schrijven wordt Schrijven – Lily Rijpkema

zolang ik me kan heugen schrijf ik. Natuurlijk aanvankelijk het verplichte schrijven op school. Maar al snel ontdekte ik hoe leuk het was om kleine verhaaltjes voor mijn zusjes te schrijven, werd ik blij van de kettingbrievenrage uit mijn jeugd en was ik trots als mijn opstel als enige werd voorgelezen in de klas. Sinterklaasgedichten schudde ik moeiteloos uit mijn mouw en in steenkolenengels correspondeerde ik met een verre ‘penvriendin’.

‘mama schrijft een brief’ was de gevleugelde uitdrukking in mijn gezin als een afspraak niet volgens plan was verlopen en het leidde vaak tot een bevredigende oplossing. In mijn bedrijf ging alle correspondentie via mij, ik eiste grammaticaal correcte brieven naar mijn klanten, zonder taal- of stijlfouten. Ik keek de scripties van mijn dochter na en bleef met trucs en tips hardnekkig volhouden om haar wegwijs te maken in de, voor haar geheime, wereld van de d, t of dt.

Opeens bleek een gedicht van mij in een bundel opgenomen te gaan worden en kreeg ik bericht dat een column van mijn hand in een blad zou verschijnen. Hierdoor aangemoedigd heb ik geklikt op een banner van de Schrijversacademie die in mijn beeldscherm verscheen. Ja, ik wilde wel wat meer informatie ontvangen. En na een prettig telefoongesprek met Caroline besloot ik om in het diepe te springen!

Een doos met boeken werd thuisbezorgd, opdrachten volgden al snel. Bijeenkomsten werden gepland, studiedagen aangekondigd. Deadlines, huiswerk, lezen, schrijven en nog meer schrappen. Opbeurend commentaar van je docent, een welkom compliment. Kritische feedback van medecursisten. Kladblokken met aantekeningen liggen verspreid door mijn huis en ik heb in de kantoorvakhandel gezocht naar pennen die lekker schrijven. De stapel nog te lezen boeken groeit gestaag.

Wat latent aanwezig bleek is tot leven gekomen. Mijn worstelingen worden herkend door mede cursisten. Wat ik eerder al deed krijgt plotseling een naam. ‘Kill your darlings’, zó heet dat dus als je met pijn in je hart een geweldige passage uit je tekst moet schrappen.

Over de auteur

Als wijkverpleegkundige zit ik de hele dag op de fiets, op weg van patiënt naar patiënt. Achter elke voordeur een verhaal, voorlopig heb ik daardoor voor jaren voldoende input om verhalen te schrijven. En als ik oud en stram ben wordt het misschien wel een boek!

Studeren aan de Schrijversacademie is voor mij hard werken, uitdagend maar voorál een feest van herkenning!

 

Storytelling – Een fantastisch middel

‘Ik hoefde mijn kinderen niet te straffen. Ik had een fantastisch middel: het verhaal,’ zei Jan Terlouw onlangs in een interview in het NRC. Terlouw vertelde zijn kinderen verhalen om hen te leren nadenken over morele kwesties en om hen te laten zien hoe belangrijk het is om de drijfveren van iemand te kennen.

Ook bij de opleiding Storytelling gebruiken we verhalen om mensen iets duidelijk te maken, maar dan op een zakelijk vlak, bijvoorbeeld om jezelf als ZZPer op de kaart te zetten, of om het belang van een verandering binnen je bedrijf kracht bij te zetten of om je werknemers met hun neuzen dezelfde kant op te laten wijzen. Eerlijkheid staat daarbij hoog in het vaandel. Voordat je daadwerkelijk gaat schrijven, zal je eerst inzicht moeten krijgen in je eigen drijfveren. Dat betekent met de billen bloot en dat is niet altijd makkelijk. Weerstand, uitstelgedrag, blokkades: het hoort er allemaal bij.

Als je de hobbel eenmaal genomen hebt, is ‘the sky the limit’.

Zo schreef een van mijn studenten in een motiveringsspeech voor haar medewerkers hoe zij zelf het enthousiasme in haar werk was kwijtgeraakt en hoe ze dat vervolgens had teruggevonden, een andere student schreef een thriller over het wateronderzoek dat haar bedrijf deed. En weer een ander combineerde haar eigen familiegeschiedenis met die van de buitenplaats waarvoor zij werkte en maakte daar een boekje van.

Terlouw heeft gelijk: verhalen zijn een fantastisch middel niet alleen om de drijfveren van anderen te leren kennen, maar ook die van jezelf. Want als je die kent, kan je een waarachtig verhaal creëren waarmee je mensen raakt en overtuigt.

Wil jij ook ontdekken hoe een je overtuigend verhaal dat blijft hangen kunt structureren voor elke behoefte van je bedrijf, en meteen beginnen met het toepassen van de theorie in de praktijk? klik hier De volgende startdatum van deze opleiding is in Utrecht: zaterdag 30 september 2017 met Manon Duintjer

Over de auteur:

Manon Duintjer (1969) was uitgever van de Rainbow Pockets, stelde als freelance redacteur verschillende verhalenbundels samen, waaronder Zij denkt dus zij bestaat en schreef voor het tijdschrift BOEK. In 2011 debuteerde zij met de roman De S-machine, en in 2016 bracht zij samen met Marlies Visser het filosofiespel Nomizo uit. Momenteel geeft zij les aan de Schrijversacademie en werkt zij aan haar tweede roman.

 

 

Docenten op een boot – Jowi Schmitz

Waar docenten van de Schrijversacademie het over hebben als je ze in een boot stopt

Zoals dat hoort op een boot werd mijn tas nat en hadden we inkijk in iemands kledij, maar daar ging het niet over. Steeds bogen we om beurten naar voren voor een wijn of een sapje, of een hapje, want daar had Caroline, oftewel mevrouw Schrijversacademie, toch maar mooi voor gezorgd.

Een dag uit het leven van een docent aan de Schrijversacademie.

We gingen vergaderen en toen varen. Het was vol in dat docentenbootje, al die ZZP-ers met allerlei wortels en achtergronden, we hadden bij elkaar een behoorlijke boekenkast vol geschreven. De gesprekken gingen over nieuwe workshops, humor leek ons wel wat, net als dialogen schrijven, en over hoe het zo gekomen was, dat schrijverschap.

Ik vertelde over het verleggen van verlangens, en dat ik dat iedereen aan kan raden, net zo lang, wellicht, tot het past. Omdat je altijd al sporter wilde zijn, maar allebei je knieën knapten. Omdat je zo heel graag wilde kunnen zingen, maar alle kraaien steeds in lachen uitbarstten. Omdat ik toen bij schrijven uitkwam en de grenzeloosheid ontmoette. Steeds verder leren, steeds nieuwe werelden die je met je eigen handen mag bouwen en vormgeven.

Waar was ik anders uitgekomen?

Bij botenbouwen misschien. Of werktuigbouwkunde. Of toch met een bochtje weer bij schrijven. Want voor schrijven heb je geen knieën nodig en je kunt doen alsof je het beste zong van allemaal, vroeger al, altijd al, alsof de kracht van je keel de kraaien wegblies en je samen met hoeheetdie operazanger ook alweer, vooraan op het podium van ‘Nederland heeft toptalent’ deed belanden.

Ik nam nog wat wijn, mijn tas dreef kalmpjes voorbij en de inkijk kwam en ging als de golven.

En zo extreem als het destijds voelde om alles te laten vallen en me op die pen te werpen, zo rustig leek die verandering nu, van hieruit gezien, het water overgezwommen.  ‘Misschien dat ik daar een workshop over kan geven,’ mompelde ik tegen Tijmen aka meneer Schrijversacademie. ‘Over het verleggen van verlangens.’ Dat moest ik uitleggen van hem en opeens was het geen uitleg meer maar een opdracht, schrijf er maar een verhaal over, zei ik juffig.

Zo dreven we met ons bootje door de grachten van Leiden, allemaal deel van een verhaal dat nog volop bezig is.

 Over de auteur:

Jowi Schmitz is schrijfster en docent aan de Schrijversacademie. Haar boek Weg is genomineerd voor de Dioraphte Literatour Prijs. http://literatour.nu/prijs

Verder heeft ze aangeboren discipline, twee kinderen (wat dus enorm handig is) en heel veel toekomstdromen, die allemaal iets met schrijven te maken hebben. Ze woont op een boot bovenop de Piet Heintunnel en de lente maakt dat ieder jaar weer de moeite waard.

De smaak van een ander leven – Yvette Strookappe

We hebben onlangs een schrijfwedstrijd gehad exclusief voor onze studenten met als hoofdprijs een specialisatie naar keuze. 3 verhalen zijn gekozen en de winnaar maken we binnenkort bekend! We publiceren de komende weken de 3 verhalen op onze website.

De jury, bestaande uit Manon Duintjer, Kathy Mathys en Tijmen de Kok, hebben hun keuze gemaakt! De 3 namen die in aanmerking komen voor de hoofdprijs zijn:

Ernestine Kossmann
Simone Carree
Yvette Strookappe

De smaak van een ander leven

Ze leefde haar leven aan de rand van dat van hen. Er was geen glimlach van herkenning, geen hand die groetend omhoog ging en haar naam weerklonk alleen in haar eigen hoofd. Wel was er een mengeling van afkeer, medelijden en complete verstandsverbijstering.

Ze had geleerd om hen gade te slaan zonder geconfronteerd te worden met hun opvattingen. Daarvoor hoefde ze zich niet te verstoppen achter een van de bomen of af te wachten in het steegje verderop. Zolang ze op gepaste afstand bleef verdroegen ze haar aanwezigheid alsof ze daadwerkelijk niet bestond. Ze lachten, roddelden en keuvelden, of lazen een boek op een van de afgelegen bankjes terwijl de kinderen zich vermaakten op de speeltoestellen.

Iedere week, op dezelfde dag en hetzelfde tijdstip, was er een man van middelbare leeftijd met zijn zoon. De jongen was alleen nog maar bekend met de illusie van puur geluk die hij achter elkaar beleefde op de glijbaan. De vader verdeelde zijn aandacht tussen hem en zijn horloge. Zijn rechtervoet wipte op en neer. Ongeduld, stress, een combinatie van de twee of misschien was het wel gewoon een nietszeggende tic. Maar wat als er wel wat speelde in zijn leven en die terugkerende beweging een noodzaak was geworden? Een baas die ongeduldig op hem wachtte, een ex-vrouw die iedere minuut van de voogdijregeling op papier noteerde. Of werd hij nerveus van het wegtikken van de tijd en realiseerde hij zich dat het grootste deel van zijn leven er al op zat. Waarschijnlijk geen van allen, dacht ze even later. Maar fantaseren over hun leven was alles wat ze had. Bij hen waren er zo ontzettend veel scenario’s mogelijk en dit was een van de weinige manieren om er zelf deel van uit te maken. In gedachten liep ze met de man mee naar zijn baas of ex-vrouw en hield ze de hand van zijn zoontje vast.

Maar in werkelijkheid wachtte ze nu met smart tot het uur erop zat. Toen de vader zijn zoon riep voelde ze haar maag verlangend samentrekken. De jongen kwam aangerend, greep de eerste boterham vast en at hem al babbelend op. Maar ze wist dat de vader er altijd twee bij zich had. Twee boterhammen en een pakje appelsap. De appelsap ging op. De tweede boterham werd geweigerd. En weggegooid.

Nog geen minuut nadat ze vertrokken waren viste ze de boterham uit de prullenbak en het zakje dat eromheen zat. Dit was het moment waarop ze haar gretigheid afremde. Het was zoveel meer dan alleen een boterham. De boter keurig gesmeerd langs de broodkorst. Een plak kaas met een lachend gezichtje erbovenop.

Vanaf de eerste tot en met de laatste hap hield ze haar ogen gesloten en zag ze een vrouw in een verwarmde keuken staan. Een moeder die met precisie de boter verdeelde en de kaas in het midden erop legde. Een moeder die het eten met zorgzame handen inpakte en met een gulle glimlach aan haar overhandigde.

 

 

 

Kijk! – Lies Aris

‘Kijken is anders dan consumeren’, schal ik de collegezaal in.  Ik voel mijn woorden afketsen tegen enkele tientallen kruinen van gebogen hoofden. Hun vingers vliegen getraind en razendsnel over de blauwig oplichtende screens van hun smartphones, verborgen in schoten of achter boekenstapels. Vandaag ben ik vastberaden om deze vrijdagmorgenstudenten, met hun nat gedouchte haren en wazige blikken wakker te schudden. Ze te inspireren! Hun legendarische juf te worden. Diegene die hen het licht deed zien. Wiens woorden ze tientallen jaren later nog quoten, op allerhande gelegenheden waarin zij verhalen over het moment dat hun leven echt zin kreeg. Toen ze Het Licht zagen. Ik wil gewoon potdomme een profeet zijn, daar in dat zweterige klaslokaal tussen de mandarijnschillen, de vergeelde gordijnen en het whiteboard.

‘PPPPRRRRRRFFFFFFT’

Een reutelend geluid ontsnapt iemand’s derrière. Een scheet? Durven studenten tegenwoordig luide scheten te laten in de les? Ik kan het bijna niet geloven….

Niemand van de gebogen hoofden kijkt verstoord op. Scheten is klaarblijkelijk het nieuwe gapen.

Terwijl ik daar zo sta te oreren, bedenk ik me plots een geniale uitvinding voor Het Nieuwe Onderwijs voor de selfie generatie. Ik weet dat bescheidenheid een deugd is, maar ik ben er nu van overtuigd dat mijn idee een winner is. Let op: we maken een soort digitale poort bij de ingang van collegezalen die alle functies van smartphones en tablets uitschakelt, maar wel toegang biedt tot één kanaal: College NOW, heet dat dan.  De docent heeft toegang tot dit kanaal en kan via het scherm extra informatie zenden over de les, induttende studenten wakker piepen, en beelden of links live als een soort ‘VJ professor’ mixen met het live college.

Dan start ik de film. Film intermezzos werken uitstekend in colleges aan jonge studenten. Beeld en geluid geven wat extra spice aan die ongemakkelijke situatie van het ‘moeten’ luisteren naar een analoog iemand. Ik ben een analogue girl in a digital world, maar zij zijn digital students in an analogue situation namelijk….

Bovendien kan iedereen nog ongegeneerder zijn Insta checken omdat het licht uit is.

We kijken naar De Kijk van Kessels, een documentaire over reclameman Erik Kessels die er een bizarre hobby op nahoudt: familiefotoalbums redden van de ondergang in een papierverdelger. Duizenden fotoboeken kocht hij overal op rommelmarkten en een enorme loods is van bodem tot nok toe gevuld met kisten vol albums. Ik geef vandaag een workshop over verhalen maken en wil een Boodschap overbrengen. Over dat een verhaal maken begint bij heel erg goed

kijken.

Kessels laat een reeks foto’s zien uit een familiealbum van tweelingzusjes. Eerst zie je de schattige zusjes in allerlei leeftijdsformaten. Dan zijn ze groot. Er verschijnt een meneer die altijd tussen hen in staat. Het Vriendje van de één. Dan heeft de meneer op de foto’s een legeruniform aan. Dan volgen vele foto’s van alleen nog maar één tweelingzus. Op elke foto laat het meisje duidelijk ruimte voor haar niet meer aanwezige zus. In mijn hoofd vechten verschillende verhaallijnen hun weg naar de top. Die zus was dus verloofd en volgde haar man naar het front alwaar zij beiden sneuvelden in een verschrikkelijke luchtaanval van de tegenpartij. Die zus en haar man emigreerden naar Australië. Die zus stierf van liefdesverdriet nadat zij vernam dat haar verloofde met een plaatselijke schone in het oorlogsland een kindje had gemaakt.

Zo gaat dat nou. Met verhalen verzinnen. Je moet toch eerst om je heen kijken. Als was het maar gewoon in je eigen hoofd. Zonder foto’s. Gravend in de verzameling verhaalllijnen die je zelf al bewandelde of die je in je omgeving zag.

Ooit, lang geleden, fietste ik dagelijks twaalf kilometer heen en twaalf langere kilometers terug op een grijs geasfalteerd weggetje langs een bibberig slotensysteem van Boskoop naar Gouda. Van huis naar school. Met zo’n dikke schooltas achter op de snelbinders. Het regende óf het waaide. Meestal allebei tegelijk. Visueel bood die weg van school naar huis nooit zo gek veel spannends. En totdat ik Het Onzichtbare Licht van Evert Hartman las, fietste ik vrijwel altijd met de ogen halfdicht en de verbeten tanden op elkaar door die polders. De helderziende hoofdpersoon uit Het Onzichtbare Licht zag allemaal enge dingen, zoals een hand met een dolk die uit een sloot omhoog stak. Vanaf dat moment zag ook ik Het licht. Van ‘van alles overal’ zien. En overal verhalen in ontdekken. De veelbetekenende voetsporen in het grind van een oprijlaantje, de wuivende knotwilgen die codetaal spraken in de lucht, de oude boer die altijd verdacht naar mij grijnsde.

De geschiedenisleraar Jaap Smit, met zijn jihadibaard avant-la-lettre, zijn eeuwig te korte pantalons en zijn ridicule fietsstijl, die mij altijd met grote snelheid voorbijreed en dan met nasale stem zei “Dat wordt weer een briefje halen mevrouw Aris”. Verhaallijnen vochten elke ochtend op de heenweg en elke avond op de terugweg om de aandacht.

In de klas vraag ik de studenten hun telefoons helemaal onderin hun tas te verstoppen. Ik vraag ze er veel andere dingen op te gooien. Zelf geef ik het goede voorbeeld door de inhoud van mijn tas om te kieperen (grote berg tampons, boekjes, pennen, lippenstiften, raceautootjes, een muts, een deoroller, de camera en nog wat ondefinieerbaar papierwerk). Dan. Bevrijd van de blauwe aantrekkingskracht, pak ik mijn prop papier. ‘We gaan het Grote-Verhaallijn-spel doen, jonges! Wie de prop krijgt verzint een zin. Iedere vanger bouwt mee aan het verhaal.’

Waar halen ze het vandaan? Ze kijken om zich heen. Kijken. Met echte ogen in andere echte ogen. Ze vangen, ruiken, horen, proeven, snuffelen en spreken met tonen. En het verhaal ontstaat.

 

Over de auteur

Lies Aris – Schrijver/ kunstenaar/ docent aan de Schrijversacademie – is gebiologeerd door “Het Verhaal” achter de dingen en werkt vanuit haar bureau Storyshop. Ze schrijft korte verhalen en maakt vanuit Storyshop verhalen op maat: als copywriter voor merken, als subsidiewerver voor organisaties, als ghostwriter voor speeches of als artistiek programmamaker.

Lies Aris staand