oké, voor nu, alleen nog Nederland. Wil je weten hoe we dat samen kunnen doen? Bezoek dan eens mijn website of bekijk dit gave filmpje. Ben je ook benieuwd naar de eBooks die er via dit platform al zijn uitgeven? Klik dan hier!

Morgen is het weer vandaag – Bertine Brookhuis

Ik schrijf en daar verdien ik geld mee. Ik verdien daar zelfs zo veel geld mee, dat mijn man niet hoeft te werken en dat dus ook niet doet. Ik betaal onze hypotheek, geef ons en onze kinderen te eten en zorg ervoor dat we zelfs zo af en toe (in eigen land) op vakantie kunnen. Dat is mooi, maar ik schrijf in opdracht. Liever zou ik schrijven wat ik wil schrijven en het allerliefst zou ik daarvoor betaald krijgen.

Interessante onderwerpen

Zo ver ben ik nog niet en dus schrijf ik over koppelingen tussen bestelsystemen, over de beste makelaar van ’t Gooi en over wat je mag verwachten van je podotherapeut. Stuk voor stuk uiterst interessante onderwerpen die ervoor gaan zorgen dat ik op mijn 80ste alle quizzen kan winnen die er – tegen die tijd misschien wel helemaal niet meer – gehouden worden.

Gemaakte keuzes

Het schrijven-voor-geld staat het echte schrijven in de weg. Geld verdienen wint het dag in dag uit van misschien-ooit-een-keer-geld-verdienen-met-een-eigen-roman-maar-die-kans-is-wel-heel-erg-klein. Ook vanavond wilde ik aan mijn roman werken. Ook vanavond koos ik ervoor betaalde deadlines te halen.

Beterschap

Met mijn Katjang Pedis links van me en een glas Los Gansos rechts van mijn laptop tikkerdetik ik de frustratie van me af en beloof ik beterschap aan mezelf en aan eenieder die dit leest.

  • Morgen ga ik écht aan mijn boek werken.
  • Morgen reageer ik niet op opdrachtgevers die met hun handen in het haar zitten.
  • Morgen zet ik mijn telefoon uit, sluit ik mijn werklaptop af en maak ik mezelf onbereikbaar.
  • Morgen is het weer vandaag …

Over Bertine

Schrijven is voor mij het mooiste dat er bestaat. Creatief schrijven staat gevoelsmatig op één en commercieel schrijven op twee, maar omdat ik met het laatste mijn geld verdien, geef ik daar (veel te veel) prioriteit aan. De Schrijversacademie helpt mij om tijd vrij te maken voor creatief schrijven. Mijn medestudenten en docenten, de bijeenkomsten, de opdrachten, de feedbackrondes en het lesmateriaal zijn een grote steun in de rug. Dankzij de opleiding Romans en korte verhalen heb ik het eindelijk aangedurfd om een van de verhalen in mijn hoofd toe te vertrouwen aan een heus Wordbestand en binnenkort begin ik met de individuele schrijfbegeleiding. Mijn droom? Om dit jaar nog mijn eerste roman in concept af te hebben!

Morgen is het weer vandaag!

http://www.betekst.nl

Piloot zoekt stem – Connie Mitchell

Verboden vruchten was het thema van de boekenweek dit jaar. Naar aanleiding daarvan zag ik bij Pauw twee schrijvers seksscènes voorlezen. Bij de rauwe tekst uit Dagboek 1974 van Jan Wolkers moest ik glimlachen. Een paar maanden geleden liep er een traan over mijn wang toen Monic Hendrickx haar winnende verhaal voorlas bij De pennen zijn geslepen.

Schrijven is emotie, bij de schrijver, bij de lezer

Maar wanneer is een verhaal een goed verhaal? Tijdens mijn opleiding bij de Schrijversacademie zocht ik fanatiek naar een antwoord op deze vraag.
Mijn beroep is piloot, een redelijk exacte wetenschap. Je vliegt recht voor de landingsbaan (goed) of niet (fout). Je vliegt een exacte snelheid van 146 knopen (goed) of niet (fout).

Dit zorgde er voor dat ik ook in mijn schrijven op zoek ging naar goed of fout, geschikt of ongeschikt. Ik wilde weten wat ik fout deed. Ik wilde keiharde kritiek, maar kreeg deze niet. Behalve toen ik een verhaal eindigde met de hoofdpersoon wakker schrikkend uit een droom. ‘Wil je dat nooit meer doen,’ luidde toen de feedback van mijn docent.

Ik zocht naar duidelijkheid

Woorden die een einde zouden maken aan mijn onzekerheid of woorden die mijn droom onderuit zouden halen, die pijn zouden doen, maar die wel duidelijkheid zouden geven. Ik hunkerde naar een The Voice voor schrijvers, ik wilde een stoel die wel of niet omdraaide.

Saskia Noort, Arnon Grunberg, Esther Gerritsen en A.F.Th. van der Heijden op de rode stoelen. Een kandidaat die zijn verhaal voorleest. Al na vijf zinnen slaat een jurylid op de knop. Zijn stoel draait. Hij lacht bewonderend naar de voorlezer. Een ander drukt pas bij de derde alinea. Arnon en A.F.Th. vliegen elkaar af en toe in de haren à la Marco Borsato en Anouk. En dan, na weken van mooie vertellingen, bij de finale, het voorlezen van een langer verhaal. De emoties in de zaal zijn voelbaar, menigeen pakt er een zakdoek erbij. Een mooie eindstrijd. Met mij als terechte winnaar.
En dan schrik ik wakker.

Na het maken van meer meters bij de Schrijversacademie begon ik langzaamaan te begrijpen dat er geen duidelijk goed of fout is in de schrijverij. Pussy album style (Stella Bergsma), het slow writing van John Williams (Stoner), het directe van Wolkers. Alledrie totaal andere stijlen. Wat de een mooi vindt, vindt de ander helemaal niks. Ik weet nu: het gaat om het ontwikkelen van je eigen stijl, het vinden van je eigen stem. Gewoon leren leven met een eeuwigdurende onzekerheid.

Op een vlucht vorige week had ik het met mijn collega’s over The Voice voor schrijvers. Zij wisten ook nog wel een nieuw format: Piloot zoekt vrouw. Niet een programma waar ik aan mee zou doen. Deze piloot zoekt vooralsnog alleen haar eigen stem.

Over de auteur:

Schrijvende piloot en student aan de Schrijversacademie Connie Mitchell sluit a.s. zaterdag de basismodules af in Den Haag. Zij verheugt zich enorm op haar doorstart in mei met de specialisatie Romans en Korte verhalen schrijven.

KLEI – debutant en oud student F.E. van Venetië

Je zou het kunnen proberen: leven zonder iets te willen. Geen verlangen naar geld, een mooi huis, een interessante carrière, euforisch geluk, vlammende liefde of andere lusten die je in de problemen kunnen brengen en het leven nodeloos ingewikkeld maken. Zouden we niet allemaal een knopje willen bezitten waarmee we dit instinct af en toe of zelfs voor altijd uit kunnen zetten? Een leven waarin je alleen moet zorgen voor het minimaal noodzakelijke om je dagen door te komen. Kortom, een leven met zo min mogelijk gedoe. En dat prima vinden.

En dat prima goed genoeg is.

In één van mijn verhalen heeft Max, die slechts een lichaamslengte van één meter en negenenveertig centimeter bereikte, gekozen voor een ambitieloos bestaan. Hij is gestopt met zijn studie en heeft het bijbehorende sociale leven ingeruild voor een eenvoudig solistisch bestaan. Het is zijn wens dat hier nooit iets aan veranderen zal. Niet dat hij per se enorm faalde in zijn studie maar vanzelf ging het ook niet bepaald. En andere mensen: wat moet je daar mee? Vriendschap. Seks. Houden van. Dat gaat allemaal een keer zeer doen. Dus waarom zou je er überhaupt aan beginnen? Max besluit dat ook niet meer te doen. Hij lijkt het knopje gevonden te hebben waarmee hij de -o zo- menselijke maar het leven ook zo ingewikkeld makende verlangens en driften uit kan zetten. Hij waant zich onaanraakbaar. Maar hoe groot blijkt deze desillusie wanneer hij op een dag als gevolg van een overstroming in zijn woning kennismaakt met zijn bovenbuurman. Deze ontmoeting maakt gevoelens bij hem los die hem uit zijn bunker dreigen te lokken. De vraag is of hij hier tegen opgewassen is. Wat zal hij doen?

Het is misschien een vreemde keuze van Max. Maar die ambities: waarom zou je? Nou?

Dus ik heb een boek geschreven.

Ben gedebuteerd met KLEI. Het is een bundel met vier korte verhalen. Max is het hoofdpersonage het van eerste verhaal. Het boek is in eigen beheer uitgegeven. Niet eerder heb ik iets gedaan dat me meer vrees aanjoeg dan dit. De verhalen liggen op straat, voor eenieder te lezen. Ik verstuurde een aantal persberichten en voor ik het wist stond het in drie kranten, werd ik tweemaal geïnterviewd waarvan één keer live op de radio en staat het bij diverse boekhandels in schappen. Allemaal regionaal weliswaar. Maar juist daarom is het zo griezelig, want hier kennen ze me. Als moeder, als collega, als dochter, als buurvrouw, als echtgenote. Maar niet als schrijver van verhalen.

Zijn de verhalen autobiografisch? Natuurlijk werd deze vraag gesteld tijdens de twee interviews. Daarop beantwoorde ik: nee, ze zijn volledig uit de duim gezogen. En zo is het ook.

Al hoewel, en dat heb ik nog niet verteld: er huist heus wel een stukje Max in mij. Ook ik heb ooit geprobeerd om, toen net als bij Max de lat hoog lag, alle ambities te laten varen. Wie geen verwachtingen heeft hoeft er ook geen moeite voor te doen.

Maar dat hield ik niet lang vol. Inmiddels heb ik een vol leven waarin mijn gezin de hoofdrol speelt. Ik kan niet anders dan dit leven ook helemaal zijn. Een deuk in één van mijn liefsten is een deuk in mij. Ik hoop maar dat ik er iets mooi van maak.

En dan is daar KLEI, mijn bundel dat de wereld in geslingerd werd. Toch overweeg ik soms om dit avontuur alsnog per ongeluk expres te saboteren. Net als Fred in Groentesoep met vermicelli.

Jawel, het is heel bloot allemaal.

Maar ook kicken.

Over de auteur:

F.E. van Venetië (1978) is een oud-student van de Schrijversacademie. Ze volgde de specialisatie Romans en Korte Verhalen bij Carla de Jong in Den Haag. Onlangs debuteerde ze met KLEI. Dit is een bundel met vier korte verhalen. KLEI is gepubliceerd via Brave New Books. Het boek is verkrijgbaar of te bestellen bij vrijwel alle boekhandels (ISBN: 9789402157369)

Meer weten of op de hoogte blijven? Kijk dan op: www.facebook.com/FEvanVenetie

Valentijnsdag – Manna Mulder

Het zal denk ik ergens rond groep drie geweest zijn, begin jaren negentig, dat mijn oudste zoon thuis kwam met een glas geblazen paardje. Het moest nog even tot me doordringen vanwaar dit presentje voor mijn zoon, maar na zijn uitleg werd het mij duidelijk; hij had het gekregen voor Valentijnsdag. Van het mooiste meisje van de klas, het poppetje van de school. Het was 14 februari.

Het was een paardje van een centimeter of acht met een bruin ruggetje en beentjes in galop, heel sierlijk en met wuivende manen. De beentjes waren van doorzichtig kleurloos glas. Jarenlang, misschien wel twintig, is het in ons bezit gebleven, tot het op een dag in stukken lag in een doosje en wij het uiteindelijk, na lang bewaard te hebben in deze toestand, met de vuilnisman hebben meegegeven.

Ik vond het aandoenlijk. Dat mijn zoon zo’n mooi paardje gekregen had van een meisje dat blijkbaar, zelfs al op zulke jonge leeftijd, warme gevoelens voor hem koesterde. Het zou een vooruitwijzing worden want tot heden heeft hij die aantrekkingskracht behouden. Zij het niet altijd even succesvol.

Valentijnsdag.

In deze betekenis heeft het voor mij nooit íets betekend. Ik heb stiekem wel eens gedacht die ‘w(R)oest aantrekkelijke’ garagehouder aan de Zeeburgerdijk stiekem een kaart te sturen maar mijn nuchterheid weerhield mij. Bovendien zag hij mij niet staan, als vrouw. Ik was totáál zijn type niet. En bovendien vind ik al dat gedoe met Valentijnsdag maar volkomen flauwekul.

Om eerlijk te zijn vind ik het verschrikkelijk. Ik vind het een opgeblazen, commerciële feestviering. Verzonnen en in het leven geroepen om slagjes uit te slaan en valse hoop te geven aan mensen die verlegen zijn of om andere reden iemand op de hoogte willen stellen van hun aanbidding. Het is een dag, in het leven geroepen voor commercieel gewin. Ineens word je doodgegooid met kaarten, rode aluminium opblaasharten op een steeltje, rozen, weekendjes in hotels. Alles wordt samengebald in die ene dag. Terwijl wij eigenlijk álle dagen onze gevoelens op die manier zouden moeten kunnen en vooral wíllen uiten. Niet dat je elke dag feest hoeft te vieren, dat veroorzaakt ook slijtage. Maar om nou je romantiek op te hangen aan een dag met een vage historie, want ik ben even op onderzoek uit gegaan: er is geen enkele duidelijke aanwijzing voor de invulling van deze dag. Gewoon verzonnen op basis van wat vage overleveringen. Goed voor de economie.

Valentijnsdag, 14 februari, die datum, heeft op zich altijd wel betekenis gehad voor mij, maar in andere zin. Het is de dag dat mijn oom geboren werd, negenennegentig jaar geleden. Hij mocht maar zesentwintig worden, vermoord door de Jap. Aan hem dacht ik altijd op die 14e februari. Of, mijn muis die ik zo genoemd had.

Misschien toch met het gevoel toen dat er een belangrijke boodschap in die naam huisde. Valentijn, de muis dus, woonde op onze schoorsteenmantel in een hoge accubak, van doorzichtig glas. De bak had geen gunstige afmeting voor hem: 30x15x40 (lxbxh) of zoiets. Wat betekende dat ik hem altijd enorm zijn best zag doen omhoog te klimmen maar dat niet kon vanwege het gladde glas. Ik kon hem wel bestuderen, als puber, hangend in een stoel. Hij scharrelde wat rond tussen zijn krantensnippers.

Hij werd een zij

Nog een andere Valentijn waar ik tegenwoordig aan denk is Valentijn de Hingh. Híj werd een zij, Misschien wel de ultieme invulling van Valentijnsdag, de samensmelting van hij en zij.  Kijk, in die zin is 14 februari wel een mooie dag om even bij stil te staan, bij Valentijn. Maar verder heb ik er zelf helemaal niks mee.

Over de auteur:

Manna heet ik, geboren midden jaren vijftig in deze hoofdstad uit een journalist als vader en een verpleegster als moeder. Inmiddels wees. Zelf moeder van een behoorlijk gezin, echtgenote. Ex-leerkracht. Reeds anderhalf jaar blije student aan deze opleiding bij de Schrijversacademie, met gelukkig nog een aantal modules in het verschiet! Schrijven geeft mij rust.

Het hoe van een schrijfgroep – Dé Hogeweg

Over het reilen en zeilen van schrijfgroepen

Hoe gaat het er nu aan toe in zo’n schrijfgroep? Die vraag krijg ik als schrijfdocent vaak. Het gaat net als in elke andere groep waar je wat leert. De groep groept, de docent doceert en er is koffie en thee voor bij het – in ons geval – schrijven, voorlezen en feedback geven op elkaars teksten.
Vanuit het perspectief van de cursist of student is het hoe al vaak beantwoord. Krassende pennen, toetsenborddansende vingers, diepe zuchten, naar de hemel om hulp of uit het raam om inspiratie starende blikken. De geur van oude koffie en een aangeknaagde appel.

Vanuit het docenten-vertelperspectief lees je wel eens een stukje van een docent die zich verheugt over het wonder dat schrijven heet als het zich voltrekt in een beginnersgroep.
In de bijeenkomsten behandel ik de do’s en don’ts in de schrijverij, geef schrijfoefeningen, inspireer, stimuleer – vooral tot lezen en waarschuw – vooral voor opsommingen. Daar valt zeker meer over te vertellen, maar de meeste schrijfdocenten klappen liever niet verder uit de school. En zeker niet op de persoon. Cursisten moeten het gevoel hebben en houden dat alles wat zij in de les produceren en doen tussen vier muren blijft.

Toch schreven schrijfdocenten Nicolien Mizee en Pauline Slot allebei een boek over het hoe van een schrijfgroep/schrijfretraite, respectievelijk Schrijfles en Dood van een thrillerschrijfster. De in hun boeken beschreven cursisten zullen zichzelf of een groepslid misschien wel herkend hebben, maar voor de lezers zijn de personages genoeg gefictionaliseerd om geen boze gezichten of een claim wegens smaad aan de broek te krijgen. Personageprobleem opgelost.

Wie schrijft is kwetsbaar.

Vraag maar aan successchrijvers die nog altijd bang zijn voor neersabelende recensies na het uitkomen van hun nieuwe boek.
Wie beschreven wordt is misschien nog wel kwetsbaarder. Vraag maar aan de familie van Boudewijn Büch, de burgemeester van Zandvoort, de collega’s van J.J. Voskuil. Voor mij valt een grappige column over bijvoorbeeld wanna be schrijvers die met een af manuscript en een attitude naar de eerste les komen dan ook in de categorie don’ts.

Hoe gaat het er nu aan toe in het hoofd van de docent? Dat kwetsbaarmakende inkijkje heb ik er wel voor over om tenminste één van de hoe-vragen te beantwoorden: heel veel lezen, met mijn pen krassen, 3x in de week 20 kilometer fietsen, 2x in de week steppen en spinnen, 2x in de week hardlopen, interproxen, detoxen, observeren, ideetjes opdoen, naar de wolken om inspiratie staren, nieuw lesmateriaal verzinnen, vakartikelen lezen en naar films gaan om cursisten te kunnen tippen over een prachtige plotlijn. Soms pas ik op met opsommingen.

Wordt vervolgd met Het hoe van een schrijfgroep: het voorstelrondje (2)

Over de auteur:

Dé Hogeweg is docent creatief schrijven en redacteur in Den Haag en omstreken. Bij Uitgeverij U2Pi/JouwBoek is zij hoofdredacteur. Zij geeft les bij de Schrijversacademie. Naast het geven van cursussen en workshops schrijft ze columns, korte verhalen en artikelen voor internetsites en bladen. Zij schrijft over alles wat op haar pad komt. In de zomer gaat het vaak over de Tour de France, in de winter over schaatsen. Regelmatig levert zij bijdragen aan de sites Het is Koers (wielrennen) en Bluesmagazine (concertverslagen).

‘Het mooiste van schrijven is van níets íets maken’

In het jaar 2000 verscheen haar verhalenbundel Strandstoelendans.

De succesvolste oefeningen uit haar cursussen en workshops gaf zij in 2011 uit in het boek Oefeningen in creatief schrijven – voor beginners, gevorderden en schrijfdocenten.

Ik, Melania – Liedeke van Nijnanten

Daar sta ik dan. Ik schaam me dood. Ik wil hier niet zijn. Ik ben niet blij. Het liefst zou ik nu weglopen, maar niemand zal het aan me zien. Te vaak gedaan alsof, het is een tweede natuur geworden. De blik van mijn voorgangster staat op onweer. Woedend is ze. Niet op mij denk ik. Ik ben slechts het aanhangsel. Mooi zijn, mond houden en voor onze zoon zorgen. Ze zal wel denken dat ik een dombo ben. Mijn arme zoon. Hij zal gepest worden. Alsof hij er wat aan kan doen. Dat zijn vader is wie hij is. Maar nu is het te laat. De idioten zijn erin getrapt. En ik ook, toen ik met hem trouwde.

Het was eigenlijk begonnen als een grap.

Zaten ze te borrelen hoor. Zeg maar zuipen. Met hun dronkemanspraat het plan opstellen. Ten gunste van hunzelf en hun rijke vriendjes. Hilarisch vonden ze het. En herinneringen ophalen aan al die hoeren, tijdens hun zakendiners. En zonder zakendiners. Ik ben niet achterlijk. Het is de prijs die ik betaal voor mijn luxeleventje en zekerheid voor mijn zoon. Ik en mijn zoon worden als vuil behandeld. Dankzij zijn uitspraken. Denk je dat er aan mij ooit iets is gevraagd?

Soms fantaseer ik anoniem het bewijs te leveren van zijn escapades. Dat heb ik namelijk. Wat dacht hij dan? Wie niet sterk is moet slim zijn. En die aanrandingsverhalen. Die zijn waar. Zo is het bij ons ooit begonnen. Maar ik kan het mijn allerliefste zoon niet aandoen. Niet nu. Hij is te jong. Mij interesseert het allang niet meer. We slapen niet voor niets apart.  Moeten we ook nog oplossen, in ons nieuwe onderkomen.

Ik schrik me dood. Hij pakt mijn hand. Heeft hij al jaren niet meer gedaan. Opletten, show time! Gezicht op glimlachen. Het pakje van Ralph Lauren is trouwens wel prachtig. Daar kunnen ze tenminste niets op aanmerken. Daar gaan we dan, op weg naar het Witte Huis. Ik neem plaats in “The Beast” en laat alles gelaten over me heenkomen. Glimlachen en wuiven maar.

Over de auteur:

Liedeke van Nijnanten, student aan de Schrijversacademie, schrijft graag over actuele zaken en ook alledaagse observaties. Ze is sinds kort werkzaam in de ouderenzorg, een onderwerp op zich en moeder van een zoon waar ze beretrots op is. Ze heeft zes jaar in Florida gewoond en daardoor voelt ze zich zeer verbonden met alle politieke perikelen aldaar en alle Amerikanen.

Slecht nieuws is goed nieuws

Schrijvers geven lezers soms een extra leven. Ik heb het zelf meegemaakt. Ik was 12, had de laatste bladzijde gelezen en alles was omgedraaid. Opeens was het ongeloofwaardig geworden dat ik mijzelf was en niet de hoofdpersoon. Stiekem stond ik in de schuur tegen een tak ‘Lumos!’ te roepen. Na een paar keer zwiepen drong het tot mij door dat ik fictie had gelezen. Ik bleef onttoverd achter.

Tot zoveel inleving zijn mensen dus in staat, en dat zou je niet zeggen als je de krant openslaat. Lezen moeten we stimuleren, zou je denken, ter vergroting van het inlevingsvermogen. Maar juist wanneer het om nieuws gaat, is minder empathie beter.

De media schrijven namelijk ook een verhaal waar we ons in kunnen verliezen. Storende onderdelen worden door de redactie gefilterd, de overgebleven nieuwswaarde meten ze breed uit. Telkens met dezelfde welluidende de koppen: ‘Wereld staat in brand’.

Tijdens het lezen van goed geschreven rampspoed vergeten we onszelf, in de kern is de NOS-app hierin hetzelfde als een goed boek. Er is alleen een cruciaal verschil: waar romanschrijvers hun verhaal als leugen presenteren, vertellen journalisten hun wereld als werkelijkheid. En daarom biedt een reality check, zoals ik in de schuur beleefde, geen uitkomst. Nieuws is al reality. En dan ook nog eens eentje die gericht is op onttovering.

En juist in die shockmatige onttovering huist verzwegen geluk. We hadden die slachtoffers kunnen zijn, wat een shock, want we hebben het zo goed! We hebben het zo goed. Slecht nieuws is hier slecht, omdat de eigen situatie zo goed is. Slecht nieuws is goed nieuws. Maar die laatste toevoeging lees je natuurlijk niet in het nieuws, die moet je jezelf vertellen. Alleen wie zichzelf te veel inleeft, verblijft in de shock en gaat zijn eigen geluk ongeloofwaardig vinden. Op die manier wordt de onheil van het nieuws tot enige echte realiteit verheven. Deze arme mensen zijn dreuzels in een toverwereld waar ze geen vat op hebben.

Dat zoveel mensen geschokt zijn door slecht nieuws stelt me gerust. Maar ons inlevingsvermogen baart me zorgen. En ik wil zeker niet beweren dat de media een soort toverwereld scheppen, maar ze tonen ook weer niet de enige werkelijkheid. Lezers die dat vergeten kunnen onterecht menen in de fik te staan. Misschien helpt het als ze zichzelf even blussen in de schuur.

Over de auteur:

Tijmen de Kok (1988) heeft naast zijn studie wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden bij verschillende bedrijven gewerkt als studieadviseur. Nu is hij bij de Schrijversacademie studieadviseur en studiecoach, en sinds kort student aan de Schrijversacademie. Verder schrijft hij af en toe een blog!

 

De smaak van een ander leven – Yvette Strookappe

We hebben onlangs een schrijfwedstrijd gehad exclusief voor onze studenten met als hoofdprijs een specialisatie naar keuze. 3 verhalen zijn gekozen en de winnaar maken we binnenkort bekend! We publiceren de komende weken de 3 verhalen op onze website.

De jury, bestaande uit Manon Duintjer, Kathy Mathys en Tijmen de Kok, hebben hun keuze gemaakt! De 3 namen die in aanmerking komen voor de hoofdprijs zijn:

Ernestine Kossmann
Simone Carree
Yvette Strookappe

De smaak van een ander leven

Ze leefde haar leven aan de rand van dat van hen. Er was geen glimlach van herkenning, geen hand die groetend omhoog ging en haar naam weerklonk alleen in haar eigen hoofd. Wel was er een mengeling van afkeer, medelijden en complete verstandsverbijstering.

Ze had geleerd om hen gade te slaan zonder geconfronteerd te worden met hun opvattingen. Daarvoor hoefde ze zich niet te verstoppen achter een van de bomen of af te wachten in het steegje verderop. Zolang ze op gepaste afstand bleef verdroegen ze haar aanwezigheid alsof ze daadwerkelijk niet bestond. Ze lachten, roddelden en keuvelden, of lazen een boek op een van de afgelegen bankjes terwijl de kinderen zich vermaakten op de speeltoestellen.

Iedere week, op dezelfde dag en hetzelfde tijdstip, was er een man van middelbare leeftijd met zijn zoon. De jongen was alleen nog maar bekend met de illusie van puur geluk die hij achter elkaar beleefde op de glijbaan. De vader verdeelde zijn aandacht tussen hem en zijn horloge. Zijn rechtervoet wipte op en neer. Ongeduld, stress, een combinatie van de twee of misschien was het wel gewoon een nietszeggende tic. Maar wat als er wel wat speelde in zijn leven en die terugkerende beweging een noodzaak was geworden? Een baas die ongeduldig op hem wachtte, een ex-vrouw die iedere minuut van de voogdijregeling op papier noteerde. Of werd hij nerveus van het wegtikken van de tijd en realiseerde hij zich dat het grootste deel van zijn leven er al op zat. Waarschijnlijk geen van allen, dacht ze even later. Maar fantaseren over hun leven was alles wat ze had. Bij hen waren er zo ontzettend veel scenario’s mogelijk en dit was een van de weinige manieren om er zelf deel van uit te maken. In gedachten liep ze met de man mee naar zijn baas of ex-vrouw en hield ze de hand van zijn zoontje vast.

Maar in werkelijkheid wachtte ze nu met smart tot het uur erop zat. Toen de vader zijn zoon riep voelde ze haar maag verlangend samentrekken. De jongen kwam aangerend, greep de eerste boterham vast en at hem al babbelend op. Maar ze wist dat de vader er altijd twee bij zich had. Twee boterhammen en een pakje appelsap. De appelsap ging op. De tweede boterham werd geweigerd. En weggegooid.

Nog geen minuut nadat ze vertrokken waren viste ze de boterham uit de prullenbak en het zakje dat eromheen zat. Dit was het moment waarop ze haar gretigheid afremde. Het was zoveel meer dan alleen een boterham. De boter keurig gesmeerd langs de broodkorst. Een plak kaas met een lachend gezichtje erbovenop.

Vanaf de eerste tot en met de laatste hap hield ze haar ogen gesloten en zag ze een vrouw in een verwarmde keuken staan. Een moeder die met precisie de boter verdeelde en de kaas in het midden erop legde. Een moeder die het eten met zorgzame handen inpakte en met een gulle glimlach aan haar overhandigde.

 

 

 

Nog één glas – Ernestine Kossmann

De jury, bestaande uit Manon Duintjer, Kathy Mathys en Tijmen de Kok, hebben hun keuze gemaakt! 3 verhalen zijn gekozen en de uiteindelijke winnaar maken we 19 januari bekend. De 3 namen die in aanmerking komen voor de hoofdprijs zijn:

Ernestine Kossmann
Simone Carree
Yvette Strookappe

Deze namen staan nu nog op alfabetische volgorde en elke week publiceer ik 1 van de verhalen. We houden het nog even spannend!

Nog één glas

Je hebt mensen die in alles altijd beter zijn dan jij. MIjn broer is zo iemand. Kent meer gedichten uit zijn hoofd, spreekt meer vreemde talen, fietst harder, speelt beter piano, weet overal de weg, kookt lekkerder.

Ik had hem gevraagd mee te gaan naar de workshop ‘Wijn proeven’ die ik ergens gewonnen had. Daar zat een competitie-elementje in. Ik had zo graag eens iets gevonden waar ik beter in was.

Daar zaten we, met halve glaasjes wijn voor ons en een notitieblok. Dat gezwabber, dat was het probleem nog niet. Ik kon zien of de wijn helder was of niet, en lichtgeel en groenig kon ik ook nog wel onderscheiden. Zelfs ‘hangt wat meer aan het glas’ kreeg ik zonder al te veel gene uit m’n mond, ik had het idee dat ik het wel begreep. En hij knikte. We vonden hetzelfde, hij zag niet iets anders dan ik en dat was al heel wat. Hij zag altijd meer dan ik, gelijkspel was voor mij pure winst.

Bij het ruiken ging het mis. Ik rook wijn. Omdat ik ook wel begreep dat dat niet helemaal de bedoeling was, beweerde ik dat ik ‘fruit’ geroken had. Hij rook ‘pasgemaaid gras in combinatie met verse abrikozen’. En toen moest het echte proeven nog beginnen. Ik proefde wijn. Lekkere wijn. En ik suggereerde ‘een regenbuitje in de lente’. Hij knikte nadenkend. Ja, dat begreep hij wel, dat zat er wel in. Maar toch ook doperwtjesgroen. En een randje peer met karamel.

Bij het derde glas probeerde ik het nog maar half, terwijl hij met zijn ogen half gesloten en zijn hoofd scheef poezie schreef. Kampvuur aan zee. Opstuivende kalkgronden. Geraniums langs een bergbeek. Toen hij ook nog wist te vertellen uit welk gebied welke wijn kwam, en welke druif er gebruikt werd, toen gaf ik het helemaal op. Gewoon, hopla, naar binnen met die wijnen. Ze smaakten prima. Naar lekkere wijn.

Hij had de smaak te pakken, en ik kon met hem geen wijn meer drinken zonder dat hij in lyrische bewoordingen beschreef wat hij proefde.

Wat hij ook beter blijkt te kunnen dan ik, is ziek zijn. Ik doe aan halve griepjes, nu en dan eens een paar dagen misselijk of zo, een pijnlijke nierbekkenontsteking als absoluut hoogtepunt. Hij heeft dat allemaal zo’n beetje overgeslagen, hij gaat meteen voor het echte werk, met operaties en chemo’s en bestralingen. Ik zit regelmatig aan zijn bed, afwisselend in het ziekenhuis en thuis, vooral thuis nu, nu de medische wereld geen nieuw register meer open kan trekken.

Zijn vrouw en ik drinken wijn.

“Mag ik een slok?” vraagt hij en hij reikt naar mijn glas. “Het kan met mijn medicatie.”
Ik geef hem mijn glas, hij drinkt, ik krijg mijn glas terug.

“Zo jammer,” zegt hij, “nu ik rustig wijn mag drinken, nu smaakt het nergens meer naar. Vertel jij me wat je proeft?”

Lentebloesem, lieg ik, zeekraal, grapefruitbittertjes met amandelen. Vooral zilte tranen. Maar dat zeg ik niet.

Voorbij – Manna Mulder

Voorbij was het, wat ik ook geprobeerd had.

Ik had op mijn hoofd gestaan, op handen en voeten gelopen, van een halve liter in de zenuwen van de observatie per ongeluk 5 liter gemaakt, alles was genoteerd, vastgelegd voor de eeuwigheid. En hoe ik mijn best gedaan had, hoog en laag gesprongen, gewend en gekeerd, gelaveerd, hand in eigen boezem gestoken, tevergeefs.

Ik bereidde me al vanaf zeven uur ’s ochtends voor, bracht het digibord in stelling, het had allemaal niet mogen baten. In eerste instantie werd ik beoordeeld door ene mevrouw van der Staay, de naam zegt eigenlijk al genoeg. Zij kwam uit de buurt van Bodegraven. Een stijf uitziende jonge vrouw, in de heer en de leer. Zij kon ‘op het eerste gezicht niets bijzonders opmerken…’, maar met een klein lampje kon ze na lang zoeken blijkbaar toch van alles vinden, zo las ik in haar verslag. Ze vulde dialogen in die niet de mijne geweest waren, ze legde mij dingen in de mond, interpreteerde vrij en toen was het gedaan. Alles had ze zwart op wit, inclusief weerkerende spelfouten, keurig vastgelegd in een rapportage. De zaak leek beklonken.

Maar ik kreeg toch nog een kans.

Men vond het toch ook wel erg karig, in 4 werkdagen een heel verbetertraject met een voldoende doorlopen te moeten hebben. Dus daarna kwam mevrouw Mooy, een echte Amsterdamse. Daar kon ik als autochtoon wel goed mee uit de voeten. Maar het kwaad was al geschied. Ach, eigenlijk al bij voorbaat. Alles stond immers vast, net als bij velen van mijn collega’s. En er was ook inmiddels teveel geschiedenis ontstaan: Amsterdammers, over het algemeen recht voor zijn raap, dat valt niet altijd even goed. Niet iedereen die in Amsterdam woont en werkt spreekt ook ‘Amsterdams’, laten we maar zeggen. Al doet men het vaak wel zo voorkomen.

Maar goed.

Een van de mooiste zinnen uit de rapportage vond ik wel: ’mevrouw zit met één bil op tafel.’ Welke leerkracht zit niet af en toe even met één bil op tafel, met twéé soms wel. En tegen een meerwaarde van dertig procent salaris functioneren zij nog steeds naar behoren. Trouwens, wat te denken van: ‘mevrouw corrigeert over de leerlingen heen’, wat duidde op een zacht vinger geknip om de (educatief) televisiekijkende kinderen niet te storen. Wie doet dat niet? Ik schat 99,9%. Je gaat toch niet door het beeld van dertig leerlingen heen lopen om tegen die ene ‘wipper’ te zeggen: ‘Ga eens goed zitten, anders val je om!’ Waardoor iedereen vervolgens raakt afgeleid. Maar had ik het wel zo gedaan, door de groep lopen, was dát een min geworden. Het maakte niet uit wát ik deed, hóe ik het deed. Kansloos bij de start. En niemand is perfect, ook ik niet. Maar er zijn redenen om mijn bedenkingen te hebben, gezien de inkrimping van het totale lerarenbestand uiteindelijk.

Herscholen

De zaak werd netjes afgehandeld en volgens de regels mocht ik mij herscholen, omscholen en ik ging op zoek alsof ik in een snoepwinkel kiezen mocht. Ik kreeg een vast bedrag dat paste bij mijn aantal gewerkte jaren. Via allerlei cursusaanbod en op zoek naar journalistieke mogelijkheden om mijn wens dan toch misschien nog op de valreep in vervulling te laten gaan, kwam ik bij toeval op de site van de Schrijversacademie. Mijn leven kreeg weer perspectief, helemaal toen ik de daad bij het woord mocht gaan voegen. Ik zette mijn gehele budget in. Startdatum zou 3 maart 2015 worden. Ik was ingedeeld bij de Basiscursus bij Daan Remmerts de Vries.

Op de dag van de Februaristaking overleed mijn moeder, niet in het harnas, wel dement, maar toch nog immer mijn moeder. De vrouw die me liefdevol had grootgebracht. De verstandige, belezen, wijze vrouw van wie ik de voorgaande jaren al beetje bij beetje afscheid genomen had. De moeder van wie ik zoveel hield en die langzaam aan mijn kind geworden was. Ze had me altijd met raad en daad bij gestaan. Was altijd modern van geest geweest, trots en sterk.

Er was naast verdriet ook opluchting

Het leven was voor haar eigenlijk mensonterend geworden.

Nu moesten we de dag gaan bespreken dat we afscheid van haar lichaam zouden gaan nemen. Ik dacht maar steeds aan die ene dag, 3 maart. De cursus zou om zes uur ’s avonds beginnen. Misschien kon het nog. Maar er waren te veel dooien die dag, blijkbaar. En gezien haar wens, Driehuis, waren we afhankelijk van de open gaatjes in de agenda en zo konden we om drie uur in de middag daar terecht, op drie-drie. Het leven is niet te plannen, de dood evenmin.

Gelukkig kon ik twee weken later starten bij Maaike Gerritsen. Het werd een bijzondere module. Met veel openhartigheid, tranen soms, het diepste van je ziel laten zien. We werden ondergedompeld in elkaars ziele roerselen. Het schiep een band.

En ondanks alle verlies, alle pijn, was deze opleiding een baken geworden in een rusteloos leven. Het werd een periode van herijking. Verrijking. Een periode die zoveel gaf en invulde wat ik heel lang gemist had, waar ik heel lang naar verlangd had, een leven van schrijven, overpeinzen, scheppen, schaven en herschrijven. Een nieuw begin, geboren uit een voorbije tijd.

Over de auteur:

Manna heet ik, geboren midden jaren vijftig in deze hoofdstad uit een journalist als vader en een verpleegster als moeder. Inmiddels wees. Zelf moeder van een behoorlijk gezin, echtgenote. Ex-leerkracht. Reeds anderhalf jaar blije student aan deze opleiding bij de Schrijversacademie, met gelukkig nog een aantal modules in het verschiet! Schrijven geeft mij rust.

blogfoto-schrijversacademie-oktober-2016