Kijk! – Lies Aris

‘Kijken is anders dan consumeren’, schal ik de collegezaal in.  Ik voel mijn woorden afketsen tegen enkele tientallen kruinen van gebogen hoofden. Hun vingers vliegen getraind en razendsnel over de blauwig oplichtende screens van hun smartphones, verborgen in schoten of achter boekenstapels. Vandaag ben ik vastberaden om deze vrijdagmorgenstudenten, met hun nat gedouchte haren en wazige blikken wakker te schudden. Ze te inspireren! Hun legendarische juf te worden. Diegene die hen het licht deed zien. Wiens woorden ze tientallen jaren later nog quoten, op allerhande gelegenheden waarin zij verhalen over het moment dat hun leven echt zin kreeg. Toen ze Het Licht zagen. Ik wil gewoon potdomme een profeet zijn, daar in dat zweterige klaslokaal tussen de mandarijnschillen, de vergeelde gordijnen en het whiteboard.

‘PPPPRRRRRRFFFFFFT’

Een reutelend geluid ontsnapt iemand’s derrière. Een scheet? Durven studenten tegenwoordig luide scheten te laten in de les? Ik kan het bijna niet geloven….

Niemand van de gebogen hoofden kijkt verstoord op. Scheten is klaarblijkelijk het nieuwe gapen.

Terwijl ik daar zo sta te oreren, bedenk ik me plots een geniale uitvinding voor Het Nieuwe Onderwijs voor de selfie generatie. Ik weet dat bescheidenheid een deugd is, maar ik ben er nu van overtuigd dat mijn idee een winner is. Let op: we maken een soort digitale poort bij de ingang van collegezalen die alle functies van smartphones en tablets uitschakelt, maar wel toegang biedt tot één kanaal: College NOW, heet dat dan.  De docent heeft toegang tot dit kanaal en kan via het scherm extra informatie zenden over de les, induttende studenten wakker piepen, en beelden of links live als een soort ‘VJ professor’ mixen met het live college.

Dan start ik de film. Film intermezzos werken uitstekend in colleges aan jonge studenten. Beeld en geluid geven wat extra spice aan die ongemakkelijke situatie van het ‘moeten’ luisteren naar een analoog iemand. Ik ben een analogue girl in a digital world, maar zij zijn digital students in an analogue situation namelijk….

Bovendien kan iedereen nog ongegeneerder zijn Insta checken omdat het licht uit is.

We kijken naar De Kijk van Kessels, een documentaire over reclameman Erik Kessels die er een bizarre hobby op nahoudt: familiefotoalbums redden van de ondergang in een papierverdelger. Duizenden fotoboeken kocht hij overal op rommelmarkten en een enorme loods is van bodem tot nok toe gevuld met kisten vol albums. Ik geef vandaag een workshop over verhalen maken en wil een Boodschap overbrengen. Over dat een verhaal maken begint bij heel erg goed

kijken.

Kessels laat een reeks foto’s zien uit een familiealbum van tweelingzusjes. Eerst zie je de schattige zusjes in allerlei leeftijdsformaten. Dan zijn ze groot. Er verschijnt een meneer die altijd tussen hen in staat. Het Vriendje van de één. Dan heeft de meneer op de foto’s een legeruniform aan. Dan volgen vele foto’s van alleen nog maar één tweelingzus. Op elke foto laat het meisje duidelijk ruimte voor haar niet meer aanwezige zus. In mijn hoofd vechten verschillende verhaallijnen hun weg naar de top. Die zus was dus verloofd en volgde haar man naar het front alwaar zij beiden sneuvelden in een verschrikkelijke luchtaanval van de tegenpartij. Die zus en haar man emigreerden naar Australië. Die zus stierf van liefdesverdriet nadat zij vernam dat haar verloofde met een plaatselijke schone in het oorlogsland een kindje had gemaakt.

Zo gaat dat nou. Met verhalen verzinnen. Je moet toch eerst om je heen kijken. Als was het maar gewoon in je eigen hoofd. Zonder foto’s. Gravend in de verzameling verhaalllijnen die je zelf al bewandelde of die je in je omgeving zag.

Ooit, lang geleden, fietste ik dagelijks twaalf kilometer heen en twaalf langere kilometers terug op een grijs geasfalteerd weggetje langs een bibberig slotensysteem van Boskoop naar Gouda. Van huis naar school. Met zo’n dikke schooltas achter op de snelbinders. Het regende óf het waaide. Meestal allebei tegelijk. Visueel bood die weg van school naar huis nooit zo gek veel spannends. En totdat ik Het Onzichtbare Licht van Evert Hartman las, fietste ik vrijwel altijd met de ogen halfdicht en de verbeten tanden op elkaar door die polders. De helderziende hoofdpersoon uit Het Onzichtbare Licht zag allemaal enge dingen, zoals een hand met een dolk die uit een sloot omhoog stak. Vanaf dat moment zag ook ik Het licht. Van ‘van alles overal’ zien. En overal verhalen in ontdekken. De veelbetekenende voetsporen in het grind van een oprijlaantje, de wuivende knotwilgen die codetaal spraken in de lucht, de oude boer die altijd verdacht naar mij grijnsde.

De geschiedenisleraar Jaap Smit, met zijn jihadibaard avant-la-lettre, zijn eeuwig te korte pantalons en zijn ridicule fietsstijl, die mij altijd met grote snelheid voorbijreed en dan met nasale stem zei “Dat wordt weer een briefje halen mevrouw Aris”. Verhaallijnen vochten elke ochtend op de heenweg en elke avond op de terugweg om de aandacht.

In de klas vraag ik de studenten hun telefoons helemaal onderin hun tas te verstoppen. Ik vraag ze er veel andere dingen op te gooien. Zelf geef ik het goede voorbeeld door de inhoud van mijn tas om te kieperen (grote berg tampons, boekjes, pennen, lippenstiften, raceautootjes, een muts, een deoroller, de camera en nog wat ondefinieerbaar papierwerk). Dan. Bevrijd van de blauwe aantrekkingskracht, pak ik mijn prop papier. ‘We gaan het Grote-Verhaallijn-spel doen, jonges! Wie de prop krijgt verzint een zin. Iedere vanger bouwt mee aan het verhaal.’

Waar halen ze het vandaan? Ze kijken om zich heen. Kijken. Met echte ogen in andere echte ogen. Ze vangen, ruiken, horen, proeven, snuffelen en spreken met tonen. En het verhaal ontstaat.

 

Over de auteur

Lies Aris – Schrijver/ kunstenaar/ docent aan de Schrijversacademie – is gebiologeerd door “Het Verhaal” achter de dingen en werkt vanuit haar bureau Storyshop. Ze schrijft korte verhalen en maakt vanuit Storyshop verhalen op maat: als copywriter voor merken, als subsidiewerver voor organisaties, als ghostwriter voor speeches of als artistiek programmamaker.

Lies Aris staand