Hoe te beginnen – door Jowi Schmitz

Stel, je hebt net een handjevol zinnen geproduceerd en zit daar naar te kijken. Opeens hoor je een stem. Of beter; een geluid. Gekreun om precies te zijn.

Tegelijk met het gekreun bedenk je: dit is niet goed genoeg. Hier win ik geen Librisprijs mee. Ik kom zelfs niet in aanmerking voor die plastic medaille van het feestje van mijn dochter laatst.

Dan is je innerlijke strenge meester (of juf) aan het woord.

Wat te doen (tip 1)? Koop Ducttape. Hou het voor zijn mond, dwing hem nog één keer streng naar je te kijken. Laat hem dan deze zin zeggen: Je mag alles schrijven. Kromme zinnen, schele zinnen, leugens, alles. Schrijven is bouwen in het geheim en jij bepaalt wanneer je dat geheim deelt. Dat is nu nog niet. Dus mag alles. Gesnopen?

Je knikt naar de meester, hij knikt naar jou, en dan plak je snel die tape op zijn mond.

Zo. Nu is het stil.

Maar dan.

Je zit in de woonkamer, er wandelt een poes, een baby, een stofwolkje, voorbij. Voor je het weet hol je er achteraan.

Dus je bouwt een stof-, poes- en babydichte kamer. Ben je een paar weken zoet mee.

De kamer is af. Jij erin. Laptop voor je neus. Oude bureaustoel. Er is zelfs licht, dat via een vies dakraampje op je scherm valt. Vies! Doekje erbij, poetsen, zo. Klaar. Het wordt avond, je bent moe, je gaat al bijna schrijven, je drinkt wijn, je valt in slaap.

De volgende dag staat er nog steeds een cursor in een leeg scherm naar te knipperen.

Wat te doen (tip 2)? Hef beide handen. Bekijk je vingers. Druk ze dan alle tien tegelijk op het toetsenbord.

Ab t;NHSSSSSSSSSSSSSSSSSS

Zo.

Nu staat er in ieder geval iets en je innerlijke meester zit met dichtgeplakte mond naar het dakraam te staren, dus de weg is vrij.

Maar dan vraag je je af of je niet beter in de bibliotheek kunt schrijven. Of in een café. Of op een berg in een ver land. Nee.

Corona.

Blijf waar je bent. We gaan het ermee doen.

Dus terug naar je toetsenbord.

Wat te doen? (tip 3) Stel een vraag aan jezelf. Schrijf hem op.

Bijvoorbeeld: zou het me lukken om nu tien minuten achter elkaar door te schrijven zonder te stoppen?

Je pakt je wekker. (Naar beneden, zoeken in de keuken, wekker weg. Terug naar boven, zoeken op je telefoon. Timer of stopwatch? Timer. Tien minuten, klaar, af.) Je schrijft tien minuten, waarvan negen minuten lang: ik weet het niet, ik haat dit, waarom doe ik dit eigenlijk, help help help. Je gluurt naar je innerlijke strenge meester, maar die doet net een dutje, gelukkig.

De wekker gaat, de tijd is om.

Wat te doen (tip 4)? Kijk naar je handen. Klap. Voor jezelf. Want je bent begonnen. Dit is alles wat je elke dag nodig hebt. Voldoende ducttape. Een dakraam. Tien vingers. Eventueel een pen of een computer. En mij natuurlijk. Voor als je het even niet meer weet.

 


Over Jowi Schmitz

Foto door: Kika Booy

Jowi Schmitz is schrijfster en docent bij de Schrijversacademie. Daar geeft ze les in schrijftechnieken. Ook verzorgt ze de specialisaties Romans en korte verhalen, Kinderboeken en Young Adult schrijven. Wil jij les van Jowi? Er start een Kinderboekenklas én een Young-adultklas in Amsterdam op 3 oktober 2020!