De proefles

Benieuwd hoe het eraan toegaat tijdens een proefles? Wij vroegen aan Inge Andersson wat ze vond van het uurtje met schrijfdocent Carla de Jong.

De proefles

“GRRRR…….Hoe red ik me hieruit?” Opgelaten kijk ik om me heen. Mijn mede-proeflesgenoten lijken er geen moeite mee te hebben. Vlotjes bewegen er twaalf gloednieuwe blauwwitte pennen uit de goodiebags van de schrijversacademie. “Schrijf over een mooi moment in je vakantie”, luidt de opdracht. Daarna is het de bedoeling dat het geschrevene wordt voorgelezen, waarbij we elkaar van opbouwende feedback zullen voorzien.

Het zweet begint me uit te breken.

Ik had tijdens deze open les een gezellig informatiepraatje verwacht. Uiteraard inclusief een serieuze waarschuwing voor het overromantiseren van het schrijversbestaan. Maar vooral wel gewoon lekker achteroverleunend en luisterend. Nu moet ik schrijven op commando en in groepsverband. Ben ik vanmorgen hiervoor zo hoopvol afgereisd naar Amsterdam? De start was nog veelbelovend; met de entree in het statige gebouw aan de rand van het Vondelpark en daarna dus die ‘goodiebag voor de aanstaande schrijver’.

Ik voel de moed in mijn schoenen zakken.

Het kennismakingsrondje eerder, waarbij ieders ervaringen over blogs, vlogs en grootse plannen over bestsellers quasi-nonchalant werden uitgemeten, was ook al niet helpend.

Hopeloos probeer ik een blik van een mede-cursist te vangen. Heeft geen zin. Er worden hier schijnbaar meesterstukken geproduceerd. Hoe bestaat het? Tijdens de koffie vooraf observeerde ik vooral vrouwen net als ik, tegen de overgang en op zoek naar nog eens iets nieuws. Niet direct het type dat hoge verwachtingen etaleert. En zie ze nu eens gaan.

De cursusleidster luidt heel vriendelijk een belletje, het teken dat de schrijftijd al bijna voorbij is. Ik kijk wanhopig naar mijn krabbels, probeer nog wat te schuiven met als resultaat dat het schrijfsel naast inhoudsloos ook nog eens onleesbaar wordt.

Als het definitieve eindbelletje gaat, heb ik geen verhaal bedacht, maar wel drie smoezen om het lokaal uit te vluchten.Wederom lijken mijn cursusgenoten koelbloedig. Het ene na het andere exotische reisavontuur wordt met enthousiasme ten gehore gebracht. Er wordt goedkeurend geknikt en ook over de opbouwende feedback lijkt men niet lang na te hoeven denken. Zelfs de dame die twintig minuten te laat en totaal verregend binnenstormde weet een flamboyante eerste indruk neer te zetten. Ik voel me krimpen en merk dat ik mijn aandacht er niet meer goed bij kan houden. Straks krijg ik de beurt.

Wat ik wel opvang, zijn de woorden van de docent.

Ze geeft aanwijzingen over zaken als  zintuiglijke ervaringen en het beeld in plaats van de omschrijving. Wow, dat is boeiend. Ik kijk terug naar mijn eigen krabbels. Inderdaad! Als ik die zin nu eens zo opschrijf en dan daarmee begin. Ik neem ondertussen nog minder op van de verhalen om me heen. Wel lijkt mijn pen nu de smaak te pakken te krijgen. Met de professionele aanwijzingen van zojuist lijkt er een ‘aha-verhip’-moment te zijn aangeboord.

Helaas komt dat moment te laat. Net als ik voorzichtig durf te denken dat mijn zinnetjes misschien ook best gehoord mogen worden, geeft de docent aan dat de les tegen het einde loopt en of we nog vragen hebben over de cursus. Eén van de cursisten steekt enthousiast haar vinger omhoog.  Ze vraagt zich af of we nu ook naar het boekenbal mogen. Ze bedoelt het serieus. Net zo serieus is het antwoord van mijn echtgenoot, even nadat ik hem de hilarische slotvraag ter anekdote heb doorgeappt: “Leuk hoor. Ben je om zes uur thuis? Ik moet nog weg vanavond”.

Even laten bezinken.

Verward loop ik het lokaal uit. De docent deelt beneden bij de deur nog wat flyers uit. Ze vraagt terloops hoe ik de les gevonden heb. Ik vertel eerlijk hoe ik het een en ander heb beleefd, over mijn twijfels, mijn scepsis.

“Oké,” onderbreekt ze me, “Als jij net zo schrijft als dat je nu aan mij vertelt, heb jij je eerste verhaal binnen. Laten het maar even bezinken, wij kunnen je anders maandag even bellen, wil je dat?”

Met die woorden verlaat ik het gebouw van de Schrijversacademie en wandel nog verwarder terug naar de tramhalte. De goodiebag bungelt aan mijn schouder. Het blauw-witte logo quasi-nonchalant in het zicht.

Die maandag erop schrijf ik me in voor de basiscursus. Op commando en in groepsverband schrijven zal wel een dingetje blijven. Toch kijk ik nu al met vertrouwen uit naar mijn eerste les als student aan de Schrijversacademie. Ik ga me eruit redden!