Loden soldaatjes – met dit verhaal won Eelco Leemans de 2e prijs!

De uitslag van de Moederdag schrijfwedstrijd is bekend. Afgelopen maandag publiceerden we het verhaal Worden van Connie Mitchel, dat je hier kan teruglezen. Ze won hiermee de 3e prijs.

Vandaag kunnen jullie het verhaal Loden Soldaatjes van Eelco Leemans lezen, waarmee hij 2e werd. Een nostalgisch verhaal over een bijzonder handige moeder.

We willen iedereen die een verhaal heeft ingestuurd hartelijk bedanken voor hun deelname.

Tot de volgende schrijfwedstrijd!


Loden soldaatjes

Eelco Leemans

‘Morgen ruimen we de achterkamer leeg, wie helpt er mee?’
‘Wat gaat er gebeuren dan?’
‘We leggen de Topsy Turvey in de kamer om op te knappen’
Voor het schuren en schilderen van het houten zeilbootje haalde mijn moeder met onze hulp alle meubels uit de achterkamer. De boot werd naar binnen gedragen door de tuindeuren en vervolgens kaal gekrabd, geschuurd en geschilderd om een paar weken later weer als nieuw naar buiten te gaan. In de tussentijd leefden we in de voorkamer. Schoolvriendjes kenden ons huis als ‘het huis met de boot in de kamer’.

Learning by doing, dat had haar motto kunnen zijn. Mijn moeder met haar Friese wortels leerde ons al doende schilderen, slootjespringen, schaatsen, bomenklimmen, timmeren en zeilen. Met alle soorten gereedschappen en materialen kon ze overweg. Van oude deuren bouwden we onder haar leiding een schuurtje in de tuin, compleet met een venster erin. We mochten dan de spijkers in de planken slaan. Soms sloeg je de spijker krom, maar met de klauwhamer kreeg je die er wel weer uit en dan probeerde je het opnieuw met een andere spijker. Op het dak plakte ze zwart teerpapier, wat in de zomer bloedheet kon worden. Vanaf het schuurtje had je een mooi uitzicht.

Het fornuis toverde ze om in een gasbrander door het deksel van een gaspit te halen.
‘Je moet het gas eerst helemaal zacht draaien en dan voorzichtig een lucifer erbij houden. Pas als hij brandt kun je het gas hoger draaien’.
In de blauwe, twintig centimeter hoge steekvlam konden we dan verschillende soorten metalen verhitten om te bewerken. Een gloeiend plaatje koper klopte je zo met een bolle hamer tot een koperen schaaltje. Voor elke klus had ze gereedschap en anders improviseerde ze wel.  Ze wist bijvoorbeeld precies met wat voor zaag je het beste een stuk Eternit kon afzagen. Zo’n plaatje kon uitstekend tegen warmte en kwam dus goed van pas als we iets aan het verhitten waren. Pas later begrepen we dat Eternit een merknaam van asbest was en dat je het stof daarvan niet moest inademen.

Op een dag haalde ze een paar antieke gietijzeren mallen tevoorschijn, bedoeld om tinnen soldaatjes te gieten. Ze kwamen uit het huis van een overleden oudtante en bestonden ieder uit twee helften die precies op elkaar pasten. Eén stel mallen vertoonde een soldaat, een ander een ruiter. Het waren figuren uit een negentiende-eeuws leger die mij sterk deden denken aan de soldaten en generaals van Stratego.

Tin was niet makkelijk te krijgen, maar lood des te meer. Altijd waren er wel verbouwingen in de buurt, dus stukken loden afvoerpijp lagen vaak op de stoep. Met een ijzerzaag was het zachte lood goed in stukken te zagen. Ook glas-in-lood ruiten kon je vaak vinden bij verbouwingen. Mijn moeder – voor haar familie en volwassen vrienden Wif en voor mijn vriendjes dus Tante Wif – aasde juist op glas in lood, want de gekleurde stukjes glas konden we weer gebruiken om glasmozaïeken te maken. Om de grootste stukken glas kleiner te maken deed ze die in een dichtgevouwen krant, waarna we daar met een hamer op mochten slaan. De stukjes gekleurd glas plakten we dan met Velpon op een stuk vensterglas.

Voor het maken van de soldaatjes liet Wif ons zien hoe je met een nijptank het glas uit de stroken lood kon halen. Het glas bewaarden we in een doos, waarna we het lood in stukjes van een paar centimeter knipten. De brokjes lood deden we vervolgens in een steelpan met een tuitje, die apart werd gehouden voor de loden soldaatjes. Op een hoog vuur wachtten we tot het lood ging smelten.
‘Jullie moeten veel melk drinken, want lood is een beetje giftig. Als je melk drinkt heb je er geen last van.’
Dus dronken we grote bekers volle melk terwijl het lood smolt in het pannetje. Het was heel mooi om te zien hoe de doffe brokjes een prachtige glans kregen terwijl het lood vloeibaar werd.

Het gieten zelf deden we op de tegelvloer in de keuken. Wanneer het lood helemaal gesmolten was, moest het in de mal worden gegoten. De twee gietijzeren delen hadden beiden een houten handvat. Terwijl de één de mallen met handschoenen aan tegen elkaar drukte, goot de andere voorzichtig het lood in de vorm. Vooraf kregen we duidelijke instructies:
‘Altijd zorgen dat degene die de mallen vasthoudt, klaar is voordat je gaat gieten. En het is heel belangrijk om de vormen eerst voor te verwarmen op het gasfornuis, anders kan het mis gaan’.
Na het gieten moest je de mal even laten afkoelen om het lood te laten stollen. Vervolgens hield je de mallen met de soldaatjes erin onder de kraan, waarbij een hoop gesis klonk en stoom opsteeg. Daarna haalde je de mallen los van elkaar en kwam de soldaat tevoorschijn.

Hoe het kwam weet ik niet, maar opeens werd het populair om bij ons thuis soldaatjes te gieten. Niet om er daarna mee te spelen, het maken zelf was spectaculair genoeg. Soms stopten we een soldaat die een klein beetje mislukt was gewoon weer terug in de pan, om hem te zien opgaan in de kokende plas lood. De soldaatjes die wel gelukt waren, beschilderden we met verschillende kleuren verf. Daarbij gebruikten we geen camouflagekleuren maar, net als op de voorkant van de Stratego doos, rood voor de broeken en zwart of wit voor de jassen.

De kinderen in mijn klas stonden nog net niet in de rij om bij ons thuis soldaatjes te mogen gieten. Eén van mijn klasgenoten had een oom die bij de stickerfabriek werkte en daardoor had hij elke maand wel nieuwe stickers die iedereen wilde hebben. Om een sticker van hem te krijgen had je een serieus ruilobject nodig, zoals een zeldzame sleutelhanger of een aansteker of rotjes in de zomer. Toen hij hoorde van de soldaatjes wilde hij graag een keer komen spelen. Blijkbaar had ik het ultieme ruilobject: het gieten van loden soldaatjes. Zo kon ik mijn schooltas al gauw volplakken met stickers.

Bij de eerste keren dat we de soldaatjes goten, was mijn moeder er altijd bij om aanwijzingen te geven of om zelf de steelpan van het vuur te halen en in de mallen te gieten. Na een tijd had ze voldoende vertrouwen om het proces aan mij over te laten. Op een mooie middag kwam één van mijn vriendjes mee vanuit school en besloten we soldaatjes te gieten. Er was nog wat lood over van een glas-in-lood raam dus we knipten de stroken in stukken, zetten de pan op het vuur en gooiden de stukken lood daarin. Wif kwam nog wel even kijken om te zorgen dat we melk dronken, maar daarna liet ze ons verder aan de slag gaan.

We goten een ruiter en een soldaat, waarna we de mallen onder de kraan hielden en soldaat en ruiter op het aanrecht legden. Ze waren goed gelukt en we wilden er nog twee maken, maar eerst dronken we allebei nog een groot glas melk terwijl het pannetje op het vuur stond. Toen het lood gesmolten was, pakte ik de steel van de pan met de ovenwanten en goot het lood in de mal, die mijn vriendje stevig vasthield op de keukenvloer. Op dat moment klonk er gespetter uit de mal en plotseling spatte het lood alle kanten op. Mijn vriendje liet de mal los en rende door de openstaande keukendeur naar buiten terwijl hij zijn bril afdeed en over zijn gezicht wreef. Ik zette het pannetje neer en liep achter hem aan. Op zijn bril waren duidelijk gestolde spatjes lood te zien. Mijn moeder kwam op het geluid af en begreep direct wat er was gebeurd.
‘Jullie zijn vergeten om de mal droog te maken en voor te verwarmen, daardoor is het lood alle kanten opgespat!’
Ze spoelde koud water over zijn gezicht en uiteindelijk viel het mee: op een paar kleine lichte brandwondjes na kwamen we er goed vanaf. Maar soldaatjes hebben we niet meer gegoten.

Twee jaar geleden is mijn moeder overleden. De dag na haar overlijden maakten we samen een kist voor haar. In de woonkamer hebben de kleinkinderen die vervolgens beschilderd, waarna we Wif met een boot naar haar laatste rustplaats brachten.


De schrijfwedstrijd

Hierboven lees je het verhaal van Connie Mitchell, waarmee ze de 3e plek behaalde. Volgende keer kunnen jullie het verhaal van Eelco Leemans verwachten. Voor de nummer 1 moeten we wat langer wachten, want Anna Paulz wint een publicatie in de nieuwe verhalenbundel van Ambo Anthos, tussen gevestigde auteurs als Roos Schlikker, Susan Smit, Murat Isik, Meester Bart,  Jowi Schmitz, Carla de Jong en Tania Heimans!

De bundel ligt binnenkort in de winkels.