Mijn redenen om niet te schrijven – door Saskia Toonen

1) Mijn torenhoge verwachtingen

Voor de zomer zei ik Hogeschool Fontys vaarwel om fulltime mijn passie na te gaan jagen: schrijven. Het blijkt echter hetzelfde te ‘lopen’ als bij mijn hardloopcarrière (#zoekdewoordspeling): als ik mezelf te hoge verwachtingen opleg, verlam ik en verzet ik geen stap. Zo ook dus met schrijven. Dit is voor mezelf ontleed, ontcijferd en ontfutseld wat mijn redenen zijn om vooral niet te schrijven…

Weg bij Fontys, weg bij de drukte van alledag, weg bij de korte termijn to do’s die zo aan mij en de perfectionist in mij trokken en me listig wegleidde bij dat wat ik werkelijk wilde. Door te stoppen bij Fontys verwachtte ik in een ontspannen oase van rust te komen, waarbij het schrijven als vanzelf zou komen en stromen. Boy was I wrong. In precies dezelfde zomer vroeg mijn verkering me namelijk ten huwelijk én kochten we een huis. Een opknapper welteverstaan. Bouwen en trouwen dus. Beide vergt enige voorbereiding en dus bleek het ‘doei Fontys-drukte’, ‘hallo bouw en trouw to do’s’.

2) De drukte van alledag

Ik begin steeds meer te denken dat het universum ergens om een hoekje staat te grinniken om hoe ik als een lulletje rozenwater laveer tussen ‘opgeslokt worden door de drukte van alledag’ en het ‘open en ontspannen ontrafelen van mijn pad in het volgen van mijn passie’. Tony Crabbe omschrijft klip en klaar in zijn boek ‘nooit meer te druk’ hoe dingen van je to-do-lijst afvinken een kick geeft en hoe je hart daarbij tekeergaat en die kick van druktedrugs door je lijf stromen en jij je een soort superninja voelt die met alle taken hak-tak-afrekent.

Drie keer raden wat er wint bij mij: korte termijn bouw en trouw – to do’s of het lange termijn ontdekken van mijn schrijverspad?

2) De panische perfectionista in mij

Als bij tijd en wijlen mijn hoofd toch ineens leeg genoeg blijkt (bij lopen, douchen of poepen), stroomt de inspiratie dan toch in grote getalen naar binnen. Van Elizabeth Gilbert heb ik geleerd hier altijd iets mee te doen, anders vertrekt je creativiteit weer sneller dan ie kwam. Dus kladder ik pagina’s vol met gedachtekronkels en hersenspinsels. So far so good? Neen, want juist die halfbakken blogs en brieven waar ik vervolgens weinig mee doe (want ja, die rust en ruimte hè) drukken vervolgens als een loden last op mijn perfectionista en zorgen ervoor dat ik de keer erna wel drie keer nadenk voor ik iets opschrijf.

Mocht ik me dan toch eens met een kapmes door mijn oerwoud van verwachtingen, to do’s en overspoelende inspiratie hebben geworsteld en een blog bijna af heb weten te zweten, loop ik tegen de volgende (meest lachwekkende) showstopper aan. Nadat ik de ruwe versie geschreven heb, print ik mijn schrijfsels altijd uit. Om letterlijk iets meer afstand te creëren van mijn stuk. Maar precies dáár vind mijn hoofd dan ook iets van. Van dat printen. De donderwolk aan gedachtes ontpopt zich tot een ware WNF ranger die me influistert dat ik moet denken aan alle bomen en de natuur en de aarde in het algemeen en dat printen asociaal en onvriendelijk is. No kidding. Dus vind ik dat ik niet mag printen, maar probeer ik het op mijn scherm klaar te spelen wat dan vervolgens niet lukt waardoor ik het schrijfsel wegleg en hard wegren.

3) Als de flow verdwijnt, ontstaan de twijfels

Sowieso is dat ook het moment, als de ruwe versie van een stuk staat, waarop de bezwaren komen. Het meest creatieve proces waarin ik helemaal in de flow zit en er weinig ruimte is voor twijfel, is geweest. Nu is het schikken, schrappen en schromen. Met heel veel schroom begint mijn donderwolk te droeftoeteren ‘wat iedereen wel niet van mijn stuk moet denken’, en ‘wat voor narcist ik wel niet ben dat ik denk dat mensen dit interessant zullen vinden om te lezen’. Dappere dodo die dan doorschrijft.

Met een dikke dank je wel hierbij voor Renate Dorrestein die in ‘het geheim van de schrijver’ snoeihard stelt: “van onder welke steen zijn ze toch opeens tevoorschijn gekropen, die auteurs die geen andere bronnen lijken te hebben dan hun eigen bestaan? Dat is vraag één. Vraag twee is: en wat trekt al die lezers toch zo aan in hun werk?” Daarbij sterkt ze zich met de woorden van Piet Meeuse uit de bundel ‘Oud nieuws’ die oreert: “ze willen graag gelezen en bewonderd worden en voor die ambitie is het verhaal hooguit een middel.” Ai, blijk ik nu een nepschrijver met een ongezonde honger naar bewondering? Over moodkillers gesproken…

4) Ik schrijf pas nadat al het andere, minder-leuke, gedaan is

Maar wat me denk ik nog het allermeeste tegenhoudt in het schrijven is even simpel als complex. Het is het allerleukste wat er is. En dus mag ik het pas van mezelf als al het andere (minder leuke) gedaan is. Want och en wee, je zal toch eens genieten. Lekker calvinistisch. Schrijven is daarmee voor mij de ultieme utopie geworden.

Note to self: de definitie van een utopie is de onmogelijke werkelijkheid, een ideale wereld die echter niet bereikt kan worden. Donderwolk, copy that?

Het punt is, ik heb gewoon geen vertrouwen in dat het wel goed komt. Diep van binnen voel ik me een aartsluie luiaard die met de roe, harde hand en mattenklopper achter de vodden, kladden en lurven gezeten moet worden omdat er anders nooit wat van terechtkomt. En precies als ik dát idee loslaat, blijkt het vaak vanzelf te komen. Zo had ik me vanochtend voorgenomen om lekker de hele dag te gaan lezen (hee inspiratie opdoen, dat mag hè?!). Maar ging ik eerst hardlopen met Huub. En toen proberen de pumpkin pancakes uit Curaçao na te maken. Waarna ik ook nog op m’n gemak ging douchen. En ineens, vanuit het niets, onder de warme straal, schreef ik deze blog in mijn hoofd.

Ondanks álle redenen om het vooral niet te doen, schreef ik vandaag wél.

En dus, ondanks mijn torenhoge verwachtingen en daarmee het altijd aanwezige gevoel dat ik jammerlijk faal, ondanks de bouw- en trouw to do’s die als een gillend kind aan mijn benen hangen, ondanks de inspiratie-invallen die zorgen voor een panische perfectionishta die roept dat ik dingen ‘af moet maken, verdomme’, ondanks de ranger in mij die het printen afkeurt, ondanks de angst voor oordelen van alles en iedereen, maar vooral van Renate Dorrestein, ondanks mijn calvinistische inslag dat schrijven pas mag als al het andere ‘klaar’ is, ondanks het gebrek aan vertrouwen dat het ‘heus wel goedkomt’… Ondanks álle redenen om het vooral niet te doen, schreef ik vandaag wél.


Foto door: Marijke Krekels

Over Saskia Toonen

Ik ben Saskia, 32 jaar oud, getrouwd, moeder van Abel (1). Maar ik ben ook; een piekeraar, twijfelachtig, onzeker, bang en eerlijk. En over dat alles schrijf ik. Korte verhalen. Over moederschap, rouw, gepieker, het schrijfproces en nog veel meer. Meer blogs lees je hier.

Worstel jij ook met schrijf-ontwijkend gedrag? Gelukkig biedt de Schrijversacademie een mooie stok achter de deur. Met wekelijkse opdrachten ben je constant creatief bezig en borrelen de ideeën vanzelf op. Kijk hier wanneer er een opleiding start bij jou in de buurt!