Geen kind meer – Esther Boek

Al van jongs af aan was ik met woorden bezig.

Alles wat ik in mijn hoofd had en niet kon ordenen schreef ik op. Veel meisjes van mijn leeftijd schreven dagboeken vol. Gaven dit gebonden papier zelfs namen en vertrouwden op die manier hun woorden toe aan ‘Lieve Eva’, ‘Lieve Anna’ of gewoon ‘Lief dagboek’ voor degene met minder fantasie of meer realistisch vermogen. Ook ik heb pogingen ondernomen maar had niet de lust, of de discipline, om dit langer dan een dag of drie vol te houden. Daarom werden mijn hersenspinsels gedichten.

Uitgeven, daar dacht ik niet aan. Ik typte ze op een blanco vel papier, met gaatjes in de zijkant, en deed ze vervolgens in een speciaal voor dit doel uitgekozen multomap. Als ik een foutje maakte moest het hele werk opnieuw. Want gewoon op een knopje drukken waardoor elke verkeerde letter verdwijnt in het eeuwige niets, dat had je niet met een typemachine. En als de inkt halverwege op was, waardoor de letters vager werden, was het niet nieuwe inkt en opnieuw printen. Nee, dan moest ik van voor af aan beginnen. Toch werkte dit ook en zo ontstond mijn eigen gedichtenbundel. Gewoon de voorloper van uitgeven in eigen beheer met maar één exemplaar als uitgave.

Wel heb ik eenmalig een poging gewaagd om een gedicht leesbaar voor het grote publiek te krijgen.

In de vijfde klas, de huidige groep zeven, moesten we als opstel een gedicht schrijven. Het leverde mij een tien op en veel lof van de meester. Dus trok ik de stoute schoenen aan en stuurde mijn woorden op rijm op naar de kinderpagina van het plaatselijke parochieblaadje. Vol trots las ik in de eerstvolgende uitgave mijn gedicht, maar allengs maakte deze trots plaats voor verontwaardiging toen ik het daaronder geschreven commentaar las: ‘Dat dit gedicht door de elfjarige Esther zelf geschreven is geloven we niet, maar we vonden het zo mooi dat we het toch hebben geplaatst’.

Ik besloot verder te schrijven aan de vulling van mijn multomap maar hield mijn werk weer helemaal voor mezelf.

Ik werd ouder en paarden en vriendinnen werden belangrijker in mijn leven. Schrijven verdween op de achtergrond maar de woorden bleven. Nu vooral geschreven door anderen en ik verslond menig boek. Wel was ik de schrik op elke sinterklaasavond, want als ik jouw lootje getrokken had kreeg je geen rijmpje bij je surprise maar een epistel.De jaren gingen in elkaar over en de woorden groeiden met mijn leeftijd mee. Het zelf schrijven verdween naar een plekje in mijn hoofd en werd iets waar ik ooit nog wat mee wilde doen. Zelf een boek uitgeven was nog steeds niet iets dat echt op mijn bucket list stond. Maar wat ik er dan wel mee wilde moest nog door mij uitgevonden worden.

En toen kwam het jaar 2013

Inmiddels was ik allang dat elfjarige meisje uit het parochieblaadje niet meer en waren twee van mijn drie kinderen die leeftijd inmiddels ook al ruimschoots ontstegen. De dagen van mijn leven regen zich aaneen als een redelijk volmaakt snoer. Sommige kralen waren prachtig terwijl andere best lelijk waren en die, als ik had mogen kiezen, ook geen onderdeel van mijn ketting zouden zijn geweest. Maar ik was niet ontevreden met het exemplaar. Tot het moment dat mijn levensketting brak. De kralen vielen op de grond. De eerste twee weken liet ik ze liggen. Was niet in staat ze op te rapen. Daarna vond ik weer wat kracht en besloot opnieuw te gaan rijgen. Ik moest zoeken, op de moeilijkste plekken, naar mijn verloren kralen. Er zat niets anders op dan te gaan rijgen met wat ik teruggevonden had. Sommige kralen vond ik echter nooit meer. Ook kwamen er in de loop der tijd exemplaren bij die ik voorheen niet gezien had, waar ik aan voorbij gelopen was. Mijn levensketting kreeg een nieuwe vorm, werd nooit meer dezelfde ketting. Daar kon ik om rouwen of daar kon ik mee dealen. Ik koos voor een vorm van die twee. Ik liet de zwarte kralen niet liggen maar ging doelbewust op zoek naar gekleurde exemplaren.

Om tijdens het rijgen van mijn nieuwe levensketting verankert te blijven, greep ik terug op wat ik als kind al deed. Ik schreef mijn gedachtes, gevoelens en gebeurtenissen op. Zo was ik in staat om elke kraal die ik vond op de juiste plek te rijgen. In de weken, maanden, jaren daarna, werd mijn rijgen zwaar op de proef gesteld. Soms moest ik andere kralen zoeken. Maar even zo vaak moest ik kralen van mijn ketting halen en opnieuw gaan rijgen. De aantekeningen werden toch eindelijk dat dagboek. Al was ik nog steeds zo’n realist om dat schriftje geen naam te geven. Het dagboek werd een boek. Een wraakboek, vol boze woorden en haatdragende zinnen. Ik las het boek en ik herkende mijn geschiedenis. Maar mezelf vond ik er niet in terug. Ik las over een vrouw die aan het overleven was, haar gezin koste was kost overeind wilde houden, gerechtigheid probeerde te krijgen. Maar die ook, in die strijd, zichzelf dreigde te verliezen. Dat wilde ik niet. Dat gunde ik ook de daders van de gebroken ketting niet. Ik besloot het wraakboek te gaan herschrijven. Om uiteindelijk een boek te schrijven over onrecht, schuld en schaamte. Maar bovenal een boek over de liefde van een moeder voor haar zoon.

Ik schreef me in bij de Schrijversacademie waar ik in september 2014 begon aan mijn basismodules. Daan Remmerts de Vries werd mijn leermeester. Nadat hij me de fijne kneepjes van het schrijversvak had bijgebracht ging ik me specialiseren bij Carla de Jong. Mijn wraakboek kreeg steeds meer vorm en werd langzaam maar zeker minder boze woorden en meer een psychologische thriller. Op advies van Carla ging ik met haar mee naar Amsterdam. Uiteindelijk werd mijn manuscript aangeboden bij een uitgeverij van Singel uitgeverijen. Het werk waar ik zo trots op was, en waarbij ik voor de volle honderd procent achter de vorm stond, werd niet geheel goedgekeurd door de betreffende redacteur. Hij vond het niet literair genoeg voor een roman en niet slachtoffer genoeg voor een non-fictieboek omdat ik niet alleen mijn verhaal had belicht, maar ook de kant van degene die mijn ketting gebroken hadden. De vorm die het manuscript nu had zou voor geen enkele redacteur aantrekkelijk zijn om uit te geven, was zelfs een opmerking in mijn leesrapport. Maar beide voorgestelde vormen wilde ik juist niet schrijven. Dus stond ik voor een groot dilemma. Besloot ik de vorm te veranderen om mijn werk uitgegeven te krijgen, iets wat inmiddels wel hoog op mijn bucket list stond, of bleef ik trouw aan mezelf en dat waarin ik geloofde?

Ik besloot het laatste en stuurde mijn manuscript op naar een paar andere uitgeverijen. Tot mijn grote verbazing kreeg ik van drie redacteuren terug dat zij interesse hadden in mijn manuscript. Uiteindelijk ging ik op gesprek bij de uitgeverij die bij het bezoek aan hun website voor mij al heel goed voelde, De Crime Compagnie. Hun ontvangst was als een warm bad en hun enthousiasme over dat wat uit mijn hersenpan ontsproten was, werkte aanstekelijk en voelde als een enorme eer. Al tijdens dat gesprek besloten we samen in zee te gaan en zal 1 maart 2017 mijn debuut Geen kind meer in de boekhandel liggen.

Maar waar gaat Geen kind meer nu eigenlijk over?

Wat is het verhaal achter mijn ketting?
Het is voorjaarsvakantie als de 19-jarige Max door een grote politiemacht van zijn bed wordt gelicht. Hij wordt verdacht van verkrachting van een tienermeisje, Charlotte. Anna, zijn moeder gelooft in de onschuld van haar zoon en strijdt als een tijger aan zijn zijde voor gerechtigheid. Dat dit een zware opgave is wordt nog duidelijker als ook een tweede meisje, Destiny, met een aangifte van verkrachting tegen Max komt.

Anna wordt geconfronteerd met leugens, geweld en corruptie en moet alle zeilen bijzetten om zichzelf, maar bovenal haar gezin, op de been te houden, terwijl zij ondertussen haar kind dreigt te verliezen.

In het boek volgen we de levens van Max, Anna’s andere twee kinderen en haar man. Maar ook volgen we de levens van Charlotte en Destiny, hun vrienden en vriendinnen en de gezinnen waartoe ze behoren. Wat bewoog deze meisjes om aangifte te doen? Dit verhaal beslaat het schemergebied van de adolescentie, waarin het verwarrend kan zijn wat mag en wat niet. Zijn tieners kinderen of zijn het volwassenen? En wanneer realiseren ze zich de gevolgen van wat ze doen?

Ik ben Anna, Max is mijn zoon. Hij werd veroordeeld tot anderhalf jaar cel om een jaar later, in hoger beroep, vrijgesproken te worden. De verkrachtingen hebben nooit plaatsgevonden. Ze bestonden slechts in meisjeshoofden, geroepen uit teleurstelling, om onder verantwoording uit te komen, om aandacht te genereren. Maar eenmaal uitgesproken tegen ouders, was er geen weg meer terug. Konden ze niet anders dan blijven volharden in hun leugens, die al snel een waarheid werden waar zijzelf in gingen geloven?

Leugens met misdadige gevolgen voor mijn gezin.

Hoewel dit een verhaal is over groot onrecht, gaat het hier niet louter over onmacht, verdriet en woede. Het gaat vooral over de kracht van onvoorwaardelijke liefde. Een boek over de strijd om gerechtigheid.

Bekijk op facebook, ook is mijn boek al te bestellen bij alle boekhandels. Onder andere bij de bruna en ako.

Ondanks dat Geen kind meer een boek is dat ik nooit had willen schrijven ben ik trots en dankbaar dat het toch een publicatie zal worden.

Over de auteur

Ik ben Esther Boek, geboren in 1967 in het Brabantse land en uiteindelijk de liefde achternagegaan in de Betuwe. Schrijven is voor mij communiceren, verbinden, troosten, ordenen. Het lezen van boeken geeft me een inkijkje in werelden waar ik nooit zal komen, laat me dingen beleven die ik nooit heb beleefd. Ik kan me dan ook geen leven zonder woorden voorstellen. Taal maakt ons als mens uniek en onderscheidt ons van alles wat leeft. Taal kan barrières opwerpen maar ook muren neerhalen. Taal is een kracht, kan een wapen zijn maar ook een heelmeester. Ik hoop dat dat mijn geschreven woorden mensen herkenning zal geven, troost, ontspanning en een korte vlucht uit het jachtige leven.

esther-boek